
Het was al een tijdje geleden dat we er op bezoek waren geweest, dus tijd om weer eens een dagje in te plannen om het nationale luchtvaartmuseum Aviodrome te bekijken. Dat heet tegenwoordig ‘Luchtvaart-themapark Aviodrome’. Het museum dat met veel verve werd gestart aan het begin van deze eeuw volgde in Lelystad het oude van Schiphol bekende Aviodome op. In Lelystad had men de ruimte en zou men historie en moderne tijd kunnen combineren. Nieuwe managers, sponsoren en medewerkers, waarvan een deel vrijwillig, zetten een groots museum neer. Met een eigen platform voor de deur waar naar gelang de behoefte de nodige museale vliegende kisten konden worden opgevangen en afgehandeld. Dat ging goed tot de crisisjaren na 2008. De sponsoren haakten voor een belangrijk deel af. Het Aviodrome nam weliswaar gas terug, maar men redeneerde toen toch meer vanuit het bewaren van leuke items voor het nageslacht en de voorlichting, dan vanuit een echt zakelijk inzicht.

Het ging dus goed fout, en de boel werd failliet verklaard. Daardoor verdween o.a. de Dutch Dakota Association uit de hangaar en moest het oude management het veld ruimen. Na enige onzekerheid kwam er toch een investeerder. Bedrijf uit de pretparkensector dat minder had met al die museale gedachten, maar wel wist hoe men gezinnen met kinderen moest vermaken. Het kost wat, maar dan krijgt je kind er ook iets voor terug. En dat is precies wat je nu op die locatie aantreft. Speeltuigen, kleine paadjes, films, afleiding, een restaurant vol friet en ander lekkers, terrasjes, zithoekjes, gras, kortom een ongedwongen kindvriendelijke sfeer. Dat is leuk. Maar wat je ook ziet is dat de zorg voor die oude vliegtuigen duidelijk achterblijft. Dat zie je binnen in het flink grote gebouw van het Aviodrome nog niet zo zeer terug, maar de buiten opgestelde toestellen lijden echt onder de invloed van het weer en gebrek aan onderhoudsliefde.

De blauwe KLM-kleuren op de toch unieke Boeing 747 en Fokker 100 zijn aan het verbleken, en een oude DC-4 verloedert net als de aloude Antonov An-2 waar je zelf achter de stuuknuppel kunt zitten . Ook de Neptune en de oudste Grumman Tracker beginnen aardig te versloffen. De straaljagers die nu buiten staan, een Saab Viggen en Mig 21, lopen grote risico’s er over niet al te lange tijd uit te zien als de al tijden in slechte staat verkerende Gloster Meteor. In de onderhoudshangaar T2 zie je nog wel wat vrijwilligers werken aan het Nederlandse erfgoed. De DC-2 PH-AJU, een Trompenburg tweedekker, een Noorduyn Norseman. Daar ook staan wat kwetsbare toestellen gelukkig onder dak. Maar men laat de kosten voor wat ze zijn en dat is goed te zien.

Leuk voor de kinderen, voor de luchtvaartliefhebber wordt het wat afzien. Niet dat je hier nu niet naar toe zou moeten gaan hoor. Integendeel. De binnen-exposities zijn fraai, de vrijwillige gidsen aardig en deels aardig op de hoogte. Nadeel is wel de tamelijke hoge toegangsprijs (17,50 p.p.) het parkeertarief (6,00 per auto) en de relatief dure horeca. Een kopje (nee, bekertje) thee kost je 2,25. Dus pretparkprijzen wat zich ook doortrekt naar de al jaren aanwezige museumwinkel. Voor de liefhebber van een leerzaam dagje uit een aanrader. Voor de echte luchtvaartgek iets om gezien te moeten hebben. Voor ouders met kinderen zeker leuk. Maar de verloedering moet men hier wel goed in de gaten gaan houden. Roest ligt op de loer en dat is een slecht teken.



Wie mij hier volgt weet dat ik mij vaak buitengewoon kan ergeren aan de staat waarin de ‘media’ in ons land verkeren. Pluriformiteit is soms ver te zoeken, het ‘linkerdeel van de samenleving’ wordt vaak wel erg goed bediend. Met name de VARA heeft een soort claim op het absolute gelijk en vindt kennelijk ook dat je andersdenkenden geen kans hoeft te geven op het uiten van een eigen of afwijkende mening. Dat is soms schrijnend! Propaganda vermoeit. Eenzijdigheid ook. Zo raakte ik onlangs op mijn autoblog in een serieuze discussie over een elektrische auto. Deze Amerikaanse nieuwkomer wordt gemaakt door een fabriek die op elke nu verkochte auto iets van 18.000 dollar toelegt. Hun nieuwe modellen zijn geen koopjes en je mag dus best kritisch zijn vond ik. Nou buiten de waard gerekend. Het merk kent zo haar progressieve volgers en die sprongen massaal in de bres voor het merk en vonden mijn conclusie dat deze nieuwe elektrische auto geen ‘’koopje’ zou worden wel erg bevooroordeeld. Ik was een zgn. ‘Petrol Head’ wat zoveel is als iemand die gek is op auto’s die rijden op benzine en diesel. En ik was ook fout geïnformeerd…., had geen verstand van auto’s en kende die wereld helemaal niet.
Altijd leuk om die claim op het gelijk een ander te onthouden. Zonder te weten wie je tegenover je hebt. Kom je in politieke discussies ook zo vaak tegen. Nu was mijn verhaal gebaseerd op zaken die ik haalde uit Amerikaanse en Duitse media. Dus ik was redelijk geïnformeerd, maar dat bleek in de discussie geen soelaas te bieden. Ook niet dat ik toch wel een paar decennia in dat autowereldje heb rondgelopen. De jakhalzen beten zich vast in mijn kuiten en vonden dat ik mijn conclusies maar snel moest herzien. En dat deed en doe ik dus niet. Never, nooit als ik gelijk heb. En voor hen die ik moet geruststellen, als ik geen gelijk heb geef ik dat best vaak toe. Mijn nadeel (of voordeel) is dat ik breed geïnteresseerd ben in vrijwel alles, maar er zijn voldoende mensen die juist smalle interesseterreinen kennen en die kunnen mij nog weleens verrassen. Soms tot grote blijdschap van deze meninggever hoor. En dan is een ruiterlijk excuus op zijn plek. Maar niet in het onderhavige geval. Of zoals onlangs rond de zgn. ‘vluchtelingen’. Zolang de instroom bestaat uit mensen die hier niks te zoeken hebben en de voorstanders van die grote volksverhuizing vinden dat wij hier te lande nog wel 250.000 mensen per jaar kunnen toelaten komen we er niet uit. Dan maar tot het gaatje.
Deed ik daarom ook in de discussie over die elektrische auto. Tot mijn stomme verbazing zag ik onlangs dat vrijwel alle media, aandacht gaven aan die zelfde nieuwe auto van dat merk met de T in de neus. Zonder enige vorm van zelfkritiek verslag doend van de rijen mensen die nu reserveerden voor een auto die pas in 2018/9 leverbaar zal zijn. Van een bedrijf dat nu eerst nog moet zoeken naar een productiefaciliteit en geld om dat ding te bouwen. Kijk, dan ben ik zo vrij om fijntjes te wijzen op merken als General Motors, Opel, Volkswagen, Nissan, Renault, smart, Volvo en zo meer. Die bieden allemaal elektrische auto’s aan. Even schoon, even handig en stil. En stukken goedkoper. Maar kennelijk minder modieus. En daar vallen die media toch voor. Maar het heeft dan niets met kennis van zaken of journalistiek te maken. En zo is het, en daar moet u het dan maar weer even mee doen…
Ik was er al bang voor toen we die nieuwe bank en een andere maar wel bijpassende fauteuil kochten die onlangs werden afgeleverd. Dat we ineens ook anders tegen de al wat langer staande meubelen aan zouden kijken. Dus bedachten we dat we een eettafel wilden die wat langer en smaller was dan de huidige, en een salontafel die bijpassend zou zijn, maar wel dezelfde praktische zaken zou kennen als de huidige. Dus begonnen we weer opnieuw met zoeken. Kijken naar wat al die grote of kleinere meubelzaken in het aanbod hadden, of de prijs een beetje in de hand te houden was, de constructie (mijn ding, ik houd van stevig, ik moet er bwvs op kunnen gaan staan), de materialen en de kleur. Want het moet wel passen. Vrouwlief had ook zo haar lijstje en dat maakte de zoektocht ‘interessant’. Zeker als je ziet wat een enorm aanbod sommige winkels onder dak hebben staan en hoe men soms zijn uiterste best doet om je (n)iets te verkopen.
Bij de ene zaak heeft men op elke etage en in elk verkoopvak een medewerk(st)er die vraagt of je ‘geholpen’ wilt worden, bij andere zaken moet je die adviseurs met een lichtje zoeken. Tussen het ene en andere uiterste zit een hele wereld van verschillen. Werd me duidelijk toen we ergens in de polder bij Alphen a d Rijn bij een winkel neerstreken waar de (geschat) 20 jonge medewerkers druk waren met adviseren van ‘prospectklantjes’ en achter de informatiebalie niemand te vinden bleek. Wij hadden onze keuze al gemaakt. Maar werden niet geholpen, dus…….jammer maar helaas. Diezelfde winkel deed dat later nog eens dunnetjes over. Want bij een nieuwe tafel horen ook andere stoelen.
Al was het maar om de kleur en de stoffen. Ook daar wisten we intussen wel wat we wilden. We schreven ons eigen wensenlijstje op, schoten digitale plaatjes van die stoelen en liepen (bij toeval in diezelfde winkel waar men ook de tafel niet ‘wilde’ verkopen) maar weer eens naar de informatiebalie. Daar hadden ze die zitelementen precies in de stijl en kleur die we zichten. We troffen het, er zal een jongeman achter die balie iets in te vullen. Wij vroegen of hij ons kon helpen. Nee, dat kon hij niet, want hij was druk. Vervolgens zette hij een bordje neer met daarop de mededeling dat zij die informatie wilden moesten wachten op een verkoper die evt. ‘vrij’ was en liep weg. Dat laatste deden wij dus ook. Aan de overkant van de straat zat nog een meubelzaak. Kleiner, wat duurder, maar met een geweldig team van adviseurs. Daar vonden we duurdere stoelen, die bestelden we en waren een uur later onderweg naar huis.
En die tafels? Tja, die laten we op maat maken. In de buurt van Rotterdam. Helemaal naar onze smaak, met een degelijke constructie en katten’proof’ bovenblad. Nu nog even zien dat we onze nog vrijwel nieuwe (in onze ogen dan) eettafel, de salontafel en vier stoelen kwijt kunnen. Oersterk, mooi in de was, netjes bijgehouden, z.g.a.n. Iemand?















