Bij Rembrandt thuis…

Bij Rembrandt thuis…

Anders dan in het befaamde en heel bekende Rijksmuseum in onze stad is het oude woonhuis van de Meester van een heel wat bescheidener orde. Niet minder interessant overigens. Ik heb het hier dan over het Rembrandthuis aan het Jodenbreestraat, vlak achter het Waterlooplein. Terwijl we in deze stad zelf wonen waren we daar nog nooit binnen geweest en dus vonden we het op een kille maandag in april wel een goed plan om daar nu eens op bezoek te gaan. We waren niet de enigen. En dat is hier een wat groter probleem dan in bijvoorbeeld de Hermitage of zo. Het huis waar Rembrandt tijdens zijn successen in de hoofdstad lang resideerde (later moest hij verhuizen naar een huurhuis elders in de stad) stamt uit het begin van de 17e eeuw en kent vooral veel kleine expositieruimten op diverse etages, bereikbaar via houten trappen die niet meteen geschikt zijn voor ouderen of hen die slecht ter been zijn.

Voor die categorie is er in een nieuw gebouwde dependance overigens ook een lift, dus geen nood, boven kom je, maar er zijn ook diverse stevig drempels om rekening mee te houden. Hoe dan ook, het was heel erg druk tijdens ons bezoek en er waren maar weinig Amsterdammers of zelfs Nederlanders tussen die bezoekers. Engels, Spaans, Duits en zelfs Koreaans prevaleerde. En die mensen vinden elke centimeter van Rembrandt’s leven zo interessant dat ze die uitgebreid bestuderen. Dat zorgt voor veel drukte in de kleine ruimten van dit op zich zeer leerzame museum, want dat is het. Je ziet hier de werkruimten van de grootse schilder die ons land kende, zijn voorbeelden, zijn etsen en de wijze waarop hij die maakte.

Er hangen ook de nodige werken van zijn hand, maar verwacht geen doeken als de Nachtwacht of zo. De ruimte maakt ook de omvang van de schilderijen wat bescheidener. Daarbij mis je als bezoeker ook aanduidingen bij die doeken over wat je ziet en uit welke periode ze stammen. Daartoe moet je kennelijk een van de vele gidsen volgen of een audiotoer tot je nemen die beneden bij de ingang wordt verstrekt. Maar ja, wij van de familie Meninggever doen dat niet want we vinden onze weg zelf wel…. En dat gaat veelal goed, maar niet altijd, zoals hier. Hoe dan ook, als expositie over het leven van Rembrandt van Rijn is dit wel aardig geslaagd.

Als je bedenkt hoe de man hier woonde en werkte, hoe het licht viel in zijn atelier, welk uitzicht hij in die jaren had (tegenwoordig is alles vol gebouwd om het museum heen) en dat dit ook echt een chique pand was snap je wel wat meer van zijn manier van leven en oeuvre. De museumshop biedt je een relatief bescheiden aanbod aan boeken, kaarten, souvenirs en kopie-etsen uit zijn tijd, en die kosten je ook niet eens de wereld. Er is zowel beneden als boven een toiletvoorziening, de garderobe is ook hier van de self-service en waardevolle of even overbodige spullen ben je goed kwijt in gratis lockers in de onder-etage. Het personeel is vriendelijk, houdt het hoofd koel in alle drukte en regelt ook het op en neergaande verkeer op de smalle trappen. Wij gaan hier nog eens heen, maar dan wel buiten het seizoen. Moet toch nog eens mogelijk zijn ook alle schilderijen tot ons te nemen. Maar als je in Amsterdam bent, probeer het zeker. Want zo dicht als hier kom je niet bij deze grote schilder des vaderlands. (Beelden: Prive)

Feest van de Koning..

Feest van de Koning..

Morgen is het weer Koningsdag. Niet dat ik me direct hoef bezig te houden met ‘wat trek ik aan om weg naar Den Haag voor het feest’ hoor. Want hoe zeer ik de Koning en zijn gemalin op prijs stel, mij kent hij niet en zal me dus ook niet uitnodigen. Maar wat hij wel altijd goed regelt is het feestje rond zijn verjaardag zodanig breed laten vieren dat we op een of andere wijze met zijn verjaren bezig kunnen zijn. Wij doen dat zelf traditioneel door een bezoekje aan wat vrijmarkten, waarbij we dan telkens tussendoor de thuisbasis bezoeken voor de nodige tussenstops of het ontladen van dat wat eigenlijk wel wat zwaar is om mee te blijven sjouwen. Als het weer meezit een van de leukere dagen van het jaar waarbij we dan en-passant ook nog eens heel stevig wandelen.

Tussen de 18/20.000 stappen geen uitzondering. Gewoon genieten. En dat was door corona ineens onderbroken. Gewoon een gemis. Want deze traditie kennen wij hier in de hoofdstad al jaren. Ooit begonnen met de oude Koningin Juliana en via Beatrix doorgegeven aan Willem A. die echter de datum van dat fenomeen om e.o.a. reden veranderde. Nou ja, maakt ons niet uit. Met name in Amsterdam zijn de feestjes op straat er niet minder om, ook al legt de Gemeente elk jaar meer en meer verplichtingen op aan deelnemers. Vergunningen voor ongeveer alles, men zet boa’s in die vooral mensen met kleedjeshandel sommeren om in te binden en de Voedsel- en Warenautoriteit controleert op de kwaliteit van aangeboden eten en drinken.

Voorheen was er op het Museumplein altijd een evenement door een of ander radiostation, maar dat werd de Gemeente te druk, dus die lui moesten verkassen en zetelen tegenwoordig vaker in een stad in Brabant of zo. Amsterdamse mensen vieren echter hun eigen feestjes wel en worden juist die ene dag oranjegezind, wat op zich na alle linkse revoluties in deze stad al een wonder op zich te noemen is. Maar ons maakt het niet uit. Wij hobbelen rond, kijken of er echte leuke spullen te vinden zijn voor weinig, creatieve lieden hun kunsten vertonen en of we die ene dag in het jaar wel kunnen komen tot love and peace. Een volksfeest voor iedereen, al is het voor bepaalde lieden ook weer net als bij carnaval in het zuiden. Niet iedereen houdt er van, dus er willen nog wel eens wat Tesla’s de stadspoorten verlaten richting gebieden waar men deze tradities niet kent. Tradities die ik hier wel vaak opgepikt zie worden door buitenlandse toeristen. Die komen er speciaal voor en kijken met plezier en verbazing naar die mallotige Nederlanders in hun rare oranje outfits en springerige feeststemming. Vaak hebben ze dan zelf iets oranjes aan hun kleding hangen en sommigen zelfs onze nationale driekleur. Kijk, dan snap je het pas… Hoe dan ook, morgen zijn we hier even stiller dan normaal. We gaan weer afzien. De wekker gaat vroeg af, maar dan zijn weer ook weer op tijd terug….. Home sweet home… Wish me luck….En Willem….van harte man! En o ja, voor hen die ons zoeken, we vallen meteen op…man en vrouw in oranje gekleed…kan niet missen…(beelden: Prive)

Feestje…

Feestje…

En zo zaten we als twee oudere jongeren op die 17e maart jl tussen 16.000 mede-winnaars in de enorme Ziggo-Dome om Holland Hazes te zien en vooral horen zingen. Kostte niks, want de Postcodeloterij had ons in plaats van de gebruikelijke stroopwafels of andere piep- of troostprijsjes voorzien van twee tickets voor dit evenement dat relatief vlakbij onze woonstede volle zalen trekt. En het was puik verzorgd. Je kreeg een chipkaart voor wat eten en drinken, als je wilde een shawltje met logo om mee te zwaaien (wij niet…er zijn grenzen..) en je kon later in de zaal genieten van een sfeer die toch heel bijzonder was. Hazes is in onze omgeving een fenomeen. En dan bedoel ik natuurlijk de oude zanger die inmiddels bij Petrus in een hemelse kroeg verblijft. Wij kennen zijn verhaal, Aardse kroeg en woonstek, en zijn muziek uiteraard.

En die is veel breder dan je in eerste instantie misschien denkt. Hoe dan ook, stipt om kwart over 8 maakte de DJ van dienst plaats voor een (luidruchtig) orkest en een schare artiesten die op hun eigen wijze de nummers van Hazes ten gehore brachten. En dat deden ze met verve. Jeroen van den Boom, Gerard Joling, Samatha Steenwijk, Karsu, Kris-Kros-Amsterdam, Waylon en zo meer. Uiteraard ook de jonge Hazes die ik zelf niet zo waardeer, maar hij zichzelf wel. Het publiek is bij zijn optreden uitzinnig, dus hij zal wel iets meer hebben dan zijn achternaam om mensen te trekken.

Intussen liepen de mensen uit het publiek de zaal uit en in, haalden zich bier en bitterballen en zo meer, en zongen bij terugkeer weer vrolijk mee. Wij als geboren en echte Mokummers ook bij bepaalde nummers. Klassiekers, waarvan de teksten gewoon in de bol zitten gegrafeerd. Bij andere nummers viel ik met de rest van de zaal even stil. ‘Sorry’ zoals gezongen door de prachtige Turkse zangeres Karsu is er zo een. Ontroerend mooi nummer. Duozang door andere artiesten, soms met meerdere mensen zelfs en eigenlijk geen een van die optredens niet goed genoeg. Hazes kan door velen lekker gezongen worden en de zaal vrat het. En omdat die mensen van heinde en verre kwamen (echt uit het hele land, soms uren gereden) was dit niet het typerende Hazes-publiek uit de eigen stad dit keer. Dat zag ik wel aan de outfits.

Was ik zelf nog in het zwart gekleed en met een leren jasje passend bij de sfeer, ik was een van de weinigen. Tuurlijk er waren wat dames in de strakke glitters, een enkel hoedje met Hazes-logo, maar de meeste aanwezigen waren er vooral omdat die loterij hen voorzag van alles wat ze leuk, lekker of nuttig achtten. Was er niets waarop ik als meninggever een puntje van kritiek kon hebben? Jawel..de muziek. Die was zo krijsend hard dat ik soms met een vinger of hand een oor afschermde. En echt, ik zat niet boven op het podium maar er best een stukje vandaan. De scherpte van de toon van die muziek was het probleem, de bassen niet. Een technisch verhaal vermoedelijk. Maar verder…gewoon een leuk feestje…mede mogelijk gemaakt door…. En o ja, dit spektakel was vier avonden lang in die enorme muziektempel te beleven. 4 x 16.000 mensen! Gemiddelde prijs pakweg 50 euro p.p. en de consumpties daar toch in de regio aardig prijzig. Wie volgend jaar wil boeken, het kan. Nu al…. en als je wilt genieten van een feestje met velen, doen! (beelden: Prive)

Amsterdamse drieassers..

Amsterdamse drieassers..

De Tweede Wereldoorlog hakte er wat betreft het rijdend materieel van de Amsterdamse GVB stevig in. De bezetter nam een deel van de tramvloot mee naar huis als souveniers nadat het duidelijk werd dat Nazi-Duitsland op haar retour was. Dus moest men na de bevrijding roeien (rijden) met de riemen die men had. En die riemen waren schaars en ook min of meer uitgewoond. Toch kreeg men al snel een soort van rijschema overeind en konden de Amsterdammers weer naar school of kantoor met het openbaar vervoer. Men leende intussen trams uit andere steden, verbouwde oudere trams op zodanige wijze dat die wat meer comfort boden dan voorheen. Maar men snapte ook dat er nieuwe trams bij moesten komen die dat comfort nog eens extra zouden verhogen.

En na lang wikken, wegen, bekijken, onderzoeken en experimenteren besloot men een order te plaatsen in eigen huis. Een ontwerp van het GVB zelf kreeg de voorkeur boven allerlei andere trams vanuit fabrikanten die ook wel aan de slag wilden voor de Amsterdammers. De drie-assige trams waren geboren. Wagens met een erg aardig en toen modern uiterlijk. Vouwdeuren voor in- en uitstappen, een aparte zitplek voor de bestuurder en ook de conducteurs. Het signaal voor stoppen bij een halte werd voortaan visueel gegeven via verlichte glaasjes in de wagens en door een afgesloten cabine met verwarming waren deze trams een grote stap vooruit ivm de oudere blauwe twee-assers.

Een ding was wel jammer, want de beste aandrijving voor deze trams zou moeten komen uit Duitsland en dat was natuurlijk in die tijdsperiode ondenkbaar. Dus besloot men motoren te gebruiken uit oudere tramtypes die waren of werden gesloopt. Omdat de nieuwe trams nogal lang en zwaar bleken waren die motoren voor de moderne trams aan de zwakke kant. Daarbij moesten ze vaak over de hogere bruggen van de stad heen met volle last en dat ging niet van een leien dakje. De drieassers waren met hun aanhangers ook zodanig lang dat men sprak van ‘treinen’ en die konden op de lijnen die bijvoorbeeld door de smalle Leidsestraat heen moesten elkaar op de passeervlakken boven op de diverse bruggen niet passeren. Kortom er moest veel gesleuteld worden om de trams volledig inzetbaar te maken.

Toen in 1956 de eerste gelede en nog moderner trams in de stad arriveerden werden de drieassers vaak gezien als backup voor dat toen moderne materiaal. Vaak liet men dan alleen motorwagens op reservediensten rijden. Een deel aangepast met o.a. een nieuw lijnbord boven het voorraam, zoals bij die gelede trams die hen eigenlijk moesten aflossen. En feitelijk werden de eerste drieassers al sneller gesloopt dan normaal in Amsterdam bij trams het geval was. Toch bleven ze in allerlei vormen maar afnemende aantallen nog wel actief tot en met 1985. Toen pas gingen de laatste exemplaren naar sloop of musea die er eentje wilden hebben. Een enkel exemplaar verdween naar vrijplaatsen aan de rand van de stad waar ze zelfs als woningen werden ingericht. Al met al was het een opvallend tramtype dat ook een norm zette voor alle volgende opvolgers. Comfort, snelheid, bedieningsgemak en ook simpel onderhoud. Ik bewaar goede herinneringen aan die trams die altijd op de wat chiquere lijnen van het GVB reden. Want de passagiers in sommige wat duurdere wijken van de stad wilden niet meer in de oude half open blauwen worden vervoerd maar in comfortabele omstandigheden. En dat kon in die drieassers. (beelden: Archief/internet)

Rembrandt…

Rembrandt…

Terwijl mensen massaal in de rij staan om de ongetwijfeld prachtige expositie over Johannes Vermeer te bezoeken in het hoofdstedelijke Rijksmuseum stelde het bekende Hermitage Museum aan de Amstel in onze stad daar een echt schitterende tentoonstelling tegenover over Rembrandt en zijn vrienden. Men moet het in dat vroegere filiaal van het Russische Museum in Petersburg nu doen met spullen en onderwerpen die niet uit de gigantische voorraden van de vroegere tsaren komen maar men leent nu net als elk Nederlands museum bij bevriende en bekende collectiebeheerders. Wij liepen er halverwege de afgelopen maand februari even binnen. En dat was geen verkeerde beslissing.

Want Rembrandt heeft iets magisch. Hij was niet voor niets d e schilder uit zijn tijd en heeft kennelijk de nodige collegae geinspireerd met zijn talenten en techniek. Bij Rembrandt krijg je die op een presenteerblaadje opgediend. Details, techniek, maar vooral zijn manier om met licht te spelen maken elk schilderij een genoegen om naar te kijken. Zijn manier van uitlichten van de onderwerpen maken sommige beelden bijna driedimensionaal. En dat is niet iedereen gegeven. Ook zijn leerlingen niet. Dat zie je meteen als je deze expositie bezoekt en op je gemak bekijkt.

En dat moet je wel doen want er is niet alleen veel werk te zien, ook de nodige audiovisuele uitleg over hoe het allemaal zo gekomen is en welke leerlingen die Rembrandt allemaal voortbracht. Isaac de Jouderville, Pieter Lastman, Ferdinand Bol, Caspar Netscher, maar zeker ook Godefridus Schalcken. Die laatste heeft het talent van die belichting wel heel erg serieus genomen. Je kijkt naar zijn werken en denkt dat er echt een lichtje achter brandt of zo. Heel knap gedaan. Dat hij ook nog hield van rondborstige dames als model maakt het plaatje voor mij wel extra af. Maar ook Jan Steen is hier te zien, met zijn heerlijke huishoudens en geweldig losbollige feesten en partijen. Rembrandt heeft deze lieden (en meer) in zijn toenmalige woonsteden als Amsterdam en Leiden veel geleerd. Maar toch…er zijn er bij die het talent van de grote meester misten. Dat is net zo goed te zien in deze verder zeer overtuigende expositie. En de keuze voor dit onderwerp is een compliment waardig voor de nieuwe directie van dit inmiddels bekende museum.

Een andere weg ingeslagen, door omstandigheden gedwongen wellicht, maar daardoor niet minder interessant. Daarbij kwam dat wij het aanwezige personeel veel aardiger vonden dan we wel eens eerder meemaakten. Men is vriendelijk, klantgericht en gewoon plezierig in de omgang. Veel uitleg over wat je waar kunt doen of vinden. De museumshop is hier tegenwoordig een genoegen om rond te hobbelen. En probeer de culturele uitingen die men daar vanuit het museum vertaalt maar eens over te slaan. En o ja, ook over Vermeer liggen er de prachtigste drukwerken. Gewoon kopen en niet naar die drukke expositie gaan in het Rijks (scherts uiteraard,,). Mag je nog jaren lang genieten van al dat fraais wat die Nederlandse schilders zo beroemd maakt in het buitenland maar ook hier. De Hermitage was toen wij er waren niet te druk, het was daardoor alleen al een waar genoegen om er weer eens te vertoeven….En met je Museumkaart is het een fluitend genoegen. (beelden: Prive)

Jeugdige passie…

Jeugdige passie…

Ik zal er vast wel eens eerder over hebben geschreven in mijn blogs van de afgelopen jaren, maar los van de auto’s in de straat waar ik in de jeugd woonde en die ook bij ons thuis passeerden als onderdeel van de ‘handel’ of die van de overburen, dat garagebedrijf waar ik mijn kennis op dat punt extra aardig mee kon opvijzelen, was er nog een factor die me direct als jong mens intrigeerde. Die van de luchtvaart. Want als geboren Amsterdammer wist ik dat vlakbij de grote stad een vliegveld lag waar een maatschappij actief was die grote daden had verricht in het verleden en dat nog deed in het toenmalige heden. Schiphol en de KLM! Een luchthaven en maatschappij om trots op te zijn en mij ook direct intrigeerden.

En dat het trots makende KLM er nog vloog met van die fantastische toestellen als gebouwd door Lockheed of Douglas hielp zeker mee. Plus dat er door Fokker werd gevlogen met o.a. door hen gebouwde Gloster Meteors maakte het beeld compleet. Zo vaak als ik kon jengelde ik de ouders of oudere broer aan de oren om daarheen af te reizen. Later deed ik dat zelf. Per fiets, om dan hele dagen te verkeren langs de startbanen of met een gekocht kaartje op de uitkijkpromenade die de luchthaven toen rijk was. En dan keek je naar al die vliegtuigen die naar bestemmingen vlogen als Teheran, New York, of zoiets als Dusseldorf of Parijs.

Er waren toestellen te zien uit Oost-Europa. Boedapest, Praag, Warschau hun plaats van herkomst, en dan die Britse machines met hun zo kenmerkende uiterlijk. Ik keek naar de grondafhandelaars met hun tractoren en karretjes vol bagage of vracht. Aan de rechterkant van het toenmalige platform de vrachtmachines. Oude Dakota’s, DC-4’s, soms een prachtige Curtiss C46 of als je geluk had een Avro York, een toestel dat al i n WO2 was ontwikkeld. Je zag de bloemenkisten van Autair, een bedrijf uit Engeland dat vluchten verzorgde tussen Schiphol en Berlijn in oude Vickers Vikings. En elke kist had zijn eigen kenmerkende eigenschappen en geluiden. Ik kende ze als jong mens al heel snel uit de bol. ‘Wist er alles van’, maar wat ik wist nog best beperkt natuurlijk. Zelfs in de winter was ik er in de vrije uurtjes te vinden.

Ik had op enig moment een brommer beschikbaar en dat gaf me nog meer vrijheid. Schreef alles op wat ik zag, vertaalde het in het klein naar mijn eigen luchtvaartwereldje thuis. (zie 2012-22)Toen leuke meiden in mijn leven kwamen moesten zij hun al dan niet gemeende liefde voor mijn persoon delen met die voor de gevleugelde vrienden. Ze werden meegenomen naar de luchthaven en ik beoordeelde hun drang naar kennis over wat mij bekoorde al dan niet met het besluit dat het ‘niks werd’. Degene die het vol hield en samen met mij in de kou naar die kisten ging kijken bleef ook in mijn leven.

Tot nu aan toe zelfs. Gekte (passie) kent geen grenzen natuurlijk. Hoe dan ook, de luchtvaart bekoorde me zo zeer dat ik er als vroege werker alles aan deed om op enig moment mijn baan in de banqaire wereld te verruilen voor een op Schiphol. En wat was dat geweldig. De kantoorplek echt om de hoek van platforms en banenstelsel en dan tussen de middag die kisten voorbij zien of horen komen en de geur van hun motoren ruiken. Het bleek ook een harde leerschool. Niks mis mee, je kreeg er ook een degelijke opleiding. En nog altijd is die passie aanwezig. Ik sta niet meer zo vaak langs de banen, het gedoe op Schiphol houdt me buiten de panoramadekken waar je naar de vliegtuigen op de platforms kunt kijken. Ik heb intussen zelf honderden uren gevlogen in talloze vliegtuigtypen. In die zin is de passie leidraad geweest in mijn verdere leven. En dat alles omdat ik bij toeval werd geboren op een plek die directe verbinding met dat vliegveld naast de stad in zich had. En ik dus wist en weet dat Schiphol en Amsterdam met elkaar verbonden zijn. Zou voor veel van de beroepsklagers die na 1919 hier zijn komen wonen een stukje kennis moeten zijn. Maar dat is een andere discussie….(beelden: archief/internet)

De klaagcultuur…

De klaagcultuur…

Weet je wel dat wij als volk echt over alles klagen?? De regering doet alles fout, de buren zijn lawaaiig, we verdienen te weinig, het is hier te warm of te koud, kortom we zijn zelden tevreden. Althans zo lijkt het als je de al dan niet sociale media of gesprekken om je heen wat volgt. Uit onderzoek binnen de Europese Gemeenschap of zelfs de wereldbevolking blijkt dat in de praktijk toch heel anders te zijn. Dan geven wij ons land en onze samenleving een vrij hoog cijfer en vinden best dat we hier als volk aardig gelukkig zijn en wonen. Tuurlijk er is veel gedram, de criminaliteitscijfers dalen niet maar stijgen, de inflatie en kosten rijzen de pan uit, maar toch wonen of werken we hier naar eigen idee plezierig. Maar er blijken ook beroepsklagers te bestaan. Mensen die om een of andere reden altijd het gevoel houden dat zij er niet voldoende toe doen of dat aan hun persoonlijke (ego)belangen te weinig aandacht wordt besteed.

Sommigen daarvan zijn bijna religieus in het uitdragen van hun boodschap. Denk aan de halve zolen die zich vastplakken aan kunstewerken in musea of gevels van gebouwen waarvan zij vermoeden dat alle kwaad daar achter huist. Vaak klagen ze dan achteraf over de matige kwaliteit van de lijm of over het gedrag van het wettelijk gezag dat via haar overheidsdienaren deze klagers losweekt van hun zelf verkozen protestpositie. Je hebt mensen die naast een vliegveld gaan wonen en dan klagen over de lawaaiige vliegtuigen, of zoals nog wat vaker, zij die menen dat de moderne tijd alleen maar nadelen in zich draagt en je dus over alles wat je niet bevalt mateloos moet gaan zitten miauwen. Vaak mensen met de te veel vrije tijd en te weinig echte hobby’s. Baseer je al dat geklaag op feiten of historie kunnen alle klachten meteen de prullenbak in, maar in ons land nemen we ze nog serieus ook. En als die lui hun zin niet krijgen wenden ze zich tot de rechter die door al dit soort klaagzaken niet toekomt aan het berechten van echte misdadigers. En dan klagen andere mensen weer over de lage straffen of zelfs het heenzenden zonder straf van verdachten.

Een voorbeeld van dit soort mafkezen las ik laatst bij het Amsterdamse AT5 (stadszender) op hun nieuwsite. Ergens in Amsterdam-West woont een man op twee hoog die zich gek ergert aan trams die over een aanpalende brug heen rijden. Die bewuste tramlijn bestaat al van ver voor de oorlog, hij zelf was daar onlangs komen wonen. Die trams doen via hun rails op die bruggen dus gedoeng gedoeng en dat een paar keer per uur. Hij vond het maar niks en maakte het vervoerbedrijf GVB bijna gek met zijn klachten. De trams moesten maar wijken vond hij, want hij wilde rust in de tent. Het GVB bleef netjes en onderbouwde haar afwijzing van die klachten op basis van de feiten. De moderne trams zijn vele stiller dan de vroegere, de brug moet nu eenmaal worden genomen en elke dag maakten duizenden mensen gebruik van dit vervoermiddel op juist deze lijn. De wet van de gemenedeler dus. Nou daar was de klager het niet mee eens. Hij wilde zijn recht en deed aangifte van overlast tegen het trambedrijf. En die aanklacht ging leiden tot een rechtszaak. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik het las. Ik ben al wat gewend rond Schiphol van dit soort extremistische types, maar deze was er een uit de Eredivisie. Ik ga volgen hoe dit afloopt uiteraard. Want als je moet toegeven aan minderheden die steeds weer iets nieuws bedenken om over te klagen staat op enig moment dit land gewoon stil. Mooie cijfers over tevredenheid of niet. En daarover wilde ik in dit blogje even klagen….(Beelden: archief)

Jennen…

Jennen…

Voor hen die niet zoals ik uit Amsterdam komen of er zijn geboren en getogen zal het begrip jennen, ik beschreef het hier al eens eerder in het verleden, niet veel bellen doen rinkelen. Maar de echte Mokummer herkent het meteen. Het is immers een hoofdstedelijke volkssport. Snelle en scherpe opmerkingen, mensen op het verkeerde been zetten, je zelf relativeren en al te serieuze types even op hun nummer zetten. Vooral zij die zichzelf zien als het centrum van de schepping of samenleving kunnen aardig van de leg raken als ze met het fenomeen in aanraking komen. En schieten dan meteen in een of andere kramp. Immers, zij voelen zich aangevallen. Terwijl het voor de ware Amsterdammer gewoon een vorm van humor is die hem/haar het gevoel geeft dat het van de andere kant wel een ‘tandje minder mag’. Wie mij echt leerde kennen weet dat ik er (on)bewust regelmatig gebruik van maak. Zelfs op momenten dat het wellicht minder gepast lijkt kan ik het niet laten.

Een zeker ironie is daarbij niet vreemd. Daarnaast is het zodanig ingeburgerd bij die echte Amsterdammers dat ze zo bij gebrek aan humor of acceptatie van de andere kant weinig begrip hoeven te verwachten. Zeker in de provincie zijn Amsterdammers door hun rechte humor en eerlijkheid vaak niet zo geliefd. Daar praat men liever recht wat krom is of om de hete brei heen. Ik merk dat ook vaak bij import-Amsterdammers die vanuit de provincie komend maar niet kunnen wennen aan dat gebruik om kritiek te leveren op…. Nee, dan was het in hun geboorteplaats toch plezieriger. Daar hield men de mond en wees achter de ramen naar hen die de regels overtraden/treden. Amsterdammers in het zakenleven zijn ook vaak aardig direct.

Doelgericht en stop dus maar met alle flauwekul. Even doorbijten en we maken een zaak goed en voor ons beiden plezierig af. De eeuwenoude handel met verre gebieden in de wereld is ons in de genen doorgegeven. En anders dan de altijd mekkerende lieden die denken dat we als steedse samenleving rijk werden van de handel in of het vervoer van slaven, is er nieuws. Eeuwen daarvoor voeren de handelsschepen vanuit Amsterdam al naar de Baltische Staten en Scandinavie. Wie zijn geschiedenis niet kent heeft in de toekomst niets te zoeken. Dat jennen is dus een verhaal van een mengelmoes van de oer-Amsterdammer en de beste joodse tradities. Opgeteld valt er veel bij en om te lachen. En zag ik dat ooit ook bij Marokkaanse kooplieden met een Amsterdams accent op een van de stadsmarkten in West. Amsterdammers geworden, handelaren en uiterst bedreven in jennen. Het kan echt…als je er voor open staat…..zeker in onze stad! En voor hen die dat niet kunnen, wellicht dat je er na deze uitleg van… mee mee kunt leren leven?? Dankjewel…Je bent te goed…(Beelden: prive)

Nostalgische vriendschap…

Nostalgische vriendschap…

Het was in januari 2005 dat ik na jaren onderbreking een vriendschap van vroeger weer nieuw leven in kon blazen. Met dank aan een boek van Eddy Posthuma de Boer, een befaamde fotograaf. Die maakte met zijn geweldige foto’s een boek over mijn stad dat mij als geboren en getogen hoofdstedeling zeer aansprak maar ik tot dat jaar niet kende. De vriend om wie het ging stond zelf als kind op de cover. En meende dat ik er ook op voor kwam dus zocht hij contact. We woonden toen net als nu vrij dicht bij elkaar maar waren elkaar ergens in het verleden (onze levens verliepen totaal anders) kwijt geraakt. Een derde vriend, ook iemand uit dat verleden, sloot aan en we spraken samen met de bijbehorende partners een datum af voor een nostalgische avond met drankjes en hapjes en de overhandiging van het bewuste boek aan betrokken mensen. Nou dat was heel gezellig en er viel veel bij te praten.

Decennia zelfs. Het boek een prima inspiratiebron over dat leven in die vroegere woonstraat waar ‘overleven’ nog inhield dat je vooral op straat je heil zocht, werken iets was wat al vroeg op je pad kwam en studeren de meeste avonduren in beslag zou gaan nemen. De betrokken vriend was voorbestemd het garagebedrijf van zijn vader over te nemen. De andere vriend kreeg een technische baan bij de RAI-Vereniging en mijn leven verliep via een Bank, Schiphol en zo meer zoals het ging en hier al eerder beschreven. Qua wonen bleek dat we eigenlijk nooit ver van elkaar ons domicilie hadden gekend. Uit de verhalen van vroeger kwam al snel naar voren dat ik degene was met het vergiet op gebied van namen uit die tijd maar op feitengebied de beide broeders aardig kon vertellen hoe de hazen liepen vroeger. Ook welke auto’s er in onze straat stonden, wie ze bezaten en waar die mensen zoal heenreden. Maar van al die vroegere straatvrienden wist ik echt niet meer hoe ze heetten.

Ik heb op dat punt nog steeds de gave om ergens op F6 Delete te drukken waardoor een deel van het geheugen extra ruimte krijgt voor belangrijker zaken. Althans voor mij. Hoe dan ook het was plezierig. Met de man (hij is intussen en ook met pensioen net als ik) bleef het contact aardig hecht daarna. En nog steeds praten we veel over vroeger en de situatie nu. Binnenkort weer… Met de andere broeder was het contact vrij snel na die eerste ontmoeting toch weer minder. Zijn interessewereld toch te ver van de mijne af. Daar kon zelfs die beroemde fotograaf niets aan veranderen. En wat die foto betreft; hoe zeer ik ook mijn best deed of doe, ik sta niet op die coverfoto. Mijn vriend die dit aanzwengelde wel. Hij staat in zijn toenmalige outfit achter die trapauto in het portiek van zijn ouderlijke woning in die periode. En die lag recht tegenover ons huis. Dicht bij elkaar en toch ver genoeg van elkaar af om het niet te klef te maken…. Het boek over het toenmalige Amsterdam werd in 2003 uitgegeven en was dus anno 2005 aardig recent. Niet dat dit ook maar iets uitmaakt voor de platen en verhalen. Die zijn allemaal zwart/wit. Net zoals de tijden van toen en mijn insteek op veel onderwerpen. Feitelijk, niet dromerig…of drammerig…:)(Beelden: Prive)

Druk maken…

Druk maken…

Ik zou mij elke dag druk kunnen maken over al die flauwekul die in ons land over de gewone burger heen wordt gegooid als zijnde goed voor ‘milieu’ ‘natuur’ of ‘klimaat’. De meeste feitjes en zgn. wetenschappelijk bewezen onzin komt uit linkse kring en dient een politiek doel. Echt, als wij zoals Kaag en Klaver kennelijk willen, terug gaan naar de nieuwe Middeleeuwen en het volk van verpaupering en armoede bijna sterft maar zeker niet meer kan stoken of rijden, dan wel vliegen, is de besparing op uitstoot en CO2 0.007% van het totaal op Aarde. Toch hoor je vrijwel niks anders dan dat we allemaal moeten meewerken aan een schoner milieu dan wel deze Planeet redden van de ondergang. En zie je dat bepaalde bedrijven en organisaties zich uitsloven om te behoren tot die ‘orde der schoonmakers van het milieu’ ook al past dat helemaal niet bij het belang van hun klanten of aandeelhouders.

Daarbij kennelijk ook vergetend dat ze bestaan bij de gratie van hun klantenkring die zoals het voorbeeld wat ik hierna geef vooral bestaat uit mensen uit de joods/christelijke kring. Dat is belangrijk voor dit specifieke voorbeeld. Het gaat mij daarbij dus om een begraafplaats, een van de grootste van onze stad. De Nieuwe Ooster. Daar kende men tot voor kort een geweldig leuk jaarlijks initiatief op 1-2 november. Een lichtjes-traditie passend bij de Allerzielen/Heiligenviering voor de christenen. Konden mensen met hen die kort of langer geleden zijn gaan hemelen samen een spiritueel gevoel opbouwen waarbij brandende kaarsjes hun rol speelden.

Let op de verleden-tijds-vorm. Speelden! Want dit jaar heeft men die traditie eenzijdig afgeschaft. Gek gemaakt door het kneiterlinkse college in deze stad denkt men ineens ‘om het milieu’ en mogen brandende kaarsen niet meer. Nee, ‘we planten zaken voor onze kinderen, die het milieu ondersteunen’. Hoezo?? Welk een onzinnige gedachte zit hier toch achter? Men schoffeert mensen die deze traditie koesterden vanuit hun geloofsachtergrond dan wel een puur Nederlandse. Men vraagt niet, maar legt dit besluit gewoon vast en gaat verder op de ingeslagen weg. Vanwege het ‘milieu’. Je moet je als bestuur van zo’n plek de ogen uit de kop schamen. Maar nee, men verschuilt zich en wil geen verantwoording afleggen, anders dan dat het klimaat voor hen belangrijk is. En dan blijkt dus dat zelfs dit soort organisaties geinfiltreerd is door leden uit de gektesekte. Ik kan het niet anders benoemen. En spreek er via deze weg even schande van. Om het daarna aan de lezer te laten daar iets van te vinden. Ik kan al bijna voorspellen hoe de uitkomsten zullen zijn…..Al zijn de extreemlinksen die ik voorheen hier nog wel een platform bood intussen uit de linklijst verdwenen. Dat scheelt veel, hoef ik me over hun commentaren niet druk te maken…. (beelden: Archief)