Langzaam maar zeker…

Langzaam maar zeker…

Toen ik het in de beschrijving rond de meidagen van 1940 had over het karige van de uitrusting die onze krijgsmacht ten deel was gevallen vanuit de toenmalige overheid, deed ik dat in relatie tot de overmacht van de Duitsers. Maar ook daar was niet alles rozengeur en maneschijn. Had de Nazi-leiding vooral aandacht gehad voor aanvalswapens als bommenwerpers en tanks, fraaie uniformen en goede geweren en kanonnen, op het gebied van de luchttransportvloot liep men achter de feiten aan. De hele vloot vliegtuigen die o.a. bedoeld was voor haar paratroepen bestond uit zeer langzame maar zeker ook degelijke driemotorige Junkers Ju-52-3m machines waarvan de ontwikkeling al dateerde uit 1930.

Opvallend genoeg vlogen deze machines als verkeersvliegtuig maar ook als bommenwerper voor men er een parakist van maakte. Dat hield in dat je er naast de eigen bemanning nog 18 mensen in volle uitrusting mee kon afzetten boven vooraf bepaalde doelen. Met een maximale snelheid van net 240km/u was dit een erg langzaam toestel maar het kon wel opereren vanaf of naar vliegvelden met zeer beperkte voorzieningen.

Dat vond men bij de Luftwaffe van toen belangrijker dan snelheid. Een fatale vergissing. Toch werden er uiteindelijk 3.500 exemplaren van gebouwd. En die bleven in dienst tot het einde van WO2 bij de Duitsers maar nog wat langer bij de Britten, Fransen en Tsjechen die deels deze Junkers toestellen in licentie bleven bouwen. Bij de bevoorrading van Duitse troepen in winters Rusland speelden die ‘Tante Ju’s’ ook een belangrijke rol. Met ware heldenmoed vlogen de piloten er mee naar Stalingrad om daar goederen, munitie, voedsel en mensen te brengen voor de ingesloten troepen daar.

Men liet dan de motoren vaak lopen om te voorkomen dat ze zouden vastvriezen. Dus het was een betrouwbaar toestel. Maar die lage snelheid en een beperkt laadvermogen maakten ook duidelijk dat deze kisten vaak niet konden voldoen aan de aan de machine gestelde eisen. Met name bij de aanval op Nederland en Belgie in mei 1940 verloren de Duitsers veel Ju-52’s. De weerstand van de Nederlanders en Belgen was groter dan verwacht, daarbij gooiden de Britten nog wat bommen op al gelande Duitse transportkisten en die raakten zodanig beschadigd dat opstijgen er niet meer bij was. En zo verloren de Duitsers 200 van hun 400 ingezette Junkers transportkisten aan vijandelijke acties. 50% verlies was in die periode van de oorlog serieus. En lastig te vervangen. Ook al zette men civiele machines in om de verliezen aan te vullen, de kwetsbaarheid van de Junkers machines was wel duidelijk. Alleen bleef men er in Berlijn blind voor. En vlogen die oude machines aan het einde van de oorlog dus nog steeds in zware omstandigheden door. Opvallend was dat deze transportkisten een geribbelde romp kenden wat een zekere sterkte van de constructie beloofde. Junkers had dit voor de oorlog als specialiteit op al haar ontwerpen toegepast. Anders dan bij de Amerikaanse C-47 Dakota’s kwamen er maar heel weinig Junkers Ju-52’s na de oorlog in gebruik als civiel verkeersvliegtuig. En ook het aantal museale toestellen is beperkt. Toen een paar jaar terug een klassieker Ju-52 verongelukte trok men het bewijs van luchtwaardigheid in en staakte men de operaties met deze klassiekers. Maar in musea over de hele wereld zijn er wel nog wat te vinden. En dat is maar goed ook. Want je hoort te weten waar het goed en fout ging bij de toenmalige Duitse leiding op dit gebied. De plaatjes vertellen het verdere verhaal…… (Beelden: Archief/Yellowbird/LPAC)

Luchtzak….

Luchtzak….

Ik heb intussen heel wat (honderden) uren gevlogen en bij die ervaring meegemaakt dat een vliegtuig net zulke bewegingen kan maken als een auto op een weg vol viaducten, verkeersdrempels, rotondes of diepe kuilen. Lucht is nu eenmaal niet van de compacte soort en er staat op enige hoogte ook altijd wind. Die zijn van invloed op de tocht van zo’n metalen vogel. In 95% van de gevallen verlopen die vluchten zo rustig alsof je eigenlijk op de grond staat, maar in 5% kom je in luchtlagen of buien terecht waardoor jouw tocht door het zwerk ietsjes onrustiger verloopt. Ik vloog zelf in de achter ons liggende vliegjaren door storm, onweer, zijwind of wat ook en dan gaat zo’n toestel nog wel wat meer heen en weer of op en neer.

Zo is er de route over bergketens als de Alpen die nog wel eens wat onrust aan boord kunnen geven. Diverse malen meegemaakt. Door de wind die tegen die bergen aan beukt komen daar luchtwervelingen voor die ook zelfs op grotere hoogten zorgen voor onrust en derhalve op en neer gaande beweging van de vliegende machine waarin wij worden vervoerd. Zoals een schip op zee bij windkracht 5 of een trein die met hogere snelheden over een oneffen deel van de baan rijdt. Op een van mijn eerste vluchten naar een Italiaanse bestemming aan boord van een DC-9 van Alitalia maakte ik voor het eerst kennis met dat rollercoaster-effect. De lichtjes voor ‘riemen vast’ werden aangedaan vanuit de cockpit omdat men die turbulentie verwachtte. Wij als nog wat jeugdige passagiers deden dat, maar intussen was ook de lunch (toen nog wel) op het tafeltje voor ons geserveerd door de prachtige en ook aardige Italiaanse stewardessen. Inclusief een glaasje jus. Gek genoeg hadden wat Japanse passagiers om ons heen de riemen los en die hingen soms scheef uit hun stoelen om met elkaar te conserveren. Op enig moment sloegen de Alpen toe.

Bij het Mont Blanc massief zakte de DC-9 een meter of vijftig naar beneden om direct daarna weer omhoog te gaan alsof een reuzenhand de kist in zijn greep had. Onze jus maakte een sprong uit het plastic glaasje en kwam uiteraard naast die oerverpakking op het tafeltje (en broek) terecht. De lunch bleef gelukkig op zijn plek, maar de Japanners niet. Die lagen verkreukeld over elkaar heen, inclusief al die trays met eten en drinken. Gegil was het gevolg. Maar dat werd door de bemanning opgelost. Men bracht doekjes, hielp de gevallen passagiers overeind en maakte ook meteen duidelijk dat ze zich in de riemen moesten vastgorden. Zelf hielden de dames zich staande door zich soms aan stoelen vast te houden. Want de tocht kende meer hobbels. Ik at al vegend aan mijn broek mijn lunch op. Na de landing even de donkere kleding schoonmaken nog en gek genoeg zag je er nog maar weinig van. Maar ik was een ervaring rijker. Altijd doen wat de captain zegt. Het verbaast me dus dat er zo vaak iets mis gaan aan boord van die vliegtuigen bij zwaar weer of zo. Dan blijkt dat de helft van de passagiers geen riemen vast doet omdat men dit zo restrictief vindt aanvoelen. Nou dat zal wel, maar ik heb die dingen gewoon altijd vastgemaakt. Met al die klimaatveranderingen die door links worden voorspeld weet je maar nooit. En dan neem ik graag het zekere voor het onzekere. Maar dat doe ik zonder die retoriek ook in de auto, en op schepen vertoon ik me uberhaupt niet. Of er moet een plek in de reddingsboot zijn inclusief zwemvest dat ik op voorhand al om doe dan… Zelf wel eens meegemaakt lieve lezers/essen dat je op en neer ging in een of ander vervoermiddel? Ben benieuwd naar de verhalen…. (Beelden: Archief – illustratief)

Straatvechter…

Straatvechter…

Volgens een van mijn vroegere ‘chefs’ was ik in die paar jaren dat ik met hem werkte, een ‘Amsterdamse straatvechter’ en daardoor nergens bang voor en sloeg ik me met veel bluf dwars door zakelijke uitdagingen die andere mensen uit de weg zouden gaan. Hij zelf was afkomstig uit een of ander boerengehucht en had niet veel op met onze grote stad. De hoofdstad (maar ook Rotterdam of Den Haag) waren voor hem oorden waar je als provinciaals mens niet wilde komen en hij verdwaalde ook steevast als hij dat al een keer deed. De bewoners van die steden waren volgens hem ook uit hetzelfde hout gesneden. Gek genoeg, ik heb daar zelden last van, was de herhaling van die uitdrukking bij vrijwel elke gelegenheid reden om er soms zelf nog eens goed over na te denken.

Ik ben zeker wat je noemt een selfmade-man. In de jeugd vaak de juiste keuzes gemaakt, flink gestudeerd, hard werken bij diverse bedrijven uit allerlei branches, en zo relatief snel carriere gemaakt. Talen leerde ik in de praktijk beheersen. Maakte van nadelen een voordeel en was zeker niet op het mondje gevallen. Dat bracht me wel eens in de problemen, maar die zijn vrijwel altijd op te lossen. Maar een ding is zeker, ik sta voor wat ik zeg en wie mij goed behandelt(de) heeft of had een meer dan loyale gast aan die Amsterdammer. Heeft dat iets van doen met vroeger? Ja zeker. In de straten van Amsterdam-Zuid waar ik opgroeide was het aantal lieden van mijn leeftijd indertijd relatief groot. Je had er zelfs nog een verdeling tussen katholiek en protestant, arm en rijk (nou ja welvarend..), er speelden oude vetes uit de Oorlog een rol en de eerste immigranten (Chinezen) kwamen toen ook al in de straat wonen.

Er waren veel (mkb)bedrijven te vinden met hun eigen dynamiek. De weg naar school was zeer goed beloopbaar. Maar als keurig katholiek kind moest ik dan wel elke dag langs een huis waar protestanten woonden die meenden dat de straat hen toebehoorde. Althans het deel waar zij hun oud-ijzerhandel runden. Diverse keren renden die kinderen uit dat gezin naar buiten als dolle honden zodra wij er langs liepen. En een van hen had de neiging zich sterk op mij te richten. En dan lag ik weer over straat te rollen…voor niks. Dat werd ik op enig moment zat. En nam op een middag uit de grote tuin van de katholieke kathedraal naast onze school een stuk steen mee. Toen de agressieve broeder uit dat gezin weer op me afkwam en me greep ramde ik die steen tegen zijn neus. Kermend ging hij af. Nooit meer last gehad van dat spul. Maakt je dat tot een straatvechter? In letterlijke zin wellicht, maar verder houd ik niet zo van dat geknok. Een scherpe tong en stevige mening helpt meer. Ook in het zakendoen. Maar verder best een aimabel mens hoor. En die chef? Ach, die haalde naar mijn idee zelf vaak de verkeerde mensen naar voren op functies die hen pasten maar de zaak in mijn ogen niet vooruit hielpen. Lang geleden alweer, vergeven intussen. Maar niet vergeten….(beelden: archief)

Overstapjes….

Overstapjes….

Zodra ik ergens een boek vindt over het tramvervoer in Amsterdam ben ik al snel overstag om dit aan te schaffen en meteen te lezen. Een plank of twee in mijn overvolle bieb inmiddels ingericht met allerlei lectuur over dat onderwerp. Vaak technisch van aard, tramtypes, geschiedenis, inrichting lijnen, maar soms ook vanwege de uiterst fraaie platen die men als auteurs maakte ter illustratie. Veelal in combinatie met een decor in onze grote stad dat in die of die vorm vaak niet meer bestaat. U weet wel, renovatie, nieuwbouw, levendigheid van de stad belemmeren of domweg totale sloop. Het is dan ook een fraaie aanvulling als je iets vindt wat je nog niet hebt. In dit geval een boekje uit februari 1989 over de geschiedenis van de befaamde tramlijn 2 tot en met dat jaar. Die geschiedenis startte al eind 19e eeuw met paardentrams zoals het huidige college die anno 2024 ook graag weer teruggebracht zou zien.

Maar een aantal jaren verder werd de lijn langer, elektrificatie het nieuwe toverwoord en de Amsterdamse Omnibus Maatschappij uiteindelijk het GVB. Omdat de stad juist in die periode van de geschiedenis sterk uitbreidde met nieuwe wijken werd Lijn 2 een belangrijke vervoerslijn tussen de wijken in het toenmalige westen van de stad en het Centraal Station. En op basis van die geschiedenis neemt de auteur ons mee op een lijndienst van lijn 2 in foto’s en tekst waarbij hij de grote veranderingen laat zien die deze stad door jaren heen zo teisterden (en nog). Telkens weer veranderingen van straten, rails, inzichten, aanblikken en zo meer. in 144 pagina’s vol foto’s uit verleden en toenmalig ‘heden’ passeren de trams van toen en ‘nu’ in hun element.

We zien stadsgezichten uit de 19e en 20e eeuw. Maar ook evenementen (een beetje voetbalwedstrijd in het Olympisch Stadion, zorgde voor vele meer dan volle trams), maar ook hoe bekende straten van nu ooit als gracht of sloot door het leven gingen. Je ziet ook dat Amsterdam op enig moment altijd wel ‘open’ lag of ligt. En dat de trams dan via via moesten zien hoe ze de eindbestemming bereikten. We zien beelden van besneeuwde straten in Zuid en meteen ook dat anno 1904 de stedelijke bebouwing daar nog weinig voorstelde. Kortom een geweldig tijdsbeeld over een deel van het Mokumse trambedrijf. Met dank aan auteur R.A.M. Platjouw die met een licht humoristische touch een geweldig boekwerkje uit wist te brengen. Hij dankt op de laatste pagina diverse tramliefhebbers en journalisten voor de medewerking en hun beelden. Een ISBN Nummer kan ik nergens ontdekken dus het lijkt een uitgave in eigen beheer. Maar ik ben er blij mee en heb het met veel plezier gelezen. En opmerkelijk, gevonden bij een KLW in de Bollenstreek. Verdwaald, maar uiteindelijk op de juiste plek terecht gekomen….(Beelden: Persoonlijk archief)

Monumenten…

Monumenten…

Maak eens een stedentrip door eigen land en je komt hier links en rechts monumenten tegen. Soms zijn het beelden die passen bij de omgeving. In visserijgebieden kom je vaak in steen verbeelde vissers tegen, ik zag in agrarische omgevingen versteende boeren in allerlei vormen en maten, en als je wat historische gebieden binnen stapt zie je de zgn. ‘helden’ van toen of de bekende vorsten die zich in steen tot in de eeuwigheid laten bekijken. Nu is Nederland niet zo van de herdenkingen of heldenvereringen. Voor je het weet is er weer een of andere actie/pressiegroep die meent dat er op die of die figuur die in de geschiedschrijving van een land een grote rol speelde, best een smetje of meer rust.

Linkse types mekkeren altijd over slavernij of koloniale overheersing. Maar zelfs mensen die in ons eigen land belangrijk waren voor sectoren waar men in die actiekringen een hekel aan heeft worden meteen aangevallen op hun daden. Dat men in de landen waar men graag de eigen inspiratie vandaan haalt veel beelden en monumenten koestert waarmee je goed kunt zien hoe heftig die te keer gingen tegen de eigen bevolking of andere landen knechtten, doet er in de linkse kring niet zo toe. Lenin, Stalin, Mao, allemaal gekoesterd, want tenminste extreemlinks. Dat mag wel, maar figuren uit onze 500-jaar oude geschiedenis van de VOC of zo zijn reden tot actie en protest. Vaten boter op het hoofd die linkse lui.

Zelf zag ik in heel wat landen beelden, monumenten en andere uitingen waarbij lieden werden gekoesterd waar zelfs ik van wist of weet dat ze niet zo fijn in de eigen geschiedenis actief waren. In eigen stad ken ik natuurlijk het beeld van groot schilder Rembrandt op het naar hem genoemde plein. Maar ook dat van Generaal van Heutsz dat tegenwoordig als Monument Indie-Nederland door het leven moet. Dat laatste beeld is wel een voorbeeld van hoe de tijdgeest kan veranderen. Na de officiele onthulling van dat monument in 1934 noemde toenmalig Premier Colijn van Heutsz een man die je mocht vergelijken met Julius Caesar of Alexander de Grote. Hij had namelijk met zijn KNIL een einde gemaakt aan de islamitische opstand in het altijd al als lastig bekend staande Atjeh. Toen het linkse volk daar in de jaren 70 weet van kreeg waren de rapen gaar.

Van protest tot vernieling, van aanslagen op het beeld en allerlei acties werden gehouden om deze moslimhater (..) zijn eerbetoon te ontnemen. Uiteindelijk besloot het linkse college van B en W dat de naam van Heutsz van het beeld moest verdwijnen en een meer neutrale naam aan het overigens fraaie monument gehangen. In veel culturen is een beeld een soort Gouden Kalf. Het past niet bij het geloof daar of de cultuur. Maar zoals al aangegeven, heel wat uitingen van grootheidswaanzin zijn in met name dictatoriaal bestuurde landen te vinden. Zou men daar net zo te keer gaan tegen die uitingen is de kans groot dat men er het leven bij zal inschieten. Niet in ons land. Want Vrijheid van Meningsuiting….Jaja…maar nooit twee kanten van de zaak bekeken. Geldt ook voor van Heutsz. In zijn optreden van toen zat gewoon de opdracht van de regering. Opstand moest onderdrukt. Veiligheid voor de Nederlanders daar vastgelegd. En dat deed hij. Net als de jongens die er later hun dienstplicht moesten verrichten. Wil men wel eens vergeten. Zeker in groepen die wel roepen maar niet wensen te worden opgeroepen. Die krijgen nooit een beeld. Die maken liever selfies…(Beelden: Prive archief)

Elektrische straling

Elektrische straling

Er zijn mensen die zweren bij alles wat elektrisch is. Want, is de redenatie, dat is beter voor het milieu en we redden er het klimaat mee in 2100. Tja, claims als deze zijn zelden te bewijzen. Voor mij is elektriciteit vooral een verhaal van comfort. Omdat we licht hebben dat met die techniek functioneert. Warmte, voortstuwing en zo meer. Wat we nog wel eens vergeten is dat een jaar of wat geleden de toenmalige mobiele telefoons in de ban werden gedaan door betweters en semi-wetenschappers die zeker wisten dat onze hersenen zouden gaan koken door het gebruik van die apparaten. De groei van het gebruik en de ontstuitbare wens van de mens altijd en overal toegang te hebben tot informatie en contact te maken met de wereld, zorgde voor het wegebben van al die bezwaren.

Later kwamen er ook nieuwe onderzoeken uit die concludeerden dat van al die eventuele bezwaren weinig over bleef omdat het negatieve effect nauwelijks was te meten. Dat gold ook voor de overal geplaatste masten vol zenders die onze netwerken en internet moesten verzorgen. Landelijke dekking, het mocht iets kosten en op elke hoge flat werden antennes gebouwd vol schotels en zo meer om de consument met zijn mobiele telefoon of iPhone te bedienen. De concentratie van straling vanaf die masten zorgde opnieuw voor veel geklaag.

Mensen die er onder woonden klaagden over hoofdpijn, dat hun radio/tv-ontvangst gestoord werd en zo meer. De meeste klachten gewoon genegeerd. Dat gold ook voor hen die woonden of wonen onder hoogspanningskabels die ons landschap karakteristiek doorkruizen. Wie er wel eens onder heeft gestaan hoort de stroom er vaak doorheen knetteren, niet onlogisch, gezien het hoge voltage. Toch wordt ook daar nog wel eens badinerend over gedaan. Immers, je kunt altijd verhuizen om er geen last meer van te hebben. Nieuwe bewoners klagen dan op hun beurt zelden over de stroom boven hun dak. De parallel met klagers over Schiphol of pakweg spoorwegen is zo getrokken.

Met allerlei uitkomsten van zelf bedachte onderzoeken wil men de wereld veranderen op zodanige wijze dat de vermeende overlast verdwijnt en men schuwt dan niet om allerlei gezondheidsaspecten aan te halen. Net als bij die eerste mobiele telefoons…We zullen maar hopen dat het met al die onderzoeken net zo gaat als toen. Tot er elektrische vliegtuigen door ons luchtruim zweven en de treinen niet meer op rails maar over magneetbanen voortdenderen. Maar ik weet zeker dat er dan ook weer ‘wetenschappers’ zullen zijn die wederom iets af weten te dingen op al die nieuwe technologie. Want elektriciteit is zeker niet zaligmakend. Intussen ontwikkelen sommige lieden de knots, de speer, de bikini van brandnetelvezels en de vernieuwde trekschuit….Die laatste getrokken door een elektrisch robotpaard en bestuurd door AI. Ik voorspel ook daarbij weer de nodige problemen….SSST…niet zeggen…voor je het weet….. (beelden: Prive en archief)

Amsterdamse brommers…

Amsterdamse brommers…

Toen ik het in mijn verhaal over bromfietsen uit de tijd van vader of zoon een tijdje geleden in relatie bracht tot twee van die mij ooit als vervoer dienende pruttelende fietsen met hulpmotor, noemde ik al het merk Locomotief. Immers tussen andere bekendere merken was dit toch een buitenbeentje, ook al leek dat spul op van alles en nog wat dat door andere fabrikanten in die jaren werd uitgebracht en was de krachtbron vaak afkomstig van Sachs uit Duitsland. Maar de oorsprong van het merk lag in Amsterdam. Vandaar dus dat ik indertijd mijn beide exemplaren van dit bromfietsenmerk kocht bij het bedrijf van de broer van de ook al eens beschreven ‘Ome Leo’ die een bromfietsenzaak exploiteerde aan de Vinkenstraat in de Amsterdamse Jordaan.

In die volksbuurt was de brommer tot ver in de jaren 60 zeer populair, een auto voor de meeste bewoners van die smalle straten daar vaak veel te duur. Dus Locomotief viel wel in het potje. Het historische Amsterdamse merk was vooral fietsenfabrikant en startte daarmee in 1929, de exemplaren met hulpmotor volgden in 1955. Ergens in de jaren zestig stopte men er mee. De productie ging naar Simplex, wat later fuseerde met Juncker en verplaatst naar Apeldoorn. Weg Amsterdamse tintje.

Eind jaren zestig ging men weer over in andere handen en verdween het Mokumse gebeuren van weleer in het grote Gazelle. De brommers waren toen al lang uit de catalogus verdwenen. De door mij bereden exemplaren waren taai, betrouwbaar en met wat kunst- en vliegwerk aardig snel. Ik reed er ook best grote afstanden mee. Een ritje naar Scheveningen staat me nog goed bij, die rit, met latere vrouwlief achterop, diende een goed doel. Een op sluiten staande speelgoedwinkel aan de Neptunusstraat daar deed zijn laatste voorraden weg, en precies wat wij zochten stond er nog in de winkel. Voor zover het budget en de beperkte bagageruimte het toeliet namen wij dat spul mee terug. De Locomotief denderde toch maar mooi een kilometertje of 100 die dag met twee man op de buddyseat. Ook een ritje op en neer naar Nunspeet staat me nog goed bij. Omdat de ‘buikschuiver’ die ik toen bereed weliswaar zorgde voor plezierig fysiek contact met de achterop zittende passagiere, mijn nieuwe imago van toen vroeg toch om een ander soortig vervoer. Een nieuwe Puch was daarvoor het beoogde antwoord. In dit geval was het oude vertrouwde adres van Ome Leo de leverancier. Wat was ik er trots mee. De naam Locomotief verdween uit mijn persoonlijke vloot. En om te vermijden dat hij uit ons collectief geheugen verdwijnt schreef ik er nog even een stukje over. Doe er mee wat je wilt, maar vergeet dus niet dat het een typische Mokums merk was….Net zoals uw meninggever een oprechte en nog echte Amsterdammer is… (Beelden: Archief)

Thuisbasis Interflug..

Thuisbasis Interflug..

Voor iedereen die na 1989 is geboren zegt de term DDR (Deutsche Demokratische Republik) weinig tot niets meer, maar ooit was dit de communistische tegenhanger voor de BRD, oftewel de Bundesrepublik Deutschland die bij ons meer bekend werd als West-Duitsland, onze oosterbuur. Die DDR ontstond niet zo maar, het was de door de Russen bezette zone van Oost-Duitsland waar men na de oorlog met het Nazi-regime even afrekende voor de schade aan mensen en materieel die dat abjecte stuk uit de Duitse geschiedenis had aangericht in de Sovjet-Unie. Het resultaat was knechting van hen die verantwoordelijk werden gehouden, maar ook totale ontmanteling van de vaak van voor de oorlog befaamde industriele complexen. De Russen plunderden alles wat van hun gading was en namen dat mee naar het oosten. Het resultaat was dat het nieuwe communistische regime totaal opnieuw moest beginnen.

Op elk terrein. Ook op dat van de luchtvaart. Wat voorheen Deutsche Lufthansa had geheten moest nu opnieuw worden op- en ingericht. Dat gebeurde overigens in beide Duitslanden tegelijk en zo kon het gebeuren dat zowel in de BRD als in de DDR vliegtuigen met die opschriften opstegen. Helaas voor de DDR-regering won West-Duitsland de juridische claim op die oude naam en moest men in het oosten overschakelen naar een nieuwe. Dat werd Interflug, de staatsluchtvaartmaatschappij van de DDR dus. En dat bedrijf verzorgde niet alleen allerlei vliegverbindingen met andere landen of steden binnen de DDR, men deed ook veel op agroculturele sproeivluchten of had een afdeling speciaal transport die met Russische helikopters allerlei objecten op plekken bracht waar je met hijskranen niet kon komen.

Dat alles vanuit de basis voor het bedrijf, het vliegveld Schonefeld bij Berlijn. Want voor de DDR was Berlijn de hoofdstad. Dat won men ‘met dank aan Stalin’ dan weer van het Westen waar de Duitse regering noodgedwongen in Bonn verbleef. Dat vliegveld was ooit een fabrieksveld voor een van de grote Duitse vliegtuigbouwers en werd door de jaren heen steeds verder uitgebouwd. Zeker toen Interflug al maar grotere vliegtuigen ging gebruiken waardoor het aantal passagiers steeg en de afhandeling van passagiers en vracht steeds meer ruimte vroeg. De vloot van Interflug bestond uit Russische en Tsjechische toestellen. Daarvan was op enig moment de Ilyushin Il-62 het grootste vliegtuig. Bedoeld voor lange afstanden en het vervoer van 160-180 passagiers. Voordeel was dat de DDR dit toestel goed kon benutten als imagodrager, nadeel, je had er enorm lange start/landingsbanen voor nodig en die werden daar in Berlijn dus in allerijl gebouwd. Hoe dat allemaal ging staat in een alleraardigst boek over dat vliegveld waarin de geschiedenis van Schonefeld en Interflug aan elkaar worden gekoppeld. Het boek (ISBN 978-3-86777-454-3) van Verlag Rockstuhl vond ik een tijdje terug bij een Flevolandse Kringloopwinkel in absolute nieuwstaat. Ik heb er van genoten. Het legt vingers op zere (communistische) plekken maar laat ook zien hoe zeer men bezig was om van dat land een succes te maken binnen de beperkingen van het Stalinisme. In 1989 verdween de DDR, het Berlijnse vliegveld kwam in gebruik bij westerse vliegmaatschappijen (waaronder Lufthansa), Interflug werd opgeheven, de vloot verkocht en de geschiedenis vrijwel uitgewist. Gelukkig ben ik er om af en toe even wat toe te voegen aan de geschiedenis en kennis over dat speciale fenomeen….Het boek van auteur Horst Materna voegde veel toe. (beelden: Archief)

Trainers en leiders…

Trainers en leiders…

Al een tijdlang worden reclamedragers als de STER door bepaalde instituten uit het ‘trainingswezen’ benut om hun geweldige cursussen en trainingen aan de man of vrouw te brengen. Veelal trainingen die mensen menen nodig te hebben om goed dan wel beter te kunnen functioneren in een of andere bedrijfstak. Dat kan. Ik ben zelf als zodanig nog wel eens actief geweest en deed dit dan vaak vanuit vakkennis en ervaring. Door schade en schande wijs geworden bracht ik dan kennis over bij hen die nog aan het begin van een carriere stonden of ambieerden om daarin beter te worden. Soms lukte dat beter dan andere keren. Niet iedere boodschap komt bij iedereen hetzelfde aan en wie te eigenwijs is om aangedragen adviezen of lesstof tot zich te nemen dan wel meent dat het ‘bij ons’ heel anders toegaat ontdekt(e) vanzelf dat de realiteit van alle dag best confronterend kan of kon zijn.

Maar ik wil het nu even hebben over cursussen ‘succesvol leiderschap’ of welke term men bij de genoemde reclamemakers bij die reclame makende instituten wil benutten. Een ‘leider’ kan niet iedereen zijn, want voor je het weet heb je ‘arbeiders zelfbestuur’ in je tent omdat iedereen zich als leider wil ontpoppen. Een geboren leider is iets anders dan iemand die via een training meent door God gezonden te zijn. Het aantal ‘volgers’ is in onze maatschappij al eeuwen lang zo’n beetje 99% van de bevolking. Even nuttig als die leiders, maar dat geldt ook voor honingbijen die werken voor hun almachtige koningin. Het is mij dus een raadsel hoe je van volgers leiders gaat maken via een training. Als ik dan toch nog even teruggrijp op mijn trainersgeschiedenis, ik kon met de beste wil van de wereld van een in kostuum verpakte kamerplant geen echte verkoper maken en van iemand met een ambtenarenmentaliteit (sorry voor hen die dat vak uitoefenen)geen creatief bij een reclamebureau.

Het zijn namelijk specifieke talenten, je moet dat in je hebben en als dat niet zo is, en dat is in de meeste gevallen zo, geen nood, maar droom er dan ook niet langer van. Ben je een slechte minnaar/nares valt er wellicht nog iets bij te spijkeren, maar een leider worden via een training, ik geloof er niet in. Toch moet het wel goed betalen, anders maakt men er bij diverse bureau’s niet zoveel reclame voor. De illusie van het kunnen, aangedragen door trainers die meestal zelf nog nooit een echte leider zijn geworden. Dat was dan toch anders in mijn actieve jaren. Ervaring is best van belang….. Dus wie nog iets wil bijspijkeren op dat gebied….prima. Ik maak graag betaalde tijd vrij. Tegen mijn uurtarieven kan je geen builen vallen…. Vertel maar wat je wilt….:) (Beelden: Internet)

De snelle post…

De snelle post…

Als de gemiddelde burger nu kijkt naar de voordelen van de luchtvaart denkt men toch vaak eerder aan leuke vliegreizen naar een of ander vakantieoord dan wel een bestemming voor die bijzondere zakenbespreking. Anderen zien fraaie stewardessen die hele maaltijden serveren en altijd blijven glimlachen om ze de fikse ticketprijzen iets te doen vergeten. Die vorm van luchtvaart bestaat eigenlijk relatief kort. Met de komst van jumbojets in de jaren 70 van de vorige eeuw en soortgelijke vliegtuigen werden passagiers pas echt tegen betaalbare tarieven vervoerd.

In de jaren daarvoor was vliegen iets voor de elite en in de jaren van een eeuw geleden zagen de vroegste luchtvaartbedrijven passagiers als lastiger lading dan de post die eigenlijk het geld in het laatje moest brengen. Want beste lezer, met vervoer van de post werd de luchtvaart pas echt groot.

Zeker in de jaren na WO1 bedachten ex- oorlogsvliegers dat je met een oude omgebouwde tweedekker dat vervoer van post dwars door Amerika sneller kon doen dan met de treinen van toen. Dus startten tientallen pioniers als zodanig en vlogen dwars door stormen, zomer en winter in hun oude machines de post rond. Ook in Europa werd dit een verdienmodel. Al was het maar omdat veel landen aan deze kant van de Oceanen hun eigen overzeese gebiedsdelen en de inwoners hier en daar sneller het nieuws of soortgelijken wilden overbrengen.

Een beetje schip deed vele weken over de enkele reis trips naar die oorden en een vliegtuig moest dat toch sneller kunnen. Zo was het idee. Zowel de Britten, Fransen, Belgen als Nederlanders openden dus hun eigen postdiensten met die overzeese gebiedsdelen en haalden zo vele weken reistijd van die trips af. Nu was het niet zo dat dit alles vanzelf ging. De meeste toenmalige vliegtuigen waren vaak rudimentair van bouw en techniek en pech of crashes kwamen vaak voor.

De Britten en Fransen geloofden daarbij in het watervliegtuig, de Nederlanders hielden vast aan het landvliegtuig. Fokker bouwde veel van die toenmalige machines en denk maar eens aan de F-XVIII Pelikaan die begin jaren dertig met Kerstmis de bijbehorende post in recordtijd naar ons Indie bracht. De latere DC-2 Uiver nam tijdens de befaamde luchtrace tussen Londen en Melbourne ook de nodige post mee. In het verlengde van die post roerden ook bloemenkwekers uit Aalsmeer zich en lieten dozen vol van hun kleurrijke producten vervoeren door KLM naar verre bestemmingen binnen Europa.

Vracht en post samen het verdienmodel. En voor Aalsmeer de opmaat naar de huidige wereldwijde successen. En dan denk je dat tegenwoordig die post minder van belang is. Nou, de brieven wellicht, maar de pakjesstromen over de hele wereld maken dat er speciale bedrijven zijn ontstaan die er een eigen luchtvloot op na houden die qua aantal vliegtuigen heel wat bekende namen binnen de sector naar de kroon steken. En op diverse vliegvelden hubs inrichtten waar het ene vliegtuig aansluit op het andere waardoor jouw bestelde pakje soms binnen 24 uur vanuit China of Amerika hier bij je thuis wordt afgeleverd.

Wie wel eens op onze vliegvelden te gast is ziet die logistieke stromen en weet dat de luchtvaart ook op dat punt van levensbelang is. Een pakje dat langer dan twee weken onderweg is vinden wij als consumenten al onacceptabel. Zes weken wachten is reden tot cancellen en nog langer reden om het betreffende bedrijf in de ban te doen. Terug naar de scheepvaart? De trein? Nee, dat kan niet meer. En met dank aan die vroegste pioniers zijn er nog steeds grote vliegbedrijven van naam en faam die elke dag zorgen dat onze economie draait zoals het hoort. Willen we dat niet? Dan moeten we weer terug naar de tijden van weleer. De trekschuit en postkoets (zie de parallel..) wachten op je. Alleen met 18 miljoen inwoners i p v 1.6 miljoen zoals vroeger is dit geen optie meer. Dus vliegen moet…ook al trek je nog zo’n zure snoet… (beelden: Archief/Internet)