Fokker’s succesnummer…

Fokker’s succesnummer…

Veel mensen hebben bij de naam van vliegtuigbouwer Fokker al dan niet parate herinneringen. Voor mij startten die op het moment dat ik me wat ging verdiepen in de wereld van de luchtvaart. Fokker als bouwer van veel jachtvliegtuigen voor de Duitse Keizerlijke Luchtmacht in WO1. Of Fokker als belangrijke pijler onder het succes van KLM voor WO2. Na de oorlog, Anthony Fokker zelf overleed al in 1940, ging zijn bedrijf verder en bouwde succesnummers als de S11 trainer, S14 straalmachine, maar zeker ook de F27 Friendship (770 verkocht) en F28 straalmachine.

Latere doorontwikkeld tot de moderne Fokker 50, 70 en 100. Nog steeds hebben die Fokkers een goede naam. En die dankte het bedrijf met name aan haar vooroorlogse periode. Fokker bouwde in die jaren verkeersmachines die baseerden op een technische handigheid. Een buizenframe, daarover heen linnen of hout en een houten vleugel die heel slim bovenop de romp was bevestigd.

Het bleek een duurzame constructie die lang werd toegepast. Ook op de 1-motorige F-VIIa, een passagiersvliegtuig dat al snel populair werd, ook bij KLM, maar op langere afstanden toch wat te kwetsbaar omdat die ene motor net te weinig betrouwbaar was om zonder pech grote vluchten te maken. Op verzoek van haar klanten hing Fokker toen twee extra motoren onder de hoge vleugels en ineens was een totaal ander vliegtuig geboren.

De F-VIIb-3m die meteen kon rekenen op veel belangstelling van KLM maar ook maatschappijen uit andere landen. De machine was zo populair dat hij een tijdlang gold als norm op passagiersgebied binnen de luchtvaart. Licentie-contracten werden verstrekt in de VS, Engeland, Belgie, Frankrijk, Polen en Tsjecho-Slowakije. En voor een vooroorlogs type was de F-VIIb-3m daarmee een wereldwijd succesnummer. Zelfs militaire varianten werden er uit ontwikkeld al dienden die meestal als trainer of vervoer voor officieren.

Tot in Nederlands-Indie en Australie werden deze Fokkers benut en ze bleven dik 20 jaar in gebruik. Daarna werd de Fokker ingehaald door moderner types als de Douglas DC-2 die van metaal was gebouwd. Neemt niet weg dat we best trots mogen zijn op dit verkoopsucces van een puur Nederlands product. Fokker zelf ontwikkelde steeds weer nieuwe machines die het basisprincipe trouw bleven maar wel groeiden in omvang en prestaties. Maar het succes van haar zevende verkeersmachine kon men nooit meer evenaren in die periode. Het boek Fokker F-VII-3m van Harm J Hazewinkel inspireerde mij bij het lezen over dit eerste wereldsucces van het bedrijf. Het is een fraaie geillustreerde uitgave van Vliegende Vleugels en en kent ISBN Nummer: 978.90.808868-4-1 en kostte indertijd 15 euro nieuw. Geld meer dan waard…. (b eelden: archief)

30 jaar alweer…

30 jaar alweer…

Het was niet met al te veel enthousiasme dat wij indertijd het nieuwe land en die polderstad waar we veel mensen om ons heen wisten waarmee we het plezierig hadden, verlieten en terug verhuisden naar het oude land. In de periferie van de hoofdstad vonden we onze nieuwe woonstek. Dat had best nog wat voeten in de aarde. Want een oekaze vanuit het toenmalige bedrijf waar ik mijn managementtaken verrichtte vond de afstand tussen Almere en Voorschoten, mijn toenmalige werkplek, echt te groot en door de vele files ook veel te stressvol.

Nu was het zo dat net in die periode dat ik daar woonde en elders werkte allerlei werkzaamheden aan de verbindende wegen zorgden voor dagelijkse enorme files wat inderdaad leidde tot grote rijstress. Daarnaast was de forenzen-kilometrage voor de toenmalige directeur van het bedrijf reden om te bedingen dat ik echt binnen een jaar moest zien dichter bij kantoor te komen wonen. In de arbeidsovereenkomst stond dat ook letterlijk zwart op wit. Onze zoektochten van toen om echt te verhuizen deden we echter op een laag pitje.

We hadden indertijd een groot huis beschikbaar, een redelijk leuke omgeving, met buren, vrienden en familie om ons heen. Maar toen dat jaar zijn einde vond en de druk werd opgevoerd om nu toch echt eens werk te maken van die verhuizing namen we een besluit om er dan serieus naar te kijken. Een goede vriendin van ons gaf de doorslag. Een collega van haar moest ook gedwongen verhuizen toen het bedrijf waar zij werkten besloten had naar Oost-Nederland te verkassen. En ook die man moest mee. Zijn huis kwam aldus te koop, en zij, onze lieve vriendin, bedong dat wij prioriteit kregen bij het bekijken van en eventueel overgaan tot aankoop. Dat moest dus in rap tempo. Wij kwamen, zagen, en overwonnen.

De prijs werd afgemaakt, de hypotheek geregeld (toen met 8.2% effectieve rente) en in de laatste week van december de overdracht geregeld. Wij waren ineens huiseigenaar. December 1993. Precies 30 jaar geleden. Toen wij een dikke maand later echt verhuisden merkten we dat het huis toch ietsjes kleiner was dan we eerder hadden ingeschat, we moesten passen en meten om alles kwijt te kunnen, maar uiteindelijk kwam dat alles toch op zijn plek terecht. En dat bleef het tot op de dag van vandaag. Het huis werd een echt thuis. We trokken het b.w.v.s. ‘aan’. We deden de nodige aanpassingen door de jaren heen en voelen ons er nog steeds senang. Net buiten de drukte van het centrum, een dorp in stedelijke omgeving en met het OV zijn we in 20 minuten op de Dam, hartje centrum. We weten wat we hebben, niet wat we eventueel nog kunnen krijgen. Maar wie weet. 30 jaar is lang, persoonlijk heb ik zelf nog nooit zo lang ergens gewoond. Dat zegt veel. Wellicht alles. Ik vraag mij in dat kader wel af, hoe vergaat het jullie op dat punt? Zelf ook een regelmatige verhuizer of juist een ‘plakker’ voor wie het thuis precies dat biedt wat je als mens zoekt?? Laat maar weten. Intussen zitten wij aan de bubbels met taart, want 30 jaar is natuurlijk niet niks….(Beelden: Prive)

Afhalers….

Afhalers….

Neem van mij maar aan dat ik mijn weg op onze nationale Luchthaven Schiphol normaal gesproken wel aardig kan vinden. Maar ik geef toe, in het gebied rond de aankomst/vertrekhallen kom ik meestal liever niet. Zeker niet met de auto. Wij zijn hier waar wij wonen voorzien van een prima busverbinding met Schiphol en als het echt moet kan het ook met de trein nog wel, dus dan laat ik de auto voor reizen naar/van Schiphol liever thuis. Die gebruik ik uiteraard wel weer als ik in de periferie van het vliegveld langs een van de startbanen mijn geliefde spotters/fotowerk wil doen. Hoe dan ook, vrouwlief was op reis tijdens die vorige maand en die trip was ver weg en duurde vele dagen. Samen met een van onze kinderen. Ze genoten, maar werden daar beide ook flink verkouden in dat verre land. De berichten per app (wat is dat toch een geweldige uitvinding) waren zodanig dat ik besloot om hen alsnog per auto op te pikken zodat ze met de bagage niet hoefden te sjouwen.

Daarbij, Code Geel was in onze streken weer eens afgekondigd, hevige regen en wind teisterden huis en haard. De grote blauwe Boeing waarmee zij reisden kwam desondanks keurig op tijd aan. Een uur later stonden ze met de koffers in de aankomsthal. Ik kon komen. Dat deed ik. En reed dus mijn automatische ritje naar de Aankomsthal. De borden verwezen me op enig moment ‘linksaf’. Waar ik voor gesloten spoorbomen zonder spoor stond. Ingang van een parkeergarage waar ik tegen een giga tarief per uur de auto kon neerzetten. ‘Dacht het niet’ zei ik nog tegen mijzelf.

Dus terug naar af, weer een ronde over die luchthaven en dan maar via een andere (mij bekende) weg naar die aankomsthal waar de dames intussen ongeduldig en snotterend wachtten. Maar wat ik ook deed, ik kwam niet bij die hal van bestemming. Uiteindelijk een allochtone bewaker van dienst maar even gevraagd. ‘Neeee mag niet, andere auto volgen…..naar Vertrekhal…daar parkeren’ was wat ik begreep uit zijn woorden. Dus, gas op de plank, weer helemaal rond en dan de borden Vertrekhal volgen. Eenmaal daar in een kluwen van vertrekkende en aankomende passagiers de auto zien te parkeren en de dames waarschuwen. ‘Je moet naar boven want die klojo’s van Schiphol willen niet dat ik jullie beneden op pik’. En aldus geschiedde. Na een kwartier sjouwen met hun tassen en koffers vonden zij mijn fraaie Tsjech met mij er naast in regen en wind en kon ik de geliefde passagiers met lading inladen. Dwars door de drukte weer terug naar de snelweg….. Een erg slechte beurt van de luchthaven. Echt, ik snap niet dat je dit zo regelt. Klantonvriendelijk is nog een te fraaie term hiervoor. En volgende keer neem ik wel weer de bus, moeten we onderweg maar overstappen in de auto waar het wel gaat. Gelukkig bleek die reis de moeite waard, net als de voor mij meegebrachte souvenirs. Dat maakte toch wel veel goed….. Maar dat lag niet aan Schiphol. Integendeel…(beelden: Archief Yellowbird)

Luchtvaart op rails…

Luchtvaart op rails…

Als je al die links denkers moet geloven is de toekomst voor ons, burgerlijke reizigers slechts te vinden op rails. Men vertrouwt op het 19e eeuwse vervoerssysteem als afgodsgelovigen op het Gouden Kalf. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit dan? Bij toeval bracht ik onlangs vrouwlief naar Schiphol voor een trip die zij samen met een van de kinderen ging maken naar een ver oord. Vliegen was een urenkwestie, zou zij in plaats daarvan hebben gekozen voor de trein was ze vermoedelijk nu, vele weken later, nog bezig om er te komen. Intussen is ze allang weer veilig thuis, maar dit terzijde..

Het is niet voor niets dat al die milieufreaks en andere mafkezen met een ingebakken afkeer van de moderne tijd, voor elke conferentie of optocht wel in het vliegtuig stappen. Een beetje trein doet er toch een factor 10 langer over dan wat een vliegtuig aan reistijd vraagt. Daarbij is het railverkeer niet goed ingesteld op de stromen passagiers die de luchtvaart gemiddeld moet verwerken.

En toen ik bij het vertrek van vrouwlief nog eens keek naar de klantvriendelijkheid van de blauwe dames bij de incheck en de genomen veiligheidsmaatregelen, tja, dan steekt dat toch zeer luxe af bij wat de NS aan schraalmans te bieden had. Dat kind van ons kwam met de trein naar Schiphol. Er was die dag weer van alles loos op de rails dus ze had vertraging, maar stond ook als een haring in een ton opgepakt over een afstand van 45km. En dat wel voor de volle mep, want de NS controleert wel graag op betalen, maar dan moet je tegelijk niet op service rekenen. Niks romantiek, gewoon veevervoer. Dat is in vliegtuigen toch anders. Bij de prijsvechters krijg je minder stoelruimte dan bij pakweg KLM, maar je kunt wel zitten. De bagage keurig onder in het ruim of boven je bol. Bij de NS moet je die maar bij je houden en hopen dat onverlaten er niet mee gaan lopen…

Opmerkelijk was ook dat toen het gezelschap weer bij elkaar kwam bleek dat alle NS-klokken op station Schiphol stil stonden. Net als die treinen….Het zegt veel. Clockwork Blue deed wel haar werk. Het was een genoegen weer even over die luchthaven te banjeren. Veel veranderd, maar bepaald niet slechter geworden. De vertrek/aankomsthallen zijn bijna shopping-malls, het ruikt er plezierig, het personeel is aardig, de boel is schoon. Bekijk nu het gemiddelde spoorstation in ons land. Gezien? Kijk, daarom moeten we gewoon blijven vliegen en dat spoor laten aan de linkse volksmassa’s die genoegen nemen met weinig voor veel. Want als we de jaarlijkse subsidies aan de NS (onlangs weer 170miljoen om de prijzen niet te laten verhogen..) weg zouden halen kost een treinticket van Amsterdam naar Maastricht net zo veel als een vliegticket van Schiphol naar New York. Rara waar ik dan liever heen zou gaan…. Hoe dan ook, dat linkse denken is een ramp. Het weghalen van de moderne tijd bij normale mensen is dat ook. Voor normaal denkende mensen blijft het vliegtuig. Gewoon doen. Je ziet meer en komt nog eens ergens. De familie is weer thuis en genoot. Een enkele reis die 8 weken had geduurd per boot…. Het kan altijd nog erger…(beelden: prive archief)

Cees….

Cees….

Ik had gelukkig nog net de tijd om afscheid van hem te nemen. Ook al hield hij daarbij zelf vol dat hij nog van alles moest regelen. De notaris, zijn collectie en wat dies meer zij. Maar het mocht niet zo zijn. Cees is overleden. Gisteren, zijn lijf gaf het op. Binnen vier weken van een eerste doktersconsult naar het definitieve einde. En dat geeft een knock-out gevoel. Immers, ik kende hem vele decennia. Ooit begonnen op een bankinstelling waar hij door mijn jeugdige komst daar een plekje opschoof in de toen heersende hierarchie. We deelden onze passie, vliegtuigen, en er ontstond een vriendschap. We deden van alles om aan die hobby tegemoet te komen. We bouwden vliegvelden, vliegtuigen, maar zetten ook een aantal bladtitels op, waarbij Cees zijn creaviteit op tekengebied benutte. Want dat kon hij. Van vliegtuigen tot logo’s. Onze vrouwen kwamen, en die mochten elkaar ook dus die vriendschap werd ook uitgebouwd. Kinderen, verhuizen naar andere oorden. De afstand werd wel groter, maar als we mekaar zagen of spraken was het goed. Niks mis mee. Cees ging na de bank via via naar de overheid. Bouwde zich een carriere bij de Rijks Luchtvaart Dienst op Schiphol, terwijl ik daar zelf een gebouw verderop mijn weg zocht en vond in de commerciele en operationele kant van het logistieke wereldje. Zagen we mekaar weer regelmatig….

We deelden samen ook een rol in een Stichting die luchtvaart promotie bedreef, inclusief een uitgave die we van de eerste teksten tot de distributie zelf regelden. Exposities voor eerst een paar honderd mensen, later voor duizenden. Cees wist altijd wel iets speciaals te regelen als we dat nodig hadden. Of hij stond een stuk van de op te bouwen stand te schilderen. Maar hij vergat nooit dat hij ook nog een partner of familie had, kinderen, ooms, tantes, vrienden, buren. Als ergens een crisis dreigde of ontstond, Cees stond voor ze klaar en regelde van alles en nog wat. Hij werd later, na zijn werkende leven aangesteld als beheerder van een speciaal op de RLD gericht museum. Weer wat later, toen die rijksdienst een zgn. geprivatiseerd leven moest leiden, regelde hij opnieuw dat onderdelen van de museale collectie werd gedeeld met het Aviodrome op Lelystad waar dat spul nog steeds uitgestald staat. Een week of vier geleden ging er iets mis. Hij voelde zich niet lekker. Doktersbezoeken en analyses maakten duidelijk dat het goed ‘mis’ was. De realisatie was verbijsterend. Ook voor mij. Cees staat in mijn testament. Hij kon goed regelen dus zou dat bij mijn verscheiden vast ook doen. Nu is het omgekeerd, en dat was niet de afspraak. Een goed en mooi mens verdween van onze Aarde. Wellicht dat hij nu boven de wolken de andere inmiddels definitief opgestegen lieden uit de actieve luchtvaartclubs waartoe wij beiden ook behoorden tegen zal komen. Ik hoop het oprecht. En als het na nu ineens mooi weer wordt, wellicht tegen de verwachting in, dan is Cees ook boven actief. Zoals we hem kennen. Voor de nabestaanden rest een woord van sterkte en hopen dat het gemis een plekje krijgt. Maar dat zal lang gaan duren. Als dat voor mij al geldt…. (beeld: Cees bij een DC-2 in het Nederlands Transport Museum)

De bussen van Maarse & Kroon…

De bussen van Maarse & Kroon…

Je moet wel een iets oudere jongere mens zijn uit deze kant van ons land wil je bij het horen of lezen van deze naam ergens in de grijze cellen een lichtje zien of voelen gaan branden. Maarse & Kroon, ooit een befaamd autobusbedrijf in de regio Amsterdam, maar met lijndiensten in de wijde omgeving, zelfs tot en met Leiden of Utrecht. Met dank aan keiharde werker en ondernemer Jacob Maarse die zijn dromen op het gebied van openbaar vervoer voor iedereen in de genoemde regio zelfstandig voor elkaar bracht. Een bedrijf dat zich tijdens de jaren van haar bestaan wist te ontworstelen aan een regelzuchtige overheid, koos voor grote mate van zelfstandigheid, de concurrentie aan durfde met de NS maar later onderdeel werd van diezelfde spoorwegmaatschappij.

Met een hoofdkantoor waaronder technische faciliteiten in Aalsmeer waar nog steeds een grote mate van het OV wordt verzorgd met bussen. In de beste tradities van dat aloude Maarse & Kroon. Een bedrijf ook dat zich onderscheidde door de grote aantallen Britse bussen die men in dienst nam met een typerende cremewit/blauwe beschildering en het nodige chroom om de bussen te onderscheiden van de elders actieve saaiere vervoerders. Een busonderneming die naast haar vaste lijndiensten ook nog eens de nodige verre reisbestemmingen aandeed met een aparte en best grote vloot toerbussen, vol comfort en luxe. Voor mij als jong ventje was Maarse & Kroon het alternatief vervoer vanuit Amsterdam naar Schiphol waar ik dan heen ging om naar vliegtuigen te kijken, of er later op kantoor te werken. Lijndienst 9 was dan mijn geliefde busvervoer. Via Amstelveen naar het toenmalige Schiphol. Altijd op tijd. En zonder tussenstops in de stad want het Amsterdamse GVB verbood dat. Maar dat scheelde dan ook wel weer in reistijd. De geschiedenis van het bedrijf staat opgetekend in het 264 pagina’s dikke boekwerk ‘Het begon met de Kloek’ van Hans v.d. Wereld en Hans van Nieuwkerk uit 1999 dat ik onlangs zo goed als nieuw vond bij een kringloopwinkel in Uithoorn. Kostte wel wat, maar dan heb je ook een standaardwerk over een belangrijk bedrijf in handen. In 1970 verdween Maarse & Kroon onder haar eigen naam uit het verkeersbeeld. Het bedrijf werd Centraal Nederland, samen met de NBM uit Zeist. Het wordt door sommigen in de regio nog steeds gemist. Waaronder ook door mij. Al was het maar om de nostalgie van die vele ritjes met die Leyland bussen van toen tijdens winterse condities. Het boek was een genoegen om te lezen…. (isbn 90-288-1141-9)

Lesrijden…

Lesrijden…

Als een wat oudere (potentiele) klant in het dealerbedrijf waar ik vroeger beroepsmatig acteerde me vertelde dat hij al tiggggg jaren zijn rijbewijs bezat wist ik al dat ik bij een proefrit in een van onze demowagens altijd voorzichtig moest zijn. Want het bezit van een rijbewijs over een lengte van jaren was zeker geen garantie voor bijpassende rij-ervaring. Sommige van die lieden uit die jaren hadden soms een jaarkilometrage van 1000-5000 op hun naam staan en dat zei vrij weinig over inzicht en rijaardigheid. Intussen behoor ik zelf tot de generatie die kan stellen dat hij tigg jaren zijn rijbewijs bezit.

Onlangs weer vernieuwd en toen realiseerde ik me dat ik sinds mijn 18e levensjaar, toen ik dat roze papiertje behaalde, opgeteld en vermenigvuldigd een dikke 2.5 miljoen+ kilometers achter de rug te hebben. Ik reed in kleine en grote wagens, bestellers, kleine 4-tonners, handbakken, automaten, benzine, LPG, diesel en zelfs elektrisch in binnen of buitenland. En nog steeds komen we wel aan de 20.000km per jaar met allerlei zaken die ons bekoren of verleiden.

Terugdenkend aan die beginjaren weet ik nog goed hoe dat toen ging. Wij reden soms hoogst illegaal in een van LeasePa’s handel-Skoda’s, toen ik ging werken op Schiphol stond daar een Ford Taunus Combi van chef Ruud die me de juiste handelingen leerden om met die wagen op het Schiphol-terrein rond te rijden. Handig voor ritjes naar de douane of zo. Maar ik moest voor buiten die toenmalige luchthavenbubbel wel snel een echt rijbewijs behalen vond hij toen.

En dus kwam er een bijklussende collega op mijn pad van het Amsterdamse kantoor waarvoor ik op Schiphol actief was. Bij de toen bekende Mokumse rijschool Kemme (leert je rijden en remmen..) in een VW Kever. Dat bleek een ideale leswagen te zijn. Met veel flair beheerste ik dat ding heel snel en na 9 lessen deed ik examen. Rijbewijs! Met de opdracht van de examinator om iets minder snel door het verkeer te bewegen dan ik toen al deed. Daarna ging het pas echt los.

Met twee man op kantoor en veel klanten die van alles en nog wat op te halen of af te leveren vroegen was het voor ons beiden om en om rijden en op kantoor papieren klaarmaken. Later kwam er een VW bus in dienst met een bijpassende chauffeur. Die bus mocht ik dan als verst van de luchthaven wonend weer ‘s-avonds meenemen naar huis mits ik voor spoedklussen in de avonduren maar wilde uitrukken. Gebeurde wel eens.

En dat busje beheerste ik al net zo snel als die les-Kever, al maakte ik er op een matig moment na 9 dagen rijden (busje was splinternieuw) al schade mee in de drukke Warmoesstraat.. Daar zat toen een grote klant van ons bedrijf, later verhuisd naar Weesp. Hoe dan ook, vanaf 1971 mijn eerste eigen nieuwe auto gekocht en daarna nooit meer zonder gezeten. Van rijder naar dealer, van dealer naar importeur, adviseur, auteur, interviewer en trainer. En altijd maar rijden. Nog steeds met genoegen, al wordt het steeds drukker en zeker asocialer in het verkeer. Kevers zie je onderweg vrijwel niet veel meer….Bijna jammer. Maar ik haal het af en toe wel terug in de herinnering of schrijf er hier wat over. Blijft dat bijzondere ding toch in de spotlights van het heden….. Wie er ook ervaring mee heeft mag het zeggen…. En ook andere verhalen, zoals wanneer je jouw rijbevoegdheid behaalde, na hoeveel lessen en wat je er mee deed, zijn zeer welkom…. (beelden: Archief)

Douane..

Douane..

Afgelopen maand mei liep er een reeks reclamespotjes voor de Douane op de landelijke radiozenders. Men wilde zo nieuwe mensen werven voor dat vakgebied waarbij je in overheidsdienst controles kunt of moet uitvoeren op alle bewegingen van goederen die al dan niet volgens de wetten van ons land of de EU worden verscheept of versleept. Als ik de teksten volgde was het een en al vrolijkheid wat de klok sloeg bij die grensambtenaren, maar mijn ervaringen van ooit met die lui waren veelal toch behoorlijk anders. Wie mijn verhalen over de carriere op Schiphol in het archief van dit blog even opzoekt kan lezen dat ik daar indertijd druk was met klanten bedienen die hun lading per vliegtuig lieten af/aanvoeren waarbij het afvoeren van die exportlading mijn job was.

En die klanten kozen vaak bewust voor de duurdere luchtvrachtsector omdat ze zo snel hun spullen ter plekke bij afnemers kregen en ook betalingen vlot verliepen. Een boot deed er vaak veel te lang over en dat was in sommige productgroepen ondenkbaar om zelfs maar te overwegen. Dus was het onze job om alle benodigde paperassen bij elkaar te krijgen en zo naast alle documenten voor de diverse airlines ook een douane-exportformulier op te maken en als het vervoer binnen het EEG-gebied plaatsvond, ook nog eens een speciaal certificaat dat aantoonde dat deze specifieke goederen binnen de EEG waren geproduceerd en bewogen. Dan moest jij zelf, of een van de daartoe aangestelde ‘vrijmakers’ richting het lokale douanekantoor om die dokumenten gestempeld te krijgen.

Zonder dat bewoog er niks. Vaak ging dat probleemloos goed, sommige ambtenaren waren overtuigd van de economische noodzaak van Schiphol en bewogen dan mee. Maar er waren er ook die dachten vanuit een wereld waarin de klok stil stond en die op hun gemakje alle documenten wilden vergelijken met wat er in de diverse verpakkingen zat. Een zogeheten visitatie. En dat kostte (veel) extra tijd. In een wereld die toen al stijf stond van de stress, want het vliegtuig wachtte niet… Ik heb vaak geuit dat ik daar niet vrolijk van werd als er weer een signaaltje kwam vanuit de vrachtloods dat een ambtenaar kennelijk niet veel anders te doen had dan ons pesten. Soms liep het goed af, kregen we alsnog de benodigde stempels en kon de lading door naar de wachtende aluminium kist met vleugels. Maar soms misten we die geplande vlucht alsnog. Kon je dit verhalen op die ambtenaren? Nee! Want de overheid is niet aansprakelijk voor…. Maar onze frustraties waren dan wel hoog opgelopen. En kreeg je toch een beeld van een ambtenarenkorps dat nog was blijven steken in de tijden dat lading nog per trekschuit of postkoets werd vervoerd.

Gelukkig kon ik op enig moment na doorgroeien in de toenmalige organisatie wat afstand nemen tot dat directe operationele werk. Anders werd het toen ik in die jaren ook nog wel eens actief was op Maastricht’s luchthaven bij Beek. We deden daar grote charters naar Nigeria en die werden voorzien van lading die vanuit het Verre Oosten werd ingevlogen of per truck uit Frankrijk arriveerde. Het was dan de kunst om alles zo te coordineren dat alle lading in korte tijd werd overgezet op pallets voor de vertrekkende vlucht, dat alle documenten klopten en de daar aanwezig zijnde douanemensen snel hun stempels zetten. Het was in Limburg eigenlijk nooit een probleem. En echt, het ging vaak om stevige ladingen. 25-40 ton ging per vlucht mee en ons team reed van hot naar her om alles geregeld te krijgen. Zelfs mijn toenmalige chef die zich normaal niet bezighield met dat operationele deel van het werk. Maar dit waren grote klanten en de verdiensten waren navenant. En die douanemensen zagen en begrepen dat. Daar kon vaak wel wat op Schiphol nog wel eens vastliep op onwil. Maar ach, het is allemaal lang geleden en wellicht is het intussen wel heel leuk bij die douane en hebben die logistieke bedrijven er totaal geen last meer mee. Dat zou te hopen zijn. Anders hebben die STER-reclames geen zin gehad. Nou ja, behalve dan als inspiratiebron voor mijn verhaaltje…(beelden: Prive archief)

Nachtclub in Helsinki..

Nachtclub in Helsinki..

Ik neem u als lezer terug naar het Finland van de jaren zeventig. Ik werkte hard op Schiphol (beschreven in eerdere blogs een tijdje terug) en kreeg dan vanuit mijn functie nog wel eens een uitnodiging om naar het land van herkomst van een van de benutte luchtvaartmaatschappijen af te reizen. Inclusief verblijf in een vaak luxe hotel en het nodige vertier. Een van die bedrijven was het Finse Finnair. Een oude maatschappij die ook toen al een geweldige naam en faam verdiende. Ze vlogen vanuit Helsinki o.a. via Amsterdam naar New York en wilde graag dat wij als officiele vrachtagenten hun lijndienst zouden prefereren boven die van bijvoorbeeld KLM.

Dus werden we een paar maal naar Finland gevlogen voor interessante bezoeken aan de faciliteiten daar en het nodige vertier. Dat startte dan meestal met een heerlijke vlucht, daarna ontvangst door een hotemetoot van de maatschappij en dan door naar de stad Helsinki voor hotel, lunch/diner en dan een bezoek aan een of andere sauna. Werd je afgeschrobd door een stevige oude dame met een pannenspons waarop je in een zwembad de blote leden kon doen verpozen. Het was altijd plezierig en na zo’n behandeling kon je weer uren verder. En dat was goed nieuws want dan ging je op transport (busjes of taxi’s) naar het befaamde uitgaansgebied van Helsinki waarvan de discotheek Kaivohuone het middelpunt was. Daar was toute Helsinki van toen te vinden in dans en plezier en het bier plus andere drankjes stroomden er regelmatig onze glazen in.

Danspartners waren plenty te vinden, al was het maar omdat het halve kantoor van de vrachtdivisie bij Finnair uit vrouwen bestond en die wilden wel even een verzetje. Finnair betaalde en we genoten van de sfeer en de muziek (Abba mateloos populair toen). In de vroege uurtjes van de nacht weer naar bed, hopend op een vroege wake-up-call, want het vliegtuig naar huis ging altijd op schema weg en wij moesten op tijd op het vliegveld zijn. Met houten koppen maar een meer dan tevreden glimlach op het gezicht zaten we aan het ontbijt op het vliegveld (was handiger..) en spraken over Otto, de masseuze van omaleeftijd in de sauna en zo meer. De muziek bonkte nog in de bol, of was dat gewoon de drank?? (ik dronk toen nog niet eens…) De naam Kaivohuone bleef me altijd bij. Net als die Finse gastvrijheid. Vele jaren later, ik zat op een congres van alle Europese Skoda-importeurs in Praag. Naast mijn Finse collega.

En man met een vrij verveelde houding naar het merk toe. Hij vond het allemaal maar niks. Ik dacht ‘laat ik hem eens opvrolijken’ en vroeg hem naar de Kaivohuone en of hij die kende? Ja zeker wel, zijn oogjes gingen meteen wijder open. Daar kwam hij veel en graag. Het middelpunt van Helsinki waar je tenminste lol kon maken. We werden vrienden…nou ja…sort-off… Onlangs keek ik of die club nog bestaat. En ja dat doet hij. Alleen is het nu een restaurant geworden met vooral in de zomermaanden nachtclub-entertainment waar topartiesten optreden. Ik denk dat Abba er niet meer wordt gedraaid. Maar het is wel grappig dat zo’n zaak er nog steeds is. De bezoekers aan Helsinki moeten er maar eens gaan kijken. Zit in de Iso Puistotie-straat in het Kaivopuisto-Park. En dan maar bedenken dat ook mijn voetstappen nog ergens te vinden moeten zijn….(beelden: Internet)

Jeugdige passie…

Jeugdige passie…

Ik zal er vast wel eens eerder over hebben geschreven in mijn blogs van de afgelopen jaren, maar los van de auto’s in de straat waar ik in de jeugd woonde en die ook bij ons thuis passeerden als onderdeel van de ‘handel’ of die van de overburen, dat garagebedrijf waar ik mijn kennis op dat punt extra aardig mee kon opvijzelen, was er nog een factor die me direct als jong mens intrigeerde. Die van de luchtvaart. Want als geboren Amsterdammer wist ik dat vlakbij de grote stad een vliegveld lag waar een maatschappij actief was die grote daden had verricht in het verleden en dat nog deed in het toenmalige heden. Schiphol en de KLM! Een luchthaven en maatschappij om trots op te zijn en mij ook direct intrigeerden.

En dat het trots makende KLM er nog vloog met van die fantastische toestellen als gebouwd door Lockheed of Douglas hielp zeker mee. Plus dat er door Fokker werd gevlogen met o.a. door hen gebouwde Gloster Meteors maakte het beeld compleet. Zo vaak als ik kon jengelde ik de ouders of oudere broer aan de oren om daarheen af te reizen. Later deed ik dat zelf. Per fiets, om dan hele dagen te verkeren langs de startbanen of met een gekocht kaartje op de uitkijkpromenade die de luchthaven toen rijk was. En dan keek je naar al die vliegtuigen die naar bestemmingen vlogen als Teheran, New York, of zoiets als Dusseldorf of Parijs.

Er waren toestellen te zien uit Oost-Europa. Boedapest, Praag, Warschau hun plaats van herkomst, en dan die Britse machines met hun zo kenmerkende uiterlijk. Ik keek naar de grondafhandelaars met hun tractoren en karretjes vol bagage of vracht. Aan de rechterkant van het toenmalige platform de vrachtmachines. Oude Dakota’s, DC-4’s, soms een prachtige Curtiss C46 of als je geluk had een Avro York, een toestel dat al i n WO2 was ontwikkeld. Je zag de bloemenkisten van Autair, een bedrijf uit Engeland dat vluchten verzorgde tussen Schiphol en Berlijn in oude Vickers Vikings. En elke kist had zijn eigen kenmerkende eigenschappen en geluiden. Ik kende ze als jong mens al heel snel uit de bol. ‘Wist er alles van’, maar wat ik wist nog best beperkt natuurlijk. Zelfs in de winter was ik er in de vrije uurtjes te vinden.

Ik had op enig moment een brommer beschikbaar en dat gaf me nog meer vrijheid. Schreef alles op wat ik zag, vertaalde het in het klein naar mijn eigen luchtvaartwereldje thuis. (zie 2012-22)Toen leuke meiden in mijn leven kwamen moesten zij hun al dan niet gemeende liefde voor mijn persoon delen met die voor de gevleugelde vrienden. Ze werden meegenomen naar de luchthaven en ik beoordeelde hun drang naar kennis over wat mij bekoorde al dan niet met het besluit dat het ‘niks werd’. Degene die het vol hield en samen met mij in de kou naar die kisten ging kijken bleef ook in mijn leven.

Tot nu aan toe zelfs. Gekte (passie) kent geen grenzen natuurlijk. Hoe dan ook, de luchtvaart bekoorde me zo zeer dat ik er als vroege werker alles aan deed om op enig moment mijn baan in de banqaire wereld te verruilen voor een op Schiphol. En wat was dat geweldig. De kantoorplek echt om de hoek van platforms en banenstelsel en dan tussen de middag die kisten voorbij zien of horen komen en de geur van hun motoren ruiken. Het bleek ook een harde leerschool. Niks mis mee, je kreeg er ook een degelijke opleiding. En nog altijd is die passie aanwezig. Ik sta niet meer zo vaak langs de banen, het gedoe op Schiphol houdt me buiten de panoramadekken waar je naar de vliegtuigen op de platforms kunt kijken. Ik heb intussen zelf honderden uren gevlogen in talloze vliegtuigtypen. In die zin is de passie leidraad geweest in mijn verdere leven. En dat alles omdat ik bij toeval werd geboren op een plek die directe verbinding met dat vliegveld naast de stad in zich had. En ik dus wist en weet dat Schiphol en Amsterdam met elkaar verbonden zijn. Zou voor veel van de beroepsklagers die na 1919 hier zijn komen wonen een stukje kennis moeten zijn. Maar dat is een andere discussie….(beelden: archief/internet)