Nachtclub in Helsinki..

Nachtclub in Helsinki..

Ik neem u als lezer terug naar het Finland van de jaren zeventig. Ik werkte hard op Schiphol (beschreven in eerdere blogs een tijdje terug) en kreeg dan vanuit mijn functie nog wel eens een uitnodiging om naar het land van herkomst van een van de benutte luchtvaartmaatschappijen af te reizen. Inclusief verblijf in een vaak luxe hotel en het nodige vertier. Een van die bedrijven was het Finse Finnair. Een oude maatschappij die ook toen al een geweldige naam en faam verdiende. Ze vlogen vanuit Helsinki o.a. via Amsterdam naar New York en wilde graag dat wij als officiele vrachtagenten hun lijndienst zouden prefereren boven die van bijvoorbeeld KLM.

Dus werden we een paar maal naar Finland gevlogen voor interessante bezoeken aan de faciliteiten daar en het nodige vertier. Dat startte dan meestal met een heerlijke vlucht, daarna ontvangst door een hotemetoot van de maatschappij en dan door naar de stad Helsinki voor hotel, lunch/diner en dan een bezoek aan een of andere sauna. Werd je afgeschrobd door een stevige oude dame met een pannenspons waarop je in een zwembad de blote leden kon doen verpozen. Het was altijd plezierig en na zo’n behandeling kon je weer uren verder. En dat was goed nieuws want dan ging je op transport (busjes of taxi’s) naar het befaamde uitgaansgebied van Helsinki waarvan de discotheek Kaivohuone het middelpunt was. Daar was toute Helsinki van toen te vinden in dans en plezier en het bier plus andere drankjes stroomden er regelmatig onze glazen in.

Danspartners waren plenty te vinden, al was het maar omdat het halve kantoor van de vrachtdivisie bij Finnair uit vrouwen bestond en die wilden wel even een verzetje. Finnair betaalde en we genoten van de sfeer en de muziek (Abba mateloos populair toen). In de vroege uurtjes van de nacht weer naar bed, hopend op een vroege wake-up-call, want het vliegtuig naar huis ging altijd op schema weg en wij moesten op tijd op het vliegveld zijn. Met houten koppen maar een meer dan tevreden glimlach op het gezicht zaten we aan het ontbijt op het vliegveld (was handiger..) en spraken over Otto, de masseuze van omaleeftijd in de sauna en zo meer. De muziek bonkte nog in de bol, of was dat gewoon de drank?? (ik dronk toen nog niet eens…) De naam Kaivohuone bleef me altijd bij. Net als die Finse gastvrijheid. Vele jaren later, ik zat op een congres van alle Europese Skoda-importeurs in Praag. Naast mijn Finse collega.

En man met een vrij verveelde houding naar het merk toe. Hij vond het allemaal maar niks. Ik dacht ‘laat ik hem eens opvrolijken’ en vroeg hem naar de Kaivohuone en of hij die kende? Ja zeker wel, zijn oogjes gingen meteen wijder open. Daar kwam hij veel en graag. Het middelpunt van Helsinki waar je tenminste lol kon maken. We werden vrienden…nou ja…sort-off… Onlangs keek ik of die club nog bestaat. En ja dat doet hij. Alleen is het nu een restaurant geworden met vooral in de zomermaanden nachtclub-entertainment waar topartiesten optreden. Ik denk dat Abba er niet meer wordt gedraaid. Maar het is wel grappig dat zo’n zaak er nog steeds is. De bezoekers aan Helsinki moeten er maar eens gaan kijken. Zit in de Iso Puistotie-straat in het Kaivopuisto-Park. En dan maar bedenken dat ook mijn voetstappen nog ergens te vinden moeten zijn….(beelden: Internet)

Beroepskeuze…

Beroepskeuze…

Zoals uit een stel voorgaande blogs moge blijken was ik in de voorgaande weken te gast bij zowel dierenartsen als de tandarts. Ik leerde daarvan een ding glashelder. Wie als jong mens twijfelt aan ‘wat zal of kan ik later worden..?’ moet die beschreven beroepsgroepen zeker eens mee overwegen. Want de rekeningen voor hun werk zijn zodanig van hoogte dat ik mij er in mijn autotijden wellicht voor had geschaamd na een grote servicebeurt aan een of ander vervoermiddel. De teller loopt aardig op als je bij een of ander van die genoemde lieden een bezoekje aflegt en wat handelingen laat verrichten. Zo rekent onze dierenarts voor elk bezoek 45 euro consultkosten. Prikje hier of controle daar en je bent de 100 euro al snel voorbij. In situaties die wij of familie dan wel vrienden meemaakten rond de geliefde huisdieren, kwamen bedragen voorbij die er niet om logen. Voor mensen met een kleine beurs is de lol van het houden van huisdieren er dan al snel af.

Dat wordt dan wellicht kiezen tussen zelf eten of je dieren laten behandelen. Tuurlijk hoef je geen huisdieren te nemen, Groenlinks zou je dankbaar zijn vanuit de kern van haar volksvijandige doctrine, maar als je dat wel deed horen daar consequenties bij. En die zijn heel duur. Daarbij mogen die tarieven regionaal verschillen, een beetje consult met onderzoekjes of wat ook is een kostbare affaire. Ik ken mensen die opgeteld voor een geliefd huisdier in korte periode zoveel moesten uitgeven dat ze er ook een heel stevige auto van hadden kunnen kopen. Bij de tandartspraktijken gaat het niet veel anders. Als ik tijdens mijn zoektocht naar een alternatief (zie blog 2803) kijk naar de heden ten dage kennelijk verplichte tarieflijsten rijzen mij de geschoren haren te berge. Zelfs de kleinste handelingen vragen een stevige investering. Voor 100 euro krijg je hooguit een controle voor elkaar. Wil je ook een bakkie koffie of thee valt een kappersbezoek (ook niet goedkoop) aan te bevelen want bij de tandarts moet je het allemaal nuchter en met zeer proper gebit te ondergaan.

De nieuwe klinieken zijn overigens vaak ook prachtig van uitvoering, dat scheelt natuurlijk kosten en naast de artsen zelf heb je de onvermijdelijke assistentes, vaak uitgezocht op uiterlijk, wat een zekere rust moet uitstralen of tenminste de geest doen afleiden van wat er nog gaat komen als die tandarts je even aan- of beetpakt… Ooit, lang geleden al weer, was ik te gast bij een door vrouwlief aanbevolen oudere tandarts in Amsterdam-Zuid. Gewoon (zoals veel huisartsen ook in die jaren) met een praktijk aan huis. Keurige wachtruimte, behandelkamer met een boor uit het jaar kruik, maar ook veel expertise. Voor een paar (oude) tientjes klaar. Tegenwoordig ondenkbaar. Net zoals huisartsen tegenwoordig allemaal in huisartsenposten zetelen waar een muur van assistentes/n meer zorgen dat je niet naar de arts kunt dan wel. Grootschaligheid is geen klantvriendelijk gebeuren. Maar het is ook niet bepaald goedkoper geworden. Teken des tijds. Maar hoe lang kunnen we het allemaal nog betalen? Komen we weer terug in de tijd van de elites die wel bij een dokter terecht konden, en het volk bij de langs dorpen en steden trekkende barbiers moesten hopen op een sjaggeraar met een tang om kiezen te trekken. Half litertje jenever achter de slechte kiezen en hup….. Tot die tijd laten we onze kinderen maar snel studeren. Beroepskeuze-stress is nu na het lezen van dit verhaal wel voorbij denk ik…. Toch? (beelden: Internet/archief)

Amsterdamse drieassers..

Amsterdamse drieassers..

De Tweede Wereldoorlog hakte er wat betreft het rijdend materieel van de Amsterdamse GVB stevig in. De bezetter nam een deel van de tramvloot mee naar huis als souveniers nadat het duidelijk werd dat Nazi-Duitsland op haar retour was. Dus moest men na de bevrijding roeien (rijden) met de riemen die men had. En die riemen waren schaars en ook min of meer uitgewoond. Toch kreeg men al snel een soort van rijschema overeind en konden de Amsterdammers weer naar school of kantoor met het openbaar vervoer. Men leende intussen trams uit andere steden, verbouwde oudere trams op zodanige wijze dat die wat meer comfort boden dan voorheen. Maar men snapte ook dat er nieuwe trams bij moesten komen die dat comfort nog eens extra zouden verhogen.

En na lang wikken, wegen, bekijken, onderzoeken en experimenteren besloot men een order te plaatsen in eigen huis. Een ontwerp van het GVB zelf kreeg de voorkeur boven allerlei andere trams vanuit fabrikanten die ook wel aan de slag wilden voor de Amsterdammers. De drie-assige trams waren geboren. Wagens met een erg aardig en toen modern uiterlijk. Vouwdeuren voor in- en uitstappen, een aparte zitplek voor de bestuurder en ook de conducteurs. Het signaal voor stoppen bij een halte werd voortaan visueel gegeven via verlichte glaasjes in de wagens en door een afgesloten cabine met verwarming waren deze trams een grote stap vooruit ivm de oudere blauwe twee-assers.

Een ding was wel jammer, want de beste aandrijving voor deze trams zou moeten komen uit Duitsland en dat was natuurlijk in die tijdsperiode ondenkbaar. Dus besloot men motoren te gebruiken uit oudere tramtypes die waren of werden gesloopt. Omdat de nieuwe trams nogal lang en zwaar bleken waren die motoren voor de moderne trams aan de zwakke kant. Daarbij moesten ze vaak over de hogere bruggen van de stad heen met volle last en dat ging niet van een leien dakje. De drieassers waren met hun aanhangers ook zodanig lang dat men sprak van ‘treinen’ en die konden op de lijnen die bijvoorbeeld door de smalle Leidsestraat heen moesten elkaar op de passeervlakken boven op de diverse bruggen niet passeren. Kortom er moest veel gesleuteld worden om de trams volledig inzetbaar te maken.

Toen in 1956 de eerste gelede en nog moderner trams in de stad arriveerden werden de drieassers vaak gezien als backup voor dat toen moderne materiaal. Vaak liet men dan alleen motorwagens op reservediensten rijden. Een deel aangepast met o.a. een nieuw lijnbord boven het voorraam, zoals bij die gelede trams die hen eigenlijk moesten aflossen. En feitelijk werden de eerste drieassers al sneller gesloopt dan normaal in Amsterdam bij trams het geval was. Toch bleven ze in allerlei vormen maar afnemende aantallen nog wel actief tot en met 1985. Toen pas gingen de laatste exemplaren naar sloop of musea die er eentje wilden hebben. Een enkel exemplaar verdween naar vrijplaatsen aan de rand van de stad waar ze zelfs als woningen werden ingericht. Al met al was het een opvallend tramtype dat ook een norm zette voor alle volgende opvolgers. Comfort, snelheid, bedieningsgemak en ook simpel onderhoud. Ik bewaar goede herinneringen aan die trams die altijd op de wat chiquere lijnen van het GVB reden. Want de passagiers in sommige wat duurdere wijken van de stad wilden niet meer in de oude half open blauwen worden vervoerd maar in comfortabele omstandigheden. En dat kon in die drieassers. (beelden: Archief/internet)

Rembrandt…

Rembrandt…

Terwijl mensen massaal in de rij staan om de ongetwijfeld prachtige expositie over Johannes Vermeer te bezoeken in het hoofdstedelijke Rijksmuseum stelde het bekende Hermitage Museum aan de Amstel in onze stad daar een echt schitterende tentoonstelling tegenover over Rembrandt en zijn vrienden. Men moet het in dat vroegere filiaal van het Russische Museum in Petersburg nu doen met spullen en onderwerpen die niet uit de gigantische voorraden van de vroegere tsaren komen maar men leent nu net als elk Nederlands museum bij bevriende en bekende collectiebeheerders. Wij liepen er halverwege de afgelopen maand februari even binnen. En dat was geen verkeerde beslissing.

Want Rembrandt heeft iets magisch. Hij was niet voor niets d e schilder uit zijn tijd en heeft kennelijk de nodige collegae geinspireerd met zijn talenten en techniek. Bij Rembrandt krijg je die op een presenteerblaadje opgediend. Details, techniek, maar vooral zijn manier om met licht te spelen maken elk schilderij een genoegen om naar te kijken. Zijn manier van uitlichten van de onderwerpen maken sommige beelden bijna driedimensionaal. En dat is niet iedereen gegeven. Ook zijn leerlingen niet. Dat zie je meteen als je deze expositie bezoekt en op je gemak bekijkt.

En dat moet je wel doen want er is niet alleen veel werk te zien, ook de nodige audiovisuele uitleg over hoe het allemaal zo gekomen is en welke leerlingen die Rembrandt allemaal voortbracht. Isaac de Jouderville, Pieter Lastman, Ferdinand Bol, Caspar Netscher, maar zeker ook Godefridus Schalcken. Die laatste heeft het talent van die belichting wel heel erg serieus genomen. Je kijkt naar zijn werken en denkt dat er echt een lichtje achter brandt of zo. Heel knap gedaan. Dat hij ook nog hield van rondborstige dames als model maakt het plaatje voor mij wel extra af. Maar ook Jan Steen is hier te zien, met zijn heerlijke huishoudens en geweldig losbollige feesten en partijen. Rembrandt heeft deze lieden (en meer) in zijn toenmalige woonsteden als Amsterdam en Leiden veel geleerd. Maar toch…er zijn er bij die het talent van de grote meester misten. Dat is net zo goed te zien in deze verder zeer overtuigende expositie. En de keuze voor dit onderwerp is een compliment waardig voor de nieuwe directie van dit inmiddels bekende museum.

Een andere weg ingeslagen, door omstandigheden gedwongen wellicht, maar daardoor niet minder interessant. Daarbij kwam dat wij het aanwezige personeel veel aardiger vonden dan we wel eens eerder meemaakten. Men is vriendelijk, klantgericht en gewoon plezierig in de omgang. Veel uitleg over wat je waar kunt doen of vinden. De museumshop is hier tegenwoordig een genoegen om rond te hobbelen. En probeer de culturele uitingen die men daar vanuit het museum vertaalt maar eens over te slaan. En o ja, ook over Vermeer liggen er de prachtigste drukwerken. Gewoon kopen en niet naar die drukke expositie gaan in het Rijks (scherts uiteraard,,). Mag je nog jaren lang genieten van al dat fraais wat die Nederlandse schilders zo beroemd maakt in het buitenland maar ook hier. De Hermitage was toen wij er waren niet te druk, het was daardoor alleen al een waar genoegen om er weer eens te vertoeven….En met je Museumkaart is het een fluitend genoegen. (beelden: Prive)

Ongemak…

Ongemak…

Bij toeval viel ik onlangs bij SBS-6 in een staartje van een programma met de titel ‘Liefde op het eerste gezicht’…Daarin laat men totaal vreemde mannen en vrouwen (of er andere combinaties worden benut is mij ontgaan) met elkaar kennis maken in een prachtige villa vol geneugten als een buiten-whirlpool etc. Die mensen hebben kennelijk vooraf aangegeven dat ze open staan voor een date met iemand die ze als ideaal zien voor een toekomstige relatie. De redactie maakt dan (kennelijk) een theoretische match en zet twee kandidaten dan ‘in the blind’ bij elkaar om te zien wat er van komt. En dan staan de camera’s (verstopt in de achtergrond) vol aan en hoor en zie je hoe het allemaal ver- en afloopt.

Want het is de gedachte bij deze formule dat die mensen na een nacht bij elkaar (vaak de een op de bank en de ander in het comfortabeler bed) besluiten of ze samen verder gaan of niet. Nou wat ik er van zag (latere uitzendingen ook wat stukjes gezien) komt dat in 80% van de gevallen niet goed. En dat is ook niet zo gek want wat missen veel mensen toch het talent om aardig met iemand van de andere sekse om te gaan als het er op aankomt. In het beste geval klappen ze dicht en zwijgen minuten lang, wat voor de ander een ramp is. Maar nog erger zijn de kandidaten die op voorhand al aangeven wat ze van de ander vinden. Zoals de man die na het zien van de vrouw die binnenstapt en haar jas uittrekt aangeeft meer een ‘billenman’ te zijn en die bij haar mist. Of de vrouw die aangeeft dat ze niets ziet in iemand van haar eigen leeftijd en dan tegenover een man komt te staan de 10 jaar jonger is maar ouder lijkt.

En die mensen maar ingestudeerde lijstjes afwerken over hobby’s en zo meer. Of met voorgekookte kaartjes antwoorden van de ander trachten te ontlokken. Was er een jongen bij die aan het meisje tegenover hem vroeg of zij ‘hield van sex’ waarop zij met bijna rode konen bekende dat ze dat ‘heel lekker vond’ maar dacht dat het bij hem niet zo te halen viel. De stiltes die daarna vallen zijn oorverdovend. De volgende dag is nog leuker. Dan is er altijd een die de andere kandidaat echt leuk vindt en dat aangeeft om dan te moeten aanhoren dat die ander de betrokkene ‘echt niet zijn/haar type te vinden’ en de koffer pakt om naar huis te gaan. De tranen vloeien dan vaak bij de afgewezen kandidate, want helaas het zijn vaak de vrouwen die afgewezen worden. Niet zo gek als je die mannen eenzijdig naar de bank hebt verwezen en die echt een gebroken nacht meemaakten. Hoe dan ook, bij alles wat ik er van zag constateerde ik dat een gebrek aan basiskennis van wat aantrekkelijk is een groot probleem kan opleveren. Hoe een man zich zou moeten gedragen in de aanwezigheid van een vrouw met wie hij denkt eventuele verdere plannen te maken. Of hoe omgekeerd, charmant gedrag van een vrouw richting man, vaak totaal mankeert. En dat daarom die ‘match’ in hun leven er niet is of zal komen. Openstellen voor wat er op je afkomt en accepteren dat je wellicht niet behoort tot de eredivisie van wat schoonheid, elegantie of intelligentie normaal in zich heeft, gecompenseerd kan worden door leuk en lief gedrag. De ander als een prins of prinses behandelen. ‘Rozen, rumbonen en rode wijn, dat moet voor elke vrouw toch voldoende zijn’, zong Van Kooten ooit in een persiflage van een serieuze Don Juan. Nou zelfs tot die drie basis-elementen kennen kandidaten in dit programma niet. Maar het was en is smullen voor iemand zoals ik…..(Beelden: Archief)

Terugblik…

Nu hij net zijn 80e verjaardag had gevierd en nog eens mijmerde over hoe zijn leven tot nu toe was verlopen kwam hij al snel tot de slotsom dat hij best wat kansen had laten lopen die wellicht zijn leven of carriere hadden kunnen doen veranderen. Hij was niet ontevreden hoor, daar niet van, maar als hij soms aan bepaalde dingen dacht die hij niet durfde of door invloed van zijn ouders of toenmalige partner niet mocht, zuchtte hij diep. Want hij had kansen genoeg gehad. Zo dacht hij terug aan Tiny, die blonde meid waar hij helemaal gek op was en die hem had geleerd goed te kussen. Zij was echt een meisje naar zijn hart geweest, maar van huisje-boompje-beestje moest hij toen nog niks hebben. Hij wilde de wereld verkennen, en ondanks haar passionele aanpak van hun liefdesleven koos hij toch liever voor reizen en trekken. Hij had veel landen gezien, steden bekeken, en toen hij onderweg Louisa tegen was gekomen viel hij als een blok voor haar zuidelijke temperament. Dat was leuk geweest op de warme stranden in haar thuisland, maar eenmaal hier in het toch wat kille Nederland, viel de relatie met haar niet zo mee. Ze was vinnig, vond ons land maar niks, en hij kon als het er op aankwam eigenlijk niet goed met haar door een deur. Dus nam hij afscheid en zette haar op de trein terug naar huis. Hij ging werken voor zijn vader, in de bloemen. Was op zich leuk werk, maar ook wat saai. Elke dag verliep zoals de vorige of de volgende. Gelukkig verdiende hij aardig. Kocht zich een auto, huurde een leuk huis, vond Annelies en trouwde met haar. Passie was niet hun ding, maar ze kregen wel 2 kinderen. Alles wel aan boord. Zijn vader deed op enig moment het bedrijf aan hem en zijn broers over. Maar het ondernemerschap paste hem niet. Hij liet het aansturen van het bedrijf aan de anderen en werkte zoals hij altijd deed. Mopperde niet, droomde wel, maar ontdekte ook dat wat hij eigenlijk wilde, nu niet meer kon. Van reizen kwam niet veel, andere mensen ontmoeten lukte nauwelijks en de relatie met zijn schoonfamilie was maar zozo. Kortom, het leven kabbelde voort. Hij werd 50, 60, 70 en nu 80. Annelies was hem intussen ontvallen. Zijn kinderen volwassen en zelf ouders. Ze kwamen af en toe bij hem langs, zoals met verjaardagen. Mooie vrouwen waren niet meer aan hem besteed. Het leven was hem best genadig geweest, hij leefde gezond en was zelden ziek. Maar toch miste hij de passie uit zijn jeugd. En tegelijk wist hij dat die nooit meer terug zou komen. Hij zuchtte nog een keer, deed de gordijnen dicht en liep naar de keuken. En kopje koffie zou hem goed doen. Zoals hij dat vroeger met Annelies ook deed. Ach die Annelies….. Hoe zou het trouwens zijn met Tiny? Moest hij toch eens opzoeken. Misschien kon zijn kleinzoon Jim hem even helpen met Facebook…….

Keuzes…

Keuzes…

In maart a.s. gaan we met zijn allen stemmen. Toch? Om de democratie te redden van al te opdringerige types die ons een groene maar ook evengoed communistische dictatuur in willen loodsen dan wel als land opheffen om de macht over te hevelen naar Brusselse ongekozen types. Intussen weten we wel wat we in beide gevallen straks niet meer mogen. En dat is veel. Zo las ik onlangs dat we bijvoorbeeld geen taart meer mogen eten, geen drank meer drinken, geen drugs mogen gebruiken, niet meer mogen reizen, vakantie vieren, vliegen, plezier varen, autorijden, andere mensen in de maling nemen, te lang blijven wonen in ons eigen huis, kritiek mogen hebben op hen die de kantjes er vanaf lopen, we mogen niet twijfelen aan de klimaatprofeten, we mogen niet tegenwerken als het een beetje druk wordt door al die immigratie, we mogen geen kritiek hebben op de eenzijdigheid van de media, kortom, we mogen niets meer.

Zwarte Piet in de ban, het Kerstfeest omgedoopt tot Winterfeest, we mogen niet meer vissen, koeien zijn de dood voor de planeet, honden zijn Co-2 uitstoters dus moeten verboden worden, katten mogen niet meer naar buiten, we mogen geen vee slachtende wolven afschieten, maar is wel elke andere vorm van selectief ruimen toegestaan. Net als achter de polonaise van extreemlinkse types aan lopen met hun flauwekul. Nee, het land wordt er niet beter van als deze jongens en meisjes het voor ons gaan uitmaken. Nou ja, nou doe ik het weer, ik verdeel de mensheid in twee geslachten en er zijn nog zoveel andere schepselen die ik niet mag beledigen. Nee, want de problemen die deze mensen hebben zijn zo groot dat die van het Oekrainse volk (om er maar een te noemen) er bij in de schaduw staan. Kortom, er valt veel te kiezen, deze keer weer. En ik stem dus vanuit mijn carriere en ervaring binnen bepaalde werkkringen, en natuurlijk ook mijn hart.

Ik zelf wil Nederland gewoon als mijn eigen land blijven beschouwen. Een land dus dat niet wordt gekaapt door mensen die alleen het eigen belang vertegenwoordigen en maling hebben aan de al eeuwen bestaande samenleving, cultuur, economie en werkgelegenheid. Denk al die dingen nu eens weg die ik noemde, pas al die verboden toe, al die vingertikkerij. En zie dan dat je daarna terugvalt naar het niveau van de Middeleeuwen met al de bijpassende vertrutting, vergrauwing, dictatuur en inperking van vrijheden die we nu nog als actueel en normaal aanvaardbaar zien. Waar we dus nu de religie zouden inruilen voor een revolutie vol afkeer en haat. Wij zijn van oudsher een tolerant volkje en we kunnen goed overweg met binnenkomers en andersdenkers. Mits die zich democratisch gedragen en geen eisen opleggen aan hen die zelf anders denken. Pas dan zijn de democratie en de vrijheid van meningsuiting veiliggesteld. En daarover gaat het tenslotte. Niks anders. Dus stem en kies wijs. En laat je niet meeslepen in de doctrines van hen die menen dat wat zij verkondigen de enige waarheid is. Dus ook niet door mij hoor…Doe wat je hart je ingeeft. Als dat maar is wat ik adviseerde…:) (beelden: Prive archief)

Jeugdige passie…

Jeugdige passie…

Ik zal er vast wel eens eerder over hebben geschreven in mijn blogs van de afgelopen jaren, maar los van de auto’s in de straat waar ik in de jeugd woonde en die ook bij ons thuis passeerden als onderdeel van de ‘handel’ of die van de overburen, dat garagebedrijf waar ik mijn kennis op dat punt extra aardig mee kon opvijzelen, was er nog een factor die me direct als jong mens intrigeerde. Die van de luchtvaart. Want als geboren Amsterdammer wist ik dat vlakbij de grote stad een vliegveld lag waar een maatschappij actief was die grote daden had verricht in het verleden en dat nog deed in het toenmalige heden. Schiphol en de KLM! Een luchthaven en maatschappij om trots op te zijn en mij ook direct intrigeerden.

En dat het trots makende KLM er nog vloog met van die fantastische toestellen als gebouwd door Lockheed of Douglas hielp zeker mee. Plus dat er door Fokker werd gevlogen met o.a. door hen gebouwde Gloster Meteors maakte het beeld compleet. Zo vaak als ik kon jengelde ik de ouders of oudere broer aan de oren om daarheen af te reizen. Later deed ik dat zelf. Per fiets, om dan hele dagen te verkeren langs de startbanen of met een gekocht kaartje op de uitkijkpromenade die de luchthaven toen rijk was. En dan keek je naar al die vliegtuigen die naar bestemmingen vlogen als Teheran, New York, of zoiets als Dusseldorf of Parijs.

Er waren toestellen te zien uit Oost-Europa. Boedapest, Praag, Warschau hun plaats van herkomst, en dan die Britse machines met hun zo kenmerkende uiterlijk. Ik keek naar de grondafhandelaars met hun tractoren en karretjes vol bagage of vracht. Aan de rechterkant van het toenmalige platform de vrachtmachines. Oude Dakota’s, DC-4’s, soms een prachtige Curtiss C46 of als je geluk had een Avro York, een toestel dat al i n WO2 was ontwikkeld. Je zag de bloemenkisten van Autair, een bedrijf uit Engeland dat vluchten verzorgde tussen Schiphol en Berlijn in oude Vickers Vikings. En elke kist had zijn eigen kenmerkende eigenschappen en geluiden. Ik kende ze als jong mens al heel snel uit de bol. ‘Wist er alles van’, maar wat ik wist nog best beperkt natuurlijk. Zelfs in de winter was ik er in de vrije uurtjes te vinden.

Ik had op enig moment een brommer beschikbaar en dat gaf me nog meer vrijheid. Schreef alles op wat ik zag, vertaalde het in het klein naar mijn eigen luchtvaartwereldje thuis. (zie 2012-22)Toen leuke meiden in mijn leven kwamen moesten zij hun al dan niet gemeende liefde voor mijn persoon delen met die voor de gevleugelde vrienden. Ze werden meegenomen naar de luchthaven en ik beoordeelde hun drang naar kennis over wat mij bekoorde al dan niet met het besluit dat het ‘niks werd’. Degene die het vol hield en samen met mij in de kou naar die kisten ging kijken bleef ook in mijn leven.

Tot nu aan toe zelfs. Gekte (passie) kent geen grenzen natuurlijk. Hoe dan ook, de luchtvaart bekoorde me zo zeer dat ik er als vroege werker alles aan deed om op enig moment mijn baan in de banqaire wereld te verruilen voor een op Schiphol. En wat was dat geweldig. De kantoorplek echt om de hoek van platforms en banenstelsel en dan tussen de middag die kisten voorbij zien of horen komen en de geur van hun motoren ruiken. Het bleek ook een harde leerschool. Niks mis mee, je kreeg er ook een degelijke opleiding. En nog altijd is die passie aanwezig. Ik sta niet meer zo vaak langs de banen, het gedoe op Schiphol houdt me buiten de panoramadekken waar je naar de vliegtuigen op de platforms kunt kijken. Ik heb intussen zelf honderden uren gevlogen in talloze vliegtuigtypen. In die zin is de passie leidraad geweest in mijn verdere leven. En dat alles omdat ik bij toeval werd geboren op een plek die directe verbinding met dat vliegveld naast de stad in zich had. En ik dus wist en weet dat Schiphol en Amsterdam met elkaar verbonden zijn. Zou voor veel van de beroepsklagers die na 1919 hier zijn komen wonen een stukje kennis moeten zijn. Maar dat is een andere discussie….(beelden: archief/internet)

Japans buitenbeentje; Subaru!

Japans buitenbeentje; Subaru!

Om de geschiedenis van veel Japanse merken te begrijpen moet je soms inzicht zoeken en verkrijgen in hoe de diverse industriele complexen in dat Aziatische land onderling met elkaar omgaan. Soms leunen ze zo dicht tegen elkaar aan dat ze eigenlijk vermengen met andere bedrijven en de scheiding van twee merken lastig is aan te geven. Zo is dat ook bij Subaru het geval. Het merk heeft als moeder tegenwoordig Toyota waarmee het technieken deelt, maar voorheen was daar Fuji Heavy Industries de baas. En controleerden managers van Fuji ook de marketing en verkopen van die eerste Subaru’s die in 1958 op de fabrieksbanden werden gezet.

Het bedrijf baseerde technisch weer op Nakajima Aircraft Company en dat bedrijf had in WO2 heel wat gevreesde jachtvliegtuigen en motoren geleverd aan de Japanse strijdmacht. Opvallend was ook dat Fuji-Subaru in het begin van haar bestaan naast auto’s ook sport/lesvliegtuigen ging leveren die ook in ons land bekend raakten. Maar laat ik mij beperken tot die aardige auto’s. De eersten daarvan waren zeer bescheiden types. Miniwagentjes met een heel kleine motor, die achterin werd gebouwd. De vormgeving leek op die van een in te hete was gekrompen VW Kever. Driewielers, overdekte scooters, maar later ook soortgelijke en bescheiden vierwielers.

Een bedrijfswagentje in de vorm van de Sambar deed de verkopen van het toen nog nieuwe merk snel stijgen. Zoals bij zoveel Japanse merken leerde men door te doen waar men goed in was en kwam Subaru in de jaren 70 met de L-serie, die we hier Leone noemden. De verkopen bleven bescheiden want de vormgeving was bepaald niet des Nederlanders en de wat grommende boxermotor kon niet iedereen bekoren. Maar juist aan dat principe bleef Subaru trouw. Althans bij haar grotere modellen. Men maakte op enig moment ook kleine wagentjes die op de prijs werden verkocht.

Denk maar eens aan de Mini-Jumbo of Justy die ook bij ons aardig populair werden. Op enig moment besloot Subaru om al haar modellen uit te rusten met 4-wiel-aandrijving. Dat remde de verkopen vanwege de hogere prijs meteen in ons land, maar elders in de wereld werd dit principe zeer verwelkomd. En wie kent niet de meer dan geweldige Impreza WRX die vanaf de jaren negentig het rallycircus in de wereld domineerde. Vlot ogend, turbo, vlam in de pijp en die vierwielaandrijving. Ook voor jonge lieden die er een tweedehands kochten was dit wel een geweldige wagen. De caravantrekker hield het bij de Forrester, die ook bij mensen in de bosbouw aftrek vond.

Het huidige gamma is modern, niet goedkoop, wel loei-betrouwbaar en nog echt Japans. Men levert sportwagens aan Toyota en de kleine Justy aan Daihatsu (ook een dochter van Toyota). In eigen land heeft men dan ook nog een hele serie zgn. Key-cars in de aanbieding die met hun lengte van net 3.30mtr geweldig veel rijplezier leveren. Maar die deels dan weer afkomstig zijn van Toyota. Want verwarrend blijft het met die Japanse merken. Neemt niet weg dat je bij Subaru veel auto voor je geld krijgt, al moet je dat geld wel even bij mekaar sparen. Geen prijstrekker meer in ons land en dus een merk in de marge. Maar je rijdt dan wel weer exclusief. Ook wat waard….(Beelden: Archief)

Bloghistorie…

Bloghistorie…

Na al die jaren bloggen is het aardig om nog eens om te kijken en te bezien hoe dat er in het begin van dat femoneen aan toeging en hoeveel er intussen is veranderd. Want in die jaren dat velen van ons via zgn. Internetfora de blogwereld in rolden kwamen ook die andere sociale media op en zag je na een paar jaar de vlucht naar voren voor veel oudere en/of ervaren bloggers van toen, richting het Facebook, Twitter, Instagram en meer. Ik heb er nog altijd een stel in het vizier of binnen de vriendenkring die ooit met die blogverhalen een hele gemeenschap vormden met figuren zoals ik. Ik was al snel ingeburgerd in die blogwereld van pakweg 16-17 jaar geleden.

Ik kon er mijn persoonlijke verhalen kwijt, pakte de actualiteit nog wel eens beet en liet me niet onbetuigd in discussies over zaken die er naar mijn idee toe doen zoals over politiek of zo. We kregen soms contact met elkaar, linkten onze blogs met anderen en gaven over en weer onze blijken van waardering of afkeuring over wat anderen of ik zoal oreerden. Sommige mensen organiseerden zeer actief zgn. blogmeetings, wat je veel leerde over de mensen achter de blognamen (veel daarvan anoniem en verscholen zich achter een blognaam). Een deel werd vriend(in) voor het leven, anderen werden al snel schimmen en verdwenen in de nevelen van de tijd. Een enorme knak kwam in het wereldje toen een van de aanbieders van de toen populaire blogplatforms, Sanoma, de boel in het honderd liet lopen waardoor heel wat bloggers hun eigen teksten en contacten kwijt raakten.

Opnieuw gestart in WordPress, weer wennen, nieuwe contacten opbouwen, het was veel werk en voor sommigen teveel. Die verhuisden naar die eerder genoemde sociale media. En waren derhalve verloren voor de blogwereld. Anderen kregen in hun eigen irl-omgeving te maken met veranderingen. En die waren dan zodanig dat ze geen tijd of zin meer hadden voor of in dat delen via blogs. Ik zelf koos er voor om naast mijn toenmalige autoblog en nog wat schaduwblogs in Belgie, me te concentreren op wat ik nu nog doe. Later vielen de Belgische af en staakte het autoblog haar diensten. Ik deed veel (nu nog) over naar Facebook en consorten waar het eenvoudiger is om nieuwe contacten te maken. Blog hier nu nog drie keer per week, nieuwe linkpartners volg ik op de voet en geef waar het kan altijd mijn commentaren. Want ik lees jullie natuurlijk allemaal als je actief bent. Vanuit de gedachte dat dit omgekeerd ook zo is. In de loop der tijd zijn er heel wat lurkers uit mijn linklijstje verdwenen. Eenzijdigheid is niet mijn ding. En alle persoonlijke aanvallen die mijn deel waren leid(d)en ook tot blokkades. Kortom, dat bloggen is sterk veranderd door de jaren heen. Maar nog steeds heb ik inspiratie genoeg om er mee door te gaan. Mits jullie mij lezen natuurlijk. Via de link naar Facebook en Twitter gebeurt dat natuurlijk nog steeds ook voldoende. Vandaar de keuze. En langzaam aan voel ik mij toch wel een Blog-senior. Na al die jaren…. En nu jullie, hoe lang ben je al bezig hiermee en wat maakt dat je er mee door blijft gaan? Ik ben benieuwd naar de reacties….(Beelden: Prive-archief)