Het waren zalige kerstdagen. Samen met haar, ze heette Gina, had hij met een paar takken en wat kleine lampjes de boel nog wat opgefleurd in zijn flatje. Daarna was ze thuis nog wat spullen gaan halen en terug gekomen om niet meer te vertrekken. Samen kookten ze een maaltje voor de dagen die kwamen, zij dekte de tafel met een laken dat hij in de kast had liggen maar zelf nooit zou gebruiken, en ze maakten er een feestje van. Ze kletste hem de oren van zijn hoofd, maar wat ze zei klonk als muziek. Muziek die hij al zo lang in zijn leven had gemist. Met zijn vrouw praatte hij wellicht nog net over de kinderen, of wat praktische zaken, maar nooit over gewone alledaagse weetjes. Gina was daar wel van. Ze vertelde hem over haar voormalige partner, die haar zo had beduveld. En dan vooral financieel. Over haar familie, waar nog een vleugje Italiaans bloed in te vinden was, vandaar haar naam, en over haar behoefte aan geborgenheid. Voor hij het wist had ze in zijn armen gelegen op de bank en was van het een het ander gekomen. Langzaam maar zeker hadden ze toegewerkt naar sterren en vuurwerk en dat bleek voor beiden een zeer ontspannende finale. Hij wist niet dat hij het nog in zich had. Zij maakte emoties bij hem los die hij in jaren niet had gekend. Wat een vrouw. Ze bleef die avond ook slapen. In zijn bed dat hij daarvoor maar even extra had opgemaakt. Ze nestelde zich tegen hem aan in het weinige dat ze aan had, en dat maakte dat de nacht net zo ontspannen plezierig verliep als de avond voorafgaand. Na een lekker ontbijtje samen had hij haar gevraagd wat ze verder wilde.
Moest ze niet naar haar familie, het was tenslotte Kerstmis? Nee, dat wilde ze niet. Ze wilde niet weg. Had het zo naar haar zin, wilde voor altijd bij hem blijven. Hij moest daar nog eens over nadenken. Was het niet gewend dat er iemand op deze wijze van hem kon houden. Maar hij twijfelde geen moment toen ze hem vroeg mee te gaan naar haar flat om de tweede feestdag ook echt als zodanig te laten verlopen. Alleen vond hij het wat zielig voor zijn Grijsje. Helemaal alleen in die nieuwe flat van hem, dat werd wennen. Maar de poes leek te snappen wat hij van plan was. Hij verzorgde water en eten, maakte de bak schoon en stapte onder de douche. Intussen ruimde Gina haar spullen bij elkaar en zette koffie. Toen ze die op hadden waarbij ze elkaar qua blikken niet los lieten, stapten ze met wat tassen in de lift en verhuisden naar haar flatje een etage of twee hoger. Bij haar was de inrichting warm, vrouwelijk, en zij had wel een echte kerstboom staan. Zij liet hem even rondkijken en kuste hem toen uitgebreid op zijn mond. ‘Welkom in mijn huisje en in mijn leven. Maak het je gemakkelijk en wen er maar aan. Voorlopig ga ik nergens heen. Ik ben er voor jou’. En ze verdween in haar slaapkamer om ‘even wat op te ruimen’. Toen ze terugkwam had ze een zwart en kort jurkje aan dat haar zalige figuur extra deed uitkomen, zwarte kousen en hoog gehakte schoenen. Nu wist hij het zeker, de Kerst kon echt niet meer stuk. Alleen jammer dat hij met zijn oude trui en jeans wel erg negatief af stak bij haar….


In de jaren dat ik mij zakelijk actief door de wereld bewoog om zo te zien mijn eigen bedrijfje nog wat meer op de kaart te zetten bij potentiele opdrachtgevers kwam ik ze vaak tegen. Mooipraters, interessantdoeners, uitvinders van wit garen of buskruit. Gelukkig ben ik voorzien van een stevige dosis zelfkennis, ervaring en het nodige cynisme, waardoor ik die wonderlijke types al snel in de gaten had. Vaak uit op jouw ‘handel’ zonder daar zelf ook maar iets voor te hoeven doen. Immers zij zaten in een unieke (..) handel en hun aanbod was zo bijzonder dat al mijn kennis en ervaring, plus mijn creativiteit en ondersteunende partners er bij verbleekten. Ik heb er heel wat ontmoet. Een beetje ondernemer wordt namelijk lid van ondernemersclubs, van lobby-verenigingen en zo meer. Ik dus ook. Uitwisseling van visitekaartjes was daar schering en inslag. Altijd met het idee dat je iemand zou kunnen vinden die snapte wat jij deed of te bieden had. Pas dan kun je met elkaar praten over wederzijdse belangen.
Onlangs kreeg ik een reclame te horen van een bank die haar ‘unieke diensten voor de zakelijke ondernemer’ aan de man of vrouw wilde brengen en dat deed met de gevleugelde zin: ‘Bel ons dan kunnen we kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen’ of woorden van die strekking. Die zin heb ik vaak gehoord. Wat we voor ‘elkaar kunnen betekenen’. Ik legde dat altijd letterlijk uit in mijn eigen voordeel. Dus…als ik jouw diensten afneem ga jij jouw reclamecampagne of PR-actie via mij laten lopen? ‘Nou nee, zo is het niet, ik bedoelde meer dat ik dan aan jou mijn unieke diensten of die van mijn bedrijf zou mogen leveren’, was dan steevast het antwoord. Altijd hetzelfde beeld. Wel het een maar niet het ander. Hoe zo voor elkaar iets kunnen betekenen?? Ik heb zelf al jaren genoeg wit garen en ook mijn voorraad zelf uitgevonden buskruit is groot genoeg. Blijft lastig in die netwerken.
Een ander iets gunnen als je zelf zo uniek bent dat je dat op allerlei manieren wilt uiten. Zelden op de juiste. Daarvoor heb je dan iemand nodig die je daarbij helpt. Maar daar is vaak geen budget voor beschikbaar. Dat is overigens een probleem dat je bij banken zelden tegenkomt. Daar doen ze veel in eigen beheer. Vandaar dat je bij die reclame deze zin benut. Want als ik dat letterlijk neem zou ik me dus meteen als ondernemer melden en zien hoeveel wit garen en buskruit ik kan leveren in ruil voor een bancair professioneel advies. Ik vrees heel weinig. En weet genoeg over die bank om er nooit zaken mee te doen. Al ben ik dan officieel gestopt, opletten doe ik nog steeds. Opdat u het weet….


Saga Noren heet ze in de serie The Bridge. Een detectivereeks uit Denemarken en Zweden met een hoog spanningsgehalte. Niet in de laatste plaats door het geweldige spel van de acteurs als die uit het team van dit fenomeen. De Scandinaviërs zijn meesters op dit gebied. Saga valt op omdat ze kennelijk een geestelijk defect heeft. Ze kent namelijk geen min of meer normale menselijke gevoelens. Ze reageert soms als een robot en ziet affectie als zonde van de tijd. Als ze al behoefte heeft aan wat menselijke aandacht stapt ze op een man af en vraagt op die seks met haar wil hebben. Hilarische omkering van feiten als we ons normale leven nemen als leidraad. Saga wordt fantastisch gespeeld door de in Zweden bekende actrice Sofia Helin(43), die een soort kwetsbare schoonheid combineert met een mooi figuur.
Ze is blond, zoals je van een Zweedse verwacht, en geeft Saga een heel eigen karakter. Kwetsbaar ook, omdat haar jeugd haar op enig moment in de serie achtervolgt. En die jeugd is niet fijn geweest. Dat Saga zo vreemd reageert en praat komt daaruit voort. De actrice Sofia Helin heeft een heel andere achtergrond. Is getrouwd, heeft kinderen, werd bekend met vrolijke rollen, maar brak internationaal door met deze rol in The Bridge die sinds 2012 draait. Onlangs zagen wij de derde reeks al. Geweldig spannend. En dat spel van Sofia Helin van een ongekende schoonheid in talent. Bij interviews die Helin geeft over de rol van Saga beschrijft ze ook hoe dit bijzondere karakter in haar eigen mens zijn doordringt.
Saga is in alles anders dan zij zelf, oogt stoer, scheurt in een Porsche rond, terwijl zij zelf helemaal geen auto bezit. Haar man is ooit acteur geweest, werd later priester in de Zweedse kerk. Kan kennelijk daar. Maar dat leven is duidelijk minder avontuurlijk dat dat van Saga die van probleem naar probleem beweegt. En altijd eenzaam thuiskomt. Behalve als ze een man meeneemt voor ‘seks’ en hem dan voor de wekker afloopt de deur uitwerkt. Want haar werk is belangrijker dan wat ook. Als de Bridge niet wordt voortgezet, de kans daarop is aanwezig, gaat Helin aan de slag in een Duits TV-familie drama, onder de titel The Shared Sky, dat zich afspeelt in het Berlijn van voor de Wende. Ze laat het verder op zich af komen. Maar een ding is zeker, als ze weer in de huid en de leren broek van Sage kruipt, doet ze dat weer op de wijze die we van haar kennen. Met de volle inzet die past bij een goed actrice. En dat is Sofia Helin. Een heel goede!
Veel vrouwen zijn volgens mij van mening dat 99% van de mannen afkomstig is van Mars en zij zelf van Venus. Mannen zijn vaak grof, snappen niets van emoties, willen maar een ding als het er op aan komt en dat is zeer zeker niet de vuilniszakken buiten zetten. Mannen zelf zien hun leven pas echt ingevuld als ze in huis of daar in de buurt een ruimte hebben waar ze zich kunnen terug trekken. Nooit veel verder gekomen dan de oermens die in zijn grot levend allerlei handige of wellicht zelfs nutteloze zaken binnensleepte en bewaarde. Mannen met interesses in nog iets anders dan het huishouden, klussen, kinderen of de mooiste aller scheppingen, de vrouwen in ons leven, vullen die ruimten op met alles wat ze leuk of interessant(er) vinden. De een doet dat met zijn motorfiets(en), de ander met in blisters verpakte dames op schaal, stripboeken, tv-schermen om alle sportwedstrijden te volgen, er zijn mensen met museale verzamelingen schaalmodellen, treinenbanen, of wat ook.
Leuk om in te vertoeven, liefst met vrienden voor het ‘Amstelbier-gevoel’. Niks voor vrouwen. Die vinden dat vaak kinderachtig. Wat die mannen dan weer niet begrijpen en daarop reageren met nog meer terugtrekkende bewegingen. In feite zouden veel mannen wel twee huizen willen bezitten. Een voor het gezin, waar ze dan zeker een keer het vlees komen snijden per week, en die eigen omgeving waar niets hoeft, veel mag en geen kritiek bestaat op het eigen gedrag. Die zgn. ‘Man-Caves’ zijn een internationaal fenomeen. Ik lijd er zelf ook aan hoor. Geen nood, de laatste die dat niet zal toegeven. Omgeven door de dingen die van belang zijn geniet ik van vroeger en nu, en ook de toekomst. Ik schrijf er o.a. deze blogs en ben dan ook extra gestimuleerd door wat ik zie of wat voor het grijpen ligt.
Lukt je echt niet als je in de huiskamer het gesprek gaande moet houden of naar tv-programma’s moet kijken die je feitelijk niet echt interesseren. Vrouwen hebben veelal heel andere interesses. Niet bevooroordelend bedoeld hoor. Maar het is niet anders. Onlangs was ik weer eens op bezoek bij iemand die zo’n enorme ‘Man-Cave’ helemaal voor zichzelf had. Vol met een museum waar hij alles over wist, wat andere collecties (tot op het toilet hing het vol met vitrines en schaalmodellen). Zijn vrouw kwam er naar zijn zeggen twee keer per jaar langs. Als de caravan er werd gestald en als dat ding er begin van het zomerseizoen weer uit werd gehaald. Zijn passies deelde ze niet. Ook dat is een typische vrouwelijk trekje. Geen interesse tonen voor wat manlief zoal uitspookt. Daarbij drinken ze zelden bier en kunnen ook geen echt grote verhalen opdissen. Daarin zijn wij mannen uniek. Vandaar dat we ons zo graag onder vrienden terugtrekken. Proost mannen! En als je nog geen mannengrot bezit, wacht niet te lang er een te bouwen of in te richten. Echt waar, het redt je relatie. Mits je op tijd ook die vuilniszakken buiten zit of de hond even een rondje laat maken. Dan is alles top op Venus en kun jij snel afreizen naar Mars!

Gezondheid is bijvoorbeeld niet te koop, en soms worden er figuurlijk aanslagen gepleegd op ons samenzijn. Maar we zijn en blijven een goed team. De fundamenten sterk en als er dan wat kalk van het gebouw valt stort dat huis niet meteen in. Aardbevingsbestendig wellicht. We maakten heel wat mee samen, en dat allemaal simpel begonnen toen zij kwam werken op een plek bij een grote bankinstelling waar ik toen al een jaar op de loonlijst stond. Een ‘bankstel’ dat door sommigen om ons heen weinig toekomst werd toegedicht. Net iets voor ons, dan maar bewijzen dat het anders is. Intussen toegetreden tot de leeftijd van de ’50Plussers’. Maar nog altijd samen. Handleidingen nooit gelezen, ervaring geeft meer ruimte tot improvisatie. Water en wijn mixen en af en toe gewoon toegeven aan de wensen van de ander. Het kwam wel goed. Nog steeds een goed team. En dat vieren we vandaag. Dus we zijn er even niet….er wordt gegeten. Of zoiets. Daar moeten we het nog even over hebben. En feliciteren ons zelf….met elkaar….dank u!
Samen zaten ze op de bank. Ze waren jong nog, de relatie net begonnen. Het was zeker gezellig en modern ingericht, haar idee. De warmte van deze bijzondere zomer maakte hem onrustig. Ook zij schoof heen en weer. De kleding luchtig, te warm in huis voor al te veel bedekking en dat leidde soms enorm af. Plotseling ging hij rechtop zitten. Keek haar liefdevol aan met zijn bruine en heldere ogen. Zij keek hem terug aan. Smolt zowat. ‘Zullen we het een keer proberen?’ vroeg hij op rustige toon. ‘Het lijkt mij heerlijk en het moet er toch een keer van komen’. Ze kromp ineen. Het idee dat het hier en nu ineens zou komen tot een enorme dadendrang beangstigde haar. Daarbij, ze was er niet op gekleed. ‘Kunnen we daar niet nog even mee wachten? ‘ Ik weet niet of ik het wel wil, ik ben er niet klaar voor en heb er ook geen enkele ervaring mee’ stelde ze oprecht en met haar klaterende stemgeluid vast. O wat hield hij van haar. Zeker als ze hem afwees, dan werd ze extra aantrekkelijk. Hij ging dan proberen om haar te overtuigen te doen wat hij graag wilde, te laten zien wat hij lekker en aantrekkelijk aan haar vond, maar hij wist dat ze dan een extra barrière zou voelen om hem tegemoet te komen.
‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??
Onlangs was ik met heel lieve vriendjes in gesprek. Het ging over het onderwerp ‘vriendschap’ en wat de inhoud daarvan eigenlijk kon betekenen voor betrokkenen. Vooropgesteld, vriendschap is een keuze. Van beide kanten. En ik ben van de soort mensen die meent dat vriendschap niet beperkt hoeft te blijven tot mensen van dezelfde leeftijd of hetzelfde geslacht. Als mensen leuk zijn, bij je passen, je het warme gevoel geven dat ze er altijd voor je zijn, dat ze onderdeel van jouw leven willen zijn zonder er meteen iets voor terug te verlangen, neig ik al snel naar de stelling dat dit dan ‘echte vriendschap’ is. Van die soort ken ik er in de loop van mijn intussen vele jaren best een aantal. Niet alleen voor het delen van je dieptepunten uiteraard, al lijkt dat meer voor de hand te liggen dan het delen van je evt. hoogtepunten. Maar het gaat uiteraard ook om zoet en zout, om leut en verdriet. Echte vrienden snappen ook dat je weleens wat minder in je vel zit of dat je iets anders wilt doen dan zij in de bol hadden.
Ze claimen jou net zomin als jij dat omgekeerd bij hen doet. Drempelloos van elkaar genieten. Dat maakt het leven leuker, warmer, geeft meer inhoud. Want bedenk je maar eens hoe het leven moet zijn zonder mensen om je heen die je echte vrienden mag noemen. Veel van mijn persoonlijke vrienden zijn mensen die ik via het ‘werk’ als collega leerde kennen. Mensen die je daardoor toch dagelijks meemaakte en die al dan niet op jouw frequentie bleken te zitten. De rest daarvan ben je na vertrek vaak snel vergeten. Verdwenen in het mandje van de geschiedenis, ook al hebben die zelf waarschijnlijk weer een heel andere groep mensen om zich heen die zij weer hun vrienden noemen. Soms bewegen vrienden zich ook in jouw eigen familiekring of omgekeerd. Als de band sterk is blijkt het elastiek soepel…. Maar in al dat geïdealiseer realiseer ik me ook dat er in de loop van de tijd ook mensen door de mand vielen, niet echt de vrienden waren die jij ervan verwachtte.
Mensen die kennelijk gingen voor het eigen gewin, die zochten naar persoonlijk vertier, of eenzijdig keken naar wat jij hen te bieden had. Maar omgekeerd nauwelijks bereid bleken iets terug te geven. Ik zag dat indertijd al bij mijn moeder. Die was van het type ‘verwendevriendendanvindenzemevastleuk’. Dat lukte maar met mate. Het bracht uiteindelijk niets. Bij haar begrafenis stonden alleen familieleden aan haar graf. En een paar echte vrienden van ons. Vanaf het eerste uur. Uit respect, en om ons te ondersteunen. Maar die mijn moeder zelf niet eens had gekend. Kijk, dat is pas echte vriendschap. En die koesteren we. Hoe is dat bij jullie lieve lezers? Ook van die geweldige vriendschappen waar je helemaal blij van wordt? En zijn dat er nu (nog) veel of weinig? Ik ben benieuwd.