Onbekend maakt onbemind. Oud spreekwoord met een grote kern van waarheid. Gold zeker voor de relatie die Skoda indertijd had met de auto-journalisten in ons land. Volgens veel van die lui was alles wat van achter het toenmalige IJzeren Gordijn (>1989)vandaan kwam maar ’niks’ en van een eventuele rijke geschiedenis wilde men ook al niks weten. Ik merkte dat indertijd zelf al aan den lijve toen ik als Skoda-rijder nog eens in conflict kwam met de redactie van AutoVisie die de nieuwe Skoda’s van 1977 tijdens een rijtest tot de bodem afbrandde. Naar later bleek mede omdat de importeur van toen, Englebert, niet in het blad bij die test wilde adverteren, maar dit terzijde. Met de modellen waarvan de motor achterin gemonteerd zat was vrijwel niks positiefs te bereiken bij het toenmalige ego-gerichte journaille.
Er werd vaak graag wat lacherig over gedaan, men schreef veelal maar wat en dacht dat het allemaal geen kwaad kon. Bij de Favorit vond men die auto op zich nog wel redelijk, maar de prijs weer niet, vervolgens was de Felicia ‘eigenlijk een verkapte Favorit’ (wat hij zeker niet was..). Altijd wist men het beter dan de echte professionals die met het merk werkten zoals ik. Dat heeft soms heel bijzondere gesprekken opgeleverd. Ik was niet zo van het gelijk erkennen van lieden die wellicht nog wel aardig konden schrijven over auto’s maar met Skoda of haar geschiedenis weinig op hadden. En zich ook niet echt verdiepten in de rijke geschiedenis van het merk of haar land van herkomst.
Elke Opel of Alfa werd bijvoorbeeld al snel de hemel ingeprezen, een Skoda moest wel heel erg goed zijn wilde men er positief over berichten. De uitzonderingen daar gelaten. Later las ik in een boekwerkje van journalist Ted Sluymer hoe die zaken achter de schermen gingen of gaan. Welke dingen meespelen en waar je op moet letten bij de omgang met auto-journalisten. Het was wel even slikken toen ik dat las. Natuurlijk lazen journalisten zelf liever niet wat Ted Sluymer schreef, maar hij had vast geen o n gelijk! Wij hadden er wel degelijk mee te maken bij Skoda, elke keer weer.
Maar met de komst van die andere modellen na de toevoeging van Skoda aan de VW-Groep pasten ook de journalisten zich aan. Men werd minder kritisch. Gek genoeg was dat in andere landen soms ook zo, maar er waren ook voorbeelden te vinden waar men veel positiever berichtte over ons merk. Het zat in dat typisch Nederlandse ’beter weten’ en het gebrek aan binding met Nederland als merk. Hoe dan ook je moest er mee leren leven. Toen de wereld van Skoda en Pon veranderd was, zag je dus die houding van de heren (vrijwel geen dame te vinden in dat wereldje op een enkele na) zich aanpassen bij de realiteit van de dag. Men wilde ineens graag mee naar de fabriek om te zien hoe die wagens werden gebouwd.
We vlogen dan met groepen journalisten naar Praag. Gevlogen werd indertijd met KLM of CSA, Economy-Class, want voor meer was op dat moment in de tijd geen budget. Soms werd voor een speciale gelegenheid een toestel gehuurd, zoals het eerder aangehaalde Pon-vliegtuig. Ik ben er voor de verkiezing van de Auto van het Jaar waaraan de Fabia zou meedoen nog wel eens voor naar Praag gevlogen met een journalistieke delegatie van vijf man. Het was een utopie te denken dat de Fabia ook maar een minieme kans maakte op winnen van die titel, maar je deed je best. Andere merken deden meer, veel meer soms. Dat smeerde het mechaniek van de stemming vrees ik. Ook daarover berichtte Ted Sluymer indertijd! Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)-Toegevoegd…1e druk boekjeTedSluymer.,..

Die eerste periode bij Pon Mobiel besteedde ik veel van mijn tijd aan het domweg wennen in de nieuwe rol die ik moest gaan spelen. Ik had daarbij een groot en goed geolied importbedrijf verwacht, met een stel enthousiaste medewerkers en dito dealers. Had me er als dealerdirecteur in de jaren voor mijn aantreden bij de importeur nooit zo echt mee bezig gehouden. Kende collega’s slechts van de diverse reizen die in die dealerjaren werden gemaakt en nam hun verhalen als uitgangspunt voor het idee dat ze veel kennis en ervaring koppelden aan een even groot enthousiasme. Dat bleek in de praktijk vaak bepaald minder het geval. In de periode dat ik nog niet bij Pon in dienst was had Jaap van Rij me al eens ingezet als mystery-shopper en had ik een paar van die dealers incognito bezocht. De verslagen die ik daar indertijd voor maakte spraken boekdelen. Vriendelijke mensen, maar weinig kennis van zaken, niet proactief, en soms in wel erg rommelige winkels gevestigd. Een proefrit maken was er vaak niet bij. Dat zorgde mede voor een moeizame verkoop. Toen ik dus in 1992 als verkoopleider aan de slag ging en het land nu intensief rond reed bleek het probleem pas echt heel groot te zijn. Veel van die lui hadden net aan een soort van showroom met een enkele auto er in, hun werkplaats was vaak een rommeltje en ze deelden vrijwel allemaal frustraties over ‘de wijze waarop de importeur met ze om was gegaan’. Dat zat hem vooral in een deal uit 1991 toen Jaap van Rij clusters van auto’s aan die dealers had geleverd, bijvoorbeeld drie Favorit Combi’s en een zwarte bijzonder fraaie hatchback die speciaal voor Nederland was gemaakt.
Die zwarte wagens waren ze meestal zo kwijt, die combi’s niet. En Pon nam ze ook niet terug zoals vele dealers graag hadden gezien. Die verkochten het liefst wat de klanten vroegen. En als dat een niet in het gamma voorkomende zilvergrijs metallic versie was met paarse stoelen en gele wielen moest de importeur daar dan maar voor zorgen! Het waren soms onmogelijke situaties. Toen wij in Mlada Boleslav en Praag dan ook nog eens de nieuwste modellen zagen die Skoda op het punt stond uit te brengen wisten we dat we daadkrachtig moesten handelen. De voorraden oude modellen, vrijwel allemaal afkomstig uit 1991, waren om en nabij zo groot als de totale verkoop van alle toenmalige dealers in een jaar tijd. Dat zorgde voor flinke stagnaties. En net als dealers bij Pon hun oudere modellen niet konden retourneren, lukte dat Pon niet bij de fabriek. En reken maar dat we dat laatste geprobeerd hebben! Er moest dus een list verzonnen worden. En die kwam al snel in beeld. Toen Jaap van Rij een korte citytrip maakte naar New York en terugkwam met vele verhalen, schoot me ineens te binnen dat we actiemodellen zouden moeten maken met bekende namen van New Yorkse wijken. In concept bedachten we toen in een ochtend tijd de Combi’s ‘Brooklyn’ en de ‘Manhattan’. Daartoe dienden we die voorraadwagens compleet binnenstebuiten te keren en zelfs de bekleding te vervangen door nieuwe.
Bij die Manhattan was dat zelfs echt leder. Deze operatie leidde er toe dat we ook veel positieve publiciteit kregen. De vakbladen schreven dat het toch niet gekker moest worden, ‘Skoda’s met lederen bekleding….’ De prijs was goed, de actiemodellen aantrekkelijk, de klanten ‘in’ voor iets anders, maar de dealers helaas niet. Die hadden zoveel ‘kennis’ van alle detailverschillen dat ze klanten daar zelfs op wezen. Vaak waren ze meer hobbyisten dan professionals zo leek het. En dus gingen de iets jongere Brooklyns, baserend op de goedkopere Forman L, sneller weg dan de duurdere en wat oudere Manhattans. Het verschil zat hem daarbij vooral in een hendeltje voor de opening van de achterklep die de goedkope versies wel hadden en de duurdere niet. Dealers zaten echt ingegraven indertijd en wilden slechts het laatste nieuwe verkopen. Vaak waren ze daarover geïnformeerd door Tsjechische handelaren die in die jaren alle oude en ingeruilde Skoda-modellen opkochten waarbij de motoren nog achterin zaten, en die terughaalden naar het thuisland. Wat dealers daarmee bereikten was dat hun terreinen leeg raakten, hun cashflow even verbeterde, maar dat ze op termijn geen onderhoud meer hadden in hun werkplaatsen. Waarmee, ook al door de uitblijvende verkopen, het einde voor veel van hen snel in zicht kwam. De nieuwe rayonmanagers van toen, jonge mensen met een vaak grotere verkoopervaring dan de dealers die ze bezochten, moesten soms meehelpen om bepaalde voorraadauto’s voor dealers op te ruimen. Die ondernemers waren vooral aan het sleutelen, maar mopperen ging ze ook buitengewoon goed af. TE goed!
Vandaag, twaalf jaar geleden alweer startte mijn weblogaanwezigheid. 12 jaren waarin voor iedereen en ook voor ons persoonlijk veel veranderde en soms, aardig genoeg, ook de nodige zaken hetzelfde bleven. Toch is het wel opmerkelijk om te constateren wat er zoal veranderde. Zo zaten wij hier bij de start van dat geschrijf op het internet in ons persoonlijke leven nog aan te hikken tegen de beslissing om evt. te verhuizen dan wel het huis zodanig te verbouwen dat het meer aan onze persoonlijke smaak zou appelleren. Uiteindelijk kozen we indertijd voor het laatste en is dat de reden dat ik vanaf 2008 met uitzicht op de omgeving kan werken aan mijn creatieve teksten en adviezen vanuit een toen compleet verbouwde en aangepaste ruimte. Die noemde ik daarna mijn ‘Man-Cave’ en ik voel me er nog steeds fijn bij. We hadden in dat ‘startjaar’ nog drie (andere)katten, onze hond dartelde hier nog vrolijk om de voeten en ik was toen drie dagen per week elders in de stad aan de slag met het maken van b-to-b bladen.
Van een crisis was ook in de marketing- en uitgeversbranche in die jaren nog geen echte sprake. Het was een dame die ik toevallig leerde kennen via een webforum waar ik nog wel eens voorbij fietste die me de tip gaf om mijn ‘zo leuk geschreven’ zielenroerselen en opinies eens in een weblogje te verpakken en wereldkundig te maken. Voordien schreef ik op websites van anderen of die fora af en toe eens een column, maar verder? Allles nog op papier! Het ging sindsdien snel. Ik leerde nieuwe mensen kennen. Medeloggers. Sommigen kwamen en verdwenen weer, anderen bleven behoren bij de grote vriendenkring die het webloggen met zich mee bracht en sommigen daarvan behoren intussen tot de ‘inner circles’ van ons leven. Mensen met een passie vaak, misschien wel meer zelfs, soms met een eigen logje en zo lief en aardig dat je ze daarom alleen al wilt omarmen. Allemaal het gevolg van het betere logwerk. In die jaren tijd heb ik ontdekt dat juist het geven van een mening over.. meer mijn ding is dan het plaatsen van zo maar wat foto’s of tekeningen.
Ik ben geen typische dagboekenier! Meer een soort maatschappelijk voyeur die wat hij ziet en meemaakt interessant genoeg vindt om het omgevormd via het www te publiceren. Het moet ‘ergens over gaan’. Soms lukt dat beter dan op andere momenten. Je bedient nooit elke keer iedereen gelijkwaardig. In die afgelopen jaren ben ik bezig geweest met in totaal vijf weblogs. Dit, waar u nu uw ogen over laat gaan, en twee die meer gespecialiseerd waren op het gebied van auto’s en luchtvaart. Daarnaast had ik nog een poetisch blog en een in Belgie dat diende als reddingsboot toen een van de blogaanbieders er ineens geen zin meer in had. Later volgden de sociale media. De speciale blogs verdwenen, groepen op Facebook namen die plek in en ik vond ook Twitter en Instagram op mijn publicitaire pad. De rest van mijn ‘gepassioneerde leven’ probeer ik hier onder te brengen.
Dat ik daarbij soms in uw lezersogen de plank mis sla is op zich niet zo erg, u blijkt gelukkig gemiddeld gesproken tamelijk vergevingsgezind. Daarbij, echte Amsterdammers zijn nu eenmaal ‘jenners’. We voeren soms de druk wat op of zetten u daarmee op het verkeerde been. Zelden of nooit kwam het daarbij tot serieuze persoonlijke problemen. Een enkele keer loop je tekstueel wel eens tegen de verkeerde persoon aan. Dan klikt het niet, wil het niet en lukt het nog minder. In die afgelopen jaren heb ik daardoor veel geleerd. Genoten ook, ik zal het niet verbloemen. Het schrijven van die logjes en alles wat er omheen hangt is een plezierige bezigheid. Maar het heeft geen enkele zin als er geen kip mee leest. En daarvoor dank ik al mijn logvrienden en passanten. Dank dat u de afgelopen twaalf jaar de moeite nam om hier te lezen wat mij zoal beroert, opwindt, bezighoudt. Als het de gezamenlijke scheppers behaagt en mij gegeven ga ik nog even een paar jaar door. Want aan onderwerpen mankeert het zelden of nooit. Vraag blijft of u ze allemaal even leuk zult vinden. Ik denk zeker te weten van niet. Maar dat is natuurlijk mijn mening!
Echte vriendschappen zijn het best maar uitgebreid te koesteren. Telkens weer blijkt dat je dit in feite te weinig deed als je beseft of ontdekt dat je iemand zo maar uit je eigen kringetje verliest. Dat hoeft niet eens te komen door dramatische gebeurtenissen, soms is een verhuizing naar een of ander ver buitenland al genoeg om dit soort emotionele zaken te doen verwateren. Dat is jammer, en soms blijft ergens in je ziel een beschadigd en wat pijnlijk plekje zitten. Toch doen we zelf soms te weinig aan het goed onderhouden van vriendschapsbanden met hen die redelijk nabij zijn. Er is natuurlijk altijd een reden voor te bedenken dan. ‘Geen zin’, ‘geen tijd’, ‘mijn werk’, ‘de verbouwing’, ‘de kinderen’, ‘mijn gezondheid’ enz. Altijd is er wel een keer een excuus aan te halen rond het waarom je ‘even geen zin hebt in anderen dan je geliefden of wellicht quality-time voor en met jezelf’.
Toch heb je echte vrienden hard nodig. Een mens kan nu eenmaal niet zonder warmte, een aai over de bol (of meer), een luisterend oor, of gewoon even een middag of avond onbegrensde lol. Vrienden zijn er in voor- en tegenspoed. Over en weer. Komt het niet van beide kanten is het vaak oppervlakkiger en spreek je eerder van goede kennissen. Naarmate de leeftijd vordert ontdek je ook dat er steeds minder echte vrienden overblijven. Dat komt zeker ook doordat sommige mensen je letterlijk ontvallen. Vaak veel te jong meestal, want naarmate je zelf ouder wordt, zijn leeftijdgenoten ‘veel te jong’ natuurlijk. En als die leeftijd stijgt komen de fysieke en geestelijke kwetsbaarheden nog wel eens sneller dan gewesnt naar boven.
Ook in de vriendenkring. Men begint wat te mankeren, je moet ineens gaan relativeren. Dromen en verlangens worden weggeschoven en maken plaats voor een meer berustend accepteren. De heftigheid gaat er af, de verwijten verdwijnen, wat blijft is puurder dan voorheen en staat open voor een warm gevoel van bij elkaar willen zijn. Elkaar beschermen tegen die boze wereld met al zijn vervelende kantjes. Noem het bijna een liefdesgevoel. Emotioneel mens als deze Mokummer nu eenmaal is voel ik dat bij veel van onze vrienden. Wil niet dat ze iets overkomt, wil ze omarmen, er zijn als het nodig is. Wellicht zijn we daarin wat naïef, hebben een te roze bril op, maar vriendschappen moet je koesteren. De echte dan! En die zijn toch een beetje uniek…… Wie er anders over denkt mag dat uiteraard hier bij mij nu uiten….:) Maar o wee als me de commentaren niet bevallen. Je bent zo ontvriend natuurlijk…


Het was ergens een jaar of twaalf geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met het fenomeen bloggen. Ik had er voordien nog nooit van gehoord, maar was wel actief op fora waar mensen met een bepaalde interesse in onderscheidende onderwerpen met elkaar van mening wisselden. Toen het bloggen bekend raakte en ik zelf ontdekte welke publicitaire mogelijkheden dat kon bieden was ik er snel aan verslaafd. Schrijven is mijn leven lang een passie gebleven en na mijn schrijfsels voor allerlei bladen en websites in het verleden (voor de blogperiode al tientallen jaren actief daarmee) was dit de uitlaatklep die me veel plezier zou verschaffen. En nog. In de loop van de tijd veranderde (soms door omstandigheden van buitenaf) het beeld van dat bloggen wel. En de fora verdwenen eigenlijk vrij snel uit beeld. Zij die mij al een tijdje volgen weten dat in die jaren die volgden bloggers elkaar ontdekten, linkten, ontmoetingen realiseerden en soms vriendschappen deden ontstaan. In andere gevallen zag je dat er ineens vonken oversprongen en mensen hun grote liefde vonden via die meetings en wat daaruit ontstond. Mijn meningblog was precies dat.
Maar voor meer gespecialiseerde onderwerpen die mij bezig hielden kon ik terecht bij andere blogs en/of aanbieders. Zoals bij het professionele Blog.nl waar men indertijd een breed gamma aan blogs aanbood met onderwerpen die gingen over Ajax aan de ene kant en seks aan de andere. Men behaalde enorme aantallen lezers voor die blogs en de schrijvers ontvingen dan ook voor hun inspanningen een (relatief kleine) vergoeding. Door goede mensen in te huren kreeg je ook dat die blogs dagelijks werden gevuld met relevante informatie. En die werd ‘gevreten’. Men trok adverteerders aan en was niet te beroerd om af en toe wat advertorials toe te laten waarmee de opbrengst per blog ook weer wat steeg. So far so good. Maar de wereld veranderde. Ook die van mij. Ik verbond mij in 2008 aan die lui en schreef elke week 26 autoverhalen voor ze. Verdeeld over die hele week.
Bijna tien jaar lang. Geen dag gemist. Zelfs niet door ziekte, gebroken schouder of operatie. Mijn loyaliteit was niet ter sprake. Maar die veranderingen (denk aan de ontwikkeling van andere sociale media en ook de wijze waarop journalisten en redacteuren opereren) waren op termijn funest voor de bloggers op dit platform. Ook de leiding van dat bedrijf veranderde. Geen bijeenkomsten meer, geen statistieken, men hield het hoofd boven water zo bleek al snel. Adverteerders verdwenen maar ook een paar goede schrijvers met zeer succesvolle blogs. YouTube en het selfievloggen werd de nieuwe manier om je imgao of kennis te projecteren, en jonge mensen lezen niet meer, die kijken vooral. Kortom, aan het einde van vorig jaar begon het ineens te kraken. Men betaalde de bloggers gewoon niet meer. Ik schreef er al eens eerder over.
Na drie maanden legde ik mijn tekstproductie daarop dus maar stil. Ik had al de nodige ervaring opgedaan met uitgevers in print die je van de ene op de andere dag lieten barsten, dus dat was een degelijk onderbouwde beslissing. Een eindafrekening volgde nog wel na een paar maanden. Met dank voor de bewezen diensten. Net 50% van het mij toekomende bedrag. En dat gold voor alle collega-schrijvers. Het was ernstiger dan ik zelfs maar kon vermoeden. En dat bleek. Eind januari kwam het laatste bericht. Men stopte er mee, de veranderende markt en zo. Na tien jaar viel het doek! Jammer maar helaas. Mijn besluit om te stoppen was op voorhand een juiste. Al deed het me wel zeer. Toch een goede relatie en door de jaren heen ook gewoon plezierige mensen. Het gaat hen hoop ik verder goed. En ik kan weer bouwen op een extra stuk schrijfervaring. Want wekelijks 26 verhalen dichten naast alles wat ik verder deed of doe is best inspannend. Ik hoop dat de lezer er van heeft genoten. En zoals u al merkte, hier komen de autoverhalen en alles wat daar mee van doen heeft, regelmatig even langs. In een andere soms kritischer vorm, maar nog steeds even interessant. Zolang ik er plezier in blijf houden en de vingers nog bewegen…..Lees ze!
Neem van mij maar aan, imago is iets dat hangt aan mensen en merken vanuit het perspectief dat wij zelf of anderen er aan toe dichten. De bekende hokjesgeest waarin met name Nederlanders anderen stoppen, zorgt voor veel misverstanden of wonderlijke verwijten. Maar in autoland is imago iets wat onuitroeibaar lijkt te zijn verbonden aan ervaringen uit het verleden. Waarbij een deel van die ervaringen in de huidige tijd nog steeds op lijken te gaan. Bedenk maar eens dat wij in ons land Duitse automerken zien als oerdegelijk, daarbij voorbij gaand aan het feit dat een deel van de individuele merken en modellen helemaal niet afkomstig zijn uit dat zo gekoesterde buurland. Een merk als Opel bijvoorbeeld (nu onderdeel van Peugeot/Citroen) was jarenlang een samenraapsel van Koreaanse, Japanse, Italiaanse en Amerikaanse modellen. Op zich niks mis mee, maar liet je mensen de vergelijkbare modellen zien met de naam van de oorspronkelijke bouwer er op, schatte men die wagens meteen wat lager in.
En dat was zeker bij de Japanse productie onterecht. Japanse auto’s zijn per definitie loeibetrouwbaar en gaan ook lang mee. Japanners kunnen echt auto’s bouwen en zijn razend innovatief. Maar dat sterke imago geldt ook voor wagens die dezelfde Aziaten tegenwoordig laten bouwen in Portugal, Frankrijk, Engeland, Turkije of waar ook. En dat soort landen staat als het om eigen merken gaat meteen op een heel ander niveau. Onlangs las ik een Duits onderzoek naar hoe men bepaalde auto’s ervoer na pakweg 2 jaar rij-ervaring. Dan ging het om zaken als betrouwbaarheid, evt. storingen, reparaties etc. Zeer opvallend, van de identieke drieling (en in Tsjechie gebouwde) Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 108, scoorde de Toyota veel beter dan de Franse zusjes. Toyotarijders vonden hun compacte auto kwalitatief veel beter dan mensen die voor zo’n Franse versie gingen. Wat vreemd is want ze zijn echt volkomen en tot de laatsche technische bout en moer identiek!!
Diezelfde situatie zie je bij de in Slowakije gebouwde VW UP!, Skoda Citigo en Seat Mii. VW rijders zijn veel kritischer op hun UP! dan de vaak zeer merktrouwe Skoda- en Seatrijders. Het vooroordeel is soms hardnekkig. Net als voldoende kennis van zaken. In een globaliserende wereld is niets meer wat het lijkt. En dat wordt niet beter. Nu zijn veel merken nog uitgerust met redelijk unieke technieken. Maar als je kijkt naar elektrische auto’s is straks de aandrijflijn bij alle merken ongeveer gelijk. Je krijgt een pakket accu’s, een elektromotor en wat elektronica. Het imago zal er zeker onder lijden. Al zijn er altijd mensen die menen dat een in China gebouwde Volvo toch een superieure auto is aan een door Duitse arbeiders gebouwde Audi. Snappen doe ik het niet, maar dat zal vast komen door de beroepsdeformatie die mijn deel is na een decennium of vier in die handel. Hoe dan ook, imago zit tussen de oren, en heeft meestal weinig van doen met de werkelijkheid. Als je dat maar weet….
Ooit, lang geleden, waren auto’s simpele dingen. Ze hadden (meestal) vier wielen, een motor, een paar stoelen en als je geluk had een dakje. Daarmee bewogen automobilisten zich door het verkeer dat indertijd veelal rustig was en waar je als berijder van zo’n kuchend apparaat al van kilometers ver kon worden gehoord. Dus was het nauwelijks of niet nodig om achteruitkijkspiegels mee te leveren, aan richtingaanwijzers deed men al helemaal niet. Wie zich een beetje netjes gedroeg stak zijn of haar hand uit. Dat werd na de Tweede W.O. anders. Toeters werden gemeengoed op de naoorlogse modellen, maar ook echte richtingaanwijzers (dat waren elektrisch bediende pijlen die uit de carrosserie kwamen zetten als je een schakelaar naar links of rechts draaide). Een spiegel zat vaak op een van de voorschermen. Je zag beperkt wat er achter je gebeurde. Door de decennia heen ontwikkelde de auto zich tot een meer dan volwassen en veilig bedoeld vervoermiddel.
Tegenwoordig is het mogelijk met camera’s een beeld op te roepen van het verkeer om je heen, een beetje auto heeft een automatisch noodstopsysteem aan boord dat vooral in steden handig en veiliger is, maar er zitten ook drie spiegels bij en aan al die wagens en die zijn zodanig in te stellen dat je vele meters breed kunt zien wat er achter je gebeurt. Daarnaast worden auto’s voorzien van een hele reeks richtingaanwijzers. Allemaal het gevolg van de wens van overheden het drukke verkeer steeds veiliger te maken. Helaas is die wens niet die van de in veel die auto’s rondrijdende figuren die in veel gevallen geen van die attributen gebruiken. Men komt bij een baanwissel naar links zonder te kijken, geeft daarbij geen richting aan en snijdt waar men denkt dat het handig is. Afslaan doet men ook vaak zonder acht te slaan op rechtdoor gaande fietsers (die overigens bij het afslaan ook zelden een vinger uitsteken..) en wie zich aan de verkeersregels houdt wordt door deze lieden vaak beticht van tuttig rijden.



Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.
Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.
Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.