Waar mijn persoonlijke mening wordt geventileerd…Alle teksten en beelden vallen onder mijn persoonlijk copyright en mogen nooit worden benut, gekopieerd of gebruikt door derden zonder mijn specifieke toestemming. Ook de gebruikte afbeeldingen vallen (mits anders vermeld) onder deze standaardregel.
Het bloed kruipt bij mij waar het niet gaan kan. En dus koop ik als het kan elk jaar (sinds de jaren 80/90) in de maand december de door het befaamde Duitse auto-magazine Auto Motor & Sport uitgegeven AutoKatalog (catalogus) waarin alle auto’s staan die je in het volgende jaar (dus nu 2025) kunt verwachten in de showrooms van dealers of via exclusieve leveranciers die de wagens van een paar miljoen Euro per stuk bij je voor de deur komen afleveren. Het is voor mij een geweldige vraagbaak rond nieuwe wagens die zich soms voor een deel zelfs aan mijn professionele blikveld weten te onttrekken. Met 260 pagina’s, full-colour, en barstensvol relevante informatie over techniek, mogelijkheden, maar ook marktsituaties in Duitsland is dit een aardig overzicht van wat zich in autoland (deels exclusief voor de oosterburen) zoal afspeelt.
En dat al vele jaren. Was het vroeger een boekwerk dat je voor een bedrag van 6 Deutsche marken kon kopen, tegenwoordig leg je er wel 13 euro voor neer. Maar een keer per jaar moet het kunnen is mijn idee. Ik geniet er van, lees het helemaal uit en start altijd bij mijn eigen merk en die welke in mijn professionele jaren door de handen zijn gegaan. Dat verrast soms, maar verveelt nooit. En het leest lekker weg. Dat is in die jaren waarin ik het boekwerk koop nooit veel veranderd. De Duitse autojournalistiek is echt een vakgroep om rekening mee te houden. En dit boekje staat nu naast zijn soortgenoten uit andere jaren. Als ik er iets uit nodig heb kan ik het zo pakken. Ook leuk… (Foto’s: Yellowbird collectie)
Een maand geleden ongeveer werden we door onze schoonzus uitgenodigd voor de lunch. Bij bijzondere gelegenheid rond de sterfdag van mijn oudere broer, nu alweer vier jaar geleden, maken we er een traditie van om dan even samen te zijn en in zijn gedachtenis samen iets lekkers tot ons te nemen. Dit keer had schoonzus gereserveerd in een ons voor ons bezoek totaal onbekend restaurant in het landelijk gelegen kleine dorp Baambrugge dat je vindt aan de Utrechtse Vecht tussen Abcoude en de Provinciale weg N201 voor Loenersloot. Strategisch gelegen op de punt van de bebouwing vanuit Abcoude komend en met de rug tegen de Vecht heet het restaurant specifiek naar deze locatie. Binnen is de ambiance gezellig.
Er zijn kleine zithoekjes, maar ook grotere ruimten en plekken aan de bar te vinden. Je wordt er vriendelijk en opmerkzaam opgewacht door de medewerker van dienst en onze gereserveerde plek bevond zich in een soort alkoof met twee tafels met ieder vier stoelen. De atmosfeer is een beetje bruine kroeg-achtig maar de menukaart maakt duidelijk dat de ambities hier duidelijk op ander niveau acteren. Wij kwamen voor de lunch en ook dan is de keuze breed en smakelijk. Terwijl de dames in het gezelschap kozen voor iets lokaals en speciaals, ik hield het bij een uitsmijter.
Een goed exemplaar bepaalt voor mij wat voor zaak dit is (..). Nou niks te veel verwacht, het gerecht was zalig en de dames smikkelden ook met veel genoegen van de hen voorgezette meer specifieke gerechten. De thee (voor mij) was van de goede zwarte soort, ten behoeve van liefhebbers voor andere smaakjes werd een minidoosjes neergezet, dus keuze zat. Op deze wat kille dag was de temperatuur binnen uitstekend, de bediening meer dan professioneel en vriendelijk en natuurlijk mocht een bezoek aan het veel bepalende toilet niet ontbreken.
Ook daar was het tiptop in orde allemaal. Prijs/kwaliteit meer dan op orde en een adresje om te onthouden. En dan te bedenken dat ik hier per jaar een keer of twintig voorbij rijd en dit restaurant nooit eerder heb opgemerkt. Naast het door ons bezochte binnen-restaurant is er een steiger met terras en is ook aan de kopse kant van het gebouw nog een buiten-terras dat nu in restauratie was maar in de warme perioden van het jaar vast in vol bedrijf zal zijn. Aanrader mensen. En mijn rapportcijfer dienovereenkomstig…10! (beelden: Prive) (Met dank aan onze lieve Rosie)
Los van de mensen die het plezierig vinden om een gericht pak slaag te krijgen omdat ze daar opgewonden door raken is slaan van anderen altijd een abjecte actie van lieden die met woorden niet genoeg aandacht of respect krijgen. In de huidige tijd en in onze toch normaal ontwikkelde beschaving van een volk en land dat evolueerde achter de duinen van de Noordzee gebruik je geen geweld om wat dan ook af te dwingen. Laten we over aan barbaren en menselijk ongedierte. Maar het was zeker niet altijd zo. In mijn jeugd was slaan nog een vrij normale manier van opvoeden en zeker ook op de toen best strenge scholen werd wat afgetuigd.
Dat kon gaan met de blote hand, soms met een lineaal, de aanwijsstok of een rietje. Gezien het aantal leerlingen per klas (veel, meer dan nu als druk wordt gezien) en het soort kinderen was die handhaving van de discipline kennelijk nodig. Tot op de randen van de Middelbare school zag ik het plaatsvinden en vrijwel niemand nam er aanstoot aan. Ik herinner me nog wel een fiks uit de kluiten gewassen leerling van de 6e klas L.S. die na een klap door de leerkracht een beuk terug gaf. Was hij thuis ook zo gewend. Kon meteen naar huis en zagen we niet meer in de klas terug. Hetzelfde gedrag zag je ook bij veel kinderen thuis. Ouders die vermoeid waren door het harde werken wilden thuis rust. Lastige kinderen moesten gewaarschuwd en daarna kwamen de klappen.
Gek (gelukkig)genoeg heb ik er zelf op een enkele uitzondering na dan, nooit echt last van gehad. Niet dat ik nou meteen een equivalent van een engel was, verre van dat, maar los van luide verbale terechtwijzingen werd er bij ons zelden of nooit geslagen. Wellicht omdat zij die vrij van zonden waren in onze familie niet voorkwamen. Wie modelkinderen wil opvoeden moet zelf het beste voorbeeld geven. Nou dat was niet zo in ons huisgezin. Neemt niet weg dat ik er achteraf blij om ben dat er niet zo op los werd geramd als ik elders wel eens meemaakte. Kinderen die bang waren voor hun ouders, welke band wil je opbouwen dan?? Zelf was ik streng doch rechtvaardig richting ons kroost al was soms de verleiding tot uithalen best wel eens aanwezig. Toch zullen er geen trauma’s zijn overgebleven aan ook mijn manier van rechtzetten bij wat krom verliep. Nee, dat fysieke uitpakken was en is eigenlijk niks voor mij. Al ben ik buiten de deur best wel eens overgegaan tot een ‘tikje’ als iemand me iets flikte wat echt niet kon. Maar dat is inmiddels in het dikke boek van de Sint verdwenen en naar Spanje verhuisd. Overigens zag ik ook ruzies in die jeugdjaren tussen buren of mensen die ontevreden waren bij het garagebedrijf aan de overkant of zo, omgezet worden in een paar tikken over en weer. Ging heel anders dan tegenwoordig. Wie het nu oneens is met gedrag van anderen koopt wat cobra’s in of ander vuurwerk en pleegt een aanslag op het huis of bedrijf van de ander. Elk jaar meer, en de wetgever loopt op grote afstand achter de feiten aan. Slaan doen we ook nog, maar dan vooral in kringen waar normale mensen niet willen verkeren. Was toen ook zo. Heetten die mensen ‘asociaal’ te zijn. Geldt nog steeds. En bij het slaan van kinderen spreken we terecht van ‘kindermishandeling’. Geen leerkracht die het in zijn bol haalt om de prinsjes en prinsesjes van tegenwoordig nog met een vinger aan te raken. Je bent zo aangeklaagd wegens grensoverschrijdend gedrag, je baan kwijt, onderdeel van de cancelgemeenschap en in de media bekend binnen Woke-kringen. Dat wil je niet. En dat zie je toch terug in het gedrag van veel kinderen tegenwoordig. sommige van die ettertjes kunnen soms best een pakje slaag gebruiken….Foei toch Meninggever!! (beelden: internet)
Het was een wat grijzige dag in 1964 dat ik voor het eerst het luchtruim zou kiezen in een sportvliegtuig. In dit geval een piepkleine Piper Tri-Pacer vanaf vliegveld Hilversum. Samen met een gezelschap dat bestond uit mijn toenmalige ‘meisje’ (nu vrouwlief), oudere broer Rob en een collega van de bankinstelling waar ik toen werkte. De hobbypiloot van het kleine driepersoons vliegtuigje was ook weer iemand van die zelfde bank en moest gewoon zijn uurtjes maken en liet zich graag betalen door de passagiers die deze luchtdoop wel iets vonden.
Dat vliegveld Hilversum had nog een extra en aardige attractie in die periode, een oude Siebel Si204 die ooit dienst had gedaan bij Prins Bernhard (die had er na WO2 zelfs twee) en daarna een carriere had gekregen bij het Nationaal Luchtvaart Laboratorium. Nadat men bij dat instituut een nieuw meettoestel had aangeschaft ging de PH-NLL naar een bedrijf op Hilversum, Skylight, vooral bekend van haar reclame- en rondvluchten.
Daar verloederde de best unieke en oude Duitse machine met Nederlandse historie al snel en werd overgelaten aan de elementen en het grijpgrage vandalenvolk van toen. Best jammer, want dit was eigenlijk een kist voor het Nationaal Luchtvaart Museum. Hoe dan ook, tijdens het wachten op beter weer en de piloot waarmee we de lucht in zouden gaan, bezochten we even die oude Duitse kist en zaten o.a. in de cockpit. Ik draaide aan het stuurwiel, keek naar de (nog aanwezige) instrumenten, loerde naar de omgeving via de grote glazen kap van de machine en vroeg aan de denkbeeldige verkeerstoren om een toestemming op te stijgen. (Tenslotte had ik al twee keer met een tweemotorige machine boven Amsterdam gevlogen, was dus best ‘ervaren’…)
Ineens klonk uit een luidspreker (die hadden we niet gezien) de stem van de verkeersleider op de toren…’You are cleared for take-off Runway 22′. Ik schrok me een hoedje. Bleken die lui daar gewoon mee te luisteren…. Hoe dan ook, er zijn foto’s gemaakt van dat evenement en uiteraard van onze latere vliegavonturen. De Siebel is niet veel later compleet gesloopt. Helaas bleef er weinig tot niets van bewaard. Terwijl dit best interessante vliegtuigen waren geweest. Denk ook maar aan de link met de toen nog op handen gedragen Prins… Ontworpen in het vooroorlogse Duitsland als licht transport/lesvliegtuig werd het zowel in Duitsland, bezet Frankrijk en Tsjecho-Slowakije gebouwd voor de Luftwaffe.
Een aantal van deze Siebels opereerde in Luftwaffe kleuren ook in ons land. Wellicht komen die twee toestellen van Bernhard ook wel uit die in Nederland gestationeerde Duitse vloot. De Siebel kon 8 passagiers vervoeren, had twee Argus 411 motoren van 592pk elk en viel op door die typisch Duitse glazen cockpitkoepel en twee staarten. Na de oorlog werden ze door de Fransen nog een tijdje doorgebouwd en ook de Tsjechen hielden de machine in productie als Aero C3. Onlangs ontdekte ik in mijn bergruimte op zolder een oude plastic bouwkit van zo’n kist en besloot ik die dan maar te bouwen als die befaamde maar helaas gesloopte PH-NLL. Heb er al dagen lol van. Net als toen op Hilversum. (Beelden: Wiki/internet/archief)
Onze stad dankt haar naam uiteraard aan die waterloop die lang geleden ontsprong uit de vereniging van de Drecht en Kromme Mijdrecht ten zuidwesten van de huidige stad Amsterdam. De stroom ging meanderend richting het laagste punt in de omgeving, wat we nu het IJ noemen. Onderwijl werden zijstromen voorzien van stromend water en zo kreeg het landschap in het veengebied rond Amsterdam haar huidige contouren.
Wie nu de Amstel volgt zal ontdekken dat die al langere tijd gekanaliseerd is en tegenwoordig aansluit op de Oude Rijn bij Alphen a.d. Rijn. De oude rivier is nu een keurig kanaal geworden dat op weg naar Amsterdam een lange route aflegt via karakteristieke plaatsen als Vrouwenakker, Uithoorn en Ouderkerk/Amstelveen.
Vele eeuwen terug werden er diverse van dit soort plaatsen gesticht die weer het centrum werden voor de agrarische ondernemers die zich langs de oever dan de oude rivier hadden gevestigd en door het graven van gangen en sloten water benutten om dat eigen terrein vruchtbaar te helpen maken. Lieden uit o.a. Ouder-Amstel (o.a. Ouderkerk) zakten als vissers op enig moment de rivier af richting wat nu Amsterdam is en vonden daar hun broodwinning.
Ze polderden in, legden droog, bouwden huizen en uiteraard kerken. Handel en wandel bloeiden en zo ontstond (ik stel het even simpel voor) Amsterdam. Een stad die ook met dank aan het harde werken van monniken en kloosterzusters samen met die eerste bewoners van het dorp Amsterdam iets opbouwden dat nu de hoofdstad van het land is. 750 jaar geleden kreeg men stadsrechten, een feit dat het huidige college aangrijpt om vooral maatschappijkritische evenementen te organiseren. Die Amstel werd intussen onderdeel van alles wat hier groeit en bloeit. Alleen heeft Amsterdam in de achter ons liggende eeuwen haar oude naamgever maar matig behandeld. Volg je de Amstel stad in kom je vanuit een schitterend brede waterweg steeds meer terecht in een fuik die eindigt bij het Muntplein.
De waterweg daar omgeleid, afgesloten en niet meer in staat rechtstreeks haar water te brengen naar het IJ. Rokin, Damrak, Stationsplein…allemaal gebouwd op wat ooit de Amstel was. Aan het einde van het Damrak, net voor het Centraal Station zie je nog een klein stukje Amstel terug. Keurig netjes recht gemaakt, de oude panden van de Warmoesstraat met hun rug er naar toe. Maar iedereen die ook maar iets met de stad heeft weet waar die Amstel goed voor was en is en eenmaal buiten de stad is het tegenwoordig vooral in de zomer een geliefde plek voor hen die houden van roeien, zeilen, varen met een motorsloep en daar af en toe nog een groot binnenvaartschip tussen door vol lading. Zwemmen kan tegenwoordig ook weer. Het vergif dat met name in Uithoorn vroeger zo de rivier in ging (men kende daar een grote chemische industrie) is uitgebaggerd en verwijderd. En voor mensen die met hun jachtje een toertje Hollands-Midden willen maken is dit een geweldig uitgangspunt. Kortom, de Amstel en Amsterdam….met elkaar verbonden. Al meer dan 750 jaar. Of iemand daar nog bij stil zal staan? Geen idee. Vandaar dat ik het maar even deed…(beelden; Prive-archief)
Wie mij volgt weet dat ik een broertje dood heb aan witjassen. Ik ben er niet gerust op dat zij mij kunnen helpen met kwalen of pijntjes die je ineens parten spelen en maar moeilijk lijken te verdwijnen. Paar keer meegemaakt. Dus als ik al naar een huisarts of zo moet doe ik dat veelal met enige tegenzin. Spaar ook vaak wat zaken of klachtjes op. Niet voor 1 kleine gedoetje, maar voor twee of zo. Had ik dus onlangs ook. Dingetjes die even aandacht vroegen omdat ik ze zelf met mijn ‘Duitse zalf’ of Paracetamol niet kon bestrijden of genezen.
Dan maar naar die dokter. Vanuit de wetenschap ‘dat het wel weer niks zou opleveren’. Vrouwlief had me al gewaarschuwd, sinds men al die dokters en assistentes heeft weggestopt achter digitale (nog net geen betaal)muren moet je vooraf bellen en dan via allerlei menu’s je weg zien te vinden. ‘toets 1 als het spoed is, 2 als u een verlengrecept nodig hebt, toets drie voor ik weet niet wat en toets 4 als het ‘overige’ zaken betreft. Ik dacht wel dat een afspraak maken tot de ‘overige’ behoorde dus koos 4. Volgende menu gaf aan dat door gebrek aan assistentes op die lijn de wachttijd wel even kon oplopen. Intussen werd ik aangeduid als beller nummer 4.
Dat bleef ik dus nog 10 minuten, intussen luisterend naar muziek die het beste kon worden omschreven als een stukje Wit-Russische volksmuziek die op pop moest lijken. Vreselijk. Na 10 minuten was ik beller 3 en weer vijf minuten later was ik ineens aan de beurt. De afspraak met de huisarts bleek zo gemaakt en als u dit leest ben ik daar dus intussen te gast geweest. Over de uitslagen zal ik indien nuttig of nodig hier verslag doen. Wat me wel opvalt is dat je dus enorm veel geduld moet hebben. Behalve bij spoed ben je als ‘weinig benutter’ van die zorg mooi aan de heidenen overgeleverd. In mijn jonge jaren hadden we een huisarts met praktijk aan diens woonadres. Je ging er er heen, dik op tijd in de vaak aardig bezette wachtkamer, vroeg ‘wie was de laatste’ aan de vaak zuur kijkende aanwezigen en die figuur hield je dus krampachtig in de gaten. De gesprekken in die wachtkamer waren vaak vreselijk maar je kon je met een beetje boek daaraan nog wel onttrekken. In recentere jaren kwam je ook bij dat eigen medische centrum in onze buurt gewoon bij een dame aan de balie en gaf aan dat je even naar de huisarts wilde. Kon dat niet meteen dan moest je even een uurtje wachten. No problemo. Tegenwoordig kan dat dus allemaal niet meer zo. Je moet en zal door zo’n menu heen. Het maakt mijn enthousiasme niet groter. Bij de tandarts is tegenwoordig een elektronisch boekingssysteem actief. Werkt puik, spaart ook daar weer een assistente. Helaas, want als ik die in de ogen keek was het altijd lente. Vooralsnog blijf ik nu steken in de winter….Jullie ook?? (beelden: Internet)
Weer eens een technisch onderwerp wat voor de algemene ontwikkeling bedoeld is. Lang niet over geschreven… Maar dit in de kop genoemde type motor sloeg binnen de luchtvaart een brug tussen de voorheen gebruikte zuigermotoren die min of meer aan het einde van hun mogelijke ontwikkeling waren gekomen en de toen nog vrij nieuwe straalmotoren. Vanuit de gedachte dat het mogelijk moest zijn om.. gingen veel techneuten na WO2 aan de slag met een combinatie van het een en ander.
Dus een straalmotor die via een aandrijfas en versnellingsbak een propeller aandreef die zo zorgde dat het er mee uitgeruste vliegtuig efficienter, zuiniger en vooral ook stiller kon opereren. De Rolls Royce Dart was er zo een (gebruikt door de Fokker F27 Friendship, Handley Page Dart Herald en bijvoorbeeld de Vickers Viscount).
Maar ook de Bristol Proteus (Bristol Britannia) en Allisson turboprops (Lockheed Electra en Hercules) waren klinkende namen op dit gebied. Ook in de Sovjet-Unie gebruikte men naast de straalmotoren voor de nieuwe verkeersvliegtuigen en militaire bommenwerpers, ook enorm krachtige turboprops die soms met een contraroterende propeller werden uitgerust waardoor deze 12-14.000pk elk konden ontwikkelen.
Daarnaast werden in vele landen ook militaire toestellen (o.a.voor gebruik aan boord van vliegdekschepen) uitgerust met dit type motor. De typerende geluiden waren alom aanwezig. En anders dan bij die eerste straalvliegtuigen van toen die gilden en rookten als de beste, waren de turboprops ook plezierige passeerders wanneer ze over de toenmalige steden heen vlogen die niet ver van de meeste vliegvelden waren gelegen.
Eenmaal op volle kracht draaiend komt er hooguit een brom uit dit type vliegtuigen en dat is voor omwonenden met een grotere geluidsgevoeligheid best plezierig. De Russische (Oekrainse) Antonov-machines met hun enorme turboprops waren overigens van een andere orde. Ik heb zelf een paar maal de gigantische Antonov An-22 van/naar Schiphol horen en zien vliegen en dat was wel een een imposante maar minder stille broeder. Maar goed, een vliegtuig zo groot als een beetje vrachtvaarder op zee mag wat geluid produceren.
Een heel andere machine was de Lockheed Electra die bij KLM ooit oudere propliners vervingen en o.a. vlogen op de routes naar Teheran, Istanbul en zelfs Johannesburg. Het typisch suizende geluid van die vier motoren was heel herkenbaar. Later vloog onze Marine Luchtvaart Dienst vanaf Marine Vliegkamp Valkenburg bij Katwijk met van die Electra afgeleide Orion Patrouillevliegtuigen. Het geluid bleef door de jaren heen heel kenmerkend. Hadden of hebben die turboprops dan geen nadelen?
Jawel, de vliegtuigen die er mee zijn uitgerust hebben een lagere kruissnelheid dan de vergelijkbare straalmachines en dat maakt ze met wat uitzonderingen minder geschikt voor de langere afstanden. De meeste turboprop-kisten kwamen terecht op korte- tot middellange afstanden en daar heb ik ze zelf ook diverse malen mogen ervaren. En echt, dat was geen onplezierige beleving voor een doorgewinterde passagier als ik was en nog ben. Van een Britten-Norman Turbo-Islander, tot de Fokker 50, ATR 42/72, Dash 8, Avro 748 tot die snelle maar compacte Dornier 328. Allemaal turboprops die bewezen dat het voor passagiers en gebruikers nog altijd een economische verantwoorde manier van aandrijven is bij vliegtuigen i n dit marktsegment. En dan heb ik zelf helaas nooit in de Viscount of Electra mogen meevliegen. Voelt dan best als een gemis. Om het over die Russen en Oekrainers maar niet te hebben…..(Beelden: Archief Yellowbird)
Wie wel eens door de historie van mensen (of jezelf) heengaat aan de hand van oude en nieuwe beelden ziet vaak dat de figuur van toen een totaal andere lijkt te zijn dan die van nu. Soms is de puppie van toen een mager scharminkel dat al voortlevend ontwikkelde tot een bijna tonrond persoon met de nodige kwalen en gebrek aan conditie tot gevolg. Andersom komt ook voor. Mollige jongens of meiden die door zich een bepaalde levensstijl aan te meten wisten te ontwikkelen tot sportief ogende en slanke deernes of machotypes met een breed figuur. Dat is allemaal prachtig maar als je kijkt door de jaren heen lopen we allemaal het risico dat kilootjes zich gaarne jaar na jaar verzamelen op plekken die we wellicht niet meteen als welkom, leuk of mooi omschrijven.
Tuurlijk heeft de ene mens er meer aanleg voor dan de andere, het ene ras is ook gevoeliger voor overgewicht dan het andere, maar we leven dan ook in een tijd of omgeving waarin overvloed ook zorgt voor ruim aanbod en dito verleidingen. Als je terugkijkt in de tijd en de vroegere familieleden bekijkt zie je vaak hoe jij er later ook uit gaat zien. En echt, het beeld dat mensen vroeger gemiddeld slanker waren is een utopie. Het eten van aardappelen, stamppotten en vette jus (om maar iets te noemen) maakte de mensen echt niet slanker. Pas tijdens en na de recente WO was er een periode van magerte veroorzaakt door schaarste. Ook niet leuk. Belangrijker zijn ook je genen. Ik kom zelf uit een familietak van vaders kant die aardig ‘aan de maat’ was.
En dat was in de familie die Pa naliet goed te zien. Allemaal stevige tot echt dikke types. Mijn genen kwamen deels van mijn moeder en dus is een zekere slankte me niet vreemd al is dat persoonlijke gewicht echt niet perfect, maar meer acceptabel, leeftijd en lengte in aanmerking genomen. Bij anderen zie ik weer dat binnen een enkel gezin van broers en zussen onderling soms grote verschillen in omvang en gewicht bestaan. De een eet gras en blijft graatmager, de ander is een alleseter en krijgt wat meer vlees op de botten. Ik ken ook een familie waarbij de gezichten allemaal neigen naar die van vader, maar diens figuur door geen van de kinderen is overgenomen. Lengte en slankheid typisch moeder. Je zult er mee moeten leven. Jouw eigen gedrag maakt je daarnaast zwaarder of niet. Wel is het zo dat mensen die roken vaker wat slanker blijven dan zij die dat niet doen. Het waarom is me niet duidelijk, maar de nadelen van roken maken mij nou niet meteen enthousiast om die gewoonte aan te nemen om de buikomvang te doen verminderen. Dat zal meer moeten komen met minder-minder-minder eten of drinken. Maar ach, als ik mijzelf in de spiegel bekijk, valt het me nog wel mee. Zeker als ik het vergelijk met hen die denken aan maagverkleiningen, botox- of Ozempic-injecties en wat dies meer zij. Dan leef ik best plezierig eigenlijk. En is deze constatering meer gericht op al die anderen die ‘veel te dik zijn en er niks aan wensen te doen’…….(beelden: Internet)
Als mijn leasepa ondanks al zijn technische kennis en kunde toch per ongeluk op zijn duim sloeg of bij de reparatie van een motorblok of zoiets zijn handen bezeerde kon hij vloeken dat het een lieve lust had. Zou er een God bestaan werd die doodmoe van het noemen van zijn naam en die hoorde het dan ook donderen in zijn eigen hemelse lusthof. Nu was leasepa op zijn beurt bepaald geen uitzondering op dat gebied. Er werd wat afgevloekt in die jaren, de gemiddelde Amsterdammer wist de weg naar het alfabet der ernstige ziektes wel te vinden, al baseerde de encyclopedie rond al die woorden zich wel op aandoeningen uit het verleden.
Tering, Tyfus en zo meer kwamen vaak voor. Een etter was een klerenlijer, iemand die je iets aandeed een boerenl.l. De kreten die tegenwoordig worden gebezigd zijn vooral afkomstig uit het Engels, men gebruikt in bepaalde kringen graag volksziekte nummer 1 en als iets een beetje tegenzit gebruiken met name jonge meiden de term die verwijst naar hun eigen lusthof tussen de al dan niet fraaie benen. Het blijft mij verbazen. Hoe meer ik groeide als ontwikkeld mens, des te meer beschaving tot mij kwam. En vloek ik dus zelden of nooit. Schelden kan ik wel hoor.
Maar dat kan en mag ook best vilein. Wie mij kent weet dat ik voor bepaalde groepen mensen of politici fijnsoortige kretologie heb ontwikkeld. Maar dat gevloek waarbij je een eventuele oppergod (ze zijn er in gradaties) uit de Hemel vloekt is mij niet zo bekend. Al zit de echte Amsterdammer natuurlijk niet te diep onder de huid en moet ik dus af en toe ook op de tong bijten om er niet iets echt venijnigs uit te gooien. Ooit moest ik erg lachen om de oude Andre Hazes.
In een film over zijn leven van toen, intussen alweer lang geleden opgenomen en uitgezonden, reed hij rond in een dikke Amerikaan. Samen met een vriend/chauffeur. Onderweg moesten ze ergens stoppen en reed een jonge dame met haar mini-Japanner knalhard achteruit tegen de dikke Buick van Hazes aan. Het eerste wat hij er uitgooide was ‘stomme stoephoer!’. Ik moest er wel om lachen…Hoe kom je er op… Ik kende de term niet maar beledigend was het best wel. Later was hij tegen de van diepe schuld getuigende dame nog hoffelijk ook. Onlangs overkwam mij iets soortgelijks. Al rijdend naar de wasstraat in de buurt reed ik in het linkerbaanvlak van een tweebaansweg (2 x 2 rijstroken) om even verderop linksaf te slaan naar mijn bestemming. Naast mij reed een bestelwagen. Uit het niets dook ineens een dame op die met haar Ford net voor die besteller vanuit een uitrit door wilde steken naar de weg aan de andere kant. Maar nooit had gerekend op een tweede auto (ik dus) die naast die besteller reed. Zonder op of om te kijken stak ze over…. Vol op de remmen en meesturend om de dreigende aanrijding te voorkomen kon ik dat laatste maar net aan voorkomen. Het scheelde 10 centimeter. Zij keek naar rechts, had mij totaal niet gezien en reed gewoon door. Ik gilde haar ‘domme tuttenbel’ na, gaf gas en reed verder. Achteraf vond ik dat best knap. Dat laagje fatsoen bleek dikker dan ik zelf dacht. Best een compliment waard vond ik zelf. En een blogje. Want als ik een paar jaar eerder iets soortgelijks had meegemaakt was ik wellicht Hazesachtig tekeer gegaan…. Jullie ook?? (beelden: archief)
Onlangs diende de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers een petitie aan bij Verkeersminister Madlener. Liefst 47.000 mensen hadden deze petitie mede ondertekend, waaronder ik. Het pleitschrift was gericht tegen het onzalige idee om in de cockpit van verkeersvliegtuigen nog maar een enkele piloot het werk te laten doen i.p.v. twee. Argumentatie, het kan, de techniek is ontwikkeld en het bespaart veel geld per vlucht. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Nu zijn er ook al plannen om chauffeurloze taxi’s of bussen te laten rijden.
Zal vast kunnen, ik stap daar niet in. Zonder controle van een professioneel mens moet je geen risico’s nemen met mensenlevens. En zijn mensen onfeilbaar? Nee! Zeker niet, de vele ongelukken op de weg laten zien dat dit niet zo is. Toch rijden er veel bussen rond met maar een enkele chauffeur, treinen met een enkele bestuurder en zijn veel taxi’s bemand/vrouwd door types die denken dat ze met een roze kaartje in de portefeuille alles aan kunnen. De cijfers zijn helaas anders. In de lucht gaat het hele stukken veiliger toe. Al was het maar omdat die twee mensen voorin alles checken, crosschecken en met de apparatuur meekijken.
Een beetje bemanning volgt dus alles op de voet. En dat is al best een belasting voor die twee lieden voorin. In de oude tijden (zie verhaal over de Super Constellation van 30-1 jl) zaten voorin het ‘ kantoor’ achter de piloten nog een BWK (boordwerktuigkundige) en een marconist. Russische vliegtuigen kenden daarnaast nog een navigator. En die werkten samen alsof ze een schip bestuurden. Door de verregaande computerisering werden sommige vakgebieden uitgesloten van zo’n team. En is het anno nu vrijwel standaard dat er twee personen jouw veiligheid aan boord garanderen.
Die doen de voorbereiding van een vlucht, zetten de gewenste route in de computers, bereiden de belading en balans voor, berekenen de startaanloop, bekijken het weerbericht, berekenen van te voren al hoe ze straks gaan landen en welke omstandigheden ze gaan tegenkomen. Procedures voor de start, tijdens dat spannende moment (voor passagiers), er na, en tijdens de vlucht maken dat die twee-eenheid samen met het geavanceerde van die moderne vliegtuigen passagiers veilig en snel op de plek van bestemming brengt. Een twee-eenheid. Zijn er dan geen vliegtuigen met slechts een enkele piloot? Zeker wel, maar die zijn veelal van het type iets groter sportvliegtuig. Zelfs in zakenvliegtuigen met enige potentie vliegt men liever met twee piloten. Onlangs nog moest een eerste piloot een vlucht in zijn eentje afmaken omdat de captain ernstig onwel werd en aan boord overleed. Bedenk je eens in wat je moet met een kist vol passagiers en lading in het ruim als die ene piloot niet meer kan worden vervangen. What goes up, must come down…. En anders dan in films zit er vaak net geen geoefende piloot in de cabine die in geval van nood het roer of de joystick kan overnemen. Gewoon twee mensen dus. En niks experimenteren omwille van het geld. Gelukkig heeft de minister laten weten niets te zien in de plannen van types die dat zouden willen doordrammen. Dat geeft toch een veiliger gevoel. En wie in een volautomatisch taxi of bus wil stappen….be my guest. Mij vindt je niet op de achterbank….Het idee alleen al…. (beelden: Archief Yellowbird)