Heerlijk om af en toe even van die typisch zomerse kulfeiten te achterhalen waar je verder niets meer mee kunt dan je er over verwonderen of een blogje schrijven. Ook al omdat onder bepaalde weetjes ook aannames en vooroordelen verborgen zitten die soms zeer hardnekkig zijn. Zo weten we ‘allemaal’ dat de Zeeuwen het zuinigst zijn…toch? Uit een feitenlijstje dat ik vond in het blad Quest blijkt dit echter niet zo. Zeeuwen zijn spaarzaam, maar zeker niet zuinig. Van alle inwoners van ons land geven zij het meest aan goede doelen. Vast een gevolg van hun christelijke geloofsachtergrond, maar toch. Zeeuwen stoppen gemiddeld 8,29 Euro per jaar in collectebussen, waar de rest van Nederland het houdt op E.6,60. Maar ook voor de rest van hun financiele leven zijn Zeeuwen best ruimhartig. Nergens in ons land vindt je zoveel juweliers als juist in die provincie. En die bestaan bij de gratie Gods en de klantenkring die kennelijk houdt van de juiste vooral glimmende investeringen. En als we het toch hebben over zaken die meer bestaan uit vooroordeel of onbewezen stelling, waar denk je wonen de mensen met de meeste luchtwegaandoeningen zoals astma of chronische bronchitis?
Anders dan je zou verwachten is dat niet in de drukke Randstad. Hoe graag de milieufanaten daarop ook wijzen of aandringen om hun (belasting)zin door te kunnen drijven. Nee, de meeste mensen met die aandoeningen kom je tegen in het open en drukte vrije Drenthe. Een provincie waar de stedeling met veel plezier gaat fietsen om zo ‘de frisse lucht’ op te doen. Als je dat wilt is Noord-Brabant een betere keuze. De minste aandoeningen per hoofd van de bevolking. Cijfers? Nou, in Brabant hebben 7,1% van de daar levende mensen een chronische aandoening van de ademwegen, Nederlanders gemiddeld staan op 7,6%, maar in Drenthe is dat dus 10,1%! Direct gevolgd door de Groningers met 9,2%. Op dit punt is het daar dus ook al niet zo heel fijn om er te wonen. Trouwens, uit die cijfers waarover je toch eens moet nadenken, blijkt ook dat de mensen uit de noordelijke provincies bovengemiddeld vaak een kunstgebit bezitten. Veel meer dan in de rest van Nederland. Hoe dat komt? Ze zijn daar gemiddeld ook wat ouder. Zouden ze alleen daarom al zoveel kwalen vertonen? Je hebt er niks aan, maar toch leuke kennis voor de liefhebber…toch?

Stom toevallig besloten we om die nieuwe boekwinkel in Weesp eens te gebruiken om niet alleen de culturele behoeften, maar ook het verlangen naar een ‘bakkie’ te bevredigen. Die winkel is relatief nieuw en kwam in de plaats van een ouderwetse zaak die een paar jaar terug failliet ging. Deze nieuwe winkel zit heel anders in elkaar en heeft zoals vaak tegenwoordig, ook een koffiehoekje waar men even lekker kan vertoeven. Aardig mensen ook. Gezellig druk. Tussen alle bezoekers en teamleden die we niet kenden een bekend gezicht. ‘Verhip…dat is toch die commissaris’ zei ik nog. Namen ben ik zo slecht in, maar gezichten vergeet ik nooit. ‘Ja, van Riessen’ zei mijn vrouw stellig en die heeft een ijzeren pot qua geheugen. Verdraaid ja, dat was hem. Zou die ook in Weesp wonen als ‘Amsterdammer’? We filosofeerden wat. De hoofdpersoon in ons raadsel kwam even later ook de koffiehoek inlopen. Kreeg een lekkere espresso en wat water. Spontaan ontstond er een gesprek tussen ons drie. Hij schoof aan bij onze tafel. Binnen de kortste keren werd het een geweldig leuk gesprek.
We begrepen dat hij hier niet woonde maar zijn boeken kwam promoten. De winkel had een hoekje ingericht voor dat evenement. Joop van Riessen is auteur van inmiddels acht boeken met Anne Kramer als hoofdpersoon. Die Anne Kramer is, niet verbazingwekkend, commissaris van politie in de drukste stad van ons land, Amsterdam. En Joop van Riessen gaf haar een stukje van zijn eigen (spontane) karakter mee, maar modelleerde haar verder op zijn dochter. Zelfde leeftijd en een echte vrouw. Hij rolde na zijn pensionering eigenlijk bij toeval in het schrijversvak. Baantjer was op leeftijd en de behoefte aan de menselijke maat binnen dit soort lectuur trekt nog steeds veel lezers. De uitgever zat hem echt achterna om er mee te starten en toen hij eenmaal bezig was kon hij zelf eigenlijk niet meer stoppen. De verhalen komen uit zijn laptop zoals hij ze vertelt. Vlot, soms indringend, spannend! Als je in een jaar of acht/negen tijd acht boeken op de markt brengt heb je talent. En juist omdat Joop van Riessen zoveel heeft meegemaakt als echte Amsterdamse misdaadbestrijder, want dat is hij toch geworden in die 45 dienstjaren, is het zoeken naar onderwerpen geen grote moeite voor hem.
Tijdens de presentatie in die boekhandel daar in Weesp bleek ook dat de man breder kijkt naar de maatschappij dan in simpele termen van ‘zwart’ of ‘wit’, maar de ogen niet sluit voor de kwaden die woekeren in de moderne maatschappij. Een link tussen het familieverleden (in zijn laatste boek ‘Moord op de Tramhalte’ trekt hij al een sluier weg van die persoonlijke geschiedenis) maakt zijn boeken nog intrigerender. Zelf is hij geboren in Overveen, niet ver van Haarlem. Woont nu deels in zijn oude omgeving en werkt een ander deel vanuit een leuk appartement onder de schaduw van de Westertoren. Het was geweldig om deze toevallige ontmoeting mee te maken. Natuurlijk kochten we een boek, hij signeerde het persoonlijk en ik gaf hem mijn kaartje. Want ja, auteurs onder mekaar…moet kunnen. Alleen snap ik wel dat ik niet in de schaduw kan staan van een man die elk jaar een boek op de markt brengt. Ik ben al blij als het mij dit jaar nog lukt om nummer drie uit te brengen. In een even lange periode! Met een beetje extra inspiratie moet dat lukken. En dat kreeg ik toch ook van Joop van Riessen. Al was het maar om de manier waarop hij naar dat schrijven kijkt. Geen last maar lust. En dat scheelt veel denk ik. Aanrader mensen! Anne Kramer als hoofdpersoon, Joop van Riessen als schrijver. Bij de betere boekhandel te koop! Zoals die in Weesp! Of te bestellen bij uitgeverij De Kring! Voor E.18,50 een hoop plezier!
Die bootjes waren relatief snel, je had er binnen- en buiten zit- of staanplaatsen en de cabine voor de kapitein/stuurman was een beetje hoger gelegen dan de plek waar de (Vaak vele)passagiers werden ondergebracht. Regelmatig voeren die bootjes over het IJ heen en weer, vaak op volle kracht en zo ontweken ze behendig de grote vaart. Maar niet de golven en dat wilde nog wel eens uitpakken in een aardig nat pak door overkomend water voor hen die op het open dek vooraan waren gaan staan. De bootjes kregen de (bij)naam van de rederij, Bergmann. Intussen allang geleden overgenomen door Mokumse rondvaartgrootheid Kooy, maar indertijd een bedrijf met een aardige vloot schepen. Het aardige van die bootjes was ook dat je er mee werd afgezet bij de begin/eindhalte van de trammetjes naar/door Waterland naar Volendam. Dat was handig voor hen die bijvoorbeeld in Ilpendam woonden en in Amsterdam werkten, maar ook voor de nodige toeristen.
Een uitstapje naar Volendam was best een heel dagje. En nog leuk ook. Mijn moeder nam ons als kinderen nog wel eens mee. Het meest spannende toch het varen met dat bootje van Bergmann. Vanwege die golfslag. En je hoorde dan ineens tot die schepen die daar allemaal voorbij voeren. Hetzelfde gevoel had ik vorig jaar toen we met een veerpontje overstaken van Noord naar het CS tijdens Sail. Tussen die enorme drukte van passerende jachtjes en af en toe toeteren als er weer een kano of half gezonken plezierscheepje voor die grote pont langs trachtte te komen. Maar toch wel heel anders dan in mijn jeugdjaren en aan boord van die Bergmannbootjes. Al was het maar door die golven. Of zijn die in je jeugd gewoon hoger omdat je zelf kleiner bent? Zou zo maar kunnen. Maar het is een herinnering die me niet zo snel los laat. En dat is voor mij al heel bijzonder…net als die bootjes zelf! (Beelden: Historisch archief/Bakker archief/Binnenvaart)

Het zal er vast mee van doen hebben dat ik mijn leven lang in de buurt heb gewoond, maar Schiphol was en is een vast onderdeel in mijn leven. Het dit jaar precies 100 jaar bestaande vliegveld startte ooit in 1916 als een ‘vliegweide’ waar de eerste pioniers in ons land zich de lucht in waagden met hun fragiele bouwsels die deels afkomstig waren uit oorlogsbuit. Nederland was in dat jaar niet betrokken bij de Eerste Wereldoorlog die toen in de landen om ons heen woedde, maar onze strijdmacht wilde wel op moderne wijze (..) meedoen met de ontwikkelingen. Soms werd ons dat aangedragen via in ons land neergekomen vliegers wiens vliegende kratten snel door de Nederlandse soldaten werden opgelapt en ingezet voor eigen gebruik. De vliegweide Schiphol was dan ook een militaire basis. Paar loodsen, drassig grasveld en vliegen maar.
Overigens dankt Schiphol haar naam aan de vele schepen die in deze hoek van de Haarlemmermeerpolder ten onder waren gegaan toen die polder nog een enorm meer was. De heersende winden zorgden voor veel onheil en ellende en deze hoek van het meer kreeg al snel de naam ‘Scheepshol’. De verbastering naar de latere naam voor het vliegveld is een logische. Pas toen Plesman met zijn KLM op Schiphol neerstreek en de eerste luchtlijnen startten kreeg Schiphol enige naam en allure. Overigens wilde Plesman het liefst op een andere plek een groter vliegveld, maar door steun en enthousiasme van de Amsterdamse bestuurders bleef Schiphol waar het was en groeide het uit tot wat het nu is.
Het is een enorme oppervlakte geworden die in niets meer lijkt op dat oude vliegveld dat tot 1967 dienst deed maar al snel veel te klein was geworden voor de toenmalige vliegtuigen en stromen passagiers. Schiphol werd Schiphol-Centrum en Schiphol Centrum veranderde zodanig dat men nu van Schiphol City spreekt. Het vliegveld is een 24-uursbedrijf geworden, met winkels, treinstation, busverbindingen naar vele uithoeken en dagelijks luchtlijnen naar de meeste uithoeken van onze planeet. Overstappunt voor heel veel passagiers die de faciliteiten waarderen en de strakke organisatie die men op Schiphol al zo lang koestert en aanbiedt. Niet voor niets wordt het vliegveld internationaal gewaardeerd, al zakken we (..) wel steeds verder weg. De bouwactiviteiten met bijpassend ongemak laten hun sporen na. En de concurrentie slaapt niet. Schiphol is ook druk geworden, heel druk.
Er moet verlichting komen van die druk. Dat zocht en vond men op Lelystad Airport waar over niet al te lange tijd vakantievluchten zullen gaan en komen. Waardoor op Schiphol zelf ruimte ontstaat voor vluchten met nog apartere bestemmingen als uitgangspunt. Het vliegveld bouwt hiertoe een nieuwe terminal, het oude vrachtgebouw en kantoorflat, waar ik zelf nog eens 12 jaar werkte, wordt afgebroken, nieuwe platforms aangelegd. Schiphol groeit en bloeit. En dat tegen de stromen in die zowel in het weer en de politiek altijd over het vliegveld zijn heengetrokken. Ondenkbaar om Schiphol op te heffen of te verplaatsen. Tientallen miljarden Euro’s voor nodig, en 200.000 banen op de tocht. Nee, beter om in de omgeving aanpassingen te doen. Niet te dichtbij bouwen en zo meer. Maar ook dat is de afgelopen 100 jaar weinig veranderd. 100 jaar Schiphol. Het wordt gevierd. Diverse exposities (net een geopend in Hoofddorp, v.a. September a.s. in Amsterdam Museum) een paar boekwerken, en dit blog. Schiphol verdient het. En ik ben blij dat ik heel wat jaren heb liggen op en rond die trots makende nationale luchthaven.
Over Amsterdam en mijn liefde voor die stad heb ik in mijn vorige verhaal al eens stevig uitgepakt. En die liefde kan best met een dubbel gevoel gepaard gaan hoor. Door de jaren heen is de stad niet altijd ten positieve ontwikkeld. Maar hij leefde en leeft wel en dat is ook door kunstenaars in die perioden vastgelegd. Schilders, schrijvers, fotografen, filmers. Allemaal vielen ze voor deze stad en zijn inwoners en er is ongekend veel werk gemaakt dat deels in de schappen bij musea is opgeslagen. Het Amsterdam Museum, ik schreef er in voorkomende gevallen al eens eerder iets over, exposeert momenteel werk van juist die kunstenaars. De stad centraal gesteld, maar meteen ook een mooi overzicht van de geschiedenis. Onder de naam MADE IN AMSTERDAM loopt deze expositie van 11 maart tot en met 31 juli a.s. in dat erg aardige museum dat je vindt aan de Kalverstraat 92 in Amsterdam. 
Nu is dat museum op zich al een genoegen, waar je snel leert waarom Amsterdam zo uitgroeide tot de stad die het nu nog steeds is, maar door de ogen van deze kunstenaars komen er dan weer wat andere zaken naar boven dan de bekende beelden van havens, schepen en mooie panden. De gewone mens is in Amsterdam natuurlijk van het grootste belang geweest en die krijg je bij deze tentoonstelling goed in beeld. De toegangsprijs voor het museum is E.12,50, kinderen tussen 5/18 betalen E.6,50, voor jongere kids is de toegang gratis. Je kunt er in tussen 10/17.00u, ook op zondag. Er zijn liften en op elke etage toiletten en zitplekken. Kortom, geen excuses om niet te gaan. Zeker niet met een Museumjaarkaart….
Ik merk ook dat naarmate mijn leeftijd zorgt voor steeds meer kaarsjes op de al dan niet in huis gehaald of zelf gebakken taart rond mijn jaardagen, ik die stad meer koester. Die grachten, de oude panden, de straatjes met hun winkeltjes, de vele eethuizen. Mijmerend staar ik wel eens over het IJ waar vroeger de oude zeeschepen voorbij kwamen en het een levendige toestand was. Ik mis nog wel eens die oude gierende blauwe trams, de oer-Amsterdamse gezelligheid. Een koffiehuisje waar je naar binnen kon voor echte koffie met een Moezelientje of Kano. Ik mis het platte Amsterdams. Wat je tegenwoordig hoort is vaak een mengeling van alle landaarden die deze stad lijken te hebben geannexeerd. De ware Amsterdammer trok zich steeds meer terug. Verspreidde zich richting Noord-Holland, Flevoland of Haarlemmermeer.
Wilde een echt huis met tuin en een min of meer witte school voor zijn kinderen. Het haalde soms de kern uit een bepaalde buurt, maar legt ook vingers op zere plekken. De echte Amsterdammer is niet gespeend van humor, en dan ook nog van de wat ironische soort. Soms met een vleugje joods verleden. En dat is nodig als je ziet wie deze stad zoal menen te moeten veranderen. Een paar decennia falend stadsbestuur, megalomane stadsdeelbestuurders, provinciale amateurs die op politieke stromen een functie krijgen in de grootste stad van ons land en dat het liefste zien veranderen in een groot toeristisch dorp. Het liet allemaal haar sporen na. Kijk naar het chaotische verkeer, de anarchie van krakers, fietsers en scooters, het gebrek aan overzicht. En toch, mensen, ik blijf het een lekkere stad vinden. Kom ik dan nooit ergens anders? Natuurlijk wel. Veel en vaak. En daar zitten ook plekken tussen die ik best leuk vind. Maar daar hangt dan uiteindelijk toch niet die sfeer die Amsterdam zo leuk maakt. Want veelkleurigheid kent ook haar pluspunten.
Ik ben de laatste die dat niet wil erkennen. Voorbeelden zat van ontwikkelingen die bijdragen aan het fijne karakter van die stad. Wonen deed ik er lang, tot we besloten om na een Bijlmer-avontuur de grote tocht oostwaarts te maken en in Almere neer te strijken. Met een wijk vol andere Amsterdammers. Begin jaren tachtig. Eindelijk geen verloedering meer en ook geen criminaliteit. Ruim tien jaar later verhuisden we weer terug. Naar de zuidkant van de stad, waar het nog goed toeven was en is. En we het stadshart op loopafstand hebben liggen. Zo fijn, zo warm, en zo bekend. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren. En ik zal dat nooit onder stoelen of banken steken….
Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?
Onlangs wandelden we weer eens door onze stad heen. Niet dat dit op zich een heel bijzondere gebeurtenis is hoor, we doen dat wel vaker. Minstens een keer per week, en graag op verschillende weekdagen. Dit i.v.m. de overal in deze stad gehouden markten. Want dat kent de Hoofdstad ook, markten. En sommige daarvan zijn erg leuk, oorspronkelijk en druk bezocht, anderen zijn toch meer voor de toeristen. Zo heb ik minder op gekregen met het befaamde Waterlooplein. Kom je daar eens overheen, herken je het echt bijna niet meer. Handelaren komen qua etniciteit overal vandaan, maar bieden vaak meer ‘meuk’ aan dan de echte leuke zaken waar je een rondje voor om loopt. Daarnaast is oude kleding ‘in’ net als typische toeristische prullerijen. Bij een beetje slecht weer staat 25% van de handelaren niet meer, want men kan vaak niet zo goed tegen het Hollandse klimaat.
Zegt voldoende over de professionaliteit. Ook op de Albert Cuypmarkt, valt veel af te dingen. Te veel van hetzelfde, te weinig klantvriendelijk. Nee, dan ben je op de Lindengracht beter af, of op de Ten Catemarkt. Handel zoals die past bij een markt, je hoort er nog ‘Amsterdams’ oreren en je kunt er goed slagen voor relatief weinig geld. Dat is waarvoor je tenslotte naar zo’n markt gaat. Niet dat wij nu echte marktgangers zijn, maar we hebben zo onze adresjes waar we wel graag komen. En die broeders of zusters staan nog wel eens op een van de betere markten. Loop je er dan langs, nemen we mee wat nodig is en wandelen door. Heerlijk door de vele wijken van de stad waar de tijd nog wel heeft stil gestaan. Maar ook daar waar men oude buurten compleet renoveerde en de huizen in oude staat herstelde of verving. Het maakt het lopen er een stuk leuker op. Zeker bij mooi weer.
Als ik dan toch aan het mekkeren ben….laat ik het dan maar eens hebben over het gedrag van ouders die met de auto hun kinderen halen en brengen van/naar school. Een landelijk probleem dat steeds idiotere vormen aanneemt. Kijk, ik snap wel dat je die kleine schapen niet alleen wilt laten in een wereld waarin juist kinderen prooi zijn voor allerlei engerds of waar ze wegen tegen komen die door mafkezen worden benut om hun autovermogens te testen. Maar dat je eenmaal bij of voor die school zelf verandert in een wezen zonder normaal denkproces…nee, dat snap ik niet. En wie wel eens langs een schoolgebouw komt waar die instelling net de poorten opent voor die kleine vermeende prinsjes of prinsesjes, weet wat er dan verkeerstechnisch ontstaat. Chaos! Immers, niet de straat en wat daar beweegt telt meer, nee, dat kind dat moet worden afgezet of opgehaald. Desnoods driedubbel geparkeerd en liefst op zodanige afstand van die school dat er niemand meer langs kan. Bij mijn schoonma is onlangs een nieuwe school gebouwd. Prachtig ding, leuke hekjes en bosjes er omheen, maar de parkeerruimte in de buurt werd niet aangepast. En dat parkeergebied, ik schreef er al eerder iets over, is van de betaalde soort.
Als het kleine verwende nest maar niet ver hoeft te lopen. Ik maakte er onlangs toch maar eens wat plaatjes van. Vanaf tien hoog krijg je dan wel een aardig overzicht. Niet dat dit uniek is hoor, bij zowat elke school in ons land is de situatie vrijwel gelijk. Hoe welvarender de woonomgeving, hoe meer verkeer. In de grote stad zie je meer van die verlengde bakfietsen. Niet dat die dingen geen overlast verzorgen hoor. Ook daar zie je dat elke verkeersregel gewoon niet bestaat als het kroost moet worden ingeladen. Of vervoerd. Want dan is het voetpad ineens ook voor de fietsers zo lijkt het en met een vol beladen bakfiets blijkt aangeven van richting niet meer mogelijk. Kortom, er is heel wat aan te merken op het gedrag van ouders en grootouders die bezig zijn met het verwennen van hun kleine urkies door ze te halen en te brengen van/naar die plekken van culturele bijspijkering. Handhaving zou veel kunnen helpen, maar anders dan in mijn vorig blog aangeroerd, is hier in geen velden of wegen een controleur te vinden. Te veel kans op ellende of weerstanden vermoedelijk. Want ouders met kinderen, het zijn ineens heel andere menssoorten. Daar moet veel voor wijken, zelfs de medemens. Maar asociaal blijft het.