Ratten en kakkerlakken…

Ratten en kakkerlakken…

Ons land heeft al een tijdje last van ratten en kakkerlakken. In eerste instantie vooral in de zin van types die niet schromen om oudjes op te lichten door zich voor te doen als bankmedewerkers of als politiemensen die alle cash en juwelen van ouderen graag even meenemen. Een broertje dood aan werken zal de basis vormen voor het denken bij deze types maar ik hoop altijd dat ze door veredeling van hun genen tot inkeer komen.

Geldt ook voor de figuren die in roedels of bendes ketens als de Kruidvat leegroven om elders (op de Balkan) de buit te verdelen of te verpatsen. Lastig aan te pakken. Geldt ook voor de lafbekken die vooral in groepsverband enkele mensen het licht uit de ogen slaan of schoppen om allerlei onduidelijke redenen. Woest makend gedrag en als ik dan vaak lees wat ze n a oppakken en berechting voor straffen krijgen snap ik wel dat een belangrijk deel van ons land niet staat te trappelen om achter lieden als Timmermans of Klaver aan te hobbelen.

Ongedierte moet je bestrijden, niet koesteren. Kom ik nu tot de letterlijke vormen van ongedierten. Of het nu rent, kruipt of vliegt. Ratten, muizen, kakkerlakken en zo meer. Tegenwoordig in aantal flink groter dan de mensheid. En als je kijkt naar wat er in onze stad zoal op straat loopt of rent weet je dat het met de bestrijding van ratten of muizen net zo is gesteld als met die overd(ve)rachtelijke types die ik eerder beschreef. Men pakt het met veel te zachte hand aan.

En dus verspreidt het knaagdierenvolkje zich met grote snelheid en moet je niet vreemd opkijken als je van de GGD hoort dat in elk Amsterdams huis van voor de jaren 80 muizen vrijpostig hun aanwezigheid claimen. In vrijwel alle parken of voor natuur doorgaand groen lopen ratten rond. Logisch, want vuilnisbakken puilen uit, de gemeente geeft het geld liever uit aan andere zaken dan de vroeger zo actieve ambtenaren bij de Reinigingsdiensten, dus mee leren leven is het credo. Diervriendelijkheid wordt aangeroerd als argument, geldgebrek als tweede. Want de gemeentebestuurders onderhouden liever goede banden met andere reactionaire types dan met de volksgezondheid. Ik stam nog uit de tijd dat ratten echt werden bestreden. En dat je ze in die periode langs de boorden van de Amstel ook al zag lopen, maar zeker wist dat de stoere kerels op de kolenschuiten die daar toen nog lagen er wel raad mee wisten en ze met grote schoppen dood sloegen. Harde aanpak, effectief beleid, niet koesteren maar in het geval van die viervoeters uitroeien. Het gaat op voor het een en het ander. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden en de zwarte pest is niet overgebracht door engelen of de duivel maar gewoon door ratten. Geldt ook voor andere ziekten….. Dus doe eens wat gemeente Amsterdam en andere overheden die het probleem kennen maar net doen of het niet bestaat! (beelden: internet/prive)

Klantvriendelijk en gericht huizen kopen…

Klantvriendelijk en gericht huizen kopen…

Onlangs ging ik mee met een familielid om eens te kijken naar wat huizen die voor haar en partner kunnen zorgen voor wat meer rust en leefruimte. Van het westen van het land naar het oosten. Daar, in dat oosten, op het eerste gezicht nog betaalbare huizen van goede kwaliteit vinden is een mindere uitdaging dan in de oververhitte woningmarkt in onze streken. Bedenk maar eens dat een beetje etage (50-70m2)in onze stad tegenwoordig weg gaat voor 6-9 ton in een gemiddelde buurt, iets luxer gaan we het miljoen rap voorbij.

Dat is dus ook zo voor eengezinshuizen in keurige straatjes van een randgemeente. Je valt ondersteboven van de prijzen die daarvoor worden gevraagd en gekregen. Want kennelijk klotst het geld tegen de plinten bij veel huizenkopers. Een beetje overbieden is geen thema meer en zelfs in Almere, ooit toch het stiefkind van de markt in deze hoek van het land kom je niet weg voor de vraagprijs maar moet er stevig worden overboden. Nou dat zal elders wel anders gaan. Dus op een zonnig augustusdag reden we naar het oosten.

Een leuk stadje waar b.w.v.s. de grasvelden nog met een nagelschaartje worden bijgeknipt, fatsoen nog met hoofdletters geschreven wordt en de mensen op straat voldoen aan het beeld van Barbie en Ken. Het eerste huis wat op de lijst stond bleek een keurig nette middenwoning aan een stille straat. Mooie voortuin. Binnen wachtte ons een soort personal trainer. Overhemdje, buikje, net even te popi jopie en met de stopwatch in de hand werden we langs alle belangrijke kamers en zaken van het (duidelijk opgeruimde) huis gejaagd. Vrouwlief ontdekte dat de boel binnen niet fris rook. Rare lucht, maar we hadden het letterlijk snel gezien, 17 mnt later stonden we buiten. Tot over 4 dagen mocht er geboden worden……Een militaire sergeant had ons niet sneller door een dagmars kunnen leiden…

Nou dan maar even een bakkie koffie met iets lekkers, tijd zat. Tweede huis bekeken we in de middag. Meer dan netjes, onlangs fraai gerestaureerd, strak in de lak, nette prijs. Heel aardige makelaar. Commercieel ingesteld, we hadden al snel allemaal haar werkadres, want je wist maar nooit… Ook daar liepen we zowat in de file, zoveel belangstelling. Hoe dan ook…eenmaal thuis, dat tweede huis werd de optie voor een bieding. Weet je wat, we doen een stevig bod. Flink boven de vraagprijs! Dan weten we zeker dat….. Nou mooi niet. Kort na de gestelde deadline voor die biedingen kwam er een mailtje, ‘sorry uw bod was te laag, met vriendelijke groet’…. Ook daar is men dus stapelkrankzinnig. En als ik dan alles optel en zie waarvoor die huizen ook daar in de regio dan weggaan weet ik wel dat die woningmarkt op alle fronten vast zit en het voor instappers compleet onmogelijk is om iets aardigs en betaalbaars te vinden. Kennelijk hebben die kopers heel veel extra geld achter de hand om die biedingen te kunnen doen. Of ouders met een pot geld die ze graag uitdelen. Binnenkort gaan we weer neuzen. Op een andere plek, eens zien wat dat brengt. Maar na die recente ervaringen ben ik best een beetje terughoudend over het te verwachten resultaat. Slechts echte ‘klushuizen’ zijn te betalen….de rest…? Gewoon vergeten…… (Beelden: Archief)

Veiligheid..

Veiligheid..

Ooit, in een wereld van pakweg 50 jaar geleden, waren we gewend aan een aantal verkeersdoden dat we nu zouden toeschrijven aan terreur, gekte, rampen en zo meer. Meer dan 3000 mensen per jaar verloren jaarlijks het leven, nog veel meer raakten gewond in ons dagelijkse verkeer. Hoe dat kwam? Er reden veel minder auto’s rond, wel veel meer brommers, fietsers etc. Als het mis ging was het meteen ook goed fout. Een beetje auto van toen had vrijwel nul veiligheidsvoorzieningen, de gordel draagplicht kwam pas in 1971 in de wetgeving te staan en ook toen waren er heel wat tegenstanders met de wonderlijkste gedachten over wat je kon overkomen met die dingen om.

Dat je bij een crash zonder gordel dwars door de voorruit werd gelanceerd met alle gevolgen van dien, of gespietst werd op het onbeschermde stuurwiel, men had geen idee. Tegenwoordig zitten auto’s helemaal vol met die veiligheidssystemen en het worden er elk jaar meer. Airbags op alle plekken, ABS, noodremsystemen voor in de stad, kooiconstructies die ook voetgangers beschermen, digitale sensoren die voor van alles en nog wat waarschuwen, ook als je van je baan afraakt of in slaap dreigt te vallen. Dat zijn er nog maar een paar.

Bij fietsers zie je nu pas eigenlijk het besef dat heel hard rijden op een elektrische fiets (fatbike) zonder enige bescherming wellicht niet zo handig is. Bedenk maar dat men in Duitsland al heel lang de helmplicht kent voor fietsers. Hier vrijwel onbekend. Jonge types zonder enige kennis van de regels raggen op hun trendy fietsjes overal dwars doorheen en worden geschept omdat ze de snelheid van het overige verkeer niet kunnen inschatten. Onlangs in Amsterdam (een van de door extreem links bestuurde steden) waar je met de auto nog maar 30km/u mag rijden werden we links en rechts ingehaald door die tweewielers. Zonder besef van richting aangeven knalt men je voorbij, vliegt de stoepen op en af en kijkt je boos aan als je voorrang neemt omdat men ook die basis regels niet kent. Niet zo gek om dan te zien dat juist deze groep verkeersdeelnemers ook afgelopen jaar weer aan de top stond van de ongeval statistieken met een dodelijke afloop. Gelukkig daalde het aantal verkeersdoden in ons land wel stevig, met een procent of tien, waarbij het aantal mensen dat het leven laat als inzittende van een auto steeds verder afneemt. Bij de overleden mensen op een tweewieler reden er 40% van op een elektrische fiets. In de statistieken (in totaal 684 doden) zien we dat het aantal voetgangers op 71 staat en dat ook 53 mensen in of op een scootmobiel het leven lieten. Confronterende gegevens. En voor de goede orde, van alle fietsende slachtoffers kwam maar liefst 32% om het leven zonder ook maar in contact te zijn geweest met andere verkeersdeelnemers, men viel gewoon ongelukkig…. Cijfers liegen niet. Feiten zijn keihard. Ik pleit voor een helmplicht voor hen die op een elektrische fiets rijden of op een racefiets. Gaat vast schelen. Net zoals die gordels in auto’s….(beelden: Archief)(Bron:CBS)

De Pijp….

De Pijp….

Wie mij al wat langer volgt en echt leest weet dat ik als Amsterdammer af en toe even terug grijp naar een jeugd die zich voor een deel afspeelde in Oud-Zuid. De scheiding tussen onze wijk en die andere die als De Pijp bekend stond werd gevormd door de chique Ceintuurbaan die de Concertgebouwbuurt verbindt met Oost. Langs die lange straat lagen dus diverse wijken die vooral in de 19e eeuw waren ontstaan en als schillen door de tijd heen waren gebouwd langs de lijnen van voormalige vaarten en sloten van het meer agrarische Nieuwer-Amstel. Onze wijk sloot in zuidelijke richting weer aan op de buurt van Berlage die begin 20e eeuw was neergezet. Het maakte vaak nogal uit waar je vandaan kwam.

De ene buurt toch meer volks dan de andere, het nieuwere Zuid ooit het domein van beter gesitueerde Joodse mensen die helaas tijdens WO2 door de Duitse bezetter op de bekende gruwelijke wijze werden afgevoerd. Hoe dan ook, ons Oud-Zuid was een soort tussenbuurt waarin het middenstandersleven zich combineerde met veel bedrijvigheid en de nodige arbeidersfamilies die zich veelal verwant voelden met elkaar. Latere stadsbesturen besloten om al die wijken op een hoop te vegen en ze onder te brengen in nieuwe ‘stadsdelen’ waardoor het kon gebeuren dat ook onze oude woonwijk werd ingedeeld bij ‘De Pijp’ en stukken Oud-West werden toegevoegd aan ‘Zuid’.

Je kunt maar bezig zijn als ambtenaar. Hoe dan ook, over die levendige buurten die later 1 werden vond ik onlangs in Lelystad (..) een aardig boekje dat beschrijft hoe mensen indertijd grote of kleine gebeurtenissen beleefden. Het is een uitgave van Bas Lubberhuizen uit Amsterdam en is deel 6 uit de Bibliotheek van Amsterdamse Herinneringen. De uitgave uit 2005 (105 pagina’s) staat vol anekdotes die je als lezer best een glimlach op de lippen weten te toveren vanwege de herkenbaarheid. Ook het katholicisme en de grote rol die dat speelde in juist deze buurten van de Hoofdstad werd aangehaald. Ik genoot er van. Maar ja, ik ben dan ook een Amsterdammer…. Een echte! Geen import-dorpeling zoals veel van de huidige stadsbestuurders met hun linkse signatuur. Die zouden het liefst de hele geschiedenis van de stad en haar specifieke cultuur uitgummen. (ISBN 90 5937 081 3) (Beelden: Archief/prive)

Contact…of niet…

Contact…of niet…

Hoe vreemd het (mij) ook lijkt, er zijn stellen die prima samen kunnen leven zonder echt contact met elkaar te maken. Ze leven ieder hun eigen leven en komen (denk ik) mekaar weer tegen aan tafel of in bed. Maar ze delen weinig van hun dagelijkse beslommeringen of gedachten. Naar mijn mening is dat een ongewenste situatie maar echt er zijn psychologen of mediators die in de theorie van de gedachtenscheiding geloven. Voor mij is dat ondenkbaar maar ik ben dan ook een communicator. Met velen, maar zeker de vaste partners. Daartoe ben je met elkaar samen gaan leven is mijn idee, en alles wat je daarna met elkaar kon of kunt delen is bonus.

Ik kijk en observeer als meninggever regelmatig om me heen en schreef al eens eerder over paren die ik dan tegen over elkaar zie zitten en die consequent langs elkaar heen kijken en er het zwijgen toe doen. Wellicht past dit bij enige leeftijd en het idee dat ‘alles al is besproken’, maar als mensen jonger zijn en elkaar nog zouden moeten ontdekken….nee, vreemd. Toen wij onlangs met onze vriendjes in Amsterdam bij dat leuke en besproken Argentijnse restaurantje zaten en rond keken zagen we een dergelijk paar achter ons. Met enige regelmaat viel ons (je moet leren kijken zonder dat het opvalt..) op dat de stoere jonge vent die daar zat met een aantrekkelijk blonde schone juist dit gedrag vertoonde. Meer dan een half uur was er diepe stilte en keken ze intens langs elkaar heen.

Niks te vertellen? Niks meegemaakt vandaag? Niets te melden over de (op het oog) lekkere drankjes, het menu, keuzes of over haar uiterlijk? Pas toen de bediening van het restaurant naar hen toe kwam om de bestelling op te nemen zagen we dat ze niet echt met stomheid geslagen waren. Daarna werd het weer stil. Je vraagt je dan als observator af waarom mensen bij elkaar zijn. Dat is toch ook bedoeld om te delen? Om elkaar de liefde te verklaren of duidelijk te maken dat je juist op vakantie of zo de zin hebt om samen dat verblijf nog intenser te maken? Thuis wacht dan vaak de sleur, zo hoorde ik onlangs een van tv bekende seksuoloog uitleggen. En omdat die sleur op de loer ligt, komen er veel scheidingen voor (1 op 3) na vakanties. Want als men dan al fysiek contact maakt tijdens de vakantie of stedentrip doet men van beide kanten zijn/haar/hun best het fraaiste van zichzelf te geven of te schenken. Maar ik denk dan toch dat er iets aan vooraf moet gaan.

Complimenten, sfeer verhogende daden, aanrakingen, cadeautjes desnoods, maar duidelijk meer dan een zwijgzaam verlopen diner.. Tuurlijk, het is en blijft mijn persoonlijke mening. Maar genoemde observaties die middag en avond maakten dat wij er als vriendenstel uitgebreid over spraken. En dat ook zij (communicatief even sterk) zich iets dergelijks niet konden voorstellen. Pas als de koek op is valt het praten stil was onze conclusie. En dan moet je niet meer samen op vakantie gaan maar juridische hulp zoeken om de boel uit elkaar te halen zonder al te veel fricties…Moet je over de verdeling van de spullen of huisdieren dan wel de kinderen toch weer met elkaar praten. Maar ja, ook dat zal dan wel via diverse adviseurs gaan. Want als je gewend bent te zwijgen en de eventuele liefde omslaat in haat moeten andere mensen de boel redden. Nou voordien heb ik wel verteld wat ik er van vind. Jullie ook?? (Beelden: Archief/Internet)

Die beginjaren van de luchtvaart…

Die beginjaren van de luchtvaart…

Ik berichtte al eerder over die jaren waarin de luchtvaart vooral bedoeld was voor post, vracht en avonturiers. Na WO2 was de wereld echter totaal veranderd. De vliegtuigen van voor WO2 waren doorontwikkeld tot potente transportmachines waarmee je in redelijke tijd grote afstanden kon afleggen. Wezenlijk voor het vervoer van de belangrijke lieden uit die tijd en natuurlijk de rijken. Diplomaten of grote ondernemers hadden hun belangen vaak gevestigd in vanuit Nederland gezien ‘veraf’ oorden en hadden weinig behoefte meer aan bootreizen die vele dagen tot weken van hun toen ook al spaarzame tijd vroegen.

De romantiek van de zeevaart verdween, die van de luchtvaart brak aan. Naar Indie, New York, Suriname, maar ook Zuid-Afrika of pakweg Israel. De beter gesitueerden konden het zich veroorloven en vlogen mee in Douglassen DC-4, 6 of 7’s, of in de fraaie Lockheed (Super) Constellations of Boeing Stratocruiser met zijn twee dekken.

Binnen Europa vloog je met een Convair of Dakota, later de gierende Vickers Viscount. De Britten namen al snel de Comet 1 straalmachine in gebruik en vlogen boven al die dreunende propliners in alle stilte naar de door hen bestierde overzees gebieden. Toen dat door technisch falen fout ging raakten ze op achterstand en konden de Amerikanen met hun splinternieuwe straalvliegtuigen als de Boeing 707 of DC-8 de hegemonie in de lucht overnemen van de Britten en Fransen.

Die laatsten brachten halverwege de jaren vijftig weer hun Caravelle straalmachine voor de korte afstanden. Een toestel dat al snel vliegafstanden binnen Europe beperkte tot pakweg een uur. En bedenk maar dat de treinen ook toen al geen enkel alternatief boden voor die snelle vliegtuigen. Dat gold ook voor het geboden comfort en de catering aan boord. Slechts zij die geen haast hadden stapten in die treinen van toen.

En vonden overstappen een fraai onderdeel van hun reizen. De vliegreiziger keek daar met enig dedain naar. En terecht. Grappig was ook dat je op Schiphol goed kon zien dat elk land zijn eigen vliegtuigen bouwde en benutte. KLM was een mix der culturen en kocht Amerikaanse toestellen naast Britse en heel schoorvoetend af en toe een Fokker. Wanneer werd die luchtvaart echt iets voor het volk?

Nou toen charterbedrijven als bij ons Martin’s Air Charter en Schreiner Airways vakantievluchten gingen aanbieden naar Zuid-Europa. Veelal met oudere toestellen die ze voor een relatief prikje konden overnemen van de grote maatschappijen. En aan het einde van de jaren zestig toen de eerste enorme jumbo-jets als de Boeing 747 werd geintroduceerd. 2.5 keer zo groot als een Boeing 707 en in staat om 450 passagiers in een keer te vervoeren. Maar dat is een ander verhaal. De liberalisering van de luchtvaart maakte de wereld kleiner, verre bestemmingen ook voor normale hardwerkende mensen bereikbaar. Tegen zeer betaalbare prijzen. En dat is nu nog zo. Een wereld zonder luchtvaart is een utopie. En al die andere vervoersvormen niet in staat om de evolutie in de lucht bij te houden. Al was het maar door de technologische ontwikkelingen of de altijd bestaande concurrentiedruk. Heb je daar geen last van (NS) loop je altijd achter de feiten aan. Ik heb een deel van die ontwikkelingen aan den lijve meegemaakt. En kijk er nog steeds met veel plezier naar. Omdat het een fascinerende wereld is zonder weerga. En daarom alleen al een reden om hier af en toe wat onderdelen uit te lichten… (Beelden: Yellowbird archief)

Egyptische gastvrijheid…

Egyptische gastvrijheid…

Telkens als onze Soester vriendjes een dagje Amsterdam met ons doen zoeken we aan het einde van de veelal ‘stil’ verlopen wandeltochten (in de overdrijving zit de tegenspraak) dwars door de stad een afsluitend dineetje bij een of andere leuke zaak. Daarbij hebben we al heel wat uitheemse gerechten en dito horecazaken voorbij zien komen. Van Italiaans tot Indisch of Thais. Meestal deed ik ook hier verslag van bijzondere ervaringen. Dit keer weer zo een. Na zo’n 20.000 stappen door onze stad waren we wel toe aan een hapje en drankje. Keken bij een leuk uitziend wat kleiner Argentijns restaurant onder de naam Santa Maria tegenover de Stopera en een stukje Waterlooplein. Het terras nog half in de zon, het drukke stadsleven om de hoek en altijd mensen of zaken om naar uit te kijken. We zakten neer op de stoelen en kregen een meer dan warm welkom. Onze gastheer heette Henny. Nou is dat voor ons meer een vrouwennaam dan die van een man of wellicht ‘het’, maar deze naamkrijger kwam uit Egypte. Opvallend bij een Argentijns restaurant maar deze broeder was hier al 29 jaar en sprak onze taal maar had vooral ook de Amsterdamse humor diep in de genen.

We voelden ons al snel thuis. Een lekker drankje hielp daarbij en het uitzicht op mensen om ons heen deed dat zeker ook. Daarover later nog eens meer. Hoe dan ook, simpele zielen en dito eten. In dit geval een geweldig stukje gegrilde kipfilet, met het een en ander aan entourage en een van ons gezelschap koos een geweldig fraai gebraden stukje biefstuk. Het werd zonder haast opgevoerd, was bloedheet en smaakte heerlijk. Dat onze Henny daarbij zowel kok als gastheer bleek was een extra stimulans. En zijn opmerking na de vraag of het lekker was, (Ja) dat als we niet tevreden waren hij naar binnen zou wijzen naar de ‘kok’ en als het wel beviel hij graag de credits ontving deden hem in ons hart sluiten. We tafelden nog wat na, kwamen het e.e.a. over hem te weten, hoe hij oprecht was geintegreerd en geen enkele behoefte meer had aan terugkeer naar het Egypte van tegenwoordig en de mensen die daar de dienst uitmaakten. Nee, voor vakantie ging hij liever naar Italie. Veel meer plezier… Hoe dan ook, alles opgeteld en afgerekend gaven we een dikke fooi. De zaak is gezellig, de gastheer (ook een gastvrouw die haar taken ook met plezier deed) geweldig, het eten zonder al te veel fratsen top van smaak en de prijs passend bij het aanbod. Als altijd bekeek ik de (schone) toiletten en inrichting. Hier komen we zeker nog eens terug. Een cijfer van 9.5 zorgt daarvoor. Goed gevuld liepen we met onze vrienden mee naar het CS voor een als altijd afscheid vol mixed emotions. Maar dat lag zeker niet aan dit eetavontuur. Aanrader! (Beelden: Prive)

Praatje pot…

Praatje pot…

Oftewel een informeel gesprekje tussen mensen om het eventuele ijs te doen breken of mogelijke obstakels die een goed functioneren van de een of ander op te lossen. Ik kende het fenomeen wel, maar de term niet tot ik er bij mijn toenmalig aantreden als verkoopleider bij importeur Pon mee van doen kreeg. Baas Jaap, de onlangs helaas overleden stevige bestuurder van dat importbedrijf, hield van formele samenkomsten met zijn stafleden binnen het MT. Dat was best even wennen. Elke maandag werden de plannen doorgenomen die moesten leiden tot daden welke het bedrijf tenminste verder hielpen, de winst deden stijgen of de omzet zouden doen groeien.

Alles werd daarbij genotuleerd en die notulen kwamen dan elke maandag daarop weer boven water als werkdocument en om te zien of de plannen ook dat hadden gebracht wat men er bij had bedoeld of bedacht. Maar creatieve types zoals ik, ook toen al boordevol plannen, wilden graag even doorpraten over hoe we bepaalde aspecten van een actie vorm zouden kunnen geven. Ook had ik af en toe even een handleiding nodig hoe om te gaan met bepaalde lieden uit de organisatie.

Of dat nu externen of interne types waren. Niet meteen iets voor in dat werkoverleg op maandag. Kortom, dan kwam Baas Jaap met zijn ‘Praatje Pot’ en spraken we ongedwongen over wat we nu weer voor snode plannen konden bedenken om de boel soms via een olifantspaadje versneld aan de gang te krijgen of de verkopen te stimuleren. Het waren altijd plezierige sessies. Soms deden we dit ook aan boord van het zgn. ‘Ponschip’ met mensen die we informeel wilden leren kennen. Het waren veelal nuttige momenten. Later, ik werkte allang voor mij zelf en had wisselende zakelijke contacten, namen we dat idee met mij samenwerkende partners over om bepaalde strategische campagnes uit te venten voor die of die prospect of al binnen geharkte klant. Het Praatje Pot vaak gehouden bij een van de befaamde Toekan-vestigingen en verdronken in tankschepen vol koffie of thee. Veelal werkte het. Soms niet. De een is nu eenmaal niet zo van het los/vast overleg, terwijl anderen dat juist zien als ultieme vorm van overleg. Nog steeds houd ik van praatjes over dit of dat. Al hoef ik er nu zakelijks niets meer mee. Maar gewoon kwekken over alles wat er in de wereld om ons heen, de politiek, of wat ook speelt. Nuttig, aangenaam, en soms verhelderend. Herkenbaar??? (Beelden: Internet)

Brits vernuft…

Brits vernuft…

Enige tijd geleden (23-6)maakte ik jullie lezers al eens bekend met een wonderlijk toestel waarmee de fabrikant, Fairey, trachtte het luchtvervoer van de toenmalige toekomst anders te doen verlopen. Nu neem ik jullie even mee terug naar die Britse fabrikant die zoveel opvallende en soms uiterst bekende vliegtuigen heeft ontworpen en geleverd. Ook aan de Nederlandse strijdmachten waar o.a. de Fairey Firefly uitgebreid dienst deed bij de Marine Luchtvaart Dienst, meer speciaal aan boord van ons toenmalige vliegdekschip, de Karel Doorman. Dat Fairey startte met de productie van eigen ontwerpen in 1917.

Daarvoor verrichtte naamgever Charles Richard Fairey al werk voor andere toenmalige fabrikanten. Fairey bouwde altijd bijzondere toestelle. Het ene succesvoller dan het andere. Maar al die ontwerpen culmineerden vaak in een type dat het lang vol hield en ook goed te verkopen bleek. Naast de Britten waren ook de Belgen gek op Fairey’s want daar bouwde men deze toestellen voor de eigen strijdmacht en had men een vestiging in Gosselies.

Een opvallend ontwerp was de 1930 stammende Hendon nachtbommenwerper, de eerste machine van dit type met een enkele lage vleugel (andere toestellen waren dubbeldekkers..) en ook nog eens volledig van metaal gemaakt. Een kleine serie van deze indrukwekkende maar langzame toestellen kwam in dienst van de RAF. Voor de Britse marine bouwde men een hele reeks machines van het type Gordon dat later zou uitgroeien tot een van de meest bekende marinevliegtuigen van WO2, de Swordfish, die ondanks zijn ouderwets aandoende uiterlijk bijster effectief bleek in het aanvallen van zware oorlogsschepen van de vijand.

Mooi van vorm maar doodongelukkig in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog was de Fairey Battle. Deze eenmotorige bommenwerper moest snel genoeg zijn om vijandelijk vuur te ontlopen maar in de strijd om de Lage landen en Frankrijk bleek de Battle een lamme eend en werden de vliegtuigen en hun bemanningen door de Duitsers gedecimeerd. Uit de Battle kwam wel weer een marinejager voort die bij de Britse Marine een paar jaar nuttige dingen deed. Deze Fulmar werd in de honderden exemplaren geproduceerd en geleverd e n de kist was zeer effectief tegen o.a. de Italiaanse luchtmacht tijdens WO2. De Firefly noemde ik al, daarvan werden duizenden exemplaren geleverd die tijdens en na de oorlog werden benut.

Fairey bouwde maar door en ging op enig moment ook supersone vliegtuigen leveren die o.a. als vliegend testlaboratorium zouden dienen t.b.v. de Concorde verkeersmachine. De laatste proeve van bekwaamheid kwam met de Gannett, en vreemd gevormd marinevliegtuig met een 3875pk sterke turboprop-motor die contraroterende propellers aandreef in de neus. Ze deden jarenlang dienst bij de Royal Navy maar vlogen ook bij de Duitse marine. Ook bij de Indonesische marine vlogen Gannetts rond. Een bewijs dat de Britse luchtvaartindustrie in de jaren 50 en 60 nog zeer bekwaam vliegtuigen kon bouwen. En Fairey was maar een van de bouwers daarvan. Fairey nam in 1972 Britten-Norman over waardoor men ook een groot orderboek voor de succesvolle Islander luchttaxi’s verkreeg en de productie o.a. in Belgie onderbracht voor dit toestel. Helaas ging Fairey in de totaal veranderde luchtvaartwereld van 1977 kopje onder en werd het bedrijf verkocht aan het Zwitserse Pilatus. Gelukkig is de geschiedenis vastgelegd in wat boekwerken, waarvan ik er een benutte als leidraad voor dit verhaaltje. Een uitgave uit 2012 van het befaamde blad Aeroplane. 130 pagina’s genieten geblazen. (beelden: Archief Yellowbird/internet)

Katholiek…

Katholiek…

In mijn verhaal over mijn vroege jeugd en de op straat afspelende strijd tussen katholieken en protestanten in die tijd (30-7jl) roerde ik al even aan dat er indertijd wat sociale scheidingslijnen liepen door de straten en buurten van onze wijk of zelfs de hele grote stad. En dat er ook een zeer gevarieerd landschap bestond van katholieke parochies en protestante gemeenten die elk zo hun eigen kerken bestierden en ook nog eens bezig waren met sociale netwerken en voorzieningen die de achter het evangelie of de bijbel aan lopende gelovigen moesten helpen in geval van fysieke of geestelijke nood. Dat katholicisme was overigens in Amsterdam altijd een belangrijke zo niet de belangrijkste godsdienst geweest.

Al heel vroeg in de ontstaansgeschiedenis van de stad vestigden zich kloostergemeenschappen in die toen nog kleine plaats aan de Amstel die mede bijdroegen aan het reilen en zeilen van de toenmalige samenleving. Een wonder zoals dat van de niet verbrande hostie (Stille Omgang) (1345) maakte dat de stad ook voor mensen van buiten de veste aantrekkelijk werd als bedevaartsoord. De katholieke bestuurders werden steeds belangrijker voor de stad en daardoor kregen zij ook de kans om niet gewenste invloeden van buiten te verbieden of keihard aan te pakken.

Zo waren er op enig moment de Wederdopers die naakt door de stad paradeerden en kloosterlingen aanvielen. Zij waren in feite de voorlopers van de latere Lutheranen die niks moesten hebben van de pracht en praal die de katholieken ook toen al kenmerkten. Met die naaktlopers rekende men in de historische stad keihard af. Ze werden opgepakt, gemarteld, gevierendeeld of op spiezen gezet en zo aan den volke getoond.

Waag het niet om….dat kost je het leven. Maar wat later in de geschiedenis kwam ook in Amsterdam de omwenteling tot stand. Protestanten vielen kerken aan, vernielden alles wat ze tegenkwamen, staken kloosters in de brand en verkrachtten of vermoordden alles wat katholiek was en in hun ogen abject. Het katholieke volksdeel moest onderduiken en hield haar missen jarenlang op geheime plekken. Het maakte ook dat de Spaanse koning indertijd deze stad graag wilde innemen om het Roomse geloof weer terug te brengen naar daar waar het hoorde, op een dominante plek. Maar uiteindelijk was het compromis de uitkomst der dingen. Oogluikend lieten de latere protestante stadsbestuurders toe dat de katholieken hun geloof uitoefenden. Na de inname door de Fransen van onze Lage Landen kwam stukje bij beetje de vrijheid voor katholieken weer terug al moest men zich op zijn Amsterdams nog wel wat gedeisd houden. Het was dankzij Willem van het huis Oranje en diens nazaten dat we als stadsbewoners vanaf de 19e eeuw weer een soort godsdienstvrijheid kregen en de katholieke parochies min of meer frank en vrij konden optreden. En dat de kerkenbouw in Amsterdam een grote vlucht nam.

Met dank aan bouwmeester Cuypers en diens nazaten verschenen enorme kerken zoals de Willibrordus Buiten-de-Veste die zorgden dat het aanzicht van de stad een tijdlang werd gedomineerd door hoge torens en enorme aan het Roomse geloof verbonden gebouwen. Daar omheen kwamen de diverse katholieke scholen, zowel voor jongens als meisjes en werd ook een katholieke sociaal netwerk in elkaar gestoken dat goed kon binden. En zorgde dit dat men in eigen kring zou trouwen waar zulks van toepassing was. In de jaren zestig van de vorige eeuw ging met de loskoppeling van de oude normen en waarden ook de invloed van de Kerk van Rome (en die van de protestantse gemeenten) verloren. Mensen kozen voor de Revolutie, het socialisme (al in 1948 was de CPN de grootste politieke stroming) werd de norm en dat linkse karakter raakte de stad sindsdien helaas nooit meer kwijt. Gelukkig zijn er voldoende oude gebouwen en gebruiken die nog zorgen dat deze eeuwenoude geschiedenis te vertellen valt. Want zonder katholicisme had onze stad er heel anders uitgezien. Overigens kwamen later ook de Joden naar ons land vanuit Zuid- en Oost-Europa en namen hun eigen religie mee. Net zoals tegenwoordig iets van 40 andere religies hun plek hebben gevonden in deze stad. En hoe die gaan integreren is nog maar een vraag. Van sommigen is wel bekend dat ze prima opgaan in het liberale Amsterdamse leven. Van anderen weten we nu al dat dit nooit echt zal lukken. Blijft jammer…(beelden: prive-collectie)