
Eerder schreef ik al eens over het regionale spoornet dat onze stad een dikke eeuw geleden verbond met allerlei dorpen en kleinere steden die indertijd vrijwel alleen met deze vorm van railvervoer bereikbaar waren. En dat netwerk van treinen en trams zorgde voor een prima ontsluiting van juist die streken die in die periode vanuit de grote stad werden gezien als het platteland. Los van passagiers vervoerde men ook veel goederen. Kolen voor de kassen van Aalsmeer, bloemen vanuit Aalsmeer naar de steden. Voor dat netwerk van verbindingen werden langs de rails stations, halteplaatsen en andere voorzieningen gebouwd.
En wie anno 2026 in de regio rondrijdt kan op sommige plekken nog steeds de restanten van toen bekijken. Oude stations vindt je in Amsterdam (Haarlemmermeerstation) en Aalsmeer. Halteplaatsen of woningen van de stationchefs in de buurt van Uithoorn en Ter Aar. Een verrekte aardig boekje over al die bouwsels vond ik niet zo lang geleden bij de Kringloopwinkel in Hoofddorp. En omdat een van mijn grootouders (ik heb de man nooit gekend door allerlei verwikkelingen van voor mijn tijd) stationschef was in die plaats vond ik het wel passend om dat boekje aan te schaffen en even door te lezen.

Nou, dat viel me niet tegen. Onder de titel ‘De Haarlemmermeerspoorlijnen in oude ansichtkaarten’ beschrijft auteur A.W.J. de Jonge anno 1982 de geschiedenis van die spoorlijnen die door diverse bedrijven werden geexploiteerd en ruim een eeuw geleden hun start kenden om na 1950 alle passagiersdiensten op te geven ten behoeve van het opkomende busvervoer en het goederenvervoer nog tot 1972 vol te houden. Van Haarlem tot Nieuwersluis, van Amsterdam tot Alphen, een belangrijke vorm van vervoer die tot nu toe dus haar fysieke sporen na heeft gelaten. De gebruikte illustraties afkomstig van oude ansichtkaarten, leuke en soms herkenbare foto’s ook. De uitgave van de Europese Bibliotheek te Zaltbommel werd uitgebracht onder het oude isbn nummer 90-288-1960-6. Mijn bewuste boekje is er een uit de derde druk die in 2001 heeft plaatsgevonden. Ik genoot er van.





















De winter is als ik dit opschrijf net op de terugweg en de temperaturen lopen onder invloed van een zuidwestelijke stroming in onze omgeving weer op tot flink hoge waarden. We hadden een week waarbij de vorst even liet voelen hoe het kan zijn in januari en in sommige streken bleek zelfs schaatsbaar ijs te ontstaan. Aan mij is dat niet besteed overigens, ik ben niet zo van dat gladde gedoe op 1,5 centimeter bevroren water. Het doet me wel terugdenken aan winters die ons mensen overspoelden met de ongemakken die bij dit seizoen behoren. Sneeuw, gladheid, dik ijs. Zoals begin jaren zestig toen we een winter kenden die nu als horror te boek staat. Ongeveer alles wat normaal water was vroor dicht. De Amstel achter ons huis, de Zuiderzee, en de Elfstedentocht bleek een rampenplan. Zo koud, zo heftig. Met huizen die slechts op kolenkachels draaiden v.w.b. de verwarming en een steeds schaarser wordende anthracietvoorraad was het ook spannend hoe de boel een beetje gangbaar bleef.
