Potloodkeuzes….

Potloodkeuzes….

Nog een nachtje slapen en wij mogen als weldenkende burgers en buitenlui weer een keuze maken voor een politieke richting die naar ons aller of eigen mening gaat zorgen dat alle ellende van de afgelopen periode eindelijk wordt opgelost dan wel vermeden. We gingen in de afgelopen jaren van crisis naar crisis, van heffing naar heffing, van minderheden die geld vroegen naar onoplosbare problemen op gebied van immigratie of huisvesting. Veelal veroorzaakt door politieke onwil of spelletjes binnen coalities. Ik werd het persoonlijk spuugzat om te zien dat sommige stromingen er alles aan doen om ons Nederlandse volk uit te kleden, maar dan wel op dusdanige wijze dat minderheden zich daar dan weer niet aan stoorden. Extremisme van linkse groepen nam hand over hand toe, net als antisemitisme en homohaat.

Partijen die vroeger vochten voor arbeiders zijn nu meer van de grachtengordelteslarijdersvandebaas soort. Windmolens en zonnecellen bleken intussen bepaald niet de oplossing van onze zogenaamde ‘energietransitie’. Linkse partijen willen af van alles wat modern is. Daarbij gesteund door christelijke stromingen die menen dat wat de Joden in WO2 overkwam niet is weggelegd voor hen zelf als hier totalitair denkende lieden aan de macht komen.

Onlangs nog zagen we hoe Nederland in twee gedeelten spleet toen het ging over dodelijke en barbaarse terreur die weer tot gevolg had dat een land dat daardoor werd getroffen keihard terug sloeg. Gek genoeg zag je diezelfde reflexen minder tot niet waar het ging om de invasie van Rusland in Oekraine. Elke dag doden en gewonden onder de burgerbevolking maar geen namaak-acteur/trice die zich daar druk om maakt. Want dat zijn christenen, dat telt niet. Zelfde reflex zag ik twee maanden terug toen de enclave Nagorno-Garrabach door het islamitische leger van Azarbaian werd bestookt en de Armeens/Christelijke bevolking moest vluchten dan wel zich moest bekeren tot de islam. Geen een protest uit linkse kring in ons land. Het is soms niet te begrijpen. Hoe dan ook, ik ben niet van de linkse leugens of dromen, het zal niet verrassen.

Ik ben zelf ook niet van de nieuwe Middeleeuwen, de vertrutting, de nationalisering, de ontmanteling van onze industrie of logistiek. Ik ben niet van de bomenkap t.b.v. biomassacentrales, niet van de verstening van groen landschap, niet van de massaimmigratie. Ik ben van het realisme. Benoem en verander. Kom op je schreden terug en denk eens in waardigheid. Terreur en extremisme is niet wat we moeten accepteren. Wetten zijn er voor iedereen, niet alleen voor hard werkende belastingbetalers. Ondernemers, mensen die het beste voor hebben met anderen maar ook met zichzelf. De gratisgeld-gebruikers of respectclaimers mogen wat mij betreft best iets bescheidener zijn in hun eisen of verhuizen naar oorden waar het veel leuker is. Soms moet je wat meer doen aan geschiedenisleer of algemene kennis. Dat helpt vaak bij het maken van keuzes. Keuzes die ik op de 22e, morgen dus zeker ga maken. Voor een betere toekomst, minder dreiging, meer democratie en zeker vrijheid van meningsuiting maar ook minder armoede bijvoorbeeld. Jullie ook? Al duidelijk welke kant jouw rode potlood op gaat? Kies je voor inhoud of mannetjes/vrouwtjes? Of denk je…ik doe maar wat….? Dat laatste hoop ik niet. Een ding is zeker, laten we vooral gaan stemmen nu het nog kan en mag…. (Beelden: Internet)

In de sneeuw naar Berlijn…

Telkens als we iets te vieren hebben of hadden deden of doen we iets leuks. Zo wilden we nog wel eens een tripje maken als bijvoorbeeld vrouwlief jarig was. Dat kon soms uitgebreider dan op andere keren in onze persoonlijke geschiedenis, maar in november 1988 vierden we een kroonjaar voor haar en besloten we dat te doen in Berlijn. Nu was dat een stad die je vanaf Schiphol alleen kon bereiken met Amerikaanse of Britse vliegtuigen, andere carriers zoals KLM mochten er door de toenmalige verdeling van Duitsland nog niet heen.

Dus checkten we op de 16e november, een dag voor haar daadwerkelijke verjaardag in voor de DanAir-vlucht uit die periode, in de vroege ochtend. Het vliegtuig waarmee we vlogen was een tweemotorige turboprop van het type British Aerospace/Avro 748 en zo’n kistje nam een 50-tal passagiers mee. Achter in de cabine was een open ruimte achter een vangnet waar men de bagage of wat vracht kon opbergen en de piloten liepen ons voorbij richting cockpit in een half militaire outfit.

De twee Rolls Royce Darts maakten voldoende geluid om elkaar nauwelijks te kunnen voorstaan maar in een uur en 38 minuten stonden we op het vliegveld van Berlijn (Tegel). De bijzondere ervaringen daar konden beginnen. Zo was de verdeelde stad nog echt een avontuur. We vermaakten ons prima en deden veel inzichten op over de enorme kloof tussen het vrije westen en het communistische deel van Duitsland dat nog onder een echt juk zuchtte van autoritaire controles en AK-47’s.

We bezochten uiteraard de bekende plekken van Berlijn en vierden de verjaardag van vrouwlief in alle vrijheid en sfeer die past bij zo’n gelegenheid. Op de 20e november 1988 moesten we weer terugvliegen richting Amsterdam. En was het de bedoeling dat we onze hotelkamer om 11u leeg verlieten. We mochten de bagage stallen achter de lobby. Maar verrassing…het begon te sneeuwen, en niet een beetje. Binnen de kortste keren lag er een dik pak van dat witte spul.

Dus maar even naar de Zoo, daarna in het Europacentrum een bakkie doen met een lekker broodje, dan nog even over de net gestarte Kerstmarkt daar vlak bij en genieten van een Gluhwein mit Schuss. En dan met de bus naar het vliegveld. Waar we al snel zagen dat de (zelfde) Britse turbopropper onder een fiks pak sneeuw verkeerde….Zou het toestel nog wel gaan? Toen we uiteindelijk konden inchecken deden we dat en bekeken het tafereel van het ijsvrij maken van de kist. Al snel zag die er toonbaar uit, maar ging het daarna toch weer sneeuwen…Het werd spannend.

Toch kwamen we zonder vertraging aan boord. Het voor de tweede keer ijs en sneeuw verwijderen ging zo heftig en met zoveel kracht dat het dwars door de randen van de raampjes naar binnen kwam zetten. Dus natte arm en shirt…Maar de kist startte de motoren en reed door de kledder en over een halve ijsbaan naar de schoongeveegde startbaan… In een uur en dit keer 35 minuten terug naar Amsterdam. Waar het helemaal schoon was. Nooit sneeuw gezien in Nederland. Het avontuur voorbij. Naast die leuke ervaringen waren we ook verliefd geworden op die prachtige Duitse hoofdstad van de toekomst toen. We zijn er nog een paar maal terug geweest. Maar niet meer in zo’n nostalgische propliner. Was best jammer eigenlijk…. (Beelden: Prive)

Creatieve cheffin…

Creatieve cheffin…

Afgelopen weken vermaakte we ons af en toe op tv met de geweldige politieserie Scott & Bailey. Die kenden we uiteraard al, maar deze werd nu weer eens herhaald bij zowel RTL als BBC One dus we konden door een beetje slim plannen alle reeksen en afleveringen achter elkaar opnieuw bekijken. Een waar genoegen. Al was het maar om het prachtige acteerwerk van alle deelnemende dames en heren. Mij valt altijd weer op dat deze Britse mensen bij het acteren gewoon veranderen in de types die ze spelen en je dus meent dat zij zijn wie ze uitbeelden. Dat is in Nederland veelal niet het geval al moet ik die serie #Oogappels van de NPO nageven dat het daar ook prima lukt in de huid van de karakters te kruipen.

Hoe dan ook, een van de opvallende types in de Britse serie is de verantwoordelijke inspecteur van het politiebureau waar zich zoveel afspeelt, Gill Murray. Dat is een vrouw die met een uitgestreken gezicht en de nodige cynische humor haar werk doet. Maar ook aardig boos kan worden over onrecht of stom handelen van haar ondergeschikten. Met een spits gezicht, rattenkopjeshaar en ogen die fonkelen wordt deze rol neergezet door Amelia Bullmore. Een actrice van naam en faam in het Verenigd Koninkrijk want ze speelde oa. jarenlang in Coronation Street, maar ook in diverse films en toneelstukken.

Bullmore is geboren in 1964, intussen dus bijna een zestiger. En wie dan ziet in welke creatieve rollen ze bezig is geweest verbaast zich nog meer als ik schrijf dat zij o.a. zeven afleveringen van Scott & Bailey heeft geschreven en daarnaast nog een reeks andere scripts voor diverse Britse series en toneelvoorstellingen. De dame komt uit een creatieve familie van reclamemakers en schrijvers terwijl twee van haar broers ook op hoog niveau hun vak uitoefenen. Als je diverse rollen ziet waarin zij actief was ontdek je direct dat deze dame erg veelzijdig is en het vreemde of lastige in haar vak niet schuwt. Ze is intussen al jaren getrouwd met een collega-acteur, de Schot Paul Higgins, met wie ze ooit samen acteerde in de serie ‘a View from the Bridge’. Samen hebben ze twee dochters. In de vijfde reeks van die beschreven politieserie was haar karakter met pensioen gegaan en neemt die reeks daardoor een andere wending. Ik vond en vind dat een verlies. Want die uitstraling en die specifieke manier van een vrouw als deze neerzetten vind ik echt te gek. Amelia Bullmore, vast bij de meesten van jullie onbekend, maar nu een stukje minder…. (Beelden: Internet)

Smullen bij de Witte Bergen..

Smullen bij de Witte Bergen..

Ik neem de lezer graag even terug naar de Dierendag van vorige maand. Die dag vieren wij meestal buiten de deur, zonder de dieren thuis verder iets te kort te doen. Op die datum namelijk, lang geleden alweer, trouwden wij en dat vieren we samen veelal in alle bescheidenheid. Grote feesten zijn aan ons niet besteed, we doen dat graag even samen. Dus reden we die dag begin oktober rond in het Gooi. Wandelden over de hei, rommelden wat in onderweg tegenkomende winkels, bekeken leuke plaatsjes en besloten een lekkere lunch te nemen in Hotel-Restaurant de Witte Bergen. Een onderdeel van de Van der Valkketen, wat inhoudt dat wat je eet vaak lekker is en redelijk betaalbaar. Dit filiaal van de Toekanfamilie ligt sinds jaar en dag aan de snelweg A1 bij Hilversum.

Het was er bij ons bezoek als altijd druk, zakenmensen ontmoeten elkaar hier, er wordt door de mediawereld nog wel eens wat vergaderd en mensen met een goede band op welk terrein ook vinden elkaar in de anonimiteit van de drukte. Druk is het vooral ook op het parkeerterrein naast het spulletje. Maar eenmaal de auto veilig weg gezet is het binnenshuis redelijk goed mogelijk om een tafel te scoren die voldoet aan de verwachtingen. Wij zaten aan het raam, de A1 loopt er vlak langs en dat is best een aardig verzetje als je elkaar niks meer te vertellen hebt. Nu komt dat bij ons vrijwel nooit voor hoor, wij kakelen ons wel door de dag heen, maar toch…. De bediening werd verzorgd door een stevige dame op enige leeftijd, maar die deed dat met verve en humor. Bij zo’n gelegenheid net de juiste toon voor ons. We kozen een Twaalfuurtje, lekker drankje er bij, niet te veel, maar net vet genoeg om er extra van te genieten.

De wachttijd op het bestelde eten was niet te lang, we luisterden intussen deels mee met de gesprekken om ons heen. Van de miljoenendeals die over tafel vlogen bij de twee zakenmannen links van ons tot de verhalen over Tante Jo en haar nieuwe lover achter ons. Blijft leuk bij Van der Valk die diversiteit. Grappig genoeg was duidelijk dat toen wij eenmaal waren uitgegeten het restaurant intussen half leeg was gelopen. De lunchgasten verdwenen. Rust weergekeerd. Dus nog maar een bakkie…. De dame bracht het met een glimlach en veel snelheid. Zij kon er wat van. Na afrekenen nog even de toiletten bezocht. Die bevinden zich in een onder-etage naast de lobby van dit bekende hotel. Keurig netjes, zoals je verwacht. Niks mis mee. Kortom, een plezierig bezoek aan een van oudsher bekend adres. Het was voldoende voor onze stemming van die dag. Groots vieren gaat aan ons voorbij zoals gezegd en samen is een blijft toch wel overeind. Van der Valk krijgt van ons een prima 9 voor wat we hier hebben ervaren. Prijs/kwaliteit klopt, ambiance druk maar eigenlijk ook wel gezellig. Alleen dat parkeerterrein, dat is wel een dingetje. Want als ik geen parkeerplek had kunnen vinden was ik hier wel doorgereden. Maar goed… (Beelden: Internet/prive)

Rusland’s topproduct; ZIL…

Rusland’s topproduct; ZIL…

Tijdens de jaren van de Sovjet-Unie was er de leiding van dat enorme rijk alles aan gelegen om de concurrentie aan te kunnen met het rijke westen. Op vrijwel elk gebied trachtte men gelijkwaardige producten te produceren en uit te leveren. Een van die gebieden was die van de auto-industrie. Daarbij werd men nog wel eens geholpen (..) door westerse investeerders als Henry Ford die zich niet schaamden om de communisten te helpen met de opbouw van hun mobiele industrie.

Maar ook in de tijden van voordat de Leninisten aan de macht kwamen werden er al grote en luxe wagens gebouwd in het Tsaristische Rusland, zoals de Russobalt die de concurrentie met Rolls-Royce aardig aan kon. Hoe dan ook, de Sovjet-leiders waren niet allemaal zo van het gelijke monniken en kappen idee dat ze zelf wilden rondrijden in piepkleine Moskvitches of wat dan ook. Nee, grote wagens moesten er komen en men keek dan graag naar de Amerikaanse wagens uit de periode.

Het Moskouse bedrijf ZIS (Zavod Imieni Stalina) maakte al jaren vrachtwagens en kreeg op enig moment de opdracht om de Grote Leider (Stalin) te voorzien van een auto waarin hij beveiligd langs de kaders van de Volkskameraden kon rijden. Dat werd de ZIS 110 die in 1946 verscheen en sprekend leek op een Amerikaanse Packard. Met een 8-cilinder van 6 liter inhoud was het een mastodont van een auto. De motor was zodanig in elkaar gestoken dat hij toe kon met de matige kwaliteit benzine die de Russen indertijd gebruikten. Er werden enkele exemplaren van gebouwd, waarvan sommige open en wit van kleur. Maar de meeste ZIS’s waren zwart gespoten. Na de dood van Stalin werd de fabriek snel van naam veranderd en kreeg het merk de L toegevoegd van Lichatchev, de toenmalige directeur. ZIL dus.

Dat ging nog even verder met de 110. De opvolger van deze klassieker werd de ZIL 111 die weliswaar een eigen ontwerp zou zijn van de Sovjets maar weer veel leek op een grote Chrysler of Cadillac. De vormgeving was best fraai, de motor nu in V-vorm gebouwd en leverde 200pk. Uit deze wagens ontwikkelde men door de jaren heen steeds nieuwere versies, die uiteindelijk leidden tot de enorme ZIL 114 die o.a. nog door Gorbatsjov, Jeltsin en zelfs Poetin zijn gebruikt.

Bij die wagens was de vormgeving strak, de carrosserie gepantserd en de lengte gegroeid tot dik 6.29mtr. Daarmee kon en mocht je gezien worden. Gold ook voor het brandstofverbruik want 1 op 2 was heel normaal. De ZIL 114 had ook een automaat en je kon er het halve Politbureau mee vervoeren. Toen de Sovjet-Unie ineenstortte kwamen deze wagens vaak op de vrije markt terecht waar liefhebbers van Ostalgie ze graag kochten. De wagens rijden prima natuurlijk (mits je er een aanhangwagen benzine mee trekt…) maar onderdelen zijn wel lastig te verkrijgen. Gek genoeg is de beperkte beschikbaarheid daarvan juist een reden dat deze auto’s in waarde stijgen. Poetin rijdt er niet meer in rond, die verkiest moderne alternatieven. Maar zo’n ZIL is wel een duidelijk statement rond waar het eigenlijk mis ging bij die Sovjet-leiders. Communistisch van denken, maar verheven boven de gelijk gestelde massa. En dat wreekt zich. Ook bij het uiterlijk vertoon…. Maar indrukwekkend zijn die wagens wel…(beelden: archief/internet)

Zenuwen….

Zenuwen….

Ik betrap me er op dat ik op die avond voor die bewuste dag altijd wat nerveus ben. Dan bedenk ik me welke rugzak ik mee zal nemen, welke kleren ik aan moet (want het wil dan best wel fris zijn in de ochtend..) en hoe we onze route precies plannen. Immers het is die volgende dag carnaval in de hoofdstad. En dan bedoel ik niet het echte, want dat vieren ze in het zuiden van het land, maar Koningsdag, de vroegere Koninginnedag.

Dan verandert Amsterdam in een mix van feest, handel, muziek en zo meer. Datzelfde gevoel zal vandaag in het zuiden leven. Immers, morgen is het de 11e van de 11e en dan start in het zuiden van ons land de carnavalsperiode. Men verkleedt zich, feest, misdraagt zich (een enkeling) maar komt via allerlei activiteiten de donkere dagen die volgen op deze datum in warmte en gezelschap door. Wij noorderlingen proberen ons soms een voorstelling te maken van hoe dat dan is of gaat.

Ik kwam daar onder de grote rivieren in het verleden redelijk vaak en in sommige dorpen kun je voorafgaand aan dit feest een kanon afschieten overdag zonder iemand te raken, maar eenmaal in de carnavalsstemming gaan de slingers naar buiten en lopen de meiden er bij als dansmariekes. Leuk natuurlijk en het heeft al een fiks oude traditie. Vanuit het Rijnland langs katholieke lijnen doorgedrongen tot onze streken waardoor je ook allerlei verschillen ziet. In Limburg is men wat uitbundiger met de aankleding dan in Brabant, maar daar zijn de wagens weer wat groter als het echt carnaval is en de economie vooral draait door de lokale horeca. Men sjokt door de straten, smijt met geld en slingers, omarmt elkaar (en meer) en geniet van wat zo’n feest de vierders biedt.

Tegenwoordig zie je die festiviteiten ook elders in het land ontstaan. Waar men overwegend katholiek is van geloof houdt men dan ook optochten en zo meer, maar het lijkt natuurlijk niet op dat wat het zuiden je biedt. Ooit was er ook zo’n organisatie die in onze stad haar best deed de winterse carnavalfestiviteiten op poten te krijgen. Maar het werd niet veel. Wij zijn meer van de Koningsdag (yesss) en de Gay Pride (ook leuk). Maar carnaval…nee. Daarbij spreken de meeste mensen hier ABN. En dat is nu net de charme van het zuidelijke carnaval. Je hebt als ABN-er geen idee waar het soms over gaat, je bent al blij als je al die feestvierders voor een deel verstaat. Ooit stond ik in Maastricht te kijken naar een grote optocht…alle wagens versierd met lokale opschriften, ik snapte er niks van. En zo houden die zuiderlingen hun cultuur zuiver. Wie er niet geboren en getogen is snapt er uberhaupt niks van. En zij die mee gaan vieren vanuit het noorden merken vanzelf dat je slechts wordt opgenomen als je een heel gezellige en volle kroeg rondjes geeft. Kost je een vermogen. Maar dan heb je ook wat. Hoe dan ook, deze Mokummer wenst alle carnavaleske zuiderlingen vanaf morgen alle plezier en vertier. Voor de goede orde, ik kijk op afstand, maar blijf wel hier….(beelden: Prive archief en internet)

(Beelden: Prive/internet)

Fladderen…

Fladderen…

Intussen honderden vlieguren verder moest ik onlangs bij het zien van een oude foto ineens terugdenken aan die eerste keer dat ik samen met vrouwlief (toen nog lieve vriendin..) het luchtruim koos in een piepkleine Piper TriPacer. We praten dan over heel lang geleden. Ik had net zelf twee keer gevlogen in een rondvluchttoestel van Martin’s Air Charter boven Amsterdam en had dus al de nodige vliegervaring (..) maar de liefde voor al dat vliegende spul maakte dat ik graag meeging in de uitnodiging van iemand van de bankinstelling waar wij toen werkten die zijn uurtjes met dit sportkistje wilde onderhouden.

Tegen een geringe vergoeding konden we op een wat kille aprildag mee vanaf het grasvliegveld bij Hilversum. Mijn oudere broer Rob nam ik ook mee, net als een collega uit die tijd zodat de piloot twee vluchtjes kon maken en wij op dat vliegveld konden genieten van de sfeer en wat er zoal in de hangar van dat veldje stond opgeslagen. De Piper Tripacer was een piepklein toestel, je kon er net met drie man inzitten en met het wat iele motortje voorin was het een wonder dat hij zich op enig moment los maakte van het altijd wat drassige vliegterrein.

We vlogen o.a. boven Loosdrecht en Hilversum en het was een hele ervaring om te zien hoe de piloot op heel andere wijze dan ik, ‘ervaren vlieger’…, van Schiphol kende. Het vliegen in een dergelijk toestel had meer weg van fladderen dan echt vliegen maar wat was ik er gelukkig mee. Weer een vliegervaring er bij en dat sterkte alleen maar mijn verlangen om overal en altijd heen te vliegen om meer ervaringen op te doen. Nou dat deed ik. Ik schreef al die vluchten op in een soort logboek en sta achteraf versteld hoeveel keren ik heb kunnen en mogen vliegen. Van klein tot groot, want ook qua omvang kon het nog kleiner, zoals in een tweezits Piper Super Cub of Cessna 150. Maar toen was ik natuurlijk wel door de wol geverfd en wist wat me te wachten stond. Dat was indertijd tijdens die eerste keer op Hilversum wel anders. Ik weet nog goed dat we heel tevreden instapten in de auto van mijn broer Rob. Want hoewel ik nu een ‘ervaren vlieger’ was, een rijbewijs bezat ik nog niet. Dat kwam pas later. Maar daarover berichtte ik al eerder… (Beelden: archief)

1 jaar Pepper…

1 jaar Pepper…

Toen wij de jongste telg aan onze poezenschare toevoegde was die net drie maanden oud. Klein, krulharig katertje, ondernemend, nergens bang voor. Onderweg naar huis (rit van 1.5 u) was hij relatief stil en gelaten, liet zich wel graag aaien in zijn reismand. Hier aangekomen keek hij op tegen de drie jong volwassen katten die in huize Meninggever al een paar jaar de dienst uitmaakten. En die vonden hem op hun beurt wel even wennen. De twee jeugdig volwassen katers sloten echter al snel vriendschap met de kleine rakker, voor de enige poes in huis, de ‘witte met karakter’ duurde dat wennen vrij lang.

Zij haalde uit naar de kleine nieuwkomer, blies en gromde en vond het diertje overduidelijk geen aanwinst. De aanvankelijke aanloopproblemen lagen gelukkig op enig moment achter ons en Pepper zoals we de ondernemende kleine kater hadden gedoopt, integreerde geweldig. Stoeien is zijn lust en leven en hij ging de drie keer grotere medehuisgenoten met gebrek aan enig ontzag te lijf of ze zijn formaat bezaten. Knorren hoort er ook bij net als gillen om aandacht. Als hij wil spelen, beter gezegd als zijn personeel hem moet vermaken, gaat hij vlak voor je zitten miauwen. Op dusdanige wijze dat je wel opstaat en aan de slag gaat. Niet dat het dan lang duurt want soms rent hij met een speeltje naar boven om het daar te verstoppen en je later weer te vragen om het even op te zoeken.

Dat is een schier onmogelijke opgave, want waar stopt zo’n dier een speeltje weg? Bij veeg- en stofzuigoefeningen vinden we gelukkig een halve dierenwinkel speelspullen terug. Intussen is de clown des huizes 1 jaar en drie maanden oud en ook precies een jaar bij ons in het gezin. De glimlach die hij dagelijks opwekt is het al waard geweest. Ook op voor ons wat mindere dagen zorgt hij voor leven, vermaakt niet alleen ons maar ook de andere katten en die rennen dan met hem mee op en neer of heen en weer. Slapen kan hij op de meest wonderlijke plekken, maar ook in bed wil hij graag aan het voeteneinde liggen. Dan hoor je hem van afstand knorren. Dus..geen spijt van de adoptie. Kost wat, krijg je ook iets voor. En hij is intussen ook goed bevriend geraakt met de grote trotse witte dame. Samen ravotten ze ook vaak en dat is koddig om te zien. Pepper is wat ons betreft dus een blijvertje. En past naadloos bij die andere drie katten die vrijwel een (h)echte familie vormen. Samen met ons. Onze kattenkinderen. En Pepper daarin de Benjamin…(Beelden: Prive)

Opruiming….

Opruiming….

Wie mij hier al een tijdje volgt weet dat ik mijn interesse/werkwereld aardig breed heb gemaakt. Zo breed dat zaken soms door elkaar heen liepen. Zo maakte ik van mijn passie voor de luchtvaart mijn werk om dat later nog eens te doen met de wereld van automotive. Daarna werd het de communicatie/trainingswereld die me beetpakte en zo bouwde ik naast mijn hobby-bibliotheek en andere zaken ook een aardig groot zakelijk archief op. Indertijd belangrijk genoeg om alles te bewaren al was het maar omdat de wetgever je dat verplicht, maar ik ben nu toch zo ver dat ik aan het opruimen ben geslagen.

Confronterend werkje soms. Omdat je dan ineens ook weer allerlei zaken tegen komt die indertijd vroegen om veel tijd of aandacht. Ik zie terug hoeveel werk ik maakte van aansturing en communicatie met betrokken mensen of organisaties maar ook hoe creatief ik sommige acties voor derden in elkaar stak. Soms zelfs helemaal vergeten….Maar papier liegt niet. En dan bewaar ik maar weer de nodige uitingen die wellicht later een beeld geven van een creatief mens die zijn leven lang keihard heeft gewerkt om te bereiken wat hij deed, enige vorm van welvaart, erkenning en succes.

Maar ook in al die jaren die veel zag en meemaakte, niet altijd en overal zijn stempel op kon drukken, maar wel voldoende om daar een zekere trots vandaan te halen. En dit concluderend stel ik dan maar vast dat het dit keer maar om een deel van de administratie gaat uit de afgelopen 20 jaar. Wat daar voor zat heb ik al eens beschreven hier en zal ik niet herhalen. Naast de schoenen lopen is in tijden van opruiming en overdenking niet zo handig…ahum.

Daarnaast ben ik actief met het inpakken van delen van de collecties bezig. Je kunt na je verscheiden (ik plan 100 te worden…) toch geen chaos achterlaten dus moet gestructureerd gebeuren allemaal. Is dat leuk? Nee! Want ik geniet nog van al die collecties en lectuur die ik door de jaren heen verzamelde. Daarbij komen dan nog de geschriften waaraan ik meewerkte dan wel ze zelf helemaal vulde. Zo maar weggooien is niet relevant. Nee, een museum kan er aardig mee gevuld. Helaas is een van die musea net in een vorm van transitie gesmoord. Moet verhuizen, kan geen nieuw adres vinden, dus dat stokte meteen.

Jammer maar helaas. Maar als….dan heb ik nog wel wat zaken die ze van mij mogen overnemen voor hun museale collecties. Eerst maar eens zien hoe hun businessmodel er uit gaat zien dan. Ooit schonk ik in dat kader een schitterend model van een KLM-DC-8 aan het Aviodome op Schiphol. Nou, daar belandde het zonder aanduiding van de sponsor in een donkere kelder om er op een dag, dik 30 jaar later, in Lelystad weer eens uit te komen. Nog steeds zonder aanduiding over de sponsor van toen. Dat is niet goed voor mijn ego…. Hoe dan ook, ik ben lekker druk. Met niks, en toch….Nuttig….Beter nu dan later….Het fysiek doet het nog….Je weet maar nooit….

En jij, beste lezer(es), ook zo bezig met de grote schoonmaak?? Of doe je daar echt niks aan en laat alles na voor de Zondvloed?? Ben benieuwd… (Beelden: Prive)

Lijnvliegen…

Lijnvliegen…

En voordat je denkt dat dit een verhandeling wordt over het vliegen in passagierstoestellen, nee, daar gaat het dit keer niet over, wel over hoe je vliegtuigen aan een lijntje kunt houden, althans dat was ooit de bedoeling. Het begon allemaal in het jaar 1966, voor velen heel lang geleden, toen ik als jong mens met een kring jonge mede-enthousiasten om me heen een club vormde die zich bezig hield met het imiteren van de echte luchtvaart op schaal.

De een was daar serieuzer in dan de ander. Een van die mede-clubleden besloot op enig moment dat hij meer techniek wilde toevoegen aan die miniatuur luchtvaart wereld waarin wij leefden en kocht zich een lijnbestuurd echt vliegtuigmodel. Die dingen waren best prijzig, onder de 7 tientjes (was echt veel geld in die periode) waren ze niet te koop.

Hij trok met zijn lijnvliegtuig heel wat toenmalige ‘vrienden’ naar zich toe. Niet zo gek, want die machientjes werden aangedreven door echte gloeiplugmotoren met een jankend geluid en een propeller die zijn werk met veel plezier deed. Al snel kocht ik mij ook zo’n ding. Gemaakt van kunststof dat tegen een stootje kon, een handvat met dunne nylon lijnen, een startbatterij en de nodige vloeistof om die motor aan de gang te brengen en te houden. Het waren heel wat handelingen voor je zo’n toestel vliegwaardig kon maken en het was al vlot duidelijk dat de straat waar wij toen in woonden niet geschikt was als nabootsing van een vliegveld. Nadat ik diverse malen de gloeiplugmotor had laten draaien (de buren waren me niet dankbaar..) besloot ik dat ik wel genoeg gestudeerd was om de kist te laten vliegen.

Om geen risico te lopen dat ik na een vlucht een crash zou meemaken en geen vliegend vliegtuig meer in de vloot zou bezitten, kocht ik er een tweede exemplaar bij. Na de Douglas Dauntless van de eerste aankoop kwam er een Bell Kingcobra die net als de eerste in schaal 1:20 was uitgevoerd en een chromen laklaag combineerde met een stoer uiterlijk. Ook daarvan draaide de motor fantastisch dus het werd tijd om als groep aan de slag te gaan op een net ten zuiden van de toenmalige bebouwing van onze stad gelegen grasveld in een meestal rustig parkje. De vloten van de leden werden ingepakt en meegenomen en daar op dat grasveld uitgestald. Als ware Anthony Fokkers in de dop deden we alles volgens het (meegeleverde) boekje en hadden assistenten voor de ware ‘take-offs’. In het midden van een cirkel stonden wij als piloten klaar met onze plastic handvaten. De motoren werden gestart, de posities ingenomen….. Maar net op het moment dat we de lucht in zouden gaan werd vlak achter ons langs de Amstel een piepklein hondje overreden door een wat snel passerende auto. Het ging om een puppy. Vreselijk geluid, totale chaos en paniek. We konden het niet meer over het hart verkrijgen alsnog op te stijgen. Te veel emoties. De vloot werd weer ingepakt en meegenomen naar huis. Kort daarna verhuisde ik en kregen de echte vliegtuigmotoren af en toe nog een zgn. propcheck achter ons toen nieuwe woonadres. Altijd sensationeel. Maar vliegen deed ik niet meer. De eerste machine kreeg van mij een nieuw kleurenschema mee geleverd, de tweede werd begin jaren zeventig van de hand gedaan (geruild voor nog te maken kits) met een verre vriend. Het oudste modelvliegtuig met echte motor, de Dauntless hangt nog aan mijn plafond in de mancave. Als bewijs voor mijn zelfvertrouwen om echt te gaan vliegen op schaal. Maar ook als waarschuwing dat je met enthousiasme alleen nog geen piloot wordt. Lijnvliegen zette overigens nooit echt door. Je ziet tegenwoordig de meest fraaie nagebouwde modelvliegtuigen radio bestuurd dingen doen die veel lijken op hun echte voorbeelden. Daarbij vergeleken is mijn Dauntless maar een relikwie. Net als de meninggever….Past dus wel….(beelden: Prive/Internet)