
De keren dat ik ergens te gast was waar het zo rustig was dat je er b.w.v.s. tegen de stilte kon leunen zijn schaars te noemen. Komt ook omdat ik er niet naar op zoek was of ben. Stilte is een schaars goedje in drukker worden landen en steden om ons heen. Toch zijn die plekken er wel. Gek genoeg ontstaat die rust en stilte ook omdat er weinig tot geen mensen wonen en zelfs dieren die geluid voort brengen er zeldzaam zijn. Het is daar dat veel mensen zich thuis zouden moeten voelen als ze de behoefte hebben aan die rust. Gek genoeg kiezen de meesten van deze types om juist daar te gaan wonen waar stevige dynamiek en achtergrondruis constant aanwezig zijn.

Zoals in grote steden als de onze, niet ver van een vliegveld, haven of zelfs snel- of spoorwegen. Altijd met als argument dat juist daar werk te vinden is, goede scholen, en uiteraard goed OV of wegen waardoor je met de auto nog eens ergens heen kunt. Opvallend is ook dat er dan altijd lieden tussen zitten die zodra ze daar zijn neergestreken de behoefte voelen om die omgeving aan te passen. Het moet dan allemaal stiller, schoner, prikkelvrijer.

En dat snap ik als geboren en getogen kind van de grootste stad in dit land dan weer niet. Je hebt de voordelen van waar je bent komen wonen, accepteer dan ook de nadelen… En wil je dat niet, verhuis naar die stiltegebieden waar ik het in eerste aanhef over had of waar jouw plaggenhut vroeger heeft gestaan. Ze zijn te vinden in de regio’s Noord, Oost, Zuid en Zuidwest. Niet in de Randstad, niet in het Gooi, al lijkt dat soms zo, of in de Flevolandse steden. Het vraagt dus moed en doorzettingsvermogen om stilte te bereiken zonder je omgeving te willen veranderen.

Je moet je spullen inpakken, nadat je uiteraard dat hutje op de heide hebt gevonden, je moet een verhuizer bellen, wellicht een aannemer om dat hutje nog even op te knappen, maar dan is de stilte die je wilde daar. Dat houdt ook in, geen winkels in de buurt, geen medische zorg op loopafstand, wellicht geen werk, maar je hoort wel het gras groeien of de wind door de takken van de bomen en verder helemaal niets. Dit verhaal loopt voor op een ander dat ik hierna zal publiceren en waarin die gekte van mensen om hun woonomgeving te veranderen nadat ze er zijn komen wonen voorbij komt. Zelf woonde ik ooit in de ooit zo utopische woonwijk Bijlmermeer. Prachtige ruime flats, veel groen, rust. Tot in 1975 de bevolkingssamenstelling zo drastisch veranderde dat wonen een last werd. Duur, maar ook weinig comfort over. Enorme geluidsoverlast, criminaliteit. Protesteren hielp niet, de Gemeente was en bleef stil, want…. Wij zijn toen verhuisd. Weg gegaan van de bron aller ellende. Het hielp. We woonden jarenlang weer rustig in dat nieuwe land. Het kostte iets maar dan kreeg je ook wat. Ik adviseer al die beroepsklagers over gebrek aan stilte het zelfde. En doe de voorspelling dat ondanks alles wat ons in Den Haag wordt voorgespiegeld, ons land niet rustiger zal worden in de toekomst. Integendeel….Dus….trek je conclusies….(Beelden: archief)































Het was echt liefde op het eerste gezicht toen we daar ergens aan het begin van de jaren negentig voor het eerst een bezoek brachten; Edinburgh. Schotse hoofdstad, prachtige geschiedenis, dito gebouwen en wat een aardige mensen die Schotten. Wij kenden het Verenigd Koninkrijk van onze bezoeken van een jaar of twintig regelmatige bezoeken en diverse plekken aardig, maar dit was toch de overtreffende trap. Vanaf het vliegveld met een rechtstreekse buslijn aan komen rijden en dan rechts van je dat echt ontroerend mooie kasteel op een hoge heuvel zien. Princess Street, met dat wonderlijke beeld van aan de ene kant pand na pand winkels met hotels en aan de andere kant diepe dalen waar parken te vinden zijn maar ook het befaamde Waverley Station.



Voor veel mensen een naam, niet meer. Soms zoekt men het in een vertaling van het woord ‘eten’ op zijn Duits. Maar voor mij was het heel lang toch meer een bestemming. Essen in het Ruhrgebied waar ik heel lang geleden voor het eerst te gast was. Nog in een tijd dat dit zelfde Ruhrgebied bezig was zich los te worstelen van een beladen verleden. Deze stad werd tijdens de Tweede W.O. heftig gebombardeerd door de Britten en Amerikanen en dat liet haar sporen na. Sporen die je indertijd nog goed kon zien aan of in de toenmalige bebouwing. Wij logeerden voor die trips in eerste instantie bij (schoon)familie in Bottrop, later reden we gewoon op een dag even heen en weer. Essen was toen al een minder provinciale plaats dan onze logeerplek, maar dat werd door de jaren heen flink anders. Men knapte de gebouwen op, bouwde nieuw, breidde uit en moderniseerde het wegennet en OV.
Heel handig was wel dat je tot diep in het centrum kon doorrijden, daar je auto parkeren en dan binnen 3 minuten de winkelstraten in kon lopen. Die straten kennen een heuvelachtig karakter, net zoals de hele omgeving een glooiend karakter heeft. Machtig mooi winkelaanbod ook, zeker voor mij. Talloos waren de modellen die ik er vond bij specialistische winkels, maar ook de boekhandels waren een puur genoegen om rond te struinen. Baedekker was er zo een. Altijd wel iets te vinden van de gading. Duitsers zijn lezers naar traditie, en dat merk je. Maar ook de nodige warenhuizen toen. Karstadt, Kaufhoff, Woolworth. Het moest wel gek gaan wilden we niet met tassen leuke zaken vol terugrijden naar huis. Maar dat even op, en neer rijden werd wel steeds meer een dingetje.
Ik ben er vele tientallen keren heen gewest, vaak met auto’s van de zaak die ik dan meteen op de wat langere afstanden kon testen op gebied van comfort of prestaties. En dan ook kijken hoe snel we op neer konden komen. Toch werd juist dat steeds lastiger. De drukte in Nederland nam enorm toe, maar ook in Duitsland en met name rond dat Ruhrgebied liepen de snelwegen flink vol. Het op een dag op en neer rijden werd zo steeds meer een wat vermoeiende opgave. We haalden het niet meer of moesten dan zo snel rondlopen in die stad dat het de moeite niet meer loonde.

Kom je van beneden de grote rivieren is dit blogverhaal vermoedelijk tegen dovemansoren gericht. Immers, de winkelketen waar ik het nu vol nostalgische gevoelens over heb kwam vooral voort uit de hoek van de grote ondernemers die klein begonnen, de Zaanstreek en alles wat daar boven verkeerde aan plaatsen en dorpen. Blokker, Albert Heijn, maar zeker ook Simon de Wit waren kerels die wisten wat ze wilden en dat uitrolden over (een deel van) het land. Simon de Wit startte ooit in Wormerveer waar hij kaas verkocht vanuit zijn eigen woonadres, later in een piepklein winkeltje. Dat werd al snel een concept en rond de eeuwwisseling bezat hij al filialen van zijn bedrijf in Zaandam en Amsterdam. Opvolgers voor zijn nog bescheiden keten kwamen veelal uit eigen familiekring, vaak een formule voor uitbouw en succes.
Simon de Wit zocht de onderkant van de markt. In 1937 had men al 100 filialen en werd die naam toch synoniem met een soort van supermarkt zoals we die later veel moderner en groter overal zouden tegen gaan komen. Concurrentie kwam van De Gruyter, toch iets hoger gepositioneerd en Albert Heyn. Simon de Wit werkte na de oorlog door met de formule die haar groot had gemaakt en bleek niet blind voor ontwikkelingen elders. Zo bedacht men een formule die je nu nog bij Lidl en Aldi aan kunt treffen, de verkoop van non-food-artikelen die via een provisieformule werden aangeboden door andere bedrijven dan de supermarkteigenaar zelf. Zo kwamen Zeeman, Blokker, Bakker Tapijt en wat radiozaken indertijd aan de extra omzet en handel.
Daarmee hield Simon de Wit haar risico klein en haar benodigde kapitaal in eigen huis. Toch bleek het niet genoeg om deze keten te redden van de ondergang. Want, wat Albert Heijn wel deed en Simon de Wit niet, was doorgroeien naar totaal nieuwe supermarktconcepten, afgekeken uit de Verenigde Staten. Simon de Wit bleef geloven in kleinschalig en vers, waar bij Albert Heijn de zelfbediening en voorverpakt al werden doorgevoerd. Een grote tegenslag voor het bedrijf kwam toen het centrale magazijn van de winkelketen in Zaandam anno 1970 door een grote brand werd verwoest. Het werd de nekslag voor de onderneming.
Albert Heijn zag er wel brood in om de hele toestand over te nemen. Daarbij kreeg men niet alleen de beschikking over een hele reeks nieuwe vestigingen maar ook over de distributieformule van Simon de Wit die bepaald dagen efficienter was dan die van de overnamepartner. Een tijdlang hield men nog wat Simon-filialen open, maar al snel werden ook die geintegreerd in de keten van A.H. of afgestoten. In dezelfde periode ging ook De Gruyter onder water en was het Nederlandse landschap op winkelgebied enorm veranderd.
Een winkellandschap dat tot dan nog bijna provinciaal aan had gedaan. Ik herinner me uit de jeugd nog wel dat bij ons om de hoek zo’n winkel zat van Simon de Wit, maar ook een van De Gruyter. En dat onze ouders daar selectief (op prijs of aanbieding)winkelden. Later werden dat AH-winkels en hadden alle losse ambachtelijke zaken in onze woonstraat afgedaan als beoogd koopadres. De bakker, kruidenier (Sperwer), slager, melkman, allemaal legden ze het loodje. Het was klaar. De concurrentie te groot en aantrekkelijkheid van prijs/kwaliteit toch als een magneet. Siimon de Wit verdween. Net als in onze dagen V en D en het recent geintroduceerde maar nu al mislukte Canadese warenhuis Hudsons Bay. En we kennen nu de Action. En raadt eens waar die vandaan komen? Juist! Ondernemers daar in Noord-Holland hoor!! (Beelden komen van internet/Wikipedia)