
Zoals veel Nederlanders kom ook ik regelmatig voorbij in een of ander Hema-filiaal. Veelal omdat het even een leuk plekje is voor een bakkie of betaalbaar broodje, soms voor wat andere dingen die ze daar verkopen. Maar ooit was dit ook een vast adresje voor andere zaken die me bezighielden of houden. Want die Hema was in het verleden een winkel waar ze 1000 en 1 dingen verkochten en dat alles voor een relatief lage prijs. Prijs/kwaliteit best op orde, niks mis mee.

Maar tegenwoordig hoef je daar voor de echte koopjes echt niet meer naar binnen te stappen. En dat is het gevolg van de geschiedenis van deze in die jaren zo oer-Hollandse retailketen die ooit, een eeuw geleden, werd opgericht als Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam en diende als alternatief voor de relatief dure Bijenkorfwinkels van dezelfde oprichter en eigenaar. En die Hema was meteen een succes. Stond lang in de schaduw van de grotere zuster maar overvleugelde die door de jaren heen via meer filialen, grotere omzetten en stevige winsten. In een uiterst interessant boek, geschreven door onderzoeksjournalist Stevan Vermeulen wordt het verhaal van de Hema uitgebreid beschreven. Vooral de vele problemen met investeerders, wisselende managers, expansieplannen, wijzigingen in het assortiment, proefballonnen en zo meer komen uitgebreid aan bod. En, voor de liefhebber van dit soort boekwerken, zoals ik, puik beschreven.

Net een schelmenroman maar dan op bedrijfseconomisch gebied. Het boek geeft ook een geweldig inzicht rond hoe durfinvesteerders met vooral hun eigen belang als uitgangspunt, Hema opzadelden met vrijwel niet meer op te brengen rentelasten die het bedrijf eerder naar de afgrond dan naar een betere toekomst zouden duwen. Gelukkig is dat van die afgrond maar net voorkomen en nam Nederlandse investeerder Marcel Boekhorn de boel over. Hema gered en naar ik begreep juist nu in de belangstelling van de Jumbo-supermarktgroep. Nederlanders die snappen hoe een puur Nederlands bedrijf wil en moet functioneren. Echt Hema! En dit boek las ik met veel plezier en in een korte periode helemaal uit. (ISBN 978904463689 5) Een uitgave van Prometheus. Aanrader als je wilt weten waarom die Hema niet meer dezelfde winkel is als een eeuw geleden. En….precies in de zomer van dit nieuwe jaar bestaat de keten 100 jaar. Dat worden vast de nodige feestelijke aanbiedingen. En daar zijn wij Nederlanders gek op. (Beelden: Archief)


En terwijl het in het vorige blogje nog ging over Fokker en haar rol in de wereldluchtvaart, dit keer wil ik het hebben over een min of meer verwant onderwerp; reizen. Want uit een recent onderzoek van de ING-Bank onder 8000 Nederlanders bleek dat tijdens de afgelopen vakantie mensen die een vakantie boekten in eerste instantie in meerderheid eerst keken naar een bestemming, daartoe besloten onderweg te gaan en pas later keken of ze wel een toereikend budget hadden voor die trips. Pas veel later keek men ook hoe lang men eigenlijk weg wilde blijven. Dat houdt in dat veel mensen min of meer ‘als een kip zonder kop’ een reis boekten. ‘Maakt niet uit wat het kost, ik wil op vakantie en graag ver weg’. Kan niet schelen wat de prijs is voor dat tripje, gaan met die banaan.
Dit gedrag staat zover af van mijn eigen idee over vakantie, dat ik het opmerkelijk genoeg vond om er even een verhaaltje over te dichten. Immers, ik geef toch even meer aandacht aan het besteedbare budget dan aan wat ik eigenlijk zou willen. Nooit schulden maken voor grote uitgaven zit er nogal in gebeiteld bij me, en dat zorgt nog steeds voor grote terughoudendheid als het even niet uitkomt. Liever sparen en genieten dan lenen en lange tijd moeten bloeden voor iets wat je al snel vergeten bent. OK, lijkt ouderwets, maar zo zijn wij opgevoed. Met als voorbeeld ouders die vaak de eindjes bij elkaar moesten leggen om uiteindelijk van vakanties te kunnen genieten. Bij ons thuis ging dat zeker zo. Al waren het dan geen verre bestemmingen, dan nog. Een week volpension in Limburg was het ultieme dat de soms zo hardwerkende ouders voor mekaar konden brengen. Maar dan moest het geld er wel zijn. Want als we gingen dan bezuinigde men niet. Hapjes, drankjes, uitstapjes, het moest allemaal gedaan worden. En die tripjes zitten nog aardig in de bol.
Geldt ook voor de plekken waar ik zelf in de loop der jaren heen ging. Altijd comfortabel, beetje shoppen, cultuur, reizen per vliegtuig of een snelle trein, soms met de auto. Maar nooit op de bonnefooi of op basis van geleend kapitaal. Het past me niet, ik zou er kriebelig van worden. En als ik dit onderzoek dan lees weet ik zeker dat ik van een andere generatie begin te worden. We lenen weer wat af tegenwoordig en alles moet kunnen. Van de grootste auto (als die niet van de zaak is), tot het meest luxe huis, de nieuwste smartphone en/of computer, en natuurlijk een paar keer per jaar op vakantie. Logisch, want ‘we werken er hard voor’. Alsof ik dat ook niet deed. Maar goed, andere discussie. Ben wel benieuwd hoe jullie hier nu naar kijken. En o ja, die reisduur…..ik denk aan mijn drie vierpotige huisgenoten en vind direct twee dagen weg al lang. Dat mag je die beesten niet aan doen toch???
Als iets de maatschappij dreigt te verscheuren is het toch het dedain waarmee sommige stromingen menen dat andersdenkenden vooral moeten zwijgen, niet weten waar het over gaat of wat goed voor hen is. De gemiddelde mens in onze streken heeft echter tegenwoordig een aardig stukje onderwijs gekregen en kan vrij zelfstandig denken. Niet dat dit meteen leidt tot grote intelligentie of overzicht hoor, maar dat zit ook niet aan die kant van het spectrum waar men meestal probeert wetten en normen vast te leggen die moeten gelden voor alle burgers. Opdat we niet te kritisch worden. Los van het fatsoen dat een normaal mens mee krijgt van zijn ouders of opvoeders, is het wel zo dat we steeds meer zien dat bij discussies de grenzen worden overschreden van het betamelijke. Ben je tegen de massa-immigratie ben je meteen een Wilders fan. Geloof je niet in de propaganda rond de door de mens veranderde leefomgeving behoor je tot de dommen die niet snappen dat als we nu niet extra lasten gaan betalen er nooit iets zal veranderen en het klimaat ons alle zal doden.
De inhoud van die discussie is net zo fel als die tussen voor- en tegenstanders van de toestroom van vooral economische immigranten. Men beschimpt de andere partij en neemt heel wat grofheid in de mond of geschreven uiting om argumenten kracht bij te zetten. Vaak worden feiten niet gebruikt, maar veel aannames en emoties. Men zit in het kamp van de ene of de andere politieke stroming en oreert vooral wat men in eigen kring graag hoort of leest. Zonder dat men de argumenten van de andere kant ook maar een glimp of momentje waardig acht. Opmerkelijk gedrag. Wat wel blijft is frustratie. Bij een groep Nederlanders die moe wordt van het gebadineer, het hautaine neerkijken op belastingbetalers met een mening, maar ook in de dagelijkse praktijk zien dat hun leefomgeving wordt overspoeld met de nadelen van al dat optimistische en vaak groen-socialistische denken.
Delen is leuk, maar als dat een halve eeuw moet gaan duren zonder kans op goede integratie gaat dat leiden tot extremistisch denken. En dat is de voedingsbodem voor revolutie. En dat kan van links of rechts komen en zelfs vanuit het midden. De geschiedenis heeft voldoende voorbeelden van dit soort aan elkaar geknoopte zaken. Van het een naar het ander en dan ineens de vlam in de pan. Nederlanders zijn normaal niet zo fel of oorlogszuchtig, maar kom niet in hun leefomgeving, huis of aan hun auto. En juist dat is waar die hautaine politici aan de linkerkant van het spectrum sterk in zijn. Laat de ander maar de rommel opruimen en vooral betalen. Het maakt niet uit voor wat, als de massa dat maar doet. En dan mooi weer spelen met een of andere vage agenda over groene zaken of sociaal denken. Het is een revolutie waard. Al is het maar in ons aller denken. Blijven we dit zwijgend accepteren of komen we in actie? Of blijven we gewoon commentaar geven en doen verder niets? Hoe zie jij dat?
Weet je wat ik nooit goed snap? Dat mensen die met elkaar door het leven gaan als partners in dat samenleven mekaar psychisch of fysiek pijn doen. Echt slaan, pijnigen, waarbij een van de twee er vaker bekaaid af komt dan de ander. Een man is natuurlijk in de meeste gevallen de dader. Een enkele keer is er een bazige vrouw die graag ‘uitdeelt’. Toch een toonbeeld van zwakte. Want elk dispuut, elk conflict, elk verschil van mening of inzicht moet uit te praten zijn. Of desnoods uitgezwegen. Maar je slaat nooit! Ik kom uit een periode waarin slaan nog een meer normale praktijk was. Ouders gaven hun kinderen nog fikse pakken slaag, de leraren op school waren ook niet te beroerd om aanvullend ook uit te delen. Het werd gezien als disciplinair gedrag. Als extra ondersteuning voor de opvoeding. Ik maakte het gek genoeg thuis zelden of nooit mee, maar op school des te meer. Niet zelf hoor, ik was vermoedelijk te ‘populair’, zie een van de vorige blogs over dat onderwerp maar….
Maar op de toenmalige katholieke scholen waren lijfstraffen heel normaal. Klappen met de blote hand, een liniaal of zelfs een aanwijsstok….het was gewoon! Maar thuis slaan was toch meer iets voor mannen die teveel dronken en vrouwen die als viswijven te keer konden gaan en hun mannen het leven zuur maakten met hun geklaag, gezeur en allerlei verwijten. In de buurt waar ik opgroeide wilde het weleens tot een handgemeen komen. Veel werd dan met de mantel der liefde bedekt, hoewel die mantel natuurlijk besmeurd raakte met heel wat verdriet. In de moderne tijd zijn mannen en vrouwen in de meeste gevallen min of meer elkaars gelijken. Het onevenwicht van toen is verdwenen. Zou je denken. Het blijkt echter dat er in sommige groepen nog steeds heel wat wordt afgevochten tussen partners. Je snapt dat niet. Ik ben zelf een prater, een discussie ga ik zeker niet uit de weg, maar tot slaan of ander fysiek geweld komt het niet zo gauw.
Omdat je onder je eventuele (loeiende)boosheid toch altijd dat gevoel van respect en liefde voor elkaar hebt waardoor de rem er altijd op tijd op kan worden gezet. Waar dat niet lukt betreur ik de slachtoffers. En dan heb ik het nog slechts over de situaties waarin het geweld eenmalig of zo is. En niet structureel. Als dat laatste het geval is of wordt lijkt mij vertrek van slachtoffer en/of dader het meest logisch. Scheiding de volgende stap. Niemand hoeft zich te laten aftuigen. Of je moet vanuit je persoonlijke seksuele interesse houden van een pak slaag op zijn tijd. Zelfs dat is niet zo mijn ding. Ik ben er te veel een dominant ventje voor. Maar zelfs dan zou ik vermoedelijk aan ander niet echt pijn kunnen doen. Dan is er toch weer dat watje dat de kop op steekt. En gek genoeg ben ik daar nog trots op ook. Omdat geweld t.o.v. de partner in mijn besef gewoon een zwaktebod is. Niet van het slachtoffer, maar van de dader.
We waren zeer benieuwd hoe het eten er zou zijn en zeker ook de vaak door andere bezoekers geroemde ambiance. Ron Gastrobar in Ouderkerk a.d. Amstel is een van de vestigingen van deze door meesterkok en prima ondernemer Ron Blauw opgezette keten. Befaamd om de goede keuken, in dit geval een Indonesische. Meester Ron Blauw zelf was tijdens ons bezoek aan deze vestiging niet te vinden in het restaurant. Het wordt gedreven door een team van zijn gespecialiseerde chefs. Deze zaak is te vinden aan de Amstelveense en zuidelijke kant van Ouderkerk, vlak bij het vermaarde Groot Paardenburg en Loetje. De entree doet niet vermoeden dat hier een redelijk ruim restaurant achter ligt. Dat is in een soort T-vorm opgezet, waarbij de bovenste streep van de T aan de achterkant te vinden is. Mooi ingericht dat restaurant, weinig mis mee. Dat geldt ook voor de menukaart, al is dat meer een folder dan een echte kaart. De gerechten zijn interessant, maar de prijzen ‘stijf’. De grote rijsttafel die wij bestelden was nog wel te doen, maar alles wat je extra bestelde kostte geld. Een fles water (zonder bubbels) zelfs 6 euro. De wijn, van behoorlijke kwaliteit, 22 Euro. Toetjes zijn allemaal 9 Euro. Dat zijn geen budgetprijzen.
Ooit groeide ik op in een gezin van krekels. Mensen, die doordat ze in de oorlog zoveel honger en armoede hadden gekend, ze na de oorlog wilden genieten van wat hun nieuwe leven te bieden had. De inkomsten waren er soms best naar om de bloemetjes even buiten te zetten, dus er was niks op tegen, maar van sparen hadden we in familieverband nog nooit gehoord. Nou ja, er was een ‘spaarbankboekje’ voor ‘later’ maar wat daarop stond moest je nu ook weer niet overdrijven. Geld was duur indertijd en het leven viel soms ook wel eens tegen. Wij hadden echter wel als een der eersten in de toenmalige woonstraat een auto (niet zo gek, pa ‘deed er in’..), een televisie, aquarium, een platenwisselaar en dat soort dingen en mijn moeders kledingkast kon zich best laten vergelijken met die van een modekoningin. Als Pa echt veel verdiend had gingen we op vrijdagavond in stijl ‘uit’. Een lokale horecagelegenheid in een van de toen nieuwe buitenwijken werd dan de uitverkoren plek om lekker te eten of te drinken. Mijn ouders dosten zich er dan speciaal voor uit, de uitverkoren auto werd extra opgepoetst. Ook ik moest dan in een nette broek en trui en zelfs met gepoetste schoenen mee, net als mijn oudere broer.
Als Pa er echt zin in had stond er dan een of andere ‘slee’ voor de deur. Konden de buren zien dat het ons ‘deze week’ goed ging. Een grote Ford, Chevrolet of Studebaker. Het mocht iets kosten. Maar spaarzaam werd je er niet van. Pas toen ik doelen in mijn leven kreeg waarvoor sparen handig bleek ging dat fenomeen ook echt een rol spelen. Ik legde van elke verdiende gulden als het kon 33 cent weg (symbolisch). En zo kon ik mij wat fraaie zaken als een nieuwe brommer veroorloven. Hard werken mocht leiden tot een beloning. Na mijn al vroege huwelijk ging dat spaarzame gewoon door, zonder dat we ook maar ergens de financiële halsband zo strak moesten aantrekken dat we er door dreigden te stikken. Zo kwamen we nooit in de grote nood die andere mensen nog wel eens overkwam en was normaal leven toch mogelijk. Maar een appeltje voor de dorst, een buffer voor als die wasmachine het voor gezien hield, of de auto ineens niet meer verder wilde, het moest er altijd zijn. Geen lening of schuld. En met wat geluk kreeg je nog een rentebeloning voor dat gedrag van je bankier.
Dat laatste staat nu enorm onder druk. Als we nog even wachten moeten we voor die buffer zelfs een vergoeding gaan betalen. Het kan bijna niet doller. De wereld is veranderd en de mieren worden nu gezien als mensen die heel snel moeten omschakelen naar krekelgedrag. Weg met dat spaargeld, opmaken die handel, de economie moet draaien. Kortom, wij moeten maar eens zien elke vrijdag ook ergens naartoe te gaan om te eten en te drinken. Net zoals vroeger. Nu nog even zien dat ik ergens een Studebaker kan kopen. Zal lastig worden. Daarvoor is ons spaargeld vast niet toereikend…..




