Klasse eten op historische plek..

Klasse eten op historische plek..

Voor hen die wel eens in de buurt van onze stad het omliggende Amstelland in of door zijn gereden en dan de route langs de Ronde Hoep of Waver deden, zal deze horecazaak wellicht bekend zijn, voor anderen is het een tip. Restaurant de Voetangel op het kruispunt van waterwegen die ofwel richting de Utrechtse Vecht leiden dan wel via een grote bocht naar de grote oude rivier de Amstel. Al eeuwen geleden hier gevestigd en door de jaren heen vergroot, gemoderniseerd en van karakter veranderd. Was het ooit een pleisterplaats voor passagiers van trekschuiten of bemanningen van vrachtschepen op wegen naar de een of andere stad langs die oude waterpartijen, tegenwoordig is het een gerenommeerd restaurant waar gastvrijheid heel hoog in het vaandel staat. Wij werden onlangs door lieve vrienden getrakteerd op een driegangen-diner bij dit geweldige restaurant en echt, het was zoals we het vooraf verwacht hadden. De zaak is een paar jaar geleden totaal gemoderniseerd en uitgebreid maar men heeft toen scherp gelet op behoud van de sfeer van voorheen. Gezellige inrichting, hoekjes voor tafels met vier stoelen, keurig gedekte tafels naast grotere zaaltjes waar gezelschappen feestjes kunnen vieren of bedrijfsbijeenkomsten met een of ander lekker hapje of drankje kunnen afsluiten.

Het team is meer dan professioneel. Gastheer/vrouwschap is door de jongste generatie uit de lokaal bekende familie Leurs tot regel verheven en je voelt je daardoor meteen thuis. De menukaarten (voor elke gang is er een) geeft een keur van heerlijkheden, soms zelfs seizoensgebonden. Het een nog lekkerder dan het ander. Wij kozen in eigen kring voor allerlei verschillende zaken, maar ik zelf genoot intens van gepofte knoflooksoep met croutons vooraf. Naar ik begreep van de tafelgenoten was ook de uiensoep een waar genoegen. De hoofdgerechten waren daarnaast van dusdanige kwaliteit dat je de vingers er bijna bij op at. Dat zegt veel. Ook de toetjes (aparte kaart) bleken een echt genoegen. Geen druk op tijd of behoefte aan jouw tafel overigens. Niks daarvan. Eten is hier een genoegen en voegt veel toe aan een uitje zoals wij dat met vrienden waarmee iets te vieren viel beleefden. De prijzen zijn wel bijpassend. Wie zoekt naar friet met een biefstuk kan beter een deurtje verderop zijn heil zoeken. Hier eet je op niveau en krijgt de bijpassende service. Parkeren achter het pand is geen probleem, het uitzicht richting het westen op de dag dat wij er te gast was adembenemend door een felrood ondergaande zon. Kortom, wie iets bijzonders wil meemaken op culinair gebied, is hier aan het juiste adres. Wel even reserveren, want er komen hier heel wat meer gasten voorbij. Wat mij betreft gaat het rapportcijfer 10 er nu weer eens uit. En dat is niet iedereen gegeven zoals u weet…. (Beelden: Internet/Prive)

Kantjil

Kantjil

Voor wie in het centrum van onze stad Amsterdam lekker uitheems wil eten is de keur aan restaurants meer dan groot. Ik beschreef er eerder al eens een paar via mijn meningblog. Dit keer neem ik u tekstueel mee naar de Spuistraat 291/293 waar het Indonesische restaurant Kantil en de Tijger te vinden is. Wij kenden het adres van eerdere bezoeken en waren er dan altijd behoorlijk tevreden over het gebodene. Van de 96 Indonesische restaurants in de hoofdstad geeft TripAdvisor dit adres de 19e plek en dat is bepaald niet verkeerd. Wij kwamen met ons gezelschap binnen na een fikse stadswandeling (20.000 stappen) dus de trek was groot. Kom je hier aan het juist adres. De ontvangst was zeer klantvriendelijk, de tafel wat bescheiden van omvang maar voor wat wij aan lekker eten kozen was dat prima.

De keuze aan indo-gerechten is uitstekend, de drankjes betaalbaar en alles wat je bestelt staat snel op tafel. Drie van ons kozen Nasi Rames en dat serveert men op een grote schotel met een brede sortering aan lekkere gerechten daarop. Nadeel is dan wel dat je na de helft ervan te hebben verorberd toch ontdekt dat de rest snel is afgekoeld. Dat is even minder. Om ons heen zaten overigens veel landsaarden te smullen, Nederlands wordt er bijna niet gesproken onder de gasten, maar dat heeft veel van doen met de locatie. Het restaurant zelf is wat ouderwets ingericht, de helft van de beschikbare tafels was bij dit bezoek afgeschermd zodat je daar niet kon zitten. Personeel is uiterst vriendelijk en snel. Toiletbezoek leverde een voldoende op qua zichtbare hygiene en comfort. En dan de prijs. Alles bij mekaar bleven we met vier mensen onder de 100 Euro. Prijs/kwaliteitsverhouding prima in orde dus. En als je zoals wij liefhebber bent van deze gerechten zit je hier prima-de luxe. Een dikke 9 is de score voor Kantil en de Tijger…(beelden: prive)

Van nobel naar volks…Talbot..

Van nobel naar volks…Talbot..

Voor de echte kenner of liefhebber heeft de naam Talbot nog wel wat al dan niet goede herinneringen in zich. Aan de tijd dat aan de toenmalige Simca’s ineens de naam Talbot hing waardoor het aloude volksmerk met haar kleine en goedkope auto’s plots extra status moest verkrijgen. Op zich niet zo’n gekke gedachte want Talbot was ooit een chique Frans merk waarvan de eerste modellen al in 1896 op de wielen werden gezet. Later kwam het in handen van een groep waartoe ook het Britse Sunbeam en het volkomen verdwenen merk Darracq onderdeel van waren. Later kocht de heer Lago het merk en kwamen er wagens op de markt die met name na de oorlog naam en faam maakten als Talbot-Lago. Wagens met een fikse zescilinder-motor onder de fraaie geboetseerde kap waarvan de aantallen relatief bescheiden bleven. Record, Le Mans, Grand Sport de namen en voor dit soort sportieve wagens moest de beurs stevig worden getrokken.

Talbot-Lago leverde ook auto’s zonder carrosserie, kon je als koper bij een speciaal bedrijf je eigen koets laten bouwen. Kostte wat, maar dan kreeg je ook iets. Het merk daarmee behorende tot de wat exclusieve klasse. Maar volhouden deed men het niet. Ergens in de jaren vijftig was het over en uit met Talbot. Maar het merk werd door Chrysler weer nieuw leven ingeblazen aan het einde van de jaren zeventig. En geplakt op de boedel van het ook failliet gegane Simca dat daarmee een nieuw leven kreeg. Later zelfs onder de leiding van Peugeot/Citroen.

Met de wagens uit de boedel van Simca kwamen er de nodige Talbots uit de fabrieken van dat oude merk die we al kenden als Horizon (een Frans alternatief voor de VW Golf) 1308 (een antwoord op de VW Passat) of de Rancho (een semi-terreinwagen gebouwd door Matra zonder die specifieke modderploegcapaciteiten). Omdat men behalve de naam en wat optische aanpassingen weinig deed aan verbetering van de uitmonstering van de Talbot’s uit die periode zagen klanten al snel dat met name roest weinig ontzag had voor alles wat ook Talbot leverde. Leuk was overigens ook de Samba Cabriolet, een klein wagentje met open kap, en afgeleid van de driedeurs-versie met dezelfde naam. Bij de cabrio was het vermogen wat groter, maar qua roest was het allemaal niet veel beter geregeld. Na een paar jaar was het over en uit. Peugeot liet het merk langzaam uitdoven en zo verdween het van de markt. De borden met het merklogo bleven vaak nog lang bij toenmalige dealers aan de wand hangen. Maar auto’s werden er niet meer geleverd. Er zijn vast nog wat rijdende exemplaren overgebleven van dit bijzonder merk. Daarvan zijn die Talbot-Lago’s uit de jaren vijftig nu peperdure klassiekers geworden. Dat geldt niet voor de merkgenoten uit de jaren tachtig. Waarvan er maar weinig zullen rondrijden die ongerestaureerd in topstaat bleven. Maar wellicht staan er nog wel ergens in oude schuren wagens met het merk te wachten op herontdekking….(Beelden: Archief)

Tandarts met een advies…

Tandarts met een advies…

Onlangs was ik weer eens te gast bij mijn ontzettend aardige, knappe en van oorsprong Iraanse tandarts. Zij nam een paar jaar terug de praktijk over van een man op wie ik in de korte tijd dat ik hem meemaakte (ik beschreef al eerder de ellende met een andere tandarts een paar jaar terug..) aardig mijn vertrouwen bouwde. Hoe dan ook het afgelopen jaar keek ik enorm aan tegen dat recente bezoek. Ik was zo van de leg dat je bijna kon spreken van tandarts-angst. Een fenomeen dat ik niet kende in de afgelopen jaren van mijn leven. Ik onderging het allemaal veelal gelaten, liet boren, vullen, wortelkanalen bewerken en zo meer. Maar een situatie die vorig jaar bij een soortgelijke controle werd geboren maakte dat ik in deze geestelijke toestand verkeerde.

Bij de controle van vorig jaar (normaal ga ik om de zes maanden..nu zat er een jaar tussen…dit voor het verhaal..) maakte de lieve maar strenge tandarts me duidelijk dat ik toch nog beter moest poetsen dan ik nu al deed. (Ik heb voor een kapitaal aan stokjes, borstels, raggers, draadjes en maak de boel na elke maaltijd uitgebreid schoon, maar het lijkt nooit genoeg…) En ik moest afspreken met een door haar aanbevolen mondhygieniste die alleen op zaterdag beschikbaar bleek in dezelfde praktijk. Nu had ik dat al eens eerder meegemaakt en eerlijk is eerlijk, die betreffende dame wist van wanten. Een week later had ik nog steeds pijn in de mond. Nou ja, wat moest dat moest, dus afspraak gemaakt. Kon binnen tien dagen terecht. De dame die me toen ontving was nog knapper dat een fotomodel, zorgde dat ik comfortabel lag en begon met iets scherps in mijn kiezen te poeren.

Ze stopte al na 5 minuten. Er was een noodsituatie volgens haar. Ik schrok met gek. Alle hoekkiezen verkeerden in slechte conditie, vroegen om uitgebreide handelingen die niet alleen pijnlijk waren maar ook nog eens kostbaar. Dus als man uit het bedrijfsleven afkomstig vroeg ik dan maar even naar die prijs. Met een grote glimlach en opengesperde bruine ogen gaf ze een indicatie ‘Tussen 1200 en 1600 euro’. Ik moest even bijkomen. En wat was de garantie op succes? Die gaf de aardige dame niet. Nou, ik was er snel klaar mee. Stapte op en zei nog dat ik er nog op terug zou komen. ‘Anders belt de tandarts u zelf nog wel even…’ haar antwoord. Dat telefoontje kwam nooit. Maar goed ook, want ik was compleet uit het veld geslagen. Haar verhaal had er stevig ingehakt. Als je bedenkt dat mijn gebit mijn hele leven in aardige conditie verkeert waarbij goed onderhoud geen kleine rol speelde was ik even van slag.

Dat duurde zodanig lang (ik keek intussen ook naar andere TA en MH’s in de wijde omgeving..) dat ik ook niet meer afsprak voor de tweede controle vorig jaar. Dit jaar dus wel weer. En ik had mijn verhaal klaar. Maar die lieve tandarts keek, vond dat er foto’s moesten worden gemaakt, wat meteen kon, en constateerde dat er weliswaar opnieuw wat mankeerde aan mijn eigen poetsgedrag, maar verder ging ze niet. Ik vertelde haar toen van mijn gemoedstoestand en wat die mondhygieniste had gezegd. Ze keek me verwonderd aan. Was haar eigen advies gewoon vergeten. Ik legde nog eens uit dat ik zulke bedragen voor zoiets echt buitensporig vond en me zelf wel meer discipline zou bijbrengen. Natuurlijk…eigenwijze oude man… Kent u er meer van?? ‘Jawel’ sprak ze met vriendelijke glimlach, ‘mijn vader’…. En daarmee kon ze meteen niet meer stuk…. Zelfde dag nog een nieuwe elektrische borstel gekocht van een A-merk…kost wat maar het moet maar…alles beter dan die peperdure en pijnlijke behandelingen die men vorig jaar wilde verkopen…. (beelden: archief)

Lekker tentje in Purmerend…

Lekker tentje in Purmerend…

Een van de overloopgemeenten van Amsterdam is al decennia lang Purmerend. Anders dan Almere is deze Noord-Hollandse stad er wel een met een eigen oude geschiedenis maar groeide het na WO2 door de aanhoudende woningnood in Amsterdam uit van een agrarische gemeente tot een vluchtplaats voor hen die een eigen plekje zochten maar de grote stad wel in de buurt wilden hebben. Purmerend heeft dus een enorme expansie meegemaakt en dat slaat ook terug op de horeca die daar floreert als nergens elders. Bij toeval waren wij er onlangs eens te gast. Wij kennen de stad van bezoeken daar van een jaar of 20 geleden wellicht, maar echt recent waren we er niet.

Dan sta je toch versteld over de groei van deze stad, maar ook over het winkelaanbod. In een buitengebied, aan de Burgemeester D.Kooimanweg stuitten we bij toeval op een overdekt winkelcentrum waar op de gevel heel wat grote ketennamen te lezen waren, sommigen daarvan hadden we nu net even nodig. Dus auto geparkeerd (ging prima en gratis) en naar binnen. Een werkelijk gigantische AH XL domineerde het hele gebouw, maar ook de enorme vestiging van Action mocht er zijn. Daar tegenover zat een ‘leuk tentje’ zoals wij het vanaf de buitenkant beoordeelden. De inwendige mens vroeg om een kleine versnapering en wat warm vocht dus hup naar binnen. Waar het gezellig toeven bleek. Men kent flink wat tafeltjes met naar keuze 2 of vier stoelen. Een open front in de zaak laat je de keuken mee beleven en ook de servicebalie waar men de bestellingen verwerkt en kassa beheert.

De menukaart is qua aanbod aardig omvangrijk en je kunt er heel wat kiezen als je de portemonnee er voor wilt trekken. Maar voor de kleine hapjes als de bij ons intussen befaamde en geliefde tosti is hier ook voldoende ruimte. En dat gesteld hebbend, die waren zeer smakelijk. Ik houd van gesmolten kaas op die dingen, en dat was hier prima voor mekaar. Smakelijke consumptie. De thee bloedheet, de service buitengewoon vriendelijk en de bediening snel. Het plaatje klopte. Dat gold ook voor het keurig nette toilet. Niks mis met deze gelegenheid en prijs/kwaliteit dik op orde. Niet voor niets aardig gevuld met gasten. Moccano de naam van deze gelegenheid en even op internet zoeken maakt duidelijk dat ze in Purmerend met twee vestigingen hun klanten bedienen. Een lokale held dus, maar wel een die wat mij betreft meerdere filialen mag uitrollen over de omgeving. Juist aan dit soort zaken is wat ons betreft echt behoefte. Een rapportcijfer van 9.5 is hen dus met plezier gegeven. Dat missende halve puntje had er nog bij gezeten als de aardige jongedame die ons bediende ook nog even was komen vragen of alles naar wens was en ook de rekening was komen brengen. Maar dat is meer een tip dan een verwijt…(beelden: Prive-archief)

Dwangverkopen..

Dwangverkopen..

Wat doe je als je op voorhand zeker weet dat je het grootste deel van de bevolking niet meekrijgt bij jouw al dan niet extreemlinkse of utopische visie op de toekomst? Dan ga je over tot verbieden van wat normaal is of leg je op wat men na een bepaalde datum al dan niet moet gaan doen. Een van die zaken die met name door die extreemlinkse en best wel kortzichtige Brusselse bestuurders over ons heen kunnen krijgen is het verbod op auto’s die niet elektrisch worden aangedreven. Er is veel weerstand tegen in de lidstaten (zoals in Duitsland en Italie) maar in semi-communistische en groen-anarchistisch kring staat men te juichen. Nu echter even de feiten.

De gemiddelde aanschafprijs van een huidige auto (prijsniveau 2021) is 40.500 euro, de gemiddelde bestelwagen kost zelfs 50 mille. Dat is dan een wagen met benzine- of dieselmotor. Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik vind dat best stevige bedragen. Een particulier moet wel fiks geld verdienen wil er zo’n auto nieuw voor de deur komen te staan. De elektrische voertuigen zijn nog eens een factor 2 duurder. Dus een simpele kleine Toyota kost je nu pakweg 23 mille, elektrisch komt zo’n ding je te staan op 46 mille. En dat geldt voor vrijwel alle merken. De huidige ‘verkopen’ van elektrische wagens daarom toch vooral te vinden via leaseconstructies en werkgevers die hun medewerkers in dat soort auto’s zetten, al was het maar om het fiscale voordeel. Geen wonder dat die roeptoeteren dat het zo leuk is om met zo’n wagen rond te rijden. De particuliere koper die voorheen een A-klasser kon kopen die voor tussen de 10 en 20 mille nieuw de showroom verliet heeft het nakijken.

Want die kleine en compacte maar ook zuinige wagens worden vrijwel niet meer gemaakt. En al helemaal niet verkocht omdat de prijzen van de overgebleven modellen aardig zijn gegroeid. De grachtengordelbewoners van de grote steden snappen niet dat we als gewoon volk niet massaal overstappen in een elektrische wagen. Maar voor normale mensen is reikwijdte van levensbelang, naast de mogelijkheid om een caravan mee te zeulen op vakantie, waarbij het hele gezin, bagage en de hond(en) ook nog even mee moeten. Nou, in de meeste middenklassers op accu’s kom je dan bedrogen uit. De op zich al beperkte actieradius wordt dan gehalveerd of erger en het onderweg bijladen kan heel avontuurlijk zijn gezien de infrastructuur onderweg. Daarbij moet je thuis ook een oplader vanaf het net bezitten als je de volgende dag nog ergens heen wilt kunnen. Niet iedereen gegeven dus. Nederland kent ruim 9 miljoen normale auto’s. Die tanken nog gewoon benzine of diesel dan wel gas. Als dat allemaal aan een oplader moet gaat het gewone licht in ons landje uit. Zal ook wel weer een links doel dienen, maar zeker niet dat van de hardwerkende burger of ondernemer. In dromen valt niet te leven. In gelul niet te wonen. Vroeger stonden de socialisten voor dit soort kreten, tegenwoordig doen zij juist hun uiterste best om het tegendeel te bewijzen. En o ja, elke verandering in het belasting/subsidiestelsel heeft meteen invloed op de ‘verkopen’ van die elektrische wagens. Dat zagen we aan de Tesla Model 3 die een paar jaar terug mateloos populair leek, maar na verandering van de regels bepaald minder spectaculair scoorde. Maar wie weet…VW zoekt haar heil nu ook in China voor kleine compacte wagens met een redelijke elektrische techniek voor een betaalbare prijs….Paar jaar wachten en je vindt ze in de showroom….Ik zou alvast een laadpaal aanvragen. Wie weet valt die intussen te verhuren aan de buren….(beelden: Yellowbird archief)

Duitse stappers..

Duitse stappers..

Het zal ergens rond 2006 of zo zijn geweest dat ik voor het eerst te maken kreeg met schoenen van het Duitse merk Rieker. Ik had er voor die tijd zelfs nog nooit van gehoord. We vonden een geweldig paar bij een speciale Riekerwinkel in Aken. Ik trok ze daar aan en had meteen het gevoel dat dit het merk voor mij was. Voordien liep ik op Ecco’s of andere merkschoenen die verder prima dienst deden, maar op die Rieker schoenen werd wandelen ineens extra leuk. Het zit hem in hun ingebouwde anti-stress-systeem waardoor die schoenen nergens knellen, vaak dikke verende zolen bezitten en uiterst flexibel zijn tijdens het lopen. Ik ben een wandelaar die niet over schoenen wil nadenken. Moet ik dat wel is er dus iets mis. Hoe dan ook die eerste Rieker’s gingen overal mee naartoe. Ik liep er mee in vele Duitse steden, maar ook in Barcelona. Ze sleten wel, maar nooit zodanig dat ik het gevoel had dat ik ergens doorheen ging. De zolen dunner, maar nog geen gaten. Nou dat heb ik wel eens anders meegemaakt. Hoe dan ook, ik bleef dus dat merk Rieker trouw. Koos ze voor alle gelegenheden. Van stevige winterschoenen met sneeuwprofielzolen tot zomerse slippers. Voor speciale gelegenheden of gewoon zomerse ontspanning. Ik ben dus een Rieker-fan en draag dat graag uit. Overigens zonder enig persoonlijk belang. Ieder moet dat dragen wat hij of zij lekker vindt natuurlijk…

Vrouwlief loopt nu ook al jaren op de vrouwenversies van die lekkere schoenen en in de vriendenkring is het merk door mijn positieve verhalen breed bekend geraakt. Wat voor merk is dat dan eigenlijk? Wel het moederbedrijf stamt al uit 1874 en komt oorspronkelijk uit Zuid-Duitsland, maar verhuisde al snel naar Zwitserland. Kwaliteit staat volgens de geschiedschrijving vanaf het begin hoog in het vaandel en daarnaast kiest men voor modieus, comfort en trendy. Ze zijn zowel in winkels (Duitsland kent echte Riekershops) maar ook via internet te koop. Ik ben zelf een impulskoper. Als ik een paar zie dat me wel iets lijkt en de prijs komt overeen met de behoefte (en het budget), koop ik ze graag. En kan ik elke dag iets anders aan. Dedain is ook mij niet vreemd natuurlijk. Bij ons recente bezoek aan Duitsland vond ik weer een wandel/winterstel. Van die sneeuwprofielzolen weet je nog? Regenwaterbestendig, koude wordt buiten gehouden, laat je voeten ademen en heeft een binnenzool die onthoudt hoe jouw voet in die schoen zit. RiekerTEX is hun benaming voor dit soort schoenen. Ik ben er blij mee. En die allereerste Rieker’s? Ik heb ze nog, poets ze af en toe op, en kan het niet laten om er soms een dagje op rond te lopen. Die glimlach krijg je dan niet van mijn gezicht. Een glimlach die ik moet delen met de verkoopsters die me veelal deze schoenen aanmeten en enthousiast zien worden. En soms vertel ik even over dat eerste paar dat me Rieker-fan maakte en zo meer….. Zij knikken dan vriendelijk en slaan de kassa aan……En thuis vertel ik dan dat alles in Duitsland vaak beter is….Nou ja, qua waren dan… (Beelden: 2 paar uit de recente collectie)

Uniek Baarn

Uniek Baarn

Zou de titel kunnen zijn van een blogverhaal over die leuke plaats in de buurt van Soestdijk en Soest, maar gaat dit keer over een aantrekkelijke horeca-gelegenheid in het centrum van die plaats. Een zaak die flink wat mensen trekt met haar ambiance (leuk ogend hoekpand, in de zomer met terras..). Waar men ontbijt en lunch aanbiedt maar ook lekkere hapjes bij de koffie of thee. Wij streken er neer tijdens een zaterdags evenement voor de afgelopen Kerstperiode. Ik noem dat maar even een soort Dickens-achtig toneelspel op straat. Maakte het centrum van Baarn drukker dan normaal dus we hoopten ergens plek te vinden voor een warm drankje en iets lekkers. En dat lukte bij deze gezellige gelegenheid. Tafeltje in een hoek van een restaurant dat met allerlei van dit soort zitplekken is ingericht. Het is er levendig qua geluid en als er naast je dan een verjaardag wordt gevierd overheerst dat geluid wel wat van jouw eigen gesprekken. De geboden service door het veelal jonge personeel is hier voorbeeldig. Men rent zich het vuur uit de schenen voor je en adviseert keurig netjes over wat wel en niet mogelijk is. Wij kozen voor een paar stevige tosti-gerechten naast de (hete) drankjes. Het werd snel geserveerd e n was van prima kwaliteit. Niet het beste wat we op dit gebied ooit aten wellicht maar wel gewoon lekker. Dit is een gezellige tent waar je met bekenden of vrienden prima kunt afspreken. Mits er geen verjaardagen worden gevierd vlak naast je…Maar dat is wel een uitzondering denk ik. De prijs van dit alles was zeer goed te doen, een fooi voor de jongedame die ons haar service en gulle glimlach gaf natuurlijk van harte gegund. Al met al een mooi cijfer 9 voor Uniek Baarn. Een aanrader… (Beeld: Uniek)

Kwestie van imago..

Kwestie van imago..

Kijk, in de afgelopen periode heb ik jullie voorzien van relevante informatie over de geschiedenis en het heden, soms de toekomst van diverse automerken. Ik ben intussen gekomen tot de letter S van het alfabet. De rest gaat uiteraard ook nog voorbij komen. Wie tot nu goed heeft opgelet zal ook gezien hebben dat veel van die merken behoorden of nu behoren tot cluster-concerns als VW of Toyota, General Motors en zo meer. Dat zegt veel over de onderliggende technieken of platforms. Maakt bijvoorbeeld een Opel niet meteen Duits maar Frans.

Maakt een duur merk als Royce Royce toch minder Brits nu BMW daar de baas is en Lamborghini toch net een snufje minder Italiaans omdat Audi daar de scepter zwaait. Sommige oudere grote merken zijn zelfs helemaal verdwenen. Hebben soms een geweldig imago, maar eenmaal verkocht aan Chinezen verdwijnt dat merkgevoel als sneeuw voor de zon. Immers, Chinezen mogen weliswaar kapitaalkrachtig zijn, van imago opbouwen of vasthouden hebben ze geen kaas gegeten. Wie mij een merk uit die hoek kan noemen dat het goed doet in het westen en ook op eigen kracht kopers aan zich wist te binden die gaan voor specifiek dat merk is een uniek mens. Andere Aziaten hebben het ook lastig. Zo kozen veel Japanse merken er voor om in de VS gewoon de eigen merknaam in te ruilen voor een totaal andere. Acura voor Honda, Lexus bij Toyota en Infinity bij Nissan.

Als meer mensen elektrische durven te gaan rijden zal het verschil tussen de diverse merken zeker effect hebben op de nieuwe kopers of gebruikers. Veel van die nieuwe techniek is namelijk uitwisselbaar. Een Tesla is geen echte auto, zo ziet meneer Musk, de directeur van die tent het zelf, maar een vervoermiddel met een hoge mate van elektronische bediening.

Dat met name jonge leasetijders daar voor vallen snap ik nog wel. Zelf wil ik echter een auto van een bewezen automerk. Domweg omdat ik daar mee ben opgevoed. Gelukkig gaat mijn favoriete merk op geweldige wijze mee met die nieuwe technieken. Voor hen die houden van goedkoop en voor wie imago geen enkele rol speelt zal het Chinese aanbod van komende jaren een prima alternatief zijn voor een bekender westers of Japans merk.

De Koreanen zijn er trouwens ook nog. Wie meent dat veiligheid niet zo belangrijk is kan nog altijd terecht bij Dacia. Lage prijzen, maar twijfelachtige scores bij Europese botsproeven. En voor wie een dealer geen belangrijke schakel meer is zijn er merken als Lynk&Co, een zusje van het ook al Chinese MG, waar men via internet auto’s verkoopt voor de leasemarkt. Wie er in rijdt wordt wellicht gezien als een jonge slimmerik, niet als iemand die echt verstand heeft van de automarkt. Prijs en kwaliteit, actieradius en de mogelijkheid om je iPhone te benutten voor handige zaken zijn wel aan boord. De miljarden die een merknaam of imago waard zijn verdampen als het ons niks meer kan schelen waar we in rijden. De echte merkfanaten zoals ik blijven ook bestaan natuurlijk, maar sterven vast op enig moment uit. Zelfs Volvo-adepten moeten wennen aan het steeds hogere Chinese gehalte aan techniek en uitmonstering in die oer-Zweed. Er blijft niks bewaard van die zorgvuldig opgebouwde imago’s vrees ik. Auto’s worden dan pas echt gebruiksgoederen. Dure, dat wel, maar toch. Dus waar je zelf in rijdt…koesteren hoor. Voor je het weet bestaat het uitverkoren merk straks niet meer of komt het ook alleen nog maar met accugedreven vervoermiddelen. En die zijn echt uitwisselbaar. Uitlachen doet niemand je meer….En dat was ooit wel anders…. (Beelden: archief)

Reikwijdte…

Reikwijdte…

Voor veel leken is dat wat vanuit politiek wensdenken over ons heen wordt gegooid rond ons autogebruik een waarheid als een koe. We ‘moeten over op elektrische wagens’ want die zijn beter voor het milieu en helpen het klimaat te redden. Het is maar hoe je het bekijkt. Want beste mensen, elektrische auto’s stoten weliswaar tijdens het rijden geen gassen uit via een uitlaatsysteem, ze vervuilen wel degelijk. De door linkse lieden zo verafschuwde fossiele brandstoffen of bouwstoffen zitten ook gewoon verwerkt in die accuwagens. Staal, kunststoffen, computers, banden…. Het is echt niet zo dat dat spul aan de bomen groeit al is een deel van die rubber banden dan nog net half plantaardig.

De accu’s zijn opgebouwd uit materialen die de toets der kritiek op het gebied van milieu of zelfs slavernij niet kunnen doorstaan. Maar er is nog een technisch gebrek dat bij dit soort wagens een aardige rem zet op het vermogen ons nu en in de toekomst massaal te vervoeren; actieradius! Wie in een normale benzineauto rijdt kan met een volle tank pakweg 600km ver komen. Een diesel brengt je vaak 1000 km ver.

De gemiddelde elektrische auto komt anno 2022 niet verder dan 300km, een enkeling redt het tot 400km. Maar dan moet je wel in de rechterbaan blijven en geen stroomverbruikers aanzetten. Doe je dat laatste wel kom je al snel in de problemen. Praktijktests in Duitsland en Nederland laten zien dat hij/zij die op normale wijze in het verkeer rondrijdt in dit soort wagens al snel 30% van de theoretische reikwijdte kwijt raakt. Wie 130km/u rijdt (en veel leaserijders doen dat..) is al snel 50% van zijn accucapaciteit kwijt.

En dan staan de verwarming/airco of verlichting niet eens aan. Ga je daarop laden, en dat is een frequente handeling, ben je niet zoals bij de ons bekendere aandrijftechnieken na vijf minuten weer onderweg maar heb je meteen 1,5-2 uur pauze afhankelijk van de beschikbaarheid van een laadpunt. En dat laadt dan weer 80% bij van de totale capaciteit omdat de accu’s het anders niet aankunnen. En bedenk ook maar dat die EV’s tegenwoordig niet te koop zijn onder de 35 mille. Het gemiddelde ligt qua prijs flink hoger en is bedoeld voor zakelijke rijders.

De particulier kan met wat pijn en moeite een Dacia Spring kopen met een theoretische actieradius van 200km of een Renault Zoe met ongeveer dezelfde reikwijdte maar net iets meer luxe (tegen een hogere prijs). Ook bij VW vindt je nog wel een stadsautootje voor een mille of 25. Kortom, voor de meeste particulieren is er weinig reden tot meejuichen met de groene vaandels zwaaiende gektesekte.

Elektrische auto’s zijn dus niet meteen die wonderen der techniek. Net zo min als waterstofvoertuigen. Het lijkt heel mooi, het is het niet. Wellicht als we ooit accusystemen krijgen die plat, licht, en goedkoop zijn en ook nog eens zorgen voor een normaal verbruik waardoor je niet op weg naar je vakantiebestemming of zakenadres 2-8 keer moet bijladen om er te komen. En echt, ik ben niet negatief, ik zie mezelf als realistisch. We rijden in Nederland met 9 miljoen auto’s rond, en dat neemt echt niet af. Slechts een klein percentage is nu voorzien van elektrische aandrijving. De reden daarvoor is simpel. Je betaalt de hoofdprijs, weet niet of je (op tijd) op je gekozen bestemming aankomt en krijgt er het opladen bepaald niet gratis bij. Omdat stroom in de huidige tijd net zo min gratis is als benzine of diesel. Op praatjes valt niet te rijden. En je moet ook uitkijken dat het niet leidt tot lijden. En o ja, die techniek is al meer dan een eeuw oud. En ook toen was die reikwijdte en het gebrek aan comfort het grootste probleem. Wie de geschiedenis niet kent heeft in de toekomst weinig te zoeken. (beelden: Archief)