We aten onlangs met lieve vrienden weer eens op een bijzondere locatie. Voldoende bijzonder om er even een verhaaltje aan op te hangen. Niet zo maar een horecagevalletje voor een standaard recensie maar in dit geval een school waar men jonge mensen het schone vak van restaurateur, hotelier of manager in een soortgelijk bedrijf bijbrengt. Op VMBO-niveau, maar wel zodanig dat men kan doorstromen naar het HBO op dit gebied. Het instituut achter die school heet Hubertus & Berkhoff en zetelt in een fraai nieuwbouwpand in een straat tegenover het RAI-complex in Amsterdam-Zuid. Een plek waar je in een tot restaurant (met bar) omgetoverde ruimte van de school wordt ontvangen alsof je bij een veel-sterren-zaak gaat eten. Uiteraard hadden we ver van te voren gereserveerd, het loopt hier niet onverwacht, storm! De ons toegewezen tafel werd bediend door een jonge dame die in de derde klas van haar opleiding zat en dit jaar richting eindexamen zou gaan. Deze avond was een vuurproef voor haar en dan meteen vier van die ‘oudjes’ aan tafel die nog lastige vragen stelden ook.
Over extra water, welke wijn ze te bieden had en zo meer. Ze had haar lesje echt wel ingestudeerd, maar die extra dingen brachten haar van het stuk. Net zoals de ‘pulletjes’ die andere tafels bedienden. De een met een veel beter verhaal dan de ander, soms een leemte in de kennis invullend met een fraaie uitleg. Die overigens nergens op sloeg, maar dit terzijde. De een heeft het in zich, de ander niet. Hoe dan ook, men bekwaamt zich hier ook in het koken en jongelui die later in de keuken de gevestigde orde van sterrenkoks concurrentie willen aan doen hadden een fraaie opdracht om een viergangendiner voor te schotelen dat ook nog lekker was. En….dat was het. Van een amuse die bestond uit een Komkommer yoghurtsoepje met een crostini met eiersalade, tot een voorgerecht waar we knolselderijsalade met Ardennerham, gerookte kip en longhaas geserveerd kregen.
Hoofdgerecht was geroosterde vis van de dag met pasta en knolselderijpuree, groenten en wat zelf gesneden frietjes. Als dessert gepaneerde chocolade bavaroise met mousse van witte chololade, yoghurt en rood fruit. Buitengewoon smakelijk allemaal en de uiteindelijk gekozen wijnen van uitstekende kwaliteit. Onze hostess had het lastig. Een wijnfles viel om, gelukkig nog niet van kurk ontdaan, ze liet bestek vallen, gooide een glas om, maar loste alles keurig op. Rust is vaak een goede raadgever. We aten lekker, vonden de ambiance prima, het gezelschap was meer dan plezierig en de service goed. Voor 20 Euro per couvert (incl. fooi) was dit een koopje. Als ze weer zoiets bieden gaan we opnieuw kijken of we kunnen reserveren. Een echte aanrader. En bij die jongelui komt het in een aantal gevallen zeker goed. Mits ze dat examen hebben gehaald natuurlijk.

De grote rijkdom van onze geschiedenis is dat we nu o.a. mogen terugkijken naar een wereld waarin ‘Holland’ een belangrijke speler was in de wereld van toen. Niet in de laatste plaats omdat Nederlanders, en met name Amsterdammers, slim waren in de handel. En die steeds rijker wordende handelaren waren niet alleen gek op goud en zilver, ze richtten ook fraaie panden op om hun rijkdom mee te kunnen showen. De hele grachtengordel van Amsterdam staat er nog vol mee. En de musea in ons land maar zeker ook in Amsterdam hangen vol met kunstwerken waarop niet alleen leuke stadsgezichten worden geshowd, maar ook selfies in de vorm van portretten van al die toen zo belangrijke (of zichzelf zo aanduidende) lieden. Die zijn dan ook veel gemaakt. En niet door de minsten. Kunstenaars als Rembrandt verdienden er een aardige boterham mee.
Regenten, bovenlui, zakenlieden, doctoren (chirurgijnen) en soms de geestelijkheid waren dankbare onderwerpen voor de penselen van de ‘Hollandse Meesters’ die al snel ook elders in het toenmalige land wat nu Nederland is hun opdrachten verwierven. En dat deden ze zo goed dat het eigenlijk ging om een culturele industrie die met flink wat geld werd geolied. Veel van die schilderijen kwamen in de eeuwen die volgden via, via in musea of private collecties terecht en worden nu gekoesterd. O.a. de Amsterdamse Hermitage heeft een deel van haar gebouw ingericht vol enorme werken met daarom grote of kleine groepen mensen van een paar honderd jaar terug. Mensen die in onze huidige ogen eigenlijk een beetje boertig, soms zelfs lelijk waren. En dan kijk je er nog alleen maar naar, en ruik je ze niet. Als we dat fenomeen zouden toepassen ging er wellicht geen kip meer naar die exposities.
En dat is jammer want die ‘Hollandse Meesters’ is een aan te raden tentoonstelling. Je kijkt terug naar een tijd waarin rijkdom nog mocht worden geshowd en aandacht voor geld verdienen nog niet negatief was. Het was de tijd van de Baltische reizen, de trips naar het verre Indië, de jaren van de Handelsbeurs. Maar ook van de godsdiensttwisten tussen protestanten en katholieken. Je ziet de zuinigheid, maar aan de andere kant de graag geshowde welvaart. In hoeverre het allemaal mooier is gemaakt? Geen idee. Maar het zal vast wel. Net zoals wij onze foto’s met allerlei bewerkingssoftware verbeteren. In die zin is er weinig veranderd in de loop van de tijd. Al denk ik niet dat we nog samen met de politie op de foto gaan staan, of naast de dominee of pastoor. Neemt niet weg dat de expositie een mooi portret geeft van de Gouden Eeuw en haar toenmalige burgerij. Ik zou je aanraden dat gebouw aan de Amstel toch eens te bezoeken en ervan te genieten.








Het was mijn passie voor vliegtuigen die mij als jong mens deed besluiten een ‘carrière’ bij een grote bankinstelling op te geven en te gaan voor een baan bij een luchtvrachtkantoor op Schiphol. Het werk daar was wel iets heel anders dan wat ik gewend was geweest op dat grote bankkantoor in hartje centrum Amsterdam. Omdat we maar met twee mensen ons bedrijf (met hoofdkantoor in Rotterdam en een groot kantoor met loodsen in Amsterdam) in de luchtvaart vertegenwoordigden moest je ook echt alles zelf doen. Dus na een dagje vrachtbrieven maken en manifesten plus de benodigde paperassen voor de douane hier of elders, moest je dan de dozen of kisten die mee moesten met de bestemde vluchten zelf voorzien van de benodigde stickers en dat spul dan uitklaren en aanbieden bij ofwel het afhandelkantoor van KLM of Aero Ground Services. Je liep of reed daarbij over het platform van Schiphol en dat was in de zomer leuk, in de winter wat minder. Mijn toenmalige chef deed overigens precies het omgekeerde.
Hij was altijd meer een importman geweest en deed nu het werk van een declarant. Maar dat kantoor werd door onze inspanningen uit de klei getrokken en al snel groter en groter. Binnen de kortste keren werd er voor dat importgedeelte een man aangetrokken die de declaraties zou doen, en voor het loodswerk kregen we een ‘vrijmaker’ in dienst. Iemand die goed kon omgaan met de douane en de afhandelaars. Voor de export was er intern niet zoveel belangstelling. Niet dat het niet liep hoor. Het was ook op dat deel van het bedrijf gewoon druk. Dat kwam nu volledig op mijn nek terecht. En dat was soms best zweten. Nu hadden we door actief verkopen al snel een breed klantenbestand. Waaronder een bedrijf in Nijverdal dat dieren verhandelde. Van kanaries tot bruine beren. En die eigenaar daar had weinig op met kantooruren. Als hij bedacht dat er iets vandaag naar een klant moest dan meldde hij dat meestal pas tegen de avond. Dáág thuisdiner. Vanuit Nijverdal kwamen de kisten of dozen met dieren dan (hopelijk op tijd) per Spoorexpresse (jaja toen nam de NS nog vracht mee in haar treinen) aan op het Amsterdamse CS, waar ik het spul dan als export-verantwoordelijke op haalde, voorzag van de voor luchtvracht benodigde labels, en transporteerde naar Schiphol, waar het uitklaringsproces kon plaatsvinden en de tijdige aanlevering bij de KLM. Vaak bestemd voor de Swissairvlucht die heel laat in de avond naar Bazel vertrok. Een andere keer moest het mee met de Japan Air Linesmachine naar Tokio.
Nu had ik wel rijervaring met de bedrijfsauto (een Ford Taunus) maar nog geen rijbewijs. Dus dat vervoer van huis naar CS en tussen CS en Schiphol moest ik dan maar op eigen gelegenheid regelen. In de praktijk hield dat in; op de brommer! Mijn toenmalige chef keek niet zo nauw. Vooral in de winter geen pretje. En hoe ik die diertjes in hun smalle behuizing door de ook toen vaak schrale wind mee wist te nemen is achteraf gezien een veiligheidswonder. Was de missie dan gelukt reed ik op dat zelfde brommertje in de donkerte en koude weer terug naar huis en stapte volkomen verkleumd in bed bij mijn toen nog piepjonge echtgenote die me gelukkig vaak weer wist op te warmen tot meer normaal menselijk niveau. Mijn geklaag over deze wel erg geimproviseerde situatie deed chef Ruud besluiten om niet alleen mijn rijbewijs te laten verzorgen (in 9 lessen behaald via een collega die er als instructeur bij beunde) maar ook een nieuwe VW Bus aan te schaffen die ik daarna mee naar huis kreeg als er weer een dierenzending aan kwam. Het scheelde veel. Al bleef ik er wel op mopperen. Maar ik leerde er echt veel van. Problemen oplossen, hoe groot de uitdaging ook was. Lukte altijd. Nog profijt van. Alleen ga ik daarna niet meer met de Puch naar Schiphol. Toen dat VW Busje mijn vaste vervoer werd, ging die de deur uit. Daar heb ik lang spijt van gehad. Maar ach, je kunt niet alles bewaren. Ben al blij met de herinneringen…
Valt het jullie ook op dat zodra er zicht is op een beetje afwijkend weer ergens een ‘weeralarm’ met kleuren wordt afgegeven? 2 cm sneeuw is goed voor code geel, oranje of rood. Dreigend onweer of storm zorgen voor dito aanduidingen. Alsof we ineens zijn veranderd in watjes die niet meer weten hoe om te gaan met dat soort bijzonder weer. Nu was het deze eerste maand van het nieuwe jaar 2017 wel zo dat bijna 500 ongelukken en aanrijdingen plaatsvonden toen we voor het eerst in lange tijd weer eens een dagje sneeuw en ijzel in ons land meemaakten. Men gleed van de weg, schaarde, draaide om de as of schoot in een sloot. Vaak veroorzaakt door datgene wat ons Nederlanders veelal parten speelt; zelfoverschatting en gladde of verkeerde banden. Wij fietsen ook bij ijzel gewoon door. Niet verstandig.
Misschien is het wel zo dat die waarschuwingen zijn gericht aan hen die maling hebben aan elke vorm van voorzichtigheid. De Selfie in de sneeuw belangrijker dan opletten op de weg. Het kan allemaal. Maar ik heb zelf in mijn leven heel wat echt zwaar weer meegemaakt en reed ook altijd door. Zoals die keer in de jaren tachtig dat Nederland echt compleet vast liep en de files enorme vertragingen veroorzaakten. Ik werkte in die tijd in Amsterdam en zat qua verantwoordelijkheid op een dealerbedrijf voor mijn favoriete merk. We woonden in die periode in Almere en moesten die avond als altijd terug naar huis. De sneeuw lag echt heel dik op straat en er werd minder geveegd of gepekeld dan nu.
Mijn toenmalige bedrijfsvoertuig was een Skoda Rapid Coupe, een heel fijne wagen, motor achterin. Volgens de fabrikant (en mijn verkoophandleiding) een groot voordeel omdat de motor op de aangedreven wielen stond. Klopt zeker, want de sportief ogende Skoda ging als de brandweer dwars door al die sneeuw heen waar anderen met doorslaande wielen moeizaam vooruit glibberden. In de polder werd het een stuk lastiger. Daar was de berg sneeuw nauwelijks ingereden, de polder was toen nog niet zo in trek als nu het geval is. We waren laat en ik stuurde de intussen door een intense sneeuwval zelf ook wit geworden auto die daardoor langzaam aan een soort rijdende sneeuwpop was veranderd, richting ons huis. Een straat voor de afslag naar onze buurt stond daar toen de enige postbus uit de omgeving en wij hadden een hele stapel enveloppen met inhoud bij ons die echt weg moest. Dus ik draaide gewoontegetrouw de straat in waar die bussen stonden en…..liep muurvast. Er lag iets van een meter sneeuw en de Skoda kon niet meer voor- of achteruit. We knokten ons door de portieren naar buiten. Deden eerst de post in de bus, die net nog maar net boven de opgewaaide sneeuw uitstak en begonnen met graven. Na een kwartiertje noeste arbeid was het gedaan en waren we weer vrij. Dat waren nog eens sneeuwbuien. Eenmaal thuis lag er een meter sneeuw tegen de garage- en huisdeur. Weer graven. Kortom….Code rood? Watjes…..! (Beelden: Internet)
Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.
Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.
Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.
Onze vriendjes hadden de reservering gedaan zodat we na onze hoofdstedelijke museale tocht en de altijd leuke wandelingen door de binnenstad van Mokum, hongerig en wel zeker zouden kunnen aanschuiven. En dat voor een betaalbare prijs. Hun keuze was op basis van een eerdere goede ervaring Humphreys aan de Amsterdamse Spuistraat. Waar je voor nog geen drie tientjes p.p. een drie-gangen-keuzemenu krijgt dat echt genoemd mag worden. Dat geldt ook voor de drukte en de bediening. Humphreys heeft kennelijk een goede naam, het restaurant zat tijdens ons bezoek in de vroege avonduren tot de nok toe vol. Dat zijn, neem van mij maar aan, heel veel tafeltjes, en dito aantallen gasten. Een gekakel van jewelste is het gevolg en je moet soms even inschikken om anderen ook stoelschuif- en zitruimte te geven. Maar wij zaten op een prima plek en werden bediend door een jonge dame die drie avonden in de week hier werkte en verder studeerde aan de Frank Sanders-musicalacademie. En die we daarna meteen in de harten sloten waardoor de sfeer werd er alleen nog maar beter door werd. De gerechten zijn zonder meer lekker en verzorgd te noemen. Voldoende keuze ook per gang. En de extra frietjes die wij bestelden werden zonder probleem gratis verstrekt. Zo zie je het graag in een restaurant. De wijn van het huis was van de zachte soort. Paste overal bij, een allemansvriend. Maar dat is precies wat wij zochten. Net als die grote karaf water die op tafel kwam. Over alles is nagedacht. De toiletruimte was onder in de kelder. Lastig voor ouderen die slecht ter been zijn, maar verder keurig verzorgd. Alles bij elkaar opgeteld verdient Humphreys voor de prijs/kwaliteitsverhouding en die geweldige bediening wat mij betreft een dikke 9! Zij hebben ook vestigingen in Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leeuwarden, Nijmegen, Rotterdam (2x), Uden, Utrecht en Zwolle. Aanbevelenswaardige keten!