Oudewater…

Oudewater…

Alleen al om de historische betekenis, maar zeker ook omdat het om die reden ook al wat door mysteries omgeven leek was ik al tientallen jaren al van plan een keer naar het stadje Oudewater af te reizen.

Maar het kwam er nooit echt van. Tot we onlangs even in Woerden te gast besloten door te rijden en dan eindelijk eens te zien of er boven dat stadje aan de Lange Linschoten (Hollandse IJssel) echt heksen door de lucht vlogen. Nou dat viel nogal mee (of tegen). Het is een prachtig oud stadje met honderden historische pandjes en een gezellig centrum waar niet voor niets te beeltenis van Joop Doderer in zijn gedaante van Swiebertje te vinden is. Qua sfeer paste juist Oudewater prima bij de TV-serie met die naam die vele jaren geleden furore maakte. Oudewater kent een paar enorme kerken, waarvan de Sint Franciscuskerk er een is uit de school van Cuypers maar gebouwd door zijn leerling Margry. Oudewater kent een godsvruchtige hoeveelheid inwoners. Men is er behoudend gelovig al wonen er ook wat allochtonen tussen de overwegend christelijke bevolking.

Het stadje zelf verkreeg haar rechten al in 1265 en is daarmee de oudste stad van het (overigens prachtige) Groene Hart van Holland en Utrecht. De stad diende door de ligging in het grensgebied tussen de vroegere Graafschappen Holland en Utrecht als stevige vesting en hielp bij het evenwicht van macht indertijd die zich toch zoals blijkt uit onze vaderlandse geschiedenis lokaal/regionaal afspeelde. Oudewater speelde ook een belangrijke rol bij de Vrije Statenvergadering in Dordrecht die leidde tot de Nederlandse Republiek onder Willem van Oranje. Daarna begon de ellende voor ons land en de diverse steden die zich achter de Oranjes hadden geschaard.

De Spanjaarden vermoordden als represaille de bevolking van Oudewater na een korte belegering en dat feit weet men zelfs nu nog wel te herdenken. Slechts drie inwoners ontkwamen toen aan die slachting en aangestoken branden die het gevolg waren van het Spaanse geweld. Touw werd later een belangrijk ambachtelijk product van het stadje in de daarop volgende eeuwen en om dat te herdenken is er een waar touwmuseum te vinden in een van de oude zijstraatjes die het centrum rijk is. Later verloor men haar positie op de landkaart toen ook de Fransen het stadje innamen maar de netten- en touwfabricage zorgde intussen wel gewoon voor het nodige inkomen. Was Oudewater ooit sterk en verankerd katholiek, later werd het protestantse geloof dominant en Oudewater is nu toch echt te vinden in de gelovige bijbelgordel die Nederland kent. In al die geloofsbeleving kunnen we niet voorbij aan de heksenprocessen die hier plaatsvonden en men nu nog gedenkt via het erg aardige en informatieve museum de Heksenwaag. Daar zie je nog hoe men indertijd met anders denkenden om ging. Daarover later in een blog meer.

De horeca was omvangrijk, veel terrassen, het is er druk, de fiets het favoriete vervoermiddel voor de talrijke dagjesmensen die Oudewater bezoeken. Opbrekingen in de straten rond het centrum maakten tijdens ons bezoek het binnenrijden van de stad nog wel te doen, er uit komen bleek een crime. Maar dat zal wellicht over enkele maanden heel anders zijn. Let wel op, want voor een deel van de binnenstad is betaald parkeren de norm en controle streng. Maar verder….een aanrader! (Beelden: eigen archief)

TROS-gezicht..

TROS-gezicht..

De Dionne Stax van de jaren 60-70-80 was voor mij toch vooral Willy Dobbe.

Oer-Nederlands, knap, mooie stem, en typerend voor de omroep die zij zovele jaren zou dienen, de TROS. De fraaie dame werd geboren in 1944, startte haar carriere in 1967 als omroepster bij de NTS, voorloper van de huidige NOS. Zij presenteerde ook middagprogramma’s en werd zeker bekend toen zij samen met de Belgische collega Jan Theys het spelprogramma ‘Zevensprong’ op de buis neerzette met charme en flair. Schandalen waren haar vreemd. Een dame in doen en laten en altijd perfect verzorgd. Je zou er verliefd op kunnen worden en de kijkers van de toen nog best wat vernieuwende TROS werden dat. Mateloos populair die vrouw. Dat nutte ze zelf aardig uit door o.a. reclamewerk aan te nemen wat de kas thuis aardig spekte. Ooit presenteerde ze ook het Eurovisie-Songfestival toen dat in Nederland werd gehouden.

Zo zeer was Willy Dobbe al een levende legende dat zelfs de VPRO haar naam benutte voor de kolderieke reeksen van Wim T. Schippers, die een aantal van de door hem bedachte series qua buitenopnamen deed in het fictieve ‘Willy Dobbeplantsoen’. En dat vele seizoenen lang. Dat plantsoen ging een eigen leven leiden toen de Gemeente Olst in september 1997 besloot om een kopie van dat fake-plantsoen in het echt ook aan te leggen. Het werd geopend door de intussen gestopte presentatrice samen met de bedenker Wim T.Schippers. Willy Dobbe stopte met haar TV-carriere toen ze nog maar 44 jaar oud was. Een ander leven wachtte haar. Die sierlijke verschijning en dat mooie stemgeluid verdwenen van de buis. Gezien haar leeftijd zal ze nu vermoedelijk in alle rust genieten van haar pensioen in een of ander mooi oord. Ik wens het haar toe. En die TROS? Tja, die ging samen met de AVRO en verdween vrijwel in de vergetelheid. Net als de oorspronkelijke filosofie van die omroep. Wat zouden we die in deze tijden van al te linkse media goed kunnen gebruiken. Maar dat is een ander verhaal waardig….(Beelden: Internet/Wiki)

Art Zuid 2021

Art Zuid 2021

Al eerder heb ik in mijn blogserie in het verleden aandacht gegeven aan de erg interessante Amsterdamse kunstroute-expositie Art Zuid.

Eenmaal per twee jaar gehouden dekt dit de chique lanen van Amsterdam-Zuid aardig af tijdens de drie zomermaanden juli-augustus en september. Dit jaar wederom en dus afgelopen maand even bezocht. Als altijd startten wij bij het Amsterdamse WTC en liepen zo de Minervalaan af richting de hoofdroute die o.a. langs de Apollolaan te vinden is. Kunst is altijd een kwestie van tot je laten komen, op je in laten werken en je dan afvragen wat iemand bezielde om iets wat lastig te vatten is toch in materiaal om te zetten. De een slaagt daar wat beter in dan de ander, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Zelf vind ik het altijd aardig als er een beetje herkenning in te zien valt.

Of humor. Wat dat betreft moet je niet zijn bij die in ons land nog best bekende en gewaardeerde beeldhouwer Armando. Aan mij gaan klonten zwart graniet die een genummerd menselijk figuur moeten voorstellen compleet voorbij. Maar gelukkig zijn er veel mij verder meer onbekende lieden die er toch nog iets aardigs van weten te bakken. Dit jaar gaat het om figuratieve kunst en dat is natuurlijk multi-cultureel en dito interpretabel. Een vrijheidsbeeld zoals in New York neergezet, maar dan weergegeven als zwarte vrouw past wel weer in het woke-denken van 2021 onder een klein deel van de bevolking.

Het wekt dan nog wel een glimlach op. Spiegelende objecten die als een selfiemagneet werken kunnen er ook goed doorheen. Maar het was allemaal wel een stuk serieuzer dan in vorige edities. Gevolg van de corona-ellende waarin wij zaten in de afgelopen periode? Het zou zo maar kunnen. Zelf vind ik het wel weer leuk om door dat echt chique Zuid heen te sjouwen waar elke vierkante meter woonoppervlak zoveel geld kost dat je daar soms elders een heel bosperceel voor aanschaft. Ook de architectuur is vaak prachtig, dat is de bonus die hangt aan het bezoek van deze expositie. Prima initiatief en voor herhaling vatbaar zou ik denken. En ach…beetje route…zo 10.000 stappen verder. Ook goed voor de conditie. Mits je daarna niet een van de leuke horecatentjes bezoekt die wij zo goed kennen van en in dat Zuid, want dan is het een ware kunst om niet van een der heerlijke lekkernijen te proeven die men met verve aanbiedt. Art Zuid 2021 loopt nog tot en met 17 oktober a.s.

U bereikt het met het OV door in te zoomen op Station Zuid/WTC. Goed bereikbaar per trein en metro, maar ook zijn er tramverbindingen met Amstelveen en busverbindingen met andere delen van de stad. Kost niks die expositie…dus wat let je?? Voor de goede orde; van de tientallen opgestelde stukken pikte ik er voor de leesbaarheid slechts een paar uit. Er is uiteraard veel meer te zien. (Beelden: Yellowbird)

Kasteel aan de Angstel…

Kasteel aan de Angstel…

Bij een toevallige rit via via naar onze thuisbasis onlangs, ontdekten we onderweg ineens een kasteel waarvan wij het bestaan al die jaren nooit eerder hadden ontdekt.

OK, het ligt wat verscholen, het kent geen grote militaire geschiedenis wellicht zoals die meestal in de vaderlandse boeken op dat gebied werd opgetekend, maar toch de moeite van het vermelden waard. Kasteel Loenersloot gaat dit blog over. Prachtig gelegen aan de op dat punt vrij smalle Angstel, de verbinding tussen Amstel en Vecht, werd dat kasteel al in de 13e eeuw op de kaart van onze historie ingetekend. In eerste instantie bouwde men slechts een verdedigingstoren, in de loop van de eeuwen die volgden werden diverse families eigenaar van die toren en bijbehorende gebouwen, maar pas in de 19e eeuw voorzag men de toren van kantelen en werd het aanpalende kasteel tot wat het nu is. Met de bossen er omheen werd het geheel een prachtige buitenplaats waar je als bezoeker ook deels in mag wandelen.

De adelijke familie die het kasteel ooit als laatste bewoonde droeg het in 1985 over aan een Stichting die het beheer van slot en omgeving op zich zou nemen. Sinds 2011 is het beheer van dat hele spulletje in handen van de Stichting Utrechts Landschap welke haar taken gezien de staat waarin alles verkeert zeer serieus neemt. Zo is het Kasteel intussen een beschermd monument en mag je er op gezette tijden even een kijkje nemen, uiteraard met een gids als begeleiding. Over de eventuele militaire geschiedenis van het Kasteel kon ik niet zoveel vinden. Het lag ooit aan die toch best belangrijke vaarweg tussen Amsterdam en Utrecht, als je nu in de omgeving kijkt zie je alleen maar provinciale en snelwegen in de omgeving.

Het Kasteel ligt ook op steenworp afstand van de spoorlijn tussen die twee grote steden en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt op ongeveer dezelfde afstand ten oosten van het landgoed. Juist dat maakt het Kasteel dat wij nu ontdekten tot zoiets bijzonders. Omsloten door bomen en struiken is het in de zomer vrijwel niet te zien vanaf de weg of het water, al hebben de bootbezitters die de Angstel afvaren (niet te grote plezierscheepjes kunnen met passen en meten onder de voor het kasteel gelegen ophaalbruggetje door) wellicht een net even beter zicht op het perceel. Hoe dan ook, een mij tot recent onbekend Kasteel dat ik met veel plezier bekeek en daarna in een blogverslagje hier neerzette. Het ligt aan de Rijksstraatweg in Loenersloot, niet te ver van de Provinciale Weg N201 Hilversum-Haarlem. (beelden: eigen archief)

Tax..

Tax..

En nee dit blogverhaal gaat niet over opnieuw een door de linkse elite aan ons opgelegde extra belasting omdat we het wagen om te leven zoals we doen, het gaat over een artiest met die naam, Wally Tax.

Aanleiding was de toevallige confrontatie met zijn graf op de fraaie Oosterbegraafplaats in Amsterdam. En het besef dat voor de meer bekende Herman Brood onze stad nog een ander fenomeen kende met een stevige rock en roll imago. Tax was de zoon van een Nederlandse vader en Oekrainse moeder. Hij werd geboren in 1948 en werd voor het eerst bekend met zijn band de Outsiders. Daarbij viel op dat de Engelse teksten een wat duidelijke Mokumse tongval meekregen van de al snel langharige Wally Tax. Overigens was Wladimir zijn officiele doopnaam, maar ja, Amsterdammer, dan heb je al snel een bijnaam. En die adopteerde hij zelf ook maar. De band waarmee hij optrad, De Outsiders, maakte hun hoogtijdperiode mee in de jaren 60 en scoorden ook heel wat hits. Vaak had men dan een behoorlijke kwaliteit ingebouwd voor de achtergrondmuziek en akoestiek. Aan het einde van de jaren zestig zakten de successen in en stapte Tax over op een ander project. Een nieuwe band werd opgezet, Taxfree, die zelfs nog een plaat op kon nemen bij Jimi Hendrix. Maar dat nummer werd nauwelijks verkocht. De band viel al snel uit elkaar en Tax ging alleen verder

Een typisch fenomeen uit de jaren zestig. Leven als God in Frankrijk, maar ook zoekend naar vastigheid. Die meende hij te vinden in een partner. Dat pakte ongelukkig uit toen die dame door invloeden van buitenaf en een zware ziekte op relatief jonge leeftijd overleed. Wally Tax zocht zijn heil toen steeds meer in drugs en drank. Zijn grote frustratie dat een deel van de natie hem domweg niet meer herkende. Dat gedrag maakte ook dat een reunie die men in de jaren 90 opzette met de andere leden van de oude band The Outsiders, op niets uitdraaide. Er verscheen nog een biografie over hem, gemaakt voor zijn 50e verjaardag, waarin hij zinspeelde op vriendschappen met de groten der aarde. Elvis, Janis Joplin en zo meer. Of dat allemaal waar was?

Kan ook branie gecombineerd met frustratie over uitblijvende erkenning zijn. Volgens sommigen maakten een getraumatiseerde jeugd dat Tax het leven maar moeilijk aan kon bij tegenslagen. Afkicken van de heroine kon en wilde hij niet. In 2002 verscheen de laatste CD van Tax, gitaarrock waarmee hij ooit was begonnen. Het werd niks. Zijn naam was weg, zijn imago intussen verwoest. Op 10 april 2005 overleed hij. In Amsterdam, waar hij zoals ik al schreef, ook werd begraven. Zelf zo arm als een kerkrat werd zijn fraaie grafsteen met bij elkaar gesprokkeld geld van vrienden en collega’s neergezet op de plek waar ik het zag staan. Een Amsterdams fenomeen met veel minder naam en faam dan zijn later zo bekend geworden collega Herman Brood. Beiden verslaafd, maar de een toch lichtmoediger dan de wat zwaar op de hand zijnde Wally Tax. Ik ken hem nog wel van ‘ontmoetingen’ in de stad waar hij nog wel eens door het centrum zwierf. Op zoek naar mogelijkheden om weer een shot te scoren. Maar ook een man die schreeuwde om erkenning. Een typisch mens uit de jaren zestig. Kortom uit de periode van voor de vertrutting waarin we nu verkeren. (beelden: Internet)

Schrijvers…

Schrijvers…

O wat was het dedain soms groot bij al die schrijvers van net na WO2. Grote namen als Harry M, Van t Reve, of noem maar op.

Mensen die zich door hun vaak overschatte talent (..) verheven voelden boven het niveau van hun eigen lezers en zich graag beroepend op een zekere uitzonderingspositie omdat zij in staat waren een verhaal van a tot z uit te denken en op papier te zetten. Uitgeverijen verstevigden dat beeld. Goede schrijvers kregen op voorhand een stuk inkomen om zo te zorgen dat men niet in pure armoede alle verhalen moest neerzetten. Maar zij die succesvol waren deden toch goede zaken en waren in staat om zonder vakken te hoeven vullen bij de lokale supermarkt het leven door te komen. Maar velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. De uitverkorenen, of zij die meenden dat zij daartoe behoorden, hielden ook bijeenkomsten waar zij ‘onder ons’ konden genieten van het op het schild tillen door critici en uitgevers.

Het bekende Boekenbal een voorbeeld van wat ik daarmee bedoel. De elitaire samenkomst van hen die toch op ander niveau over de wereld dachten dan zij die gewoon keihard werkten voor de kost. De grote namen verdwenen een voor een. Zelfs literaire beroemd- of bekendheid maakte niet dat de dood aan hen voorbij ging en zo werd het rustig op de trappen van de Stadsschouwburg aan het Leidscheplein. De nieuwe lichtingen schrijvers en schrijfsters namen hun plekken in. Heel anders geschoold, veelal vooral geluk gehad dat hun eerste boekje werd uitverkoren uitgegeven te worden. Maar ook hier was de spoeling dun. De lezers kozen veel vaker meer voor lichter werk, de nieuwe generaties nauwelijks verder komend dan een stripboek, sommigen daarvan vonden of vinden zelfs dat nog te hoog gegrepen.

De boekenbranche in nood, veel goede winkels gesloten bij gebrek aan klandizie. Verdween het dedain daarmee? Nee! Men denkt in sommige kringen nog steeds dat het talent om te kunnen schrijven een van God gegeven iets is. En dan moet je ook als zodanig worden behandeld. Veel tv-optredens van auteurs laten zien hoe men naar de wereld kijkt. Veelal met een links-kritische blik, sommige schrijvers met een stevige emigratie-achtergrond en de Nederlandse taal nauwelijks meester, maar wel aangehoord alsof ze door diezelfde God van dat talent zijn gezonden. Maar neem van mij aan dat veel van die schrijvers matig verkopen. Iemand die een aardige thriller schrijft komt een stuk verder en de alom verguisde doktersromans zijn de snellopers waarop veel uitgeverijen domweg draaien. Een goed verhaal altijd fijner lezen dan een ingewikkeld zwartgallig geheel. Vijftig tinten grijs zorgt voor veel belangstelling, zelfs in ons taalgebied, ook al is het verhaal flinterdun. De dame die dat schreef werd er aardig rijk door.

Zelfde geldt voor die dame die ‘De Zeven zussen’ uitschreef. Helaas onlangs overleden, maar wat een omzet draaide de uitgever bij deze boeken. Vooral vrouwen helemaal meegezogen in de verhaallijnen. Maar o wee, wat gaat het allemaal snel en relatief. Bij de Kringlopers in ons land ligt al dat gedrukte proza. Voor een prikkie. Soms gaan ze per kilo de deur uit. Boeken behouden hun waarde maar nauwelijks. De oude bekende Nederlandse schrijvers vaak nog bij ramsj-winkels te vinden. Maar de jongste generaties hebben geen idee meer wie dat zijn. En dat zegt veel over onze cultuur. Lezen is uit, schrijvers niet meer bekend, veel uitgeverijen verdwenen en het Boekenbal vooral een zuipfeest voor mensen die graag gezien willen worden. Kortom, alles is relatief. Ook het beroemde auteurschap. Al blijft die Bijbel natuurlijk wel een aardig werkje dat het nog steeds goed doet. Het best verkopende boekwerk uit de geschiedenis. Maar zou een van de hoofdrolspelers zich verwaardigen bij het Boekenbal een vaste plek te claimen op de trappen van dat theater?? Vast niet. En dat is misschien wel een wijze les. Alles is relatief, roem ook.

Thijssepark..

Thijssepark..

Natuur is voor mij als stadsbewoner van oorsprong een omgeving waarin je even wat meer groen dan steen ziet, vogels hoort die je in de bebouwde omgeving nooit meer hoort of ziet, en waar geuren heersen die je wellicht nog ergens in een parfumflesje kunt kopen, maar verder alleen daar…in het groen.

In onze leefomgeving zijn we gelukkig voorzien van de luxe dat het groen op wandelafstand ligt en het bijkomende geluk dat men in het (soms verre) verleden het inzicht had dat de gemiddeld stadsbewoner wel zou varen bij een al dan niet aangelegde natuur om de hoek. In buurgemeente Amstelveen is dat besef wel heel groot. Deze veelal luxe ingerichte gemeente is groen, plantsoen en bloemperk meer normaal dan uitzondering. Maar men kent ook een stel zgn. Heemparken, waarvan het Dr.Jac.P.Thijssepark er een is. Wandelparken pur sang, mooi ingericht, niet voor het wat plattere vermaak met kind en hond zoals het Amsterdamse Bos.

Wie verstand heeft van bloem en plant, van speciale vogels of vissen, hier kom je dat allemaal tegen. En wie je minder tegenkomt zijn hordes mensen. Wij kenden het park uit het verleden, komen er eigenlijk (te) zelden. Maar om een lekker wandelingetje te maken met onze Soester vrienden kozen we dit park onlangs weer eens uit als doel. En dat beviel het gezelschap goed. Het was niet te warm op die donderdag dat we er waren en we genoten van alles wat hier te vinden is. Overigens is vinden iets overdreven, want de bewegwijzering is top. De paadjes en paden zijn smal maar zeer goed onderhouden. Je bent al snel een uur aan het wandelen hier. En ziet van alles. Op momenten van stilte is er ook het nodige te horen. Mooi gebied. En onderdeel van een groter groen gebied, pal tussen de (luxe) woningen van Amstelveen er omheen. Want Amstelveen heeft drie Heemparken die min of meer met elkaar zijn verbonden.

De andere twee parken heten De Braak en het Dr. Koos Landwehrpark. Die bezochten we die keer nog niet maar komen vast nog een keertje aan de beurt voor een bezoekje. Aan de andere kant van een stevige vaart vol water ligt het Amstelveense deel van het Amsterdamse Bos. Groen is dus heel dominant in deze hoek van de buurstad. Ook dat bezochten we en dwaalden daar over de paden in het westelijk deel van dat gebied. Anders van opzet, heel andere vogels, en drukker. Al was het maar door de hondenliefhebbers die daar veel rondlopen. Maar ook een bewijs dat je met enig inzicht toch een fraaie groene omgeving kunt inrichten in stedelijke omgeving. Wat zou het toch mooi zijn als we dat inzicht niet verder zouden verkwanselen in onze kennelijke drang om alles wat groen is te voorzien van stenen om zo de vraag naar woningen steeds meer voorrang te geven op dat wat de natuur zo mooi of interessant maakt. Hoe dan ook, wie er van wil genieten, het Dr.Jac. P.Thijssepark is te vinden aan de Amsterdamseweg/Prins Bernhardlaan. Parkeren is er nog vrij en dat alleen al maakt dit een leuke bestemming. Aanrader!! (Beelden: eigen archief)

Zangkunst…

Zangkunst…

Er zijn velen geroepen…weinigen uitverkoren.

Dat is zeker zo in het wereldje van zelfbenoemde sterren die digitaal of analoog tot ons komen om hun al dan niet grote talent voor de edele zangkunst met den volke te delen. De een slaagt dus beter dan de ander om te laten horen welk een talent leidt tot klanken die ons allen dan wel een deel van ons te bekoren. Zelf ben ik wel van de muziek. De hele dag staat de radio aan, en als er iets voorbij komt wat me niet bevalt, zoals die zaterdag waarop de VARA me weer bombardeert met urenlange propaganda voor linkse leugens, zet ik een CD-tje op. En zing naar gelang de muziek of uitvoerenden vaak lekker mee. Niet dat ik nu meteen een vorstelijke dan wel goddelijk stemgeluid ten gehore breng dan, maar voor mijzelf en de katten om me heen is het best acceptabel. Ik zing niet naast de noten, de ramen trillen niet en er ontstaat ook geen kortsluiting. Zingen is dus gewoon prettig en je voelt je er vrolijk door. Opvallend is wel dat sommige artiesten vooral riedelen.

Van hoog naar laag, ze bewegen als een cirkelzaag door de muziek heen en maken velen blij, mij toch wat minder. Ik geniet meer van hen die gewoon de toonsoort houden, waar het kan ingehouden zingen en waar het mag stevig uithalen. Vandaar dat ik veel heb met een band als Queen, met die geweldige Freddy Mercury, Glennis Grace een grote vind in ons land, maar Trijntje Oosterhuis verfoei om dat eeuwige geschreeuw. Mensen die prachtig klassiek vertolken, geholpen door een prachtige en gecontroleerde stemtechniek komen bij mij vaak meer binnen dan de moderne schreeuwers die menen dat hoe hoger ze gillen hoe beter de fans reageren. Dus op mijn lijstje geen lieden die alleen dat op hun agenda hebben staan. Als ik zie welke artiesten (..) of potentiele zangers of zangeressen worden uitgekozen tijdens de vele talentenshows die we op dit punt kennen, weet ik dat schreeuwen gelijk staat met goed zingen. Nou in mijn beleving niet. De artiesten die me echt raken zingen juist niet zo hoog. Als ik dat geluid wil horen zet ik wel een CD-tje op met straaljagergeluiden. Dan haal ik ook de 120dB bij vol volume, en weet ik ook nog welke melodie wordt gedraaid. Mocht ik iemand tekort hebben gedaan of beledigd, sorry daarvoor. Maar ik moest het even kwijt…. En zing mee met Bianca Castafiori met haar tekst ‘Ik lach bij het zien van jouw schoonheid in de spiegel…’. (beelden: archief)

Contact…

Contact…

Stap eens een restaurant binnen, laat je vervoeren door metro, bus of trein en ontdek dat wij mensen kennelijk niet meer zonder die moderne communicatievorm kunnen die we nu ‘Smartphone’ noemen. Zelfs redelijk verstandige mensen die vroeger een boek lazen of met hun medereizigers in gesprek raakten zitten nu te appen of kwekken de hele weg, dan wel aan tafel tussen de gerechten door, de meest intieme geheimen door te kakelen met iemand dit dat op een andere locatie ook doet. Moeders met drie kinderen in een ‘bakfiets’ vol boodschappen hebben dat ding ook aan het oor en sturen met hun andere hand het vehikel dwars door het drukke verkeer. Mensen bestellen dingen online, delen tikkies uit, kijken of het tijdens hun geplande tochten zal gaan regenen, volgen het nieuws en houden contact met hun huis dat digitaal vertelt of de veiligheid is gegarandeerd of dat de kachel wel op tijd aanspringt.

De Smartphone/iPhone, een uitvinding die ons leven nog meer veranderde dan zijn voorganger, de mobiele telefoon of zoals de Duitsers hem noemden, ‘Handy’. Vanaf het moment dat we die dingen invoerden waren we bereikbaar voor alles en iedereen, hadden toegang tot meer informatie dat een beetje encyclopedie ons vroeger te bieden had en voelen we ons vaak koning(in) in een eigen domein. Vloggers zijn afhankelijk van die dingen en sociale media als Facebook, Twitter, Instagram of TicToc zouden niet bestaan zonder onze honger naar die apparaatjes. En door het fenomeen ‘contract met toestel’ is het ook voor hen met minder inkomen of jeugdige leeftijd mogelijk een aardige smartphone te bekomen waarmee de geneugten van onze moderne tijd zijn te verwezenlijken. Kinderen van 10-12 jaar lopen er mee rond maar ook veel ouderen die daardoor toegang krijgen tot een andere wereld dan van de eens per maand langs komende kinderen die dan vertellen over het nieuwe bankstel of succes van de een of ander bij dit en dat bedrijf. Ook ouderen kennen hun weg en genieten van de leuke zaken die deze communicatiemiddelen te bieden hebben.

Zijn er dan soms ook nadelen? Tuurlijk. Die dingen vertellen ook aan derden waar we waren, met welk ander toestel we contact hadden, welke websites we opzochten, in welke winkels we zoal binnenstapten. Zoek op Google (de grote zoekmachine..) maar eens op een bepaald onderwerp naar informatie en je zult snel zien dat die verrekte smartphone je in de volgende dagen allerlei relevante (..) advertenties of aanbiedingen te bieden heeft die met de zoekopdracht te maken hebben. De optelsom van de digitale samenleving is natuurlijk niet altijd positief. De Chinese overheid houdt precies bij wat haar onderdanen zoal uitspoken. En bij gedrag wat Bejing niet bevalt krijg je minder krediet, een slechter huis en soms zelfs een onderhoudend gesprek met een van de volkscommissarissen die letten op jou als individu. En toch mensen, geven we voor een nieuwe smartphone met enig gemak zo 700-1000 euro uit om toch vooral de laatste en nieuwe techniek te kunnen bezitten. Want het is zo handig. En ik ga er in mee. Elke nieuwe smartphone is weer sneller, helderder, beter, en maakt nog betere foto’s die je dan als je wilt zo meer kunt posten op de bediende sociale media. Buitengewoon handig. En die al dan niet digitiale camera’s….die zijn intussen zo 2010….. (beelden: Eigen archief)

Spiegelbeeld…

Spiegelbeeld…

Onlangs hoorde ik over een onderzoek van een of andere Nederlandse universiteit waaruit bleek dat veel jongeren een sterk negatief zelfbeeld kennen.

Met name jonge meiden zijn voor 60% ontevreden over wat zij in de spiegel zien. Opmerkelijk want juist jonge mensen zijn natuurlijk mooi van zichzelf. Ze glanzen, alle fysieke onderdelen functioneren probleemloos, ze verzorgen zich nog goed en eten macrobiotisch vanuit overtuiging. En toch… Wat is het referentiekader waaraan men zich spiegelt op die jonge leeftijd? Ik vrees veelal de verkeerde types. Mensen die zich bijna prostitueren op internet met zelf gemaakte vlogs of zoiets. Podcasts waarbij die modellen zich laten zien in een ideale omgeving en outfit. De gemiddelde kijkster meent dan dat haar borsten of buik te dik of te klein zijn, dat jeugdpuistjes slechts hen treft en dat ze ook een scheef gegroeid gebit hebben. Het verkeerde voorbeeld dat onzeker maakt e n soms zelf zeer ongelukkig. Ik vind dat erg.

Was ik er ooit zelf zo mee bezig? Niet echt. Maar ik ben dan ook van de andere sekse natuurlijk. Goed, ik had melkboerenhondenhaar waarmee weinig viel te beginnen, maar voor de rest zat alles op de juiste plek, waren die vroegere puistjes niet echt lang een punt van zelfkritiek en vond ik werken en studeren belangrijker dan het zelfbeeld. De meiden vielen niet in bosjes voor me, nou ja, dat zou nog wel komen, maar het was ook een andere tijd. Seks uit den boze en als je er al aan toegaf dan toch vooral heel voorzichtig. ‘Moeten trouwen’ was een gruwel. Ik weet nog dat ik tot op het strand met overhemd en stropdas was uitgedost. Dat hoorde zo (..) en je gaf dus meer om nette en schone kleding dan om andere dingen.

De spiegel was meer een toevoeging voor mijn moeder, ik zelf keek er slechts in als de das recht moest zitten. Ongelukkig was ik in ieder geval zeker niet door het spiegelbeeld. Later kwam ik nog wel eens mensen in mijn leven tegen die dat wel kenden. Doodongelukkig met hun uiterlijk. Altijd op zoek naar iets wat dat uiterlijk kon verbeteren. En sommigen zijn er nooit mee gestopt. Shoppen tot ze omvallen, make-up in tientallen potjes en doosjes, schoenen in zoveel soorten dat een beetje winkel zich er niet voor zou schamen. Elke modetrend volgend. Nou, het is aan mij voorbij gegaan. Liep er altijd in heel laag tempo achter aan. Alleen dat haar was een dingetje. Dat doorliep wel wat veranderingen. Bewust ook. Van de kuif met de scheiding tot krullen die ik gewoon kocht, daarna een gemillimeterde kop en nu de coupe Gillette. Ook al omdat ik dat makkelijk vind. Nee, aan mij is dat ongelukkige zelfbeeld niet blijven kleven. Maar daardoor heb ik wellicht ook wat medelijden met hen die daar wel onder lijden. 60% van de meiden! Woow. Best een groot deel dus. Zou daar ook deels de vertrutting vandaan komen? Zo bang voor het eigen lijf en het falen daarvan dat bloot geven niet meer kan of mag? Wat hadden wij het voorheen dan eenvoudiger….:) (beelden: Internet/archief)