Vliegtuigjes…

Vliegtuigjes…

Zo omschrijven veel mensen van volwassen leeftijd zonder al te veel eigen liefhebberijen de gedachte dat je met een doosje plastic onderdelen en een tekening iets in elkaar gaat zetten dat moet gaan lijken op een vliegtuig, maar dan op schaal. En vul voor dat woord vliegtuigje maar in; autootje, treintje, bootje, huisje of wat ook. Want de plastic modelbouw wereld is veel groter dan sommigen zich realiseren.

En voor de goede orde, was dit ooit een meer dan betaalbare hobby, tegenwoordig moet je flink diep in de eigen zakken of budgetten tasten om je een aardig model te veroorloven. Kijk maar eens in het eldorado voor grote en kleine liefhebbers van het vliegende spul, de Aviation Megastore in de Zuidwesthoek van Schiphol, aan de rand van de Ringvaart en de oude N201. Wat je daar aantreft aan keuze en schalen is onvoorstelbaar, maar dat geldt ook voor het geld dat op de kassa achterblijft als je iets van de gading hebt gevonden.

Die modelbouwindustrie bestaat niet alleen meer in Engeland of Amerika. Tegenwoordig zijn Chinese, Japanse, Tsjechische of Poolse bedrijven wereldwijd dominant en wat zij aan detaillering en potentiele bouwkwaliteit bieden is ongekend. Je betaalt iets, maar dan krijg je ook wat. Een beetje modelbouwer bedient zich ook van het juiste referentiemateriaal, verf, lijm, gereedschap en zo meer. Alles bij elkaar best een kostbare geschiedenis.

Hoe anders was dit toen ik nog een klein ventje was en met zeer weinig zakgeld mijn eerste modellen aankocht. Dat waren in de meeste gevallen kits van Airfix. Een Brits bedrijf dat al sinds 1939 bestond en na een paar jaar andere speelgoederen te hebben geproduceerd in 1949 kwam met de plastic kits die het zo beroemd zouden maken. Met veel pijn en moeite en geleend geld kreeg men de productie van deze simpel te bouwen kits voor mekaar en deed men de slimme zet door die kits te verpakken in plastic zakjes die werden afgesloten via een omgevouwen papieren bouwtekening met aan de buitenkant een fraai getekend actiebeeld van het te bouwen vliegtuig.

Voor weinig geld te koop en elk jaar weer een paar nieuwe. Via de lokale speelgoedwinkels te vinden. Later voegde men auto’s, tanks, boten en zo meer toe aan het gamma. En door het toen recente verleden, de twee wereldoorlogen waren maar relatief kort geleden afgelopen, had men geen enkele moeite met voorbeelden vinden die jonge bouwvakkers van deze kits konden aanspreken.

Latere kits groeiden in omvang, kregen kartonnen verpakkingen, hogere prijzen maar ook een sterk verbeterde vormgeving en kwaliteit. Burgervliegtuigen werden toegevoegd en zo kon een jeugdige modelbouwer doorgroeien naar een aardige expert op dit gebied. Ik werd er daar een van. Heel wat Airfixkits sier(d)en mijn collectie. Helaas had mijn moeder vroeger de ellendige gewoonte om nu net in mijn uitgestalde collectie te gaan stoffen…Heel wat schade was het gevolg. Airfix bracht later ook dozen vol ‘soldaatjes’ die je kon inzetten bij zelf gebouwde kopie-veldslagen. Je kon er het ‘Wilde Westen’ mee invullen of een of andere Brits koningshuis met gevolg van eeuwen her in het zonnetje zetten.

Alle bijbehorende mannetjes schilderen was best een dingetje. Voor mij zelf waren de grote bommenwerpers uit WO2 meer van de gading. Grote kits, veel werkende onderdelen, de beschilderingen, en als ze dan klaar waren een parkeerplek vinden. Het was een ware uitdaging. En terwijl ik me netjes hield aan de bekende schaalgrootte 1:72 ging Airfix ook over naar 1:48 of zelfs 1:24 en dan kreeg je enorme kits voor je handen waarin men zelfs een elektromotor verwerkte waarmee je propellers kon laten draaien…. Intussen is die modelbouw toch iets meer voor de specialist geworden. Jongelui willen dat niet meer, die zitten op hun kamer met digitale games en hun smartphone. De ware liefhebber toch een slag ouder en professioneler. Maar wat heb ik er nog mooie herinneringen aan. Airfix bestaat nog steeds. Net als ik. Soms vergrijp ik me nog wel eens aan een opgeslagen kit van de bergzolder. En heb weer net zo veel plezier als vroeger….. Kinderhanden zijn snel gevuld…en als je jong van geest bent geldt dat ook nog steeds….. (beelden: Yellowbird archief)

Onbekende vliegtuigbouwer; Beriev!

Onbekende vliegtuigbouwer; Beriev!

Tussen de grote namen van (Sovjet)Russische vliegtuigbouwers zit er een die we hier in ons land niet tot nauwelijks leerden kennen. Het waarom ligt vooral in het type vliegtuigen dat deze ontwerper door de vele jaren heen ontwikkelde. Hij werd namelijk in eigen land vooral groot en/of bekend door zijn vliegboten en amfibievliegtuigen. En dat is een type toestel dat je hier zelden of nooit ziet en al helemaal niet met een Russische herkomst. Wij kennen Antonov, Ilyushin, Tupolev, Mig of Suchoj, maar Beriev?

Toch is ook dit een traditioneel bedrijf dat met een lange aanloop voor WO2 tijdens dat conflict de nodige patrouillevliegtuigen ontwikkelde en bouwde voor de Sovjet-Marine. Niet alle toestellen even succesvol, maar Beriev had zodanig de smaak van het bouwen voor het grote Moederland te pakken dat het na WO2 doorging met behoorlijk moderne ontwerpen die allemaal bedoeld waren om de Rode Krijgsmacht te ondersteunen bij het verkennen van de zee rondom het communistische vaderland, vijandige onderzeeboten te helpen bestrijden en zo meer. De Be-6, en 12 en nog een hele reeks meer kwamen allemaal in gebruik en deden soms jarenlang hun werk. Men waagde zich soms ook aan een landvliegtuig, maar dit werd meestal geen echt groot succes.

De concurrentie in eigen land maar vooral vanuit toenmalig Tsjecho-Slowakije in dat opzicht te groot. Later, de oprichter was inmiddels zelf gaan hemelen, ontwierp men een indrukwekkende vliegboot met straalmotoren boven op de vleugels. Ideaal voor bestrijden van onderzeeboten maar in een doorontwikkelde geciviliseerde uitvoering ook voor blussen van bosbranden. Als er ergens een waterpartij te vinden was schepte je met deze machine duizenden liter water op en liet die bulk los boven de brandhaarden. Het Ministerie van Binnenlandse zaken in het huidige Rusland kocht er een paar en ook elders in de wereld komen die Beriev’s juist voor dit werk in gebruik. Kortom, een interessant bedrijf dat aandacht krijgt in het handzame boek over deze bouwer uit de ‘Typenkompas’ reeks waarvan ik er al eens eerder een onder de aandacht bracht. Het is een Duitse uitgave en de schrijver put in dit geval uit bakken vol informatie die hij deels verwerkt in de teksten . Wat de leesbaarheid niet groter maakt. In die zin wijkt dit deel af van andere in de reeks. Maar voor de liefhebbers zoals ik is dit een zeer informatieve uitgave. Voor jullie als lezers hooguit een verbazing opwekkend verhaal over de omvang van die Russische luchtvaartindustrie die meer voortbracht dan men ons in het westen soms wilde doen geloven. (Beelden: archief Yellowbird).

Duur genoegen; Aviodrome…

Duur genoegen; Aviodrome…

Het was eind november vorig jaar dat zoonlief me aangaf dat hij wel met me naar het Aviodrome op Lelystad wilde voor een bezoek aan dat luchtvaart themapark. Nou dat deden we uiteraard. Ik was er zelf al minstens een jaar of 5 niet meer geweest en had wel enige nieuwsgierigheid rond wat men er nu doet aan luchtvaarteducatie op die plek. Want dat lijkt in Nederland tegenwoordig vrijwel niet meer aanwezig te zijn door alle linkse retoriek die vooral op deze sector is gericht.

Hoe dan ook, goed bereikbaar als altijd, ruime parkeergelegenheid, verbouwde entree, aardige mensen die je de weg willen wijzen. Maar die ken ik daar wel. Dus als oude gids voor zoonlief dat museum door. Er is veel te zien. Men heeft alles nu in historische opstelling staan, waardoor je naast allerlei audio-visuele zaken ook de oude vliegtuigen stuk voor stuk te zien krijgt.

En die collectie is omvangrijk en zeker ook smaakvol opgesteld. Juist door de afwisseling blijft het boeien. Herindeling van de collectie zorgt ook voor even zoeken naar vaste waarden als die leuke en ooit van de sloop geredde cockpitsectie van een Transavia-Caravelle. Maar die is niet meer toegankelijk en slijt nu een kwijnend bestaan als muurbloem.

Over lage en hoge gangwegen zie je de grote hal en alles wat daarin staat. Fokkers, Douglassen, Lockheeds etc en je kunt doorlopen naar de enorme Boeing 747 naast die hal. Maar daarbij valt meteen op dat onderhoud aan de buitenkant van dit toch unieke toestel niet wordt gepleegd. Men heeft er de mensen en het geld niet voor. Zonde hoor. Buitengekomen zien we een prachtig opgeknapte C54 Skymaster in kleuren van de KLM maar ook een aardig verloederde Lockheed Neptune van de MLD. Zelfde verhaal, geen echt onderhoud.

Iets wat ook de aloude Antonov 2 tweedekker parten speelt die op moment dat wij er waren min of meer als vuilnisbak voor spelende kinderen diende. Moet anders kunnen. In de technische hallen aan de overkant van de grote expositieruimte staan veel restauratiepropjecten. De unieke DC-2 in de kleuren van de oude Uiver van KLM. Vloog ooit, maar gaat vermoedelijk een onzekere toekomst tegemoet. Ook de Noorduyn Norseman waaraan men werkt lijkt pas over een jaar of 15 af te komen. Het tempo van het werk zeer laag.

Nieuw is een expositieruimte in een nieuw kleiner gebouw waarin de straalmotor en haar ontwikkeling aandacht krijgt. Via audiovisuele presentaties (met automatisch openende deuren, je kunt er niet eerder uit..) wordt je via via geleid naar een ruimte waar een Gloster Meteor is ondergebracht, de eerste straaljager van onze luchtmacht. En daarnaast weer een compacte hangaar waar ook de nodige straalmachines staan tentoongesteld. Al met al een interessante aanvulling op het al langer bestaande. Het oude (nagebouwde)stationsgebouw van Schiphol uit de jaren dertig van de vorig eeuw, was tijdens ons bezoek ingericht als ontvangstruimte voor Sinterklaas, en dus niet echt te bezoeken. Jammer. Alles bij elkaar opgeteld, het is er wel lekker druk, er is veel te zien en te beleven en je kunt hier vooral kinderen laten zien waarom wat ze op school of elders horen over vliegtuigen niet deugt. Maar dit terzijde. Het uitje kost ook geld. Entree is bijna 2 tientjes p.p. voor volwassenen. Met mijn museum-jaarkaart was/is het gratis. Maar de blijheid gaat wel wat over als je ziet dat je hier altijd een dagkaart moet betalen voor 2 uurtjes parkeren. Tegen E.7.50 per auto. Best stevig. En dan hebben we de catering nog niet bezocht. Nee, helemaal positief kan ik er niet over zijn. Daarvoor dienden nog te veel puntjes op de i te worden gezet. Maar wie weet is dat binnenkort wel gedaan. We gaan het over een tijdje weer eens zien…. (beelden: Prive (c)Yellowbird photo)

Alfa Romeo trucks….

Alfa Romeo trucks….

Alweer wat langer geleden intussen, namelijk op 6 oktober 2019, beschreef ik hier de geschiedenis van Alfa Romeo. Een merk met een zeker faam en naam dat bij liefhebbers een gevoel van warmte doet ontstaan. Maar dat dit merk ooit ook trucks bouwde en bestelwagens is een feite dat de meeste Alfanisten voorbij gaat. Toch was dit het geval. Al leende men vaak wel licenties bij andere fabrikanten zoals voor de oorlog bij het Duitse Bussing.

Men bouwde die dan wel met een eigen ontwikkelde 6 cilinder benzinemotor die de wagens aardig vooruit deed gaan. Ook in bestelland best belangrijk. Later, in de jaren dertig van de vorige eeuw, bouwde Alfa wagens met een 8-versnellingsbak. Uit dit type truck ontstonden ook weer bussen die in die periode zeer gevraagd waren.

Na WO2 zette Alfa Romeo in op wagens met front besturing en platte neuzen. Die waren in staat 4-5 ton lading te vervoeren en hadden o.a. al lucht/vloeistof gedreven remmen. Men experimenteerde met bijzondere as-constructies die overigens in deze markt niet goed aankwamen.

Alfa vond ook de passagiersbus uit met de motor helemaal achterin en met dat type kwam men best redelijk succesvol uit de voeten. Bussen voor vervoer van meer dan 150 passagiers werden gebouwd en verkocht. Wie had dit ooit gedacht van een sportief automerk? Maar Alfa deed toen ook al aan trolleybussen en zo meer. Licenties werden verstrekt aan Braziliaanse busbouwers, maar aan de andere kant nam Alfa zelf een licentie over van het Franse Saviem voor de bouw van bestelwagens met een laadvermogen van 2-3 ton. Deze wagens werden ook al verkocht als MAN of Avia en zo werd ook Alfa een van de bedrijven die wel iets zag in dit wagentype.

Doorontwikkeling van deze wagens was de Daily die men samen met Fiat en Saviem ontwikkelde. Toch liet Alfa op enig moment het bedrijfswagen/bussegment helemaal los en concentreerde zich op personenwagens waarmee het haar naam extra kon versterken. Maar in mijn korte overzicht heb ik toch even wat aandacht kunnen geven aan hun soms zeer succesvolle andere takken van dienst. In de hoop dat de lezer er iets van opstak…. (Beelden: Internet)

Luchtvaart op rails…

Luchtvaart op rails…

Als je al die links denkers moet geloven is de toekomst voor ons, burgerlijke reizigers slechts te vinden op rails. Men vertrouwt op het 19e eeuwse vervoerssysteem als afgodsgelovigen op het Gouden Kalf. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit dan? Bij toeval bracht ik onlangs vrouwlief naar Schiphol voor een trip die zij samen met een van de kinderen ging maken naar een ver oord. Vliegen was een urenkwestie, zou zij in plaats daarvan hebben gekozen voor de trein was ze vermoedelijk nu, vele weken later, nog bezig om er te komen. Intussen is ze allang weer veilig thuis, maar dit terzijde..

Het is niet voor niets dat al die milieufreaks en andere mafkezen met een ingebakken afkeer van de moderne tijd, voor elke conferentie of optocht wel in het vliegtuig stappen. Een beetje trein doet er toch een factor 10 langer over dan wat een vliegtuig aan reistijd vraagt. Daarbij is het railverkeer niet goed ingesteld op de stromen passagiers die de luchtvaart gemiddeld moet verwerken.

En toen ik bij het vertrek van vrouwlief nog eens keek naar de klantvriendelijkheid van de blauwe dames bij de incheck en de genomen veiligheidsmaatregelen, tja, dan steekt dat toch zeer luxe af bij wat de NS aan schraalmans te bieden had. Dat kind van ons kwam met de trein naar Schiphol. Er was die dag weer van alles loos op de rails dus ze had vertraging, maar stond ook als een haring in een ton opgepakt over een afstand van 45km. En dat wel voor de volle mep, want de NS controleert wel graag op betalen, maar dan moet je tegelijk niet op service rekenen. Niks romantiek, gewoon veevervoer. Dat is in vliegtuigen toch anders. Bij de prijsvechters krijg je minder stoelruimte dan bij pakweg KLM, maar je kunt wel zitten. De bagage keurig onder in het ruim of boven je bol. Bij de NS moet je die maar bij je houden en hopen dat onverlaten er niet mee gaan lopen…

Opmerkelijk was ook dat toen het gezelschap weer bij elkaar kwam bleek dat alle NS-klokken op station Schiphol stil stonden. Net als die treinen….Het zegt veel. Clockwork Blue deed wel haar werk. Het was een genoegen weer even over die luchthaven te banjeren. Veel veranderd, maar bepaald niet slechter geworden. De vertrek/aankomsthallen zijn bijna shopping-malls, het ruikt er plezierig, het personeel is aardig, de boel is schoon. Bekijk nu het gemiddelde spoorstation in ons land. Gezien? Kijk, daarom moeten we gewoon blijven vliegen en dat spoor laten aan de linkse volksmassa’s die genoegen nemen met weinig voor veel. Want als we de jaarlijkse subsidies aan de NS (onlangs weer 170miljoen om de prijzen niet te laten verhogen..) weg zouden halen kost een treinticket van Amsterdam naar Maastricht net zo veel als een vliegticket van Schiphol naar New York. Rara waar ik dan liever heen zou gaan…. Hoe dan ook, dat linkse denken is een ramp. Het weghalen van de moderne tijd bij normale mensen is dat ook. Voor normaal denkende mensen blijft het vliegtuig. Gewoon doen. Je ziet meer en komt nog eens ergens. De familie is weer thuis en genoot. Een enkele reis die 8 weken had geduurd per boot…. Het kan altijd nog erger…(beelden: prive archief)

Zie ginds komt de….

Zie ginds komt de….

Stoomboot…. Ja zeg, dat kan niet hoor. We moeten onze klimaatdoelstellingen halen en een stoomboot is natuurlijk helemaal uit den boze. Kan die schijnheilige niet met een zeilboot reizen? Dan gaat hij maar wat eerder van huis. Trouwens, waarom is die Sint eigenlijk een bisschop en dus christelijk symbool? Er wonen hier ook mensen die andere geloven aanhangen hoor. Die willen wel de cadeautjes maar hoeven niet zo nodig naar een kruis te kijken op de mijter van die goedheiligman. En als het daar om gaat, waarom is die namaak-bisschop eigenlijk een man? Gelijke rechten toch? Nou dan! Er zijn meer vrouwen in het onderwijs en de zorg actief dan mannen, dan ook maar meteen dat geloof omvormen. Dus…

Zijn knecht staat te lachen? De wereld staat op zijn kop. Want die Spaanse knechtjes met hun zwarte huid zijn natuurlijk Moren die in gevangenschap pakjes moesten inpakken en dan ook gedwongen worden over zee in een gammele stoomboot naar dat verrekte Nederland te varen en daarna binnen enkele weken over daken en door schoorstenen moesten kruipen om alle kinderen te voorzien van…. Nee hoor, kan niet meer. Dus…Bol.com staat te lachen…ik zie hem al staan….

Wie zoet is krijgt lekkers? Hoe zo? Zoet is slecht voor de gebitjes van kinderen en leidt tot verslaving aan suikers, dus wie zoet is krijgt grasstengels of wortels. Die houden we toch over als we dat paard van de Sint meteen even afschaffen! Want we moeten nu echt eens af van die intensieve paardenfokkerij. Uitstoot, voedsel waarvoor je oerbossen moet kappen….niks paard, de Sint komt maar met zijn eigen ecologische schoenen uit de voeten. En wel graag met speciale latex-handschoenen tegen besmettingen. De roe is ook geen optie meer, want kinderen dienen als prinsjes en prinsesjes benaderd te worden. Geen correcties meer, we gaan met ze in gesprek. En als ze iets willen geven we direct toe. Geldt ook voor de zak van de Sint, die wordt niet meer benut. Zeker niet als die niet is gemaakt van milieuvriendelijk en afbreekbaar materiaal. En we geven alleen nog maar speelgoed dat educatief werkt, een legpuzzel met een onderwerp als de meters per jaar stijgende zeespiegel of de geschiedenis van Lenin of Stalin. Worden kinderen beter van dan al die andere flauwekul. Kortom…..Het wordt een fijn feest. Ik wens het u allen toe. Maar ik doe niet meer mee…. (Beelden: Prive/Internet)

Cees….

Cees….

Ik had gelukkig nog net de tijd om afscheid van hem te nemen. Ook al hield hij daarbij zelf vol dat hij nog van alles moest regelen. De notaris, zijn collectie en wat dies meer zij. Maar het mocht niet zo zijn. Cees is overleden. Gisteren, zijn lijf gaf het op. Binnen vier weken van een eerste doktersconsult naar het definitieve einde. En dat geeft een knock-out gevoel. Immers, ik kende hem vele decennia. Ooit begonnen op een bankinstelling waar hij door mijn jeugdige komst daar een plekje opschoof in de toen heersende hierarchie. We deelden onze passie, vliegtuigen, en er ontstond een vriendschap. We deden van alles om aan die hobby tegemoet te komen. We bouwden vliegvelden, vliegtuigen, maar zetten ook een aantal bladtitels op, waarbij Cees zijn creaviteit op tekengebied benutte. Want dat kon hij. Van vliegtuigen tot logo’s. Onze vrouwen kwamen, en die mochten elkaar ook dus die vriendschap werd ook uitgebouwd. Kinderen, verhuizen naar andere oorden. De afstand werd wel groter, maar als we mekaar zagen of spraken was het goed. Niks mis mee. Cees ging na de bank via via naar de overheid. Bouwde zich een carriere bij de Rijks Luchtvaart Dienst op Schiphol, terwijl ik daar zelf een gebouw verderop mijn weg zocht en vond in de commerciele en operationele kant van het logistieke wereldje. Zagen we mekaar weer regelmatig….

We deelden samen ook een rol in een Stichting die luchtvaart promotie bedreef, inclusief een uitgave die we van de eerste teksten tot de distributie zelf regelden. Exposities voor eerst een paar honderd mensen, later voor duizenden. Cees wist altijd wel iets speciaals te regelen als we dat nodig hadden. Of hij stond een stuk van de op te bouwen stand te schilderen. Maar hij vergat nooit dat hij ook nog een partner of familie had, kinderen, ooms, tantes, vrienden, buren. Als ergens een crisis dreigde of ontstond, Cees stond voor ze klaar en regelde van alles en nog wat. Hij werd later, na zijn werkende leven aangesteld als beheerder van een speciaal op de RLD gericht museum. Weer wat later, toen die rijksdienst een zgn. geprivatiseerd leven moest leiden, regelde hij opnieuw dat onderdelen van de museale collectie werd gedeeld met het Aviodrome op Lelystad waar dat spul nog steeds uitgestald staat. Een week of vier geleden ging er iets mis. Hij voelde zich niet lekker. Doktersbezoeken en analyses maakten duidelijk dat het goed ‘mis’ was. De realisatie was verbijsterend. Ook voor mij. Cees staat in mijn testament. Hij kon goed regelen dus zou dat bij mijn verscheiden vast ook doen. Nu is het omgekeerd, en dat was niet de afspraak. Een goed en mooi mens verdween van onze Aarde. Wellicht dat hij nu boven de wolken de andere inmiddels definitief opgestegen lieden uit de actieve luchtvaartclubs waartoe wij beiden ook behoorden tegen zal komen. Ik hoop het oprecht. En als het na nu ineens mooi weer wordt, wellicht tegen de verwachting in, dan is Cees ook boven actief. Zoals we hem kennen. Voor de nabestaanden rest een woord van sterkte en hopen dat het gemis een plekje krijgt. Maar dat zal lang gaan duren. Als dat voor mij al geldt…. (beeld: Cees bij een DC-2 in het Nederlands Transport Museum)

What if….Zastava?

What if….Zastava?

Hoewel de naam ons in het westen van Europa wellicht niet zoveel zegt, dat merk Zastava stamt als technische onderneming al van ver in de 19e eeuw en was toen vooral een wapenfabrikant die oa. leverde aan het Oostenrijks/Hongaarse Keizerrijk. In 1930 ging men aan de slag met licentieproducten van Ford en werd ook autobouwer. Halverwege de jaren vijftig, Maarschalk Tito maakte van zijn (..) Joegoslavie een land dat zichzelf moest kunnen zien te bedruipen op dit gebied, kreeg men de licenties van Fiat voor de bouw van toen actuele producten uit Turijn.

Van de 600 (het iets grotere rugzakje) via de 1100 tot de grotere 1400. En men had succes met die wagens want halverwege de jaren zestig verkocht men er alleen al in Polen meer dan 6000 stuks van. Zastava breidde langzaam maar zeker haar export ook uit. Vaak via het Fiat-netwerk en zo kwamen Zastava’s ook in ons land terecht. Meest bekend de als 1100 hatchback verkochte Fiat 128 die in Italiaanse uitvoering vier portieren had, maar bij de Joegoslaven 5. Dat maakte die verder goed rijdende wagens best populair. En de kwaliteit was niet al te beroerd.

Dat werd anders toen Zastava in 1980 startte met de productie van de zelf ontworpen Yugo-reeks die baseerde op de Fiat 127 maar een hoekige en handige koets droeg. Prijs was goed, uitmonstering en rijeigenschappen niet verkeerd, maar de afwerking matig tot slecht. Ondanks dat gingen deze wagens massaal de grens over, ook richting de VS waar ze vaak als tweede of derde auto in een gezin werden verkocht. Een aantal jaren later sprak men in de VS over de ‘Worst car ever’ en dumpte men de Yugo’s massaal letterlijk en figuurlijk.

Grootste probleem was de meer dan gebrekkige onderdelenvoorziening van de Joegoslaven. In 1988 startte men met de opvolger voor de op jaren gekomen 1100. Een door Giugiaro ontworpen koets, gekoppeld aan een reeks aardige motoren zorgde voor een leuke auto die het zelfs in het westen aardig had kunnen doen. Maar helaas gooiden de Balkanoorlogen roet in het eten. Servie, waar deze wagens werden gebouwd (intussen heette Zastava nu Yugo..) raakte in oorlog met een reeks buurlanden en dien ten gevolge staakte men de productie van personenwagens.

In het westen legde men ook een boycot over de strijd voerende partijen, waardoor noodzakelijke onderdelen niet meer beschikbaar waren. Daarnaast werd de Zastava-fabriek later ook nog door de NATO gebombardeerd. De Serven zijn dat zelfs nu nog niet vergeten. Toen men de productie moest staken kwamen er 230.000 voertuigen uit de fabriek en dat was best een goed aantal. In Polen bouwde men de 1100-reeks nog wel even in licentie bij FSO. Na de wederopbouw van alle Balkanstaten kreeg men nog wat banden aan de gang en werden o.a. Punto’s van oudere generatie gebouwd voor Fiat. Maar in 2008 viel toch echt het doek. Zastava was en is niet meer. Maar er rijden in die omgeving nog steeds de nodige auto’s van het merk rond. En daarop is men al dan niet terecht nog trots ook….. (Beelden: Internet/archief)

Muiderberg…

Muiderberg…

Het was mooi weer en we zochten begin vorige maand even een bestemming voor een wandeling in een omgeving die fraai is maar niet te druk. Nou dan ben je in deze badplaats aan het oude IJsselmeer goed op je plek. Van oudsher is Muiderberg een plek waar je als Amsterdammer heen kunt voor pootjebaden en zon icm zand, al is alles er van een totaal andere orde en omvang dan je wellicht kent van Zandvoort of Bloemendaal dan wel andere badplaatsen aan de kust of zelfs de Randmeren.

Muiderberg is een bestemming die al meer dan een eeuw mensen trekt met….stilte en veel ondiep water voor de kust. Ideaal voor kinderen, en indertijd goed bereikbaar omdat de vroegere Gooische Stoomtram Maatschappij er naartoe reed. Ook de NBM bussen hadden vanaf Amsterdam-Oost daardoor als erfopvolgers van die tram een speciale lijn richting Muiderberg in het rijschema zitten. Tegenwoordig is het een lommerrijke omgeving, prachtig wonen voor de mensen die het zich kunnen veroorloven, en nog een beetje afgesloten voor het drukke toeristenverkeer.

Smalle straatjes in het centrum, beperkte parkeergelegenheid, wat winkels en verder een soort mini-boulevard op de dijk van het IJsselmeer waar ik in vroeger tijden het kruiende ijs nog wel eens tegenop zag kruipen. Want in de jeugdjaren reden we hier zomer en winter nog wel eens heen voor wat vermaak. En dat deed ik later met zoonlief ook.

Vanuit Amsterdam een half uurtje rijden en voor dat kind een geweldige omgeving waar hij kon graven en spelen zonder dat je meteen angst hoefde te hebben dat hij meteen kopje onder ging. We zagen dat er nu een behoorlijke horeca-faciliteit op het strandje is neergezet met terras en kinderspeelplekken. Je kunt er allerlei vaartuigen huren en dan op dit deel van het meer spelevaren.

In de nabije verte heb je uitzicht op Almere-Poort aan de overkant van het Gooimeer en als je goed oplet zie je de kust van Noord-Holland en zelfs een stukje van Amsterdam. De scheepvaartroutes zorgen voor wat beweging en geluid op afstand. Zittend op een van de vele bankjes en later wandelend door de omgeving was het een genoeglijke dag. Met allerlei herinneringen die ineens weer terugkwamen. Muiderberg, gelegen tussen Muiden en Naarden, niet ver van de brug over het meer die naar de Flevopolder leidt, lastig bereikbaar, maar dat wil men vast zo houden hier. Want al wandelend viel ons de stilte op. Een verborgen pareltje aan het water. Dus…niet verder vertellen graag…Maar als je kunt, toch eens bezoeken….valt vast niet tegen.. (Beelden: Prive)

Ontwerp door de jaren heen…

Ontwerp door de jaren heen…

Wie een beetje into auto’s is en ook al wat jaartjes meedraait zal meteen kunnen aangeven dat de auto door die jaren heen enorm van uiterlijk is veranderd. Tegenwoordig lijken auto’s allemaal op elkaar? Nou, dat deden ze vroeger ook hoor. Als ik tien vooroorlogse modellen naast elkaar zet zien ze er vrijwel allemaal hetzelfde uit. De detailverschillen veelal alleen terug te vinden in merk-emblemen (vaak een groot ornament boven op de radiator) en onderhuids.

Maar het gros van de auto’s van toen was hoekig van vorm, had een tweetal koplampen die uitstaken boven de voorste spatschermen en als je geluk had zat je er redelijk droog in. Tijdens en na de oorlog werden de ontwerpen voor auto’s uitbundiger. Lucht- en ruimtevaart deden hun aanwezigheid gelden. Raymond Loewy (Amerikaanse ontwerper van grote naam en faam) was een man die deze trend handen en voeten gaf bij een aantal merken.

Vleugels, ornamenten, brede grilles en lage (Step-Down) carrosserie waren in de jaren vijftig schering en inslag. Begin jaren zestig werden de vleugels vervangen en halverwege die periode werden auto’s compacter, zuiniger en ook meer betaalbaar. In Europa en elders deed de hatchback zijn intrede. Geen klassieke sedan meer met een uitstekende kofferbak maar een derde of vijfde deur die toegang gaf tot een kleine bagageruimte maar door het wegklappen van achterbank of stoelen maakte dat je alsnog bijna kon verhuizen.

In Nederland waren met name de driedeursvarianten daarvan mateloos populair, immers goedkoper dan een versie met vijf deuren…. Doordat met name de Europese merken, maar later ook de Japanners en Koreanen werkten met relatief kleine motoren, konden de ontwerpen voor hun stadsauto’s of compacte types ook anders worden vormgegeven.

Hoewel onderscheidend qua merk of landsaard, het verschil tussen hen was ook toen al lastig te maken. In de jaren tachtig zagen we de opkomst van de 4WD-terreinwagens. Van piepklein (Suzuki) tot enorm groot en log (LandRover). Maar vergis je niet, dat type bleek van groot belang voor de totale markt.

Je torende immers hoog boven de massa uit, kon eventueel de modder in en zo’n wagen was ook in staat aanhangers en trailers te trekken, desnoods tegen een helling op waar je met je gemiddelde Opeltje of Fiat geen schijn van kans had. Die trend zette door tot in de huidige tijd. Een SUV is niet veel meer of minder dan een 4WD in burgermansverpakking.

De nieuwe leaserijder droomt van de modder maar zal er nooit komen. Maar stoer oogt het wel. Zelfs in de uitvoering die tegenwoordig past bij de elektrische voertuigen die ons door een wereldvreemde overheid worden opgedrongen. Peperduur, loodzwaar, maar zodanig vormgegeven dat het net is of je er zo de modder me in kunt. Ik zou adviseren dat niet te doen.

Zet er tien naast elkaar van verschillende merken en echt, je herkent ze vrijwel niet. Net als voor de oorlog. Want de reden dat die dingen zo op elkaar lijken is vooral de gedachte dat de massa niet wil opvallen, maar vooral wil lijken op wat de buren doen. Dat is voor de huidige generatie rijders net zo als voor hen die 30, 40 of 50 jaar geleden voor een bepaalde auto kozen. Was ooit Opel de norm, later Volkswagen, nu willen die jongelui vooral een Kia of Lynk&Co. En die andere merken hebben nog wel eens het nakijken. Tot ze komen met een onderscheidende auto. Dan rent men weer naar de showroom van dat merk en bewondert het ontwerp, steevast tegenwoordig aangeduid als ‘design’…..Mijn overzicht is natuurlijk niet compleet. Er waren ook nog stationcars, MPV’s, Sportcoupe’s, Cabriolets etc. Maar het ging om het idee… (Beelden: Archief)