Over een historische plek…

Onlangs vernam ik via de hoofdstedelijke media dat het zgn. Stadsdeel Zuid van zins is om op een mij uit de jeugd zeer bekende plek een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Dit tot groot (en zeer te begrijpen) ongenoegen bij een deel van de omwonenden. Zoals ik wel vaker heb gesteld, de Amsterdamse stadsdelen worden meestal beheerst door wat linksig ingestelde types die het liefst zouden zien dat hun omgeving terugglijdt naar de oude tijden van voor de massa-industrialisering of de dagen van paard en wagen. Zou men in dit geval teruggaan naar die oude tijden (wat men niet doet hoor, want een parkeergarage levert ook heel veel geld op) kwamen we uit bij een periode in de geschiedenis waarin het rijke Roomse leven nog dominant was in die buurt. Want ik maakte die periode en specifiek daar in die omgeving zeer bewust mee. Op de plek waar men wil gaan bouwen stond ooit de grootste kerk van Amsterdam, de Sint-Willibrordus buiten-de-veste. Een echt enorm gebouw dat haar eenzame centrale toren tot ver buiten de stad liet zien. En dat hadden er meer kunnen zijn ware het niet dat het geld in de 19e eeuw al snel op was tijdens de bouw en men het oorspronkelijke ontwerp vann architect Kuypers los moest laten. Maar dit neemt niet weg dat dit de grootste neogotische kerk was die ooit in ons land is neergezet. Hij was 100 meter lang, 46,5 meter breed en ook nog eens 60 meter hoog.

De omvang van die kerk weerspiegelde meteen veel rond de samenstelling van de bevolking toen. Die was in die jaren overwegend katholiek, een kleiner deel zoals dat toen heette ‘protestant’ en er waren ook nog wat mensen die ‘niets’ waren. De buurt Oud-Zuid waartoe deze omgeving behoorde lag opgesloten tussen de Stadhouderskade aan de ene kant en de Jozef Israelskade aan de andere. De Amstel was weliswaar een aardige barrière, de vele bruggen over die rivier maakten dat ook katholieken uit het oostelijk deel van de stad naar deze grote kerk konden komen in geval van verplicht gebed. Die kerk had een nevengebouw, de lagere (Sint Martinus)school, die uiteraard ook zwaar katholiek onderwijs verzorgde en in een belendend pand gaf men dan ook nog sport/gymnastiekles. Ergens aan het einde van de jaren zestig ging het echter in dubbel opzicht mis. Het katholicisme leed sterk onder de ontkerkelijking, het aantal gelovigen liep sterk terug. De door Kuypers gebouwde kerk begon het wellicht daardoor letterlijk en figuurlijk te begeven. Het geld voor restauratie intussen op.

De parochie verhuisde naar een foeilelijk laag maar nieuw gebouw, midden tussen de huizen van de eerder genoemde buurt. De oude kerk werd in 1970 afgebroken. Al snel verrees er op het open terrein een bejaardencentrum, de oude lagere school werd daarop gekraakt. Later, eind jaren zeventig, is die school alsnog afgebroken en werd het bejaardenhuis nog wat verder uitgebreid. Maar de tijden zijn veranderd. Bejaarden moeten kennelijk thuis in de tuin van hun kinderen worden opgevangen, liefst in de schuur of zo, dat bejaardencentrum is over de houdbaarheidsdatum heen. De buurt door de decennia heen bevolkt door yuppen, nieuwkomers, jongeren. Dus moet er zo nodig een parkeergarage komen. Voor al dat ‘vreselijk blik’ dat dan uit de straten kan worden gehaald om het dorpse gevoel voor de bestuurders van het stadsdeel terug te brengen in de grootste stad van Nederland.  Een schande is het in mijn ogen. Maar ja, de moderne tijd en zo meer. We moeten er maar aan wennen dat niets blijft zoals we het graag zouden willen. Nou ja, als je een normale burger bent en niet behoort tot de minderheden. In dat laatste geval kan dan wel alles. Wellicht moet ik toch maar weer beleidend katholiek worden. Dan behoor ik in deze omgeving weer tot een minderheid die op veel begrip kan rekenen. Wie weet wat ik dan nog kan bereiken…

Vlinders

Relatie - 1Ze was het zich echt wel bewust. Het kon gewoon niet. Het mocht niet, ze was immers getrouwd toch? Op haar leeftijd? Nee, die gevoelens hoorden niet. Het was haar altijd ingeprent dat je alleen van je eigen man mocht houden. En dat dan vooral je hele huwelijk lang. Geen zijstapjes en kijken deed je ook niet. Tot ze op een beroerde dag (nou ja..) die grote rijzende man tegen kwam in de supermarkt. Een beer van een vent, slank, goed gekleed en met prachtige ogen. Ze had hem aangekeken en was gesmolten. Het gesprek dat ze aan was gegaan bij de kassa, ze had bewust gezorgd in dezelfde rij te komen staan als hij, leidde tot een opborrelend gevoel in haar onderbuik. Waren dat nu vlinders? Wat een stem, wat een charmante vent. Ze voelde zich hopeloos ‘gewoontjes’ in haar dagelijks kloffie. Maar hij leek daar geen last van te hebben. Al snel hadden ze samen in het winkelcentrum aan de koffie gezeten en had hij haar betoverd met zijn verhalen, zijn prachtige witte tanden, zijn geur (een of ander dure aftershave)  en zijn complimentjes. Ze deed haar best om ook leuk over te komen, vroeg hem naar zijn achtergrond, werk en zo meer. Elk woord wat hij met haar wisselde kwam als een granaat bij haar binnen. Ze hapte soms naar adem. Jemig, wat een man, wat zou ze daarmee graag eens op een mooie reis gaan, naar een verre stad of een eenzaam strand. Gewoon verliefd mogen zijn zoals ze dat al jaren niet meer had meegemaakt thuis. Haar man was meer van de sleur. Alles op zijn tijd en plek, en de passie was lang geleden al uit hun relatie verdwenen. Zij had zich daar verder ook niet zo om bekommerd, dus ze verweet haar man niks in die zin. Ook zij was haar ‘zin’ kwijtgeraakt en vond de opleiding van de kinderen en het zekere inkomen belangrijker dan wat ook. Tot dit moment. Dat ze dit nog in zich had…. Nadat ze afscheid had genomen van deze ‘Frans’ liep ze helemaal opgewarmd naar huis. Ze kreeg het idee dat ze ondanks haar zware tas met boodschappen toch een beetje zweefde. Toen ze de deur open deed en haar tas naar binnen sjouwde hoorde ze dat haar man samen met de jongste zoon in de kamer naar het voetballen keek. Ze zeiden nauwelijks gedag toen ze meldde weer thuis te zijn. ‘Haal je wat frietjes en bier voor me?’ vroeg haar man. Ze knikte. En bedacht zich dat Frans dit nooit zou doen.  Die zou haar verwennen, als een prinses en zij zou in haar mooiste jurk naast hem gaan liggen op de bank…en een romantische film bekijken….’Bier…!!’ hoorde ze uit de kamer. Zuchtend liep ze naar de koelkast en ontdopte een bierflesje. Wat zou het leven mooi kunnen zijn…..Nu even naar de frietzaak….haar man had honger….De vlinders daalden langzaam weer af naar de plek waar ze al die jaren opgesloten hadden gezeten….ergens onder in haar buik…weer gereed voor de winterslaap…..