Oost-Europese auto’s…

Oost-Europese auto’s…

Alleen al door de kop van dit blogverhaal zouden sommige mensen die hier meelezen kunnen afhaken. Dat is jammer want onbekend maakt onbemind kan juist door het lezen van mijn wervende teksten worden omgebogen naar meer kennis van zaken en derhalve een andere houding. Waarom? Omdat die Oost-Europeanen vaak een directe verbinding kenden met onze eigen autofabrikanten, al was het maar omdat in de vooroorlogse verdeling van Centraal- en Oost-Europa veel van die landen gewoon bij Europa hoorden en in dat oosten van ons werelddeel soms veel wagens werden gebouwd onder grote namen als BMW, Audi, DKW, Horch, Opel of Fiat.

Want ja, dat Europa van toen werd ineens pas Oost-Europa nadat de troepen van de Sovjet-Unie de Nazi’s terugdreven naar hun eigen land en van de gelegenheid gebruik maakten om half Europa gewoon toe te voegen aan het toenmalige Stalinistisch-communistische rijk. En dat had grote gevolgen. Immers de Oost-Duitsers moesten dik betalen voor de ellende die Hitler en zijn kliek in het grote Moederland hadden aangericht. Dus haalden de Russen alle hen bekende autofabrieken leeg en sleepten ook technici mee terug naar het communistische paradijs in het oosten.

Wat overbleef trachtte met de restanten van onderdelen-voorraden en bouwtekeningen de oude boel te herbouwen, maar onder communistische bestuurders was de private sector veel minder van belang dan de zware industrie die o.a. de leiders in Moskou konden bekoren. Als je dan ook bedenkt dat strategische materialen zeker aan Duitsland werden onthouden dan snap je dat men in de latere DDR wagens als de van Duraplast opgebouwde Trabant gingen produceren in plaats van de Audi’s en Horch’s die daar vroeger vandaan kwamen. Uit de oude BMW-fabrieken in Eisenach kwamen nu Wartburgs en de aandrijving was een stuk techniek afkomstig van Auto Union/DKW, de bekende tweetakt pruttelaar. In Tsjecho-Slowakije werd het prachtige traditionele merk Tatra net als Skoda gedwongen tot de bouw van wagens voor of de partijleiders en anders de volkskameraden.

Waarbij Skoda zich nog lang kon ontworstelen aan het regime en de nodige wagens exporteerde wat flink geld (deviezen)opleverde waardoor de economie in dat land extra floreerde. Maar initiatieven om steeds moderner wagens te bouwen werden beide merken door de communistische leiders onthouden. Pas aan het einde van die communistische onderdrukking kon men bij Skoda de boel weer moderniseren. In Polen ging het niet anders. Daar had men minder tradities op autogebied, maar wel behoefte aan betaalbaar vervoer. En dus bouwde men lang oude Sovjet-modellen die te groot en dorstig waren voor het volk. Met licenties van Fiat wist men de boel echter aardig op gang te brengen. Na de Wende ging het echter compleet mis en van de Poolse auto-industrie bleef eigenlijk alleen een licentielijn voor Fiat over. In Roemenie had men vooral banden met de Franse automerken. Renault en Citroen maakten daar qua licentierechten de dienst uit. Wagens als de Oltcit (hier Axel) en Dacia kwamen uit dat land vandaan.

Dacia werd later overgenomen door Renault en kennen we nu nog. Uit Joegoslavie kwamen vooral Fiat-klonen die hier als Zastava werden verkocht. En soms nog met succes ook. Na de vernietigende Balkan-oorlogen van begin jaren 90 eindigde dat avontuur en hebben de Balkanlanden geen echte auto-industrie meer. Alles wat ik hier oreer, en nog veel meer, staat ook in het boek dat ik hierbij afbeeld. Gekocht in Duitsland en met veel plezier gelezen. Vooral omdat het heel veel vertelt over de geschiedenis van de auto-industrie in die landen. En zelfs ik soms nog niet alles wist. En dat wil wat zeggen als zeg (schrijf) ik het zelf. Ik kocht het boek indertijd nieuw bij de Mayerische Buchhandling in Aken. Het is een uitgave van de daar bekende uitgeverij HEEL en heeft ISBN nr. 978-3-86852-604-2. Ik denk dat ik het ooit kocht voor 2 tientjes…Geen geld voor zoveel informatie….. (Beelden: Prive bibliotheek)

Reacties…

Reacties…

Onlangs maakte ik een evenement mee (ik schreef daar al eerder over) waarvan ik na wat twijfels toch zeker wist dat het zo leuk zou verlopen dat ook zij die er niet bij konden zijn er even van op de hoogte moesten worden gebracht. Als oud PR/Marketing professional bracht ik na afloop dus een leuke foto van alle aanwezigen met een verhaaltje naar buiten via de mij bekende sociale media. Tot mijn verbazing trok het alleen al meer dan 150 reacties via Linkedin, het zakelijke netwerk, maar ook mocht ik me via Instagram op enige extra belangstelling verheugen. Daarvoor doe je dat soort dingen natuurlijk. Zeker als ik het vergelijk met wat in de huidige blogwereld gebruikelijk is viel me die reactiescore bij Linkedin nogal op.

Tegenwoordig worden daar op dat toch zakelijke relatienetwerk de nodige discussies gevoerd die met name op politiek gevoelige terreinen hele schermutselingen opleveren tussen voor- en tegenstanders van linkse types of pakweg klimaatvraagstukken. Best leuk om daaraan deel te nemen al schieten ook daar mensen vaak in de ‘jijbak’ reacties die ik ook hier bij het bloggen nog wel eens meemaakt(e). Blokkeren van die types helpt vaak om al te persoonlijke verwijten kwijt te raken, maar op inhoud discussieren vind ik nog steeds leuk genoeg om er alsnog af te toe even wat tijd en aandacht voor vrij te maken.

Toch valt me wel op dat zelfs enkele aan mijn meningblog gelinkte medebloggers zelden of nooit een reactie geven op wat er hier geschreven staat, terwijl ze omgekeerd wel verwachten dat jij bij hen reacties achterlaat. Alsof hun wereld slechts bestaat uit zenden en daarna zelf ontvangen, maar zelf iets moeten doen om de inhoudelijke relatie overeind te houden kennelijk wat veel moeite is. Gek genoeg valt me dit zo eens in het jaar zo maar op. Ik schreef er al eens eerder over. De trouwe reageerders niet te na gesproken of zij die slechts lezen en zelf nooit iets plaatsen. Ik ken de pappenheimers. En natuurlijk zijn er de lieden die je dan na een reactie elders via een medeblogger denken aan te pakken. Omdat ze hier zelf zijn geblokkeerd om hun reactionaire of extreemlinkse standpunten. Ach, die negeer ik het liefst, ook bij anderen, net als ik dat doe op de andere sociale media. En er zijn er bij hoor… Een daarvan kwam ik onlangs bij dat beschreven evenement aan het begin van dit verhaal in the flesh tegen. Na een clash in het verleden waarbij hij heel onaardig en zeer op de persoon reageerde was het over en uit. Beneden de waardigheid. Maar hij bleef me maar stalken. Tijdens dat evenement deed hij net of hij me niet zag… Grappig, want ik moest ook nog een verhaaltje vertellen daar. Hij kon moeilijk in rook op gaan….Maar een hand kon er niet meer vanaf. Gelukkig maar, want de liefde moet wel van twee kanten komen. En voor hen die menen boven een ander te staan is in mijn wereld geen plek (meer). Vandaar dat ik al dat linkse volk negeer. Zeker als men vanuit dedain meent de maat te moeten nemen van of bij een simpele meninggever. Die is het snel zat. Maar wil ook niet totaal genegeerd worden. U bent gewaarschuwd…. (Beelden: Algemeen archief)

Broodje van Jan…

Broodje van Jan…

Een simpele naam, een ‘keep it stupid simple’ concept. Nou ja, simpel, de lijst aan broodjes is bij de Hoornse horecazaak van Jan bijna oneindig. Echt van alles en nog wat is er te vinden en die keer dat wij hem vorige maand bezochten stond hij alleen in zijn zaak en deed naast het klaarmaken van al dat lekkers ook nog even de bediening binnen en buiten. Wij waren in die Noord-Hollandse stad gewoon maar wat op bezoek om diverse verschillende redenen en kregen best trek na al het gewandel in de historische straten van het centrum en langs de haven. Dus dan zoek en vindt een beetje hongerig type als wij onderweg al snel zijn, onze weg en ontdekten deze verrekt leuke zaak van Jan.

Eenvoudig ingericht, maar zeer ruim, met terras voor de deur aan de Grote Noord (45) in Hoorn. Eigenaar Jan zat eerst een pandje verderop, maar koos er vijf jaar geleden voor om groter te groeien en zijn oog te laten vallen op dit pand waar wij binnenstapten. En daar hadden we geen spijt van. De menukaart is als gezegd omvangrijk, pagina na pagina aan broodjes van alle soorten en maten (drie formaten) vers gebakken, beleg zo gek je kunt denken en bepaald betaalbaar.

Ook lekkere koffie en dito thee, keurig uitgeserveerd met van alles er op en aan. Wij zaten er op maandagochtend, dan zijn de meeste omliggende winkelstraten leeg omdat men hier nog een maandagsluiting kent, maar Jan is als een van de weinige middenstanders gelukkig open. En wij aten er zalige broodjes. Carpaccio met allerlei toevoegingen voor de smaak, brie, wit en bruine pistoletjes, het was een waar genoegen. De gelegenheid ademt als gezegd een redelijke simpele inrichting, maar je zou hier met een buslading mensen altijd een plekje kunnen vinden. Minpuntjes? Ja, het enkele toilet voor mannen en vrouwen (en tussenvormen), waar het papier ook niet echt op orde was. Maar dat is dan ook echt het enige. De prijs/kwaliteitverhouding is hier top en de eigenaar uiterst correct en klantvriendelijk. In je eentje een zaak runnen die ook nog eens veel afhalers kent…petje af. Overigens doet Jan niet aan frituur, dus geen broodjes kroket of zo. Maar de keuze is verder zo groot dat je die echt niet mist. (Rapportcijfer: 9) en de beelden komen uit de eigen iPhone…

Een eeuw KLM…

Een eeuw KLM…

Is die Meninggever nou in de war of niet?? KLM bestaat intussen toch al 105 jaar jaar? Jazeker, maar het onderwerp van dit blogverhaal op zondag is weliswaar die nationale carrier die onze vlag in die dikke eeuw zo vaak en goed naar het verre buitenland wist te vervoeren, het is vooral een boek dat aanleiding vormde tot… En nou is dit in mijn bieb bepaald niet het enige boek over deze prachtige airline waarop we gewoon trots moeten zijn en niet steeds moeten wensen dat hij verdwijnt opdat we kunnen terugkeren naar de Middeleeuwen met haar zeilschepen en postkoetsen. Het boek is geschreven door Ron Wunderink, voorlichter bij KLM, oudgediende en ervaring opgedaan met 12 president-directeuren die hij al werkend meemaakte.

Dat maakt het boek over de geschiedenis van onze ‘Koninklijke..’ net even anders dan de boeken die ik door andere schrijvers over KLM voorbij heb zien komen. Het verhaal komt wat dichter bij types als Albert Plesman, Orlandini, de Soet of Leo van Wijk. Als purist zag ik wel de nodige feitjes die niet helemaal juist waren of zijn, maar het algemene verhaal is vermakelijk en informatief genoeg om te lezen. Zo gaat hij diep in op de chaos en ellende die ontstond toen een Boeing 747 van KLM betrokken raakte bij een ongeluk dat nog altijd als grootste crash uit de geschiedenis van de luchtvaart in de statistieken kwam. Maar zeker ook de pogingen van KLM om al vrij snel in de jaren achter ons te zoeken naar strategische samenwerking met andere partners om zo het bedrijf voor de toekomst te bewaren en zeker ook uit te bouwen.

Dat uiteindelijk Leo van Wijk met Air France in zee ging mag ons als liefhebber van die Nederlandse maatschappij pijn doen, andere partners waren om de ene of de andere reden niet acceptabel. Juist die overname (want zo was het..) zorgt er voor dat we dat eeuwfeest (en meer) van KLM nog steeds kunnen vieren. Het boek van uitgeverij Balans (ISBN 9789460039478) kent 285 pagina’s en lijkt een uitgave van Balans samen met de auteur zelf te zijn. Het werd in 2019 uitgegeven, precies in het jaar van dat eeuwfeest. (beelden: Prive/collectie)

Reunie…

Reunie…

Halverwege vorige maand was het dan zover. Een reunie van een oude werkkring waar ik tussen 1992-2000 mijn boterham met beleg verdiende en waar ik hier in mijn verhalen rond ‘Leven met de vliegende pijl’ al eens het nodige over (be)schreef. Die reunie was bedoeld om de mensen van toen bij elkaar te brengen die zo hard werkten om dat Tsjechische merk weer op de kaart te zetten na een lange periode van wat mindere tijden. Met name een jongere generatie medewerkers zag die samenkomst wel zitten en zette zich stevig in.

Men deed ook diverse pogingen om mijn weerstand tegen het evenement weg te halen. Ik moest er bij zijn, want speelde een belangrijke rol in dat verleden. Nu had ik persoonlijk wel wat bezwaren. Niet in de laatste plaats door wat me een jaar of 12 geleden overkwam bij een soortgelijke bijeenkomst met vroegere Schiphol-medewerkers uit de jaren 60/70. Een van de oudere heren in dat nu van toen, was niet blij met mijn komst om iets wat ik hem zou hebben geflikt een halve eeuw geleden. Tot op de dag van vandaag weer ik nog niet wat hij bedoelde, maar bevorderlijk voor de sfeer was het allemaal niet.

Ik heb toen na dat debacle besloten dat ik dit soort gelegenheden aan me voorbij zou laten gaan. Er is altijd wel iets, en soms kunnen mensen dingen niet verwerken die ze (mogelijk)zijn geflikt. Ik heb dat zelf ook hoor, niks menselijks is me vreemd, maar ach. Tijd heelt veel wonden en soms moet je ook beseffen dat het leven niet oneindig is waardoor de kans op een reunie als deze wellicht nooit meer komt. Enfin…ik trok dus naar Leusden waar het evenement werd gehouden in het kantoorgebouw/showroom dat wij ooit zagen bouwen en een paar jaar mochten bezetten. Goed om te zien hoe het na een jaar of 20 elkaar niet meer zien met de meesten ging. Sommigen net als ik duidelijk op leeftijd gekomen, anderen nog even knap en pittig als toen. Maar vooral hoe men de carriere na die Pon-tijd vorm had gegeven. De meest bijzondere keuzes kwamen voorbij. Een deel van die aardige lieden volgde ik al via de diverse sociale media en dat doe ik dan men een soort vervangende trots. Wat er toen al inzat is nu naar buiten gekomen. Van de oude garde was er een heel stel niet. Hemelen was hen kennelijk ook niet vreemd, zelfs hard werkende mensen blijven zichzelf. Maar wat er wel bij was bleek plezierig in gezelschap tijdens deze bijeenkomst en de diverse presentaties (ik mocht zelf veel te kort.. ook iets vertellen over vroeger..) meer dan interessant. Afsluitend lekker eten en nog meer bijkletsen. Drempels verdwenen, de verhalen sterk, net als de drank. Ik aan de thee (‘op dat punt niks veranderd jij’)maar kwekte lekker mee. Kortom een meer dan leuke bijeenkomst, die nog lang wordt gekoesterd… Met dank aan de jongelui die dit organiseerden. De digitale beelden vertellen voor de aanwezigen het verhaal. Zo ook voor mij. En deze bijeenkomst door mij in het hart gesloten…. (beelden: Diverse aanwezigen)

Nabrander…

Nabrander…

Zij die maar een beetje hebben meegelezen in de afgelopen pakweg 20 jaren bij uw meninggever zullen nu meteen na het lezen van de kop denken aan een straaljager met een soortgelijk stukje techniek in de staart. Immers met zo’n naverbrander gaat een dergelijke jet sneller vooruit. Maar in het geval van dit verhaaltje betreft het een stofzuiger die mij al vele jaren diende na een even lange trouwe periode in dienst van schoonmama. Een Philips van de oude soort. Sterk, veel zuigkracht maar voor haar intussen wat te zwaar in gebruik. Ouderdom komt soms met wat gebreken. Dus een jaar of 10-15 geleden maar meegenomen nadat zij een lichtere variant op het schoonmaakthema had aangekocht. Bij mij ging die zuiger naar boven. Mijn mancave vraagt af en toe aandacht en naar mate vrouwlief ontdekte dat ik toch een soort talent heb om de boel goed schoon te maken deed de oude Philips al snel dienst op twee etages in ons huis en waren we samen best tevreden over het resultaat.

Ik sjouwde het ding ook vaak helemaal naar beneden als ik de auto weer eens voor de deur kwijt kon en wilde reinigen. Met wat verlengsnoeren en veel goede wil maakte ik de blauwe Tsjech (en haar voorgangers) keurig van binnen schoon met 2000watt zuigvermogen. Maar onlangs ging het ineens allemaal anders. Ik had weer even last van het schoonmaakvirus en begon dus met dat stof zuigen. Met vier katten in huis die soms zo maar op de vloerbedekking rond mijn mancave hun domicilie zoeken is dat achtergelaten haar opzuigen geen overbodige luxe. Maar ik hoorde wel dat er een rare fluittoon uit de trouwe zuiggenoot kwam. ‘Vast een volle stofzak’ was mijn amateuristische conclusie. En inderdaad, die zak bleek voor 50% gevuld, dus maar even schoonmaken dan. Ook de filters meteen even reinigen. Even hielp dat. Maar op enig moment kwam de fluit weer terug. Gevolgd door wat hortend zuigen. Je hoorde het toerental op en neer gaan als bij een mens met bronchitis of astma. Vreemd. Uit en weer aanzetten verhielp dat euvel voor even. Tot ik ineens een rare brandlucht rook. Omkijkend naar de aan de slang hangende rijdende elektromotor zag ik een soort nabrander uit dat ding komen. Overal vlogen vonken heen. Uit de achterkant van de oude Eindhovenaar. De stank was ook heftig. Maar duidelijk was me wel dat de trouwe Philips ter plekke was overleden. Met pijn in het hart deed ik er afstand van. Bij de grofvuilstort. Inclusief die geweldige stang met borstel waaraan ik zo gewend was. De nieuwe is veel lichter, zuigt minder krachtig met dank aan de EU in Brussel, maar hij zal zijn taak ook wel aan kunnen denk ik. Maar af en toe denk ik nog wel terug aan die trouwe kameraad. Weinig mis met een echte Philips….Zou hij in de elektrohemel een plekje hebben bemachtigd?? (Beelden: Prive/internet)

Hollands trots…DAF!

Hollands trots…DAF!

Ik heb al eens (100520)aandacht gegeven aan DAF als fabrikant van personenwagens, maar dat onderdeel van haar geschiedenis is maar een klein stukje van het geheel. DAF startte ooit als een aanhangwagenfabriek in Eindhoven en werd daar aangestuurd door de familie van Doorne die al snel doorhad dat in het naoorlogse Nederland een grote behoefte was ontstaan aan stevige trucks en uiteraard opleggers en aanhangers. Al snel was de eerste DAF-truck een feit. Frontbestuurd, met een voor dit merk zo kenmerkend uiterlijk. Motorisch en technisch winkelde men bij het Britse Leyland of Perkins die in die periode een grote naam hadden in truck/busland.

De eerste DAF’s waren zgn. 5-tonners waarmee je een beste truck in huis haalde die in ons eigen land al snel aardig wat successen boekte. Al snel werden de DAF’s ook benut om bussen op te bouwen, terwijl de truckfamilie wagens kende die aanhangers trokken of opleggers, en soms ook als kiepauto dienst deden. De catalogus van DAF verbreedde zich al snel, de trucks werden groter en zwaarder en de basisversies kregen gezelschap van grotere types die jarenlang een vaste waarde werden en bleven op de Europese wegen. Want ook in het buitenland boekte DAF aardige successen.

Niet in de laatste plaats doordat men o.a. aan het Spaanse Pegaso licentierechten verleende voor deze trucks. Ook onze krijgsmacht werd een trouwe klant van DAF. Veel oudere dienstplichtigen reden met DAF’s in de rondte en ook die wagens hadden een zekere naam en faam. Later modellen verloren hun ronde vormen, en werden hoekig, straalden kracht uit, maar boden ook meer leefruimte voor de chauffeurs en/of hun bijrijders. De serie 2600 kwam op de markt, gevolgd door de 2800 en zo ging dat door. DAF werd een grote naam in truckland maar het bedrijf kreeg ook steeds meer concurrentie van buitenlandse merken als Volvo, Scania, Mercedes of MAN. Door de jaren heen moest DAF soms de financiering op orde zien te krijgen, men verkocht aandelen aan International Harvester in de VS.

Dat laatste had tot gevolg dat men ook componenten uit de VS in de DAF’s ging toepassen. Later zou ook Terex uit de VS een belangrijke rol gaan spelen. DAF zelf ging op enig moment nauw samenwerken met Leyland in het Verenigd Koninkrijk. Daar ontstonden hierdoor wagens die als LDV (Leyland DAF Vehicles) door het leven gingen en DAF zo in haar portfolio van modellen nu ook bestelwagens en lichte trucks kon aanbieden. Lucratieve handel. Met al die internationale contacten en fusies bestaat DAF nog steeds en is net als voorheen een grote naam. Aardig is te vermelden dat veel DAF-techniek te vinden is in de Tsjechische Tatra trucks die tegenwoordig ook in ons land weer worden verkocht. Deze voldoet aan de strengste Europese regelgeving op gebied van milieu en uitstoot. DAF bewijst door haar geschiedenis en handel waar een klein land groot in kan zijn. En Eindhoven kent uiteraard als bakermat van dit geheel een erg aardig museum dat voor liefhebbers echt een aanrader is. (Beelden: Archief)

Marktplaats…

Marktplaats…

Jaren deed ik er niks meer op. Te veel malloten en te weinig daadwerkelijke verkopen. Mijn conclusie was dus al snel ‘laat maar zitten’. Maar dan krijg je te maken met een collectie zoals ik die al eerder beschreef van mijn overleden vriend Cees. Op 13 augustus maakte ik de lezer hier al deelgenoot van wat je aan moet of kunt met een omvangrijke collectie van een gepassioneerd verzamelaar. Hoe dan ook, de afwikkeling vroeg de nodige tijd, aandacht en een herintreden op Marktplaats. De resultaten vielen me niet tegen.

De goede en soms zeer waardevolle modellen van Cees vonden hun weg naar even grote liefhebbers en die betaalden beste prijzen. Zijn maatje voor het leven tot tranen geroerd door de onverwachte opbrengst. Zij had zelfs niks met die collectie maar was wel blij dat het niet in de vuilnisbak verdween of net als zijn grote archief moest worden geschonken aan het Aviodrome. Niks daarvan. En het is soms heel leuk hoe dingen gaan. Zo was er die koper uit Zuid-Holland die meteen een hele serie vliegtuigmodellen kocht, waardoor ik met hem een deal sloot om het spul in zijn buurt af te leveren. Toevallig woont ex-blogster Thamara, met wie wij een zeer grote vriendschapsband voelen, in die omgeving en konden we zo het nuttige met het aangename verenigen.

Bleek dat de koper (beroepsfotograaf) het door Thamara bewoonde huis ooit voor een makelaar in beeld had gebracht. Cirkeltje rond. Kon nog gekker, want een andere koper bleek bij bezoek aan de plek waar de echt grote modellen nog stonden, al eens eerder bij Cees zelf wat te hebben gekocht en afgehaald. Gold ook voor een derde koper…en dan blijkt het cirkeltje wederom rond en de verzamelaarskring relatief overzichtelijk. Bij goedkopere modellen is het nog steeds klooien. Dan blijkt de meer dan redelijke vraagprijs vaak toch reden om nog eens lekker aan die prijs te knabbelen. Anderen komen liever langs om het spul op te pikken en dat is handig en goedkoper. Maar dan moet je wel komen natuurlijk. En als ik uit het verleden ken, je spreekt af, je wacht, ziet de klok voorbij het tijdstip lopen van de afspraak en dan krijg je een appje dat de koper toch maar afziet van dat langskomen. Grrrrr. Hoe dan ook…het blijft een avontuur. En ik leer er van….Want uit de eigen collectie kunnen we zo ook wat zaken op dat digitale marktplaatsje neerzetten. In de hoop dat. Overigens blijven er ook modellen (prachtig, en niet te hoog geprijsd..) onverkocht. En dat valt dan weer tegen. Net zoals we een werkelijk schitterend boek (nieuwprijs 159 euro) voor 50 euro in meer dan goede staat plaatsten en dan als hoogste bod 15 euro voorbij zagen komen… Dat is niet alleen vreemd, het is gewoon beledigend…. (beelden: Prive)

Later…..

Later…..

Veel jonge mensen denken nogal eens in termen als ‘later als ik groot of volwassen ben dan….’. Ze bedoelen daarmee dan dat ze later in hun leven dit of dat nog zouden willen bereiken. Rijk of beroemd worden komen dan al snel als te behalen begrippen of doelstelling boven. Soms willen ze domweg gelukkig worden, vader of moeder zijn, reizen maken, een sportwagen bezitten dan wel pakweg piloot of chirurg als beroep uitoefenen. Later, het leven heeft zijn loop genomen, dromen mensen nogal eens van allerlei andere zaken, al zitten er tussen die vaak vasthouden aan die oorspronkelijke dromerij. Maar wat als dat later er ineens sneller is dan je dacht? Dat je zo maar op een leeftijd zit die de kansen op het bereiken van al die doelen niet bepaald gaat helpen.

Dat je ontdekt dat je fysieke of geestelijke vermogens je niet in staat stellen om te komen tot het leven als je ooit had bedacht. Wat doe je dan? Kniezen? Bij de pakken neerzitten en accepteren?? Ik heb genoeg mensen leren kennen die vooral dat laatste doen. Dat geeft ze rust, minder stress. Maar er zijn er ook die koste wat het kost tot doelen willen komen die ze ook eerder in hun leven stelden. Parachute springen of een heel verre reis maken, met haaien zwemmen of met iemand van het eigen geslacht het avontuur zoeken. Ik geef maar wat voorbeelden.

Daarbij is het handig om ook even mee te nemen wat dat ‘later’ dan precies is. Want het kan ook leiden tot uitstelgedrag. ‘Nee, dit jaar niet, maar over een paar jaar wil ik echt……’. Vul maar in. Helaas zitten we als mensen zo niet in mekaar. Slechts communisten geloven in de geleide economie en vijfjarenplannen. Normale mensen niet. Althans zouden dat niet moeten doen. Want morgen kan het licht wel uit gaan, of ontstaat er een wereld die je nu niet wilt bedenken maar je als volk en individu in het ongeluk stort. Je hoeft maar een blik op die wereld om ons heen te werpen en te zien dat de bedreiging van ons veilige geregelde leventje door extremisme, fanatici of gewone moordenaars ineens kan eindigen. Om het over akelige ziekten maar niet eens te hebben. Dan is later ineens heel relatief. Als kind moet je daar niet mee bezig zijn natuurlijk. En blijven dromen, vooral dat. Over prinsen op het witte paard (mag ook een prinses op een roze pony zijn uiteraard), de rijkdom van Dagobert Duck of het talent van een operazanger(es). Want als er niks te dromen valt is het leven van kinderen net zo triest als van de lieden onder hen die juist onder de kneveling van een of andere doctrine worden verplicht tot doen van zaken die wij hier als barbaars ervaren. Kortom, leef en droom nu en stel niet uit. Echt, je leven wordt er een stuk leuker door. Ik deed veel van die dingen en de in mijn jeugd gestelde doelen werden of zijn aardig bereikt. Maakt een mens zeer gelukkig. Maar je moet dan nog wel zelf de slingers ophangen uiteraard…..Jullie mogen zelf dromen over welke….(beelden: archief/internet)

Doorrijden….

Doorrijden….

De gemiddelde leeftijd van auto’s die via via uitkomen bij sloperijen is tegenwoordig een krappe 20 jaar. Elk jaar stijgt die leeftijd. Niet in de laatste plaats omdat de gemiddelde auto beter werd of wordt gebouwd, maar zeker ook af fabriek meer bescherming meekreeg/krijgt tegen de bekende roestduivel. Ik heb heel wat notoire roestbakken voorbij zien komen in mijn professionele leven en elk vooroordeel over herkomst landen of merken klopte. Er waren ooit merken die zeker wisten dat hun auto’s al na 7 jaar de bruine hemel in gingen, doorgerot, uitgediend. Dat is tegenwoordig echt voorbij.

Het gebruik van hoogwaardiger materialen, beter onderhoud, en veel dito bouwkwaliteit dreven niet alleen de prijzen op maar ook de leeftijd waarop een auto uitgediend raakt. Rond de eeuwwisseling werden veel auto’s voorzien van een volledig verzinkte carrosserie en werd elke holle ruimte ingespoten met hete was die vocht en roest buiten de deur hielden. Resultaat, auto’s gaan langer mee en omdat ze ook meer kosten worden ze langer op de weg gehouden. De afschrijving is ook anders dan vroeger. Sommige zuinige wagens schrijven domweg heel anders af dan een auto die er nog steeds brandstof of stroom doorheen jaagt als een Tempelier. Daarbij komt dat die tweedehands auto dus vaak ook profiteert van de roestbescherming en die veel betere kwaliteit maar zeker ook de enorme prijzen die worden gevraagd voor nieuwe exemplaren.

Jammer voor de slopers, tegenwoordig autorecycling-bedrijven genaamd. Dat laatste helpt ook om onder bepaalde regelgeving hoogwaardige materialen als zitten in accu’s zodanig te verwerken dat ze later opnieuw kunnen worden gebruikt. Van die accu’s kunnen bedrijven soms ruim 70% her gebruiken. Dat scheelt toch weer een slok op de slavernijborrel. Want veel van dat spul wordt normaal gevonden in mijnen waar kinderen, vrouwen en gevangenen onder dwang werken. Hoor je zelden iets over want past niet in het linkse verhaal over klimaatvriendelijkheid en zo meer. Maar dit terzijde. Recycling is dus een realiteit binnen de autobranche. Een compliment waard want in veel andere industriele sectoren is men nog lang niet zo ver. (RAI/ARN) (Beelden: archief)