Katholiek…

Katholiek…

In mijn verhaal over mijn vroege jeugd en de op straat afspelende strijd tussen katholieken en protestanten in die tijd (30-7jl) roerde ik al even aan dat er indertijd wat sociale scheidingslijnen liepen door de straten en buurten van onze wijk of zelfs de hele grote stad. En dat er ook een zeer gevarieerd landschap bestond van katholieke parochies en protestante gemeenten die elk zo hun eigen kerken bestierden en ook nog eens bezig waren met sociale netwerken en voorzieningen die de achter het evangelie of de bijbel aan lopende gelovigen moesten helpen in geval van fysieke of geestelijke nood. Dat katholicisme was overigens in Amsterdam altijd een belangrijke zo niet de belangrijkste godsdienst geweest.

Al heel vroeg in de ontstaansgeschiedenis van de stad vestigden zich kloostergemeenschappen in die toen nog kleine plaats aan de Amstel die mede bijdroegen aan het reilen en zeilen van de toenmalige samenleving. Een wonder zoals dat van de niet verbrande hostie (Stille Omgang) (1345) maakte dat de stad ook voor mensen van buiten de veste aantrekkelijk werd als bedevaartsoord. De katholieke bestuurders werden steeds belangrijker voor de stad en daardoor kregen zij ook de kans om niet gewenste invloeden van buiten te verbieden of keihard aan te pakken.

Zo waren er op enig moment de Wederdopers die naakt door de stad paradeerden en kloosterlingen aanvielen. Zij waren in feite de voorlopers van de latere Lutheranen die niks moesten hebben van de pracht en praal die de katholieken ook toen al kenmerkten. Met die naaktlopers rekende men in de historische stad keihard af. Ze werden opgepakt, gemarteld, gevierendeeld of op spiezen gezet en zo aan den volke getoond.

Waag het niet om….dat kost je het leven. Maar wat later in de geschiedenis kwam ook in Amsterdam de omwenteling tot stand. Protestanten vielen kerken aan, vernielden alles wat ze tegenkwamen, staken kloosters in de brand en verkrachtten of vermoordden alles wat katholiek was en in hun ogen abject. Het katholieke volksdeel moest onderduiken en hield haar missen jarenlang op geheime plekken. Het maakte ook dat de Spaanse koning indertijd deze stad graag wilde innemen om het Roomse geloof weer terug te brengen naar daar waar het hoorde, op een dominante plek. Maar uiteindelijk was het compromis de uitkomst der dingen. Oogluikend lieten de latere protestante stadsbestuurders toe dat de katholieken hun geloof uitoefenden. Na de inname door de Fransen van onze Lage Landen kwam stukje bij beetje de vrijheid voor katholieken weer terug al moest men zich op zijn Amsterdams nog wel wat gedeisd houden. Het was dankzij Willem van het huis Oranje en diens nazaten dat we als stadsbewoners vanaf de 19e eeuw weer een soort godsdienstvrijheid kregen en de katholieke parochies min of meer frank en vrij konden optreden. En dat de kerkenbouw in Amsterdam een grote vlucht nam.

Met dank aan bouwmeester Cuypers en diens nazaten verschenen enorme kerken zoals de Willibrordus Buiten-de-Veste die zorgden dat het aanzicht van de stad een tijdlang werd gedomineerd door hoge torens en enorme aan het Roomse geloof verbonden gebouwen. Daar omheen kwamen de diverse katholieke scholen, zowel voor jongens als meisjes en werd ook een katholieke sociaal netwerk in elkaar gestoken dat goed kon binden. En zorgde dit dat men in eigen kring zou trouwen waar zulks van toepassing was. In de jaren zestig van de vorige eeuw ging met de loskoppeling van de oude normen en waarden ook de invloed van de Kerk van Rome (en die van de protestantse gemeenten) verloren. Mensen kozen voor de Revolutie, het socialisme (al in 1948 was de CPN de grootste politieke stroming) werd de norm en dat linkse karakter raakte de stad sindsdien helaas nooit meer kwijt. Gelukkig zijn er voldoende oude gebouwen en gebruiken die nog zorgen dat deze eeuwenoude geschiedenis te vertellen valt. Want zonder katholicisme had onze stad er heel anders uitgezien. Overigens kwamen later ook de Joden naar ons land vanuit Zuid- en Oost-Europa en namen hun eigen religie mee. Net zoals tegenwoordig iets van 40 andere religies hun plek hebben gevonden in deze stad. En hoe die gaan integreren is nog maar een vraag. Van sommigen is wel bekend dat ze prima opgaan in het liberale Amsterdamse leven. Van anderen weten we nu al dat dit nooit echt zal lukken. Blijft jammer…(beelden: prive-collectie)

Straatvechter…

Straatvechter…

Volgens een van mijn vroegere ‘chefs’ was ik in die paar jaren dat ik met hem werkte, een ‘Amsterdamse straatvechter’ en daardoor nergens bang voor en sloeg ik me met veel bluf dwars door zakelijke uitdagingen die andere mensen uit de weg zouden gaan. Hij zelf was afkomstig uit een of ander boerengehucht en had niet veel op met onze grote stad. De hoofdstad (maar ook Rotterdam of Den Haag) waren voor hem oorden waar je als provinciaals mens niet wilde komen en hij verdwaalde ook steevast als hij dat al een keer deed. De bewoners van die steden waren volgens hem ook uit hetzelfde hout gesneden. Gek genoeg, ik heb daar zelden last van, was de herhaling van die uitdrukking bij vrijwel elke gelegenheid reden om er soms zelf nog eens goed over na te denken.

Ik ben zeker wat je noemt een selfmade-man. In de jeugd vaak de juiste keuzes gemaakt, flink gestudeerd, hard werken bij diverse bedrijven uit allerlei branches, en zo relatief snel carriere gemaakt. Talen leerde ik in de praktijk beheersen. Maakte van nadelen een voordeel en was zeker niet op het mondje gevallen. Dat bracht me wel eens in de problemen, maar die zijn vrijwel altijd op te lossen. Maar een ding is zeker, ik sta voor wat ik zeg en wie mij goed behandelt(de) heeft of had een meer dan loyale gast aan die Amsterdammer. Heeft dat iets van doen met vroeger? Ja zeker. In de straten van Amsterdam-Zuid waar ik opgroeide was het aantal lieden van mijn leeftijd indertijd relatief groot. Je had er zelfs nog een verdeling tussen katholiek en protestant, arm en rijk (nou ja welvarend..), er speelden oude vetes uit de Oorlog een rol en de eerste immigranten (Chinezen) kwamen toen ook al in de straat wonen.

Er waren veel (mkb)bedrijven te vinden met hun eigen dynamiek. De weg naar school was zeer goed beloopbaar. Maar als keurig katholiek kind moest ik dan wel elke dag langs een huis waar protestanten woonden die meenden dat de straat hen toebehoorde. Althans het deel waar zij hun oud-ijzerhandel runden. Diverse keren renden die kinderen uit dat gezin naar buiten als dolle honden zodra wij er langs liepen. En een van hen had de neiging zich sterk op mij te richten. En dan lag ik weer over straat te rollen…voor niks. Dat werd ik op enig moment zat. En nam op een middag uit de grote tuin van de katholieke kathedraal naast onze school een stuk steen mee. Toen de agressieve broeder uit dat gezin weer op me afkwam en me greep ramde ik die steen tegen zijn neus. Kermend ging hij af. Nooit meer last gehad van dat spul. Maakt je dat tot een straatvechter? In letterlijke zin wellicht, maar verder houd ik niet zo van dat geknok. Een scherpe tong en stevige mening helpt meer. Ook in het zakendoen. Maar verder best een aimabel mens hoor. En die chef? Ach, die haalde naar mijn idee zelf vaak de verkeerde mensen naar voren op functies die hen pasten maar de zaak in mijn ogen niet vooruit hielpen. Lang geleden alweer, vergeven intussen. Maar niet vergeten….(beelden: archief)

Overstapjes….

Overstapjes….

Zodra ik ergens een boek vindt over het tramvervoer in Amsterdam ben ik al snel overstag om dit aan te schaffen en meteen te lezen. Een plank of twee in mijn overvolle bieb inmiddels ingericht met allerlei lectuur over dat onderwerp. Vaak technisch van aard, tramtypes, geschiedenis, inrichting lijnen, maar soms ook vanwege de uiterst fraaie platen die men als auteurs maakte ter illustratie. Veelal in combinatie met een decor in onze grote stad dat in die of die vorm vaak niet meer bestaat. U weet wel, renovatie, nieuwbouw, levendigheid van de stad belemmeren of domweg totale sloop. Het is dan ook een fraaie aanvulling als je iets vindt wat je nog niet hebt. In dit geval een boekje uit februari 1989 over de geschiedenis van de befaamde tramlijn 2 tot en met dat jaar. Die geschiedenis startte al eind 19e eeuw met paardentrams zoals het huidige college die anno 2024 ook graag weer teruggebracht zou zien.

Maar een aantal jaren verder werd de lijn langer, elektrificatie het nieuwe toverwoord en de Amsterdamse Omnibus Maatschappij uiteindelijk het GVB. Omdat de stad juist in die periode van de geschiedenis sterk uitbreidde met nieuwe wijken werd Lijn 2 een belangrijke vervoerslijn tussen de wijken in het toenmalige westen van de stad en het Centraal Station. En op basis van die geschiedenis neemt de auteur ons mee op een lijndienst van lijn 2 in foto’s en tekst waarbij hij de grote veranderingen laat zien die deze stad door jaren heen zo teisterden (en nog). Telkens weer veranderingen van straten, rails, inzichten, aanblikken en zo meer. in 144 pagina’s vol foto’s uit verleden en toenmalig ‘heden’ passeren de trams van toen en ‘nu’ in hun element.

We zien stadsgezichten uit de 19e en 20e eeuw. Maar ook evenementen (een beetje voetbalwedstrijd in het Olympisch Stadion, zorgde voor vele meer dan volle trams), maar ook hoe bekende straten van nu ooit als gracht of sloot door het leven gingen. Je ziet ook dat Amsterdam op enig moment altijd wel ‘open’ lag of ligt. En dat de trams dan via via moesten zien hoe ze de eindbestemming bereikten. We zien beelden van besneeuwde straten in Zuid en meteen ook dat anno 1904 de stedelijke bebouwing daar nog weinig voorstelde. Kortom een geweldig tijdsbeeld over een deel van het Mokumse trambedrijf. Met dank aan auteur R.A.M. Platjouw die met een licht humoristische touch een geweldig boekwerkje uit wist te brengen. Hij dankt op de laatste pagina diverse tramliefhebbers en journalisten voor de medewerking en hun beelden. Een ISBN Nummer kan ik nergens ontdekken dus het lijkt een uitgave in eigen beheer. Maar ik ben er blij mee en heb het met veel plezier gelezen. En opmerkelijk, gevonden bij een KLW in de Bollenstreek. Verdwaald, maar uiteindelijk op de juiste plek terecht gekomen….(Beelden: Persoonlijk archief)

Monumenten…

Monumenten…

Maak eens een stedentrip door eigen land en je komt hier links en rechts monumenten tegen. Soms zijn het beelden die passen bij de omgeving. In visserijgebieden kom je vaak in steen verbeelde vissers tegen, ik zag in agrarische omgevingen versteende boeren in allerlei vormen en maten, en als je wat historische gebieden binnen stapt zie je de zgn. ‘helden’ van toen of de bekende vorsten die zich in steen tot in de eeuwigheid laten bekijken. Nu is Nederland niet zo van de herdenkingen of heldenvereringen. Voor je het weet is er weer een of andere actie/pressiegroep die meent dat er op die of die figuur die in de geschiedschrijving van een land een grote rol speelde, best een smetje of meer rust.

Linkse types mekkeren altijd over slavernij of koloniale overheersing. Maar zelfs mensen die in ons eigen land belangrijk waren voor sectoren waar men in die actiekringen een hekel aan heeft worden meteen aangevallen op hun daden. Dat men in de landen waar men graag de eigen inspiratie vandaan haalt veel beelden en monumenten koestert waarmee je goed kunt zien hoe heftig die te keer gingen tegen de eigen bevolking of andere landen knechtten, doet er in de linkse kring niet zo toe. Lenin, Stalin, Mao, allemaal gekoesterd, want tenminste extreemlinks. Dat mag wel, maar figuren uit onze 500-jaar oude geschiedenis van de VOC of zo zijn reden tot actie en protest. Vaten boter op het hoofd die linkse lui.

Zelf zag ik in heel wat landen beelden, monumenten en andere uitingen waarbij lieden werden gekoesterd waar zelfs ik van wist of weet dat ze niet zo fijn in de eigen geschiedenis actief waren. In eigen stad ken ik natuurlijk het beeld van groot schilder Rembrandt op het naar hem genoemde plein. Maar ook dat van Generaal van Heutsz dat tegenwoordig als Monument Indie-Nederland door het leven moet. Dat laatste beeld is wel een voorbeeld van hoe de tijdgeest kan veranderen. Na de officiele onthulling van dat monument in 1934 noemde toenmalig Premier Colijn van Heutsz een man die je mocht vergelijken met Julius Caesar of Alexander de Grote. Hij had namelijk met zijn KNIL een einde gemaakt aan de islamitische opstand in het altijd al als lastig bekend staande Atjeh. Toen het linkse volk daar in de jaren 70 weet van kreeg waren de rapen gaar.

Van protest tot vernieling, van aanslagen op het beeld en allerlei acties werden gehouden om deze moslimhater (..) zijn eerbetoon te ontnemen. Uiteindelijk besloot het linkse college van B en W dat de naam van Heutsz van het beeld moest verdwijnen en een meer neutrale naam aan het overigens fraaie monument gehangen. In veel culturen is een beeld een soort Gouden Kalf. Het past niet bij het geloof daar of de cultuur. Maar zoals al aangegeven, heel wat uitingen van grootheidswaanzin zijn in met name dictatoriaal bestuurde landen te vinden. Zou men daar net zo te keer gaan tegen die uitingen is de kans groot dat men er het leven bij zal inschieten. Niet in ons land. Want Vrijheid van Meningsuiting….Jaja…maar nooit twee kanten van de zaak bekeken. Geldt ook voor van Heutsz. In zijn optreden van toen zat gewoon de opdracht van de regering. Opstand moest onderdrukt. Veiligheid voor de Nederlanders daar vastgelegd. En dat deed hij. Net als de jongens die er later hun dienstplicht moesten verrichten. Wil men wel eens vergeten. Zeker in groepen die wel roepen maar niet wensen te worden opgeroepen. Die krijgen nooit een beeld. Die maken liever selfies…(Beelden: Prive archief)

Amsterdamse brommers…

Amsterdamse brommers…

Toen ik het in mijn verhaal over bromfietsen uit de tijd van vader of zoon een tijdje geleden in relatie bracht tot twee van die mij ooit als vervoer dienende pruttelende fietsen met hulpmotor, noemde ik al het merk Locomotief. Immers tussen andere bekendere merken was dit toch een buitenbeentje, ook al leek dat spul op van alles en nog wat dat door andere fabrikanten in die jaren werd uitgebracht en was de krachtbron vaak afkomstig van Sachs uit Duitsland. Maar de oorsprong van het merk lag in Amsterdam. Vandaar dus dat ik indertijd mijn beide exemplaren van dit bromfietsenmerk kocht bij het bedrijf van de broer van de ook al eens beschreven ‘Ome Leo’ die een bromfietsenzaak exploiteerde aan de Vinkenstraat in de Amsterdamse Jordaan.

In die volksbuurt was de brommer tot ver in de jaren 60 zeer populair, een auto voor de meeste bewoners van die smalle straten daar vaak veel te duur. Dus Locomotief viel wel in het potje. Het historische Amsterdamse merk was vooral fietsenfabrikant en startte daarmee in 1929, de exemplaren met hulpmotor volgden in 1955. Ergens in de jaren zestig stopte men er mee. De productie ging naar Simplex, wat later fuseerde met Juncker en verplaatst naar Apeldoorn. Weg Amsterdamse tintje.

Eind jaren zestig ging men weer over in andere handen en verdween het Mokumse gebeuren van weleer in het grote Gazelle. De brommers waren toen al lang uit de catalogus verdwenen. De door mij bereden exemplaren waren taai, betrouwbaar en met wat kunst- en vliegwerk aardig snel. Ik reed er ook best grote afstanden mee. Een ritje naar Scheveningen staat me nog goed bij, die rit, met latere vrouwlief achterop, diende een goed doel. Een op sluiten staande speelgoedwinkel aan de Neptunusstraat daar deed zijn laatste voorraden weg, en precies wat wij zochten stond er nog in de winkel. Voor zover het budget en de beperkte bagageruimte het toeliet namen wij dat spul mee terug. De Locomotief denderde toch maar mooi een kilometertje of 100 die dag met twee man op de buddyseat. Ook een ritje op en neer naar Nunspeet staat me nog goed bij. Omdat de ‘buikschuiver’ die ik toen bereed weliswaar zorgde voor plezierig fysiek contact met de achterop zittende passagiere, mijn nieuwe imago van toen vroeg toch om een ander soortig vervoer. Een nieuwe Puch was daarvoor het beoogde antwoord. In dit geval was het oude vertrouwde adres van Ome Leo de leverancier. Wat was ik er trots mee. De naam Locomotief verdween uit mijn persoonlijke vloot. En om te vermijden dat hij uit ons collectief geheugen verdwijnt schreef ik er nog even een stukje over. Doe er mee wat je wilt, maar vergeet dus niet dat het een typische Mokums merk was….Net zoals uw meninggever een oprechte en nog echte Amsterdammer is… (Beelden: Archief)

Brits vernuft; Commer!

Brits vernuft; Commer!

Toen mijn leasepa besloot om zijn handeltjes in tweedehands auto’s aan de Mokumse wilgen te hangen ging hij op enig moment aan de slag bij Coca Cola in Amsterdam. Daar zat een toen nieuwe bottelarij en distributiecentrum in het redelijk nieuwe industrieterrein Amstel van toen. Bij dat bedrijf zorgde hij voor rijklaar maken van nieuwe en ook reparatie van al lopende trucks. En Coca Cola had toen als norm dat men altijd met Britse trucks wilde rijden. Dus er waren Leylands te zien, Bedfords, maar voor het distributiewerk in de steden kwamen Commers in gebruik.

En dat oude merk Commer was een bijzondere truckfabrikant omdat het al vroeg wagens verkocht naar de VS of componenten die dan weer onder licentie werden geproduceerd tot specifiek op die markt afgestemde wagens. Commer werd op enig moment in haar bestaan overgenomen door een andere Brits merk, Humber. Commer bouwde allerlei trucks en bestelwagens tussen 1926 en 1978, de door mij door het familieverhaal geregistreerde typen allemaal van het type R741 die met hun bolle cabine en kenmerkende voorruit met spijl zowel modern als wat ouderwets aandeden. Andere wagens van Commer reden o.a. voor Van Gend & Loos. In sommige markten kwamen dezelfde trucks uit als Karrier, nog zo’n typische merk uit die tijd en in die jaren allemaal opgeslokt door Chrysler uit de VS. De Commers waarover ik het heb hadden soms een 2-takt dieselmotor en waren daardoor best aparte wagens.

Men had ook bestellers en busjes in het 1-tons segment in de aanbieding en die zag je hier ook nog wel eens rondrijden. Naast het gebruik van Coca Cola (wagens met rechts stuur want dat was handig voor de chauffeurs die in die steden constant in en uit moesten stappen en dat het liefst deden aan de stoepkant) kwam je die wat grotere Commers/Karriers hier niet zo veel tegen. Net als mijn verhaal rond Coca Cola op enig moment een einde kende (het bedrijf verplaatste haar productie naar Hazerswoude) gold dat ook voor die Commers.

Ze dienden trouw de frisdrankengigant en verdwenen daarna van het toneel. Stiefpa stopte er intussen ook mee en ging weer een andere richting op. Commer zelf werd net als Karrier gesaneerd door Chrysler dat er daarna het merklabel Dodge aan hing wat nog decennia lang werd gevoerd. Na 1976 was er geen Commer meer in het aanbod van de Britse truckindustrie. Jammer maar helaas. Maar dat verhaal van dit merk met een persoonlijke inkleuring blijft uiteraard in de familiegeschiedenis behouden. (Beelden: Archief/Internet)

Het ware ondernemerschap…..

Het ware ondernemerschap…..

Sommige mensen zijn naar mijn ervaring en mening voor het ondernemerschap geboren. Anderen zijn toch meer ambtenaar van inborst of karakter, zoals er ook geboren werknemers zijn die weinig tot geen ambities vertonen hogerop te komen. Niks mis mee. Maar ik heb het nu even over die eerste soort. Onlangs keken we met veel plezier naar de reeks ‘De Augurkenkoning’ op RTL5. Die serie gaat (dit was de tweede serie) over de familie Kesbeke uit Amsterdam-West. Mensen die met augurken hun inkomen regelen, maar daarmee niet alleen.

Vader Oos Kesbeke is een ondernemer pur-sang. Hij let op alles en neemt geen blad voor de Mokumse mond. Maar ziet ook ieder detail en dat is goed in een wereld waarin voedsel wordt geproduceerd in potten of blikken en elk foutje grote gevolgen kan hebben. Tel daarbij op dat hij een scherp en humorvol vocabulaire heeft naast een hart van goud en je kijkt naar een man die weet waar hij mee bezig is. Tijdens deze tweede serie kwam zijn twee zonen naar voren als de potentiele opvolgers van Pa.

Maar die moeten nog wel even opgeleid en gepolijst worden. Als ik er zo naar kijk was dat ook dringend nodig. Oos heeft het overzicht, hij pakt ook aan en is niet te beroerd om zelf de bezem of waterslang te gebruiken als dat ergens nodig is. Het vaste team medewerkers is zo te zien meer dan loyaal. Zo is er een klusjesman die al 60 jaar bij het bedrijf werkt en echt alle ins en outs van de firma kent. Inzetbaar voor technische ondersteuning maar ook om op een vorkheftruck pallets te verplaatsen. Oos zorgt zelf ook voor die loyaliteit want hij verwent zijn mensen als geen ander. Eten, drinken, uitjes, Oger-kleding, bedenk het en het is voor mekaar.

Zit iemand er doorheen? Hij ziet het en lost het op. Maar o wee als je de kantjes er af loopt of, zoals we eerder zagen, dronken op het werkt verschijnt. Je mag vertrekken en niet meer terugkomen. Hij gaat net zo om met leveranciers als met de burgemeester van Amsterdam en als hij bij de Sligro-groothandel hamburgervlees koopt voor zijn mensen (ze moeten ook eens iets lekkers eten..) loopt hij langs de stellingen met zijn eigen producten en zet alle potten met de naamlabels naar voren. Kijk, dan snap je het… Ik heb er met veel plezier naar gekeken. Herkende veel, leerde weer wat en was uit mijzelf als Mokummer al een trouw koper van de producten van deze firma, maar ben het nu helemaal. Augurken, Amsterdamse uitjes, bedenk het en Kesbeke levert het. En dan met dat verhaal er aan verbonden….Pure kwaliteit. Ik hou er van…. (Beelden: Internet/diverse websites/Kesbeke)

Relax…maak een ritje…

Relax…maak een ritje…

Sinds de uitvinding van YouTube me een wereld heeft binnengeleid waarin je vrijwel alles aan bewegend beeld kunt vinden en ook nog eens op elk gebied neem ik af en toe de tijd om daar even van te genieten. De lezer snapt dat mijn interesse dan vooral uit zal gaan naar vliegtuigen en auto’s in alle vormen en uitmonsteringen. Veelal dynamisch van beeld, plezierig van geluid. Maar er zijn ook films te zien die naast ontspanning meteen ook een educatief doel dienen. Daarbij rijden we mee in trams van het Amsterdamse GVB langs alle lijnen die deze vervoermaatschappij te bieden heeft. En neem van mij aan, dat is buitengewoon relaxed.

Immers, ondanks de drukte in het centrum kom je ook in gebieden waar vrijwel geen kip op straat te vinden is. En waar je ziet hoe die trambestuurders onder alle omstandigheden rustig blijven, aardig voor mensen die net zo tegen hen doen en waarbij het schema van de tram min of meer heilig is. Inmiddels heb ik een aanbieder gevonden onder de naam Spoor 4 die nu al 22.500 volgers kent en je als kijker/passagier meeneemt op de nieuwste lijndiensten en in de laatste nieuwe tramtypen. Via deze trams besturende broeder kom je in wijken van deze grote stad terecht waarvan je het bestaan nauwelijks kent. Zelfs ik als Amsterdammer zit soms met opgetrokken wenkbrauwen te kijken naar nieuwbouw in straten die ik nooit eerder zag of waarvan een bepaald historisch beeld is blijven hangen in het brein.

Buurten van de stad waar ik ook nooit wandelde. Met de auto er heen is geen optie in deze stad vol autohatende politici, dus moet ik het doen met deze beelden. Om daarbij ook te ontdekken dat bepaalde lijnnummers een totaal andere route volgen dan ik mij van vroeger toen ik nog wat meer into trams was herinner. Maar het is geweldig om deze trips te maken en het ontspant echt. Een digitaal OV is dus eigenlijk best plezierig. Zeker als ontspanningsmoment in de dag. Intussen ben ik er achter dat deze ritten een trend zijn en ze ook worden aangeboden door diverse lieden voor steden als Rotterdam en Den Haag, maar ook voor metro’s en zelfs NS-lijnen. Bestuurders van al dat spul zijn dus ook vloggers of Youtubers geworden. Kan een prima bijverdienste zijn, maar voor mij maakt dat niet uit. Ik leer er van en geniet op mijn manier. Net als van die vele vluchten die ik maakte (daarover later meer) of de rallies en races die ik volg. Aanrader dus…. (beelden: Mijn archief)

Naar Frans Hals…

Naar Frans Hals…

Ja kijk, als je het schopt tot een schilder naar wiens naam een straat is benoemd in onze op zich zo fraaie stad moet je wel iets betekend hebben. Daarnaast is er een eigen museum voor de man in een andere stad te vinden en ziet men hem in kringen van kunstkenners als een schilder met een ‘stevige touch’. Nou dat klopt.

Maar eerst moesten we nog even naar binnen voor die aparte expositie binnen het in het vorige blogje beschreven Rijksmuseum. En dat was nog wel een dingetje want men had ons bij de reservering voor toegang tot die gastexpositie een tijdframe toebedeeld van pakweg een kwartier om ons op tijd te melden. Gek genoeg hadden wij zelf dat frame vertaald als zijnde geldig voor dat Rijksmuseum als geheel. Dus deden we eerst de in het vorige blog beschreven zalen en meldden ons toen met de aparte toegangsticket bij de ingang van die Frans Hals-expositie. Nou dat werd een reprimande. Niet te streng maar we waren wel te laat. Na wat uitleg en excuses mochten we alsnog naar binnen.

Niet dat het daarna veel uitmaakte want die speciale expositie was weliswaar heel interessant en fraai, er waren ook zoveel bezoekers binnen dat je vrijwel geen enkel schilderij voor jezelf had om nou eens lekker te bekijken. Met name bejaard uitziende bezoekers (wat zijn wij dan nog jong…) deden hun best om zo lang mogelijk voor elk kunstwerk van de vrolijke Frans te blijven staan en elke kwaststreek uitgebreid te bewonderen en door te spreken met andere mensen uit de groep waartoe men behoorde. Dat er nog vier of vijf rijen dik mensen achter ze stonden…? Jammer dan… Dus liepen wij toch in een wat hoger tempo dan van te voren bedacht langs al die Halskunst.

Op enig moment was het zelfs zo druk dat mensen als haringen in een ton half verdwaasd in een ruimte stonden met kennelijk nog interessantere kunstwerken van de man met de straat en het museum op zijn naam. Wij vluchtten. In dit soort groepen wil je niet verkeren. Althans ik niet…Tegen de stroom in liepen we naar de uitgang van de expositie. Eigenlijk jammer, want deze expositie was nu net waarvoor we eigenlijk kwamen. Vrolijke lieden op het doek, mensen die je bijna levensecht aankijken vanuit het verre verleden, groepen, duo’s, mannen en vrouwen. Soms met botte koppen, dan weer verfijnd. Frans Hals was een groot kunstenaar. Buiten kijf. Maar ik ga nog eens terug om alles wat meer op het gemak te kunnen bekijken. Heel vroeg wellicht….Want dit was toch best een beetje teleurstellend. Zeker als je nog een reprimande krijgt ook….:) (Beelden: Prive)

Na 60+ jaren…

Na 60+ jaren…

Als geboren en getogen hoofdstedeling erken ik meteen dat ik een paar van de door buitenlanders en mensen uit de provincie regelmatig bezochte aantrekkelijkheden van onze stad graag mijd als de pest. Reden, de enorme drukte in en rond die vaak cultureel vol gepakte plekken. Zo ben ik nog nooit in het Achterhuis geweest waar ooit Anne Frank ondergedoken zat en meed ik het Rijksmuseum alleen al omwille van de vele files van mensen voor de ingangen. Maar een aantal weken terug waren we er alsnog te gast.

Aanleiding, een expositie over Frans Hals. Daarover later meer in deel 2 van mijn bloemlezing over de kunst en die schilder. Het Rijks is een paar jaar terug enorm verbouwd. Dat verbeterde de lichtval was het nieuwe verhaal en ook de in/uitgangen waren aangepast aan de veranderde situatie waar bezoekers dagelijks bij de duizenden passeren. Wij hadden gereserveerd, de museumkaart in de knuisten, maar mochten alsnog toch in een rij plaatsnemen die zich schuifelend naar de ingang begaf.

Eenmaal daar binnen moet je door een veiligheidscontrole (logisch in de huidige tijden met dat extreemlinkse nulmensenvolk dat kunst beklad..) en kunt dan je jas en tassen kwijt in de ruime maar drukke garderobe. Ook daar weer een rij mensen voor ons. Ik was al bijna weggelopen als al die mensen van het Rijks niet zo aardig waren en behulpzaam. Daarna gingen we met een soort landkaartje van het museum aan de slag om e.e.a. te verkennen. Dat we daarbij een belangrijke spelregel over het hoofd zagen vermeld ik later nog een keer. In ieder geval zagen we de kunstwerken die het Rijksmuseum maken tot wat het is. De schatkamer van onze kunstzinnige geschiedenis.

Meteen ook de plek waar je de vaderlandse geschiedenis voorbij ziet komen. Vastgelegd door schilders, beeldhouwers en meubelmakers uit afgelopen eeuwen die soms een wel erg hoog innovatief en kunstzinnig karakter bezaten. Rembrandt natuurlijk een favoriet en dat was ook te zien. Het ziet er zwart van de mensen bij de Nachtwacht. Helaas is die om dezelfde veiligheidsredenen omringd met plastic schermen (gevolg reflectie van achterliggende ramen bij foto’s maken) en staan er zoveel mensen voor dat je op enige afstand moet constateren dat dit in feite een aardig schilderij is, maar dat de heer van Rijn wel betere dingen heeft geschilderd tijdens zijn carriere.

Je ziet onze zeehelden in dat museum, maar ook oude bestuurders als de Gebroeders de Witt. Ga je van de ene periode naar de andere moet je vooral trappen gebruiken want liften zijn niet te vinden of buiten gebruik. Daar hadden wij geen last van hoor, maar voor hen die lastig ter been zijn best een dingetje. Opvallend is ook als je al die kunst bekijkt dat de afgebeelde mensen vaak heel vrolijk in beeld zijn gebracht. Vertrutting kwam pas later aan de orde en men hield wel van een blote borst of meer. Zet ik dat anno nu op mijn blog en andere sociale media krijg ik meteen de zedenpolitie van die organisaties achter me aan, ik heb me dus maar ingehouden. Na een paar uur lopen langs al dat fraais (kijk ook naar de werkelijk schitterende architectuur van het museum zelf en de gebrandschilderde ramen..) gingen we op weg naar de uitgang. Jassen en tassen opgehaald, en dan zoeken. Bordjes Exit zijn niet te vinden. Wel een informatiebalie, waar een aardige dame ons de weg wees.

Daarbij constateerden we dat we wederom trappen op moesten. Nogmaals voor ons geen probleem, maar toch… Na dik 60 jaar was ik er dus weer eens. En dat viel niet tegen. Ik blijf het een erg drukke toestand vinden. Maar eenmaal aan het genieten van al dat fraais vergeet je snel de nadelen. Wie geen museumjaarkaart heeft betaalt 23 euro p.p. voor de entree. Dat is best geld, maar in vergelijking met andere musea met bepaald minder te bieden valt het nog wel mee. In een volgend verhaal ga ik even in op de expositie van Frans Hals…

(Beelden: Prive)