Zelfstandigheid 2…

Zelfstandigheid 2…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: wp_003059.jpg

Omdat ik wel merkte dat hetgeen mij qua kennis en expertise goed lag in die jaren na 9/11 ineens minder werd gevraagd moest ik wel snel schakelen. En dat deed ik. De schrijverij werd een belangrijke factor voor het nieuwe inkomen. De omzet moest behaald. Want laten we wel zijn dat zzp bestaan kent ook zo haar bijzondere risico’s. Zo was ik net twee weken bezig met o.a. het inrichten van mijn nieuwe thuiskantoor toen een net opgehangen (metalen) luxaflex-balk voor een raam tijdens het ophalen van de lamelen omlaag viel. Vol op mijn gezicht. Resultaat twee stevige plekken in mijn gezicht maar ook twee voortanden doormidden. Lekker handig als je geacht wordt voor de ‘klas’ te staan met alle toenmalige professionele verhalen. Gelukkig bleek de mij indertijd behandelde tandarts in staat om de schade snel en voor lange duur te herstellen. Je zag er nadien weinig tot niets meer van. Gelukkig maar want er moest gewoon gewerkt worden. Toen na 9/11 (zie Zelfstandigheid 1) veel potentiele handel wegviel moest ik dus ook meteen extra schakelen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: wp_003416.jpg

Dat deed ik. Schreef o.a. voor een militair blad (o.a. ook reportages over een neergeschoten bommenwerper bij Warmond waarvan een deel van de bemanning de oorlog overleefde en hier werd ontvangen met alle egards..) en later voor een nieuwe bedrijvengids. Daar maakte ik interviews voor en die werden dan als hapklare brokken door de uitgever geplaatst in een handige gids voor andere ondernemers. Helaas betaalden ze achteraf me niet wat we hadden afgesproken en dat zou niet de laatste keer zijn dat ik moest ontdekken dat zakendoen de nodige risico’s in zich droeg. Via een van mijn oude contacten kreeg ik intussen het verzoek om eens te komen praten over nog meer redactioneel werk. De uitgever die het betrof bracht al wat langer die militaire titel uit en had zich weten te verrijken qua aanbod met een titel uit de stal van een uitgever die vanwege belastingschulden een deel van diens portfolio moest afstoten. Het blad, een grote naam in de wereld van de telecommunicatie, had weliswaar een zeker organisatiegraad, maar een nieuwe hoofdredacteur was nodig om de boel opnieuw aan te sturen plus een operationele staf die het blad kon produceren.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: wp_003418.jpg

Ik nam die opdracht aan, al was mijn kennis van die specifieke branche op dat moment mager. Daarnaast werkte de zelfde uitgever aan een titel die binnen de wereld van MKB Nederland regionale zaken vanuit het bestuur moest uitdragen aangevuld met algemeen nieuws uit land of regio. De titel overal gelijk, de uitgave per regio verschillend. Een beste klus, maar zeer welkom in die best wat magere periode van na 9/11. Bij dat telecomblad zat een professioneel salesteam op de verkoop van advertenties, bij het MKB-blad werd daar een nieuwe partner voor gezocht. Het zou diverse malen wringen. Redactie en verkoop…nooit een gelukkige combi. Daarbij was de uitgever van mening dat een goed te lezen blad belangrijker was dan een titel vol betaalde content al bracht dit dan in potentie geld in de kas. Ik schipperde tussen die twee belangen heen en weer, had ook nog van doen met opdrachtgevers die soms wel erg bijzondere eisen stelden, maar had het met al die uitdagingen en de bijbehorende stress verder toch nog prima naar de zin. Midden in die ontwikkelingen ontdekte ik de wereld van het digitale bloggen en zette dus ook nog wat blogs op waar ik extra (betaalde)verhalen kwijt kon en dat leidde weer tot een nieuw contact met een mij verder onbekende uitgever die vooral boeken maakte binnen de luchtvaartsector. Daarover later nog wat meer… (Beelden: Yellowbird archief)

De bussen van Maarse & Kroon…

De bussen van Maarse & Kroon…

Je moet wel een iets oudere jongere mens zijn uit deze kant van ons land wil je bij het horen of lezen van deze naam ergens in de grijze cellen een lichtje zien of voelen gaan branden. Maarse & Kroon, ooit een befaamd autobusbedrijf in de regio Amsterdam, maar met lijndiensten in de wijde omgeving, zelfs tot en met Leiden of Utrecht. Met dank aan keiharde werker en ondernemer Jacob Maarse die zijn dromen op het gebied van openbaar vervoer voor iedereen in de genoemde regio zelfstandig voor elkaar bracht. Een bedrijf dat zich tijdens de jaren van haar bestaan wist te ontworstelen aan een regelzuchtige overheid, koos voor grote mate van zelfstandigheid, de concurrentie aan durfde met de NS maar later onderdeel werd van diezelfde spoorwegmaatschappij.

Met een hoofdkantoor waaronder technische faciliteiten in Aalsmeer waar nog steeds een grote mate van het OV wordt verzorgd met bussen. In de beste tradities van dat aloude Maarse & Kroon. Een bedrijf ook dat zich onderscheidde door de grote aantallen Britse bussen die men in dienst nam met een typerende cremewit/blauwe beschildering en het nodige chroom om de bussen te onderscheiden van de elders actieve saaiere vervoerders. Een busonderneming die naast haar vaste lijndiensten ook nog eens de nodige verre reisbestemmingen aandeed met een aparte en best grote vloot toerbussen, vol comfort en luxe. Voor mij als jong ventje was Maarse & Kroon het alternatief vervoer vanuit Amsterdam naar Schiphol waar ik dan heen ging om naar vliegtuigen te kijken, of er later op kantoor te werken. Lijndienst 9 was dan mijn geliefde busvervoer. Via Amstelveen naar het toenmalige Schiphol. Altijd op tijd. En zonder tussenstops in de stad want het Amsterdamse GVB verbood dat. Maar dat scheelde dan ook wel weer in reistijd. De geschiedenis van het bedrijf staat opgetekend in het 264 pagina’s dikke boekwerk ‘Het begon met de Kloek’ van Hans v.d. Wereld en Hans van Nieuwkerk uit 1999 dat ik onlangs zo goed als nieuw vond bij een kringloopwinkel in Uithoorn. Kostte wel wat, maar dan heb je ook een standaardwerk over een belangrijk bedrijf in handen. In 1970 verdween Maarse & Kroon onder haar eigen naam uit het verkeersbeeld. Het bedrijf werd Centraal Nederland, samen met de NBM uit Zeist. Het wordt door sommigen in de regio nog steeds gemist. Waaronder ook door mij. Al was het maar om de nostalgie van die vele ritjes met die Leyland bussen van toen tijdens winterse condities. Het boek was een genoegen om te lezen…. (isbn 90-288-1141-9)

Trams van vroeger en nu…

Trams van vroeger en nu…

Als jong mens had ik zoveel interesse voor alles wat van doen had met het vervoer vanuit die jaren dat ik o.a. ook het tramverkeer van toen aardig bestudeerde.

Zo waren er de blauwe trams van de hoofdstedelijke GVB waarmee je voor relatief kleine prijsjes dwars door de stad kon reizen. Overstappen was een fluitje van een cent en je kon er mee tot elke uithoek van de stad komen. Slechts het noordelijke deel van de stad bereikte je uitsluitend per boot, pont en bus. Het railverkeer kwam daar niet. Daarnaast was Amsterdam voorzien van een uitgebreid regionaal tramlijnennet waarvan de blauwe NZH-trams de meest bekende exponent was. Daarmee reisde je bijvoorbeeld vanaf het Spui naar Zandvoort, al dan niet met overstap in Haarlem. Veel van die regionale tramlijnen werden in de jaren waarin ik opgroeide overigens opgevolgd door busverbindingen met een hogere graad van op tijd rijden en dito comfort.

De stedelijke verbindingen bleven gewoon door trams ingevuld. Amsterdam een van de weinige steden in ons land waar men consequent voor dat type railvervoer koos. Elders in het land vond men de bus ‘toch handiger’. In onze buurt reden veelal blauwe spitsneuzen die o.a. op Lijn 3 en 4 opereerden. Voor de wat luxere Stadionbuurt en het chique Zuid koos men voor de relatief nieuwe drieassers met hun gesloten passagiersruimten en comfortabeler inrichting. Lijn 24 en 25 de exponenten daarvan. Na 1956 startte men met de vervanging van ouder materieel via de gelede trams. In Nederland gemaakte wagens met veel meer comfort en wat zwaardere motoren.

De bestuurders nu in een soort cockpit voorin, waarbij het aloude draaiwiel voor bediening van de elektrische aandrijving in eerste instantie was vervangen door een soort sidestick die je naar voren of achteren bewoog naar gelang de behoefte van accelereren en remmen. Een verbeterde versie van die nieuwe tram was de dubbelgelede die een extra tussenstuk kreeg en twee scharnierende onderdelen die met een soort rubber blaasbalg waren afgesloten. Al snel werd dat de standaard tram van het GVB en verdwenen de ‘blauwen’ steeds vaker uit het straatbeeld. Door de jaren heen kwamen er steeds meer tramtypen in gebruik. Er werd een verbinding aangelegd met Amstelveen. Ook daarvoor zette men bij het GVB nieuwe trams in.

Een mengelmoes van typen was het gevolg. De ene tram wat succesvoller dan de andere. Begin deze eeuw kregen we de Combino’s. Prachtige in Duitsland gebouwde trams met een bijna metro-achtige inrichting en uitstraling. Oudere trams verdwenen daarop vaak naar het buitenland. O.a. naar Polen waar ze nog jaren dienst zouden doen. Van de oude blauwen bleef een klein aantal over om door liefhebbers vol liefde rijdend gehouden te worden. Intussen zijn er weer nieuwe trams bijgekomen.

Met prachtig gestroomlijnde neuzen, terwijl men op de Amstelveenlijn wederom aparte trams inzet die tegenwoordig geen last meer hebben van gelijkvloerse kruisingen. Het comfort op hoog niveau, maar helaas geldt dat ook voor de gevraagde tarieven. Het mag kennelijk wat kosten, dat O.V. Opmerkelijk is dat men nu ook de Amstelveenlijn gaat doortrekken naar Uithoorn. Terug naar de tijden van de vroegere stoomtrams die Amsterdam verbonden met omliggende gemeenten.

Efficient, duurzaam en snel. Waarmee ook de typische regionale forens kan kiezen voor een ander vervoermiddel dan de voor de hand liggende auto of fiets. Ook de nieuwe verbinding naar IJburg kreeg een tramverbinding waarbij men twee Combino’s aan elkaar koppelt, waardoor een soort stadstrein ontstaat. Het succes van de tram meteen bewezen. In de stad een groot succes. En zo hoort het ook. Net als toen. En voorbeeld voor vele steden waar men maar blijft vasthouden aan die bussen die toch net even minder efficient zijn. En o ja, Amsterdam kent intussen ook een metronet met maar liefst vier lijnen. Zowel boven- als ondergronds actief. En zo weten we uit eigen ervaring, heel erg praktisch om snel vanuit de buitenwijken of periferie naar het centrum te komen of omgekeerd……. En dat dan gezien vanuit het perspectief van een echte autoliefhebber zoals ik dat ben. Maar daarover schreef ik al vaker…. (beelden: eigen archief/collectie)