
Normaal benut ik een kop als bovenstaande voor de beschrijving van zaken die met vrouwelijke communicatie van doen hebben. Wij mannen zijn vaak niet zo praterig….. laat staan dat we ons overgeven aan de wetmatigheid van het roddelen over… Nee hoor, zakelijk, strak en alleen als ons iets wordt gevraagd….. Zij die nu nog lezen zonder in luid lachen te zijn uitgebarsten kan ik gerust stellen, ook de meninggever is een kletsmajoor als het zo uitkomt. Een voorbeeld maakte ik zelf onlangs mee.

Omdat ik begin van het jaar traditioneel even naar mijn favoriete luchtvaartshop aan de zuidkant van Schiphol reis om daar wat accessoires, verf en zo meer voor de hobbies te scoren, deed ik dat dus eind van afgelopen maand januari ook weer. Het was een vruchtbaar bezoek want ik vond grotendeels precies dat wat ik zocht (en meer) en de stemming was derhalve uitstekend. Wat ik dan daarna meestal doe is even langs de dijk van de Ringvaart rijden om zo langs de randen van ons grootste vliegveld Schiphol te observeren of daar nog iets bijzonders staat. En verdraaid, tijdens dat rijden zag ik ineens een groot Brits transportvliegtuig op gelijke hoogte en snelheid met me mee-taxien. Een bijzonder ding, dus die ging vrijwel zeker naar Schiphol-Oost. Even gas er op bij de Tsjech en zien dat ik op tijd daar zou zijn waar de Brit zijn motoren zou gaan afzetten. Toen ik aankwam stond er al een dikke rij spotters die met geweldige telelenzen en laddertjes tegen de hekken klaar stonden om de Brit te verwelkomen. Ik voegde mij er tussen en hield mijn iPhone gereed.

Kwestie van inzoomen, boven het prikkeldraad houden dat ding en afdrukken. Beelden waren prima. De Brit werd niet te ver van de geinteresseerden neergezet en we hadden er een redelijk zicht op. Een grote machine met een missie. Maar ja, wat was die missie? Ik was wel nieuwsgierig. Aangezien de meeste spotters vaak aardig op de hoogte zijn van doel en noodzaak van dit soort vluchten maar eens gevraagd. ‘Wat doet dat ding hier’?? De eersten die ik het vroeg hadden geen idee, anderen dachten dat het om een trainingsmissie ging. Met weer anderen kwam ik in wat uitgebreider gesprek. Mensen die ooit bij Martinair werkten, nu bij een ander onderhoudsbedrijf maar nog steeds gek op vliegtuigen. Net als ik. En dus werden er anekdotes uitgewisseld over de luchtvaart van vroeger en nu, over de grote namen van toen, Schroder, Block en zo meer. Het werd een gezellig gesprek. Zonder al die technische liflaf die bij deze spotters nog wel eens een rol speelt. Gezien ik op de frisse wind stond en nog steeds leed onder de restanten van mijn ernstige ‘mannengriep’ (zie 8-2 jl) besloot ik op enig moment om toch maar weer eens te vertrekken. Ik begreep van de spotters dat die wilden wachtten tot die Brit vertrok. Nou dan kon ik intussen thuis lekker aan de warme choco met taart. Maar wat ik wel merkte was dat ik in de auto naar huis zat te zingen. Het had me goed gedaan. Weer even terug in die luchtvaartsferen zoals vroeger toen we nog met een hele club gelijkgestemden konden genieten van beelden, verhalen en ervaringen rond die zelfde luchtvaart. Ook realiseerde ik me dat dit nooit meer terug zou komen. Best confronterend…. Je wordt ouder pappa….. Maar het was een leuke ervaring. Met dank aan dat ritje langs de Ringvaart…. Was ik na mijn winkelbezoek de snelweg opgereden had ik die Britse machine nooit gezien…en jullie ook niet… (Beelden: Archief)























Terwijl de Octavia door de jaren heen flink wat successen wist te behalen op de wereldwijde automarkten, ook deze Skoda kende weer vele varianten die zorgden voor afnemers in diverse doelgroepen, was men in Mlada Boleslav koortsachtig bezig met de planning van een totaal andere auto. Dat zou een model moeten worden met een vrijdragende carrosserie, de motor achterin en vier portieren. Voor het produceren van de nieuwe auto moest ook een totaal nieuwe productiehal worden geconstrueerd en daaraan werd al in 1960 gewerkt. Intussen ging de productie van de succesmodellen van dat modeljaar gewoon door. Naast de bekende sedan en stationcar, de bestelauto en de pick-up, bracht men ook een prachtige cabrio op de markt in de vorm van de Felicia. Een auto die nu, bijna zestig jaar later, een ware en aardig dure klassieker is geworden.
In 1964 schakelde men over. Van de oude productiehallen waar de Octavia werd gebouwd naar de nieuwe waar men begon met fabricage van de 1000MB. 1000 stond voor de motorinhoud, MB voor Mlada Boleslav. Een totaal nieuwe manier van auto’s bouwen, een volledig ander soort auto. Skoda en haar communistisch geschoolde managers van toen volgden naar eigen idee de moderne tijd, verwezen voor het concept naar befaamde wagens met ‘alles achter’ zoals de VW Kever, Renault Dauphine, Simca 1000, NSU Prinz, diverse Fiat’s maar zeker ook naar de in eigen land gebouwde Tatra’s en sommige vooroorlogse eigen modellen. Betaalbare wagens met dit concept hadden volgens de Tsjechische planners dus de toekomst…. De nieuwe Skoda haalde uit het lichtmetalen motorblok 48 pk en het aggregaat kon volstaan met zeer lage octaanbenzine.
Zoals bij voorgaande modellen was ook de 1000MB voorzien van aardige ontwerpdetails. Zo zat het reservewiel weggeborgen in het vooronder, maar moest je een deel van de grille openklappen om er bij te kunnen. Kunststof gebruikte men voor allerlei kunstzinnige details bij het exterieur of aan de binnenzijde. De wagen reed prima, al was een snel genomen bocht door de achterasconstructie (pendelassen)best lastig. Zijwind eveneens! De top was beperkt tot 125km/u. Een latere uitvoering, de 1000MBX had een afwijkende vormgeving, met twee portieren en een wat zwaardere motor, die 52pk leverde. Het werd geen groot succes. De 1000MB was een familieauto en frivoliteiten zocht men niet bij Skoda anno 1967. En zo ging met vol goede moed aan de slag om een steeds groter deel van het nieuwe koperspubliek van de jaren zestig aan zich te binden. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird/Skoda Museum/Skoda-club CSSR)
Er zijn van die mensen die menen dat ze als ze vanuit Rotterdam bekeken Amsterdamse grond betreden direct min of meer in helse pijnen zullen sterven. Omgekeerd zou je ook als geboren en getogen Mokummer niet naar Rotterdam mogen afreizen. Dit alles omdat er in die steden twee voetbalclubs zijn met een redelijk fanatieke aanhang. Ik behoor daar niet toe. Ik houd van Amsterdam, maar heb zoveel andere plekken in binnen- en buitenland bezocht en bekeken dat ik echt niet bang ben om hete zolen te krijgen als ik in Rotterdam eens rond wil kijken. En dat deden we als familie afgelopen maand augustus. Broeierig weer en als startpunt de werkelijk schitterend geslaagde Markthal.
Dat moet je toch eens bekijken als breed ingestelde Nederlander. En naar ik zo om me heen hoorde komen mensen van heinde en verre om dit fenomeen te aanschouwen. Een flink uit de kluiten gewassen krom gebogen modern flatgebouw, met appartementen aan de buitenkant en binnen een geweldig leuke maar ook enorme hal waarin je van alles en nog wat kunt eten of meenemen. De kwaliteit van het aanbod is best op niveau en dan bedoel ik niet alleen het aardig hoge plafond met prachtige beschilderingen. Een genoegen om hier rond te hobbelen al was de temperatuur binnen het gebouw aan de tropische kant bij een buitentemperatuur van een graad of 25.
Rotterdam is een stad vol hoogbouw. Dat is als je van historie houdt wel even wennen. De meest schitterende moderne architectuur mengt zich hier overigens met oude gebouwen waarvan een deel de indruk maakt te zullen sneuvelen onder de slopershamer. En die hamer doet zijn werk want overal om je heen werkt men aan het herbouwen en verfraaien van die toch al indrukwekkende centrumbouw. Rotterdam imponeert zonder te beangstigen. Enorme winkels, leuke terrassen, prachtige hotels, kantoren, een zeer opvallend Centraal Station. Het is er druk, maar niet op zijn Amsterdams toeristisch druk. Gewoon dynamisch druk!
Binnen tien minuten spotte ik trouwens op straat een Rolls Royce sportcoupe, twee Lamborghini’s, een Ferrari en een hele reeks dikke Mercedessen. Waar dat allemaal voor dient is de vraag, maar het heeft wel iets. Ik ken de stad overigens van jaren terug nog wel. Ik kwam er zakelijk voor wat afspraken nog wel eens, maar dan zat ik toch wat meer aan de buitenkant van de stad. En miste ik dus geweldige winkels en die nieuwe hoogbouw.
Zoals Donner, een prachtig gesorteerde boekhandel aan de Coolsingel, of de meer dan goed uitgemonsterde treinen- en modelwinkel Meijer & Blessing waar het personeel nog weet wat je bedoelt als je iets specifieks vraagt. Een ongeopende oester met een parel die glanst, deze winkel. En goed bezocht zoals ik kon constateren. Dat Rotterdamse centrum heeft iets van het nieuwe Berlijn. Het is eigenlijk hypermodern, met af en toe een straatje waarvan je je afvraagt of het veilig is om doorheen te lopen. Er was nergens enig gedrang, en ook geen gedoe. Drukte met een zekere ontspannenheid. Het verbaasde me en aan de andere kant intrigeerde het ook. Zeker als je omhoog kijkt naar die echte wolkenkrabbers die hier midden in het centrum staan.
We slaagden voor onze verschillende missies, en we spraken af dat we Rotterdam nog eens per trein gaan bezoeken. Nu waren we met de auto, en dat parkeren is niet meteen goedkoop als je onder de Markthal staat. Maar ja, laten we wel zijn, dan krijg je ook wat. Een volautomatische parkeergarage die met digitale lichtjes zelfs aangeeft waar een plek vrij is. En dat is handig want deze parkeergarage is bij velen in trek. Hoe dan ook, ik genoot. En dan heb ik nog maar een klein stukje Maasstad gezien. Dat doen we nog eens over. Dikke zolen onder de schoenen en hupsakee. Grappig was in dat kader dat in die modelwinkel de verkoper vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik hem complimenteerde met die prachtzaak. Toen ik vertelde waar ik vandaan kwam viel hij even stil. Ik vrees dat hij wel iets met voetballen had…..Dat blijft toch wel een dingetje kennelijk. Maar dat ligt niet aan mij! Integendeel…(Beelden: Yellowbird Photo)



