Kerstmis komt er aan…

Kerstmis komt er aan…

Blijft een bijzonder fenomeen. Die kerstviering. Voor veel mensen op aarde is dat fenomeen juist helemaal niks. Anderen gedenken dan vooral de vlucht van de vrolijke bolle broeder die volgens de Coca-Cola-overlevering vanaf de Noordpool in zijn door rendieren getrokken slede door de lucht dartelend afzakt naar het zuiden om de halve wereld van cadeautjes te voorzien. In christelijke kring zit er toch wel een heel ander verhaal aan vast. Men gedenkt daar in alle eerbied de geboorte van een profeet die in staat bleek meer dan 2000 jaar miljoenen mensen aan zich te binden. Jezus Christus. Geboren in Bethlehem volgens het verhaal uit een relatief arm gezin na een risicovolle reis vanuit Nazareth in het Heilige Land, en ook nog eens neergelegd in een kribbe waar de os en de ezel zorgden voor enige warmte in de koude nacht van de winterse nachten….

Als van oorsprong katholieke kinderen kregen wij dit verhaal vroeger uiteraard ieder jaar op school uitgebreid voorgelezen en de bijbehorende rituelen namen we allemaal met graagte tot ons. Jezus zou de wereld verlossen van den boze. Een onschuldig kind dat de zoon van God moest zijn geweest en zo akelig een jaar of 32 later aan zijn eind zou komen. Maar dat kerstfeest had meer in petto dat dit mooie verhaal. Thuis in de jeugd werd er toch wat meer uitgepakt dan normaal. Er kwam iets van kip op tafel, en die normaal spaarzaam gedekte tafel werd apart bekleed en vol gezet met lekkere hapjes. Er was een boom (met echte kaarsjes…) versiering en we zongen kerstliedjes mee in het gezin. Sfeer heel belangrijk. Is dat veel veranderd?

Nou, wel iets. Dat geloof is intussen aardig weg gevlogen door de jaren heen, de versiering is elk jaar anders, de kip mocht een ander stukje lekkers zijn of soms zelfs iets vegetarisch om de dieren uit de stal toch meer eer te geven dan alleen maar onderdeel van dat oude verhaal. We vieren met familie, vrienden, met mensen waar we van houden of om geven. En we proberen ook onze dieren die warmte te geven die hoort bij het fenomeen kerstfeest. Zelfs in deze lastige tijden… Tegelijkertijd moet je dan denken aan hen die niks meer hebben. Slachtoffer van een oorlog, terreur, extremisme, scheiding of domme pech. Op straat, geen onderdak, geen geld, geen warmte…niks. Kijk, dat maakt veel relatief. Af en toe even aan denken, bedragje overboeken naar organisaties die echt iets doen aan deze ellende van anderen. Het Leger des Heils of Rode Kruis. Waar men vanuit christelijk denken of domweg ingebakken humanisme anderen helpt. Omdat men daarin wil geloven. Als dat zo is heeft het Kerstverhaal weinig ingeboet aan die warmte uit de jeugd. Kan die bolle uit de VS in zijn slee niets aan veranderen……Hoho hoho…(Beelden: Prive)

20 december…

20 december…

Ooit, lang lang geleden alweer, bedacht ik als jongeling dat die intrigerende luchtvaart die mij als Amsterdammer van geboorte altijd in het dagelijks leven begeleidde, in miniatuur moest kunnen worden nagebootst. Met mijn toenmalige beperkte middelen maar grenzeloze fantasie zette ik een van luciferdoosjes en bijbehorende stokjes een vliegveld in elkaar op de huiskamertafel en bouwde een vloot vliegtuigen op waarmee ik naar alle werelddelen kon uitvliegen. Die fantasie speelde daarbij een dominante factor. Een kinderhand snel gevuld. Maar het idee werd een passie, de kleine amateur al snel een jong volwassen professional. Samen met wat vrienden bouwden we een miniatuur luchtvaart wereld op en reden per fiets of latere brommer de straten en steden rond de onze af op zoek naar nieuwe aanwinsten om onze vliegvelden en vloten sterk uit te vergroten. Voorbeelden voor dit alles op fiets (later brommer)afstand van huis. Schiphol!

De constante schaal was toen 1:250. Dat was zo gekozen omdat speelgoedfabrikant Siku uit Duitsland een groot aanbod van dit vliegende spul bood met een constante schaal als uitgangspunt maar ook de nodige kwaliteit op gebied van vormgeving en uitmonstering. Veel zakgeld ging bij ons op bij het bereiken van dat doel. We wisten toen nog niet dat Siku (van oorsprong een plastic fabrikant die een gat in de markt had gezocht en gevonden) in de jaren voorafgaande aan onze zoektochten, was gestopt met die vliegtuigproductie omdat men domweg geen personeel genoeg had om alle benodigde afdelingen te bemannen. Later kwam dit voor ons pas aan het licht en moesten we noodgedwongen omschakelen.

Maar niet nadat ik leasepa zover had gekregen om op zolder (indertijd was dat eigenlijk de opslagruimte voor kolen en oude troep) van ons Amsterdamse huis een kamer te bouwen waarin ik een enorm vliegveld beschikbaar kreeg met verlichting en zo meer. Heel wat uurtjes bracht ik daar door met mijn toenmalige vrienden en de gezamenlijke passie. Het werd later groter en groter en zou uiteindelijk leiden tot zaken die gewoon te maken hadden met werk en mijn grenzenloze passie voor alles wat vliegt en mij ook uiteindelijk zo vaak vervoerde. Als een hobby, een idee, uiteindelijk leidt tot werk, studie en inkomen en zelfs de keuze voor bepaalde woonomgevingen moet het wel iets bijzonders zijn toch? En mag ik de datum waarop ik als jeugdig Mokummer vastlegde dat ik mijn eigen luchtvaartwereld officieel in gebruik nam wel even koesteren. De mancave van n u, met alles wat daarin verkeert is allemaal een gevolg van toen. 20 december dus, elk jaar in stilte gevierd. Om die reden neem ik straks een lekker zoetje bij de warme chocolademelk die ik als alternatief drink voor koffie. Maar dat is weer een heel ander verhaal….(Beelden: Yellowbird)

Slim concept kwam te vroeg; Smart…

Slim concept kwam te vroeg; Smart…

Terug naar mijn reeks blogs in alfabetische volgorde rond automerken die er toe deden of doen ben ik nu aangekomen bij een merk dat eigenlijk meer een concept was dan een volwaardig merk. Bedacht door de oprichters van Swatch en met technische steun van Daimler-Benz groeide het uiteindelijk uit tot een serieus te nemen automerk, ook al waren de hobbels best hoog. De gedachte achter het concept was dat men een kleine stadsauto wilde bouwen met volwaardige kwaliteiten en een hoge mate van veiligheid. De eerste ontwerpen lieten zien dat de eerste modellen zeer compact zouden zijn, geschikt voor twee inzittenden, met een motor achterin en een automatische versnellingsbak. Al snel bleek dat de eerste exemplaren niet uitblonken door comfortabele rijeigenschappen en dat ook rond de veiligheid wel wat vraagtekens waren.

Terug naar de tekentafels dus, en meteen het concept aanpassen bij de door Daimler-Benz gewenste eisen rond het nemen van plotseling opduikende obstakels als rendieren. Hun Model A had daar immers een dure prijs voor betaald. De nieuwe smarts kregen nu grotere achterwielen met een breder spoor en de inzittenden zaten in een kooi van keiharde kunststoffen. Naast een benzinemotor van 600cc kwam ook een piepklein dieseltje beschikbaar. Het concept hield ook in dat de wagens niet zouden worden verkocht via normale dealerbedrijven maar vanuit speciaal te bouwen smart-torens waarin je de gewenste uitvoering en kleur zelf kon aanwijzen.

Daarbij was die kleur ook weer uitwisselbaar omdat de kunststof carrosseriedelen onderling uitwisselbaar werden gemaakt. Naast dichte versies kwamen er ook open wagens beschikbaar en bedrijven als Brabus zagen wel brood in opgevoerde smarts. De verkopen verliepen nooit meteen echt vlot. In grote steden ging het meestal nog wel maar mensen buiten die steden waren zelden voor een smart te porren. Later bouwde men wat grotere modellen. Zo was er de kleine Coupe en Cabrio die zo laag waren dat ze de vergelijking met een Britse sportwagen uit vroeger tijden nog wel konden doorstaan.

Ook een keurig en kleurig uitgerust hatchback kwam op de markt, aangeduid als forfour, wat inhield dat je er met vier mensen in kon meerijden. De nauwelijks opvallende auto werd een tijdlang in het Limburgse Born gebouwd. Maar die tijden liggen alweer ver achter ons. De opvolger van die forfour wordt nu weer samen gebouwd met Renault en daardoor kreeg je weer twee zusjes, waarvan de andere als Twingo door het leven gaat. Smart speelt nog steeds een rol, maar is nu wel heel bescheiden onderdeel van het business-model bij Mercedes-Benz dealers. De torens verdwenen, de bijzondere modellen ook. Maar daarbij nam men ook afscheid van benzine- en dieselmotoren. De Stadsflitsertjes rijden nu op elektra en bieden een actieradius van net aan 100km. Dat is in de stad nog wel aardig, op de buitenweg heb je dan niks meer te zoeken. En daarmee wordt het concept wel geweld aan gedaan. Overigens heeft Daimler in China een deal gesloten om de elektrische karretjes voortaan daar te bouwen en nieuwe versies met andere aandrijving in Frankrijk. We zullen zien in hoeverre de plannen deze keer wel helemaal worden uitgevoerd, want het merk kent vele koersveranderingen en dat is meestal niet zo goed voor een imago. (Beelden: Archief)

Lekker smikkelen in Edam…

Lekker smikkelen in Edam…

Al een paar maal bezochten we tijdens onze niet al te regelmatige tripjes naar het Noord-Hollandse Waterland de vestiging van Banketbakker Mastenbroek in Edam. Dat is een bakker met een keurig nette lunchroom in huis. De laatste keer dat wij er op bezoek gingen was het in het laatste weekend van november, fris buiten, binnen lekker warm (ondanks de hoge energiekosten) en prachtig gebak straalde ons tegemoet uit de keurig gepoetste vitrines. Men kent hier zitjes die deels bestaan uit tafeltjes met lederen stoeltjes er omheen en soms uit soortgelijke opstellingen waarbij je kunt zitten op een lange bank die met stof is bekleed. Maar die zit wel erg laag, ik zelf verkoos toch een van die stoelen.

Hoe dan ook voelt het allemaal gastvrij en ook qua sfeer en aankleding warm aan. Het is een redelijk gevuld winkelpand. En dan met name het aantal klanten dat hier iets lekkers vandaan haalt is best aardig omvangrijk te noemen. Het bleef maar doorlopen. De zitjes waren bij ons bezoekje matig bezet. Het volk was bezig met Sinterklaasinkopen denk ik. Maar dat maakte ook dat we de gastvrijheid van de jonge meiden die hier de bediening verzorgden extra mochten voelen. Ze zijn aardig, vlot, geven advies en regelen dat je een goed warme kop koffie of bloedhete bak thee op je tafeltje krijgt. We bestelden een paar lekkere hapjes en het moet gezegd, het saucijnenbroodje dat ik bestelde was niet alleen goed heet, het was ook heerlijk. Een banketbakker naar mijn hart. En wie mij al wat langer volgt weet dat ik op dit punt best kritisch ben.

De norm is bij mij als altijd een vrijwel onhaalbare 10 voor deze snack, in Edam komen ze tot een prachtige 9.5. Dat geldt eigenlijk ook voor het hele concept hier. Met name die gastvrijheid, warmte en inrichting doen dat wat je als klant van een dergelijke ondernemer mag verwachten. Zelfs de toiletten bleken keurig op orde en schoon. Zoals het hoort. En dan ook nog na afrekening van de versnaperingen keurig netjes uitgezwaaid worden terwijl men druk was met andere klanten. Ik ben hier van onder de indruk. Kom je eens in Edam? Niet vergeten deze gelegenheid uit te kiezen. Ooit at ik hier ook een Tom Pouce en die was ook van soortgelijke kwaliteit…. (Beelden: Prive)

Jennen…

Jennen…

Voor hen die niet zoals ik uit Amsterdam komen of er zijn geboren en getogen zal het begrip jennen, ik beschreef het hier al eens eerder in het verleden, niet veel bellen doen rinkelen. Maar de echte Mokummer herkent het meteen. Het is immers een hoofdstedelijke volkssport. Snelle en scherpe opmerkingen, mensen op het verkeerde been zetten, je zelf relativeren en al te serieuze types even op hun nummer zetten. Vooral zij die zichzelf zien als het centrum van de schepping of samenleving kunnen aardig van de leg raken als ze met het fenomeen in aanraking komen. En schieten dan meteen in een of andere kramp. Immers, zij voelen zich aangevallen. Terwijl het voor de ware Amsterdammer gewoon een vorm van humor is die hem/haar het gevoel geeft dat het van de andere kant wel een ‘tandje minder mag’. Wie mij echt leerde kennen weet dat ik er (on)bewust regelmatig gebruik van maak. Zelfs op momenten dat het wellicht minder gepast lijkt kan ik het niet laten.

Een zeker ironie is daarbij niet vreemd. Daarnaast is het zodanig ingeburgerd bij die echte Amsterdammers dat ze zo bij gebrek aan humor of acceptatie van de andere kant weinig begrip hoeven te verwachten. Zeker in de provincie zijn Amsterdammers door hun rechte humor en eerlijkheid vaak niet zo geliefd. Daar praat men liever recht wat krom is of om de hete brei heen. Ik merk dat ook vaak bij import-Amsterdammers die vanuit de provincie komend maar niet kunnen wennen aan dat gebruik om kritiek te leveren op…. Nee, dan was het in hun geboorteplaats toch plezieriger. Daar hield men de mond en wees achter de ramen naar hen die de regels overtraden/treden. Amsterdammers in het zakenleven zijn ook vaak aardig direct.

Doelgericht en stop dus maar met alle flauwekul. Even doorbijten en we maken een zaak goed en voor ons beiden plezierig af. De eeuwenoude handel met verre gebieden in de wereld is ons in de genen doorgegeven. En anders dan de altijd mekkerende lieden die denken dat we als steedse samenleving rijk werden van de handel in of het vervoer van slaven, is er nieuws. Eeuwen daarvoor voeren de handelsschepen vanuit Amsterdam al naar de Baltische Staten en Scandinavie. Wie zijn geschiedenis niet kent heeft in de toekomst niets te zoeken. Dat jennen is dus een verhaal van een mengelmoes van de oer-Amsterdammer en de beste joodse tradities. Opgeteld valt er veel bij en om te lachen. En zag ik dat ooit ook bij Marokkaanse kooplieden met een Amsterdams accent op een van de stadsmarkten in West. Amsterdammers geworden, handelaren en uiterst bedreven in jennen. Het kan echt…als je er voor open staat…..zeker in onze stad! En voor hen die dat niet kunnen, wellicht dat je er na deze uitleg van… mee mee kunt leren leven?? Dankjewel…Je bent te goed…(Beelden: prive)

De dikke man…

Als kind was hij al aardig aan de maat geweest en op school werd hij vaak het Michelin-mannetje genoemd. Alles aan hem was rond, groot, overmaats. Dat gold ook voor zijn hoofd, alleen had men daar boven bij de Schepper niet nagedacht over de herseninhoud die zijn grote hoofd had moeten vullen. Hij was zeker na zijn schooltijd flink gaan eten. Drie Hamburgers, balen patat friet, tien boterhammen bij het ontbijt. Om maar iets te noemen. En zijn omvang nam toe. De 100kilo was snel gepasseerd, de 150 ook en ook de 200. Als hij liep schommelde zijn lijf op zijn enorme ontwikkelde blubberbenen. Over een liefdesleven had hij nooit nagedacht. Ondanks zijn uiteindelijke handicap, er zat echt geen rem op zijn eetlust, was hij wel humorvol en zag het leven best zitten. Maar ja, een vrouw aan zijn zijde zou ook wel leuk zijn. Want zijn verlangens waren er wel, alleen was het allemaal lastig te vinden, letterlijk en figuurlijk. Toen hij op een dag boodschappen insloeg, zijn ouders onderhielden hem financieel zodat hij niet hoefde te werken voor zijn eten of drinken, liep hij zijn toekomstige bruid tegen het lijf. Nou ja lijf, zij was het tegenovergestelde van zijn persoon. Ze was vanuit zijn perspectief rank, knap, en had een stem als een klinkend klokje. Ze had pretoogjes en maakte grapjes met hem. Ook over hun verschillende figuren. En omdat hij zich meteen op zijn gemak voelde bij haar vroeg hij haar mee uit eten. En van het een kwam het ander. Al snel kregen ze iets samen, verloofden zich na enkele maanden en trouwden. Tot seksueel contact was het nooit gekomen, maar uiteindelijk moest dat natuurlijk toch gebeuren. Zij loste alle fysieke problemen op door hem atletisch te bestijgen en zo te bewegen dat hij op zijn rug kon blijven liggen genieten. En voor haar was het net of ze een olifant bereed. Pijnlijk en toch bevredigend. Halverwege de nacht vielen ze op zijn bed in slaap. Naakt, zoals ze waren geboren. In die nacht draaide hij zich om, zijn 250 kilo zware lijf kwam terecht op het hare. Ze probeerde hem van zich af te duwen, voelde dat zij werd gesmoord door al die vetlagen en kwabben. Haar adem ging steeds langzamer. De zijne ook. Hij droomde dat hij een olifant was die op een muis trapte. De volgende dag werd hij wakker en voelde haar naakte lijf onder zich. Verpletterd, blauw, stijf. En hij dacht maar aan een ding…..hoe moet dat nu met dat ontbijt dat hij voor haar had besteld? Nou ja, een dubbele portie, dat ging er wel in….Moeizaam stond hij op….en keek naar haar starende ogen. Arm kind, maar ze was wel leuk….De keuken lonkte….

Nostalgische vriendschap…

Nostalgische vriendschap…

Het was in januari 2005 dat ik na jaren onderbreking een vriendschap van vroeger weer nieuw leven in kon blazen. Met dank aan een boek van Eddy Posthuma de Boer, een befaamde fotograaf. Die maakte met zijn geweldige foto’s een boek over mijn stad dat mij als geboren en getogen hoofdstedeling zeer aansprak maar ik tot dat jaar niet kende. De vriend om wie het ging stond zelf als kind op de cover. En meende dat ik er ook op voor kwam dus zocht hij contact. We woonden toen net als nu vrij dicht bij elkaar maar waren elkaar ergens in het verleden (onze levens verliepen totaal anders) kwijt geraakt. Een derde vriend, ook iemand uit dat verleden, sloot aan en we spraken samen met de bijbehorende partners een datum af voor een nostalgische avond met drankjes en hapjes en de overhandiging van het bewuste boek aan betrokken mensen. Nou dat was heel gezellig en er viel veel bij te praten.

Decennia zelfs. Het boek een prima inspiratiebron over dat leven in die vroegere woonstraat waar ‘overleven’ nog inhield dat je vooral op straat je heil zocht, werken iets was wat al vroeg op je pad kwam en studeren de meeste avonduren in beslag zou gaan nemen. De betrokken vriend was voorbestemd het garagebedrijf van zijn vader over te nemen. De andere vriend kreeg een technische baan bij de RAI-Vereniging en mijn leven verliep via een Bank, Schiphol en zo meer zoals het ging en hier al eerder beschreven. Qua wonen bleek dat we eigenlijk nooit ver van elkaar ons domicilie hadden gekend. Uit de verhalen van vroeger kwam al snel naar voren dat ik degene was met het vergiet op gebied van namen uit die tijd maar op feitengebied de beide broeders aardig kon vertellen hoe de hazen liepen vroeger. Ook welke auto’s er in onze straat stonden, wie ze bezaten en waar die mensen zoal heenreden. Maar van al die vroegere straatvrienden wist ik echt niet meer hoe ze heetten.

Ik heb op dat punt nog steeds de gave om ergens op F6 Delete te drukken waardoor een deel van het geheugen extra ruimte krijgt voor belangrijker zaken. Althans voor mij. Hoe dan ook het was plezierig. Met de man (hij is intussen en ook met pensioen net als ik) bleef het contact aardig hecht daarna. En nog steeds praten we veel over vroeger en de situatie nu. Binnenkort weer… Met de andere broeder was het contact vrij snel na die eerste ontmoeting toch weer minder. Zijn interessewereld toch te ver van de mijne af. Daar kon zelfs die beroemde fotograaf niets aan veranderen. En wat die foto betreft; hoe zeer ik ook mijn best deed of doe, ik sta niet op die coverfoto. Mijn vriend die dit aanzwengelde wel. Hij staat in zijn toenmalige outfit achter die trapauto in het portiek van zijn ouderlijke woning in die periode. En die lag recht tegenover ons huis. Dicht bij elkaar en toch ver genoeg van elkaar af om het niet te klef te maken…. Het boek over het toenmalige Amsterdam werd in 2003 uitgegeven en was dus anno 2005 aardig recent. Niet dat dit ook maar iets uitmaakt voor de platen en verhalen. Die zijn allemaal zwart/wit. Net zoals de tijden van toen en mijn insteek op veel onderwerpen. Feitelijk, niet dromerig…of drammerig…:)(Beelden: Prive)

Tele-visie…

Tele-visie…

Als ik terugkijk in de tijd zie ik ons als gezin met beperkt budget kijken naar de eerste televisie-uitzendingen van die tijd. Stiefpa had bij een van zijn handeltjes een Philips TV-toestel als betaling ingenomen. Meer een enorme glanzend opgewreven meubel met daarin een klein TV-toestel voorzien van een vrijwel rond scherm dat een groenachtig beeld uitstraalde. De bijbehorende antenne werd op het dak van ons huurhuis geplaatst waardoor stiefpa meer op het dak dan in de huiskamer vertoefde, want iedere meeuw of duif die voorbij vloog veranderde het beeld beneden in een ruisende brij. Hoe dan ook, we waren in onze woonstraat een van de eerste gezinnen met zo’n radio waarin ook beelden werden vertoond. En dat dan ook nog met zeer beperkte uitzendtijden. Voor ons kinderen waren er de woensdagmiddagen waarin de kinderprogramma’s voorbij kwamen.

Dappere Dodo, Kantjil en zo meer. In de avond waren er stichtelijke woorden per zendgemachtigde want die moesten allemaal hun eigen zuil bedienen. Geen onvertogen woord in die tijden, en natuurlijk altijd een opgeheven vingertje en de nodige handige tips. Later kwam daar het NTS-Journaal bij, en het weerbericht dat steevast door een vrijwel onzichtbare man met een lipstick op een glimmende landkaart werd ingetekend. Door de jaren heen werden de TV’s qua meubel kleiner, qua beeld stukken beter. En werd de programmering ook veel aantrekkelijker. Toch bedenk ik me bij het terugkijken naar een geschiedenisfeit uit de jaren twintig dat wij in ons land pas relatief laat de voordelen en plezier van de televisie ontdekten. Immers, de techniek van dat fenomeen was uitgevonden door de Schot John Logie Baird in 1926. Hij deed dat op het Royal Institute of London in beperkte kring, maar toch. Het zou nog dertig jaar duren voor wij in Nederland een goed werkend TV-programma zouden uitzenden voor de massa. De Amerikanen waren ons wat dat betreft al dik tien jaar voor, maar dat is in veel situaties zo.

Na de periode van de zwart/wit-tv’s kregen we kleur, stereo, kabel en nu dan digitale tv en kunnen we kiezen uit 20 aanbieders waar je simpel en tegen betaling qua vermaak voor kunt gaan. Denk maar aan Netflix in dat kader. Omroepen verloren hun kleur, de zuilen zijn gesloopt en de boodschap weer zeer eenduidig. De norm is wat de politiek sterkste stroming uitgezonden wil zien zo lijkt het wel eens. En afwijkende meningen wil men het liefst de mond snoeren. Wat nooit veranderde is het feit dat we voor dat hele bestel van ons via de belastingen moeten betalen. En je slechts indirect invloed hebt op de inhoud. Wie zich daar aan stoort kan naar de commercielen of de al eerder genoemde streamingsdiensten. Want het vingertje bleef op het publieke net. Alleen komt het nu van een andere sekte. In kleur, stereo en ook nog gedurende vele uren uitzenden. Maar het blijft een technisch mooi fenomeen. (beelden: Archief)

Sinterklaas…

Hij vond er niet veel meer aan. Zijn verjaardag vieren….zo in zijn eentje. Kwam hij daarvoor helemaal uit Spanje varen op die oude stoomboot die verder een jaar lang onderhoud kreeg door zijn assistenten met technisch inzicht en daarbij zwart van olie en roet uit het ruim en vooronder terug kwamen…? Sinds hij in dat kleine landje aan de zee terecht was gekomen in allerlei oneigenlijke discussies over wat die knechten van hem eigenlijk voorstelden had de bisschop onder druk besloten om ze dan maar thuis te laten en akkoord te gaan met van die blanke halve zolen die wat veegjes schoensmeer op hun wangen deden om zo wat te lijken op zijn Pedro-brigade. Nee, de lol was er zo wel vanaf. Zeker nu zijn vrouwelijke Pieten ook niet meer konden volgens de linkse kliek die de boel in dat Madurolandje aan de Noordzee opstookte. Je zult maar weken onderweg zijn op die verrekte schuit vol cadeautjes en ook nog dat paard in je nek. Is zo’n leuke jonge Pietenmeid best plezierig…Nee, de lol was er wel vanaf. Daar kwam bij dat de kinderen die nog in hem geloofden tegenwoordig meenden dat er geen financiele crisis of dat coronavirus van invloed waren geweest. Zijn budget was aardig geslonken maar de vragers van al dat leuks en goeds deden net of het geld hem op de rug groeide.

Nou, met hun gedrag maakten ze het de oude bisschop best lastig. En dan wilden ze ook nog dat hij volgend jaar met een elektrisch aangedreven schip naar Nederland kon komen omdat stoom ook niet meer kon, dat zijn mijter geen kruis meer mocht vertonen en dat hij ook geen christelijke bisschop meer mocht spelen omdat moslimkindjes daar aanstoot aan konden nemen. Nou, bij het uitdelen van de cadeau’s stonden die juist vooraan. Maar ja, die wereld he…alles veranderde. De lol ging er vanaf. Mopperend stapte hij op zijn paard. De oude schimmel beslagen met klimijzers en hij zelf met een extra borstrok aan tegen de kou op die verrekte daken. Ondanks de klimaatverandering waarin met name communistische kinderen geloofden was het best fris op dat dak. Bij hen gooide hij trouwens langs al die zonnepanelen biologische appels naar beneden in hun schoenen. De echte cadeau’s gingen naar meer normale kinderen. Maar die vroegen dan weer spelcomputers en zo, best duur en zeker zwaar. En dat dan zonder die Pedro’s om het zware werk te doen. Want die blanken met hun roetvegen wilden op het dak niet werken voor het minimum salaris. Die wilden een topinkomen inclusief bonussen en een Tesla voor de deur. Hij vond er echt niks meer aan. Alles ging naar de k….n door dat gewauwel. Grommend steeg hij op zijn paard en laadde de zakken links en rechts naast zich vol. Op naar hen die op hem wachtten. En wie niet echte Sinterklaasliedjes zong ging hij voorbij, zo nam hij zich voor. En in dat liedje natuurlijk ook aandacht voor zijn traditionele Pedro….zwart als roet….omdat dit er bij een traditie nog echt toe doet….

Die eerste jets…

Die eerste jets…

Wie meent dat we met ballonnen of zeppelins de moderne wereld wel kunnen verbinden heeft het mis. Het vliegtuig heeft ervoor gezorgd dat we leven zoals we dat nu doen. Met alle voor- en nadelen daaraan verbonden. Denk de luchtvaart weg uit onze moderne tijd en we vallen terug als soort tot het niveau van de oorwurmen en azijnpissers die daar naar verlangen. Een van de belangrijkste stappen in de ontwikkeling van de luchtvaart zoals we die nu kennen was de straalmotor. Een totaal ander principe aandrijving dan we tot die uitvinding benutten.

Immers voorheen vlogen we in relatief eenvoudige vliegmachines aangedreven door benzine- of dieselmotoren die een propeller rond deden draaien en naar gelang de tijd vorderde vermogens leverden die zaten tussen de 50-3500pk. Daardoor groeiden de vliegtuigontwerpen ook. Soms in korte tijd. Maar er was nog iets wat de technici verwonderde. Wanneer een snelle jager in WO2 recht naar beneden dook leek het wel of de roeren van die kist bevroren als hij voorbij een bepaalde snelheid schoot. Er kwamen trillingen voort uit die snelheid en de piloot die zijn toestel niet begreep viel vanzelf te pletter. In Engeland bedacht een briljant ingenieur, Frank Whittle, een motor die geen last zou hebben van enige beperking zoals een propeller.

Het ding zoog lucht aan die onderweg via geinjecteerde kerosine in brand werd gestoken, daardoor schoepen deed draaien die weer nieuwe lucht aanzogen en zoveel druk gaven rond de uitlaat van die machinerie dat het ding snel vooruit wilde. Met overheidssteun bouwde hij samen met het bedrijf Gloster in het VK een testvliegtuig waarmee hij het principe bewees als heel goed werkend. Later zou hij aan de basis staan van een door Gloster gebouwd jachtvliegtuig, de Meteor, dat al tijdens WO2 bij de RAF dienst kwam doen.

Maar ook de Duitsers zaten niet stil en bouwden op basis van een wat ander maar soortgelijk principe ook hun straalvliegtuigen als de Messerschmitt 262 en de Arado 234 bommenwerper. Ook in Italie werkte men aan een soortgelijk toestel, al kwam dat nooit echt operationeel in gebruik. Wat een bijkomend nadeel was van die straalkisten..het geluid. Zodra het gashendel naar voren werd geschoven ontstond een gierend soort gebulder waaraan je wel even moest wennen. Maar ook de voordelen waren ongekend. Zo was die barriere die propellervliegtuigen tegenkwamen snel bedwongen. Het geluid werd achtergelaten op de plek waar die muur werd doorbroken. Dankzij de straalmotor gingen uiteindelijk verkeersvliegtuigen opereren die zo groot waren dat 600-1000 passagiers aan boord plek konden vinden.

Of we al vanaf de jaren 70 met 100+ passagiers 2.2 keer zo snel als het geluid over de Oceanen vlogen. De krachtigste motoren van nu zijn stiller dan die van pakweg 50 jaar geleden die nog 120dB produceerden. Als je nu 80dB haalt is het al veel. Met de komst van die straalkisten was de propellermachine eigenlijk naar het tweede of derde plan verbannen. Zuigermotoren alleen nog in gebruik bij kleine sportkistjes of klassieke toestellen. Kerosine verving hoog-octaanbenzine en diesel alleen daar waar het schoon kan worden ingezet. Het straalvliegtuig zal nog decennialang de dienst uitmaken. Het waarom zit in de efficiency. De piepkleine toestellen die nu op batterijen vliegen zullen vooralsnog geen enkele rol van betekenis gaan vervullen die ook maar in de buurt komt van die van de straalmotor. Het eigen gewicht en de actieradius plus betalende lading het grootste probleem bij die batterijtoestellen. En opvallend, om echt te kunnen vliegen willen groene profeten er weer propellers op zetten. En gaan we terug in de tijd. Zo heeft Frank Whittle het vast niet bedoeld. En wij als passagiers ook niet… (Beelden: Archief)