Toen ik een paar weken terug het Oostduitse merk IFA even onder de aandacht bracht van de lezers hier, vermeldde ik al dat daar nog een aardig persoonlijk verhaal over te schrijven viel. Dat werd al een keer aangetipt in mijn vervolgverhaal over dat leven met de Vliegende Pijl. Maar hier dus nu wat uitgebreider. In die jaren waarover ik spreek deed mijn leasepa in auto’s. Altijd wel een paar verschillende merken voor de deur die moesten worden verkocht, en voor eigen gebruik dan even een paar weken een auto die op naam werd gezet voor uitstapjes en korte vakanties. Mijn wat oudere broer was toen in de leeftijd dat hij al brommer mocht rijden en die had een exemplaar gekocht bij de ooit hier ook al eens gepasseerde ‘Ome Leo’, een goede vriend van de ouders met een eigen fietsen- en brommerzaak naast een investeringsbedrijf voor panden in hartje centrum Amsterdam.
De brommer van mijn broer was overtuigend van lijn en kleur, leek het meest op een TT-racer met 50cc blokje en was voor normaal gebruik uitgevoerd met een bagagedrager achter de buddy-seat. Broerlief, helemaal 16 jaar oud, besloot om op dit ding samen met een aantal vrienden met soortgelijke vehikels naar Limburg af te reizen voor een feestelijke vakantie. Best avontuurlijk natuurlijk. De diverse ouders waren niet al te enthousiast maar broerlief had een karakter dat nog eens extra eigenwijs was door de situatie thuis, dus uiteindelijk mocht en vertrok hij. Leasepa richtte intussen zijn pijlen op de handel. En kocht zich een IFA Stationwagen in een muisgrijze kleur die in meer dan goede staat van dienst verkeerde, maar qua banden wel een opknapbeurt verdiende. Maar ja, handel….dus dan was dat niet het eerste wat je verving.

Na een dag of wat kwam er een telefoontje. Broerlief was gestrand. De brommer had het opgegeven. Deed niets meer. En hij zat in een tentje ergens te kleumen in de toen ook al veel vallende zomerse buien en matige zomers. Hij wenste ‘Ome Leo’ een enkele reis Timboektoe, want die had het tweewielertje toch echt nog nagekeken voor broerlief was vertrokken. Kortom, nood maakte deugd. Ons gezin pakte noodzakelijke dingen in de IFA die werd omgetoverd tot auto van dienst en we vertrokken met de pruttelende DDR-tweetakt naar het zuiden van Limburg. Na een verder ongestoorde reis kwamen we tegen de avond aan in Valkenburg en zochten broerlief op. Die kampeerde in de constante regen ergens op een modderig stukje land bij een boer in Bergh-Terblijt. Was blij ons te zien.

Maar ja, terug naar huis om dit uur was ook niks. Dus we sliepen als gezin in de IFA (ruimte zat) en hij in zijn tentje. Volgende ochtend werd de brommer met behulp van de vrienden die waren gebleven om broerlief te helpen naar het station gesleept om met de NS naar Amsterdam te worden afgevoerd. En wij stapten in de IFA en reden richting huis. Maar dat duurde niet lang. De IFA hing na een paar kilometers wel erg scheef naar rechtsachter. Onder de last van vier personen en de extra bagage was een van de banden lek geraakt.

Geen nood, reserve-exemplaar er onder. Die hield het uit tot net onder Roermond. Toen was het ook met die band over en uit. En omdat nergens hulp te halen viel en de Wegenwacht nog lang niet zo georganiseerd was als nu, zaten we opgescheept met twee lekke banden en een IFA die dus eigenlijk niet meer kon rijden. Leasepa was niet vrolijk maar loste het praktisch op. Van een van de velgen haalde hij de band weg en zette de velg weer onder de auto. Zo reden we richting een benzinestation een paar kilometers verderop. Onderweg een spoor in het asfalt achter latend. Maar we kwamen er wel. De velg ging er weer af, de andere band geplakt en met de vingers over elkaar reden we verder. Thuis was het avontuur iets wat we nog jaren vertelden tijdens verjaardagen. De IFA maakte het niet meer mee, die was een paar dagen later verkocht. Zonder nieuwe banden, dat spreekt. Maar wel met een nieuwe reservevelg. Want die was wel erg scherp geworden van dat rijden over de Limburgse straten. En de relatie met ‘Ome Leo’ was nooit meer helemaal dezelfde….althans wat mijn broer betrof.(Beelden: Internet/Yellowbird)


Daarmee gas geven leidt tot de acceleratie alsof je in een sneltrein zit, of een straaljager met naverbrander in de staart. Topsnelheden van ver boven de 300km/u zijn geen theorie en dat in een auto die toch heel veel chique uitstraalt. Bentley werd gek genoeg daardoor alleen al het domein voor kopers uit het Midden-Oosten met te veel geld of mensen in onze streken die houden van kunst en kitsch. Zo was het merk ooit niet bedoeld. Het waren van huis uit toch wat meer auto’s voor de rijke adel en elite van het Verenigd Koninkrijk, mensen die weliswaar Rolls Royce zouden kunnen, maar niet wilden rijden.
Het mocht wel een tandje sportiever in hun ogen en de ware liefhebber trok een tweet kostuum aan zette zijn geruite pet achterstevoren op de bol en ging van start als een coureur over de toenmalige smalle wegen. Luid gebrul uit de adelijke uitlaten vermengden zich met de kreten van plezier van hen die aan het enorme stuurwiel plaatsnamen. Uiteraard waren er ook keurig nette auto’s voor mensen uit de Upper-Class, soms met de chauffeur nog in de open lucht terwijl de opdrachtgever in het pluche en met een kachel beschermd tegen het slechte weer genoot van een ritje over het eigen landgoed.
Een tijdlang waren Rolls en Bentley ook min of meer zusjes. De modellen uit die periode leken zelfs op elkaar. Al was het voor kenners wel te zien wat een Rolls was en wat een Bentley. Tegenwoordig behoort Rolls Royce tot BMW en Bentley dus bij Volkswagen. Het kan verkeren. Maar bedenk ook maar dat iemand die tegenwoordig in zo’n merk rijdt meer BPM betaalt dan de gemiddelde Mercedes-bezitter betaalt voor zijn hele auto. En dat mensen die daarmee rijden niet zo zeer bezig zijn met de brandstofprijzen. Zal ze een worst zijn. Maar je rijdt wel Bentley en laat meteen zien dat jij het je kunt veroorloven. Of dat meteen een aanbeveling is weet ik niet, maar een bijzonder merk is het wel. Niet meer typisch Brits, wel door de Duitse techniek zeker een slag beter dan voorheen. Klassieke Bentley’s zijn meestal duurder dan ze ooit nieuw kostten. Dat is ook iets waard natuurlijk. Kortom, een liefhebbersmerk….(Beelden: Bentley/Pon/Yellowbird)
Laat de Koning in dit land zijn paleis verbouwen of een door de regering gekocht vliegtuig benutten en je hoort onmiddelijk uit bepaalde kring dat we dat hele koningshuis wel kunnen afschaffen. Want te duur! Een president…dat is het! Zelfde geldt voor de democratie. Voor heel wat mensen ter rechter of linkerzijde van het politiek perspectief is het maar lastig dat aan die andere kant zoveel afwijkende meningen mogen worden verkondigd. Nog erger is het gesteld bij de godsdiensten met een vermenging van geloof en politiek of bestuur. Anders denkenden zijn ongewenst. In feite verlangt men naar een sterke man (vrouwen zijn veelal niet gewenst) die de zaken eens goed regelt hier. Neem van mij maar aan dat uit de geschiedschrijving blijkt dat dictaturen per definitie geen goed nieuws zijn. Dat waren ze al niet in de tijden van de Romeinen of Farao’s.
Een heerser die men als God behandelde en alle democratische spelregels aan de laars of sandaal lapte. In latere tijden kennen we heel wat figuren en systemen die ongekend wreed waren richting onderdanen. En altijd vanuit die ene God, dat bijna autistische geloof in eigen onfeilbaarheid of de angst dat iemand in de omgeving in staat zou zijn de macht over te nemen. Grote voorbeelden genoeg. En heus, ook aan de linkerkant van het politieke spectrum was men vaak net zo weinig invoelend. Denk maar eens aan Lenin en Stalin, aan de Castro’s, Mao, Pol Pot en Chavez, Maduro of de Kimdynastie in Korea! Vele miljoenen verloren hierdoor het leven. We kenden aan de andere kant van dat zelfde spectrum ook lieden als Hitler, Mussolini, Franco en de Japanse premier Tojo die ook heel wat levens op hun konto mochten bijschrijven.
Erdogan en Poetin zijn de moderne equivalenten daarvan en onlangs zag ik in een documentaire over het ‘moderne Turkije’ hoe de angst daar regeert. Wie niet met Erdogan is, is automatisch tegen hem. Een redenatie die geen ruimte laat voor debat of interpretatie. In ons landje vinden we de discussie interessant, we zijn met zijn 18 miljoenen vooral bezig met onze eigen (afwijkende) mening en nemen zelden iets aan van bovendanen of mensen met een andere mening dan die van ons zelf. Vandaar ook de vele politieke stromingen, actiegroepen en belangenorganisaties. Zodra je een dictatuur zou hebben werden die allemaal opgerold kan ik je verzekeren. Zo gaat het altijd binnen die dictaturen. Een enkele God, slechts een partij, een stroming en dat soms gecombineerd. De heldenverering van de oercommunist en massa-knaevelaar Kim Jong Un in Noord-Korea vertelt het verhaal.
Als al die Koreanen ooit nog eens met elkaar door een deur kunnen wordt het extra wennen voor de mensen uit het noorden. Want die zijn al sinds 1948 opgevoed en opgeleid in de communistische doctrine dat de Grote Leider altijd gelijk heeft. En wee degene die daar vanaf wijkt. Heropvoedingsgestichten zijn een typische uitwas van dictaturen. Sommige tpolitieke tegenstanders gaan er heen en worden onderworpen aan de meest ellendige kwellingen, anderen overleven dit zelfs niet. Als je dit dus zo bekijkt doen we het in Nederland nog niet zo slecht. Tuurlijk zijn we het oneens, tuurlijk voeren we het debat, en vinden we ons volstrekt niet met sommige maatregelen of wetten. Maar je mag dit hier dan ook zijn. Nog wel. Tot we toegeven aan de wens alsnog een dictatuur in te stellen ten bate van die groep die het hardst gilt of respect wil verkrijgen. Pas dan ontdekken we wat we weg gaven toen we stelden dat we het wel zonder koning W.A. of gekozen parlement zouden kunnen stellen. Ik zou er nog eens de geschiedenis op nakijken! Gewoon om te zien wat een ellende een dictatuur zal zijn. Dus bewaak de democratie en onze rechten op een vrije mening. Verwanselen daarvan is het begin van het eind…
Op het moment dat ik dit verhaal aan mijn blog toevertrouw is het woord ‘stikstofuitstoot’ (aardige woordwaarde bij Scrabble) zeer actueel. Een uitspraak van de Raad van Staten over dit onderwerp zorgde er voor dat minimaal maar liefst 25.000 infrastructurele werken niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd. Maar vermoedelijk zou bij strenge handhaving van die uitspraken het land min of meer tot stilstand komen. Opmerkelijk, omdat de klachten over deze projecten kwamen van een zeer bescheiden maar fanatieke actiegroep die vooral bestond uit mensen met de weinig echte hobby’s en een overvloed aan vrije tijd. Net als de moordenaar van Pim Fortuyn bestudeerden zij 24 uur per dag elke letter in de wet waarmee zij de moderne samenleving tot stilstand zouden kunnen dwingen. Dwangmatig van zichzelf, links van gedachte, groen van actiebereidheid.



Tegenwoordig een merk voor mensen die houden van geavanceerde techniek, bijzondere vormgeving en hoge prestaties. En dat mag dan wat kosten; Audi! Ooit in een ver verleden opgericht door August Horch. Man van de gelijknamige autofabriek in het oosten van Duitsland die na ruzie met nieuwe aandeelhouders uit zijn eigen bedrijf moest stappen en besloot dan maar een concurrerend merk op te zetten. Dat Audi was de vertaling van zijn naam, omdat hij die eigen naam niet meer kon of mocht gebruiken. Audi maakte erg aardige auto’s voor de Tweede W.O., allemaal uitgerust met een zescilindermotor die rustig liep en aardige prestaties bood.
Maar na 1940 was het over en uit met de pret en verdween Audi achter de facades van het fusiemerk Auto-Union waartoe ook Wanderer en DKW behoorden. Dat Auto-Union kenden we eigenlijk nauwelijks, al stond het dan wel op de DKW’s van na WO2 als toegevoegde waarde. Toen dat fusiemerk via een korte periode onder de vleugels van Mercedes uiteindelijk tot Volkswagen ging behoren haalde men in Wolfsburg de naam Audi van stal en liet die van DKW een stille dood sterven. En grappig genoeg was de eerste Audi, gewoon een DKW-type uitgerust met een viertaktmotor ipv een rokende en pruttelende tweetakt. VW zag Audi als een soort luxe pedant van haar eigen programma en heeft dit ook altijd zo gepositioneerd.
In eerste instantie met niet zo heel veel succes. Met de Audi 100 deed men een gooi naar het segment waar Mercedes sterk was, het vroeg even tijd om daar nieuwe klanten te vinden. De Audi’s waren weliswaar altijd wat goedkoper dan een auto van het sterrenmerk, maar veel potten brak men niet. Voor de gewone man was een Audi net te duur, voor de chiquere zakenman iets te goedkoop. Bijzonder fraai was de 100 Coupe S uit 1969, die je al een topsnelheid bood van 185km/u.
VW deed slimme dingen toen men de eerste Audi 80 uitbracht. Een auto met veel ruimte, conventioneel van opzet, maar wel goed rijdend. Het zustermodel van VW, de Passat verkocht duidelijk beter, maar dat zat ook in de prijs. Een soortgelijke situatie ontstond met de compacte Audi 50.
Een leuk driedeurs wagentje dat we later ook via VW leerden kennen als de Polo. Die laatste verkocht duidelijk beter, ook al omdat veel particulieren toch op de centjes letten. En ach, met die Polo was op zich ook weinig mis. Audi zette daarop in op bijzondere technieken. Vijfcilindermotoren bijvoorbeeld en Quattro-aandrijving. De eerste auto met die naam deed het buitengewoon goed in rallies en was op de weg 220km/u snel. Daar kwam je met je VW niet aan. En zo ontwikkelde Audi zich in de vaart der volkeren. Met de nieuwe 80-reeks van eind jaren 80 kreeg Audi het zakelijk zegment in de greep. Auto’s met een fraai rond uiterlijk, behoorlijke prestaties en zeker als Break (Avant) een wagen met de nodige ruimte. Een bepaalde groep kopers voelde zich aangesproken door het type. En dat gold ook voor de nieuwe 100. De kleine 50 was intussen verdwenen. Latere succesmodellen waren de A4 (opvolger van de 80), A6 (opvolger voor de 100) en de nieuwe A8. Die laatste volledig verzinkt en waar het kon gebouwd op lichtmetalen delen.
Al eerder berichtte ik over onze plannen die we dit jaar smeedden, het huis te voorzien van een soort facelift. Wat meer isolatie, moderniseringen en zo meer. Maar wel moesten we gewoon kunnen blijven leven tijdens die gebeurtenissen. Immers even onderweg met de katten bij ons is ook niks, al werd het door de lieve vriendin uit het Zuid-Hollandse meerdere malen aangeboden. Dus door de afgelopen weken heen werd van alles en nog wat gedaan terwijl wij op een eilandje van pakweg 25m2 samenhokten. Een nieuwe elektrische verwarming in de keuken, inductiekookplaat en verwijdering van het gasstel dat ons tien jaar diende. Aanleggen nieuwe elektra was nodig, want zo’n stel stroomverbruikers vraagt professioneel ingrijpen van een ons bekende installateur. Nou toen dat klaar was werd het wachten op de mannen (werken geen vrouwen in die handel..) van de kozijnen en nieuwe HR++-ramen.
Volgens plan zouden die eind oktober verschijnen, maar dat werd plotseling een week of twee eerder. En dat gaf best extra stress. Want dan moet je versneld kamers leegruimen, en de oppervlakte waar je zelf verkeert verkleinen tot hooguit een fractie van de normaal beschikbare woonruimte. Daarbij moesten we steeds zorgen voor een ‘saferoom’ ten behoeve van de poezenkinderen. En die werden daar niet blij van. Dat het tijdens de werkzaamheden regende en kil was maakte het verhaal nog niet zo comfortabel wellicht, dat je eigenlijk nergens meer een redelijke eigen plek vindt werkt als zeer ontregelend. En je zit er een dag of 6/7 bovenop. 2-3 kerels in je huis, die breken, zagen, kloppen, boren, schuimen, kitten, maar vooral ook dwars door je kamers lopen en dat soms ook nog met vieze schoenen, (ze deden hun best om die schoenen steeds te vegen hoor…) maakte dat vrouwlief bijna wanhopig werd en ik vooral berustend.
De katten gilden intussen de hele dag om hun vrijheid. Voor hen waren die geluiden ook wennen. Los van een meetfout waardoor we op een huiskamerraam flink langer moesten wachten verliep alles vanuit de leverancier volgens plan en werkte men bijna alles keurig af. Vier kamers, keuken en gang, want nieuwe voordeur, kregen ze in die periode toch mooi af. Het oogt trotsmakend. Je betaalt er wat voor maar krijgt er ook iets voor terug. Deuren met wel 5 slotverbindingen die aanvoelen als een kluis, ramen met nieuwe horren, vensterbanken, kortom alles volgens plan geleverd en prachtig van kwaliteit.
Daarna moesten wij zelf weer zien ons huis te herpakken. Dat duurde bijna even lang. Ik werd zelfs een beetje klusser. Want moest alle raambedekkers (op)nieuw installeren, ik zorgde voor een nieuwe deurbel die nu op afstand werkt zonder draadjes, vrouwlief maakte alles stof/grijsvrij. En toen we samen daarmee aan de slag waren bleek dat echt alles onder zat, ondanks alle voorzoorgsmaatregelen. Dat breken is geen pretje. Maar goed, we zitten er weer warmpjes bij, de eerste fase is klaar en we kijken uit naar de winter als we kunnen zien hoeveel het allemaal gaat schelen. Het lijkt nu al comfortabeler in huis. En de sleutelbos is maar liefst vijf sleutels lichter dan voorheen. Dat scheelt toch veel. Maar of we de volgende verbouwing weer gaan doen terwijl we zelf trachten in huis te blijven zitten is de vraag. De politieke discussies lopen al. Maar eerst dit even verwerken. Zou er in Zuid-Holland nog een plekje zijn?? (Beelden: Yellowbird okt.2019)
Had ik het in mijn vorige bijdrage aan het eigen blog nog over bereikbaarheid en de illusies rond onmisbaarheid, dit keer wil ik het eens hebben over geloof. Geloof is iets persoonlijks. De een gelooft in God, Jezus, de ander in Allah, weer iemand anders in het goede van de mens en sommigen in de stand van de Maan of een groene hagedis. Hierover heb ik al eens bericht. Maar hoe je het ook bekijkt, dit blijft een persoonlijke keuze. Al dan niet opgelegd door derden. En die derden hebben veel belang bij indoctrinatie van kinderen. Want hoe kleiner de geest van de ontvanger hoe groter de ontvangst van de boodschap. De grote geloven besteden niet voor niets zoveel tijd aan het overtuigen van hun eigen waarheid in liefde of als het moet, haat of dwang. Mijn eigen opvoeding vond, nog maar een keer aangehaald, plaats in streng katholiek milieu. Niet zo zeer thuis als wel op school. De aanpalende kerk gooide daar nog eens een stevige laag overheen.
Het katholieke geloof als enig juiste en door Jezus zelf doorgegeven aan zijn Apostelen. Ik geloofde er heilig in (..) dat dit de waarheid was. Protestanten waren de ‘afvalligen’ en de rest ‘barbaarse heidenen’ die niet in de hemel zouden komen. Natuurlijk deden of doen de protestanten hetzelfde. Eigen scholing, hun op de Bijbel baserende stroming via eigen onderwijs opgedrongen aan kinderen die thuis ook het e.e.a. stevig meekrijgen. Moslim-scholen en Joodse opleidingen doen dit net zo. Want dat geloof is volgens de uitdragers echt van groter belang dan wat je hier op Aarde aan nuttige dingen zou kunnen gebruiken. Op mijn rapport van vroeger stond godsdienstles hoog aangeschreven, net als kerkbezoek. Scoorde je daar dan een laag cijfer mee mocht je de vervolgopleidingen wel vergeten. Je weet dus bijna zeker dat dit ook geldt op dat bijzondere onderwijs van tegenwoordig. Arme kinderen. Toen ik een jaar of 12/13 was startten de twijfels. Mijn oudere broer aanstichter van die verandering in denken of doen. Maar alles overdenkend ook zelf maar besloten dat veel van die geloofsleer onzin moest zijn en niet te geloven.
Dat realisme is me altijd bijgebleven. Met daaronder een laagje van wat me toen werd bijgebracht. Niet alles slecht overigens want de Tien Geboden zouden een ieder elke dag prima passen en ik tracht er zelf naar te leven. Ergens gloeit er een puntje van dat oude geloof toch nog steeds. Gevolg van de indoctrinatie. Het interesseert me nog steeds. Het hoe en waarom van dat geloven door mensen. Waarom willen wij dat een opperwezen ons stuurt? Nou, dat dus. En dat alles ook omdat je er geweldige gesprekken over kunt voeren. Vol respect. Ook met anders denkenden. Mits in dezelfde God gelovend. Anders wordt het heel lastig. Net zoals je als realist nooit in discussie moet gaan met groene communisten of anti-democraten. Komt ellende van. Want allebei geindoctrineerd door een bovenlaag die wil dat we allemaal worden bekeerd tot dat nieuwe geloof, dat van het klimaat. Wie kan rekenen weet dat het een bijna barbaars heidens geloof betreft. Maar leg dat maar eens uit. Mij lukt het maar zelden…..
Deze zondag even aandacht voor een traditioneel Brits automerk dat ook al lang niet meer bestaat maar nog steeds bij velen bekend in de oren zal klinken; Austin! Genoemd naar oprichter Herbert Austin die ooit in 1906 vertrok bij het nog oudere automerk Wolseley en daarna zijn eigen bedrijf startte. Tot 1951 bleef hij onafhankelijk van andere merken opereren en bouwde intussen vele bekende en soms beroemde auto-modellen, maar ook bestelwagens en trucks. In de oorlog ook een grote naam bij de productie van spullen en materieel voor het Britse leger en luchtmacht. In 1951 opgenomen in de zgn. Nuffield-Group waartoe op dat moment ook Morris, MG, Riley en Wolseley (..) behoorden.
Deze groep werd weer wat later in de tijd de British Motor Corporation. Ooit de grootste autogroep van Europa! Maar de individuele merken deden het niet zo best. Ook al bouwde men dan befaamde auto’s als de bekende Mini. Steeds meer wagens van BMC leken op elkaar en waren technisch verwant. Het maakte niet meer uit of je een Austin of Morris koos, de wagens waren feitelijk gelijk. Echt slecht ging het met Austin toen men o.a. de Allegro bracht. Een wagen die bedoeld was om de ook bij ons best populaire 1100 op te volgen. Maar die Allegro was een wanproduct.
Veel te Brits om op het vasteland van Europa potten te breken ook al waren er ook in ons land best kopers voor te vinden. Het waren auto’s uit de slechte jaren van de Britse auto-industrie en ze mankeerden altijd wel wat en roestten als de beste Italiaan of Fransman. Het einde van Austin kwam zo al snel in zicht. Overigens moet ook worden vermeld dat dit merk in Engeland het leeuwendeel van de befaamde taxi’s leverde en die wagens waren uiterst taai, ruim en stuurden binnen acht meter een volledige bocht door.
Met de heerlijke traditionele indeling van een chauffeur in een aparte ruimte en een interieur dat meerdere personen tegenover elkaar ruimte bood bleven deze wagens decennia lang het taxibeeld in de Britse straten bepalen.
Ze werden aangeduid als FC3 en FX4. Bekend werd ook de kleine A30/35 uit de jaren vijftig, maar daarnaast ook de gelijk gevormde maar veel grotere Somerset. Chique wagens waren de Cambridge (1959-69) en diens luxere zusje, de Westminster. De al eerder genoemde 1100 was een autootje dat het ook in Nederland goed deed. Voorwielaandrijving was in de jaren dat deze auto’s werden verkocht niet algemeen en zorgde voor een prima wegligging. Zeer opvallend was ook de Maxi, een duidelijke tegenhanger van de Mini. Groot, breed, ruim en uitgerust met schuifremmen wat ook weer niet voor ieder automerk was weggelegd. Maar over uiterlijk moest je het maar niet hebben dan. Latere Austin’s werden vooral ‘batch-mobielen’. Op enig moment kregen we hier Austin-Rover als merk, een paar jaar later alweer opgevolgd door Rover.
En daarna viel in de recente economische crisis de grote stilte. De Britten gingen failliet. Het merk Austin al lang daarvoor verdwenen. Oude tradities ook. Zelfs de taxi’s worden nu door een ander bedrijf gemaakt. Maar ik vond het wel nodig om er eens aandacht voor te hebben. Want er zijn vast mensen die ooit wel eens van Austin gehoord hebben. En anders wel van Austin-Healy, het sportwagens bouwende zustermerk… (Beelden: Internet/Yellowbird archief)