Typisch Brits; Triumph!

Typisch Brits; Triumph!

Een merk dat nu nog steeds een grote aanhang kent in de young/oldtimer-scene is het Britse Triumph. Men maakte bij die fabrikant niet alleen auto’s maar ook bekende motorfietsen. Best een grote naam dus. Maar ook een die beladen is met afwisselende successen of wat de Britten noemen ‘failures’. De firma werd opgericht in 1923, precies 100 jaar geleden dus, in Coventry, waar o.a. ook Jaguar vandaan kwam. In 1939 ging de tent voor de eerste keer failliet. Verkocht aan een nieuwe eigenaar maakte men nog wel wat mobiele zaken tot de Luftwaffe in de eerste periode van de Battle of Britain de fabriekshallen in puin bombardeerde. Na de oorlog nam de firma Standard (zie mijn blog op 22-1 jl.) de boel over en werd de fabriek herbouwd en begon men opnieuw.

Prachtige en wat luxe wagens werden toen gebouwd, in 1949 ook de compacte, zeer bijzonder gelijnde Mayflower sedan. Een auto die kleiner was dan een VW Kever maar groter oogde. Technisch was het allemaal Standrd wat de klok sloeg. Ook in ons land waren die Mayflowers te zien, al waren het er maar weinig. Succes kwam er pas echt toen men sportwagens ging bouwen als antwoord op de toen zo geliefde MG’s. De TR-2, uiterst aantrekkelijk van lijn en voorzien van een grote viercilinder uit een Standard Vanguard, reed je anno 1953 toch maar mooi 160km/u. Doorontwikkelingen waren de TR-3 en 3A/B. Elke versie moderner, sneller, maar nog steeds typisch klassiek Brits qua concept. In 1961 kwam men met de TR-4/A die was getekend door Micheloti en echt kracht uitstraalde.

Met zijn best gedateerde motoren was die kracht er niet meteen, maar de looks waren geweldig. Bij de TR-5 was een zespitter leverbaar en werd 200km/u bereikbaar. Een echte two-seater voor liefhebbers. En zo ging het even door. Met de Spitfire keerde Triumph terug naar de lagere marktsegmenten. De elegante en lage sportwagen had een stevig chassis, en was motorisch gelijk aan de toen zo bekende Herald uit eigen huis. Roesten kon de Spitfire wel, maar dat deelde hij met veel van zijn merk/soortgenoten. De Herald op zich was een verrekte aardige poging om met een meer op volume gericht model geld te verdienen. En dat lukte wonderwel.

Naast een leuke sedan was er een stationcar en cabrio in het gamma te vinden en je kon zelfs een Herald als bouwpakket bestellen wat je dan zelf in elkaar moest steken. Een opgevoerde versie was de Vitesse die je meteen herkende aan de schuin opstaande dubbele koplampen. Latere Triumph’s waren de 2000, 2500, maar ook de voorwielaandrijver 1300/1500TC. Later benutte Triumph de carrosserie van die goedkopere wagens voor de nu weer achterwiel-aangedreven Toledo en Domomite. Prachtig was de Stag, ook weer door Micheloti ontworpen die met zijn open kap en V8 blok voorin heel wat Amerikanen wist te bekoren.

Ook de latere TR-7/8 sportwagens uit de jaren 80 werden enigermate bekend. Maar toen zaten we ook al in de bekende periode waarin Britse wagens een zeer twijfelachtig imago opbouwden. De kwaliteit was soms echt beroerd en dat maakte dat ook het voortbestaan van Triumph aan een zijden draadje kwam te hangen. Via een samenwerking met Honda kreeg men een nieuw model in handen, dat als Acclaim de showrooms weer moest vullen met klanten. Maar dat lukte matig. En zo werd ook Triumph prooi voor overname door een ander bedrijf. Uiteindelijk werd dat Rover (zie AMM 040922). En we weten dat ook die firma uiteindelijk het einde niet meer kon afwenden. Mooi merk dat Triumph met legendarische wagens die ook in Nederland vaak goed aansloegen. Maar nu vooral te zien bij actieve merkenclubs of in musea. En bij mij in dit blog natuurlijk….(Beelden: Archief)

Het einde dat een begin wordt…

Het einde dat een begin wordt…

De huidige ruimtevaart en satelliet-technologie is dusdanig ontwikkeld dat we met geavanceerde apparatuur in staat zijn miljoenen (licht)jaren terug te kijken in de tijd. Dat is best confronterend. Want bedenk je maar eens dat het licht dat wij op Aarde van sterren zien vaak al duizenden jaren of meer geleden is uitgezonden van die sterren(clusters). Maar die satellieten met hun telescopen of radio-signaalapparatuur doen daar nog een fikse schep bovenop. Ze zien zwarte gaten, het einde van sterren of het botsen van hele sterrenstelsels elders in het heelal. Maar dan wel zo lang geleden hebben plaatsgevonden dat wij op Aarde nog niet eens bestonden. Zo lang doet dat licht of wat die satellieten verder waarnemen er over om ons in het nu te bereiken.

Sensationeel natuurlijk en meteen duidelijk makend hoe nietig wij zijn in dat donkere niets van de ruimte. Waarbij mij ook steeds weer duidelijk is dat wij als geheel op dit bolletje leven in een vijandige omgeving. Terwijl wij andere medebewoners van dit planeetje naar het leven staan, soms doet die ruimte haar best om ons op een of andere wijze in een klap uit dat leven te verwijderen. Uit die oertijd en al die botsingen van miljoenen jaren her stammen hele brokken in de ruimte rondzwervende keihard steen. Groot, klein, maar soms zodanig uit de kluiten gewassen dat ze de aarde kunnen vernietigen. Niet morgen wellicht, maar waarschijnlijk over wat langere periode wel. Heb je geen vijandige buitenaardse wezens voor nodig. En die brokken hebben al heel wat schade aangericht op de mede-planeten van ons zonnestelsel. Kijk naar de oppervlakken van die andere bollen in de ring rond onze zon en je ziet wat ik bedoel. Kraters en zo meer. Fascinerend op afstand, maar ook iets wat je nu niet moet onderschatten.

Daarbij is vrijwel zeker dat ons leven zoals we dat nu kennen op deze toen nog vurige planeet is binnengebracht door een van die stenen uit de ruimte. Organismen, kiemen, het kwam en vermengde zich met wat hier toen al was. Indrukwekkend natuurlijk. En meteen ook ons eigen denken en inbreng op wat was, is en nog komt relativerend. Zeker als je weet dat we nu dus met onze technologie terugkijken in de tijd. Wie weet komt er ooit een satelliet waarmee we vooruit kunnen kijken. Kon ook wel eens confronterend werken. Onlangs heeft men berekend dat we nog een miljard jaar of meer hebben voor onze zon zijn omliggende satellieten een voor een gaat opslokken. Vonden geleerden erg interessant, Mij maakte het vooral bescheiden. Wij maken het niet meer mee, en vele generaties na ons ook niet meer. Want een miljard jaren is heel lang. Denk maar eens dezelfde periode terug. Ik denk dat je dan een Aarde ziet die indertijd ook al onleefbaar was voor ons mensen en de omringende dieren en planten. Kortom, dan is de cirkel weer rond. Wetenschap kan zo veel leren. Jammer dat het vaak wordt ingezet voor politieke doelen, maar dat is een andere discussie uiteraard…. (Beelden: Internet)

Familiebedrijf…

Familiebedrijf…

Onlangs zat ik aan tafel met een echte ondernemer. Had het bedrijf waar hij verantwoordelijk was over mogen (moeten) nemen van zijn zeer ondernemende pa die het ooit groot maakte in de wat ik maar noem gouden tijd voordat allerlei regelgeving roet in het hard werkende eten gooide. Hij vertelde me over hoe hij uiteindelijk na zijn eigen werkzame leven zelf het bedrijf had moeten verkopen aan een vreemde partij omdat de leden uit zijn nageslacht eigenlijk geen zin hadden in het gedoe van al die verantwoordelijkheid, maar ze ook bewezen niet de juiste genen te bezitten voor het harde leven als ondernemer. Hij genoot nu van zijn huidige leven als pensionado hoor, daar niet van, maar het bedrijf van zijn pa en hem zelf dat toch een jaar of 90 had gefloreerd en goed geld op gebracht was nu nog slechts een label onder een grote holding-paraplu van andere eigenaren.

Zelf maakte ik ook iets dergelijks mee. Wie mijn verhalen over leven met de Vliegende Pijl ooit heeft gevolgd weet dat ik zelf ooit aan de basis stond van een familie holding die moest helpen om de door mij bediende bewuste ondernemer en zijn naasten een garantie te geven voor de toekomst van dat moment. Niet wetende dat ik daarmee mijzelf geen diensten bewees. Wie wil weten hoe dat uitpakte moet maar even teruglezen. Maar ik had er daarna wel aardig de buik van vol. Dat zag ik later ook in een andere rol veelvuldig voorbij komen bij de omgang met bedrijven waar de kinderen de boel van Pa (of Ma) overnemen en dan zelf gingen ondernemen. Neem van mij maar aan dat velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren. Vaak zag je dat die eerste ondernemers zich niet schaamden om 7 dagen per week, en als het moet 24 uur per dag bezig te zijn met hun onderneming. Voor de opvolgers was of is dat veelal iets teveel gevraagd.

Bij toeval lees ik een soortgelijk verhaal nu in de periode waarin ik dit blog tik. Over Maarse en Kroon, een regionaal beroemd autobusbedrijf met zijtakken dat tot in de jaren 70 bestond, maar al ergens in begin 20e eeuw ontstond doordat oprichter Jaap Maarse zich een slag in de rondte werkte om regionaal openbaar vervoer van de grond te krijgen. Later ging het bedrijf over in Centraal Nederland en was het over met de toegevoegde waarde van een top-bedrijf. Nou zijn dat de positievere voorbeelden van wat ik bedoel. Ik maakte ooit een autodealerschap mee waar de oprichter op enig moment zijn pensioen bereikte en de zaak over deed aan zijn zoon. Het eerste wat die deed was een eigen kantoor laten bouwen, met op de deur van zijn werkruimte een bordje met opschrift ‘Directie – niet storen’. Hij had geen zin in contacten met klanten, daar was zijn ‘personeel’ voor. Nou dat liep al snel weg, net als zijn klantenkring en de zaak was binnen 10 jaar verdwenen. Als je goed om je heen kijkt kom je die soort bedrijven vaker tegen. Het moet je gegeven zijn. En dat is zeker niet bij veel bedrijven het geval. Ik ken gelukkig ook voorbeelden van bedrijven en holdings waar het wel goed gaat. Sterker nog, waar de jongere generatie verstandige besluiten neemt om zo te consolideren en uit te bouwen wat ooit als fundament door de oer-ondernemer en vaak naamgever is bedacht en uitgewerkt. En dat geeft hoop. Maar neemt niet weg dat ik nog steeds een zure smaak in de mond krijg als ik terugdenk aan de holding die ik ooit zelf bedacht…. Heb er nog spijt van….. (Beelden: Prive)

79 jaar geleden…

79 jaar geleden…

Maar dan over twee dagen…startte de Operatie Overlord. D-Day in de volksmond. Vanuit het westen werd bezet Europa vanaf de Engelse havens in het Zuiden daar aangepakt en zou in de volgende maanden de bevrijding van onze streken plaatsvinden. Britten, Amerikanen, Canadezen maar ook Polen, Fransen en zelfs Nederlanders trokken via de Normandische stranden dat deel van Frankrijk binnen en verdreven daar de Duitsers. Die dachten veilig te zitten achter hun ‘onneembare’ Atlantikwal maar toen het er op aan kwam was ook die betonnen vesting relatief simpel in te nemen. Forten zijn geen bescherming als er vliegtuigen overheen kunnen vliegen. Daarbij was het betreffende invasiegebied murw gebeukt door granaten afgevuurd door een gigantische vloot oorlogsschepen en eskaders bommenwerpers die de grondtroepen vooruit gingen.

Voor de Duitsers kwam de invasie op deze plek als een verrassing. Men verwachtte de geallieerden noordelijker, waar Het Kanaal smaller was. Maar de slimme strategen uit de betreffende landen kozen bewust voor de landingen op de nu zo bekende stranden. Niet dat het allemaal zonder slag of stoot ging. De meeste luchtlandingen verliepen nog wel soepel, maar de jongens die met hun materieel op het strand moesten landen leden zware verliezen. De Duitsers zaten goed ingegraven en schoten op alles wat bewoog. Daarbij hadden ze de nodige obstakels geplaatst op het strand waardoor rijdend materieel maar moeizaam opschoot. Maar langzaam maar zeker werden de Duitsers uit hun bunkers verjaagd, gedood of gevangen genomen en trokken veel andere troepen zich terug op nieuwe defensielinies.

Tanks op weg naar de invasiestranden werden vaak onderschept of vernietigd, de Duitsers verloren hun overwicht. Steeds meer geallieerde troepen kwamen aan wal en toen ze een kunstmatige haven hadden weten aan te leggen stroomden ook tanks en pantserwagens Frankrijk binnen. De jacht op de Duitsers werd geopend. Maar niet zonder dat men zelf zware verliezen moest nemen. De geallieerden hadden daar wel rekening mee gehouden, maar de Duitsers waren toch niet te onderschatten. Doordat de spoorbanen waren opgeblazen dan wel gebombardeerd en geallieerde bommenwerpers en jagers elke beweging van de Duitsers op spoorgebied of wegen direct aanpakten was het aanvoeren van troepen en materieel voor de Wehrmacht vrijwel onmogelijk. Men stond tegenover een overmacht en omdat men aan het Oostfront ook een ongelijke strijd voerde tegen de Russen was versterking van het westelijke front vrijwel ondenkbaar. Binnen een paar maanden was men in onze streken in gevecht met de Duitsers. Ook hier waren die gevechten heftig en we weten wellicht allemaal nog hoe de luchtlandingen bij Arnhem mis liepen doordat de daar gelande troepen te lang moesten wachten op versterking vanuit het zuiden, waar de smalle Nederlandse wegen zorgden voor een hoop vertraging en soms hele tankslagen om vooruit te komen. Hoe dan ook, het is te danken aan al die jongelui van toen die knokten voor onze vrijheid nu. Vrijheid die we nog wel eens lijken te willen verkwanselen aan nieuw dictatoren of sektes dan wel doctrines. Alleen al om wat toen voor ons als volk werd gedaan zouden we dat niet moeten willen en onze vrijheden (als die van meningsuiting) moeten koesteren. Overmorgen denk ik even aan die knullen die in Frankrijk de stranden bestormden. Jullie ook?? (beelden: prive-collectie )

Klasse eten op historische plek..

Klasse eten op historische plek..

Voor hen die wel eens in de buurt van onze stad het omliggende Amstelland in of door zijn gereden en dan de route langs de Ronde Hoep of Waver deden, zal deze horecazaak wellicht bekend zijn, voor anderen is het een tip. Restaurant de Voetangel op het kruispunt van waterwegen die ofwel richting de Utrechtse Vecht leiden dan wel via een grote bocht naar de grote oude rivier de Amstel. Al eeuwen geleden hier gevestigd en door de jaren heen vergroot, gemoderniseerd en van karakter veranderd. Was het ooit een pleisterplaats voor passagiers van trekschuiten of bemanningen van vrachtschepen op wegen naar de een of andere stad langs die oude waterpartijen, tegenwoordig is het een gerenommeerd restaurant waar gastvrijheid heel hoog in het vaandel staat. Wij werden onlangs door lieve vrienden getrakteerd op een driegangen-diner bij dit geweldige restaurant en echt, het was zoals we het vooraf verwacht hadden. De zaak is een paar jaar geleden totaal gemoderniseerd en uitgebreid maar men heeft toen scherp gelet op behoud van de sfeer van voorheen. Gezellige inrichting, hoekjes voor tafels met vier stoelen, keurig gedekte tafels naast grotere zaaltjes waar gezelschappen feestjes kunnen vieren of bedrijfsbijeenkomsten met een of ander lekker hapje of drankje kunnen afsluiten.

Het team is meer dan professioneel. Gastheer/vrouwschap is door de jongste generatie uit de lokaal bekende familie Leurs tot regel verheven en je voelt je daardoor meteen thuis. De menukaarten (voor elke gang is er een) geeft een keur van heerlijkheden, soms zelfs seizoensgebonden. Het een nog lekkerder dan het ander. Wij kozen in eigen kring voor allerlei verschillende zaken, maar ik zelf genoot intens van gepofte knoflooksoep met croutons vooraf. Naar ik begreep van de tafelgenoten was ook de uiensoep een waar genoegen. De hoofdgerechten waren daarnaast van dusdanige kwaliteit dat je de vingers er bijna bij op at. Dat zegt veel. Ook de toetjes (aparte kaart) bleken een echt genoegen. Geen druk op tijd of behoefte aan jouw tafel overigens. Niks daarvan. Eten is hier een genoegen en voegt veel toe aan een uitje zoals wij dat met vrienden waarmee iets te vieren viel beleefden. De prijzen zijn wel bijpassend. Wie zoekt naar friet met een biefstuk kan beter een deurtje verderop zijn heil zoeken. Hier eet je op niveau en krijgt de bijpassende service. Parkeren achter het pand is geen probleem, het uitzicht richting het westen op de dag dat wij er te gast was adembenemend door een felrood ondergaande zon. Kortom, wie iets bijzonders wil meemaken op culinair gebied, is hier aan het juiste adres. Wel even reserveren, want er komen hier heel wat meer gasten voorbij. Wat mij betreft gaat het rapportcijfer 10 er nu weer eens uit. En dat is niet iedereen gegeven zoals u weet…. (Beelden: Internet/Prive)

Krijtberg …

Krijtberg …

Hoewel tegenwoordig Lenin en Mao in het stadsbestuur van onze stad om het hardst knokken wie de dienst mag uitmaken waren het juist de katholieken die deze stad ooit tot grote bloei brachten. Maar dan wel heel wat eeuwen geleden. Die geloofsgeschiedenis is goed terug te vinden in de vele kleine en grote kerken die stad rijk is of was. Een daarvan staat aan de Singelgracht niet ver van het Koningsplein en de befaamde bloemenmarkt.

Ooit gebouwd in tijden van ommekeer, de Lutheranen en Calvinisten vochten met de Roomse kerk om de macht, kreeg de schuilkerk die vooraf ging aan het huidige imposante gebouw de naam Crytbergh vanwege een link met de krijtrotsen van Zuid-Engeland waarmee de oer-oprichters een zakelijke band hadden. De huidige kerk is van later datum en kent een neogotische stijl. Eerlijk gesteld was ik er tot voor kort nog nooit in geweest, maar omdat de poort op een fraaie dag in mei open stond voor bezoek stapten we naar binnen.

En wat een beleving werd dat…. Een katholieke kerk zoals die er uit hoort te zien. Prachtig versierd, een indrukwekkend altaar, vele beelden, deels voorzien van plekken om het bekende kaarsje te branden, en houten banken voor de gelovigen. Rust is ook hier opvallend. Kerken zijn vaak ook plekken om even te ontsnappen aan de hectiek buiten en dat is door de eeuwen heen zo gebleven. Er staan in die Krijtberg nog echte biechtstoelen, en als je de website van de Parochie bezoekt zie je dat men het Roomse geloof hier nog belijdt zoals het ooit is bedacht. Inclusief speciale missen, maar ook met Gregoriaanse muziek. Het zal velen bekoren die ooit door het ware geloof zijn aangeraakt. De activiteiten die ik zo voorbij zag komen doen vermoeden dat men omwille van het voortbestaan in deze onzekere tijden ook echt bezig is met actief verkopen van geloof en de bijbehorende normen en waarden. Wat je er ook van vinden mag. Hoe dan ook, de kerk is prachtig en qua beleving wederom een toevoeging aan het gamma kerken dat onze Hoofdstad rijk is en wij intussen zelf ook bekeken. En die zouden moeten worden gekoesterd want ze vertellen veel over het verleden van deze stad die door de jaren heen zoveel doctrines kende en stromingen die altijd uit waren of zijn op de macht. Dat raakte ook deze kerk en haar parochie. De afbraak van de geloofsgemeenschappen in de jaren 60/70 was ook voor de Krijtberg bijna te veel van het goede. Maar men laveerde daar uiteindelijk doorheen en daardoor bestaat deze parel in de katholieke kroon, hartje centrum van de stad, nog steeds. En wie er eens langsloopt moet toch eens naar binnen gluren. Je kijkt zomaar een paar eeuwen terug in de tijd. En wie wil dat nu niet? (beelden: Prive)

Pruttelende bestseller…

Pruttelende bestseller…

O, o, wat moesten sommige ‘autokenners’ in vroeger jaren toch lachen om die wagens uit het zgn. Oostblok van voor 1989. Volgens hun ‘kennis’ waren al die auto’s gemaakt van plastic en reden ze zonder uitzondering op tweetakt-benzine/oliemengsels. Nou dat was een grove misvatting. Wie hier regelmatig leest zal het zijn opgevallen dat al die ‘kennis’ niet klopte. Er was maar een auto met dit concept, de door het Oost-Duitse staatsbedrijf Sachsenring gebouwde Trabant. En die wagens werden niet zo maar van deze bouwwijze voorzien. Het was de enorme druk vanuit de communistische Sovjet-overheersing die maakte dat de meeste fabrikanten uit het vroegere Duitsland last kregen met de aanvoer van materialen als staal voor de auto-industrie.

Juist voor Sachsenring, ooit een erfopvolger voor het trotse Horch van voor de oorlog, was dit een ramp. Men wilde graag de massa-motorisering van de Volkskameraden verzorgen maar kreeg domweg niet de materialen om dat te doen. Dus greep men naar alternatieven. Slim als de Oost-Duitse ingenieurs waren ontwikkelde men toen Duraplast. In feite een mengsel van textielvezels uit de Sovjet-Unie, gedrenkt in harsen die men onttrok aan de eigen bruinkoolmijnen en perste dat goedje tot keiharde kunststof plaatwerk.

Omdat het spul niet zo hield van rondingen waren de eerste en latere Trabants veelal aardig rechthoekig van vorm. Men zette die kunststof platen op een frame van metaal en hout, en voegde er een oude DKW-tweetaktmotor aan toe die de voorwielen aandreef. De eerste wagens van dit type (P50 en later de 500) waren nog relatief simpel en grof gebouwd. Maar het concept werkte en de belangstelling voor de wagens was in eigen land oneindig groot. Zo groot zelfs dat de productie steeds verder werd opgevoerd. In 1964 verscheen de P601, de Trabant zoals we die nu nog steeds zo goed kennen. Met een tweecilinder van 594cc inhoud had je dan 23 (later 26) PK’s beschikbaar. Kon je net de 100km/u mee halen. Voor het Oosten van Europa meer dan genoeg. In onze streken waar de Trabi’s ook werden geimporteerd en verkocht was dat net te weinig.

Daarbij was de typische walm van de tweetaktmotoren voor veel mensen net even te veel van het goede. Neemt niet weg dat zijn ultiem lage prijs zorgde dat er nog steeds kopers voor waren. In de DDR was de wachttijd voor een nieuwe Trabant 10-15 jaar. Tweedehands exemplaren waren vaak net zo duur als een nieuwe. Heel gevraagd was de Universal stationcar waar je wat meer bagage in mee kon nemen. Hoewel de techneuten in het oosten van Duitsland werkten aan allerlei nieuwe modellen voor hun Trabantklanten, hielden de communisten de poot meer dan stijf. En zo duurde het tot in 1988 voor ook bij Trabant moderne viertaktmotoren van VW voorin de Trabi’s werden gelepeld. Maar daarvoor moest het karretje wel compleet worden aangepast. En toen men daarmee klaar was werd de DDR opgeheven en geintegreerd in de BRD. Daardoor was de markt voor de Trabant ineens totaal verdwenen. Veel van die karretjes werden gewoon bij het grofvuil gezet en vernietigd. Het overblijvende wagenpark werd gelukkig vaak gekoesterd. En daardoor stegen de prijzen de laatste jaren aardig. Onderdelen zijn niet echt een probleem, er zijn genoeg oude garagisten uit de oude DDR die een hele voorraad hebben liggen. Hoe dan ook, er zijn miljoenen Trabants gemaakt en verkocht. En er zijn maar weinig modellen van volgens kenners ‘bekendere merken’ die deze aantallen achter hun naam of nummer hebben staan. Alleen daarom al is dat Trabant best een model dat als merk door het leven kan. Want wie heeft nog van VEB-Sachsenring (de fabrikant) gehoord?? (Beelden: archief)

Kantjil

Kantjil

Voor wie in het centrum van onze stad Amsterdam lekker uitheems wil eten is de keur aan restaurants meer dan groot. Ik beschreef er eerder al eens een paar via mijn meningblog. Dit keer neem ik u tekstueel mee naar de Spuistraat 291/293 waar het Indonesische restaurant Kantil en de Tijger te vinden is. Wij kenden het adres van eerdere bezoeken en waren er dan altijd behoorlijk tevreden over het gebodene. Van de 96 Indonesische restaurants in de hoofdstad geeft TripAdvisor dit adres de 19e plek en dat is bepaald niet verkeerd. Wij kwamen met ons gezelschap binnen na een fikse stadswandeling (20.000 stappen) dus de trek was groot. Kom je hier aan het juist adres. De ontvangst was zeer klantvriendelijk, de tafel wat bescheiden van omvang maar voor wat wij aan lekker eten kozen was dat prima.

De keuze aan indo-gerechten is uitstekend, de drankjes betaalbaar en alles wat je bestelt staat snel op tafel. Drie van ons kozen Nasi Rames en dat serveert men op een grote schotel met een brede sortering aan lekkere gerechten daarop. Nadeel is dan wel dat je na de helft ervan te hebben verorberd toch ontdekt dat de rest snel is afgekoeld. Dat is even minder. Om ons heen zaten overigens veel landsaarden te smullen, Nederlands wordt er bijna niet gesproken onder de gasten, maar dat heeft veel van doen met de locatie. Het restaurant zelf is wat ouderwets ingericht, de helft van de beschikbare tafels was bij dit bezoek afgeschermd zodat je daar niet kon zitten. Personeel is uiterst vriendelijk en snel. Toiletbezoek leverde een voldoende op qua zichtbare hygiene en comfort. En dan de prijs. Alles bij mekaar bleven we met vier mensen onder de 100 Euro. Prijs/kwaliteitsverhouding prima in orde dus. En als je zoals wij liefhebber bent van deze gerechten zit je hier prima-de luxe. Een dikke 9 is de score voor Kantil en de Tijger…(beelden: prive)

Westergasspektakel…

Westergasspektakel…

Samen met onze Soester vriendjes op stap in onze stad is altijd een waar genoegen. Zeker omdat we dan een of andere bestemming zoeken met een zeker vermakelijk of cultureel genoegen als resultaat. Onlangs was dat dus weer zo en togen we vanaf het Centraal Station wandelend naar het fraaie Westerpark en daarin gelegen bijna museale Westergasfabriek-terrein. Hoewel de gebouwen daar (terecht) een historische industriele functie doen vermoeden is het nu vooral een cultureel centrum. En daar binnen werd een prachtige expositie/voorstelling gehouden die eigenlijk niet in woorden (of zelfs enkele beelden) is te beschrijven.

Stel je dan maar even voor dat je in een enorme hal terecht komt waar binnen het bewust donker wordt gehouden en waar overweldigende muziek je oren op voorhand al bezig houdt. Pink Floyd of Gregoriaanse koren… Het behoort toe aan een lichtshow die ik in mijn hele leven nog nooit heb gezien of meegemaakt. En echt, autofabrikanten maakten van dezelfde techniek gebruik op kleinere schaal bij de introductie van nieuwe modellen. Dus dat kende ik wel. Dit is echter in alles de overtreffende trap met een turbo er op. Muren van pakweg 15 meter hoog zijn ineens projectieschermen, zowel voor, achter als naast je.

Alles beweegt, popt op en verdwijnt weer en omdat men beelden benut die te maken hebben met de geniale (maar ook wat gekke) schilder Salvador Dali of de door velen als briljant geziene architect Gaudi is alles kleurrijk en bijna vloeibaar. De muziek versterkt het gevoel. Ga er wel bij zitten, want echt, het overweldigt iedereen en als je niet oplet val je ondersteboven van verbazing of omdat het psychedelische effect van die voorstellingen (opgesplitst in twee delen..) je kan doen wankelen.

De adem stokte soms in mijn keel en ik betrapte me er op dat ik echt intens en vol verbazing aan het genieten was, terwijl ik op andere momenten met name de muziek van Pink Floyd (luidkeels) ook nog mee stond te zingen (mag niet..). Maar dit terzijde. Je bent wel even zoet, want dit is niet een hapsnap-klaar gebeuren. Je wordt in twee onderdelen meegenomen en verdwijnt als toeschouwer in het geheel. En dat samen met soms een paar honderd medegasten die in de enorme ruimte overal staan of zitten en soms gewoon rondlopen. De ruimte is zo groot en de voorstellingen zodanig ingericht dat je nooit iets van het virtuele hoeft te missen. Briljant bedacht, geweldig uitgevoerd. Aan de zijkant van het hoofdgebouw nog een paar ruimtes met sub-exposities.

Waaronder een waar je in ligstoelen kunt ervaren hoe je computer gestuurd op een scherm van 10×4 meter een oud IBM letterbolletje uit een schrijfmachine kunt laten (des)integreren in kleine stukjes metaal en daarna weer kunt laten terugvloeien tot een geheel. Het is echt te gek. Aanrader voor hen die wel eens iets bijzonders willen ervaren. De voorstelling heet ‘Fabrique des Lumieres’ en kost je als volwassen bezoeker 16 euro. Maar dan krijg je ook wat. In de omgeving van het theater is van alles te eten en te drinken, en als je even tot rust wilt komen is er het erg fraaie Westerpark waar men ook nog wat kunst heeft uitgestald. Kortom…leuk bij een bezoekje Amsterdam en iets minder fraai weer wellicht…. (beelden: Prive)

Van onzin tot luchtweerstand..

Van onzin tot luchtweerstand..

Stel dat je het eens bent met de linksies die menen dat alles wat fout is in onze wereld de schuld is van rechts denkende wat meer volwassen automobilisten. En dat je dan ook meent dat iedereen in een elektrische auto de Aarde moet gaan redden, dan wel moet overstappen op een elektrische fiets of het door ‘groene stroom’ aangedreven OV. Dan krijgen we een wereld die zelfs in de boeken van types als Marx of Lenin nog niet kon worden bedacht. Een bovenlaag die alles kan kopen wat zijn/haar hartje begeert, een veel grotere onderlaag die als voetvolk gaat dienen voor die bovenlaag.

En die onderlaag zich dan maar geen illusies moet maken over vakanties, een huurhuis, laat staan een eigen woning, water en brood nog net behoort tot het menu en de contra-revolutie wordt onderdrukt door een Groenlinkse Revolutionaire Garde die elke tegenspraak met harde hand uit de samenleving verwijdert. In zo’n samenleving willen we als normale democratische lieden niet leven. Gelukkig krijgen die linksies het vooralsnog niet voor het zeggen in dit land maar doet de Grachtengordel er verder alles aan haar stempel op de maatschappij te drukken. Ook op het gebied van automobiliteit. Men wil wel elektrisch rijden maar doet dat niet meer in de van voorheen bekende autotypes als een sedan (vaak familiewagens met een grote letterlijk uitstekende kofferbak).

Ook de compacte driedeurs hatchback is uit geraakt net als de kleine (en zuinige) A-klasser. Tot die laatste categorie behoren wagens als de KIA Picanto, VW UP! of Toyota Aygo. Die karretjes zijn echt zuinig, bieden voldoende comfort voor ritjes in de regio of naar de familie en waren tot voor kort nog aardig betaalbaar ook. Maar nee, het moet allemaal elektrisch en dan zijn die kleintjes van de huidige generatie niet te gebruiken. En wat zie je dan? De SUV in al zijn verschijningsvormen. Groot, hoog, log, en onzuinig. Maakt niet uit of je diesel verstookt of om de 300km aan de stekker hangt. Een rijdende container is niet zuinig te maken, een kogelvormige lage auto wel.

Maar die laatste soort kiest geen kip. Hoeveel echte (of betaalbare) sportwagens voor de gewone man zijn er nog te vinden in de merkshowrooms? Nul! En ook Chinese nieuwkomers als MG en Lynk & Co brengen de SUV voor de jonge manager zodat die zich ook een hele meneer of mevrouw kan voelen. Zelfs in het goedkopere segment zijn die SUV’s goed voor een groot marktaandeel. Kennelijk tel je in leaseland niet mee als je er niet in rondrijdt. Sommige van die wagens vind ik persoonlijk nog wel geslaagd, maar de meesten toch echt niet. En echt, ze rijden domweg onzuinig, dus minder ver dan hun gestroomlijnder soortgenoten. Waarom zijn we er dan zo gek op? Allemaal een kwestie van status.

Hoe groter de auto, hoe belangrijker je vermoedelijk bent in de wereld waarin je als mens naar eigen idee acteert. Ging vroeger al op voor mensen die bijvoorbeeld een Audi of BMW mochten kiezen van hun baas. Die kwijlden dan bij het idee dat ze een Avant of Touring mochten berijden, de stationcarversie van veel door die Duitse merken geleverde modellen. Bij andere merken ging dat net zo. Veel extra ruimte en vaak voor vrijwel hetzelfde geld. Dus daarom nu hup massaal in de SUV. 45% van de markt is nu gevoelig voor dat grote en omvangrijke. Verheven boven de andere weggebruikers en als jouw SUV kleiner is dan die van de buren droom je vanzelf van een nog grotere. Nou die komt er aan. Ook het van voor de financiele crisis bekende patsermerk (GM)Hummer komt met een elektrische versie. Zo breed dat hij niet door de straten van de meeste plaatsen in ons land heen kan komen zonder halve gevels te slopen. Maar wel een stoer ding. Kan het schelen dat je dan stroom verbruikt als een heel huishouden gedurende een jaar? Maakt het uit, je rijdt elektrisch en redt de planeet. Dat spul komt vast snel in zwang op de Zuidas. Maar ik zal die types alleen maar zien als asociaal en onaangepast. Net als van die met een brullende V8 in hun sportwagen de banden lieten verbranden bij het wegrijden van een stoplicht. Maar ik zal wel worden gezien als te oud en niet meer bij de tijd. Het is niet anders….(Beelden: archief Yellowbird)