Contact…of niet…

Contact…of niet…

Hoe vreemd het (mij) ook lijkt, er zijn stellen die prima samen kunnen leven zonder echt contact met elkaar te maken. Ze leven ieder hun eigen leven en komen (denk ik) mekaar weer tegen aan tafel of in bed. Maar ze delen weinig van hun dagelijkse beslommeringen of gedachten. Naar mijn mening is dat een ongewenste situatie maar echt er zijn psychologen of mediators die in de theorie van de gedachtenscheiding geloven. Voor mij is dat ondenkbaar maar ik ben dan ook een communicator. Met velen, maar zeker de vaste partners. Daartoe ben je met elkaar samen gaan leven is mijn idee, en alles wat je daarna met elkaar kon of kunt delen is bonus.

Ik kijk en observeer als meninggever regelmatig om me heen en schreef al eens eerder over paren die ik dan tegen over elkaar zie zitten en die consequent langs elkaar heen kijken en er het zwijgen toe doen. Wellicht past dit bij enige leeftijd en het idee dat ‘alles al is besproken’, maar als mensen jonger zijn en elkaar nog zouden moeten ontdekken….nee, vreemd. Toen wij onlangs met onze vriendjes in Amsterdam bij dat leuke en besproken Argentijnse restaurantje zaten en rond keken zagen we een dergelijk paar achter ons. Met enige regelmaat viel ons (je moet leren kijken zonder dat het opvalt..) op dat de stoere jonge vent die daar zat met een aantrekkelijk blonde schone juist dit gedrag vertoonde. Meer dan een half uur was er diepe stilte en keken ze intens langs elkaar heen.

Niks te vertellen? Niks meegemaakt vandaag? Niets te melden over de (op het oog) lekkere drankjes, het menu, keuzes of over haar uiterlijk? Pas toen de bediening van het restaurant naar hen toe kwam om de bestelling op te nemen zagen we dat ze niet echt met stomheid geslagen waren. Daarna werd het weer stil. Je vraagt je dan als observator af waarom mensen bij elkaar zijn. Dat is toch ook bedoeld om te delen? Om elkaar de liefde te verklaren of duidelijk te maken dat je juist op vakantie of zo de zin hebt om samen dat verblijf nog intenser te maken? Thuis wacht dan vaak de sleur, zo hoorde ik onlangs een van tv bekende seksuoloog uitleggen. En omdat die sleur op de loer ligt, komen er veel scheidingen voor (1 op 3) na vakanties. Want als men dan al fysiek contact maakt tijdens de vakantie of stedentrip doet men van beide kanten zijn/haar/hun best het fraaiste van zichzelf te geven of te schenken. Maar ik denk dan toch dat er iets aan vooraf moet gaan.

Complimenten, sfeer verhogende daden, aanrakingen, cadeautjes desnoods, maar duidelijk meer dan een zwijgzaam verlopen diner.. Tuurlijk, het is en blijft mijn persoonlijke mening. Maar genoemde observaties die middag en avond maakten dat wij er als vriendenstel uitgebreid over spraken. En dat ook zij (communicatief even sterk) zich iets dergelijks niet konden voorstellen. Pas als de koek op is valt het praten stil was onze conclusie. En dan moet je niet meer samen op vakantie gaan maar juridische hulp zoeken om de boel uit elkaar te halen zonder al te veel fricties…Moet je over de verdeling van de spullen of huisdieren dan wel de kinderen toch weer met elkaar praten. Maar ja, ook dat zal dan wel via diverse adviseurs gaan. Want als je gewend bent te zwijgen en de eventuele liefde omslaat in haat moeten andere mensen de boel redden. Nou voordien heb ik wel verteld wat ik er van vind. Jullie ook?? (Beelden: Archief/Internet)

Die beginjaren van de luchtvaart…

Die beginjaren van de luchtvaart…

Ik berichtte al eerder over die jaren waarin de luchtvaart vooral bedoeld was voor post, vracht en avonturiers. Na WO2 was de wereld echter totaal veranderd. De vliegtuigen van voor WO2 waren doorontwikkeld tot potente transportmachines waarmee je in redelijke tijd grote afstanden kon afleggen. Wezenlijk voor het vervoer van de belangrijke lieden uit die tijd en natuurlijk de rijken. Diplomaten of grote ondernemers hadden hun belangen vaak gevestigd in vanuit Nederland gezien ‘veraf’ oorden en hadden weinig behoefte meer aan bootreizen die vele dagen tot weken van hun toen ook al spaarzame tijd vroegen.

De romantiek van de zeevaart verdween, die van de luchtvaart brak aan. Naar Indie, New York, Suriname, maar ook Zuid-Afrika of pakweg Israel. De beter gesitueerden konden het zich veroorloven en vlogen mee in Douglassen DC-4, 6 of 7’s, of in de fraaie Lockheed (Super) Constellations of Boeing Stratocruiser met zijn twee dekken.

Binnen Europa vloog je met een Convair of Dakota, later de gierende Vickers Viscount. De Britten namen al snel de Comet 1 straalmachine in gebruik en vlogen boven al die dreunende propliners in alle stilte naar de door hen bestierde overzees gebieden. Toen dat door technisch falen fout ging raakten ze op achterstand en konden de Amerikanen met hun splinternieuwe straalvliegtuigen als de Boeing 707 of DC-8 de hegemonie in de lucht overnemen van de Britten en Fransen.

Die laatsten brachten halverwege de jaren vijftig weer hun Caravelle straalmachine voor de korte afstanden. Een toestel dat al snel vliegafstanden binnen Europe beperkte tot pakweg een uur. En bedenk maar dat de treinen ook toen al geen enkel alternatief boden voor die snelle vliegtuigen. Dat gold ook voor het geboden comfort en de catering aan boord. Slechts zij die geen haast hadden stapten in die treinen van toen.

En vonden overstappen een fraai onderdeel van hun reizen. De vliegreiziger keek daar met enig dedain naar. En terecht. Grappig was ook dat je op Schiphol goed kon zien dat elk land zijn eigen vliegtuigen bouwde en benutte. KLM was een mix der culturen en kocht Amerikaanse toestellen naast Britse en heel schoorvoetend af en toe een Fokker. Wanneer werd die luchtvaart echt iets voor het volk?

Nou toen charterbedrijven als bij ons Martin’s Air Charter en Schreiner Airways vakantievluchten gingen aanbieden naar Zuid-Europa. Veelal met oudere toestellen die ze voor een relatief prikje konden overnemen van de grote maatschappijen. En aan het einde van de jaren zestig toen de eerste enorme jumbo-jets als de Boeing 747 werd geintroduceerd. 2.5 keer zo groot als een Boeing 707 en in staat om 450 passagiers in een keer te vervoeren. Maar dat is een ander verhaal. De liberalisering van de luchtvaart maakte de wereld kleiner, verre bestemmingen ook voor normale hardwerkende mensen bereikbaar. Tegen zeer betaalbare prijzen. En dat is nu nog zo. Een wereld zonder luchtvaart is een utopie. En al die andere vervoersvormen niet in staat om de evolutie in de lucht bij te houden. Al was het maar door de technologische ontwikkelingen of de altijd bestaande concurrentiedruk. Heb je daar geen last van (NS) loop je altijd achter de feiten aan. Ik heb een deel van die ontwikkelingen aan den lijve meegemaakt. En kijk er nog steeds met veel plezier naar. Omdat het een fascinerende wereld is zonder weerga. En daarom alleen al een reden om hier af en toe wat onderdelen uit te lichten… (Beelden: Yellowbird archief)

Egyptische gastvrijheid…

Egyptische gastvrijheid…

Telkens als onze Soester vriendjes een dagje Amsterdam met ons doen zoeken we aan het einde van de veelal ‘stil’ verlopen wandeltochten (in de overdrijving zit de tegenspraak) dwars door de stad een afsluitend dineetje bij een of andere leuke zaak. Daarbij hebben we al heel wat uitheemse gerechten en dito horecazaken voorbij zien komen. Van Italiaans tot Indisch of Thais. Meestal deed ik ook hier verslag van bijzondere ervaringen. Dit keer weer zo een. Na zo’n 20.000 stappen door onze stad waren we wel toe aan een hapje en drankje. Keken bij een leuk uitziend wat kleiner Argentijns restaurant onder de naam Santa Maria tegenover de Stopera en een stukje Waterlooplein. Het terras nog half in de zon, het drukke stadsleven om de hoek en altijd mensen of zaken om naar uit te kijken. We zakten neer op de stoelen en kregen een meer dan warm welkom. Onze gastheer heette Henny. Nou is dat voor ons meer een vrouwennaam dan die van een man of wellicht ‘het’, maar deze naamkrijger kwam uit Egypte. Opvallend bij een Argentijns restaurant maar deze broeder was hier al 29 jaar en sprak onze taal maar had vooral ook de Amsterdamse humor diep in de genen.

We voelden ons al snel thuis. Een lekker drankje hielp daarbij en het uitzicht op mensen om ons heen deed dat zeker ook. Daarover later nog eens meer. Hoe dan ook, simpele zielen en dito eten. In dit geval een geweldig stukje gegrilde kipfilet, met het een en ander aan entourage en een van ons gezelschap koos een geweldig fraai gebraden stukje biefstuk. Het werd zonder haast opgevoerd, was bloedheet en smaakte heerlijk. Dat onze Henny daarbij zowel kok als gastheer bleek was een extra stimulans. En zijn opmerking na de vraag of het lekker was, (Ja) dat als we niet tevreden waren hij naar binnen zou wijzen naar de ‘kok’ en als het wel beviel hij graag de credits ontving deden hem in ons hart sluiten. We tafelden nog wat na, kwamen het e.e.a. over hem te weten, hoe hij oprecht was geintegreerd en geen enkele behoefte meer had aan terugkeer naar het Egypte van tegenwoordig en de mensen die daar de dienst uitmaakten. Nee, voor vakantie ging hij liever naar Italie. Veel meer plezier… Hoe dan ook, alles opgeteld en afgerekend gaven we een dikke fooi. De zaak is gezellig, de gastheer (ook een gastvrouw die haar taken ook met plezier deed) geweldig, het eten zonder al te veel fratsen top van smaak en de prijs passend bij het aanbod. Als altijd bekeek ik de (schone) toiletten en inrichting. Hier komen we zeker nog eens terug. Een cijfer van 9.5 zorgt daarvoor. Goed gevuld liepen we met onze vrienden mee naar het CS voor een als altijd afscheid vol mixed emotions. Maar dat lag zeker niet aan dit eetavontuur. Aanrader! (Beelden: Prive)

Praatje pot…

Praatje pot…

Oftewel een informeel gesprekje tussen mensen om het eventuele ijs te doen breken of mogelijke obstakels die een goed functioneren van de een of ander op te lossen. Ik kende het fenomeen wel, maar de term niet tot ik er bij mijn toenmalig aantreden als verkoopleider bij importeur Pon mee van doen kreeg. Baas Jaap, de onlangs helaas overleden stevige bestuurder van dat importbedrijf, hield van formele samenkomsten met zijn stafleden binnen het MT. Dat was best even wennen. Elke maandag werden de plannen doorgenomen die moesten leiden tot daden welke het bedrijf tenminste verder hielpen, de winst deden stijgen of de omzet zouden doen groeien.

Alles werd daarbij genotuleerd en die notulen kwamen dan elke maandag daarop weer boven water als werkdocument en om te zien of de plannen ook dat hadden gebracht wat men er bij had bedoeld of bedacht. Maar creatieve types zoals ik, ook toen al boordevol plannen, wilden graag even doorpraten over hoe we bepaalde aspecten van een actie vorm zouden kunnen geven. Ook had ik af en toe even een handleiding nodig hoe om te gaan met bepaalde lieden uit de organisatie.

Of dat nu externen of interne types waren. Niet meteen iets voor in dat werkoverleg op maandag. Kortom, dan kwam Baas Jaap met zijn ‘Praatje Pot’ en spraken we ongedwongen over wat we nu weer voor snode plannen konden bedenken om de boel soms via een olifantspaadje versneld aan de gang te krijgen of de verkopen te stimuleren. Het waren altijd plezierige sessies. Soms deden we dit ook aan boord van het zgn. ‘Ponschip’ met mensen die we informeel wilden leren kennen. Het waren veelal nuttige momenten. Later, ik werkte allang voor mij zelf en had wisselende zakelijke contacten, namen we dat idee met mij samenwerkende partners over om bepaalde strategische campagnes uit te venten voor die of die prospect of al binnen geharkte klant. Het Praatje Pot vaak gehouden bij een van de befaamde Toekan-vestigingen en verdronken in tankschepen vol koffie of thee. Veelal werkte het. Soms niet. De een is nu eenmaal niet zo van het los/vast overleg, terwijl anderen dat juist zien als ultieme vorm van overleg. Nog steeds houd ik van praatjes over dit of dat. Al hoef ik er nu zakelijks niets meer mee. Maar gewoon kwekken over alles wat er in de wereld om ons heen, de politiek, of wat ook speelt. Nuttig, aangenaam, en soms verhelderend. Herkenbaar??? (Beelden: Internet)

Brits vernuft…

Brits vernuft…

Enige tijd geleden (23-6)maakte ik jullie lezers al eens bekend met een wonderlijk toestel waarmee de fabrikant, Fairey, trachtte het luchtvervoer van de toenmalige toekomst anders te doen verlopen. Nu neem ik jullie even mee terug naar die Britse fabrikant die zoveel opvallende en soms uiterst bekende vliegtuigen heeft ontworpen en geleverd. Ook aan de Nederlandse strijdmachten waar o.a. de Fairey Firefly uitgebreid dienst deed bij de Marine Luchtvaart Dienst, meer speciaal aan boord van ons toenmalige vliegdekschip, de Karel Doorman. Dat Fairey startte met de productie van eigen ontwerpen in 1917.

Daarvoor verrichtte naamgever Charles Richard Fairey al werk voor andere toenmalige fabrikanten. Fairey bouwde altijd bijzondere toestelle. Het ene succesvoller dan het andere. Maar al die ontwerpen culmineerden vaak in een type dat het lang vol hield en ook goed te verkopen bleek. Naast de Britten waren ook de Belgen gek op Fairey’s want daar bouwde men deze toestellen voor de eigen strijdmacht en had men een vestiging in Gosselies.

Een opvallend ontwerp was de 1930 stammende Hendon nachtbommenwerper, de eerste machine van dit type met een enkele lage vleugel (andere toestellen waren dubbeldekkers..) en ook nog eens volledig van metaal gemaakt. Een kleine serie van deze indrukwekkende maar langzame toestellen kwam in dienst van de RAF. Voor de Britse marine bouwde men een hele reeks machines van het type Gordon dat later zou uitgroeien tot een van de meest bekende marinevliegtuigen van WO2, de Swordfish, die ondanks zijn ouderwets aandoende uiterlijk bijster effectief bleek in het aanvallen van zware oorlogsschepen van de vijand.

Mooi van vorm maar doodongelukkig in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog was de Fairey Battle. Deze eenmotorige bommenwerper moest snel genoeg zijn om vijandelijk vuur te ontlopen maar in de strijd om de Lage landen en Frankrijk bleek de Battle een lamme eend en werden de vliegtuigen en hun bemanningen door de Duitsers gedecimeerd. Uit de Battle kwam wel weer een marinejager voort die bij de Britse Marine een paar jaar nuttige dingen deed. Deze Fulmar werd in de honderden exemplaren geproduceerd en geleverd e n de kist was zeer effectief tegen o.a. de Italiaanse luchtmacht tijdens WO2. De Firefly noemde ik al, daarvan werden duizenden exemplaren geleverd die tijdens en na de oorlog werden benut.

Fairey bouwde maar door en ging op enig moment ook supersone vliegtuigen leveren die o.a. als vliegend testlaboratorium zouden dienen t.b.v. de Concorde verkeersmachine. De laatste proeve van bekwaamheid kwam met de Gannett, en vreemd gevormd marinevliegtuig met een 3875pk sterke turboprop-motor die contraroterende propellers aandreef in de neus. Ze deden jarenlang dienst bij de Royal Navy maar vlogen ook bij de Duitse marine. Ook bij de Indonesische marine vlogen Gannetts rond. Een bewijs dat de Britse luchtvaartindustrie in de jaren 50 en 60 nog zeer bekwaam vliegtuigen kon bouwen. En Fairey was maar een van de bouwers daarvan. Fairey nam in 1972 Britten-Norman over waardoor men ook een groot orderboek voor de succesvolle Islander luchttaxi’s verkreeg en de productie o.a. in Belgie onderbracht voor dit toestel. Helaas ging Fairey in de totaal veranderde luchtvaartwereld van 1977 kopje onder en werd het bedrijf verkocht aan het Zwitserse Pilatus. Gelukkig is de geschiedenis vastgelegd in wat boekwerken, waarvan ik er een benutte als leidraad voor dit verhaaltje. Een uitgave uit 2012 van het befaamde blad Aeroplane. 130 pagina’s genieten geblazen. (beelden: Archief Yellowbird/internet)

Katholiek…

Katholiek…

In mijn verhaal over mijn vroege jeugd en de op straat afspelende strijd tussen katholieken en protestanten in die tijd (30-7jl) roerde ik al even aan dat er indertijd wat sociale scheidingslijnen liepen door de straten en buurten van onze wijk of zelfs de hele grote stad. En dat er ook een zeer gevarieerd landschap bestond van katholieke parochies en protestante gemeenten die elk zo hun eigen kerken bestierden en ook nog eens bezig waren met sociale netwerken en voorzieningen die de achter het evangelie of de bijbel aan lopende gelovigen moesten helpen in geval van fysieke of geestelijke nood. Dat katholicisme was overigens in Amsterdam altijd een belangrijke zo niet de belangrijkste godsdienst geweest.

Al heel vroeg in de ontstaansgeschiedenis van de stad vestigden zich kloostergemeenschappen in die toen nog kleine plaats aan de Amstel die mede bijdroegen aan het reilen en zeilen van de toenmalige samenleving. Een wonder zoals dat van de niet verbrande hostie (Stille Omgang) (1345) maakte dat de stad ook voor mensen van buiten de veste aantrekkelijk werd als bedevaartsoord. De katholieke bestuurders werden steeds belangrijker voor de stad en daardoor kregen zij ook de kans om niet gewenste invloeden van buiten te verbieden of keihard aan te pakken.

Zo waren er op enig moment de Wederdopers die naakt door de stad paradeerden en kloosterlingen aanvielen. Zij waren in feite de voorlopers van de latere Lutheranen die niks moesten hebben van de pracht en praal die de katholieken ook toen al kenmerkten. Met die naaktlopers rekende men in de historische stad keihard af. Ze werden opgepakt, gemarteld, gevierendeeld of op spiezen gezet en zo aan den volke getoond.

Waag het niet om….dat kost je het leven. Maar wat later in de geschiedenis kwam ook in Amsterdam de omwenteling tot stand. Protestanten vielen kerken aan, vernielden alles wat ze tegenkwamen, staken kloosters in de brand en verkrachtten of vermoordden alles wat katholiek was en in hun ogen abject. Het katholieke volksdeel moest onderduiken en hield haar missen jarenlang op geheime plekken. Het maakte ook dat de Spaanse koning indertijd deze stad graag wilde innemen om het Roomse geloof weer terug te brengen naar daar waar het hoorde, op een dominante plek. Maar uiteindelijk was het compromis de uitkomst der dingen. Oogluikend lieten de latere protestante stadsbestuurders toe dat de katholieken hun geloof uitoefenden. Na de inname door de Fransen van onze Lage Landen kwam stukje bij beetje de vrijheid voor katholieken weer terug al moest men zich op zijn Amsterdams nog wel wat gedeisd houden. Het was dankzij Willem van het huis Oranje en diens nazaten dat we als stadsbewoners vanaf de 19e eeuw weer een soort godsdienstvrijheid kregen en de katholieke parochies min of meer frank en vrij konden optreden. En dat de kerkenbouw in Amsterdam een grote vlucht nam.

Met dank aan bouwmeester Cuypers en diens nazaten verschenen enorme kerken zoals de Willibrordus Buiten-de-Veste die zorgden dat het aanzicht van de stad een tijdlang werd gedomineerd door hoge torens en enorme aan het Roomse geloof verbonden gebouwen. Daar omheen kwamen de diverse katholieke scholen, zowel voor jongens als meisjes en werd ook een katholieke sociaal netwerk in elkaar gestoken dat goed kon binden. En zorgde dit dat men in eigen kring zou trouwen waar zulks van toepassing was. In de jaren zestig van de vorige eeuw ging met de loskoppeling van de oude normen en waarden ook de invloed van de Kerk van Rome (en die van de protestantse gemeenten) verloren. Mensen kozen voor de Revolutie, het socialisme (al in 1948 was de CPN de grootste politieke stroming) werd de norm en dat linkse karakter raakte de stad sindsdien helaas nooit meer kwijt. Gelukkig zijn er voldoende oude gebouwen en gebruiken die nog zorgen dat deze eeuwenoude geschiedenis te vertellen valt. Want zonder katholicisme had onze stad er heel anders uitgezien. Overigens kwamen later ook de Joden naar ons land vanuit Zuid- en Oost-Europa en namen hun eigen religie mee. Net zoals tegenwoordig iets van 40 andere religies hun plek hebben gevonden in deze stad. En hoe die gaan integreren is nog maar een vraag. Van sommigen is wel bekend dat ze prima opgaan in het liberale Amsterdamse leven. Van anderen weten we nu al dat dit nooit echt zal lukken. Blijft jammer…(beelden: prive-collectie)

Zoektocht….

Zoektocht….

Stel je bent in de positie dat je een soort van herberg runt of zelfs een boerderij met wat oude caravans om je heen die je verhuurt aan mensen die graag in the Middle of Nowhere willen verblijven, zulks zonder comfort of gezelschap, en je ontdekt op enig moment alsnog dat je eigenlijk best alleen of zelfs eenzaam bent. Op het droevige af zelfs. Want die betalende gasten zijn in de winter verdwenen, dan is het zien dat je het allemaal overleeft en de spiegel raakt weliswaar beslagen door het uitgestraalde verlangen, maar je bent en blijft alleen. Weet je wat, dan geef je je op voor een RTL-programma waarin je de kans krijgt een date te hebben met even eenzame types van het andere of zelfde geslacht elders in de wereld. Maar liefst toch wel uit Nederland, ook jouw oude geboorteland.

Wie weet kom je dan samen tot een mooie vereniging van ziel en lichaam. E n ook nog eens voor vele jaren. Zie daar het format van B & B vol Liefde van die commerciele zender op 4. Binnen de kortste keren een kijkcijferhit van jewelste en meer kijkers trekkend dan heel wat zgn hoogwaardiger programma’s van de publieke linkse omroepen. Niet voor niets, want wat zich voorstelt en uiteindelijk voorbij trekt aan types is vaak een puur rariteitenkabinet.

En dat al een paar seizoenen lang. Mensen die menen dat what U see is what U get voldoende werkt om een ander in te palmen. Sommige kandidaten pakken uit met Dubbel G boezem en zeer gekleurde uitmonstering om de ander te imponeren. Vaak blijken de leuke lokfilmpjes pure verbloeming van een meer dan gecompliceerd karakter en is die enige outfit van dat filmpje ook precies de toegevoegde waarde die het hoofdfiguur uit dat filmpje te bieden heeft. Zeldzaam hoe men eenmaal in elkaars aanwezigheid totaal vergeet dat je de ander dient in te palmen. Rozen, rumbonen en rode wijn, dat moet voor die ander toch meer dan genoeg zijn? Mij viel op dat de potentiele bedpartners soms geen ontbijt kregen, nauwelijks koffie, dat er geen enkele belangstelling was voor de achtergrond van die bezoekers en omgekeerd vaak ook niet. De kandidaten moeten willen meewerken, klussen, krankzinnige stunts uithalen, en dat alles om te imponeren. Maar werkt dat ook zo in het normale leven? Is een goed bed, een leuke kamer, lekker kunnen koken of pakweg omgaan met vriendenkringen van die hoofdpersonen genoeg om een partner voor het leven te vinden en te binden?

Het meest cruciale binnen een liefdesrelatie gaat men vaak uit de weg, de vaak wat jongere types daargelaten. Maar ja, als je een jonge vent en een dito dame bij elkaar in een hutje op de hei zet is de kans dat ze mekaar warm gaan houden groter dan bij lieden van een flink wat hogere leeftijd. En dan gaat het om andere dingen. Maar die zijn voor de gemiddelde naar liefde snakkende mens vaak minder cruciaal. Pas als je de relatie uitgebreid hebt geconsumeerd is het naar mijn mening een keertje van belang of hij de vuilniszakken buiten zet en zij kan koken. Liefde maakt blind wellicht, maar zulke blinden vinden veelal heel lastig de ware liefde. Dat bleek en blijkt wel. Maar tenenkrommende relaties bekijken bleek een bijna vrolijk makende voyeuristische neiging onder de kijkers van deze show te veroorzaken. En terecht. Zelfs ik viel er voor. Net als voor die jonge dame vele generaties geleden……die keek, ouder en wijzer geworden, deze zomer met me mee….en schudde net als ik vaak het hoofd…. (Beelden: Internet)

Gemist…

Gemist…

Nu ik het qua vliegen al een tijdje rustiger aan doe, de meeste vlieguren heb ik wel gemaakt denk ik, is het aardig te bedenken welke vliegtuigtypen ik had willen vliegen maar om een of andere manier nooit op mijn pad vond. Dat zijn er uiteraard meer dan de kisten waarmee ik wel weg ben geweest. Ik vloog door de jaren heen mee in Piper Cub’s, Cessna’s, Beechcrafts om maar een paar kleinere te noemen, maar ook in vele Fokker’s, Douglassen, Boeings en Airbussen.

Daarnaast nog in wat bijzondere machines van British Aerospace, Bombardier of Tupolev. Honderden vlieguren in die machines gemaakt en vrijwel altijd met veel plezier. Maar ik miste bijvoorbeeld de DC-10 op mijn pad of diens opvolger, de MD-11. Die zaten gewoon op routes waar ik niet naartoe wilde. Of die Airbus A300, wiens kleinere zus A310 wel in mijn logboek staat, maar die grotere variant niet.

Opvallend genoeg vloog ik wel in de modernere Fokker 50, 70 en 100, maar nooit in de illustere voorgangers F27 of F28. En over Russische kisten hoef ik het dan nauwelijks te hebben. Want naast een tiental uren in de straaljager-achtige Tu-134A van CSA kwam er geen een voorbij die mij op typisch Russische wijze vervoerde.

Zoals bijvoorbeeld die enorme Tu-154, of de Antonov’s en Ilyushins. Soms deed ik zelf na wat nadenken de deur naar zo’n kist dicht hoor. Dan kwam het me niet uit, of zocht ik liever een snellere of comfortabeler route. Daarbij was het nemen van grote risico’s nooit zo mijn ding. Je hebt toch een leven als familievader of hoofd inkomen met alles wat daar aan verantwoordelijkheid bijhoort.

Bij de Britten vloog ik met de Dove, Carvair, Trident, BAe146 en diens troonopvolgers, of de Avro 748, maar nooit in een VC-10. Toch iets mee gemist denk ik. Opvallend genoeg heb ik op korte routes wel gevlogen in een Duitse Dornier (ook weer een uur of tien in totaal) maar nooit in een Braziliaanse Embraer, toch een fabrikant die nu aardig dominant is op juist die routes. Had ik graag nog eens gedaan. En dan heb ik het nog alleen over civiele vliegtuigen. Militaire kisten heb ik altijd gemeden als de pest.

Al was het maar omdat piloten van dat spul een voorkeur vertonen om op hun kop te vliegen of bochten te trekken die zoveel G-krachten veroorzaken dat ik er aardig beroerd vanaf zou zijn gekomen. Met mijn vroegere vliegvriend John maakte ik genoeg rarigheid mee op dat vlak. Die kon het niet gek genoeg gaan als we eenmaal los waren en ik heb hem daarvoor wel eens vervloekt…..

En met dank aan het bruggetje van John kwam ik terecht bij helicopters en dat soort spul. Ik vloog mee in een S76 van KLM (John ook) die toen net nieuw in dienst was bij KLM. Leuke ervaring. Een jaar of tien later in een kleine Schweizer 386 boven Zandvoort en het circuit voor een of andere fotowedstrijd. En van een heel andere orde, een Scheibe SF25C motorzwever bracht me ooit boven Salland een lokale vliegervaring van 20 minuten toen ik absoluut weigerde om in een echte zweefkist te stappen. Want beste mensen, er zijn dingen die je echt niet moet doen. Zweven, parachutespringen en ballon varen is er daar een stel van. Dat heb ik altijd geweigerd. En daar heb ik in tegenstelling tot andere keuzes, geen spijt van gekregen. En jullie zelf? Bepaalde bijzondere vluchten gemaakt en waarheen? Bepaalde vliegtuigen in het hart gesloten??? Ik ben benieuwd naar jullie reacties…. (Beelden: archief)

Vestigingsplekken…

Vestigingsplekken…

Aansluitend op mijn vorige verhaal over vakanties en de plekken die ik al dan niet koester wil ik nog even aandacht vragen voor iets wat daar zijdelings mee van doen heeft. Het feit dat de mens vrijwel overal op deze planeet een vestigingsplek weet te vinden. Hoe onherbergzaam ook, hoe zwaar de omstandigheden, de mens vestigt zich daar en maakt iets van zijn/haar bestaan. De meest krankzinnig afgelegen eilanden, grote hoogten, in kou of juist tropische hitte, de mens trotseert alles om maar een eigen plekje te kunnen claimen.

Hoewel ik zelf meer van de realistische kijk op die dingen ben, waardeer ik wel de moed van die lieden die echt vanaf de grond een eigen huis opbouwen of zelfs een dorp. Om mee te kunnen met de rest van de wereld zie je daarna vaak dat men zorgt voor verbindingen die tenminste hulp in nood garanderen. Dat kan per vliegtuig, soms per boot, en in andere gevallen al lopend langs afgronden of over bruggen van touw en wat gekapte takken. Vaak ondergaat men de natuur die best wreed kan zijn en zet door, tegen beter weten in. Want er is iets te vinden wat elders niet voor komt of dergelijke argumentatie.

Reportages over dit onderwerp zijn op TV of het www regelmatig te vinden. En telkens zit ik er met een mengeling van verbazing en soms verbijstering naar te kijken. Plekken waar eens in de maand een boot langskomt voor levensmiddelen, post of bezoek van de dokter, of bergen waar mensen wachten op het (kleine) vliegtuigje dat wekelijks landt op een van de modderige paden die een dorpsgemeenschap zelf hebben aangelegd om die verbinding te kunnen onderhouden. Jungles waar kampongs of soortgelijke samenlevingsvormen te vinden zijn die je slechts per Jeep of ezel kunt bereiken. Levenslijnen met de rest van de wereld. Zelf ben ik toch van het comfort, de sociale netwerken, de familie en vrienden om je heen. Zou ik me thuis voelen in een dorp ergens op 1 uur rijden van onze stad?? Wel eens over nagedacht maar steeds weer vastgelopen in dat zelfde gevoel van onzekerheid. Hoe zit dat met jullie beste meelezers? Wel eens nagedacht om op een kale bergtop te gaan wonen? Of op een eiland zonder iets? In de jungle van Centraal-Afrika? Idealiseer je dat of juist niet? Bij ‘Ik vertrek’ of ‘het roer om’ op TV meteen het gevoel dat jij dat ook wilt? Zo ja…laat maar weten waarheen de reis gaat dan….Ben benieuwd…. (beelden: Archief/internet)

20-8-1968

20-8-1968

Ik herinner me nog heel goed dat ik het nieuws hoorde dat de ‘broedervolken van het Warschau-Pact’ op deze datum, intussen 56 jaar geleden, met militair geweld een einde maakten aan de zgn. ‘Praagse Lente’. Daarmee moest een einde worden gemaakt aan de hervormingen die door de toenmalige Tsjechoslowaakse regering in Praag onder leiding van Alexander Dubcek werden doorgevoerd en de last voor het volk van al die communistische doctrine verlichtte.

Het Politbureau in Moskou, o.l.v. Breznjev zag dit allemaal half kokend van woede aan en besloot tot ingrijpen. Zoals men ook gewend was geweest te doen in Oost-Berlijn en Boedapest. De Sovjet-Unie zette samen met de buren van de Tsjechen, waaronder de Oost-Duitsers, Bulgaren, Polen en Hongaren een dikke 500.000 man aan troepen in en een overmacht aan wapentuig. Binnen de kortste keren reden de Russische tanks in Praag waar ze weliswaar haastig opgeworpen barricades tegen kwamen maar vooral zeer gemotiveerde inwoners die de Russische militaire aanspraken op hun wangedrag. De Tsjechische strijdmacht deed in opdracht van Praag niets.

Men had de invasiemacht wel zien opbouwen aan de grenzen maar wilde geen bloedige en nutteloze strijd leveren. Het voorbeeld van Hongarije waar in 1956 duizenden doden vielen door Russische agressie hielp bij het nemen van dat besluit. Desondanks vielen er in het bezette land dik 500 dodelijke slachtoffers, vaak door ongelukken omdat een Russische tank over een demonstrant heen reed of zo. De Tsjechische regering werd in zijn geheel opgepakt en naar Moskou overgebracht waar men met dwang te verstaan kreeg dat het over en uit moest zijn met die ‘lente’ en men weer zou terugkeren in de winterse schoot van Marx en Lenin. Onder zware druk gaven de Tsjechen toe.

Tijdelijk lag het bestuur in Praag bij de Russen, later zou de communist van de harde lijn, Husak, de boel daar overnemen en werd Tsjecho-Slowakije weer een trouw (..) lid van de Warschau-Pact coalitie. Voor de grenzen daarvan weer hermetisch werden afgesloten vluchtten heel wat vrijheidsgezinde Tsjechen en Slowaken naar het vrije Westen. Ze lieten veel zo niet alles achter en zouden tot en met 1990 niet meer kunnen terugkeren in hun oude thuisland. Opvallend was ook de rol van de VN. Daar vond men dat deze inval, net als die in Hongarije, een interne aangelegenheid was en er geen steun hoefde te worden gegeven aan de Tsjechoslowaken. Ook al een herhaling van zetten i v m Hongarije in 1956. Voor de tweede keer werden de Tsjechen kind van de rekening. Het Westen gedroeg zich laf en liet een heel volk in de steek. In 1980 zou de Sovjet-Unie op vergelijkbare wijzen Afghanistan binnenvallen en zoals we in de afgelopen jaren zagen ook andere ex-Sovjet-staten die zich onafhankelijk van Moskou verklaarden. Oekraine slechts een enkel voorbeeld van dit gedrag. De geschiedenis vertelt een verhaal. Kunnen we veel van leren. Ook over de Hongaren die zich de wet niet meer laten voorschrijven door wie ook. Die zelfde retoriek hoor je in de streken van de Tsjechen en Slowaken. Die weten wat overheersing in zich heeft. Maar dat willen sommigen in ons land niks van weten. Die dromen van een centraal geleid groot land dat Europa heet. En waar invasies worden gezien als onderdeel van de ontwikkeling. Nou….daar denken ze in Praag en Bratislava anders over. Net als in Warschau of Boedapest…(Beelden: Archief/Internet)