Brommeren

8)Leo voor SPL - Loco 1 1965 Scan10011Zoals iedere jonge gast in die dagen was het bezit van een ‘brommer’ wel een ultiem verlangen naar zelfstandig vervoer. Op twee wielen, dat wel, maar tot de 16e verjaardag was tweewielig trapwerk voor dit ventje normaal. In de koude januarimaand van het jaar dat ik de wettelijke leeftijd bereikte voor het besturen van een tweewieler met hulpmotor werd door leenpa een tweedehandsje opgepoetst voor de deur geparkeerd. Mijn eerste brommer was een feit. Het apparaat droeg een indertijd bijzondere merknaam. HMW. Dat merk stond voor de Halleiner Motorrad Werke en vond haar oorsprong in het Oostenrijkse plaatsje Hallein. De naam van dat spul was goed, men bouwde al sinds 1955 goede bromfietsen, maar het exemplaar dat mijn deel was, bleek toch wel een heel lange en vermoeiende levensloop te bezitten. Goed, ik leerde er mee rijden, maar ook heel wat kilometertjes lopen……Tijdens langere ritten knalde meerdere malen het luchtfilter uit elkaar en ook de ontsteking liet het onderweg vaak afweten.

HPIM7870_editedStilstand was dan het gevolg. Op de dag dat ik het ding inruilde voor mijn volgende vervoermiddel vloog de oude HMW vrolijk in de brand. Gelukkig was het vlammende euvel snel blusbaar en de schade leek beperkt. De tweede brommer droeg de fraaie naam Locomotief en had een Sachs tweetaktmotortje. Geel/groen gespoten en voorzien van een (wat wankelende) buddyseat. Ik vervoerde er heel wat jonge deernes mee, inclusief mijn latere verloofde. Het was een veel trouwere metgezel dan de HMW. Maar toen er bij een met de familie verbonden brommerwinkelier een zwaarder en soort van gestroomlijnd exemplaar stond van hetzelfde merk, maar dan met een drie-versnellingsblok van het betrouwbare Duitse motormerk Sachs, was de ‘deal’ snel gesloten. De oranje buikschuiver werd mijn derde brommer en ik was daar zeer ‘fier’ mee. Het ding liep als de brandweer, maar had ook wel zijn eigen specifieke kuren. Zo wilde het tandwiel van de derde versnelling nog wel eens loslaten en dan hield je maar twee versnellingen over. Maar je kon dan wel blijven rijden. Maar tweedehands bleef tweedehands en intussen waren de tijden veranderd. Puchs en Kreidlers bepaalden het straatbeeld en zo’n Puch was mijn ultieme droom.

9)Leo op Puch 1967 10014En zo werd er na heel stevig sparen mijnerzijds en daartoe op zaterdag bijwerken, een witte Puch besteld, splinternieuw. Met hoog stuur, uitlaatpotje en veel chroom. Ik heb er al eens eerder een logje aan besteed. Die Puch had weer twee versnellingen, maar wel heel erg lange. Met wat slimmigheden kon de Oostenrijkse schone worden opgevoerd tot een top van 65km/uur en dat was best snel in die dagen. Ik heb er wat kilometertjes mee afgelegd. Alleen of met zijn tweetjes. Van Amsterdam naar Texel, of naar de Hoge Veluwe. Geen probleem voor deze snelle rakker. En toch duurde ook dat tijdperk maar relatief kort, want de Puch moest al snel plaats maken voor de door de ‘baas’ verstrekte Volkswagenbus, die mijn deel werd na het behalen van het autorijbewijs. De Puch werd alleen nog maar in het weekend gepakt en later zelfs toen niet meer. Uiteindelijk verkocht, voor de helft van de nieuwprijs. Is nu een klassieker, net als die Locomotieven. Hoe zou dat zijn voor die allereerste HMW? Is dat nu ook een gezochte bromfiets? Ik heb eigenlijk geen idee…….! Overigens heb ik het zelden zo koud gehad als tijdens mijn ritjes op de diverse brommers naar Schiphol in de winter…….Daar was geen drielaagskleding tegen opgewassen. Maar dit terzijde.

48 jaar

altAqk0jUetbhiiLsLyZkF5GGIlNW1VgsGIZ_mgHiKc1a1VOnlangs vierden we hier onze trouwdag. De 48e alweer. Blijf je zelf dan maar zien als jong en dynamisch…. Nou ja, we kunnen nog best mee al heeft de leeftijd af en toe het fysiek aardig in de greep. Eerlijk gezegd voelt dat lange verbonden zijn niet als een enorme last. Komt wellicht omdat een mens in de loop van de jaren ook allerlei fasen door maakt. Het roze begin blijft relatief kort bestaan, daarna komt toch echt de periode van aan elkaar aanpassen, water bij de wijn doen en zorgen dat er brood op de plank blijft komen. Heel basaal, maar zo zit het leven wel in elkaar. Wij streefden beiden naar een leven in redelijke welvaart en geluk,  maar niet naar echte rijkdom. Dat scheelt veel in hoe je met elkaar door het leven gaat. Daarbij zijn we beiden niet met een gouden lepel in de mond geboren. Er moest gewoon hard worden gewerkt voor wat we wilden bereiken en dat deden we. Dat vrouwlief dan voor 80% het huishouden voor haar rekening nam en ik die 70/80-urige werkweken maakte in branches die volkomen opslokten was een verdeling waarmee indertijd goed te leven viel.

WP_20150618_016Vakanties geen probleem, waar we meestal heen wilden was financieel mogelijk, al beperkte dat zich toch tot niet zo heel ver van huis. Heel Europa en een stukje VS gezien, maar we waren allebei ook graag weer thuis. Kind, dieren, familie, vrienden, het was allemaal (en is dat nog) heel belangrijk. Maar ik denk dat we onze lange periode van samenzijn vooral danken aan de communicatieve vaardigheden die we beiden bezitten. Vanaf moment een wordt er veel gepraat. Geen misverstanden, discussiepunten, uitpraten! Ook over…. Dus naast de wereldse ook geestelijke zaken komen al die jaren veelvuldig voorbij. We schuwen de discussie daarbij niet. Helpt veel kan ik u als lezer(es)melden. Zwijgen is soms goud, maar ik ben toch meer van het zilveren deel van het bestaan. Wij wandelen ook veel. Zoals we dat vroeger al deden als jonge lieden. Gewoon door de stad, kilometers lang en dan observeren en met elkaar bepraten. Dat schept een band. En die band is best sterk. Zitten er geen rafelrandjes aan? Vast wel, maar die zijn niet meteen zichtbaar en waar  nodig worden die zo goed en zo kwaad als het kan hersteld.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onze eerste woonstek….

We kunnen ons een leven zonder elkaar nauwelijks voorstellen. Los van de liefde die toch een basis vormde voor ons verbond is er dat gevoel dat het ook prettig is om met mekaar door het leven te hobbelen. Al snapt eenieder dat weinig rozen worden gevonden zonder wat kleine en prikkende doornen. Ook dat hoort er bij en wie met mij moet leven mag van goeden huize afkomstig zijn. Een beetje Meninggever is geen doetje. Integendeel. Dus het grootste compliment gaat naar vrouwlief die haar leven aanpaste aan het mijne, mijn carrière liet voorgaan, en mijn liefhebberijen tolereerde. Heb ik zelf dan ook wat bijgedragen? Vast wel. Maar een echte Meninggever zwijgt daarover. Maar dat is dan ook meteen het enige….Verrek….loop ik weer naast mijn schoenen zeg…..

Boerderijmuseum

WP_20150715_016Als uit de grootste stad van ons land afkomstig jong mens was een boerderij iets waar koeien rondliepen of hard werkende lieden met een paar stukken gereedschap ons toekomstige voedsel van de akkers haalden. Daarbij kwamen de verhalen van mijn moeder die in de oorlog nog wel eens moet boerenmensen van doen had gehad tijdens strooptochten die iets te eten moesten opleveren. Het totaalbeeld wat ik van dat boerenleven had was nooit al te positief. Nou ja, op de kinderboerderij wellicht. Als kind kon je daar kennismaken met een stel lieve diertjes die zelfs aaibaar waren. Die de nek omdraaien voor een lap vlees kwam in mijn jeugdige bolletje niet op. Vlees of kip kwamen van slager of poelier. Des te opmerkelijk wellicht dat juist ik me onlangs liet overtuigen om eens een kijkje te nemen in een museumboerderij. Dat complex is te vinden in de Meierij, niet ver van het Brabantse gehucht Heeswijk-Dinther.

WP_20150715_007Dat museum is helemaal opgebouwd op, rond en in een oude boerderij en men heeft voor dat doel de kalender stopgezet in 1900. En dat is voor moderne stadsmensen of voor hen die in ieder geval een zekere ontwikkeling kenden in de afgelopen decennia, een confronterende ervaring. De centrale expositie is opgebouwd in een boerderij die tot de jaren zestig nog in gebruik was. Een gemengde boerderij. Kortweg;  veeteelt en landbouw onder een dak. De boerderij zelf is er een van de oude soort met een woonhuis (waar men vaak met een man of tien samenleefde) een voorstal en een achterstal. Veel van de zaken die je krijgt voorgeschoteld zijn, in de tijd bekeken,  inventief en soms zelfs slim. Zoals het vroegere verwarmingssysteem met een centrale houtkachel/open haard die bij gebruik ook meteen het water in de stal warm maakte, maar ook kon worden gebruikt voor roken van worsten. Niets op deze boerderijen ging verloren, alles was bruikbaar en niets werd zo maar weggemikt. De slaapruimten zijn verhalen op zich waard.

WP_20150715_015Bedstee voor 4 kinderen en als het moest een vijfde er dwars tussen in. Boer en boerin half zitten in hun eigen hokje en de baby (je moest toch wat als je vroeg naar bed ging) op een soort plankier er boven. Het vee stond een ruimte verderop. Van koeien tot kippen, van varkens (vooral voor de slacht) tot wat ook. Als het maar bruikbaar en/of eetbaar was. In de achterste ruimte staan de gereedschappen en de wagens. Want kerkelijk (katholiek)was men in die dagen zeker en de kerk moest  op zondag bezocht. Het waren drukke en zware tijden. Werken, werken, werken en op zondag dat uitje naar de kerk. Interessante locatie dit museum, al werd het boerenleven hier en daar wel wat erg  overdreven positief of juist negatief gepresenteerd. Het complex wordt nu onderhouden voor een stichting door 75 vrijwilligers, deels afkomstig van dit soort boerenbedrijven. Die houden ook de tuinen bij (men eet groenten van eigen grond) en geven workshops voor de lokale jeugd.

WP_20150715_023Een erg aardig uitje dat niet de wereld kost, maar je wel even leert relativeren over wat er allemaal moest gebeuren op zo’n boerderij om het voedsel voor de stadsmensen te produceren. Je vindt het museum aan de Meerstraat 28 in Heeswijk-Dinther en de boel is hier open van april-september op dinsdag/woensdag tussen 10-12u of in de weekenden tussen 13-16.00u. Het spul is niet gratis, kost een paar Euri p.p. aan toegang, en je kunt wat bijdragen leveren aan de kas door een bakkie koffie te nemen met een plakje Brabantse cake. Erg leuk voor kinderen, laat ze wel even googlen wat bepaalde zaken kunnen betekenen. Want gerst, vlas, tarwe en zo meer zijn geen alledaagse termen voor kinderen. Zeker niet uit de stad. En die termen worden hier regelmatig gebruikt.

Zomerse geneugten

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Terwijl ik dit schrijf lopen de temperaturen op en op…..een hittegolf wordt voorspeld, Nederland kent zo haar eigen tropische waarden. Nu is het zo dat als het bloedheet wordt in dit land de vochtigheidsgraad vaak ook stijgt en de warmte vooral drukkend wordt. Toch zijn er vele mensen die nu om me heen lopen te jubelen. Leuk, tuin, strand, fietsen, wandelen, heerlijk! Een greep uit de kretologie en dadendrang de mij passeert. Maar zelf heb ik er weinig mee. Ik ben van het blonde, blauwogige type en die gedijen meer bij pakweg 21-23 graden met een beetje bewolking en droge lucht zonder al dat vocht. Loopt de temperatuur richting de dertig graden ben ik snel ‘buitenspel’ of lig op apegapen. Niks voor normale mensen die hitte. Wat moet je buiten in bredesnaam doen dan? Bruinen? Ook al zoiets. Ik word niet bruin maar rood. En tegenwoordig met al die waarschuwingen voor huidschade op latere leeftijd wil je dat ook zoveel mogelijk vermijden. Dus hebben we in de tuin niet alleen een groot zonnescherm, ook enorme parasols.

1353441374_0434f15c4eBuiten, maar dan toch nog onder dak graag. Want stil zitten is ook niks voor me. Ben altijd bezig. Lees, onderzoek, kijk verder dan de neus lang is, niet geschikt voor het betere niks doen. Ik moet altijd terugdenken aan mijn dagen als dealer-vertegenwoordiger. We hadden een succesvol bedrijf, er moest hard gewerkt worden. Voor de techniek en het afleverwerk van verkochte auto’s hadden we een aardige mix van culturen in dienst. Was het koud, zoals dat hoort in ons land tijdens de wintermaanden, waren de blanke monteurs in hun element. Maar kon ik de ‘gekleurden’ bijna afschrijven. Hoe hoog we de kachels ook opstookten, ze bleven bibberen, en het advies om dan maar heel hard te werken hielp weinig tot niets. Omgekeerd wist ik dat je in de zomer bij hoge temperaturen juist op die lui kon rekenen en dat we de blanke broeders dan maar als ‘uitgeteld’ moesten afschrijven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Lente en herfst waren de beste seizoenen. Niet altijd handig in een bedrijf dat zomer en winter actief was. Nu was het wel zo dat als in de zomer ‘de vrouwen bloot’ waren de ‘handel min of meer dood was’. Dat scheelde veel. Al was je er als ondernemer of verantwoordelijke niet blij mee. Zomer is leuk, voor sommigen, maar niet voor hen die hun brood moeten verdienen in branches die niet meteen met die zomer van doen hebben. Doe je niet in badkleding, ijs, zonnebrandcremes of hotelkamers….vergeet het maar. Dus als ik minder actief ben op dit blog of elders in het digitale wereldje, dan weet u het. Ik lig uitgeteld. Tot de temperaturen weer normaal zijn, dan kom ik weer terug……:)U wilt mij wel vergeven denk ik….

Krekels en mieren…

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHet verschil tussen mensen is soms best leuk om te bestuderen. De een is spaarzaam, koopt niets overbodigs, maar wat men koopt is dan bedoeld om een leven lang mee te gaan. Ketens als Action, Kruidvat of Blokker worden door hen gezien als een gruwel. De ander is veel meer van door het leven heen dartelen en genieten van de momenten van geluk die de aankoop van zelfs maar iets onbenulligs kunnen opleveren. Laat ik nu eens vaststellen voor het gemak dat beiden vooral moeten doen wat ze willen, er zit nergens een veroordeling in van welk gedrag ook. Maar wat je wel vaak ziet is dat die eerste groep er financieel vaak wat beter uitspringt dan de tweede. De mensen met de mooie en dure huizen, de fraai onderhouden tuinen en de auto’s van grote bekende merken zijn meer hun deel dan je bij die tweede groep vaak aantreft. Daar zijn de huizen kleiner, gezelliger, rommeliger ook vaak en meestal kom je er een grote liefde voor huisdieren tegen. Ook die kunnen zorgen voor daggeluk. Het is maar net wat je kiest. Ik weet nog goed dat dit fenomeen ook al zichtbaar was in mijn jeugd. Onze straat was een mengeling van mensen die het ‘goed konden doen’, middenstanders en arbeiders.

Voor de sfeer..... Allemaal op zoek naar het grote(re)geluk. Juist in die jaren dat Nederland veranderde zag je ook de scheuring ontstaan in de bevolking van die straat. Zij die spaarzaam waren verhuisden, veelal naar de betere buurten. Het nieuwe Buitenveldert, naar een van de tuinsteden in het westen van Amsterdam en soms zelfs naar plaatsen buiten de hoofdstad. De middenstanders sloten vaak de poorten van hun nerinkje en gingen rustig leven van wat ze aan spaargeld hadden vergaard. Soms een baantje als portier of nachtwaker ergens, maar nooit zo hard werken als die arbeiders die sappelden voor elke cent die ze konden verdienen. Die waren min of meer gedwongen in die buurt(en) te blijven wonen. Maar richtten hun huizen wel in met alles wat het moderne leven te bieden had. Televisie, radio, tapijtjes op tafel, een beetje aardige keuken met douche en huisdieren…. Op 40-60m2 samenleven was nooit een groot genoegen met een heel gezin, maar met dieren er bij al helemaal niet. Soms kom je nog wel eens wat van die lieden tegen.

Nog steeds chique, maar ook dicht...Zoals ik onlangs deed. Ik liep door de hoofdstraat van wat ooit mijn leefomgeving was geweest (ik verhuisde toen ik 18 was naar een andere buurt) en zag een vent lopen die vroeger altijd al wat ouder was geweest dan ik. Beetje meer de generatie van mijn oudere broer. Vroeger het playboytype, haartjes in kuif, mooi pak. Reed op flashy brommers, versierde de meiden. Ik volgde anno nu zijn spoor. Keek waar hij heen liep en zag dat hij nog steeds in die oude straat woonde. Dat pak droeg hij nog, het haar nog bijna in gelijke snit. Nooit verhuisd, nooit de behoefte gehad. Spaarzaam geleefd of alles er doorheen gejaagd? Een uitzondering, dat wel. Maar wat ben ik blij dat ik ooit die stappen zette om de wereld toch eens van een andere kant te bekijken. Kostte wat, maar dan heb je ook wat. Nu nog eens zien dat we die villa bereiken met een Ferrari voor de deur….Zouden ze die bij de Action ook verkopen?

Over leugens en verkeerde conclusies…

EHAM in de sneeuw. foto van dia CJvR Scan10765Overdrijven is een vakgebied apart en als je aandacht wilt voor jouw ‘zaak’ of passie moet je vooral de meest wonderlijke of uit het verband gerukte conclusies voortkomend uit een ‘onderzoek’ in de media brengen. Onlangs wond ik me weer eens op over zo’n conclusie. Breed gebracht in de vaak erg weinig kritische media en als waarheid opgevoerd. Die conclusie luidde dat als de wind uit het zuidwesten waait (hoe kom je er op) de fijnstofbelasting in Amsterdam groeit door de invloed van de startende en landende vliegtuigen op Schiphol. Milieu Defensie had deze conclusies gehaald uit een of ander TNO-onderzoek, maar het was allemaal weinig gefundeerd. Natuurlijk stortte ik me er op, omdat het allemaal uiteraard de grootst mogelijke kolder is. Het waarom kom ik zo op. Maar de reactie die ik kreeg vanuit de kring van de milieugroepen was dat men al jaren bezwaar had tegen de vliegerij als zodanig en dat we allemaal in de trein dienen te stappen op de korte tot middellange afstanden. En dan voer je een onderzoek op waarin jouw gelijk naar jouw mening wordt bewezen.

KLM aircraft at EHAMKijk, koren op mijn molen! Want dan verdraai je dus conclusies om zo tot je gelijk te komen? Weten we meteen hoe die lui werken bij die actiegroepen. De luchtvaart is relatief gezien een van de kleinste milieuvervuilers op de planeet. Ook al zullen die vliegtuigen veel mensen irriteren door hun lawaai of de ingenomen openbare ruimte voor hun vliegvelden, dan nog is het bepaald niet de grote vervuiler die MD ons wil doen geloven. Dat zijn wij zelf, als mensen en consumenten, dat zijn koeien, industriële complexen, noem maar op, maar niet de luchtvaart. Daarbij komt dat wij maar niet willen leren dat als je stil en schoon wilt wonen, je niet met al je nieuwbouwplannen steeds dichter bij zo’n luchthaven moet gaan zitten. Dat nu deden de meeste steden nu juist wel. Net zoals ze gaan bouwen langs een snelweg om daarna te mekkeren over lawaai en uitstoot.

SPL Airport somewhere in the 70's...Wie rust wil moet gewoon in de Noordoostpolder of Oost-Groningen gaan wonen, daar is alles pais en vree al is er verder  behalve een aardbevinkje af en toe, helemaal niets te beleven. Vliegtuigen zijn in de afgelopen pakweg 30 jaar tientallen procenten schoner, zuiniger en stiller geworden. De industrie past zich steeds meer aan, maar verzorgt ook tienduizenden banen, vervoert miljoenen passagiers en maakt dat voor clubs als MD subsidies te halen zijn waarmee ze hun rapporten kunnen schrijven en uitdelen die werken als een rode lap op een stier. Een hond die in de hand van de baas bijt is vermoedelijk vals. Net zo vals als de uitkomsten van dit soort rapporten. En dus moeten we in deze tijd maar doen wat het meest handig is met deze rapportages en conclusies. In de open haard er mee en ons dan maar schamen over de uitstoot die dan weer onze schoorstenen verlaten zal.