Brits vernuft…

Brits vernuft…

Enige tijd geleden (23-6)maakte ik jullie lezers al eens bekend met een wonderlijk toestel waarmee de fabrikant, Fairey, trachtte het luchtvervoer van de toenmalige toekomst anders te doen verlopen. Nu neem ik jullie even mee terug naar die Britse fabrikant die zoveel opvallende en soms uiterst bekende vliegtuigen heeft ontworpen en geleverd. Ook aan de Nederlandse strijdmachten waar o.a. de Fairey Firefly uitgebreid dienst deed bij de Marine Luchtvaart Dienst, meer speciaal aan boord van ons toenmalige vliegdekschip, de Karel Doorman. Dat Fairey startte met de productie van eigen ontwerpen in 1917.

Daarvoor verrichtte naamgever Charles Richard Fairey al werk voor andere toenmalige fabrikanten. Fairey bouwde altijd bijzondere toestelle. Het ene succesvoller dan het andere. Maar al die ontwerpen culmineerden vaak in een type dat het lang vol hield en ook goed te verkopen bleek. Naast de Britten waren ook de Belgen gek op Fairey’s want daar bouwde men deze toestellen voor de eigen strijdmacht en had men een vestiging in Gosselies.

Een opvallend ontwerp was de 1930 stammende Hendon nachtbommenwerper, de eerste machine van dit type met een enkele lage vleugel (andere toestellen waren dubbeldekkers..) en ook nog eens volledig van metaal gemaakt. Een kleine serie van deze indrukwekkende maar langzame toestellen kwam in dienst van de RAF. Voor de Britse marine bouwde men een hele reeks machines van het type Gordon dat later zou uitgroeien tot een van de meest bekende marinevliegtuigen van WO2, de Swordfish, die ondanks zijn ouderwets aandoende uiterlijk bijster effectief bleek in het aanvallen van zware oorlogsschepen van de vijand.

Mooi van vorm maar doodongelukkig in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog was de Fairey Battle. Deze eenmotorige bommenwerper moest snel genoeg zijn om vijandelijk vuur te ontlopen maar in de strijd om de Lage landen en Frankrijk bleek de Battle een lamme eend en werden de vliegtuigen en hun bemanningen door de Duitsers gedecimeerd. Uit de Battle kwam wel weer een marinejager voort die bij de Britse Marine een paar jaar nuttige dingen deed. Deze Fulmar werd in de honderden exemplaren geproduceerd en geleverd e n de kist was zeer effectief tegen o.a. de Italiaanse luchtmacht tijdens WO2. De Firefly noemde ik al, daarvan werden duizenden exemplaren geleverd die tijdens en na de oorlog werden benut.

Fairey bouwde maar door en ging op enig moment ook supersone vliegtuigen leveren die o.a. als vliegend testlaboratorium zouden dienen t.b.v. de Concorde verkeersmachine. De laatste proeve van bekwaamheid kwam met de Gannett, en vreemd gevormd marinevliegtuig met een 3875pk sterke turboprop-motor die contraroterende propellers aandreef in de neus. Ze deden jarenlang dienst bij de Royal Navy maar vlogen ook bij de Duitse marine. Ook bij de Indonesische marine vlogen Gannetts rond. Een bewijs dat de Britse luchtvaartindustrie in de jaren 50 en 60 nog zeer bekwaam vliegtuigen kon bouwen. En Fairey was maar een van de bouwers daarvan. Fairey nam in 1972 Britten-Norman over waardoor men ook een groot orderboek voor de succesvolle Islander luchttaxi’s verkreeg en de productie o.a. in Belgie onderbracht voor dit toestel. Helaas ging Fairey in de totaal veranderde luchtvaartwereld van 1977 kopje onder en werd het bedrijf verkocht aan het Zwitserse Pilatus. Gelukkig is de geschiedenis vastgelegd in wat boekwerken, waarvan ik er een benutte als leidraad voor dit verhaaltje. Een uitgave uit 2012 van het befaamde blad Aeroplane. 130 pagina’s genieten geblazen. (beelden: Archief Yellowbird/internet)

Gemist…

Gemist…

Nu ik het qua vliegen al een tijdje rustiger aan doe, de meeste vlieguren heb ik wel gemaakt denk ik, is het aardig te bedenken welke vliegtuigtypen ik had willen vliegen maar om een of andere manier nooit op mijn pad vond. Dat zijn er uiteraard meer dan de kisten waarmee ik wel weg ben geweest. Ik vloog door de jaren heen mee in Piper Cub’s, Cessna’s, Beechcrafts om maar een paar kleinere te noemen, maar ook in vele Fokker’s, Douglassen, Boeings en Airbussen.

Daarnaast nog in wat bijzondere machines van British Aerospace, Bombardier of Tupolev. Honderden vlieguren in die machines gemaakt en vrijwel altijd met veel plezier. Maar ik miste bijvoorbeeld de DC-10 op mijn pad of diens opvolger, de MD-11. Die zaten gewoon op routes waar ik niet naartoe wilde. Of die Airbus A300, wiens kleinere zus A310 wel in mijn logboek staat, maar die grotere variant niet.

Opvallend genoeg vloog ik wel in de modernere Fokker 50, 70 en 100, maar nooit in de illustere voorgangers F27 of F28. En over Russische kisten hoef ik het dan nauwelijks te hebben. Want naast een tiental uren in de straaljager-achtige Tu-134A van CSA kwam er geen een voorbij die mij op typisch Russische wijze vervoerde.

Zoals bijvoorbeeld die enorme Tu-154, of de Antonov’s en Ilyushins. Soms deed ik zelf na wat nadenken de deur naar zo’n kist dicht hoor. Dan kwam het me niet uit, of zocht ik liever een snellere of comfortabeler route. Daarbij was het nemen van grote risico’s nooit zo mijn ding. Je hebt toch een leven als familievader of hoofd inkomen met alles wat daar aan verantwoordelijkheid bijhoort.

Bij de Britten vloog ik met de Dove, Carvair, Trident, BAe146 en diens troonopvolgers, of de Avro 748, maar nooit in een VC-10. Toch iets mee gemist denk ik. Opvallend genoeg heb ik op korte routes wel gevlogen in een Duitse Dornier (ook weer een uur of tien in totaal) maar nooit in een Braziliaanse Embraer, toch een fabrikant die nu aardig dominant is op juist die routes. Had ik graag nog eens gedaan. En dan heb ik het nog alleen over civiele vliegtuigen. Militaire kisten heb ik altijd gemeden als de pest.

Al was het maar omdat piloten van dat spul een voorkeur vertonen om op hun kop te vliegen of bochten te trekken die zoveel G-krachten veroorzaken dat ik er aardig beroerd vanaf zou zijn gekomen. Met mijn vroegere vliegvriend John maakte ik genoeg rarigheid mee op dat vlak. Die kon het niet gek genoeg gaan als we eenmaal los waren en ik heb hem daarvoor wel eens vervloekt…..

En met dank aan het bruggetje van John kwam ik terecht bij helicopters en dat soort spul. Ik vloog mee in een S76 van KLM (John ook) die toen net nieuw in dienst was bij KLM. Leuke ervaring. Een jaar of tien later in een kleine Schweizer 386 boven Zandvoort en het circuit voor een of andere fotowedstrijd. En van een heel andere orde, een Scheibe SF25C motorzwever bracht me ooit boven Salland een lokale vliegervaring van 20 minuten toen ik absoluut weigerde om in een echte zweefkist te stappen. Want beste mensen, er zijn dingen die je echt niet moet doen. Zweven, parachutespringen en ballon varen is er daar een stel van. Dat heb ik altijd geweigerd. En daar heb ik in tegenstelling tot andere keuzes, geen spijt van gekregen. En jullie zelf? Bepaalde bijzondere vluchten gemaakt en waarheen? Bepaalde vliegtuigen in het hart gesloten??? Ik ben benieuwd naar jullie reacties…. (Beelden: archief)

Langzaam maar zeker…

Langzaam maar zeker…

Toen ik het in de beschrijving rond de meidagen van 1940 had over het karige van de uitrusting die onze krijgsmacht ten deel was gevallen vanuit de toenmalige overheid, deed ik dat in relatie tot de overmacht van de Duitsers. Maar ook daar was niet alles rozengeur en maneschijn. Had de Nazi-leiding vooral aandacht gehad voor aanvalswapens als bommenwerpers en tanks, fraaie uniformen en goede geweren en kanonnen, op het gebied van de luchttransportvloot liep men achter de feiten aan. De hele vloot vliegtuigen die o.a. bedoeld was voor haar paratroepen bestond uit zeer langzame maar zeker ook degelijke driemotorige Junkers Ju-52-3m machines waarvan de ontwikkeling al dateerde uit 1930.

Opvallend genoeg vlogen deze machines als verkeersvliegtuig maar ook als bommenwerper voor men er een parakist van maakte. Dat hield in dat je er naast de eigen bemanning nog 18 mensen in volle uitrusting mee kon afzetten boven vooraf bepaalde doelen. Met een maximale snelheid van net 240km/u was dit een erg langzaam toestel maar het kon wel opereren vanaf of naar vliegvelden met zeer beperkte voorzieningen.

Dat vond men bij de Luftwaffe van toen belangrijker dan snelheid. Een fatale vergissing. Toch werden er uiteindelijk 3.500 exemplaren van gebouwd. En die bleven in dienst tot het einde van WO2 bij de Duitsers maar nog wat langer bij de Britten, Fransen en Tsjechen die deels deze Junkers toestellen in licentie bleven bouwen. Bij de bevoorrading van Duitse troepen in winters Rusland speelden die ‘Tante Ju’s’ ook een belangrijke rol. Met ware heldenmoed vlogen de piloten er mee naar Stalingrad om daar goederen, munitie, voedsel en mensen te brengen voor de ingesloten troepen daar.

Men liet dan de motoren vaak lopen om te voorkomen dat ze zouden vastvriezen. Dus het was een betrouwbaar toestel. Maar die lage snelheid en een beperkt laadvermogen maakten ook duidelijk dat deze kisten vaak niet konden voldoen aan de aan de machine gestelde eisen. Met name bij de aanval op Nederland en Belgie in mei 1940 verloren de Duitsers veel Ju-52’s. De weerstand van de Nederlanders en Belgen was groter dan verwacht, daarbij gooiden de Britten nog wat bommen op al gelande Duitse transportkisten en die raakten zodanig beschadigd dat opstijgen er niet meer bij was. En zo verloren de Duitsers 200 van hun 400 ingezette Junkers transportkisten aan vijandelijke acties. 50% verlies was in die periode van de oorlog serieus. En lastig te vervangen. Ook al zette men civiele machines in om de verliezen aan te vullen, de kwetsbaarheid van de Junkers machines was wel duidelijk. Alleen bleef men er in Berlijn blind voor. En vlogen die oude machines aan het einde van de oorlog dus nog steeds in zware omstandigheden door. Opvallend was dat deze transportkisten een geribbelde romp kenden wat een zekere sterkte van de constructie beloofde. Junkers had dit voor de oorlog als specialiteit op al haar ontwerpen toegepast. Anders dan bij de Amerikaanse C-47 Dakota’s kwamen er maar heel weinig Junkers Ju-52’s na de oorlog in gebruik als civiel verkeersvliegtuig. En ook het aantal museale toestellen is beperkt. Toen een paar jaar terug een klassieker Ju-52 verongelukte trok men het bewijs van luchtwaardigheid in en staakte men de operaties met deze klassiekers. Maar in musea over de hele wereld zijn er wel nog wat te vinden. En dat is maar goed ook. Want je hoort te weten waar het goed en fout ging bij de toenmalige Duitse leiding op dit gebied. De plaatjes vertellen het verdere verhaal…… (Beelden: Archief/Yellowbird/LPAC)

Luchtzak….

Luchtzak….

Ik heb intussen heel wat (honderden) uren gevlogen en bij die ervaring meegemaakt dat een vliegtuig net zulke bewegingen kan maken als een auto op een weg vol viaducten, verkeersdrempels, rotondes of diepe kuilen. Lucht is nu eenmaal niet van de compacte soort en er staat op enige hoogte ook altijd wind. Die zijn van invloed op de tocht van zo’n metalen vogel. In 95% van de gevallen verlopen die vluchten zo rustig alsof je eigenlijk op de grond staat, maar in 5% kom je in luchtlagen of buien terecht waardoor jouw tocht door het zwerk ietsjes onrustiger verloopt. Ik vloog zelf in de achter ons liggende vliegjaren door storm, onweer, zijwind of wat ook en dan gaat zo’n toestel nog wel wat meer heen en weer of op en neer.

Zo is er de route over bergketens als de Alpen die nog wel eens wat onrust aan boord kunnen geven. Diverse malen meegemaakt. Door de wind die tegen die bergen aan beukt komen daar luchtwervelingen voor die ook zelfs op grotere hoogten zorgen voor onrust en derhalve op en neer gaande beweging van de vliegende machine waarin wij worden vervoerd. Zoals een schip op zee bij windkracht 5 of een trein die met hogere snelheden over een oneffen deel van de baan rijdt. Op een van mijn eerste vluchten naar een Italiaanse bestemming aan boord van een DC-9 van Alitalia maakte ik voor het eerst kennis met dat rollercoaster-effect. De lichtjes voor ‘riemen vast’ werden aangedaan vanuit de cockpit omdat men die turbulentie verwachtte. Wij als nog wat jeugdige passagiers deden dat, maar intussen was ook de lunch (toen nog wel) op het tafeltje voor ons geserveerd door de prachtige en ook aardige Italiaanse stewardessen. Inclusief een glaasje jus. Gek genoeg hadden wat Japanse passagiers om ons heen de riemen los en die hingen soms scheef uit hun stoelen om met elkaar te conserveren. Op enig moment sloegen de Alpen toe.

Bij het Mont Blanc massief zakte de DC-9 een meter of vijftig naar beneden om direct daarna weer omhoog te gaan alsof een reuzenhand de kist in zijn greep had. Onze jus maakte een sprong uit het plastic glaasje en kwam uiteraard naast die oerverpakking op het tafeltje (en broek) terecht. De lunch bleef gelukkig op zijn plek, maar de Japanners niet. Die lagen verkreukeld over elkaar heen, inclusief al die trays met eten en drinken. Gegil was het gevolg. Maar dat werd door de bemanning opgelost. Men bracht doekjes, hielp de gevallen passagiers overeind en maakte ook meteen duidelijk dat ze zich in de riemen moesten vastgorden. Zelf hielden de dames zich staande door zich soms aan stoelen vast te houden. Want de tocht kende meer hobbels. Ik at al vegend aan mijn broek mijn lunch op. Na de landing even de donkere kleding schoonmaken nog en gek genoeg zag je er nog maar weinig van. Maar ik was een ervaring rijker. Altijd doen wat de captain zegt. Het verbaast me dus dat er zo vaak iets mis gaan aan boord van die vliegtuigen bij zwaar weer of zo. Dan blijkt dat de helft van de passagiers geen riemen vast doet omdat men dit zo restrictief vindt aanvoelen. Nou dat zal wel, maar ik heb die dingen gewoon altijd vastgemaakt. Met al die klimaatveranderingen die door links worden voorspeld weet je maar nooit. En dan neem ik graag het zekere voor het onzekere. Maar dat doe ik zonder die retoriek ook in de auto, en op schepen vertoon ik me uberhaupt niet. Of er moet een plek in de reddingsboot zijn inclusief zwemvest dat ik op voorhand al om doe dan… Zelf wel eens meegemaakt lieve lezers/essen dat je op en neer ging in een of ander vervoermiddel? Ben benieuwd naar de verhalen…. (Beelden: Archief – illustratief)

De snelle post…

De snelle post…

Als de gemiddelde burger nu kijkt naar de voordelen van de luchtvaart denkt men toch vaak eerder aan leuke vliegreizen naar een of ander vakantieoord dan wel een bestemming voor die bijzondere zakenbespreking. Anderen zien fraaie stewardessen die hele maaltijden serveren en altijd blijven glimlachen om ze de fikse ticketprijzen iets te doen vergeten. Die vorm van luchtvaart bestaat eigenlijk relatief kort. Met de komst van jumbojets in de jaren 70 van de vorige eeuw en soortgelijke vliegtuigen werden passagiers pas echt tegen betaalbare tarieven vervoerd.

In de jaren daarvoor was vliegen iets voor de elite en in de jaren van een eeuw geleden zagen de vroegste luchtvaartbedrijven passagiers als lastiger lading dan de post die eigenlijk het geld in het laatje moest brengen. Want beste lezer, met vervoer van de post werd de luchtvaart pas echt groot.

Zeker in de jaren na WO1 bedachten ex- oorlogsvliegers dat je met een oude omgebouwde tweedekker dat vervoer van post dwars door Amerika sneller kon doen dan met de treinen van toen. Dus startten tientallen pioniers als zodanig en vlogen dwars door stormen, zomer en winter in hun oude machines de post rond. Ook in Europa werd dit een verdienmodel. Al was het maar omdat veel landen aan deze kant van de Oceanen hun eigen overzeese gebiedsdelen en de inwoners hier en daar sneller het nieuws of soortgelijken wilden overbrengen.

Een beetje schip deed vele weken over de enkele reis trips naar die oorden en een vliegtuig moest dat toch sneller kunnen. Zo was het idee. Zowel de Britten, Fransen, Belgen als Nederlanders openden dus hun eigen postdiensten met die overzeese gebiedsdelen en haalden zo vele weken reistijd van die trips af. Nu was het niet zo dat dit alles vanzelf ging. De meeste toenmalige vliegtuigen waren vaak rudimentair van bouw en techniek en pech of crashes kwamen vaak voor.

De Britten en Fransen geloofden daarbij in het watervliegtuig, de Nederlanders hielden vast aan het landvliegtuig. Fokker bouwde veel van die toenmalige machines en denk maar eens aan de F-XVIII Pelikaan die begin jaren dertig met Kerstmis de bijbehorende post in recordtijd naar ons Indie bracht. De latere DC-2 Uiver nam tijdens de befaamde luchtrace tussen Londen en Melbourne ook de nodige post mee. In het verlengde van die post roerden ook bloemenkwekers uit Aalsmeer zich en lieten dozen vol van hun kleurrijke producten vervoeren door KLM naar verre bestemmingen binnen Europa.

Vracht en post samen het verdienmodel. En voor Aalsmeer de opmaat naar de huidige wereldwijde successen. En dan denk je dat tegenwoordig die post minder van belang is. Nou, de brieven wellicht, maar de pakjesstromen over de hele wereld maken dat er speciale bedrijven zijn ontstaan die er een eigen luchtvloot op na houden die qua aantal vliegtuigen heel wat bekende namen binnen de sector naar de kroon steken. En op diverse vliegvelden hubs inrichtten waar het ene vliegtuig aansluit op het andere waardoor jouw bestelde pakje soms binnen 24 uur vanuit China of Amerika hier bij je thuis wordt afgeleverd.

Wie wel eens op onze vliegvelden te gast is ziet die logistieke stromen en weet dat de luchtvaart ook op dat punt van levensbelang is. Een pakje dat langer dan twee weken onderweg is vinden wij als consumenten al onacceptabel. Zes weken wachten is reden tot cancellen en nog langer reden om het betreffende bedrijf in de ban te doen. Terug naar de scheepvaart? De trein? Nee, dat kan niet meer. En met dank aan die vroegste pioniers zijn er nog steeds grote vliegbedrijven van naam en faam die elke dag zorgen dat onze economie draait zoals het hoort. Willen we dat niet? Dan moeten we weer terug naar de tijden van weleer. De trekschuit en postkoets (zie de parallel..) wachten op je. Alleen met 18 miljoen inwoners i p v 1.6 miljoen zoals vroeger is dit geen optie meer. Dus vliegen moet…ook al trek je nog zo’n zure snoet… (beelden: Archief/Internet)

Over reizen en embargo’s…

Over reizen en embargo’s…

https://youtu.be/gVe0LUKCOnI

En nu ik het toch heb over het volgen van Youtubers, ik heb er nog een die me al een paar jaar bezig houdt. Dit keer gaat het om een Russische vent die mij laat genieten van zijn wekelijkse bijdragen. De man vliegt van hot naar her en heeft als uitgangspunt St.-Petersburg in de huidige Russische federatie. Zijn job maakt het kennelijk nodig dat hij van de ene hoek van dat gigantische land reist naar de andere. Het vliegtuig zijn standaard vervoer, maar waar het niet anders kan (en dat is uitzonderlijk in het land van Poetin) stapt hij op een veerboot of in de trein. Maar hij legt alles zeer gedetailleerd vast op goed digitaal beeld.

Je komt op vliegvelden waar je soms nog nooit van hebt gehoord met niet veel meer dan 1 wekelijkse vliegverbinding als levenslijn met de bewoonde Russische wereld. Hij stapt in obscure ex-Sovjet toestellen van 50-60 jaar oud die nog steeds dienst doen, reist in oude helicopters die oorden ontsluiten die anders echt helemaal afgesloten zijn van de rest van de wereld. Maar hij gaat ook op reis naar landen die niet zo 1.2.3 bereikbaar zijn voor inwoners van dat Russische Rijk sinds de invasie van de Oekraine.

Als een ding bewijst dat de huidige boycots van Rusland niet helpen dan wel deze filmpjes. Onlangs vloog hij met zijn alles registrerende camera naar het Verre Oosten en deed dat via Armenie, Turkmenistan en dan richting Maleisie. Terug via Dubai en Turkije. Die boycots hebben als je goed kijkt ook geen effect op de vulling van de winkels op de diverse luchthavens die de revue passeren. De grote velden bij Moskou of Petersburg zitten vol luxe goederen en die komen ook of vooral van de bekende westerse merken. Ik denk dat er heel wat landen zijn die qua moraal boter op de bol hebben en gewoon spullen leveren en er aan verdienen.

Ook veel westerse vliegtuigtypen in dienst van Russische bedrijven maar eigendom van westerse verhuurders vliegen nog steeds rond. Al is er hier in het westen wel wat kritiek op de staat van onderhoud. Bij deze filmer zie je soms hele rijen westerse toestellen die buiten gebruik zijn gesteld, maar er vliegen nog voldoende Boeings en Airbussen of Embraers rond om alle geplande dienstverlening te garanderen. En de Turken en Arabieren plus Chinezen figureren als vaste klanten op veel filmpjes van deze veelvlieger. Zegt veel over welke landen zich houden aan die boycots.

Onlangs kreeg hij als individu een prestigieuze prijs. Blogger/Vlogger van het jaar in zijn segment. Terecht, want hij is iemand die jou als kijker vooral laat genieten van zijn trips, hij vertelt hoe de service aan boord is, welke vliegtuigen er worden gebruikt, hoe transfers verlopen, wat de kosten zijn en zo meer. En met succes, want zijn account (PoletMeAvtnvideos) kent 177.000 volgers. Dat is niet mis. Maar terecht. Ik volg hem nu ook al een tijdje en ben telkens onder de indruk van dat ruige luchtvaartlandschap in zijn thuisland. In eerste instantie koos hij vaak heel bijzondere bedrijven uit die nog vlogen met oude Antonov’s, Tupolev’s of Yakovlev’s, de keuze daaruit is nu heel schaars geworden. Want net voor die boycots van de westerse landen werden veel van die stoere Russische toestellen opgelegd omdat men vrij toegang had tot de eerder genoemde vliegtuigen uit onze streken. Nu dat veranderd is worden nieuwe Russische vliegtuigen ontworpen en gebouwd waarmee men wederom het eigen vliegverkeer wil uitbouwen mochten de moderne exemplaren uit het westen feitelijk niet meer luchtwaardig zijn bij gebrek aan onderdelen. Al is wel te zien dat men soms die belangrijke onderdelen leent van toestellen die zijn opgelegd. Hoe dan ook, deze Youtuber laat het allemaal feilloos zien en ik raad hem graag aan. Ook als je niet veel op hebt met vliegtuigen. Want ook zijn beschrijvingen van steden, treinen, metro’s of bussen die hij bezoekt of benut zijn de moeite waard. Hij is zelf nooit in beeld. Bescheiden man, grote indrukken. En dat onderscheidt hem… (beelden: PoletMe/archief/internet )

Vliegend stadsvervoer..

Vliegend stadsvervoer..

Het Britse bedrijf Fairey bouwde al vliegtuigen voor de Engelse Luchtmacht in de jaren van WO1 en werd een grote leverancier van toestellen tot en tijdens WO2. Talloos de al dan niet succesvolle ontwerpen en sommigen daarvan in ons huidige ogen best heel innovatief. Na WO2 moest het bedrijf even zien hoe het haar omzet kon veiligstellen en zocht men haar heil in verticaal startende en landende toestellen.

Zo was er de vijfzits Gyrodyne die o.a. was uitgerust met een propeller aan een korte vleugel die de staartrotor verving en werd aangedreven door een Alvis Leonides zuigermotor. Later verbouwde men het uit 1947 stammende prototype zodat de hoofrotor van het toestel werd voorgestuwd door daarin aangebrachte straalmotoren die meedraaiden met die rotor zelf.

Men testte zo het principe voor een veel geavanceerder ontwerp dat in 1957 zou gaan vliegen, de Fairey Rotodyne. Dat toestel was bedoeld om luchtvervoer te bieden aan 40 passagiers over korte afstanden.

Het idee was om met het toestel te vliegen van stad naar stad en in het centrum daarvan te starten en landen. Dat zou de bouw van grote vliegvelden deels kunnen voorkomen volgens de visionaire ontwerpers van het toestel. De Rotodyne had een hoogdekkervleugel waarin twee Napier Eland turbopropmotoren werden ondergebracht die elk 3000pk leverden. Aan de vierbladige hoofdrotor die op een soort torenconstructie boven de romp uitstak monteerde men ramjets en deze aandrijflijn moest het compacte toestel een snelheid van 150-160 km/u geven. Tijdens recordvluchten haalde men er zelfs de 190km/u mee. Terwijl Fairey al droomde over een vergrote versie voor 75 passagiers en men de belangstelling van evt. kopers peilde kwam tijdens profvluchten een enorm nadeel van dit concept aan de oppervlakte. De Rotodyne was extreem luidruchtig. Twee turboprops zijn op zich al niet zo stil maar daarbij nog eens vier krijsende ramjets zorgden voor oorverdovende geluidshinder. Het principe klopte, de uitwerking wat minder. Terwijl het proefvliegprogramma voort ging bleek wel dat dit toestel commercieel geen toekomst zou hebben. Het hele concept van City-to-city vluchten kon ook met de steeds nieuwere en goedkopere helicopters van toen worden ingevuld en de Rototyne verdween van het toneel. Net als Fairey dat het uiteindelijk niet redde. Jammer want had men wel de kans gehad dit concept te perfectioneren had de luchtvaart er wellicht heel anders uitgezien.

Opvallend is wel dat er zelfs schaalmodellen voor de liefhebber zijn verschenen van dit toestel. Dus in sommige collecties wordt de machine op schaal gekoesterd, vaak zonder al te veel kennis over het hoe en wat rond dat echte vliegtuigtype of diens geschiedenis. Gelukkig heb ik jullie daarover even kunnen bijpraten hier.. doe er je voordeel mee….(Beelden: Archief/internet)

Alleskunner…..

Alleskunner…..

Terwijl ik dit blog schrijf faseert de Nederlandse Luchtmacht haar laatste F-16’s uit. Een vliegtuig dat het langer vol heeft gehouden dan vooraf wellicht bedacht en meteen ook een groot compliment voor de ontwerpers. Niet zoals tegenwoordig door sommigen gedacht Lockheed-Martin, maar General Dynamics, het vroegere Convair.

De F16 werd al in de jaren 70 ontworpen en vloog voor het eerst in 1973. Het was een toestel voor alle taken die normaal door diverse militaire toestellen moesten worden uitgevoerd. En de kist werd uitgebreid getest tegen o.a. de tweemotorige Northrop YF-17 waarvan de eenmotorige F-16 het uiteindelijk won.

Zo kwamen er flinke orders binnen van de USAF maar ook van de meeste Europese landen. Een deel van die productie liep via Fokker wat zorgde voor de nodige compensatie voor de bedragen die ook Nederland ging besteden om die F16 in de luchtvloot te krijgen. In 1978 begon de productie, en het toestel bleek wereldwijd een enorme hit. De piloot zat niet rechtop in zijn cockpit onder de grote glazen kap, maar leunde iets achterover. Daarbij had hij geen stuurknuppel meer in zijn hand maar een joystick wat zorgde dat de machine veel nauwkeuriger te vliegen viel.

Bochten nemen met 9g was nu mogelijk en door de half liggende positie van de piloot hield die dat ook nog even vol. De prestaties van de F16 waren zodanig dat de machine ruim 2000km/u snel kon zijn, 1250km ver vloog op een enkele brandstoflading en ruim 15km hoog opereerde. Daarmee was hij op dat moment elke vijandelijke machine de baas. De opwaardering van een krijgsmacht met de super inzetbare machine als deze maakte de slagkracht ook zodanig dat de ‘vijand’ zich wel even bedacht voor deze iets akeligs zou bedenken.

De F16 kon ook als jachtbommenwerper worden benut, als verkenner en was er ook als leskist aangeduid als F16B. Nederland was erg tevreden over de F16 en deed diverse tussentijdse updates om de vloot bij de tijd te houden. Maar door de jaren heen moesten deze straaljagers ook optreden in conflicten en op plekken waar ze extra leden onder de omstandigheden. F16’s deden dus in dienst van de gebruikers ook echte oorlogstaken. Zo vlogen ze boven voormalig Joegoslavie, maar ook op andere plekken waar ze niet voor de gein aanwezig waren maar voor het eggie. Intussen zijn er ruim 10 verschillende uitvoeringen bekend van de F16 en worden ze nog steeds nieuw gebouwd. Tweedehands kisten gaan grif van hand tot hand. Een deel van de Nederlandse vloot vond elders een weg en de route via de Balkan naar Oekraine zal daarbij het meest bekend zijn. Voor dat land is die F16, tweedehands of niet, een enorme stap vooruit bij de bestrijding van de Russische Luchtmacht. Niet voor niets is Poetin boos over de levering. Intussen is bij ons de F35 Joint Strike Fighter de vervanger geworden voor de F16’s. Nog geavanceerder wellicht, krachtiger en tot nog meer in staat. Maar die F16’s gaan we nog missen…. Gelukkig staan er links en rechts wat in musea. En vliegen er nog zoveel in de wereld (bijna 10.000 stuks geleverd) dat ze nog wel wat decennia zichtbaar zullen zijn. (Beelden: archief)

Tussenpaus…..

Tussenpaus…..

Terwijl de Starfighter (zie blog 1404 jl) de snelle jongen werd in onze luchtmacht was er ook behoefte aan de vervanging van oudere toestellen als de F84F Thunderstreak en de Lockheed T33 trainer. Men keek hiervoor naar lichtere en wendbaarder typen dan die Starfighter, maar uiteraard ook naar goedkopere alternatieven. Daarbij werden Amerikaanse voorstellen gesteld tegenover die uit Frankrijk. Omdat we samen met de Belgen onze militaire piloten trainden en die zuiderburen kozen voor de Mirage van hun eigen zuiderburen was de overweging niet zo gek. Maar uiteindelijk kozen de specialisten van de Koninklijke Luchtmacht voor de tweemotorige Northrop F5A Freedom Fighter. Een sterk toestel dat veel taken aan kon en waarvan en een paar duizend werden verkocht en gebruikt door naties in heel de wereld.

In Oktober 1966 koos Nederland er voor om de aangepaste NF-5A te kopen voor het takenpakket dat men voor ogen had bij deze toestellen en daarnaast nog eens een serie van 30 stuks NF-5B tweezitters voor het betere trainingswerk. Bij de NF-5A paste men constructies toe die ook op de doorontwikkelde F5E van Northrop waren te zien. Zo kon de machine veel scherper draaien dan de standaard-versie. De bouw zou plaatsvinden in Canada, maar grote stukken van de romp kwamen van Fokker in Nederland. Eind jaren zestig startte men de opwaardering van de vliegbases waar de NF-5A zou worden ingezet en in 1970 startten de leveringen aan operationale squadrons. De uitvoering van de Nederlandse ‘Freedom Fighters’ zoals de Amerikanen ze noemden was zodanig dat piloten er heel enthousiast over werden en de machine een goede naam opbouwde in onze militaire dienst.

Waren de NF-5’s eerst gecamoufleerd uitgevoerd, in de jaren tachtig kregen de vliegtuigen een grijze beschildering en werden alle kentekens sterk verkleind om zo de zichtbaarheid in de lucht voor de evt. vijand te verkleinen. Een enkel exemplaar werd ingezet als demovliegtuig en kreeg dan juist weer een zeer opvallende rood/wit/blauwe uitmonstering. De NF-5A bleek een goed vliegtuig en werd veelvuldig ingezet bij oefeningen en taken die een Starfighter niet zo goed aankon. Met zijn twee motoren was het ook een veilig toestel en hij kon veel hebben. Uiteindelijk werd de machine afgelost door de General Dynamics F-16 die als opvolger voor zowel de Starfighter als deze lichtgewicht jager zou aantreden. Maar dat duurde nog even… (Beelden: archief/Internet )

Het einde nadert…

Het einde nadert…

Toen ik onlangs hoorde dat de Dutch Dakota Association (DDA) moet stoppen met vliegen in haar vrij unieke laatste DC3/C47 Dakota werd het me toch even te veel. Met tranen (nou ja..niet overdrijven..) in de ogen las ik hoe men door allerlei tegenwerkingen binnen de overheid en de hoge kosten van de benodigde brandstof in combinatie met het gebrek aan sponsoren gedwongen wordt deze unieke machine aan de grond te houden.

Nog los van de geschiedenis van deze organisatie waarbij ik rond de oprichting en eerste sponsoring nog eens aan de basis stond, is er die van het vliegtuigtype dat een van de belangrijkste is gebleken uit de historie van de wereldluchtvaart. De intussen zo’n 90 jaar oude verkeersmachine was al voor de Tweede W.O in gebruik bij KLM. Maar beleefde zijn absolute hoogtepunt tijdens die wereldoorlog. Omgebouwd tot transportkist met een versterkte laadvloer, krachtiger motoren en een grote vrachtdeur werd het de standaard vervoerder van lading, munitie, parachutisten en zo meer. Bijna 12.000 exemplaren werden er van gebouwd.

De meeste in de VS, maar ook een flink aantal in de Sovjet Unie (daar heette hij LI2/PS84) en een wat kleiner aantal in Japan. Na de oorlog kwamen veel van die Dakota’s (naam danken we aan de Britten..in de VS heette de machine Skytrain) op de tweedehands markt terecht. En namen zowat alle oude en nieuwe luchtvaartbedrijven Dakota’s in dienst. Daaronder in ons land KLM, Martin’s Air Charter, Schreiner Airways en Moormanair om er maar een paar te noemen. Dakota’s vlogen met passagiers rond in de wereld, maar vervoerden daarnaast vooral vracht. O.a. tijdens de Berlijnse Luchtbrug (*zie blog 8-2-23). Het aantal van deze befaamde vliegtuigen nam wel jaarlijks af.

Maar er waren plekken in de wereld waar men de Dakota niet kon missen en ook de vervangers niet betalen. Daar vliegen er nog steeds een paar rond onder slechte omstandigheden, maar met een kist gereedschap en wat tweedehands onderdelen (..) houdt men de kisten vliegend. Maar er worden ook Dakota’s omgebouwd. Dan krijgen ze moderne turbopropmotoren, soms een wat verlengde romp en dan weer als nieuw verkocht.

De Dakota van de DDA is een befaamde machine. Ooit was het een toestel uit de vloot van onze regering, maar met name voor het Koninklijk Huis. De registratie PH-PBA verwijst daar naar. Toen dat zelfde koningshuis overstapte in een modernere Fokker Friendship werd de Dakota onderdeel van de vloot van de Rijksluchtvaartdienst en bleef actief tot in 1975. Daarna werd de machine met zijn weinige vlieguren (net 10.000) jarenlang roemloos geparkeerd naast het Aviodome luchtvaartmuseum op Schiphol. Vele jaren later kreeg de bijzondere kist een tweede kans. Hij werd opgepikt door de DDA en totaal gerestaureerd.

Met vleugels van een andere Dakota (de originele vertoonden roestvorming) en na grondige renovatie van motoren en cockpit kwam de machine in gebruik voor clubleden. Want na de crash met de oer-Dakota van de DDA, de PH-DDA, nam de PBA het stokje over om met die leden overal en nergens heen te vliegen waar men de blik op en geluiden van een Dakota naar waarde kon schatten. Dat deden toen ook de nodige sponsoren nog. Waaronder KLM, dat lang zorgde dat die Dakota in oude KLM kleuren kon rondvliegen. Maar ja, KLM is onderdeel van Air France, andere directie, minder met de Nederlandse historie en zo, daarna supermarktketen Jumbo, maar ook dat bedrijf draaide onlangs alle sponsoring terug. En zo eindigt het avontuur van de DDA in een matige finish. Het vliegtuig moet volgens ooit opgesteld contract bewaard blijven in en voor Nederland. Maar het is dood- en doodzonde als dat inactief zou moeten gebeuren. Een vliegtuig is een prachtig ding, en dit exemplaar heel uniek. We gaan zien waar het heen gaat. Maar ik vrees toch met enige vreze dat dit niet goed af gaat lopen… (Beelden: Yellowbird archief)