Dankzij verbod; groei!

Dankzij verbod; groei!

Ooit verbood men Zwarte Piet uit angst voor de extreme actievoerders die er allerlei dingen inzagen die niks met het fenomeen van doen hadden. Ik blijf even weg van die discussie maar voorspel wel dat in Nederland bij weinig Sinterklaasfeesten nog zwart geschminkte kindervrienden voorbij zullen komen. En dat er dan altijd wel ergens iemand gaat roepen dat Nederland ‘vrijwillig’ koos haar eigen identiteit opnieuw voor een deel aan de kant te mikken. Net zo gaat het met alle jubelverhalen over de meerverkopen van elektrische auto’s of scooters.

Als ik die persberichten met hun jubelende inhoud tot me neem weet ik uit ervaring natuurlijk hoe die dingen werken, maar de gemiddelde leek zal denken dat de vergroening van ons wagenpark en binnensteedse tweewielervloot met rap tempo plaatsvindt. Nou ja….in percentages wel natuurlijk. Want met name bij die scooters is het aandeel elektrische exemplaren ontwikkeld met 50%. Bij de iets langzamere snorfietsen gaat het nu om 47%. Is dit een teken aan de wand?

Voor een deel zeker, want de gemiddelde koper van die dingen is jong, wordt op school geindoctrineerd met het Groenlinkse virus en wil er bij horen. Toen in mijn jeugdjaren de keuze tussen een Kreidler of Puch het verschil maakte tussen erbij horen of niet kocht ik een nieuwe Puch. Dan kon je met je kolbertje aan over een coltrui de blits maken. Ditzelfde fenomeen zie je nu bij die elektrische dingen. Maar er komt nog iets meer bij kijken. In overwegend door #links bestuurde gemeenten verbiedt men gewoon de normaal gemotoriseerde scooters. Voert ‘milieuzones’ in waardoor je als bezitter van een scooter met viertaktmotor al snel een paria bent die graag bekeuringen verzamelt als je toch die zones binnenrijdt. Eerder al waren de tweetaktmotoren bij scooters in de ban gegaan. En dan is het niet gek dat je onder deze dwang de verkopen van elektrische machientjes voor de jeugd en de grachtengordelridders ziet stijgen. Het is geen liefde maar nood. Gelukkig hebben de fabrikanten van die dingen (een deel komt uit China) geinvesteerd in de kwaliteit en actieradius van scooters op batterijen waardoor ze wat bruikbaarder zijn dan vroegere exemplaren. En men ook de prijs wat kan laten zakken.

En met dit soort dwang komt het met die zo gepropageerde ‘transitie’ wel goed. Iedereen op de scooter of fiets, straks nog voorschrijven dat we allemaal een milieuvriendelijk gemaakt liefst groen pak aan moeten, en we zitten bijna op de weg van het Maoisme in de jaren zestig van de vorige eeuw. De lucht wordt er niet schoner door, maar het orgasme van de naar een linkse maatschappij snakkenden wel heftiger. Voor mensen op het platteland is er het vooruitzicht dat zij op termijn ook in versteende gebieden zullen wonen, met dank aan het ‘stikstofbeleid’ van deze regering. Dan kunnen ze daar ook van die leuke elektrische snorfietsen gebruik maken. Want nu, wind en weer tegen, op hun Solexen scheurend over lange kronkelende dijkweggetjes, is zo’n elektrisch ding volkomen zinloos. Maar ja, nog maar een paar jaar….(Beelden: Yellowbird archief)

Baarssen op Urk – Herkansing…

Baarssen op Urk – Herkansing…

En als je dan op Urk verkeert en behoefte hebt om de inwendige mens te versterken is er heel wat keuze uit de daar gevestigde horeca. Maar wie houdt van Keep it Stupid Simple zoals ik, gaat dan voor de juiste kwaliteit/prijs-verhouding. En die dachten we te vinden bij de specialist op visgebied, Baarssen, daar. Nu hadden wij juist deze zaak in de herinnering als buitengewoon slecht vanwege een ervaring in het verleden.

Dus het was wel even een gok door anno 2022 alsnog bij deze aardig uitgeruste winkel/restaurant binnen te stappen. En we deden dat omdat we zagen dat er best wat mensen gebruik maakten van de gelegenheid. Dus hup aan tafel en bestellen. Dat doe je hier aan de balie waar mensen ook hun visjes en zo meer komen halen. Net zoals we in Spakenburg bij ons bekende tentje aan de haven gewend zijn. Qua bediening is het hier nu echt top geregeld. Super-aardig en vlot. De prijzen meer dan acceptabel.

Onze vissnack met patatjes, thee, wat sauzen er bij, het was allemaal snel voor de (vis)bakker en werd met vriendelijke glimlach geserveerd. De smaak was prima, niks mis mee, al gaan de Spakenburgers op het gebied van dit spul toch nog een stapje verder. Maar het was lekker, de thee smakelijk en heet, later bleken de toiletten keurig netjes, en als gezegd je betaalt er niet de wereld voor. Gewoon goed dus. En alles wat we aan ervaringen hadden in het verleden bleken in het heden geen garantie voor dezelfde uitslagen. Nee, een keurige 9 voor het gebodene was dik verdiend. En wij gingen goed gevuld op weg naar de volgende aantrekkelijkheden die Urk te bieden heeft. Mocht je daar zelf eens verkeren, zet Baarssen echt op je lijstje. De keuze is reuze en de smaak prima. En het personeel echt vriendelijk. Maar dat lijkt bij Urk te horen….(beelden: Prive)

Rolls-Royce…

Rolls-Royce…

Voor velen het summum op het gebied van de autobouw, zeker de Britten denken daar zo over. En als het gaat over imago kunnen we niet om dit merk heen. Ik bezocht ooit de fabriek van deze lieden in het Britse en was erg onder de indruk van hun manier van auto’s bouwen, maar niet van de toenmalige fabrieksgebouwen.

Dat was in die periode eigenlijk armoe troef. Maar jeminee wat bouwden ze er mooie wagens. Sindsdien is er veel veranderd. Het oer-Britse merk is in handen gevallen van het super-Duitse BMW en dat voerde steeds meer van haar eigen wensen en techniek door opdat een Rolls ook bij de tijd kon blijven. Was men in Crewe overtuigd van het feit dat men ooit de beste auto’s ter wereld kon bouwen, men ontkende zelfs pechgevallen, toch strandden er wel eens wagens van dit merk en dat was geen goede reclame.

BMW zorgt er nu voor dat de kans hierop daalt naar 0,001%. Overigens dankt dit chique merk haar naam aan de twee oprichters, Frederick Henry Rolls en Charles Stuart Royce die elkaar begin vorige eeuw vonden en al snel technisch hoogstaande wagens bouwden voor een bepaalde elite die je echt moet zien als zijnde van adel of zelfs koninklijke bloede.

Namen als de Silver Wraith, Silver Dawn, Phantom, Silver Cloud, het zijn modellen die groot, comfortabel en zelfs indertijd veilig waren, maar ook slechts betaalbaar voor hen met de heel grote beurs. Prijzen vermeldde Rolls Royce nooit, en bedenk maar dat vrijwel geen een auto van dit merk standaard was uitgerust. De clientele had en heeft heel bijzondere wensen en voegt soms voor een paar ton extra’s toe aan wagens zelf al van een prijsniveau getuigen dat het gemiddelde middenklasse-huis dik overstijgen.

Het fraaiste hout voor het dashboard, leer van koeienhuiden die nergens een beschadiging mogen hebben opgelopen, diverse laklagen over elkaar. Handwerk, en technisch met motoren uitgerust die bepaald niet kinderachtig presteerden. De meeste Rollses bereden door chauffeurs in speciaal kostuum, de eigenaar achterin. Met zijn eigen verwarming/airco/stereo systeem en een tussenwand om zo vertrouwelijke gesprekken te kunnen voeren met zakenrelaties of uitverkoren ander gezelschap.

Nieuw geld schafte zich een cabrioletversie aan, wie zelf wel eens achter het stuur wilde zitten koos voor de opvallende Camarque uit 1975. Die auto week af van het normale gamma door zijn Italiaanse ontwerp, dat zeker bij de oude klantenkring niet aansloeg. Daar keek men liever naar een Silver Wraith of Silver Spirit. Wagens die zelfs met zes deuren leverbaar waren zodat ook de dictatoren op aarde er in konden rijden. De moderne Rollses dus nu gebouwd op basis van BMW-input en zelfs hybride-systemen. Nieuwe eigenaren zo vermogend dat ze zich af en toe een plekje achter het stuur veroorloven en de enorme motoren opstuwen naar 250km/u of hoger. Dat er een beetje elektrische aandrijving is toegevoegd geeft hen dan het gevoel dat ze er ook op dat punt helemaal bij horen. Maar dat er ook heel wat mensen van een afstand staan te kijken naar hun voertuig dat toch vooral opvalt door de nieuwe vormgeving die niet ieders smaak zal zijn, so be it! Wie eenmaal een Rolls reed wil nooit meer iets anders. Nou ja, een Bentley wellicht, maar verder is alles toch vooral vervoer voor het plebs… (Beelden: Yellowbird archief)

Popie Jopie trendy..

Popie Jopie trendy..

Echt door stom toeval, we zochten een specifieke winkel en kwamen terecht in een Hilversumse buurt die we eigenlijk niet kenden, maar wel vol bleek te zitten met vrij authentieke en lokale winkels met een grote afwisselende waarde, namen we even de tijd om ons te laven aan een bakkie met wat lekkers er bij. Dat viel nog niet zo mee, mooi weer, juni en alle terrassen vol, maar bij Your Coffee aan de doorgaande weg (Kerkstraat 38a) in dat wijkje waar de straten verder naar bloemen zijn genoemd. De gelegenheid is gevestigd in een soort diep doorlopend pand met halverwege een ‘keuken’ waar men de meest heerlijke gerechten samenstelt, prima drankjes in elkaar steekt en alles met een glimlach doet. Maar er is ook een keerzijde. Hoewel er genoeg personeel rond leek te lopen duurde het een minuut of 15 voor de ‘bestelling’ van ons werd opgenomen. En dat ging net als bij de buurtafels aangehoord op een wijze die ik als Mokummer maar beschreef als erg ‘Popie Jopie’. De bestelling ging elektronisch naar het centrale hart van het geheel want werd weer door een ander gebracht.

Uiterst vriendelijk personeel overigens, ook zonder dat overmatig populaire, en de door mij bestelde thee mocht ik zelf uit een fraaie witte kist halen. Tot zover prima. De bestelde appeltaart was meer dan zalig, warm gemaakt, met wat slagroom voor het zoete, en bleek een ware traktatie. Dat laatste geldt hier niet voor de akoestiek. Die is echt slecht en je zit dus constant in het geluid van om je heen verkerende gasten plus (open deuren) het buitengeluid. Tel daarbij op dat de toiletten (geen gescheiden systeem maar een enkele voor zowel D en H) niet meteen al te schoon oogden en de bruine suiker in de bijbehorende pot op tafel om een of andere reden los gebikt moest worden. Slordig voor zo’n trendy zaak. Want dat is het zonder twijfel. Jonge mensen vinden dit prachtig, de gasten die er zaten bewezen dat. Kleurrijke types voor wie geld geen rol speelde. Want echte budgetprijzen hanteert men hier niet. Dat mag hoor, want ze bieden ook prima waar voor dat geld, maar ik zou nog wat aandacht geven aan die toiletten, de details en vooral de akoestiek. Voor nu is mijn cijfer een 8-. En dat zou echt beter moeten kunnen. Overigens heb ik de lekkernijen op de menukaart niet in beeld gebracht omdat wij er overdag te gast waren. (Beelden: prive-archief)

Bob’s heerlijke tosti’s…

Bob’s heerlijke tosti’s…

In Monnickendam zit heel wat horeca. Je kunt echt kiezen. Het ene terras nog leuker gelegen dan het andere. Maar de prijzen verschillen ook nogal. Omdat wij een vorige maal voor een bepaald terras kozen en daar niet meer dan redelijk tevreden waren over de ervaringen kozen we deze keer voor het aan de haven gelegen terras van Bob en Co. Dat is gevestigd op een platte schuit in een zijarm van die haven en wordt bediend vanaf het gelijknamige etablissement op de wal. De ambiance is zeker bij mooi weer geweldig. De platbodems liggen er om je heen aan de kade en de pandjes zijn erg plezierig qua aanzien. Dat plezierige ging ook op voor de bediening. Een erg aardig en bij de ambiance passende dame zorgde voor efficiente en klantvriendelijke bediening. Gaf nog wat uitleg en zo.

Wij kozen voor de geliefde tosti omdat je dan niet meteen overvol zit meestal, zeker niet als je nog wilt verder wandelen door zo’n plaatsje. Nou die tosti’s mochten er zijn. Geweldig van samenstelling en smaak, opgediend op een keurig plankje, aparte tomatenketchup en het nodige groen. De bij bestelde thee met gewoon een grote bak heel heet water (dan trekt de thee ook goed) en in de nodige varieteit aan smaken waaronder de door mij altijd geliefde Britse ontbijtversie. We genoten van zowel de smakelijke tosti’s (op de juiste wijze klaargemaakt en op lekker (niet te dik) landbrood), de thee als wel de ambiance.

Binnen bleek het toiletblok netjes, de kok uiterst vriendelijk en de atmosfeer net zoals buiten. Het is geen hoogstaand culinair geheel wellicht, maar voor een middagje in mei, tijdens een wandeling door dit aardige stadje meer dan goed. Jammer was dat we geen bestek kregen bij de best warme tosti’s en ook een servet ontbrak. Kleine puntjes van kritiek. Net geen superhoog cijfer waardig daardoor. Maar met een goede 9 mag men daar best tevreden zijn. Deels ook doordat de prijs/kwaliteit-verhouding voor een zaak op zo’n locatie (je zit er echt geweldig..) prima in orde bleek. Wederom…aanrader! (Beelden: zelf gemaakt)

Zonnecellen…

Zonnecellen…

De energieprijzen, deels veroorzaakt doordat die malloot ten oosten van de EU ten strijde trok tegen zijn bloedbroeders in Oekraine en de daarop volgende maatregelen vanuit Brussel, maakten dat zelfs ik me zorgen maakte over wat op ons af komt aan rekeningen voor het (veelal bescheiden) gebruik van gas en elektra. Met name dat laatste is wat gestegen sinds we keramisch koken maar de omrekenfactoren richting de door veel mensen zo bejubelde gratis zonlicht vallen wel steeds gunstiger uit richting van die foeilelijke zwarte platen die deze stroom kunnen opvangen en doen verwerken in ons eigen stroomnet.

Dus kijk je eens rond. Een wirwar aan adviezen en bedrijven maakt de keuze niet simpeler. Ook alle voordelen rond BTW terughalen (krijgen) maar ook de nadelen rond het terugverdienen van de investeringen maken dat je er bijna op moet afstuderen. Immers met alleen die platen ben je er niet. Het elektrische systeem in je huis moet op de schop, er komt een omvormer in huis (op een koele plek liefst) en dus zijn de bijkomende kosten ook niet meteen in tientjes uit te drukken. Offertes vragen is een heel ding. Nou ja, dat vragen niet, maar antwoorden krijgen wel. Een van de bedrijven, werkt samen in een of ander Regionaal Energieloket, belde me elke dag op voor een afspraak toen ik nog geen offerte had gevraagd, maar toen ik die eenmaal kreeg (niet gepersonificeerd) droogden de telefoontjes op.

Ook een bedrijf dat deze voorziening in huurcontract aan kan bieden is uiterst actief vooraf, maar na aanvraag voor een offerte wordt het helemaal stil. Uiteindelijk kreeg ik de mededeling dat men het zo druk had dat als ik echt belangstelling had maar zelf even moest bellen. Nou, dat doe ik dus niet. Opvallend is ook dat al die overheidsinstanties die zich hier mee zeggen bezig te houden, vooral sturen met en naar partners, maar dat die weer vooral werken met regionale installatiebedrijven waarover de diverse op internet te vinden commentaren ook niet allemaal even lovend blijken. Terwijl ik dit schrijf zit ik nog volop in het proces van uitzoeken en proberen om boven het maaiveld uit te kijken naar de opties die ons soelaas zullen bieden. Veel van onze vrienden, veelal in dezelfde leeftijdscategorie, verklaren ons voor gek. ‘Niet doen, je haalt je een hoop ellende op je hals en je verdient het echt niet terug’. Dat staat haaks op wat onze buren (zelfde leeftijd) adviseren. ‘Wel doen, elke maand dat de zon schijnt verdienen we geld…’. Maar ja, die stemmen links en komen daar ook voor uit. Zou dat het zijn? Wordt je daar minder rationeel van of zo? Vast. Ik kijk naar de beschikbare middelen, naar wat het oplevert en of we dan minder afhankelijk worden van Poetin en zijn kliek. Over milieu en klimaat moet je bij mij niet zijn. Daarvan zijn de feiten en cijfers veel te vaag. Net als bij die zonnecellen…. (beelden: Archief)

Budgetmerk van Chrysler…Plymouth!

Budgetmerk van Chrysler…Plymouth!

Zoals we dat nu ook nog kennen, badgeselling door autofabrikanten om zo een belangrijk deel van de markt te bedienen met min of meer gelijke techniek maar toch een onderscheidend stukje aantrekkingskracht of unieke verkooppunten, was dat in de vorige eeuw ook al het geval. Zo hadden de grote drie van Detroit, General Motors, Ford en ook Chrysler deze slimme marktaanpak uitgedacht waardoor ze hele groepen kopers aan zich konden binden.

Chrysler zette in 1928, in de toenmalige crisis, een merk op dat met lage prijzen en wat uitgeklede auto’s klanten moest zien te werven die ze niet in hun eigen merk konden binnen krijgen. Plymouth was geboren. Omdat ook bij Ford en GM hetzelfde gebeurde waar men goedkopere versies uitbracht voor prijzenkopers, kregen de nieuwe wagens van Plymouth zescilindermotoren (achtcilinders bleven tot 1955 uit het gamma). Het bleek een gouden greep. De modellen van Plymouth, veelal optisch geretoucheerde wagens van Chrysler of Dodge, verkochten als een dolle.

Na de oorlog moet je soms wel drie keer kijken om het eigen gezicht van Plymouth te ontdekken. Zo was de basisauto van 1946 een Chrysler Windsor in wat goedkopere verpakking. Ruim, sterk, en betaalbaar. Dat gold ook voor latere types als de Belvedere, Savoy of Fury. Die laatste kwam in 1958 op de markt en had de toen zo kenmerkende vleugels op de achterschermen en was er nu ook met een dikke V8 die naar gelang jouw kopersbehoefte tot 6.3 liter groot was qua inhoud en dan 330 pk leverde.

Opvallend was dat deze auto stoelen had die meedraaiden met de portieren waardoor in/uitstappen een fluitje van een cent was. Zag je weer niet bij de zustermodellen uit de Chryslergroep. In ons land was het merk ook populair. Zo was er de wonderlijk vormgegeven Valiant uit de jaren zestig die nu van alle compact-cars uit die periode wordt gezien als een van de leukste. Diens opvolgers waren beduidend minder opvallend van vormgeving maar deden het verkooptechnisch een stuk beter. De Fury-lijn was er voor de liefhebbers.

Geen zespitters meer maar altijd een V8 onder de kap en vermogens die konden oplopen tot dik 425 pk. Geen prijspakkers meer. Het merk werd steeds meer een concurrent in eigen huis voor Chrysler zelf of Dodge dat beduidend duurder was. Met de Barracuda had Plymouth een wagen in huis die de concurrentie aan moest met de Mustang van Ford of de Camaro van Chevrolet. Met 425pk en een zeer sportief uiterlijk en snelheden die boven de 200km/u uit stegen lukte dat aardig. Maar toch waren de dagen voor het merk geteld. Geen nieuwe ontwikkelingen meer, wagens uit andere stallen die als Plymouth werden verkocht, het merk bloedde uiteindelijk gewoon dood. Chrysler trok er alweer lang geleden de stekker uit. Over en afgelopen. En intussen is het voor liefhebbers best een merk om te koesteren. En zijn de klassiekers die nog rondrijden redelijk betaalbaar gebleven. Precies zoals men het bij de oprichting graag zag…. (Beelden: Archief)

Cijfers, feiten en propaganda…

Cijfers, feiten en propaganda…

Kijk als je alleen zou letten op wat de overwegend linkse lobby in dit land allemaal oreert op het gebied van verkeer en transport zou je denken dat je met een auto die nog op normale brandstoffen draait ineens heel erg ouderwets bent en ook nog een uitzondering. Maar zo is het niet. Zij die mij al een tijdje volgen weten dat ik meer ben van de cijfers en feiten en niet zo van de propaganda. Neem even in het achterhoofd dat in ons land ongeveer 9.2 miljoen voertuigen rondhobbelen. De meesten daarvan draaien op benzine, diesel of gas (in welke vorm ook). Jubelende propaganda vertelt dat elk jaar het aantal elektrische en hybride-voertuigen stijgt met tientallen procenten, maar ik legde al eens eerder uit dat percentages weinig zeggen. 1 plus 1 is 2, maar ook een stijging van 100%.

In dat kader moet je ook de jubelcijfers zien vanuit de politiek en de branche. Maar liefst 40% meer stekkerauto’s in 2021. Maar ja, de totalen zijn relatief klein. In totaal kende ons land 243.000 auto’s op Witte-kat-batterijen wat op die enorme vloot meer normale auto’s een klein percentage uitmaakt. Daarbij telt men dan graag op de wagens die naast een normale motor ook nog een piepklein stukje op accu’s kunnen rijden, de zgn. Hybrides. Ook die groeiden met maar liefst (..) 37% naar 138.000 stuks. Samen is dat dus 381.000 exemplaren en dat op die vloot van 9.5 miljoen. Ga je de door links zo gewenste transitieoorlog met de normale samenleving niet mee winnen.

Temeer daar de meeste van die aparte categorie wagens zich bevinden in het hogere prijssegment wat voor normale mensen onbereikbaar is. Nu is dat op zich al een oplossing voor het vermeende probleem. Zo lang rijden weer voor een elitaire minderheid bestemd raakt neemt de uitstoot van al die kwalijke gassen natuurlijk af. Het plebs mag in het OV. Waarvan de elektriciteit natuurlijk alleen maar met windmolens werd opgewekt. E de gee geleuf da? Nou ik niet. Klimaatakkoord of niet, je kunt niet alle ellende afwentelen op normale mensen zonder dat heilige geloof van de fanatieke sektes die een milieu nastreven waarin steeds meer mensen in een klein land samen zorgen voor een verbetering van de leefomgeving met 0,06%. Ook cijfers mensen….niets anders. Opvallend blijft dat men ons hier in Tesla’s en pakweg Nissans wil persen maar niets wil doen aan de telkens groeiende bevolking. Elke tien jaar een stad als Utrecht er bij. Blijft niet zonder gevolgen. Of je nu overstapt op elektrisch of niet. Kortom, die redenaties van de linkse sektes zijn verkeerd. Net als die van soortgelijke fanatici die wachten op het einde der tijden boven op een berg. En als ze niet worden gered dan maar de hand aan zichzelf slaan. Zou men dat ook doen als de doelen niet worden bereikt en het klimaat elders zwaarder wordt vervuild dan wij het hier kunnen redden?? Je zou het bijna verwachten. Hoe dan ook, het aantal elektrische (zwaar gesubsidieerde) auto’s in ons land ligt ergens rond de 3%. Dat zijn cijfers die op zich aardig klinken, maar bepaald niet overtuigen. Het zal mijn tijd wel duren. En later zullen zij die veel jonger zijn dan ik wellicht in een of ander oud elektronisch archief nog wel eens teruglezen wat ik anno nu heb opgeschreven. En gniffelen in hun met pek besmeerde handen…..’Had die oude meninggever toch gelijk….was allemaal flauwekul.’ (beelden: Archief)

Vleeskoeien…

Vleeskoeien…

Voor de goede orde, ik ben geen vegetarier of lid van de linkse Gektesekte die alles wat een beetje behoort bij het moderne leven af wil zweren om zo terug te keren naar de duistere Middeleeuwen waarin alles wat mooi en fijn is moet worden opgeofferd aan het grotere welzijn van de nieuwe elite. Nee, ik ben een realistisch mens. Houdt van een stukje vlees, maar doe geen overdreven dingen op dat punt. Komt ook omdat vlees ooit pure luxe was.

Ging het ons in vroeger jaren goed kwam er vlees op tafel, maar veelal werd er ook niet veel verdiend in die wat schrale jaren en was de keukenmeester in de weer met groenten en aardappelen. Vandaar dat ik vlees zie als een lekker luxe goedje. Typisch stadsmens ook. Vlees haalde je bij de slager en die leverde gehakt of andere stukken vlees keurig verpakt aan je af in een papiertje of later een bakje met wat folie er omheen gewikkeld. De supermarkten deden er nog eens een schepje bovenop en wie er van houdt kan de meest bijzondere vleessoorten vinden.

Van Argentijnse biefstukken tot Italiaanse ham, afgewisseld met Franse tournedo’s of Hongaarse goulash. Noem het maar en we kunnen er van genieten en smullen. Een industrie is ons deel geworden. Een industrie die de schaduwkantjes van dat consumeren van vlees vooral uit zicht weet te houden. Want hoeveel dieren moet je slachten om onze behoefte aan vlees (of vis) overeind te houden? Het is een groot aantal. Wie wel eens over onze wegen toert in de ochtend ziet vrachtwagens vol richting een van de vele slachthuizen rijden. Dieren die soms een geweldig leven hebben gehad, maar vaak ook in grote stallen opgesloten vooral vet werden gemest om onze karbonades te verzorgen.

Zelfde geldt voor pluimvee. Kip is een van de goedkoopste vleessoorten, zowel in de supermarkt als op de wereldwijde fysieke markten. En we zijn als Nederlanders bepaald niet als enige dol op dat vlees. Veel in/uitheemse gerechten baseren nu net op die geslachte vogels. Voor wie het lekker vindt zijn er kalfsvleesgerechten, of lamsvlees. Vertaal het eens letterlijk en zie welke diertjes er voor het leven moesten laten. De trek neemt meteen af. Nu is schuldgevoel ook zoiets natuurlijk. Immers, vlees zit vrijwel overal in, al was het maar in dierenvoedsel.

De Chinezen (en andere Aziatische volken) eten alles met poten op, behalve de tafels en stoelen waarop ze dat verorberen. ‘s-lands wijs ‘s-lands eer en we moeten nu niet net doen of alleen die Nederlanders zo veel vlees verorberen. Ik ben zelf een matige eter, geldt dus ook voor vlees. Maar ik ga het ook niet uit de weg. Dat kan beter, vast, maar het is net als met dat milieu, als wij totaal zouden stoppen met vlees scheelt dat 0,05% van het totaal in de wereld. Misschien is het goed om kinderen eens mee te nemen naar een slachthuis en ze te laten zien hoe het daar toegaat met die dieren……Wellicht dat we dan dwars door culturen heen komen tot het besluit om minder vlees te consumeren. Iets voor een schoolreisje?? Ben benieuwd wie het voortouw daartoe neemt…..en intussen…smakelijk eten. (Beelden: eigen archief..)

Dikke tosti’s; De Eendracht Weesp.

Dikke tosti’s; De Eendracht Weesp.

We konden bijna niet wachten tot het moment dat de horeca weer open werd gegooid door onze links-liberale regering. En daarna wilden we er toch weer eens van profiteren. Dit keer in Weesp, Amsterdam in het klein, waar we intussen parkeerplekken hebben ontdekt die een rondje door dat leuke plaatsje weer mogelijk maken. En omdat we er nog nooit waren geweest stapten we onlangs binnen bij het erg fraai onder dak gebrachte restaurant De Eendracht aan het Grote Plein in de Vechtstad.

De ambiance is daar warm en plezierig, en dat geldt zeker voor de crew die er actief is. Jong, professioneel en ook op gebied van controles (helaas moest je volgens de geldende regels nog steeds bewijzen dat je soort van gezond bent met je smartphone, je zult er geen een hebben…) uiterst geduldig en aardig. Hoewel de zaak aardig gevuld was vond men toch nog een plekje voor ons en bekeken we de van een buurtafel geleende menukaart. Die is aardig gevuld en geeft je van de ochtend tot de avond een rijke keuze. Rijk moet je niet zijn om hier te eten of drinken, maar enige welvarendheid is wel aan te bevelen.

Want dit is geen budgetzaak. Wij kozen voor thee met een tosti, vaak een proeve van bekwaamheid als het gaat om dit soort zaken zo rond het middaguur. Wie het kleine niet eert is de rekening niet weerd. De thee was van de goede soort, alleen moest je hem (via een zeefje) wat langer laten trekken dan je wellicht met die bekende zakjes gewend bent. De tosti’s waren dik, aan de buitenkant meer dan krokant verwarmd, het beleg was mager toegevoegd. Ik heb bij die tosti’s altijd wat bezwaar tegen het gebruikte ‘Landbrood’ omdat dit vaak (erg)dik is en eigenlijk niet zo geschikt. Met een apart bakje tomatensaus, geen zakjes hier, was het geheel overigens goed te verwerken.

Een stevige vulling voor de middag, zeker, maar met iets dunner brood en wat meer vulling was de tosti (ham/kaas) smakelijker geweest. De rekening kwam vrij snel na de vraag daartoe en bracht ons bijna 2 tientjes verder. Best geld voor het gebodene. Maar ja die ambiance, en die bediening. Het mag iets kosten. Ook de toiletten waren keurig netjes, niets van te zeggen. En de zaak zat (binnen de regels van het coronaspel) aardig vol. Een cijfer 9 voor het geheel is op zijn plek. Meer om die ambiance en die ontzettend aardige dames die er de zaken regelen, dan voor het door ons gekozen gerecht. Maar wel verdiend. (Beelden: eigen/Endracht)