
Juist vandaag sta ik even stil bij hen die niet meer bij ons zijn. Geliefden, vrienden, familie. Mensen waar je bij leven veel om gaf, soms minder zag dan je wellicht zou willen of hebben gewild, maar omstandigheden maakten dat soms lastig. Bij leven nemen we de dingen zoals ze komen. We gaan er vanuit dat mensen het eeuwige leven in zich hebben en nemen de dag van morgen als vanzelfsprekend. Toch is dat niet zo, en dat is best confronterend. Kijk eens door (niet eens zo) oude fotoalbums of bestanden en je schrikt soms bijna van het aantal lieden die je nu moet missen. Soms is dat missen iets als kiespijn, maar in de meeste gevallen toch echt op de rand van het verdrietige af. ‘Had ik maar..’ denk je dan soms. Waarom nemen we het leven als iets vanzelfsprekends?

Je hebt maar een pandemie nodig of een oorlog zoals die woedt in de Oekraine om te beseffen dat alleen al door handelen van anderen of virussen ons leven zo maar kan eindigen. Bezoek een ziekenhuis en zie wat daar allemaal plaatsvindt en welke invloed het heeft op de mensen die er komen met soms een laatste vleugje hoop op een redelijk verder leven. Tuurlijk moeten we daar niet elke dag bij stilstaan, anders worden we wel heel depressief wellicht. Maar misschien wel wat meer aandacht voor elkaar nu het nog kan in dit aardse bestaan. In de afgelopen jaren moesten wij afscheid nemen van heel wat van vroeger bekenden, vrienden en familieleden. Allemaal gekoesterd, maar soms ook wel wat verwaarloosd. Tuurlijk, je eigen drukke leven, prioriteiten, grote afstanden tot elkaar, letterlijk en ook figuurlijk. Maar nu kan het niet meer. Blijft de (h)erkenning van hoezeer iemand ooit van groot belang voor jou was. De negatieven daarbij het liefst uitgesloten van die herdenking. Een ding is wel zo, zolang we aan die gehemelde mensen blijven denken zijn ze nog een beetje bij ons. Pas als dat niet meer plaatsvindt zijn ze vergeten. Afgeschreven, anoniem. En dat lijkt me helemaal niks….Zelfs voor onze oude huisdieren van voorheen, voelen we hier nog een gevoelig plekje…en koesteren de beelden……Hoe gaat jullie, beste lezers, om met die herinneringen en als je wilt deel maar hier hoe…..Dank daarvoor…..









Morgen, 4 mei, herdenken we! Maar dat wordt wel steeds lastiger nu een hele generatie Nederlanders begint te verdwijnen die alle leed van de oorlog die woedde tussen 1940-45 daadwerkelijk meemaakte. Nu is er gelukkig nog een generatie die na de oorlog werd geboren en die niet meteen dat leed en die ontberingen van een oorlog meemaakte. Maar er wel op werd gewezen door de ouders en grootouders die de ellende van een oorlog of terreur wel moesten ondergaan. Wie een beetje oplette op school of tijdens de vertelde verhalen weet dus dat tijdens die oorlogsjaren hele groepen Nederlanders zijn afgevoerd naar Duitsland en verder. Een groot deel daarvan kwam nooit meer terug. Vernietigd door de Nazi’s. Maar ook in het vroegere Nederlands-Indië hebben mensen enorm geleden door de Japanse terreur. Wie daar in een kamp zat wist ook meteen dat het leven niet alleen maar rechten kende, maar vooral de plicht tot overleven. Wat voor veel mensen een wanhopig makende oefening bleek.
En wat daarna gebeurde was natuurlijk ook niet meteen een positieve bijdrage aan de geschiedschrijving van ons land. Je sprak niet over die ellende. Verwrongen (lees: gekwetste) geesten waren het resultaat. Leed, verdriet, soms totale wanhoop geeft een andere soort leven dan comfort, veiligheid en voldoende eten tot je erbij neervalt. Maar het ergst is toch wel dat je verwanten, familie, vrienden, kinderen of wie ook voor altijd kwijt bent geraakt. Voor sommige families was dat een pijnlijke constatering na een vrijwel totale uitroeiing. Joodse mensen kunnen ons op dat punt nog steeds bijpraten. Ongekend! Maar ook soldaten die krijgsgevangen werden gehouden, dwangarbeiders, communisten, homoseksuelen, enz. enz. mochten vrezen voor hun leven als de Duitsers of Japanners hen te grazen namen. Dat was dus geen rooskleurig beeld. Al die doden, ook die onder de Nederlandse strijdkrachten die een volkomen hopeloze maar ook heldhaftige strijd voerden tegen de invasiemachten van die terreurlanden die indertijd de As vormden. Heel wat jongens sneuvelden in de eerste dagen van de oorlog.
Net als burgers die slachtoffer werden van bombardementen op steden als Rotterdam of Den Helder. Dat zijn de ware slachtoffers. (Nederland kende 181.000 doden in wo2) En die moeten we blijven herdenken. Omdat die Tweede Wereldoorlog ongekend was in zijn heftige moordzucht. Ons landje was dat niet gewend, zeker, want in WO1 deden we niet mee. Waren we neutraal. Maar dat trucje lukte niet in WO2. We werden gewoon overlopen door Duitse en Japanse horden. Tegenwoordig zien we dat veel zaken worden toegevoegd om die herdenking voor jongere generaties al dan niet hier geboren Nederlanders acceptabel te maken. Maar geen daarvan kan zich qua ellende meten met het leed dat ons land in WO2 werd aangedaan. En om daaraan te denken houden we op die 4e mei 2 minuten stilte in acht. Twee minuten! Een evenement dat we nog jaren zullen moeten koesteren. Opdat we snappen wat het is om zoveel mensen te verliezen als we indertijd deden. Ook al zullen er wel weer lieden zijn die ergens een of ander stukje vervalsing van de geschiedenis toepassen om hun eigen frustraties om te zetten in semiwetenschappelijke onderbouwing van de eigen stelling. Maar die horen niet bij wat we op 4 en 5 mei herdenken. Al moet je zelfs die malloten rond de viering op de 5e mei hun mening laten uiten. Opdat ook de vrijheid van anderen die we nu nog koesteren niet verloren zal gaan. En we ook waakzaam blijven ten aanzien van het nieuwe anti-semitisme wat nu weer de kop op steekt, net als homohaat en afkeer van andersdenkenden. Gedenken mag dus best nog wat dieper gaan. Waarbij we onze normen en waarden beschermen als heilig en niet laten verdwijnen omdat door frustraties en slecht onderwijs minderheden menen dat zij de geschiedschrijving kunnen of mogen veranderen. Feiten zijn feiten! Toch iets anders dan een in vrijheid uit te spreken mening. Mits niet geschreeuwd natuurlijk…
Morgen en overmorgen herdenken en vieren we weer datgene wat ons in de Tweede Wereldoorlog werd aangedaan en wat daar op volgde. Die herdenking is nodig opdat we blijven beseffen wat het inhoudt als een volkomen foute doctrine in staat is om ons vrije leven totaal op de kop te zetten of die zelfs in te drukken. Als mensen worden weggesleept omdat ze anders denken, een vrije mening willen uiten of omdat ze net even wat anders geloven dan de totalitaire dictatuur wil toestaan. In de nu nog te herdenken oorlog waren het vooral de Joden die leden onder de brute verkrachting van hun rechten, maar en passant namen de Nazi’s ook homoseksuelen, zigeuners en Slavische dwangarbeiders mee in hun vernietigingsdrang die ontstond vanuit een waanbeeld van superioriteit.
Is dat tegenwoordig ondenkbaar? Bepaald niet.
Ik heb me wel eens afgevraagd hoe dat nu zou moeten als we inderdaad evt. weer eens worden overlopen door een of andere enge doctrine die daarna start met gewelddadige onderdrukking van alles wat niet welgevallig is. Zouden wij als moderne mensen anno 2017 in staat of bereid zijn anderen te helpen die mogelijk slachtoffer zouden kunnen worden van deze idioterie. Zouden we vervolgden opnemen en beschermen? Ergens op een oude zolder of kelder laten genieten van iets van protectie? Met gevaar voor ons eigen leven? Zouden we slachtoffers van vernietiging van huis en haard een onderdak bieden zolang dat nodig is? Die op zich vreselijke en tot de verkeerde politieke stroming behorende Claudia de Brey heeft er wel een aardig liedje over geschreven ook al deed ze dat met het bekende ‘politiek correcte gedachtengoed’ dat alle gevaar van rechts komt en ontkent ze daarmee waar het gevaar echt vandaan zal komen als het komt. Maar haar liedje stelt wel een vraag die ook mij bezig houdt. ‘Mag ik dan bij jou’ als het fout gaat?! En die idioten achter bepaalde doctrines menen dat hun tijd is gekomen en de hordes oprukken tegen het vrije westen? De wijze waarop wij aankijken tegen echte vluchtelingen in oorlogsgebieden geeft op dit punt weinig hoop.
De overwegend linkse media halen alles door elkaar, al dan niet bewust, waardoor wij de echte vluchtelingen niet meer (h)erkennen en ons richten op de verkeerden. Daardoor zitten miljoenen mensen in de ellende. Mag ik dan bij jou is ook hun vraag, alleen wordt dat niet meer gehoord doordat ze worden overstemd door hen die om economische redenen deze kant op komen. Geholpen door een industrie die er waarschijnlijk zelf beter van wordt. Maar die kennelijk niets geeft om echte ellende in oorlogsgebieden. Geld lijkt de oplossing, maar is het niet alleen. Dat zou ook blijken als we zelf met dit soort fenomenen van doen kregen. Oorlog is verschrikkelijk. Ik wil me niet eens voorstellen dat dit hier plaats zou vinden. Dat we alles kwijt zouden raken wat ons dierbaar is. En dat we dan ook nog eens zouden ondervinden dat onze vraag om onderdak of hulp wordt afgewezen omdat onze situatie niet goed wordt ingeschat. Ben benieuwd wie jullie, lezers van mijn blog of sociale media, direct onderdak zouden verschaffen in een soortgelijke situatie. Even los van de eigen kinderen, ouders of naaste buren. Wie?
geregelde wereld anno 2016, maar een jaar of 50 geleden ging het qua bijzonder zaken doen toch nog een stukje anders in ons land en zo kon het gebeuren dat er ondernemers opstonden die nog een avontuur aangingen. Terwijl ze in feite de wind tegen hadden maar zich daar niet door lieten leiden. Een van die lui was luchtvaartpionier John Block. Een man die bij Martinair vanaf het begin bij dat bedrijf deel uitmaakte van de directie, maar qua karakter niet zo goed paste bij de degelijke en strenge Martin Schroder. Block was een totaal ander type. En dus zocht hij naar mogelijkheden om een eigen charterbedrijf op te zetten. Vanwege alle tegenwerking vanuit zijn oude werkgever, maar ook de KLM en de regering, besloot hij in eerste instantie om op het Maastrichtse vliegveld Beek zijn vergunning aan te vragen.
Transavia zou de maatschappij gaan heten en voor de (on)duidelijkheid voegde Block daar ‘Limburg’ aan toe. Vliegtuigen waren toen nog genoeg te vinden. DC-3’s, DC-4- en DC- 6 toestellen stonden wereldwijd te kust en te keur te koop. Block financierde zijn onderneming via allerlei wegen, en wist ook langs diezelfde wegen uiteindelijk aan een vloot DC-6 toestellen te komen die al snel werden gespoten in het nieuwe kleurenschema van zijn onderneming. En zoals het hem als proactieve ‘baas’ van het spul betaamde verkocht hij al vluchten voor opdrachtgevers terwijl hij nog niet eens mocht vliegen. Maar op 14 november 1966 kwam die vergunning er dan toch en twee dagen later steeg de eerste DC-6 van Transavia op. Richting Italië met het Nederlands Danstheater gezelschap als passagiers.
Sindsdien is er veel gebeurd. Transavia werd een begrip op de chartermarkt, later op de vakantievluchtenmarkt en sinds een aantal jaren als low-budget-airline onder auspiciën van Air France-KLM waar het als een van de weinige divisies winst maakt. Transavia wordt al heel lang niet meer geleid door ondernemers als Block. Die verdween al snel toen Transavia een meer gestructureerde vorm aan nam met nieuwe aandeelhouders. De vloot veranderde. De oude propellervliegtuigen verdwenen en er kwamen Franse Caravelles in dienst. Er zijn vast nog mensen die zich herinneren dat je met de TROS met zo’n toestel naar Groningen kon vliegen om daar een uitzending van die omroep bij te wonen. Het hield de machines ook in de wintermaanden actief. Op enig moment, lang geleden, kocht Transavia splinternieuwe Boeing 737’s.
Een toestel dat nu, in zijn nieuwste vorm, nog steeds de ruggengraat vormt van het bedrijf. De kleuren van Transavia veranderden ook, net als haar rol in de luchtvaart. En anders dan je bij Martinair zag dat na vertrek van de oude garde werd ontmanteld door de aangestelde managers zonder visie of kennis van de markt, bleef Transavia succesvol actief. Nu dus al weer ruim 50 jaar. Toch iets om even bij stil te staan. Vandaar dit blogje… Heb je zelf ervaringen met Transavia door de jaren heen? Laat maar lezen hier. Ik vind dat zelf erg aardig. (Foto’s: Yellowbird, LPAC, internet, archief)
Het is en blijft bijzonder dat we op 5 mei de bevrijding vieren van ons land in 1945. Tegenwoordig wordt die feestdag verbreed en spreken heel wat politiek geïnteresseerde lieden over ‘vrijheid’ in het algemeen. Als een verworvenheid, als een recht dat vanzelf komt. Gek genoeg leven we nu net in een tijd dat die vrijheid van alle kanten onder druk is komen te staan. Nederland als natie wordt bedreigd doordat we op deze aardkloot moeten samenleven met lieden die nog altijd geloven in voor hen heilige zaken die voor anderen meer lijken op sprookjes uit de verwarrende bloedhitte van de woestijn. Onze wereld heeft daarnaast te maken met dictators die al dan niet met steun van hun eigen bevolking menen dat onze vrijheden een zodanige doorn in hun oog zijn dat ze ons die vrijheden graag zouden willen afnemen. Alles naar het model van de doctrine waarmee die dictatoren hun macht uitoefenen. Denk maar eens aan hoe het de journalisten verging of momenteel vergaat in landen als Rusland, Turkije, Cuba, Egypte, Uganda, Venezuela en zo meer.
Wie tegen de dictator schrijft of spreekt zal daarvoor de prijs moeten betalen. En dat is meestal niet net als bij ons vaak het geval is, een taakstraf of een geldboete. Vrijheid is een verworven recht, maar voor de goede orde, onze vrijheid danken wij aan jongelieden die in 1944/5 onze streken zuiverden van de verschrikkelijke Naziterreur. Britten, Canadezen, Polen, Amerikanen. De Nederlandse soldaten hobbelden daar wat achteraan. De befaamde Prinses Irenebrigade reisde met de oude Koningin Wilhelmina mee, vocht een heel stuk minder hard dan die geallieerden die het vuile werk deden. We danken dus aan hen dat wij vrij zijn. Aan de Amerikaanse atoomparaplu dat we niet onder de voet werden gelopen door de stalinistisch horden en aan de NATO dat we nu alsnog niet met Poetin te maken hebben aan onze westkust of oostgrens. Zeker niet aan onze eigen inzet. Defensie van ons land is van een droevig niveau. In geval van nood zijn we niet in staat onze eigen grenzen te verdedigen. Met dank aan vorige kabinetten is zoveel bezuinigd dat we geen pantservoertuigen meer bezitten, onvoldoende vliegtuigen, weinig bases, te weinig marineschepen en wat we dan nog wel hebben valt bij gebrek aan onderhoud in flinke aantallen rijdend, vliegend of varend uit elkaar.
Kortom, de grote mond rond vrijheid van meningsuiting danken we aan de partners binnen de NATO, niet aan onze eigen inzet. En in ons land plus onze bevolking is nog een groot aantal mensen te vinden die menen dat we die vrijheid best een beetje mogen inleveren als anderen (..) zich daarbij plezieriger voelen. Men bedoelt dan de mensen die hierheen komen om een betere toekomst te vinden, maar die het hier niet zo fijn vinden door al die vrijheden waar men niet aan gewend is. Inleveren die vrijheid dan maar? Voor het grotere belang van een multiculturele samenleving die vooral niet al te Nederlands moet zijn. Dus die taal is niet belangrijk, onze feestdagen vast goed te missen, scholing onnodig en integratie al helemaal niet. Ik vrees dus voor die juist vandaag zo gevierde vrijheid. Omdat er stromingen zijn die er niet mee kunnen of willen omgaan. En dan is grote waakzaamheid geboden. Pas als we dat voor mekaar hebben valt er weer echt iets te vieren. Wat blijft is dankbaarheid. Aan hen die onze vrijheid bevochten. Vast niet met het idee dat we diezelfde vrijheid nu met open armen weggeven aan iedere willekeurige dictator of doctrine die daar om vraagt of dat zelfs van ons eist. De bevrijders draaien zich om in hun graven. Hier of overzee….





