Veel zo niet alle mensen zijn in feite vrij egocentrisch ingesteld. Of ze nu bloggen, Facebooken, Twitteren of wat ook. Ze stellen zichzelf centraal in het leven en nemen anderen mee als decor voor hun eigen al dan niet interessante bestaan. Wie meent dat dit niet zo is moet toch maar eens gaan kijken in de wereld om zich heen. Mensen zijn juist tegenwoordig heel erg bezig met zichzelf. Misschien nog wel meer dan een paar decennia geleden. Ons spiegelbeeld bepaalt hoe we ons voelen. We steken massaal de Selfiesticks in de lucht om niet (alleen) de omgeving vast te leggen met foto- of filmcamera dan wel de Smartphone, maar vooral ons zelf. Ik moest vroeger altijd enorm lachen als ik Japanse toeristen tegenkwam. Die renden door Europa, deden soms zeven dagen over zo’n toer en kwamen dan thuis met zichzelf voor alle vrijwel alle bezochte belangrijke plekken. Ingebakken in die cultuur. En het begint ook bij ons al vroeg.
De Selfiecultuur is in opmars. Bloggen om de tekst, werd Vloggen om het beeld. En bij 9 op de 10 vloggers staan ze zelf prominent in beeld en imiteren de journalist of nieuwslezers van de TV. En dat leidt weer tot volgers die het leuk vinden wat ze zien en direct ook dromen van een eigen carrière als zodanig. Ik zelf ben niet zo van de foto’s en plaatjes waar ik zelf op sta. Hooguit als ze oud zijn en ik in niets meer lijk op dat figuur dat mij voorstelt in het grijze verleden. Mij gaat het dan toch wat meer om de bredere inhoud. Als ik filmpjes plaatste op bijvoorbeeld YouTube dan ging het over een onderwerp, nooit over mijzelf. Op de sociale media mijd ik als het even kan mijn eigen imagobeeld. Niks aan. Niet interessant voor anderen. Bescheidenheid troef. Al slaat dat dus niet op de mening schrijverij van de afgelopen jaren. Die inhoud vind ik veel belangrijker dan hoe ik (of iemand anders) er uit ziet. Ik wil ook niet figureren bij anderen in hun accounts.
Geen beelden van mij plaatsen zonder mijn toestemming s.v.p. en die toestemming geef ik in 99% van de gevallen echt niet. Opgevoed in typische Nederlandse stijl van ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’ mijd ik egocentrische beelden. Maar zie wel om me heen dat ik eerder de uitzondering dan de regel vertegenwoordig. Mensen zien meestal zichzelf erg graag. Ik herken daar niets in. Al loop ik echt als de Klokkenluider van de Nottre Dame in de rondte, er zijn miljoenen mensen die wel in beeld moeten komen. Maar ik niet. Toen ik het vorige boek opleverde, over de familie Pon, besloten wij als auteurs om twee wat kolderieke tekeningen te laten maken die ons geen echt recht deden, maar ook zorgden voor een zekere onherkenbaarheid. Het lelijke van elk gezicht uitgemeten in een schets die vertelde hoe wij het onderwerp als veel belangrijker zagen dan de auteurs. Ook al vreemd gedrag, want veel auteurs zijn juist graag in beeld. Kortom, ik gedraag me in veel opzichten atypisch. Zal wel een afwijking zijn dan. Toch eens laten nakijken. Als ze dan maar niet beginnen met het maken van een foto, want dan ben ik meteen weg…

Haar leven lang verlangde ze al. Naar uit de ban los kunnen komen. Naar wilde avonturen, verre plekken, mooie mensen, liefde op het eerste of tweede gezicht. Ze droomde er van om met haar rugzak op de schouders gewoon in een vliegtuig te kunnen stappen en dan ergens heen te reizen waar het avontuur lonkte. Of de wandeltocht naar Rome te volbrengen, desnoods naar een onbewoond eiland om daar dan met een in haar droombeeld zelf geboetseerde minnaar een maandje de beest uit te kunnen hangen. Die dromen achtervolgden haar al sinds haar jeugd. En natuurlijk had ze wel eens geprobeerd om uit de sleur van het ouderlijk huis weg te komen. Dat was maar ten dele gelukt. Jong verloofd met Michel, die jongen die bij de melkboer bijverdiende en volgens haar ouders niet wilde deugen. Maar in feite was hij bijzonder lief voor haar geweest. Maar dat lieve beviel niet, ze wilde avonturen beleven en Michel vond zelfs Duitsland al ver. Daarna zocht ze haar heil in de studie. Haar ouders hadden haar dat dringend opgelegd. Want wie leert heeft een goede toekomst. Met vlag en wimpel was ze geslaagd, maar daarna was haar leven nog steeds niet die richting opgegaan die ze had gewild. Er was wel liefde komen. Van Frank. Een grote vent met krullend haar. Samen hadden ze de stap gewaagd en ze moest toegeven, hij wist hoe hij een vrouw moest geven wat ze zocht. Jaren lang was ze samen met hem door het leven getrokken. Ze kwam in andere landen, maar eenmaal moeder van drie kinderen werd het ook wat beperkt allemaal. En de caravan achter de door hen samen gekochte Opel was ook niet alles. Al snel vervielen ze in sleur en was van de oorspronkelijke passie tussen hen beiden weinig meer over.













