De naam was het minste probleem weet ik nog goed. Die hing al een jaar of 25 langer aan mij en in mijn liefhebberijen uitte ik die naam in de periode voorafgaande aan 1 april 1991 regelmatig. Maar het idee om voor mijzelf officieel iets op te zetten waarmee op termijn brood met beleg te verdienen viel kwam indertijd op als een plan dat de jaren waarin dat speelde moesten vervullen van hoop. Het was niet de fijnste periode uit mijn werkzame leven. Het bedrijf waar ik dienst deed als manager vervulde haar werknemers met afschuw door binnen 1,5 jaar tijd twee keer te fuseren en van naam te veranderen. Dat vroeg om veel uitleg, veel overredingskracht. Was aan mij wel besteed en de bijkomende communicatie deed ik met verve. Maar het was daar dweilen met de kraan open en dat beviel matig. Dus dan maar zien of je op eigen benen die adviezen op communicatiegebied en/of taaltechnische hoogstandjes, kon uitventen.
Ik weet nog dat ik met vrouwlief die inschrijvingen deed. KvK, Belastingdienst, ik ontwierp mijn nieuwe logo, mijn briefpapier, opende een eigen bankrekening. De start van het bedrijfje dat ik toen parttime opereerde ging redelijk van een leien dakje. Een luchtvaartbedrijf, een vriend wiens zelfstandigheid ook vorm kreeg en wiens briefpapier, auto en pand moesten worden voorzien van nieuwe logo’s en opschriften. Het gaf me het idee dat het wel goed zou komen. Teksten werden gemaakt, verhalen bijgedragen aan een paar toenmalige bladen. Een stuk verder in de tijd zou ik juist daarmee mijn geld aardig verdienen. Ook met verhuur aan derden. Mijn kennis en ervaring geexploiteerd in de wereld van de bladen, klantentevredenheid, coachings, training.
Ook veel advieswerk voor mensen die met hun bedrijf een bepaalde richting op wilden. Ik organiseerde met een aardig team mensen en zakenpartners om me heen de nodige braderie/markt/actiematige zaken, gaf speeches weg, en schreef intussen het halve internet vol op websites met een commerciele achtergrond. Een kwart eeuw is zo voorbij als je plezier hebt. En dat leidde ertoe dat ik juist vandaag, op die 1e april 2016, een piepklein feestje vier. Het bedrijfje bestaat nog, maar ik ben duidelijk rustiger geworden. De leeftijd en zo….:) Maar ben toch wel trots op wat ik in al die jaren zoal deed. Wat een afwisseling, wat een klantengroep. Van auto’s tot verzekeraars, van Office Supplies tot uitgeverijen. Allemaal gezien en meegemaakt. Neemt niemand me meer af. Met dank aan dat plan en die toch opvallende naam……..YELLOWBIRD!

In die jaren waaraan ik nu even refereer verging het ons bedrijf wat minder goed. We waren dealer van het Tsjechische automerk met die lange traditie, maar de pers fakkelde zowat elke dag alles af wat die Tsjechen zoal produceerden. Dat was wellicht voor een deel nog te verklaren, maar ik kwam er later achter dat er achter de schermen ook wat rekeningen werden vereffend met vertegenwoordigers bij de importeur door de mannen die zichzelf zagen als ‘goden’ in dat vakgebied. Als dealer moest je wat dus we zochten naar expansie via andere kanalen. En op dat moment kwamen we in contact met een automerk dat we nu wellicht kennen, ik had er zelf nog nooit van gehoord toen de eerste vertegenwoordigers van wat later de importeur zou worden, voor ons bedrijf stopten. Men vertelde enthousiast over Hyundai. Een nieuw Koreaans merk waar wij zeker dealer van zouden kunnen worden als we de moed hadden te geloven in een toekomst die ons zeker zou voeren naar winst en succes.
We reden even proef in het eerste exemplaar van het technisch kunnen dat de Koreanen in Nederland importeerden, de Pony sedan. Een auto waar de gemiddelde Europese (lees Nederlandse) man maar moeizaam in paste. Maar hij was opgebouwd uit onderdelen van Mitsubishi en Ford en de vormgeving was van Italiaanse snit. Het bordeel paarse interieur nam je dan maar op de koop toe. We zagen er wel iets in en gingen in zee met de nieuwe importeur. Die waren zelf gezeteld in een piepklein kantoor achter een caravanhandel in Leidschendam, maar de sfeer was er goed en de service vriendelijk. Al snel stonden de Koreaantjes in onze showroom en reden we rond in een demonstratiewagen. Wat lastiger was, voor de meeste Nederlanders was die naam onbekend, maar ook onuitsprekelijk.
Wij zelf maakten er Hie Joen Dai van, maar onze collega-dealer in Amsterdam-Centrum noemde zijn merk Joen Dai en de Koreanen spraken het uit als Oendee of zo. Gelukkig heette dat eerste model dat ze jaren zouden voeren gewoon Pony en dat was voor veel mensen wel uit te spreken. Tot die ene keer dat er een plat Amsterdams sprekende potentiele koper binnen stapte en mij op luide toon vertelde dat hij wel eens wilde proefrijden in een ‘Hundie Ponnie’. Kijk, toen wisten we dat er nog veel werk te verrichten viel. Het succes en zeker de winst werd ons uiteindelijk niet gegund met en door Hyundai. De match was er niet meer toen het merk naar een nieuwe importeur overging en die daarop zulke eisen stelde dat wij daaraan gewoon niet konden maar vooral ook niet wilden voldoen. Intussen waren we wel veel wijzer geworden. En ik leerde zelf in die jaren dat als je klanten iets wilt verkopen de naam van het merk tenminste herkenbaar en uitspreekbaar moet zijn en de communicatie op dit punt overduidelijk. Maar als pioniers waren we daar toen nog lang niet zo mee bezig.






















