Leven met de Vliegende Pijl – 45 – (Ver)Huizen

Even een uitstapje in het verhaal over de Vliegende Pijl en mijn leven dat daar zo nauw mee verbonden was. En dan gaat het daarbij over de invloed die werken voor….heeft gehad op mijn prive-situatie. En wat het deed met het gezin of waar we woonden. Laten we wel zijn, er moest heel hard gewerkt worden. Als dealer-vertegenwoordiger maakte ik lange werkweken mee. Een deel van de opvoeding van ons nageslacht moest ik daardoor overlaten aan vrouwlief. Was niet altijd leuk, maar doel en middelen…. Later, bij importeur Pon, werd dat niet veel beter. Integendeel. Was ik regelmatig lang onderweg in ons eigen land, dan zat ik daarnaast wel ergens in Europa voor een lastige onderhandeling of meeting. Maar een al eens eerder aangetipt gevolg van dat werken voor Pon was ook dat ik in 1992 vooraf contractueel overeen moest komen dat ik zou gaan verhuizen naar een plek dichter bij het toen voor Skoda ingerichte hoofdkwartier in het Zuid-Hollandse Voorschoten. Ik wilde die baan als potentieel verkoopleider Nederland zo graag binnenhalen dat ik tekende. Hupsakee. Over een jaar zouden we wel weer zien. Maar zo mocht het niet zijn. Jaap van Rij, de in alles noeste directeur van toen, was recht door zee maar ook duidelijk.

Afspraak was afspraak! Dus moest er na een jaar werken voor het bedrijf echt verhuisd worden. Het gaf ons de kriebels. We zaten net een jaar of twaalf in Almere waar we in 1982 een splinternieuw en tamelijk groot huis met garage hadden betrokken. Nu werd dat dus opgeven geblazen…. Skoda vroeg er om! Het viel ons zwaar. Zeker als je bedenkt dat toch werd verwacht dat we flink dichterbij ‘kantoor’ zouden gaan wonen. Het heen en weer rijden (75km enkele reis..elke dag) met een auto van de zaak, werd te stressvol en duur. We moesten dus serieus werk maken van dat verhuizen en dat viel niet zo mee. Nog even los van alle sociale aspecten die een rol speelden, vrienden en familie in Almere intussen om ons heen, was er het verhuisaspect in technische zin. Met een paar hobbies, inwonende kinderen en huisdieren zagen we daar best tegen op. En dan was er ook toen al het punt…waar naartoe?! Toen ‘baas Jaap’ op de proppen kwam met de mededeling dat er in Hazerswoude-Rijndijk een aardig huis te koop stond voor ons, werd het ons echt te heet  onder de voeten. ‘Dat nooit’, dan kwamen we pas echt in een ”gat’ terecht….

Gelukkig hielp onze vriendin ‘B’ ons uit de brand. Na een heerlijke vakantie in het Schotse land deelde ze ons na terugkomst mee dat er een huis te koop stond van een collega van haar werk. Die man moest voor zijn bedrijf toevallig ook verhuizen. En wel snel, en zijn huis op het oude land op pakweg 6 kilometer van de Westertoren kwam beschikbaar. ‘Meteen op af gaan’ was haar advies. Deden we! Met Baas Jaap op een zaterdag nog overlegd. Als we nu 35 km dichterbij de zaak kwamen wonen…was dat dan acceptabel? Ja! Gelukkig!! Een maand of drie later verhuisden we. Naar het huis waar we nu nog wonen. Kleiner dan het vorige, geen garage meer, maar wel in een prima buurt en loopafstand van centrum hoofdstad. Het scheelde elke dag dat ik op en neer moest drie kwartier tot een uur rijtijd. Iedereen gelukkig. Nou ja….Het was best wennen. Opmerkelijk wel dat toen de situatie in Voorschoten wijzigde, in komende hoofdstukken kom ik daar nog uitgebreid op terug, het importbedrijf verhuisde van Voorschoten naar Leusden. En ik opnieuw in de file zat, en wellicht vanuit Almere een stuk dichterbij was geweest. Maar goed, dat is allemaal achteraf bekeken. Het had overigens veel impact op onze prive-situatie. Op sommige gebieden gingen de ontwikkelingen met een turbosnelheid. Andere bleven gelukkig gewoon gelijk. Het samen delen, en werken was ook thuis het devies. En dat hielp. Maar ik had het ooit toen ik voor dit merk viel. nooit kunnen denken dat er zoveel wijzigingen zouden zitten in je priveleven door het werk wat je doet. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief)

Nooit naief zijn….de les van 10 mei 1940!

Naïviteit is van alle tijden en als je wilt weten hoe politieke naïviteit er uit ziet hoef je niet eens zo ver te kijken. Zij die braaf achter de populisten op links of rechts aanlopen kennen deze karaktertrek vast. Het milieu moet worden gered door Klaver en c.s., de massa-immigratie tegengehouden door Geert Wilders en diens achterban. Beiden zullen wat ze roepen nooit waar kunnen maken, want het blijven splinters in een verdeeld politiek landschap. In 1940 was het niet zoveel anders. Alleen geloofde de burgerij in ons land haar leiders toen in meerderheid nog onvoorwaardelijk. Onze neutraliteit zou ons net als in 1914 wel beschermen tegen de boze plannen van de Duitse Fuhrer. Dachten we! Nederland mobiliseerde voor de zekerheid wel, maar laten we wel zijn, we schoten net zo vaak Britten uit de lucht als Duitsers voor die 10e mei 1940. Immers, die kwamen te dicht in de buurt van of vlogen door ons luchtruim. De Nederlandse strijdmacht stelde overigens niet zo veel voor. Al was het maar omdat we jarenlang waren geregeerd door linkse lieden die meenden dat oorlog voeren niet hoorde bij een beschaafd land.

Dus liepen de Nederlandse militairen in uniformen uit de eerste W.O. en waren ook de gebruikte wapens niet zo heel veel moderner. Bij de luchtmacht kreeg men net de eerste relatief moderne Fokker-jachtvliegtuigen en bommenwerpers geleverd en die stonden keurig geparkeerd op Schiphol of op de toenmalige vliegbases zoals die bij Bergen. Onze vliegende verkenners waren Fokker tweedekkers en die waren uiteraard niet geschikt voor de toen al moderne oorlogsvoering. Wat gelukkig nog wel een beetje functioneerde was de Marine. Maar de moderniteit van de schepen was nu ook niet meteen al te groot. Kortom, toen de Duitsers ons land in de vroege ochtend van 10 mei 1940 binnenvielen waren we als land ‘totaal verrast’. Voor de legerleiding door had wat er loos was hingen er al parachutisten boven Den Haag. Gelukkig kon de koninklijke familie nog net op tijd per schip ontsnappen, net als veel kernleden van het kabinet. Het land moest onder militaire leiding worden verdedigd. Wat men met verve deed.

Men schoot bij de verdediging van onze vliegvelden zoveel Duitse Junkers transportvliegtuigen uit de lucht of vernielde die op de grond op zodanige schaal dat de Duitsers daar nog lang last van zouden hebben. Maar al snel waren de Nederlandse vliegtuigen en kanonnen gedecimeerd. Overigens zonder aan de prestaties van de piloten en grondcrews ook maar iets af te doen. Een kanoneerboot deed zijn werk aan de Friese kant van de Afsluitdijk. De Duitsers kwamen er niet overheen. Bij de Maasbruggen onder Rotterdam hielden de mariniers stand. De Duitsers waren verbaasd over de taaie weerstand. En dus besloten ze tot het terreurbombardement van Rotterdam. De gevolgen zijn bekend. Dat brak de weerstand en na vijf dagen capituleerde Nederland voor de overmacht. Dat we het zonder terreur nog even hadden kunnen volhouden is duidelijk. Maar ja, ook Amsterdam, Utrecht en Eindhoven waren doelwitten voor de Duitsers als we niet hadden toegegeven. Nederland werd bezet en de gevolgen van die ellende dragen we nu nog in onze genen.

De regering sprak tot ons volk vanuit Londen, maar het lijden hier was ongekend. Met dank aan de naïviteit van die bovendanen die weigerden in te zien dat dreiging soms komt op momenten dat je het niet verwacht. Is dat nu anders? De defensie van ons land is bepaald niet op orde. We denken dat we nooit meer oorlog zullen meemaken, onderschatten de overal loerende terreur, hopen op goede bedoelingen van sommige stromingen en zetten daartoe de grenzen wijd open. Niks geleerd van 1940 zo lijkt het. Of van de invasie door de Japanners een jaar later. Want ook toen in dat Nederlands-Indië meenden we dat we het wel zouden redden. Ook die verhalen zijn bekend. En de gevolgen. Lessen leren…zo belangrijk. En niet naïef zijn. Nooit! Vrijheid is geen gegeven, het is een gunst. Laat je dat nooit afnemen. Door niemand! Zeker niet op 10 mei! (Beelden: Internet/archief)

Dilemma

Het begon allemaal met een slaapkamerraam dat in een van de winterse stormen begin dit jaar, open waaide en daardoor schade op liep. Grote barst dwars door het glas. ‘Ach, dat laat ik even fiksen door een glasheld uit de buurt’..was mijn eerste gedachte. Mooi niet. Nee hoor, dat soort werk moet u wezen bij……. Al snel waren we drie adressen verder en stapten binnen bij een bedrijf dat als glashandel voor de regio bekend staat. En even snel wisten we dat het nu nog aanwezige glas ouderwets en te dun was en we beter HR++ glas konden laten zetten. OK, doe dan maar meteen een offerte voor de rest van die etage, zijn we meteen op Klaver en c.s. voorbereid was ons antwoord. Drie weken later was er pas een offerte. Uitstekende prijs, daar niet van, maar de monteur die voor die offerte langs was gekomen om in te meten twijfelde wat aan de staat van de kozijnen. Want hout, en hoewel drie jaar geleden nog maar helemaal bijgewerkt en professioneel geschilderd, kon het wel eens tot schade komen als men die dikkere ramen zou plaatsen.

Het zette ons aan het denken. Net als we tien jaar geleden deden toen we een algehele make-over voor het huis overwogen. De toen opgemaakte begroting was zo hoog dat we daar in de situatie van toen ‘slechts’ 50% van konden uitvoeren. Zelfstandig ondernemerschap komt met risico’s en echt een enorm risico wilde ik nog niet nemen toen. Dus sloegen we kunststof kozijnen met dubbel glas indertijd af en deden de rest. Scheelde veel geld en het resultaat maakte ons toen alsnog best vrolijk. Nog elke dag genieten we van de fraaie keuken, de uitgebreide elektrische installatie, de elektronische CV ketel en mijn flink grote museumruimte/kantoor. Maar die ramen op de eerste etage….tja. Dus…maak maar een offerte voor kunststof dan met HR++ glas. En dat bracht ons in een totaal andere wereld. Een wereld van technieken die we niet kenden, mogelijkheden, mode, uitvoering en vooral prijzen. Voor je het weet zit je in het grote geld. Zo groot dat we een advies kregen van diverse kanten om dan maar beter te verhuizen.

De getaxeerde waarde van het huis in deze buurt bij Amsterdam was zodanig dat we dan ‘elders’ iets aardigs konden kopen. Nou die optie liepen we de afgelopen maanden uitgebreid af. In de polder, terug naar waar we ooit woonden al zag ik daar persoonlijk weinig in, maar ook elders in het land. Waarbij de plek me dan soms kramp om het hart gaf omdat het zo ver van mijn stad en Schiphol af lag. Open huis dagen gaven inzicht in hoe huizen er bij stonden die voor best veel geld in de aanbieding waren. Kortom, we deden veel stof op voor discussie en overleg. Uiteindelijk telden we onze zegeningen, analiseerden nog eens hoe we nu woonden en waar, met welke buren en zo dicht bij de Westertoren en besloten de investering in eigen huis te doen. Kost wat, maar krijg je ook wat. De beste aanbieder van de drie (een, die eerste, liet uberhaupt niets meer van zich horen overigens, wat toch bijzonder blijft..) die ons ook een stuk vertrouwen gaf in het hele proces van de uitvoering, mag de klus gaan doen als alles volgens planning verloopt. Dit najaar nemen we afscheid van al het hout in de gevels en gaan we over op onderhoudsvrij en milieuvriendelijk. Opdat de linkse gemeente trots op ons is. Niet dat ik me daar iets van aantrek, immers meebetalen is bij links nooit voorhanden, maar goed, dan maar voor het comfort. Het huis is al vele jaren ons thuis en ruim genoeg om het nog even uit te zitten. En als we het niet volhouden dan weet u het, dit huis is bijna klaar voor de milieuvriendelijke toekomst. Nu nog even die stadsverwarming afwachten….En wat doen jullie op dit gebied? Bereiden jullie je voor op de energietransitie? Al geisoleerd of een warmtepomp besteld??? (Beelden: Yellowbird collectie)

Leven met de Vliegende Pijl – 44 – Hoe VW de ontwikkelingen aanstuurde tussen 1991-1997!

Misschien toch goed om het verhaal even te verbreden naar de situatie waarin Skoda indertijd, rond 1996 verkeerde. Het merk kwam in die jaren steeds meer in handen van Duitse managers die de taken van de Tsjechen overnamen die weliswaar vaak zeer begaafd waren geweest maar door het vroegere communistische juk relatief initiatiefarm bleven bij hun optreden. Door mensen van Volkswagen te plaatsen op sleutelposities kon men bij Skoda de in het Duitse Wolfsburg gewenste veranderingen sneller doorzetten dan als men dit wellicht niet had gedaan. Skoda’s autodivisie was financieel in feite bijna opgebrand toen anno 1991 de overname van ongeveer 30% van de aandelen plaatsvond. De rest was toen nog in handen van de Tsjechische overheid. Voor de goede orde; VW nam slechts de personenwagenafdeling over van AZNP/Skoda. Er waren in het Tsjecho-Slowakije van toen nog een reeks andere Skoda-bedrijven actief, maar daar zag men in Duitsland niet zoveel in. Zo kon het dus voor komen dat je allerlei soms wonderlijke producten of vervoermiddelen kon zien die waren voorzien van het uit het verleden bekende Skoda-logo maar die weer niet vielen onder de noemer van Volkswagen.

De Duitsers hadden er in het begin waarschijnlijk te weinig oog voor gehad en wellicht ook wat te weinig geld voor over. ‘Gelukkig’ bleek dat veel van die vroegere Skoda-afdelingen het op eigen kracht niet konden redden en zo bleef in feite slechts staalfabrikant Skoda in Pilzen en de raildivisie (Skoda Transportation) over plus Skoda Automobilova uit Mlada Boleslav waar VW de scepter zwaaide. Met elkaar hadden die officieel verder niets meer van doen. Toen VW de Skoda autofabrieken en bijbehorende organisatie overnam werd daar nog slechts de Favorit gebouwd en verhandeld. Een prima auto op zich die echter wel in zijn ontwikkelingsperiode alle geldelijke middelen van de vroegere staatsonderneming AZNP/Skoda had opgemaakt. Dus moest er het e.e.a. gebeuren om die auto op een wat moderner leest te schoeien en te voorzien van bijvoorbeeld Single Point Injection Systemen en een al eerder beschreven volkomen nieuwe inrichting. Dat lukte aardig en ook snel. Vanuit de Favorit ontwikkelde Skoda samen met de Duitsers de Felicia. Die auto volgde de Favorit op, maar was in feite wel een soort tussenpaus.

De lijnen vanuit Volkswagen richting toekomst van het Tsjechische merk waren intussen uitgezet en daarin pasten veel moderner auto’s. In feite was die Felicia in opzet nog steeds een echt Tsjechische auto, voorzien van Duitse techniek. Maar je kon er ook nog steeds een Pickup, stationcar, VanPlus en zelfs een pret-Pick-up (FUN) van krijgen. De Felicia kon ook worden geleverd met Skoda’s eigen lichtmetalen blokken, nu voorzien van MPI-techniek, maar tevens met een goed presterende 1.6 liter VW motor en de aloude 1.9 grote diesel uit de Golf van die jaren. De Felicia was overigens echt een enorme stap vooruit en de auto kwam in veel markten goed aan. De kleine bedrijfswagens binnen het gamma waren ook in veel landen buitengewoon gewild. In eigen land waren ze bijna niet aan te slepen, maar zeker ook in een aantal andere markten zeer gevraagd. Zo kon VW door de Balkanoorlogen in de jaren negentig in Sarajevo niet langer haar aloude Caddy bouwen. Die auto baseerde zich nog op de Golf 1, maar was in veel landen, ook bij ons, zeer populair. Om aan het gemis van dit soort wagens tegemoet te komen besloten VW en Skoda om de Felicia Pick-up in Duitsland als VW Caddy op de markt te brengen.

Gebouwd in Tsjechië, uitgerust als een VW en ook verkocht tegen de prijs van een Volkswagen. Klanten keken er niet van op en het zal Volkswagen best de nodige centjes hebben opgeleverd. In andere markten was de naam Skoda soms nog wat beladen, veelal veroorzaakt door een wat vaag ‘Oostbloksausje’. Dan zag je dat kopers hun auto’s ontdeden van hun Skodalogo’s en er via de accessoireswinkel gekochte VW logo’s op aanbrachten. Slim zijn had zijn prijs, domheid kennelijk ook. Intussen werkte of vocht Volkswagen zich door de traditionele kanalen heen die binnen het vroegere Skoda en haar interne organisatie bestonden. Oude managers werden de laan uitgestuurd, nieuwe aangetrokken. Veel van het oude administratieve functioneren werd op moderne wijze geautomatiseerd, de fabrieken voor de Felicia compleet gerenoveerd en een fonkelnagelnieuwe gebouwd naast de oude complexen om daarin vanaf medio 1997 de nieuwe middenklasser Octavia te kunnen produceren. En daarmee zette men de toon voor de toekomst. VW zette ‘exportafdelingen’ op die met bepaalde landen en regio’s moesten gaan onderhandelen of samenwerken. Daarmee kon dan de verkoop worden opgevoerd en nieuwe markten aangeboord. Verkocht men in 1991 nog in 35 landen Skoda’s, al snel werden dat er 55, een paar jaar later 80. Daarmee was de toekomst voor het Tsjechische merk verzekerd, al was de voertaal intussen wel vaak Duits geworden en zagen veel Tsjechen deze ontwikkelingen maar met lede ogen aan. Maar het moet gezegd, die Duitsers deden hun werk goed, lieten de Tsjechen zien dat hun eigen toch vaak hoogwaardige technische inzichten prima pasten in het VW-denken en dat succes weer leidde tot meer investeringen die van Skoda zouden maken wat het heden ten dage is. Maar dat lag nog wat in de toekomst verborgen. Wordt Vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon)

 

Jongens…

Als jong mens had ik vroeger naast mijn focus op alles wat reed en vloog ook al flink veel interesse in de andere sekse. Meiden! Soms totaal onbereikbaar, in andere gevallen een soort samenvoeging van droom en werkelijkheid. Ik dacht er zelden over na dat ook aan de andere kant jonge meiden konden dromen van ons jongens. Nou, dat is kennelijk ook van alle tijden. Zo merkte ik onlangs ook toen we ergens in een leuk hoekje een simpele doch voedzame lunch zaten te nuttigen. Een tafel verderop een stel jonge meiden. 13-14 jaar wellicht. De een wat knapper en pittiger dan de ander, maar allemaal met dezelfde verhalen. Over die ‘ene’ jongen die in de klas zo ‘stom kon doen’, maar als hij een drankje op had (..) ineens aardig en aanhalig werd. Over die andere jongen die ze van dat feestje kenden en die mooie ogen had, maar zulke rare appjes stuurde. De meiden giegelden wat af en keken tegelijk op hun smartphones om nog wat beelden of ondersteunende teksten te laten zien aan de anderen.

Tussen de verhalen over de jongens door ging het ook over de school die ze na hun huidige opleiding zouden gaan bezoeken. Twee van de dames, qua uiterlijk de knapsten van dit stel, droomden al van de ‘Uni’ in Amsterdam. De anderen waren daarin minder stellig. Een van hen hield wat meer haar mond dan de anderen. Ze was ook bepaald aantrekkelijk, zal later zeker een echte schoonheid zijn, maar ik denk dat zij minder ervaring had met de jongens, maar ook geen idee had naar welke school ze zou moeten gaan na de huidige. Ze leek me ook iets jonger dan de rest en hing er wat bij. Maar stille wateren en dito gronden. Het was in ieder een vrolijk stel en ik vermaakte me met hun luide geklets over de zaken die nu in hun leven van het grootste belang waren. Later kan je altijd nog serieus genoeg zijn of worden. Studeren, kinderen krijgen, carriere maken of wat ook. Nu moet je lol trappen. En dat deden die meiden. Ze nuttigden overigens de nodige hapjes en drankjes en opgeteld was dat best een bedragje. Kijk, toch ook een verschil met ons vroeger. Ik was al blij met een zak friet (steevast Patat geheten in onze omgeving) per week of een ijsje. Tegenwoordig gaan die jonkies ergens zitten en nemen het er van. Waardoor ik in staat was deze observaties even te doen…Onbetaalbaar! (Beelden: Yellowbird archief – Uiteraard geen beelden van de dames zelf ivm portretrecht)

100 jaar KLM – De Lockheed Electra II…

In die honderd jaar dat KLM nu al bestaat besloot men ook wel eens tot aankoop van vliegtuigen die bij andere maatschappijen niet eens op een vergeten verlanglijstje kwamen te staan. KLM stond daarin dan alleen en had daarvoor indertijd toch allerlei redenen om die beslissingen te nemen. Een daarvan kon zijn dat men nieuwe ontwikkelingen gewoon niet zag als realistisch of haalbaar. Zo was er de in de jaren vijftig van de vorige eeuw opkomende technologie voor straalverkeersvliegtuigen. Die o.a. leidde tot het op de markt brengen van de Franse Sud Aviation Caravelle. Een sierlijk toestel met twee Rolls Royce motoren aan de staart. Geschikt voor korte tot middellange afstanden en meteen goed besteld door heel wat grote maatschappijen van toen. SAS, Swissair, Sabena, Iberia, Alitalia, Finnair en nog een reeks maatschappijen van toen kochten de Caravelle. Maar KLM zag er niks in. Men keek terug naar het debacle met de Britse Comet 1 uit de jaren veertig en geloofde dat deze technologie een jaar of tien later nog steeds in de kinderschoenen stond. Dus keek men naar Amerika. Een voor KLM bekende leverancier, Lockheed, bood naast haar bekende Constellation-reeks die bij KLM goede diensten verrichtten, ook een toestel aan met zgn. turbopropmotoren.

Daarbij kreeg je alsnog straalmotoren, maar dan gecombineerd met propellers ten behoeve van de voortstuwing bij die kisten. De Electra II was in veel opzichten een bijzonder toestel. Het had een wat brede romp, een stompe neus, eigen ingebouwde toegangstrappen, korte vleugels en vier krachtige motoren in de vleugels. Dat waren Allison 501’s  van 3.800pk elk. Gaf de Electra een maximum snelheid van 650km/u, een actieradius van 4.500km en hij vloog op een hoogte van 8.650mtr. KLM was onder de indruk van deze prestaties en kocht er 12. Daarbij vond ze zich in gezelschap van maatschappijen in de VS en het Australische Qantas. De Electra was na een lange ontwikkeling waarbij het toestel nog eens opnieuw moest worden onderworpen en aan uitgebreide tests onderworpen na een paar crashes die de twijfels over het ontwerp aanwakkerden, in 1959 klaar voor aflevering. KLM kreeg ze in de vloot en verving er oudere propellertoestellen mee.

Men vloog er relatief gelukkig mee, al verontgelukte er wel een in het Midden-Oosten toen hij tegen een zandduin aanbotste. Men zette de machines zelfs in op de route naar Zuid-Afrika. Waar ze pas later door de DC-8 werden vervangen. Electra’s werden door KLM ook nog wel eens uitgeleend. O.a. aan het toen bestaande Air Ceylon en Martinair. Vanaf begin jaren zeventig werden ze vervangen door de verlengde Douglas DC-9 en vonden de Electra’s snel nieuwe eigenaren. Enkele oorspronkelijke toestellen van KLM vliegen nog steeds in de rondte, al doet men dat dan niet meer met passagiers maar met vracht. Typerend voor de Electra was het suizende geluid van de turboprops. Die kon je overal boven uit horen en dat klonk een stuk beschaafder dan de krijzende jets van de Caravelles waarmee hij concurreerde. Overigens eindigde de slag om de passagiers in die jaren toch in het voordeel van die Franse jet. De Electra kende ook wat evenknieen in de vorm van de Britse Vickers Vanguard en de Russische Ilyushin Il-18. Ook machines met een viertal turboprops en een redelijk prestatievermogen. Van de Electra zijn in ons land geen exemplaren bewaard gebleven.

Later vloog onze Marine Luchtvaart Dienst nog wel met een reeks Orion onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, toestellen die zijn afgeleid van de Electra. Maar ook die zijn doorgeleverd aan de Duitse Marine en uit ons land verdwenen. En zo werd niets van deze fraaie toestellen uit onze industriele geschiedenis bewaard voor het nageslacht. En wie wel eens met zo’n Electra heeft gevlogen moet zich maar eens melden met mooie annecdotes…..Bij voorbaat dank! (Foto’s: KLM/Yelllowbird archief)

Leven met de Vliegende Pijl – 43 – Pon – bleken wij toch niet echt….

Op een vrijdagmiddag laat ging de telefoon. Bij toeval was ik nog op de zaak en nam die centrale telefoon aan. Het bleek de secretaresse van de Heer H. R.* te zijn. Nu was dat voor mij iemand op grote afstand, maar hij was indertijd wel de grote baas van het autohuis van Pon waar men VW en Audi verkocht. De dame in kwestie vroeg me of ik verantwoordelijk was voor die Service-Mobielen en het persbericht. ‘Ja’ antwoordde ik oprecht. ‘Wilt u dan als de bliksem zorgen dat er een correctie op het persbericht uitgaat?! En ook dat de logo’s van VW en Audi van die door u geleverde servicewagens worden gehaald!?’. Mijn antwoord was dat ik dit toch wel even eerst met mijn ‘baas’ wilde overleggen. Dat het echter ‘nu vrijdag was en ik de man niet kon bereiken‘. ‘Ik geef u namens de heer R. de waarschuwing en opdracht om dit alsnog NU te doen’…dreigde de dame. Ik nam het verder maar even ter kennisgeving aan. Maandag was vroeg genoeg. Het bleek in dit geval te laat. Hoewel mijn directe chef Jaap van Rij er na horen van dit verhaal niets voor voelde om die logo’s van de auto’s te laten halen en al helemaal niet om het persbericht te herzien had deze affaire voor mij persoonlijk een paar vervelende gevolgen. Dat bleek op enig moment tijdens de Bedrijfsauto-RAI 1996.

Waar Skoda voor het eerst weer eens acte-de-presence gaf en voor een prikkie in een bescheiden stand Felicia PickUp’s en VanPLussen uitstalde. Op enig moment bleek er een rel te zijn uitgebroken waarbij de heren R*. en Van Rij over die Service-Mobiel-affaire kibbelden en R*. mijn ‘hoofd wilde laten rollen’. Ik had immers zijn expliciete via zijn secretaresse gegeven opdracht naast me neergelegd. ‘Ja zeg, het moet niet gekker worden’, was mijn antwoord toen ik hoorde wat ‘die malloot uit Leusden’ over mij afriep. Wilde men echt van mij af omdat ik niet bereid was geweest mijn baan op het spel te zetten door tegen de wil van mijn eigen directeur in te gaan? Hoe moest ik dan functioneren als Verkoopleider? Ik mocht dus kiezen uit twee kwaden? Ontslag of ontslag! Prima, maar dan zou het ook hard tegen hard gaan. Het eerste telefoontje naar mijn toenmalige advocaat bracht uitkomst. Er was geen grond voor ontslag, ik was immers loyaal naar mijn eigen directie en het zou toch te gek zijn als een andere directeur dan de mijne me een dergelijke sanctie zou kunnen opleggen. En ik stond strak en stijf achter ons merkbelang.

Goed voor mijn stemming of gemoedsrust van dat moment was het allemaal niet. Het leek wel een wespennest waarin wij ons bewogen en mijn PON-gevoel, voor zover al aanwezig, was compleet verdwenen. Het liep ogenschijnlijk met een sisser af allemaal, de partijen kwamen tot een compromis. Maar R*. vergat mijn naam nooit meer en toen hij later zelf verder klom in de hiërarchie van Pon nam hij op subtiele wijze wraak. Zijn wil was wet in de bubbel waarin hij toen qua mentaliteit verkeerde. Het gaf eens te meer aan dat wij met Skoda wel erg veel strijd moesten leveren. Zelfs intern bij Pon. En van een familiegevoel was dus weinig te merken. Dat kwam later pas, stukje bij beetje. Overigens scoorden we tijdens de bewuste BedrijfautoRAI nog best goed ook. O.a. het bekende hoofdstedelijke autoverhuurbedrijf Ouke Baas kocht met dank aan mijn persoonlijke relatie met de eigenaar/directeur van dat bedrijf, een aardig aantal Felicia PickUp’s en die werden jarenlang probleemloos door de Gemeente Amsterdam gebruikt. Dat compenseerde het negatieve gevoel dat PON me persoonlijk indertijd bezorgde tenminste nog een beetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon Mobiel – *)naam omwille van privacy weggelaten)

 

Koninginnedag….

Ja…u leest het goed. Ik gebruik de oude term nog voor een fenomeen waar ik nu al decennia lang achteraan loop. De viering van Koninginnedag. Ook al moet dit dat perse Koningsdag heten en is de datum veranderd van 30 april naar de 27e. Ik heb niks bijzonders met het koningshuis hoor, maar ben wel Nederlander van geboorte en ook qua gevoel en gedrag in hart en nieren. Wat inhoudt dat ik ook de ons bekende feestdagen koester en waar het kan vier. Zeker als je dan de sfeer proeft die met name in onze mooie stad heerst. Ook al is die dan tegenwoordig anarchistisch en semi-communistisch bestuurd, die koningsdag blijft nog even. Tot ook dat niet meer mag vanwege de overlast of uitstoot. Want 500.000 bezoekers aan de stad is een gruwel in Groenlinkse ogen. Maar dit terzijde. Waarom pleit ik dan voor Koninginnedag? Omdat ik denk dat onze Maxima een geweldige koningin is. Als iemand het woord vrouw een diepere betekenis geeft, dan zij. Voorbeeld voor veel vrouwen in dit land.

Charmant, slim, soms zelfs wat sexy. Moeder, maar ook zakenvrouw. Lief maar vast ook heel Argentijns fel als WimLex iets doet dat haar niet bevalt. Een vrouw naar mijn hart. En dus zou ze een eigen feestdag moeten krijgen. Maar dat zal wel niet gebeuren. Tradities en zo. En die tradities vul ik elk jaar min of meer gelijk in. Met zoektochten over de vrijmarkten. Ik zoek wat ik niet meteen nodig heb, maar huiver bijna van genoegen als ik er dat vind wat ik niet verwachtte. En ik ben al met heel wat terug gekomen dat echt de moeite van het ophalen waard was. We maken er altijd een dagje van. Met tussenpozen. Af en toe een pauze. Even thuis op adem komen en dan weer op stap. In de stad is zoveel te doen, het is er zo gezellig, en de mensen zijn dan zo met elkaar eens dat een open samenleving van twee kanten moet komen dat er zelden of nooit iets vervelends plaatsvindt. En als dit wel zo is, dan vooral door de vele drank die er ook bij Koningsdag doorheen gaat. Want ondanks alle regels wordt heel wat drank gewoon op straat verkocht door lieden die wel een centje extra willen verdienen. Wat ze wat mij betreft gegund is.

Onze tradities lopen langs andere paden. Letterlijk en figuurlijk. Op een van onze routes stoppen we altijd even bij een ons bekende en fameuze banketbakker in Zuid en kopen daar een kroketje van de hoogst mogelijke kwaliteit. Al dan niet met broodje. Lopen maakt hongerig. En dan krijgen we daarbij als aardigheidje een klein glaasje oranjebitter aangeboden. Proost! En daarna moeten we de terugweg weer doen, die net zo lang is als de heenweg. Heel vreemd, maar dat is al eens door geleerden uitgelegd hoe dat werkt. Hoe dan ook…..ik wens u allen een fijne Koningsdag toe morgen en hoop dat het weer ons allen helpt om er een leuk feestje van te maken. Uiteraard ook voor Willem-Alexander en zijn Maxima. Want die vieren ook nog zijn verjaardag. In Amersfoort en daarna in huiselijke kring.  Nou majesteiten…..pjjjjoooossst…!! (Beelden: Yellowbird archief)

Fax….oudgediende nog steeds in gebruik…

Onlangs hoorde ik op de radio een verhaal naar aanleiding van een door een luisteraar gestelde vraag. Die verbaasde zich er over dat in de medische wereld van huisartsen en apothekers de fax nog steeds een dominante rol speelde. De ‘wat’? Ja, de fax! Voor de jonkies onder ons, dat was een wondermachine die ooit via het telefoonnet in staat was om een document door te seinen van de ene kant van land of wereld naar de andere. Met veel gepiep en gekreun van de ingebouwde printers. Het was een toppunt van vernuft toen hij ergens halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw uit werd gebracht en het ding was in het begin peperduur. Via leaseconstructies kon je er een aanschaffen, iets wat wij indertijd in het door mij eerder beschreven auto-dealerbedrijf ook deden. Zie mijn vervolgverhaal maar een paar hoofdstukken terug. Maar dit terzijde. Toen de fax was ingeburgerd bleek hij eigenlijk al achterhaald.

De personal-computer had ook zijn intrede gedaan en al snel waren we in staat om hele rapporten per electronic mail als bijlage over te zenden van punt a naar b. De digitale wereld versnelde met een turbo en de fax werd een relikwie uit de oude doos. Net als de oude zwart-wit-tv toen we eenmaal kleur hadden ervaren. Ergens in de jaren negentig was al het einde voor die fax in zicht en niemand heeft er nu nog een staan schat ik in. Nou ja, met uitzondering van die medische wereld dan. Daar werkt men er nog mee. Heeft iets met privacygevoelige zaken van doen. Men beschermt de patiëntendossiers met het eigen leven, en dat is ook de reden dat je bij verhuizing zoveel moeite moet doen om gegevens mee te laten verhuizen opdat de nieuwe behandelaars kunnen kijken naar datgene wat over je bekend is bij de verschillende witjassen die dit doel dienen.

Naar ik nu begreep wil men de eventuele overdracht slechts doen per fax. Al zijn die dingen dan tegenwoordig via via wel in de computersystemen geïntegreerd. Wat men ontvangt en wil uitdraaien komt langs de pc op de printer en dan weer in een fysiek dossier. Voor de rest zou ik geen sectoren meer kennen die de fax nog zien als een modern communicatiemiddel. We mailen, appen, skypen en wat dies meer zij, maar faxen? Wie het nog wel doet mag het me vertellen. Graag met uitleg over het waarom en waardoor….Maar ik vrees dat ik maar weinig reacties van dien aard zal krijgen. Overigens was in mijn persoonlijke geschiedschrijving ooit een moment dat ik ‘in between’ de retail-autowereld en de wholesale-autowereld weer even terugkeerde op Schiphol. Ook dit verhaalde ik al eens eerder. Maar opvallend, kom je uit een relatief klein bedrijf met telefoons en faxen, in een wereld waar men toen nog de telex en schrijfmachines gebruikte. De Telex?? Ja! Wie dat nog heeft meegemaakt mag zich ook melden…..(Beelden: Internet)

 

 

Leven met de Vliegende Pijl – deel 42 – Pon – dat zijn wij ook!

Ik moet in het kader van dit verhaal toch ook even stil staan bij het zeer terughoudende gevoel dat we in die jaren kregen toe te behoren tot die verder uiterst succesvolle Pon-familie. Dat gevoel was er in die jaren na de overname van het Skoda-importschap (1991) als ik eerlijk ben nauwelijks. Voorschoten was kennelijk te ver weg van Leusden en nog veel verder van Nijkerk waar men indertijd als Pon Holdings zetelde, en we kregen niet de indruk dat er vanuit het kasteel daar een oekaze was afgegeven om ons vooral gunstig te bevoordelen. De Favorits waren niet te slijten geweest bij de diverse werkmaatschappijen, met de nieuwe Felicia bleek dat slechts een enkele keer mogelijk, maar dan was het meer omdat wij de vertegenwoordigers van ‘zusterbedrijven’ bijna persoonlijk chanteerden. Omgekeerd werden we wel gedwongen allerlei diensten van Pon-zusters over te nemen, wat de efficientie diende wellicht maar nooit leidde tot die soms broodnodige wederdienst. De ene hand diende de andere te wassen was ons credo en we zochten dus altijd de confrontatie als men aangaf met ‘alles te willen rijden, maar niet met een Skoda’… Het ergste was nog als men aangaf ‘al met een Seat te rijden en dat dit toch ook een VW-product was’. Het maakte soms woest maar veelal ook gefrustreerd. Dat gevoel werd er niet beter op toen bleek dat men bij Pon intern bijna een anti-Skoda-houding ontwikkelde en dit naar voren kwam tijdens de in 1994 binnen het RAI-complex gehouden ‘Pon-Familie-Dagen’. Een feestje voor alle Pon-bedrijven en een gelegenheid om je daar als Pon-familielid te presenteren aan de collegae. We moesten echt knokken om daaraan te mogen deelnemen, zelfs om er voor uitgenodigd te worden. Ons antwoord was om Felicia’s neer te zetten met het opschrift ‘PON, dat zijn wij ook!’. Dit was een afleiding van de door de organisatie zelf gebruikte kreet: ‘PON, dat zijn wij!’.

Het streek wat lieden bij Pon tegen de haren in, maar we hadden geen keuze. Skoda werd ook intern bijna genegeerd en we dienden alles op eigen houtje te regelen, maar ons wel te confirmeren aan de binnen het concern geldende normen en regels. Eenzijdig beleid dus. Voor ons MT was dit best vaak slikken. Toch scoorden we af en toe gelukkig ook wel eens een succesje. Zo kochten de automatiseerders van Pon na lang aandringen een paar PickUps, gingen er na sterk aandringen van Jaap van Rij bij Pon Holdings wat Felicia Hatchbacks naar de ‘autopool’ van Pon en namen de fleetsales- en leaselui schoorvoetend onze portfolio mee bij hun onderhandelingen. Maar verder bleef het akelig stil vanuit Leusden en Nijkerk. Het had zo geholpen als we juist toen wat steun in de rug zouden hebben gekregen. Het tegendeel werd bewaarheid toen we op enig moment te maken kregen met een fenomeen dat vanuit Duitsland en Tsjechië ook naar Nederland overwaaide. De zogeheten ‘Service-Mobiel’. Elk merk dat indertijd tot de VW-Groep behoorde bracht zo’n auto uit, bedoeld als de ultieme servicewagen voor dealers. Uitgemonsterd in een champagnemetallic lakkleur en met een opvallende oranje striping die voor alle merken gelijk was. Zeer belangrijk, de vier betrokken merken hadden hun logo van fabriekswege op die wagens laten zetten. En zo kon het gebeuren dat ook Skoda kwam met een auto van die strekking. Men koos niet voor PickUp’s, wat op zich logischer was geweest, maar voor een Felicia Hatchback. Vermoedelijk omdat de lakkleur in de fabriek van de PickUp’s niet te spuiten was of zo.

Hoe dan ook, die wagens werden aan een deel van ons MT getoond tijdens een After-Sales-Meeting in Tsjechië, waaraan ik zelf niet deel had genomen. Mij werd als verkoopleider voor Nederland na afloop daarvan door directeur Jaap van Rij te verstaan gegeven dat als we deze wagens nu eens zouden kunnen leveren aan onze dealers dit een aardige stap in de goede richting zou zijn. De wagens waren uitgemonsterd met gereedschap en meetapparatuur en je kon er elk toenmalige model van alle groepsmerken mee helpen mocht men met pech komen staan in het gebied van de betreffende dealer. Men zag bij Skoda ook een heel servicenet voor zich met moderne communicatiemiddelen en zo meer. Mijn collegae in het MT waren laaiend enthousiast, ik wat minder. Immers, onze dealers waren uiterst terughoudend waar het op naam gestelde demowagens betreft, laat staan dat ze deze relatief dure Felicia servicewagen zouden willen aanschaffen. Met donder en geweld lukte het echter toch om er een stuk of wat van weg te zetten (die logo’s deden veel voor de organisatie..) en daarover maakten we een prachtig persbericht en leverden de wagens in Voorschoten tegelijkertijd aan de betreffende dealers. Daarmee was voor mij deze zaak klaar. Maar dat was niet zoals de loop van de geschiedenis het met mij voor ogen had. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird collectie/archief/Skoda)