Dat hij niemand kon bereiken om hem te helpen uit deze ellendige situatie te geraken was best verontrustend. Zijn vriendin zou hem vast missen nu hij niet kon bellen of appen. Maar ook zijn collega’s van het werk moesten wel denken dat hij doorgezakt was en zijn roes lag uit te slapen. Iets wat hem in het verleden ook wel eens was gebeurd, maar nu toch echt geen enkele rol speelde. Hij wist een ding zeker, iemand zou hem missen en hem komen zoeken. Dat gaf hoop. Hij snapte ook niet hoe het zo kon zijn dat alle techniek hem in de steek liet. Van de nood een deugd makend liep hij naar de gang en keek in de stoppenkast. Alle zekeringen leken op ‘uit’ te staan en dus zette hij ze weer in de ‘veilige’ stand. Even knipperde het licht in de flat, daarna sloegen de zekeringen weer door. Het was dus gewoon kortsluiting bedacht hij zich en hij ging op zoek naar de oorzaak. Maar waar ga je zoeken als je geen idee hebt welk apparaat wat kon aanrichten? Alle schakelaars, stekkers, stopcontacten liep hij na. Geen een vertoonde narigheid of bijvoorbeeld aanslag van een of andere elektrische oorzaak. Het bleef raadselachtig. Weer zette hij de zekeringen in de stoppenkast op veilig. Dit keer kreeg hij een schok door zijn lijf die hem de adem benam. De stroom had hem bijna verlamd. Op de grond liggend bedacht hij zich half versuft wat er toch loos kon zijn in zijn normaal zo veilige en overzichtelijke flat. Terwijl hij daar lag werd er op de deur geklopt. En hoorde hij de stem van zijn vriendin. Ze riep zijn naam, vroeg of hij thuis was. Maar doe klap die hij had ondergaan liet hem stem stokken. Hij kon er geen verstaanbaar woord uitkrijgen om haar te waarschuwen dat hij op de grond lag. Hij zag nog wel zijn vingers van de hand die de schok hadden gekregen. Ze waren rood van het verbranden en hij rook de geur van verschroeid vlees. Daarna viel hij flauw. In de huiskamer verplaatste het vrouwenbeeldje zich. Langzaam maar gestaag. Richting de deur waar de vriendin nog steeds verwoede pogingen deed toegang te krijgen tot de flat van haar vriend. De kleur van het beeld was intussen zwart en de ogen van het beeldje spuwden vuur.
Tagarchief: vrouw
De J van Jeugd
Weet je wat zo mooi is als je jong bent? Dat je nog glanst van schoonheid, dat je geest nog niet zo vervuild is met ervaringen die niet meteen behoren tot de meest positieve en dat je nog gelooft in een betere wereld dan de leefomgeving waar je zelf nu in verkeert. Altijd als ik met jongere mensen omga zie ik datzelfde. Je ziet dan ook het verlangen, de passie, de leergierigheid. Ook het eigenwijze wat kenmerkend is voor jeugdigen, naast hun gevoel voor alles onkwetsbaar te zijn. Op de leeftijd der wijzen aangekomen weet je dat veel relatief is, dat lief en leed leuk is in theorie, vaak wat minder in de praktijk, dat de glans vanzelf verdwijnt en de zwaartekracht op enige leeftijd zijn tol eist. Hoe fijn als je dan kunt omkijken naar een leven waarin vooral geluk jouw deel was en je genoot van dat wat de jeugd ons allen per definitie biedt.
Of je daar dan gebruik van hebt gemaakt is meer je eigen ding of verantwoordelijkheid dan dat van anderen.
Het hangt wat af van het nest (..) waar je uit gekomen bent natuurlijk. De ene mens krijgt veel meer kansen dan de andere. Kwartjes zijn en blijven is eenvoudiger dan van een dubbeltje de waarde 2,5 keer laten stijgen. Wie in een bepaalde kring rond hobbelt komt al snel een menstype tegen dat ongeveer gelijkwaardig is. Daarmee valt vaak een goed partnerschap rond te maken. De glans en de passie worden gedeeld, ook al moet je dan als paar hard werken voor de luxe die hoort bij het geluk. Pas als je een dubbeltje blijft en veel windvanen op jouw pad helaas jouw richting op wijzen wordt het ingewikkeld.
Dan ontwikkel je een volwassen leven dat tegenvallers kent, lichamelijke ongemakken, een partner met een zelfde lastige achtergrond waardoor je al snel blijft steken in het moeras van drank, ongezondheid of armoede. Stigmatiserend voor jezelf of je nakomelingen. Je gunt het niemand, maar er zijn er best wel te vinden die van hun jeugd weinig tot niets weten te bakken. Mensen die niet uit hun pubertijd ontwaken, die denken dat het geluk vooral moet worden langs gebracht en niet hoeft te worden opgezocht of bevochten. Die denken dat liefde iets is dat bij de Action in het goedkope vak ligt naast de tandpasta. Nee, helaas, dat is niet zo. Die jeugdige glans moet je zelf oppoetsen, bewerken, onderhouden, en uitbouwen. Voor je het weet is die glans er af en moet je constateren dat je die ene kans op dat jolige jong zijn hebt verprutst. Een tegenslag ligt zo op je pad en de gevolgen voor je latere leeftijd merkbaar aanwezig.
Als ik dus rond kijk naar al die jongelui hoop ik dat het hen allen goed zal gaan. Dat ze later ook mooi oud en wijs worden, en hun weg in geluk en liefde zullen vinden. Geen idee hoe de kansen daarop liggen in de huidige tijd. Je hebt een voordeel, het aantal mensen dat echt als dubbeltje geboren wordt daalt, de kwartjes zijn in de meerderheid, waardoor je straks anders dan wat wij vaak meemaakten in onze generaties, geen excuus meer hebt dat relateert aan opvoeding of zoiets, behorende bij je afkomst. Kijk in de spiegel, poets op wat extra moet glanzen en geniet. Ieder mens is mooi, jonge mensen nog eens extra! Fletsheid hoort bij ouderen met een frustratie. Zorg tenminste dat je niet zo wordt….Het leven is veel te leuk! Maar kijk wel om je heen en niet alleen naar jezelf. Hoe glanzend dat zelfbeeld ook is. (Beelden: Internet)
Het beeldje – 2
Hij lag in bed en droomde. Over een vrouw die zich over hem heen boog en hem verwende om een manier die hij nooit eerder had ervaren. Zijn lichaam spande zich, hij prevelde een naam. Maar wiens naam was dat eigenlijk? Met een schok werd hij wakker. Drijfnat van het zweet. Geen deken over hem heen en zelf naakt. Hij sliep nooit naakt. Hoe kon dit? Verward liep hij naar de badkamer en stapte onder de douche. Spoelde het zweet van hem af. Maar ondanks dat hij opfriste van dat water dat over hem heen stroomde werd zijn geest niet helder. Die vrouw in zijn droom hield hem vast, intrigeerde hem. Wie was zij, zij leek niet op zijn vriendin, en toch had ze iets bekends. Hij keek op de klok, verhip…die was blijven staan op 2 uur. Hij keek naar buiten. Het was al volop licht, dus het kon geen twee uur zijn. Hij zocht zijn kleren bij elkaar, trok ze gehaast aan. Hij moest opschieten, nog even snel een kop koffie naar binnen gooien en een broodje. Dat de koffiemachine het niet deed stoorde hem enorm. En dat broodje, het leek wel van steen. Mijn hemel, hij moest ook nog naar de supermarkt vanmiddag. Kon er nog wel bij. Ineens stopte hij met zijn handelingen die normaal hoorden bij het ochtendritueel. Hij bedacht zich dat hij helemaal geen idee had hoe hij gisteravond vanuit de kamer in zijn bed was terecht gekomen. Wie had hem uitgekleed? Hij bedacht zich wat de laatste dingen waren die hij had gedaan voor het licht uitging in zijn geest. Hij kon het zich niet herinneren. Nou ja, hij had wat gelezen. Maar verder? Hij zou zijn vriendin bellen, maar had hij dat gedaan? Was ze langs geweest? Hij liep nog eens naar de badkamer, keek of hij ergens sporen kon vinden van haar verblijf, maar niets duidde er op dat zijn vriendin ook echt langs was gekomen. In de keuken vond hij ook geen lege flessen of zo, geen glazen, niets. En de huiskamer was spic-en-span opgeruimd. Best bijzonder. Bakte iemand een poets met hem? Maar wie dan? Een wie had buiten hij zelf en zijn vriendin de sleutel om hier binnen te komen? Het werd raadselachtig en hij voelde dat er een koude rilling langs zijn rug trok. Dit was niet normaal. Maar hij moest ook opschieten. Zijn horloge vertelde hem dat het nu tijd werd om richting werk af te reizen. Nog steeds leek er geen internet te zijn, zijn mobiele telefoon had geen bereik. Dus pakte hij zijn spullen en liep naar de deur. Die zat op slot, inclusief de ketting die hij voor speciale beveiliging nog wel eens vastzette. Het ding zat idd vast, muurvast! Wat hij ook deed de ketting wilde niet los. Hij draaide voor de zekerheid nog eens aan het slot van de deur. Ook dat zat muurvast dicht. Zijn sleutel boog door. De hartslag in zijn lijf werd nu toch wat sneller. Wat gebeurde er met hem. Droomde hij nog? Wat was dit. Terwijl hij zocht naar zijn gereedschap om die verrekte sloten open te krijgen lette hij niet op het beeldje dat hij die dag er voor had gekocht. Dat stond nu centraal in zijn huiskamer. Het was rood gekleurd geraakt en de ogen leken vuur te spuwen. Hij zag het niet. Met tangen en sleutels ging hij tevergeefs de deur te lijf. Hij zat gevangen….
Het beeldje – 1
Nee, hij had er nooit veel achter gezocht. Dat beeldje wat hij vond bij die kleine kringloopwinkel in het oosten van het land. Op doortocht van a naar b had hij wat adressen opgezocht van dit soort winkels. Je wist maar nooit. Een bijzonder boek, of weer eens een prent van de een of andere wat onderschatte schilder of fotograaf. Voor weinig wilde hij dat dan wel meenemen. Ineens had hij het kleine ding zien staan. In een hoek vol meuk. Het had hem bijna aangekeken, al kon dat natuurlijk niet, maar hij had absoluut de andere kant op staan kijken toen hij een blik in zijn rug voelde prikken. En om keek. Dat bezorgde hem rillingen. Het was een vrouwenfiguur, naakt, maar wel aangetast door de tijd. Gemaakt van een een soort marmer of albast, mooi van vorm maar men een gezichtje dat bepaald niet leek op dat van Barbie-poppen of zo. Hij pakte het op. Het voelde heel vreemd aan.. Volkomen glad, maar ook warm. Dat kon niet zo dacht hij nog bij zichzelf, maar toch leek het zo te zijn. Hij keek op haar rug en onder haar voeten of hij een prijsje kon vinden. Maar niks. Daar hield hij al niet van. Maar goed, mee in zijn mandje waarmee hij had lopen sprokkelen. Die twee oorlogsboeken en dit beeldje maakte de stop bij deze winkel al de moeite waard. Bij het afrekenen werd er maar een fancy prijs gevraagd voor het beeldje. Men riep maar wat en hij vond die prijs voor zo’n aardig vrouwenbeeld best goed te doen. Ze ging mee naar zijn huis. Eens zien wat het was, opzoeken op internet of zo. Opvallend was dat zijn auto vanaf het moment dat hij instapte en wegreed stotterde en stootte. ‘Huh’ dacht hij nog even, nooit last van gehad, wat is dat nu ineens? Maar na wat geploeter schoot de wagen ineens vooruit en deed het verder voortreffelijk. Thuis gekomen pakte hij de diverse spullen uit die hij had ingeslagen. Zette het beeldje op een vensterbank waar hij wel meer prullaria op plaatste en vergat dat hij het had verkocht. Hij moest nog koken en zo. Morgen zou zijn vriendin komen en dan moest er het een en ander worden voorbereid. Toen hij na een uurtje ging zitten in de kamer en nog eens naar het beeldje keek ging er een schok door hem heen. Ze leek wel verkleurd. Ze had nu een soort huidkleur, en op de wangen van het minuscule gezichtje zat een blos. Kon niet, dit was pure fantasie en hij zette de tv aan. Even naar het journaal kijken. Maar op een of andere manier kreeg hij geen beeld. ‘Dat verrekte kabelbedrijf’. Hij bleef nog even proberen, maar gaf het toen op. Dan maar ff kijken op internet. Maar dat was ook uit de lucht. Dat krijg je nu van al die all-in pakketten bedacht hij zich nog. En pakte een boek. Als je dan niks kon doen met die verrekte elektronica dan maar lezen. En al snel was hij volkomen bezig met het verhaal dat hem plezier schonk. Een Scandinavische thriller. Altijd goed. Wat hij niet zag was dat het beeldje van plek was gewisseld met dat kleine paardje dat hij ooit eens van zijn ouders had gekregen. Zij stond nu dichterbij hem dan eerst. Hij zag het niet. Sukkelde wat boven zijn boek. En hoorde ook niet dat er zachtjes tegen hem werd gepraat….. (Wordt vervolgd)
De H van Hoogwater..
Bij deze kop zal menig lezer(es) letterlijk denken aan hoogwater veroorzaakt door het veranderende klimaat of doordat plotsklaps een of andere dijk het begeeft. Ik erken meteen dat die dubbele betekenis ook mij niet is ontgaan, maar ik wil het toch graag hebben over iets anders. De lengte van broekspijpen. Bij mannen. Hoogwater als in, dat je ziet dat een broek feitelijk te kort is. Dat zie je in het dagelijks leven nog weleens. Een enkele keer omdat iemand als Jort Kelder ons wil doen geloven dat dit een soort dandy-mode is, maar vaak ook omdat mannen ook nog nogal eens te weinig letten op details. Zo is een te korte broekspijp in combinatie met even te korte sokken in sommige culturen een bewijs van disrespect voor de omgeving. In de VS wordt je in het zakenleven geacht sokken te vervangen door kousen die niet afgezakt raken en bijna tot je knie reiken. En dat je een broek aantrekt die netjes in de plooi verkeert en stevig op de schoenen rust. Nu ook weer niet zo dat er 10 centimeter ongebruikte stof ligt te kreukelen op die schoenen, maar wel zodanig dat er contact is tussen broek en schoen.
Nou, hoor ik lezers denken, dat is toch geen probleem? Nou nee, niet als je maatkleding bestelt en aangeeft wat je wilt. Kost iets, maar dan heb je ook wat. Bij confectie, 85% van ons mensen koopt dat, ligt dat toch een stuk anders. De ene lengte is de andere niet. en dan heb ik het niet over bewuste en vooral in de zomer gebruikte driekwartbroeken of zo hoor. Neem nou mijzelf als lijdend voorwerp. Onlangs weer meegemaakt. Uitverkoop bij een keten die niet al te goedkope dames- en herenkleding op de markt brengt. Een donkere jeansbroek zou me passen en ook een bruine gezien de vele jasjes in die kleur waarmee ik de boel dan kon laten combineren. De donkerblauwe had maat 34/34. In mijn geval meestal aantrekken en direct goed zitten. Niets meer aan doen. Ging op voor de donkerblauwe. Opgelucht, wij mannen zijn niet zo van de pashokjes, trok ik de blauwe uit en pakte de bruine. Zelfde merk, zelfde winkel, zelfde maat. En wat bleek, de broek hield op de schoen ik denk 20cm over. Zelfs het omhoog trekken tot voorbij de navel zorgde nog steeds voor te veel stof. Die werd het niet, het waarom is duidelijk, maar niet het antwoord waarom die broeken zo enorm in lengte verschilden.
Omgekeerd is het me ook weleens overkomen. Bij een bekende Duitse winkelketen die ook hier al jaren actief is. 34/34? Hij hing er. Ik trok hem aan en vond dat hij prima zat. Tot ik thuis met die broek aan ontdekte dat de pijpen eigenlijk te kort waren. De boel trok op zodat een deel van mijn enkel en blote kuit in beeld kwam. Rara hoe kon dat. Gelukkig had mijn polderzus een of andere slimme naaimachien en wilde die de boel wel even ‘uitleggen’. Ik zat er in mijn strakke zwarte boxer naast en naar te kijken. Nu is ook die broek weer op orde. Geen Hoog Water meer. Maar het kan verkeren in modeland. Zeker als mannen ook nog eens witte sokken dragen. Pfff.. Hoe zijn jullie ervaringen op dit gebied??? Ik ben er echt benieuwd naar. En zijn er nog meer betekenissen voor dat begrip Hoog Water? Heb ik iets gemist? (Beelden: Internet en auteur)
De G van Gierigheid…
Gretigheid, gulheid, gezelligheid, allemaal termen die passen bij de letter G van het door mij al een paar blogjes geleden opgevoerde ABC van onderwerpen. Maar ik wilde het hier meer hebben over de G van Gierigheid. Dat is een eigenschap die ik wel eens om mee heen zie. Bij mensen die het eigenlijk best kunnen missen maar toch de indruk maken dat ze het geld niet gemakkelijk uit de binnenzak trekken als het gaat om de aanschaf van zaken die zij als vluchtig beschouwen. Gierigheid is iets dat past bij mensen die heel lang kunnen doen met wat ze bezitten. Die niets geven om verandering van mode of trend. Die het geld een ander niet gunnen en ook menen dat bezit meegenomen kan worden naar die plek waar wij allemaal zullen eindigen. De mier in optima forma in een wereld die tegenwoordig in hun ogen wordt bevolkt door hele krekelvolkeren. Gierigheid is ook goed te combineren met het benutten van de bronnen die anderen kennelijk bezitten en waarmee zij rijkelijk om zich heen strooien.
Bij de ander eten, meerijden, roken, snoepen, of zelfs nog wat grotere zaken, zorgen voor verminderde uitgaven bij hen die het geld het liefst in een grote kist in de tuin zouden begraven. Het zit in de genen vaak, kinderen krijgen dat mee in de opvoeding. Ledigheid is des duivels oorkussen en zo. En dus zie je dan bankstellen en stoelen die zonder overdrijven een leven lang meegaan. Waar anderen, ik denk ook aan mijzelf, gemiddeld om de tien jaar zo’n zithoek vervangen. Hoe onverslijtbaar ook. Je wilt wel eens iets anders. Ik heb ooit een collega gekend die zo leefde. Hij reed in een oude Saab, die nooit werd gewassen en waar bijvoorbeeld de ruitenwissers niet werden vervangen maar voorzien van plakband als het rubber de metalen houders verlieten. Hij had een regenjas aan die echt kon dienen als bron voor de lokale gaarkeuken en zijn pak werd nooit maar dan ook nooit gestoomd.
Een zeldzaam portret. Afkomstig uit een goede buut in het Gooi, afgestudeerd, slim en in staat om in het buitenland carriere te maken. Indertijd maakte hij gebruik van de mensen om hem heen zoals ik dat hiervoor omschreef. Alles werd ‘gebietst’ en hij werd om dat gedrag vaak beschimpt of uitgescholden. Met een minzame glimlach onderging hij de behandeling. Zijn tijd zou nog wel komen. Jaren later kwam ik hem bij toeval weer eens tegen. Tijdens de AutoRAI waar ik mijn merk stond te vertegenwoordigen. Ik kon hem op afstand herkennen. Zelfde pak, dito jas, (te duur om die jas op te bergen in de garderobe..) maar wel met een bijster fraaie dame aan zijn zijde. Hij woonde en werkte nu in Zwitserland. Had het naar de zin. En vroeg brutaal of wij nog woonden waar we hem indertijd wel eens hadden ontvangen. Dat was niet meer het geval en ik hield de nieuwe locatie maar even buiten het gesprek. Voor je het weet stond hij weer voor de deur…. Later belde hij me heel vaak op. Wilde graag nog eens langs komen voor de koffie en even bijkletsen. Ik hield de boot af. Ik ben niet gierig, vrijgevig zelfs, maar heb niets mee mee/uitvreters. Mag dat? Is dat netjes? In geval van echte gierigaards vast wel.
F van Feestelijk…

Feest, een feestje, festiviteiten, ben ik er wel echt van? Als ik in mijn hart laat kijken, eigenlijk niet. Nou ja, een beetje verwennen met de verjaardag, een ander de eer doen toekomen die hen bevalt door aanwezig te zijn bij een georganiseerd feest(je), ik doe het, maar echt van harte gaat het vaak niet. Zal ook komen omdat ik niet zo van ‘hoeperdepoep’ ben, maar meer van het goede gesprek. Een op een en zo. Mijn eigen verjaardag vier ik al jaren niet meer zo intens als het vroeger wel werd gedaan. Ik spreid de gasten wat, opdat ze allemaal dezelfde aandacht krijgen en je aan het einde van de avond (of dag) het gevoel hebt echt te hebben genoten van de aanwezigheid. Nu stel ik het wellicht wat zwart/wit hoor, maar echt in de genen zit het niet. Hoewel mijn ouders er vroeger enorm van hielden om elke gelegenheid aan te grijpen ergens een feestje van te maken. Maar dat waren ook andere tijden. Hoogtepunten in een bestaan dat vooral bestond uit veel en lang werken, en dan was een verjaardag al genoeg reden om de hele familie bijeen te halen en aan te vullen met de omvangrijke vriendenschaar die ze indertijd bezaten.
Het mocht wat kosten en de lekkerste hapjes en drankjes stonden op tafels, alle stoelen er omheen en ook de nodige rookwaar. Want dat had je toen, men rookte als een ketter en je was een slecht gastheer/vrouw als je die zaken niet verzorgde. Oma kreeg een advocaatje met slagroom en de grammofoon zorgde voor de nodige muziekjes om de sfeer er in te houden. In het begin van mijn eigen onafhankelijkheid deed ik dit in de ware spirit van de afkomst ook nog even zo, maar daar was ik toch al snel klaar mee. Die mensen die je een of twee keer per jaar zag omdat het zo hoorde, maar verder niets van zich lieten horen, waren niet mijn meest ideale gasten. Nee, stoppen maar met die flauwekul. En dat beviel heel lang goed. Langzaam aan werden we ouder en kwamen de grote data. De verjaardagen zagen kroonjaren passeren, een daarvan werd met een surprise-party een paar jaar terug nog enorm verrassend en leuk. Alle vrienden en wat familie bijeen om te vieren dat ik zover was gekomen. Nog steeds in dank herinnerd. Men kwam van heinde en verre!
Overigens geldt mijn hier wat aangedikte afkeer van die feestjes niet zozeer de zakelijke festiviteiten hoor., Open huizen, openingen, introducties, shows etc. Dat diende een doel! Onze trouwdagen, en ook die lopen qua jaartallen aardig op nu, vieren we meestal in eigen kring. Gewoon met zijn tweetjes. Je doet het immers allemaal samen. Maar we gaan dit jaar weer voor een kroonjaar en dat vraagt overwegingen over hoe we wat en waar vieren. Klein, of net iets meer dan dat. Groots wordt het zeker niet. Past niet bij ons, de bescheidenheid zelve. Maar wat we doen zullen we vast, ook hier, delen. De eerste gedachten delen we nu al. Feestelijk….. Met een hoedje en een toeter en een vrolijk snoetje….
De E van Eerlijkheid….
Je hoort als mens tenminste een zekere vorm van eerlijkheid na te streven maar daarnaast ook in te zien dat echt heel eerlijk zijn soms kan leiden tot de grootste conflicten. Diplomatie moet je dan toch zien toe te voegen opdat je niet de hele dag wordt vastgepind op wat je tegen de een of de ander oraal of schriftelijk hebt geuit. Mannen weten al vaak uit ervaring dat ze tegen hun vrouw beter wat kunnen overdrijven in positieve zin dan dat ze echt eerlijk zijn als deze of die vraag aan hen wordt gesteld. Als de vrouw gekookt heeft en de man aangeeft dat wat ze aten niet echt lekker klaar werd gemaakt, kon het wel eens leiden tot een groot probleem. Dat geldt ook voor door haar uitgezochte kleding, die ze dan ook nog naar dat feestje van zijn werk wil aantrekken. Zeg nooit dat je die keuze niet mooi vindt, het wordt je jarenlang nagedragen…. Ook op het werk is het niet zo slim om echt eerlijk te zeggen wat je vindt van je chef(fin) of b.w.v.s. over het bedrijf zelf. Grote kans dat je bij een kennelijk niet meer te omzeilen functioneringsgesprek een en ander te horen krijgt.
En over die door mij ongewilde en qua nut zelden begrepen gesprekken gesproken, ik was zelf altijd erg eerlijk tegen hen die tegenover me zat. Confrontaties over wie nu eigenlijk het slechtst functioneerde in de ogen van de ander kwamen wel eens voor. Eerlijkheid die vaak niet echt op prijs werd gesteld. Gek genoeg zie je de balans bij dit onderwerp nogal eens de verkeerde kant op slaan. Veel mensen zijn ronduit oneerlijk als het er op aan komt. Ze liegen, bedriegen, roddelen en steken je figuurlijk een mes in de rug als dat hen zo uitkomt. Best zaken om rekening mee te houden in de omgang met anderen. Een partner die het altijd met je eens is lijkt me saai, al pleit ik niet voor constante discussies, maar het moet wel open en eerlijk allemaal. Dat geldt ook voor de dingen die je niet bevallen. Nu moet je dan niet meteen beginnen met ‘waarom doe je dit of dat toch altijd verkeerd?!’ want dan weet je op voorhand dat er ellende van komt.
Een subtielere manier van vertellen is handiger. Eerlijkheid met mate is dus eigenlijk een betere dan recht voor zijn raap vertellen wat je er van vindt. Blijf daarin ook verstandig en diplomatiek en wees af en toe even hoffelijk als het zo uitkomt. De ander vindt dat vaak heel plezierig. Ben ik zelf altijd eerlijk geweest? Vast niet, er zal ook bij mij wel eens wat zijn overdreven, licht aangedikt, of buiten beeld gehouden. Soms kwam dat beter aan op het moment dat het zich voor deed. En ik denk dat dit voor de meeste van mijn lezers hier of elders het geval is. En ik ben wel benieuwd naar de verhalen over dit fenomeen van jullie kant. Wel eens opmerkelijke dingen gezegd of verzwegen uit hoofde van de eerlijkheid? Laat ff weten als je wilt of kunt…..
De D van Degelijkheid…
Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!
De C van collegialiteit

Wie wel eens een baan heeft gehad of net als ik een carrierepad bewandelde heeft er vast mee te maken gehad. Collega’s! Sommigen daarvan zeer gewaardeerd maar er zaten er vast ook tussen die je wel door de gehaktmolen had willen halen. Anders dan in een familie- of vriendenrelatie, waarbij affectie en liefde een rol kunnen spelen, is een collega een bij een baan of aanstelling meegeleverd bijverschijnsel waar je soms niet echt op zit te wachten. Ik heb er zelf een ambivalent gevoel bij. Uit eerdere blogs is wellicht wel duidelijk geworden dat ik een vrij recht pad bewandel als het gaat om de door werkgever of ‘klant’ opgedragen taken of doelstellingen en als je daarbij voor de voeten werd (wordt) gelopen door collegae kon ik daar buitengewoon slecht tegen. Velen werden naar hun eigen mening geroepen om net zo slim of qua kennis op gelijk niveau te opereren als ik, weinigen bleken in dat kader uitverkoren. Zal bij velen van jullie ook zo zijn gegaan. De een is de ander niet en veel mensen die ik leerde kennen werkten voor hun inkomen of status en verder niks. Ik werkte ook vooral omdat ik dat leuk vond, uitdagend, spannend soms, en dat geld was maar bijzaak. Heb ik nu nog wel eens last van. Maar die collega’s waren vaak bijzonder of apart. Er bleven er ook een paar hangen.

Mensen met wie ik een zodanig goede band wist op te bouwen dat ze tot mijn vriendenkring gingen behoren en dat nu nog steeds zijn. Soms al decennia lang. Zegt toch iets. Heeft overigens ook iets met eerlijkheid van doen. Je moet mekaar ook wel eens echt ‘de waarheid’ vertellen. Juist bij mensen die met je werken kan dat heel verfrissend zijn. Zij die er niet tegen kunnen of konden verdwijnen vaak uit beeld al doen ze je vooraf soms aardig kwaad of pijn. Roddel en achterklap, jaloezie, misgunnen van je positie, het is me allemaal overkomen. Zonder dat ik zelf stenen zal mikken omdat ik vrij van zonden ben hoor. Ook ik was voor sommige mensen vast een ‘bijzondere collega’ en die zullen soms ook net zo hebben moeten slikken. Voor mij waren toch echt de ergste collega’s de lieden die meenden dat ze ‘ergens verstand’ van hadden, maar bewezen dat ze nu net op dat punt bij het uitreiken van inzicht en kennis achteraan hadden gestaan. Maar die wel altijd de solopartijtjes wilden en mochten spelen. Omdat de dirigent van het werkorkest juist hun luidkeelse aanwezigheid eerder opmerkte dan het gezoem van de werkbij.

Mijn god wat heb ik sommige van die lui soms vervloekt. Niks kunners met een standbeeld voor zichzelf in de eigen achtertuin. Gelukkig wonnen de leukerds, de collega’s met wie het goed toeven was, de mooie mensen soms, en zeker de talentvollen. Die blijven me eerder en beter bij en ik denk met veel respect aan hen die net als ik verhuisden naar een volgende uitdaging. Soms hoorde ik nog wel eens van ze. Uit een ver buitenland of een branche waar zelfs ik voordien nog nooit van gehoord had. Maar altijd met gebleken respect. Collegialiteit is ook samen werken opdat het voor iedereen leuk is en vruchtbaar. Kortom, werk is ook vaak net zo leuk als de collega’s waren of zijn. Wellicht kom ik op een aantal nog wel eens terug. Een deel komt al voor in mijn nieuwe boek, dat in de laatste fase van correctie verkeert. Trouwens, hoe ervaren of ervoeren jullie je collega’s op het werk?? Wie mooie verhalen heeft moet ze hier vast even vertellen. Dank bij voorbaat!
