Het dubbele gezicht van de Tsarina…

wp_20161027_028Het tweede museum dat ik onlangs binnen de periode van twee dagen bezocht was de Hermitage in Amsterdam. Het was de bedoeling om er al eerder heen te gaan, maar dat kwam er om e.o.a. reden steeds niet van. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt. Samen met onze Soester vriendjes op een mooie dag in oktober. ‘Catharine de Groote – Zelfgeslepen diamant’. In de sfeervolle Hermitage, altijd goed voor exposities van kunstzinnig werk uit het grote museum in Sint-Petersburg, Rusland. Tot en met 15 januari 2017 te bekijken, tegen een geringe meerprijs op je normaal gratis MJK-toegang.

wp_20161027_027De werken die men uitstalde zijn soms prachtig, maar de onderwerpen in veel gevallen wat minder fraai. Waren die mensen in die tijd zo lelijk of hadden de schilders hun dag niet? Catherina de Groote was een vrouw met twee gezichten. Eerzuchtig, steenrijk. Machtig, en invloedrijk. Ze kende de andere koningshuizen uit die periode en hield van corresponderen met filosofen als Voltaire en Diderot.

wp_20161027_025Catherina wilde de Pruisische koning Frederik verslaan waar het om kunst verzamelen ging en intussen verborg zij af en toe een minnaar of drie voor de buitenwereld. Of die allemaal tegelijk langs kwamen is de vraag. Maar dat zij dominant zal zijn geweest….het moet wel.  Geslepen en glimmend was de geweldige tsarenkroon die stijf stond van de diamanten en parels. De uitgestalde kroon in de Hermitage is een kopie, stamt uit 2012, en is bedoeld om over de wereld te reizen. Het origineel vermoedelijk zo duur dat je dat risico niet durft te nemen om hem uit te stallen. Catherina is met haar voorkeur voor de kunst en de letteren ook actief geweest om al haar schatten onder dak te krijgen en zo stichtte zij 250 jaar geleden het Hermitage waaraan het Amsterdamse filiaal zijn naam dankt.

wp_20161027_018Erg aardig waren de monitoren met daarop te zien filmfragmenten van bekende sterren die deze in het echt niet al te fraaie vorstin ooit uitbeeldden. Marlène Dietrich, Jeanne Moreau, Catherine Deneuve, Catherine Zeta-Jones en Keira Knightley zetten soms een erg mooie tsarina neer. Mooier dan ze op die oude schilderijen bij de observator overkomt. Want complimenteus is anders. Maar ga zeker kijken als je interesse hebt in dit stukje geschiedenis. Al was het maar omdat je o.a. een kaart te zien krijgt waarop het Europa uit die tijd. Waarbij meteen opvalt hoe verdeeld en klein Duitsland was en hoe verscheurd het huidige Polen. En ook hoe goed die Nederlandse schilders uit de betreffende periode waren. Die hangen hier niet. Dat is meer voor een andere kant van het museum….Waar je zeker ook even heen moet gaan als je er toch bent…

 

Discussie over de hoofdstad…en meer!

WP_20160418_009 (2)Wie mij kent weet dat ik een afkeer heb van alles of iedereen die ons land onderuithalen. Of wil verzorgen dat wij als geboren en getogen Nederlanders een hekel krijgen aan ons zelf, onze geschiedenis, onze cultuur of onze gewoonten. Ík laat me dat door niemand aanpraten. Omdat er elders in de wereld ook zoveel aan te merken valt en sommige groepen niet voor niets kiezen om in ons hier opgebouwde paradijsje te komen wonen. Hetzelfde voel ik bij mijn eigen stad. De omgeving waar ik ben geboren, opgegroeid, naar school ging, woonde tijdens de eerste jaren van mijn huwelijk en meer. Waar ik het soms hartstochtelijk oneens kan zijn met de bestuurders. Die van deze grote stad een dorp willen maken, die voorkeur geven aan instroom in plaats van behoud van het goede en vertrouwde. Bestuurders die ook vaak van een politieke signatuur zijn dat ze onder de termen van mijn toorn moeten mogen vallen. Moet je maar niet voor zo’n stroming politiek gaan bedrijven. Ik heb er niks mee en zal er ook nooit iets mee krijgen.

Zuiderkerk met poortje P8290208_editedMits je bijvoorbeeld voor de arbeiders en ouderen een sociaal programma uitvoert. Het opschrijven ervan is bij politici vaak erg makkelijk, bij de dadendrang mankeert het veelal. Dus ja, ik ben soms kritisch op de stadsbestuurders, niet zozeer op die prachtige stad zelf. Waar ik wekelijks hele wandelingen maak en dan geniet van de cultuur, de historie, de fraaie waterpartijen of groene parken. De bevolking is over het algemeen genomen vriendelijk en dat kan niet van elke stad worden gezegd. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren en laat me daarop voorstaan. Zo niet de ex-Amsterdammer en blogger die mijn gemoederen aardig wist te verhitten toen hij vanuit zijn eigen verkozen provinciale zijlijn weer eens ouderwets te keer ging over de stad, de toeristen, het verkeer en zo meer. Er deugde maar weinig van en hij wist zelf natuurlijk welke oplossingen nodig waren. Niemand anders! Ik was het vaak niet met hem eens. ‘Schijten in je eigen nest’ noem ik dat, omwille van goedkeurende commentaren van mensen die onze stad niet kennen of slechts van imago.

Zoals mensen ook nog wel eens mekkeren over Almere zonder er zelf ooit geweest te zijn. Het vooroordeel is al genoeg. De discussies liepen best hoog op. Hij was het niet eens met mij positieve blik op de hoofdstad. En persoonlijke verwijten moesten zorgen dat ik mijn mond zou houden of de vingers op de toetsen stil. Helaas voor hem, dat werkte niet zo. En dus is het contact verbroken. Hij hield niet van kritiek. Herkenbaar, maar in dit geval ‘eigen schuld dikke bult’. Kom niet aan de stad want dan krijg je er van langs. Overigens is elke kritiek op het stadsbestuur geen reden tot dit soort afkeer hoor, nee het gaat me om die schitterende historie, cultuur, de grachten, de mensen, en zo u wilt de lichte chaos die onze stad ook kenmerkt. Maar wie hier geboren en getogen is hoort zich in te houden. Zo zijn de regels en zo worden ze toegepast…..:). Geef mij maar Amsterdam! I Amsterdam! WP_20160418_007 (2)

Oase

Bosplan - trimbaan fotoserie 150907 div. 007Aan de zuidkant van de grote stad waar ik woon, werk en leef, bevindt zich een paar enorm uitgebreide groene zones die bij mensen van buiten onze stad nauwelijks bekend zijn. Zoals het Amsterdamse Bos dat in basis werd opgezet om niet alleen bleekneusjes uit de grote stad van de jaren twintig/dertig in de vorige eeuw van wat frisse lucht te voorzien, maar ook om de massale werkloosheid die toen heerste te helpen onderdrukken. Ergens in 1932 werd het project in fase 1 afgerond, daarna kwamen er nog wat stukken bij en zelfs na de oorlog legde men een nieuw deel aan ten zuidwesten van de toenmalige verbindingsweg tussen Amstelveen en Schiphol. Het Amsterdamse Bos is intussen verworden tot een flink groot woud vol spontane of aangestuurde natuur. Er zijn vennen en grote waterplassen te vinden, strandjes, wandelpaden en fietswegen, je kunt er via de zgn. Bosbaanweg met de auto in en wij zijn er dan ook al vele jaren lang regelmatig te vinden. Heerlijk wandelen bij het geluid van de vogels, het ritselen van de bladeren en het geblaf van de altijd in dubbele zin van het begrip uitgelaten honden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onze eigen Purdy was er ooit ook zo verzot op. Rennen en scharrelen, en als het even kon zwemmen in een van de poeltjes. Zij gilde het dan uit van plezier en zwom als een vis. Lijkt alweer zo lang geleden allemaal. Ik heb er persoonlijk nog wel wat meer herinneringen liggen. Maar die zijn meer voor een andere keer. Het Amsterdamse Bos werd bij de Amsterdammer bekend als het Bosplan. Naar het gemeentelijke plan dat tot dit bos zou leiden. En wat was dat plan eigenlijk goed. In de omgeving van toen lagen indertijd wat landerijen,  de nodige moerasachtige gebieden en verder wat ‘rommelgrond’. Men bouwde eind jaren twintig in het midden van het gebied een aanzienlijke heuvel van afval, wat goedkoop bouwmateriaal was, en stortte daarover heen aarde en plantte er bomen en struiken op. Het terrein werd zo wat glooiend en golvend. Het bos ruikt vooral in de zomer heerlijk. Zoals een bos hoort te ruiken. Heerlijk voor iedereen die zoekt naar wat rust.

WP_20160125_003En wie houdt van dynamiek, kom dan bij stevige westenwind eens langs, dan landen de vliegtuigen op de zgn. Buitenveldertbaan en dan lijkt het wel of ze midden in het bos de landing willen inzetten. Ik kijk er als liefhebber altijd met veel plezier naar. Stukje verderop, aan de rand van de chique wijk Buitenveldert en begrenst door de Amstel ligt nog een prachtig gebied. Ik beschreef het al eens eerder. Het Amstelpark. Ooit onderdeel van de opzet voor de begin jaren zeventig gehouden Floriade-expositie. Die tentoonstelling verdween, het park bleef. Prachtig, rustig en interessant. Voor hen die er oog voor hebben. Beide groengebieden zijn voor ons simpel te bereiken. Met de auto, fiets of als het moet lopend. Je kunt er heerlijk vertoeven en waant je zeker niet in de grote stad. En wellicht maakt dat Amsterdam wel extra zo’n aantrekkelijke stad om in te wonen. Of voor toeristen om te bezoeken. Niet allemaal komen ze voor de Wallen, musea of Coffeeshops. Als ik de talen hoor die hier in die bos- en parkgebieden worden gesproken heeft het nieuws over al dat groen ook mensen van elders bereikt. En dat is goed. In de winter is het allemaal weer voor de Amsterdammers. En voor hen is het natuurlijk ooit bedoeld geweest. Als Oase in de drukke omgeving van een enorme stad. De hoofdstad!

De commissaris die schrijver werd….

WP_20160611_013Stom toevallig besloten we om die nieuwe boekwinkel in Weesp eens te gebruiken om niet alleen de culturele behoeften, maar ook het verlangen naar een ‘bakkie’ te bevredigen. Die winkel is relatief nieuw en kwam in de plaats van een ouderwetse zaak die een paar jaar terug failliet ging. Deze nieuwe winkel zit heel anders in elkaar en heeft zoals vaak tegenwoordig, ook een koffiehoekje waar men even lekker kan vertoeven. Aardig mensen ook. Gezellig druk. Tussen alle bezoekers en teamleden die we niet kenden een bekend gezicht. ‘Verhip…dat is toch die commissaris’ zei ik nog. Namen ben ik zo slecht in, maar gezichten vergeet ik nooit. ‘Ja, van Riessen’ zei mijn vrouw stellig en die heeft een ijzeren pot qua geheugen. Verdraaid ja, dat was hem. Zou die ook in Weesp wonen als ‘Amsterdammer’? We filosofeerden wat. De hoofdpersoon in ons raadsel kwam even later ook de koffiehoek inlopen. Kreeg een lekkere espresso en wat water. Spontaan ontstond er een gesprek tussen ons drie. Hij schoof aan bij onze tafel. Binnen de kortste keren werd het een geweldig leuk gesprek.

WP_20160611_009We begrepen dat hij hier niet woonde maar zijn boeken kwam promoten. De winkel had een hoekje ingericht voor dat evenement. Joop van Riessen is auteur van inmiddels acht boeken met Anne Kramer als hoofdpersoon. Die Anne Kramer is, niet verbazingwekkend, commissaris van politie in de drukste stad van ons land, Amsterdam. En Joop van Riessen gaf haar een stukje van zijn eigen (spontane) karakter mee, maar modelleerde haar verder op zijn dochter. Zelfde leeftijd en een echte vrouw. Hij rolde na zijn pensionering eigenlijk bij toeval in het schrijversvak. Baantjer was op leeftijd en de behoefte aan de menselijke maat binnen dit soort lectuur trekt nog steeds veel lezers. De uitgever zat hem echt achterna om er mee te starten en toen hij eenmaal bezig was kon hij zelf eigenlijk niet meer stoppen. De verhalen komen uit zijn laptop zoals hij ze vertelt. Vlot, soms indringend, spannend! Als je in een jaar of acht/negen tijd acht boeken op de markt brengt heb je talent. En juist  omdat Joop van Riessen zoveel heeft meegemaakt als echte Amsterdamse misdaadbestrijder, want dat is hij toch geworden in die 45 dienstjaren, is het zoeken naar onderwerpen geen grote moeite voor hem.

WP_20160611_010Tijdens de presentatie in die boekhandel daar in Weesp bleek ook dat de man breder kijkt naar de maatschappij dan in simpele termen van ‘zwart’ of ‘wit’, maar de ogen niet sluit voor de kwaden die woekeren in de moderne maatschappij. Een link tussen het familieverleden (in zijn laatste boek ‘Moord op de Tramhalte’ trekt hij al een sluier weg van die persoonlijke geschiedenis) maakt zijn boeken nog intrigerender. Zelf is hij geboren in Overveen, niet ver van Haarlem. Woont nu deels in zijn oude omgeving en werkt een ander deel vanuit een leuk appartement onder de schaduw van de Westertoren. Het was geweldig om deze toevallige ontmoeting mee te maken. Natuurlijk kochten we een boek, hij signeerde het persoonlijk en ik gaf hem mijn kaartje. Want ja, auteurs onder mekaar…moet kunnen. Alleen snap ik wel dat ik niet in de schaduw kan staan van een man die elk jaar een boek op de markt brengt. Ik ben al blij als het mij dit jaar nog lukt om nummer drie uit te brengen. In een even lange periode! Met een beetje extra inspiratie moet dat lukken. En dat kreeg ik toch ook van Joop van Riessen. Al was het maar om de manier waarop hij naar dat schrijven kijkt. Geen last maar lust. En dat scheelt veel denk ik. Aanrader mensen! Anne Kramer als hoofdpersoon, Joop van Riessen als schrijver. Bij de betere boekhandel te koop! Zoals die in Weesp! Of te bestellen bij uitgeverij De Kring!  Voor E.18,50 een hoop plezier!

De bootjes van Bergmann

http://www.beeldbank.amsterdam.nl/beeldbank/weergave/record/layout/widget/tmpl/widget?id=PBKD00200000018&width=640 Indertijd was het op het hoofdstedelijk IJ bijzonder druk. Niet af en toe een beetje druk zoals nu vaak het geval is, maar echt druk. Het oostelijke havengebied was het overslaggebied voor alles wat met zeeschepen werd aangevoerd. Op de kop van die eilanden lagen de grote passagiersschepen die o.a. emigranten vervoerden naar Canada of Australie. Een stuk verderop langs de kaden, de vrachtschepen die over de hele wereld voeren. Vaak met een Nederlandse vlag aan boord. Er was toen nog een druk stuk werkgelegenheid aan de noordkant van het IJ waar de Draka, ADM en NDSM huisden. Werf- en andere industriele bedrijven met ook nog altijd een belangrijke onderhoudsfunctie. Daarbij was er veel verkeer van binnenvaartschepen en lichters. Kortom, achter het Amsterdamse CS was op het water van de haven altijd veel te doen. Het water zelf daardoor meestal in grote beroering, golven van een halve tot hele meter hoog soms, zeker als er een groot vrachtschip voorbij was gevaren. Naast de veelal zeer drukke IJ-veren van het GVB, waarop indertijd ook al het autoverkeer mee moest naar de andere kant, van een IJ-tunnel was wel sprake maar die lag er nog lang niet, was er ook een forenzenveertje dat vertrok vanaf het toenmalige Noord-Zuid-Hollandse Koffiehuis, net als toen gelegen voor het Centraal Station, al was dat dan net even op een andere locatie.

Bootje bergmann 2Die bootjes waren relatief snel, je had er binnen- en buiten zit- of staanplaatsen en de cabine voor de kapitein/stuurman was een beetje hoger gelegen dan de plek waar de (Vaak vele)passagiers werden ondergebracht. Regelmatig voeren die bootjes over het IJ heen en weer, vaak op volle kracht en zo ontweken ze behendig de grote vaart. Maar niet de golven en dat wilde nog wel eens uitpakken in een aardig nat pak door overkomend water voor hen die op het open dek vooraan waren gaan staan. De bootjes kregen de (bij)naam van de rederij, Bergmann. Intussen allang geleden overgenomen door Mokumse rondvaartgrootheid Kooy, maar indertijd een bedrijf met een aardige vloot schepen. Het aardige van die bootjes was ook dat je er mee werd afgezet bij de begin/eindhalte van de trammetjes naar/door Waterland naar Volendam. Dat was handig voor hen die bijvoorbeeld in Ilpendam woonden en in Amsterdam werkten, maar ook voor de nodige toeristen.

Bootje Bergmann 4Een uitstapje naar Volendam was best een heel dagje. En nog leuk ook. Mijn moeder nam ons als kinderen nog wel eens mee. Het meest spannende toch het varen met dat bootje van Bergmann. Vanwege die golfslag. En je hoorde dan ineens tot die schepen die daar allemaal voorbij voeren. Hetzelfde gevoel had ik vorig jaar toen we met een veerpontje overstaken van Noord naar het CS tijdens Sail. Tussen die enorme drukte van passerende jachtjes en af en toe toeteren als er weer een kano of half gezonken plezierscheepje voor die grote pont langs trachtte te komen. Maar toch wel heel anders dan in mijn jeugdjaren en aan boord van die Bergmannbootjes. Al was het maar door die golven. Of zijn die in je jeugd gewoon hoger omdat je zelf kleiner bent? Zou zo maar kunnen. Maar het is een herinnering die me niet zo snel los laat. En dat is voor mij al heel bijzonder…net als die bootjes zelf!  (Beelden: Historisch archief/Bakker archief/Binnenvaart)

Chaos

Amsterdam - fiets.opWiens schuld is het dat het verkeer in de grote stad vaak zo chaotisch verloopt? Ligt dat slechts aan de verkeersdeelnemers? Natuurlijk, er mankeert veel aan de kennis van regels bij vooral jongere weggebruikers. Zo zijn eenrichtingsstraten niet voor iedereen duidelijk. Is met de scooter over een trottoir rijden meer schering dan inslag. Parkeren op diezelfde stoep ‘moet kunnen’ en met te hoge snelheden een straat injagen is ook al meer normaal dan uitzonderlijk geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Men laat het hier veel voorkomende langdurig afsluiten van straten over een laag geschoolde ambtenaren die zonder enig inzicht van de gevolgen toestemming geven tot het opbreken van een weg, gracht of die straat waardoor bedrijven niet te bereiken zijn en het verkeer hopeloos vastloopt. Daarnaast is laden en lossen of verhuizen iets dat met wat heethoofdige karakters in de file er achter kan leiden tot stress maar ook onwettig geachte alternatieve omwegen.

Amsterdam - verkeersbeeld jaren zestig 10009A002137Tel daarbij op dat de politie vele taken kent, maar toezicht op het verkeer behoort daar kennelijk niet meer bij. Je moet wel met een watervliegtuig op de Amstel landen wil er een agent iets ondernemen. Men rijdt vrolijk langs kruispunten waar mensen massaal door rood rijden vanaf de andere kant en een unieke Amsterdammer die als voetganger of fietser wacht voor een rood stoplicht is ook geen reden voor optreden. Nee, de politie is druk met van alles, maar ik weet niet echt waarmee. Nou ja, in geval van nood blijken we voldoende blauw op straat te hebben om de boel op te lossen, maar dat geldt niet voor het verkeer. Sinds de specialisten van de verkeerspolitie er niet meer lijken te zijn, wordt het overgelaten aan de vaak jonge surveillant om af en toe te oefenen op jonge dames die met hun fiets toch daar fietsen waar het niet mag, al dan niet zonder achterlicht op de door hun fraaie achterwerk bezeten fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik vrees dat veel verkeerskennis is wegbezuinigd. Aan de kant van de politie, maar ook in het onderwijs en zeker bij de verkeersgebruikers. Mensen die zich in de auto nog wel enigermate houden aan de regels, blijken op de fiets of scooter ineens als een malloot te gaan gedragen. Het zal de open lucht zijn. Maar veelal is dat gedrag levensgevaarlijk. Elke dag valt over de gevolgen te lezen in de lokale kranten of op het internet. Met soms dodelijke gevolgen kennelijk, want ook dat valt te lezen. En elke dode is er een te veel. Zou het dus te politiek correct zijn als ik pleit voor degelijk verkeersles op lagere scholen, een verplicht rijbewijs voor alles wat zich gemotoriseerd voortbeweegt met een proeftijd van vijf jaar of zo? En controles die niet alleen gaan over snelheid waarmee vette boetes te behalen zijn? In Duitsland pakt men het ook zo aan. Een fietser die zich niet aan de regels houdt mag 10-20 euro neertellen. Dat werkt corrigerend. Niet om de staatskas of die van de gemeente te spekken. Kortom, veiligheid komt niet vanzelf, we moeten er iets voor doen. Samen! Dus houden jullie je nu eindelijk eens aan de regels als je in deze omgeving verkeert. Kan ik tenminste opschieten…. (c)Beelden LPAC Collectie Amsterdam

Pampus…

Pampus 1280px-Pampus-aanzichtOnlangs zag ik een documentaire over de VOC-schepen en Amsterdam. Was best aardig om te zien hoe die enorme schepen (van toen), na een lange reis naar verre en exotische oorden aan de oostkant van de Amsterdamse haven in die tijd bij laag water niet over de daar aanwezige zandbanken heen konden komen. Die ondiepten waren ontstaan in het zuidwestelijk gebied van de Zuiderzee. Daardoor was het met die schuiten vaak niet mogelijk om bij de veelal ook nog heersende zuidwestenwinden die hindernissen voor de haven van Amsterdam, te nemen en binnen te zeilen. Er bleef niet veel meer over dan bij Pampus voor anker te gaan. Voor Pampus liggen stond gelijk aan geen kant meer op kunnen en dus waren de bemanningen van die schepen na hun lange reizen min of meer gedwongen stil te zitten of te hangen. Voor Pampus liggen kreeg zo een eigen plekje in de Nederlandse taal. Mijn pa gebruikte nog een andere uitdrukking; als we, kind dat we waren, nieuwsgierig vroegen wat hij of wij zouden gaan doen, antwoordde hij steevast: ‘Naar Pampus pap eten’. Oftewel, een niets zeggend antwoord dat gelijk stond aan ‘gaat je niks aan’. Pampus was dus in de Amsterdamse taal vervat, maar wat was het eigenlijk?

Pampus eiland lokatiekaartje...Pas op school leerde ik van een eilandje dat aan de oostkant van de stad, tussen Amsterdam en Muiden net boven het water uitstak van het intussen IJsselmeer, niet ver van de Oranjesluizen. Het forteiland Pampus werd (slim) vanaf eind 19e eeuw gebouwd op het zgn. Muiderzand, onderheid met  4000 palen van 11 meter lang. Het fort bedoeld als onderdeel van de zgn. Ring rond Amsterdam, ook Fort Amsterdam genoemd. Men dacht in die tijd nog dat je met dit soort fortificaties de vijand buiten de deur kon houden. De kanonnen die men monteerde zouden Amsterdam afdoende kunnen beschermen. Toen het eiland en fort eenmaal klaar waren, bleek die hele ring van forten rond de hoofdstad overbodig geworden. De vijand was intussen gemotoriseerd en een paar jaar later vloog hij gewoon over die forten heen. Wat bleef was een uniek verdedigingssysteem dat in de jaren twintig nog werd voorzien van luchtafweergeschut. Maar in 1933, toch slechts een paar jaar voor de Tweede W.O. sloot men de boel, trok de soldaten terug en liet het fort het fort.

Pampus situatiekaartjeTijdens de hongerwinter staken veel mensen over het ijs richting het oude fort en namen alles wat brandbaar was mee naar huis. Het verval sloeg toe. Na de oorlog heeft de Mijnopruimingsdienst er nog wat explosieven tot ontploffing gebracht, maar verder bleef het een eenzaam plekje in dit grote watergebied tussen Amsterdam en het (tegenwoordige) Flevoland. Intussen woont er een enkel paar mensen dat het hele jaar door gasten ontvangt, rondleidingen geeft en het fort plus eiland wat onderhouden. Er varen in de zomermaanden wat pontjes op en neer tussen Amsterdam en Pampus en de watersporttoerist weet het haventje ook wel te waarderen als plek in de luwte bij zwaar weer. Intussen is er ook een baken voor de luchtvaart geplaatst waarop overvliegende toestellen kunnen navigeren op hun routes naar of van hun bestemming. Een stipje in het IJsselmeer dus. Nu onderdeel van de Gemeente Muiden. En in de winter buitengewoon stil. Dan kan je dus echt voor het gelijknamige eiland gaan liggen als je wilt en zelfs wat pap eten. Maar voor de gezelligheid hoef je het niet te doen. (Foto’s: Internet)

Half Amsterdam door op 1 enkel kaartje…

ANE49 - Blauw tram 454 - met aanhanger Amstelveen - 050792 - Scan10122Hoewel ik uit een gezin stam waar de auto vrijwel altijd centraal stond, al was het maar omdat mijn leasevader daarin handelde op zijn manier, was het gebruik van tram, trein en pont ons niet onbekend. Met ons bedoel ik dan mijn moeder, broer en ik. Met de ‘Blauwe’ tram naar Zandvoort, of in het ‘Bootje van Bergman’ naar de overkant van het IJ en dan op de NZH-tram naar Volendam Marken en zo meer. In de stad zelf maakten we vaak gebruik van de trams van het GVB. Prima verbindingen, wij hadden twee tramlijnen echt om de hoek van ons woonadres beschikbaar, en betaalbaar. Als puber maakte ik er veel gebruik van. Ik zat in Amsterdam-West op de middelbare school, gevolg van de katholieke opvoeding, en daar kon je het beste maar met de tram naartoe reizen. Wat ik keurig deed. Met de toenmalige lijn 3 naar de Rozengracht, daar over op Lijn 13. Die bracht je dan tot de toenmalige grenzen van de stad. Daar zat mijn school, op een toen nog open liggende zandvlakte.

Lijn 4 938Later ontdekte ik dat je ook met de tramlijn 4 naar het CS kon reizen en daar over op diezelfde 13. Dan kon je tenminste zitten. Immers, die lijn 13 begon daar. Vooral in de winter van groot belang. Veel van die trams waren nog van het heel ouderwetse type. Twee-assers met een losse aanhanger. Later ook nog wel drieassers met hun gesloten balkons. Ik reed zo vaak in die trams mee dat ik ook precies doorhad hoe je met dat ene gestempelde kaartje de halve stad door kon. Was dat belangrijk? Wel als je ook interesse had in de trams, de types en de nummering van die dingen. Had ik net zoveel interesse in als in de vliegtuigen die mijn latere interessesfeer zouden beheersen en de auto’s die ons leven thuis soms zo interessant maakten. Ik wist op enig moment precies welke trams werden ingezet op lijn 4. En op die ook door mij gefrequenteerde lijn 13 reden soms afwijkende tramtypen.

L10 - Dubbelgelede '706' Marnixstraat geel - 0175 Scan10230Omdat je op  de Rozengracht heel bijzondere rails had liggen die zorgden dat vooral die oudere trams aardig heen en weer slingerden hadden die de voorkeur boven die logge drieassers uit die periode of de schitterende gelede trams die de GVB vanaf eind jaren vijftig toevoegde aan haar gamma. De tijden van de oude ‘blauwen’ waren geteld. Ik maakte nog net die overgang mee. Voordeel van die blauwe trams was trouwens dat ze open balkons hadden waar je met een sprintje zo op kon springen. Had je dan geluk stond de conducteur net aan de voorkant van die wagens en kon je een paar haltes gratis mee. Hij stempelde je kaartje met een rittijdstip. Hoe verder je kwam, hoe later die tijd en hoe verder je kon rondreizen in Amsterdam. Wat ik soms graag deed. Gewoon overstappen van de ene op de andere lijn en dan zien welke trams men nu weer op lijn 16 of 24 gebruikte. Maar die oude puntige tweeassers bleven mijn favoriete tramwagentype.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En dat zijn ze nu nog. Al weet ik uiteraard dat er weinig van die oorspronkelijk trams bewaard zijn gebleven. Ze hobbelen in de zomermaanden nog op een museumlijntje langs het Amsterdamse Bos. Maar dat is toch iets anders al heb ik uiteraard als oudere jongere nog wel eens in die trammetjes daar gezeten. Voor een vaste prijs! Want van voordeel was en is geen sprake meer. En van voordelig overstappen van de ene op de nadere lijn ook niet. Trams zijn zakelijke en wat onpersooonlijke vervoersdingen geworden. En dat kaartje werd een OV-Chipkaart. Niks aan. Maar wel zo comfortabel. (Foto’s: Yellowbird/internet)

Maarse en Kroon

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leyland Tiger bus Maarse en Kroon…

Het was in die tijd best lastig om vanuit mijn woonstek in hartje Amsterdam, naar het toenmalige Schiphol te komen waar ik in die jaren werkte. Met de fiets of de brommer was het een kilometer of tien enkele reis wat in de meer lenteachtige of zomerse maanden niet zo’n probleem was, maar in de winter? Nee, dan moest ik maar met het openbaar vervoer. En dat was indertijd best anders georganiseerd dan nu het geval is. In de stad reed het Amsterdamse GVB, maar er waren ook consessies voor busbedrijven van buiten de stad. Een daarvan was het uit Aalsmeer afkomstige bedrijf Maarse en Kroon. Die hadden de vergunning om naar/van Schiphol te rijden en deden dat vanuit diverse omliggende plekken, ook Amsterdam. En hun buslijnen startten dan bij het Centraal Station. Maar wel op een plek die ver weg lag van de opstapplekken voor tram en bus van het GVB. Vast bewust gedaan denk ik. Hoe dan ook, ik moest dan met de tram (lijn 4)van mijn/ons woonadres naar het CS en daar dan het hele stationsplein oversteken om bij die bus van Maarse en Kroon te komen. Lijn 9 was de dienst die me naar Schiphol zou brengen. Nu had je er een die onder dat nummer direct doorreed naar Schiphol. In Amsterdam zelf zonder haltes (want men mocht geen mensen vervoeren binnen de stad) zodra we over de grens met Amstelveen kwamen stopte hij regelmatig.

Amsterdam - Van Woustraat met tram 4 552Van die lijn 9 was ook nog een afgeleide, de 9K. Die reed een iets andere route, via de Karsselaan. Scheelde iets van tien minuten. Was ik dik op tijd maakte het niet uit, was je al wat laat (in de winter hadden ook de trams van het GVB moeite met sneeuw en ijs) nam je liever niet die 9K lijn. Toch zorgde Maarse en Kroon met haar creme/blauw gespoten bussen in de meeste gevallen wel dat ik redelijk comfortabel en op tijd bij mijn werkstek aankwam. Dan moest ik nog wel van het busplein naast de ingang van het toenmalige Schiphol dwars over het platform heen lopen, wat met veel sneeuw ook weer ietsjes minder was, maar dan nog. Het waren avonturentochten in die jaren. Dat eindigde toen ik mijn rijbewijs haalde en de toenmalige werkgever een VW busje kocht voor vervoer van de spullen van onze klanten. Die mocht ik dan als ‘verst wonende’ mee naar huis nemen als de dienst er op zat. Was het busje pas laat ‘thuis’ stapte ik alsnog op de bus en liet me naar huis vervoeren. Maarse en Kroon bleef nog een paar jaar actief, fuseerde later met een hele reeks andere bedrijven en is nu volkomen verdwenen in R-Net van Connection. Nog steeds met geweldige verbindingen van/naar de luchthaven. Want die erfenis nemen ze die niet af. Alleen is bus 9 er niet meer. Die is bijgeschreven in de geschiedenisboeken. Waarvan ik er onlangs eentje kocht…..

Expositie met een toeslag…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wij hebben een Museumjaarkaart. Al een reeks van jaren! En dat op zich bevalt goed hoor.  Al wordt die kaart met het jaar duurder, een gevolg van het grote succes in ons land. Je betaalt een vast bedrag en kunt in principe 70% van de landelijke musea verder gratis naar binnen. Bij sommige musea hanteert men zelfs een voorkeursbehandeling ten aanzien van mensen met zo’n kaartje. Je hoeft dan niet in de wachtrijen te gaan staan. Musea, sommige althans, zijn zeer in trek geraakt en dat zorgt soms voor enorm lange rijen. Ook de Hermitage in de hoofdstad bezoeken we graag, ik deed daar al wat keren verslag van. Nu lopen er op dit moment maar liefst drie losse exposities, een met Hollandse, de andere met Spaanse meesters. En er is nog iets met buitenkunst. Omdat die exposities met die meesters in mei afloopt was het onlangs weer eens nodig het gebouw aan de Amstel te bezoeken. Samen met hele groepen binnen- en buitenlandse bezoekers zo bleek al snel bij de ingang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Was het voorheen een kwestie van je kaartje bij een automaat houden en dan een geprint toegangsbewijs ontvangen waarvan de barcode zorgt voor openen van de glazen toegangsdeuren, in dit geval was dat niet mogelijk. Nee, we moesten aansluiten in de rijen. Dat duurde even, tot vrouwlief, altijd goed in het ontdekken van een kassa met minder aanbod van klungelende mensen, bij de kassa stond. Wat zij niet, ik wel had gelezen, voor die exposities die men nu hield was een toeslag vereist van 2,50E p.p. p.e. Kijk, en dat is wel wat erg duur als je ook al rekent wat die MJK al kost. We besloten de expositie te laten voor wat het was. Het moet niet te gek worden natuurlijk. Minder service, meer betalen? Nee, dat bevalt ons niet. Gaat ook om het principe. Maar dat kan ook aan ons liggen natuurlijk.