Lenig van lichaam en geest…

Lenig zijn. Zal vast aan de jeugd liggen. Sommigen kunnen hun benen b.w.v.s. in hun nek leggen of zo het circus in. Ik kan het niet, kon het als jong mens ook al niet. Ik was al blij als ik op school tijdens gymlessen een zwaantje aan de hangende ringen niet met een dwarslaesie afsloot. Ik kan daarentegen goed lopen en zo meer, altijd gekund. Fietsen gaat me ook redelijk wel af. Maar allerlei wonderlijke toeren uithalen waardoor je trucjes kunt laten zien die anderen tot grote verbazing brengen zijn mij niet gegeven. En als je een paar jaar ouder bent geworden dan het 20e levensjaar moet ik me zorgen maken. Althans als ik het www bekijk. Daar zie je dan 50-plussers hun best doen om allerlei Olympische oefeningen nog steeds te beheersen. Los van het feit dat ik de behoefte niet voel, ik zie er het nut ook niet van in. Beweeg gewoon, doe normaal, loop en fiets, maar ga niet proberen om dat zwaantje van je jeugd opnieuw tot leven te wekken. Gaat je niet lukken en de kans dat je iets verrekt, scheurt of breekt met alle gevolgen van dien is groot.

Geldt ook voor al dat ge-ren. Ik woon in een omgeving waar je veel mensen uit de stad pogingen ziet doen om hun eigen record te breken op de korte of lange afstand. De een loopt als een atleet of gazelle, naar gelang het geslacht, de andere beweegt zich voort als een tweepotige olifant en oogt alsof het einde van het leven al lopend al bereikt is. Leg mij maar uit dat dit verstandig of goed voor de gezondheid is. Ik geloof er niet in. Kijk, stevig wandelen, dat snap ik nog wel. Als ik mijn goede bui heb lopen we tussen de 12-20km en komen dan vermoeid thuis maar zijn binnen een uurtje weer helemaal fit. De treden van trappen in de metro van onze stad beklim ik met twee tegelijk en hijg nauwelijks als ik boven kom. Lenig? Zal wel. Maar ook oefening die kunst baart of zo. Het enige dat echt lenig lijkt is mijn geest. Die beweegt alle kanten op en vooral als ik weer eens inspiratie voel vloeit alles met gemak uit mijn toetsenbord of pen. Zonder problemen en als ik dan bezig bent gaat het achter mekaar door. Dus dat zwaantje doe ik dan wel spiritueel, oraal of gewoon omdat het gezellig is. Kan van al die semi-acrobaten niet worden gezegd toch? Of kennen jullie mensen die nog steeds zo het circus in kunnen op hun 40/50/60/70e? Geef even door dan. Want ik leer ook elke dag graag. Vanwege die oefening die kunst baart en zo…(beelden: internet)

Over Wifi en een regendouche…

Ik weet nog goed dat wij vroeger als we een reisje maakten altijd letten op de luxe van een hotel. Mijn moeder was van die dingen. Thuis werd er een jaar lang gesappeld voor een redelijk inkomen en als ze dan een paar dagen vrij was moest er iets van luxe zweven rond die vakanties. Meestal in het Limburgse land waar ze zo gek op was en waarmee ze ons, als kinderen, ook besmette. Maar dat gold ook voor de hotels. Er moest een goede kamer zijn, met een bad faciliteit die beter was dan thuis, een restaurant dat in staat was een paar meer dan acceptabele maaltijden te verzorgen waarbij het ontbijt een feest moest zijn. Toen ik zelf op een leeftijd kwam dat ik reisjes ging maken was de vereiste voor de logeerplek min of meer gelijk. En nog steeds! Ik ben niet van de magere armoede. Een kamer moet ruim zijn, schoon, voldoen aan de laatste criteria en er moet als het even kan een bad in zitten.

Tv is leuk en als er ook nog iets van uitzicht bij zit vind ik dat wel een plus. Dat er een ontbijt wordt geserveerd dat je als overdadig mag beschouwen is een normale verwachting. Ik betaal ervoor dus wil dat dan ook geserveerd krijgen. Toch iets dat in de genen is meegegeven. Nieuw op het verlanglijstje, gratis en goede Wifi op de kamer of tenminste in het hotel. We maakten een paar maal mee in de afgelopen jaren dat die Wifi lastig te vinden was of tegen betaling voor een beperkt aantal MB’s. Een afrader van jewelste. Kom ik echt niet meer terug. En ik ben niet de enige zo blijkt uit een recent onderzoek door het vakblad ‘Zakenreis’. Welke voorzieningen wilt u op uw kamer zien was de vraag en het antwoord verbaasde me niet.

Veilig Wifi staat helemaal bovenaan bij 70% van alle reizigers en dan ook nog een van de beveiligde soort. Dat geeft wel aan dat de moderne reiziger heel anders onderweg is dan de vroegere. Daarnaast wil men ook een comfortabel bed (80%), een goed uitzicht telt ook mee. Dat een kwart van al die deelnemers aan het onderzoek een regendouche wil snap ik nog wel. Het laatste hotel dat wij benutten, afgelopen maart, had zo’n ding en ik moet zeggen, zalig! Als er dan geen bad is, dan liefst wel zo’n douche die zorgt voor een groot comfortgevoel. Onze eisen veranderen, hotels passen zich aan. Zelfs budgetketens als Fletcher doen aan upgrading. Die ervaring met zo’n hotel van die keten in Limburg ruil ik graag in voor een veel betere in het Brabantse land, waar bleek dat men bij Fletcher goed snapt hoe de eisen zijn veranderd. Comfort is alles en daar behoort dat Wifi gebruik net zo bij als een goede badkamer met alle luxe. Al was het maar omdat we thuis ook zo verwend zijn geraakt. Al moet ik dat bad nog eens bouwen. Met ingebouwde Wifi wellicht….

De K van Kopen….

Ik ken sommige mensen die zijn zonder enige twijfel koopverslaafd. Ze kopen om het kopen, niet omdat ze iets echt nodig hebben. Dat is overigens iets wat anderen weer een gruwel is. Die beschreef ik al eens onder de G van Gierig. Maar die kooplustigen zijn precies het tegenovergestelde. Geld moet rollen en het genoegen van iets nieuws scoren is gelijkwaardig aan andere vormen van genot. Helaas duurt dat koopgenot vaak kort. Dat delen overigens al die genotsvormen met elkaar. Kijk maar eens naar een moment in je leven dat je echt naar iets verlangde. Je wilt het heel graag, je spaart of regelt op een of andere wijze dat je aan dat geliefde object kunt komen. Bezit je het dan, neemt het genoegen evenredig snel af. Handig om te weten en zeker reden genoeg om er dan geen leningen voor af te sluiten. Want schuld maken om iets te kopen wat eigenlijk buiten je bereik is, duurt qua gevolg vaak heel wat langer en zorgt ook voor allerlei vervelende bijverschijnselen.

Zo zijn die gratis (..) telefoons bij diverse aanbieders zelden gratis, integendeel, je financiert in feite het gebruik en blijkt achteraf bezien vaak datzelfde toestel dik te hebben betaald. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is het dat vaak ook. Ben ik zelf vrij van die gevoelens rond de ‘heb’? Nee hoor. Ook ik ken dat gevoel van verlangen naar…, al ben ik dan meer een spaarder en zeker geen lener. Soms kan ik echt uitkijken naar een nieuwe aanvulling op mijn collectie. Groot is de opwinding vooraf, of het nu een boek, model of wat ook betreft. Ik lees alles vooraf over het begeerde object, kijk nog eens en bestel of koop het dan als het beschikbaar blijkt. Bij ontvangst is de opwinding nog steeds groot. Maar ook ik ontdek dat na een tijdje dat nieuwe en opwindende er af is. Het wordt wel een zeer gewaardeerd onderdeel van de totale collectie.

Een paar jaar verder weet je hooguit nog hoe zeer je naar de aanschaf of het bezit verlangde. Maar die opwinding is weg. En dat geldt feitelijk voor alles waar wij mensen mee te maken krijgen. Misschien met uitzondering van levende have of partners. Omdat die meestal investeren in hun relatie met jou en jij omgekeerd met hen blijft dat als het goed is nog een soort van leuk en opwindend. Maar bij spullen is dat toch anders. Kijk maar eens naar jouw eigen leven en de spullen die je ooit zo zeer begeerde dat je er bij wijze van spreken ‘alles voor over had om het te kunnen kopen’. En wie me niet geloven wil. De Kringloopwinkels, matjes op rommelmarkten, Marktplaats.NL etc staan helemaal vol met spullen die ooit met die zelfde opwinding en lust werden aangeschaft. En waar mensen toch op enig moment tegen elk aannemelijk bod of zelfs gratis vanaf willen. Dat laatste vind ik nog steeds lastig. Ik hecht nogal aan die zaken en heb bij elk object wel een verhaal. En die laatste verstrek ik meestal gratis. Die hoef je dus niet te kopen. Zie maar naar dit blogje….

De J van Jeugd

Weet je wat zo mooi is als je jong bent? Dat je nog glanst van schoonheid, dat je geest nog niet zo vervuild is met ervaringen die niet meteen behoren tot de meest positieve en dat je nog gelooft in een betere wereld dan de leefomgeving waar je zelf nu in verkeert. Altijd als ik met jongere mensen omga zie ik datzelfde. Je ziet dan ook het verlangen, de passie, de leergierigheid. Ook het eigenwijze wat kenmerkend is voor jeugdigen, naast hun gevoel voor alles onkwetsbaar te zijn. Op de leeftijd der wijzen aangekomen weet je dat veel relatief is, dat lief en leed leuk is in theorie, vaak wat minder in de praktijk, dat de glans vanzelf verdwijnt en de zwaartekracht op enige leeftijd zijn tol eist. Hoe fijn als je dan kunt omkijken naar een leven waarin vooral geluk jouw deel was en je genoot van dat wat de jeugd ons allen per definitie biedt. Of je daar dan gebruik van hebt gemaakt is meer je eigen ding of verantwoordelijkheid dan dat van anderen.

Het hangt wat af van het nest (..) waar je uit gekomen bent natuurlijk. De ene mens krijgt veel meer kansen dan de andere. Kwartjes zijn en blijven is eenvoudiger dan van een dubbeltje de waarde 2,5 keer laten stijgen. Wie in een bepaalde kring rond hobbelt komt al snel een menstype tegen dat ongeveer gelijkwaardig is. Daarmee valt vaak een goed partnerschap rond te maken. De glans en de passie worden gedeeld, ook al moet je dan als paar hard werken voor de luxe die hoort bij het geluk. Pas als je een dubbeltje blijft en veel windvanen op jouw pad helaas jouw richting op wijzen wordt het ingewikkeld.

Dan ontwikkel je een volwassen leven dat tegenvallers kent, lichamelijke ongemakken, een partner met een zelfde lastige achtergrond waardoor je al snel blijft steken in het moeras van drank, ongezondheid of armoede. Stigmatiserend voor jezelf of je nakomelingen. Je gunt het niemand, maar er zijn er best wel te vinden die van hun jeugd weinig tot niets weten te bakken. Mensen die niet uit hun pubertijd ontwaken, die denken dat het geluk vooral moet worden langs gebracht en niet hoeft te worden opgezocht of bevochten. Die denken dat liefde iets is dat bij de Action in het goedkope vak ligt naast de tandpasta. Nee, helaas, dat is niet zo. Die jeugdige glans moet je zelf oppoetsen, bewerken, onderhouden, en uitbouwen. Voor je het weet is die glans er af en moet je constateren dat je die ene kans op dat jolige jong zijn hebt verprutst. Een tegenslag ligt zo op je pad en de gevolgen voor je latere leeftijd merkbaar aanwezig.

Als ik dus rond kijk naar al die jongelui hoop ik dat het hen allen goed zal gaan. Dat ze later ook mooi oud en wijs worden, en hun weg in geluk en liefde zullen vinden. Geen idee hoe de kansen daarop liggen in de huidige tijd. Je hebt een voordeel, het aantal mensen dat echt als dubbeltje geboren wordt daalt, de kwartjes zijn in de meerderheid, waardoor je straks anders dan wat wij vaak meemaakten in onze generaties, geen excuus meer hebt dat relateert aan opvoeding of zoiets, behorende bij je afkomst. Kijk in de spiegel, poets op wat extra moet glanzen en geniet. Ieder mens is mooi, jonge mensen nog eens extra! Fletsheid hoort  bij ouderen met een frustratie. Zorg tenminste dat je niet zo wordt….Het leven is veel te leuk! Maar kijk wel om je heen en niet alleen naar jezelf. Hoe glanzend dat zelfbeeld ook is.  (Beelden: Internet)

De H van Hoogwater..

Bij deze kop zal menig lezer(es) letterlijk denken aan hoogwater veroorzaakt door het veranderende klimaat of doordat plotsklaps een of andere dijk het begeeft. Ik erken meteen dat die dubbele betekenis ook mij niet is ontgaan, maar ik wil het toch graag hebben over iets anders. De lengte van broekspijpen. Bij mannen. Hoogwater als in, dat je ziet dat een broek feitelijk te kort is. Dat zie je in het dagelijks leven nog weleens. Een enkele keer omdat iemand als Jort Kelder ons wil doen geloven dat dit een soort dandy-mode is, maar vaak ook omdat mannen ook nog nogal eens te weinig letten op details. Zo is een te korte broekspijp in combinatie met even te korte sokken in sommige culturen een bewijs van disrespect voor de omgeving. In de VS wordt je in het zakenleven geacht sokken te vervangen door kousen die niet afgezakt raken en bijna tot je knie reiken. En dat je een broek aantrekt die netjes in de plooi verkeert en stevig op de schoenen rust. Nu ook weer niet zo dat er 10 centimeter ongebruikte stof ligt te kreukelen op die schoenen, maar wel zodanig dat er contact is tussen broek en schoen.

Nou, hoor ik lezers denken, dat is toch geen probleem? Nou nee, niet als je maatkleding bestelt en aangeeft wat je wilt. Kost iets, maar dan heb je ook wat. Bij confectie, 85% van ons mensen koopt dat, ligt dat toch een stuk anders. De ene lengte is de andere niet. en dan heb ik het niet over bewuste en vooral in de zomer gebruikte driekwartbroeken of zo hoor. Neem nou mijzelf als lijdend voorwerp. Onlangs weer meegemaakt. Uitverkoop bij een keten die niet al te goedkope dames- en herenkleding op de markt brengt. Een donkere jeansbroek zou me passen en ook een bruine gezien de vele jasjes in die kleur waarmee ik de boel dan kon laten combineren. De donkerblauwe had maat 34/34. In mijn geval meestal aantrekken en direct goed zitten. Niets meer aan doen. Ging op voor de donkerblauwe. Opgelucht, wij mannen zijn niet zo van de pashokjes, trok ik de blauwe uit en pakte de bruine. Zelfde merk, zelfde winkel, zelfde maat. En wat bleek, de broek hield op de schoen ik denk 20cm over. Zelfs het omhoog trekken tot voorbij de navel zorgde nog steeds voor te veel stof. Die werd het niet, het waarom is duidelijk, maar niet het antwoord waarom die broeken zo enorm in lengte verschilden.

Omgekeerd is het me ook weleens overkomen. Bij een bekende Duitse winkelketen die ook hier al jaren actief is. 34/34? Hij hing er.  Ik trok hem aan en vond dat hij prima zat. Tot ik thuis met die broek aan ontdekte dat de pijpen eigenlijk te kort waren. De boel trok op zodat een deel van mijn enkel en blote kuit in beeld kwam. Rara hoe kon dat. Gelukkig had mijn polderzus een of andere slimme naaimachien en wilde die de boel wel even ‘uitleggen’. Ik zat er in mijn strakke zwarte boxer naast en naar te kijken. Nu is ook die broek weer op orde. Geen Hoog Water meer. Maar het kan verkeren in modeland. Zeker als mannen ook nog eens witte sokken dragen. Pfff.. Hoe zijn jullie ervaringen op dit gebied??? Ik ben er echt benieuwd naar. En zijn er nog meer betekenissen voor dat begrip Hoog Water? Heb ik iets gemist? (Beelden: Internet en auteur)

De G van Gierigheid…

Gretigheid, gulheid, gezelligheid, allemaal termen die passen bij de letter G van het door mij al een paar blogjes geleden opgevoerde ABC van onderwerpen. Maar ik wilde het hier meer hebben over de G van Gierigheid. Dat is een eigenschap die ik wel eens om mee heen zie. Bij mensen die het eigenlijk best kunnen missen maar toch de indruk maken dat ze het geld niet gemakkelijk uit de binnenzak trekken als het gaat om de aanschaf van zaken die zij als vluchtig beschouwen. Gierigheid is iets dat past bij mensen die heel lang kunnen doen met wat ze bezitten. Die niets geven om verandering van mode of trend. Die het geld een ander niet gunnen en ook menen dat bezit meegenomen kan worden naar die plek waar wij allemaal zullen eindigen. De mier in optima forma in een wereld die tegenwoordig in hun ogen wordt bevolkt door hele krekelvolkeren. Gierigheid is ook goed te combineren met het benutten van de bronnen die anderen kennelijk bezitten en waarmee zij rijkelijk om zich heen strooien.

Bij de ander eten, meerijden, roken, snoepen, of zelfs nog wat grotere zaken, zorgen voor verminderde uitgaven bij hen die het geld het liefst in een grote kist in de tuin zouden begraven. Het zit in de genen vaak, kinderen krijgen dat mee in de opvoeding. Ledigheid is des duivels oorkussen en zo. En dus zie je dan bankstellen en stoelen die zonder overdrijven een leven lang meegaan. Waar anderen, ik denk ook aan mijzelf, gemiddeld om de tien jaar zo’n zithoek vervangen. Hoe onverslijtbaar ook. Je wilt wel eens iets anders. Ik heb ooit een collega gekend die zo leefde. Hij reed in een oude Saab, die nooit werd gewassen en waar bijvoorbeeld de ruitenwissers niet werden vervangen maar voorzien van plakband als het rubber de metalen houders verlieten. Hij had een regenjas aan die echt kon dienen als bron voor de lokale gaarkeuken en zijn pak werd nooit maar dan ook nooit gestoomd.

Een zeldzaam portret. Afkomstig uit een goede buut in het Gooi, afgestudeerd, slim en in staat om in het buitenland carriere te maken. Indertijd maakte hij gebruik van de mensen om hem heen zoals ik dat hiervoor omschreef. Alles werd ‘gebietst’ en hij werd om dat gedrag vaak beschimpt of uitgescholden. Met een minzame glimlach onderging hij de behandeling. Zijn tijd zou nog wel komen. Jaren later kwam ik hem bij toeval weer eens tegen. Tijdens de AutoRAI waar ik mijn merk stond te vertegenwoordigen. Ik kon hem op afstand herkennen. Zelfde pak, dito jas, (te duur om die jas op te bergen in de garderobe..) maar wel met een bijster fraaie dame aan zijn zijde. Hij woonde en werkte nu in Zwitserland. Had het naar de zin. En vroeg brutaal of wij nog woonden waar we hem indertijd wel eens hadden ontvangen. Dat was niet meer het geval en ik hield de nieuwe locatie maar even buiten het gesprek. Voor je het weet stond hij weer voor de deur…. Later belde hij me heel vaak op. Wilde graag nog eens langs komen voor de koffie en even bijkletsen. Ik hield de boot af. Ik ben niet gierig, vrijgevig zelfs, maar heb niets mee mee/uitvreters. Mag dat? Is dat netjes? In geval van echte gierigaards vast wel.

In elkaar slaan….

thuisgeweld-3Weet je wat ik nooit goed snap? Dat mensen die met elkaar door het leven gaan als partners in dat samenleven mekaar psychisch of fysiek pijn doen. Echt slaan, pijnigen, waarbij een van de twee er vaker bekaaid af komt dan de ander. Een man is natuurlijk in de meeste gevallen de dader. Een enkele keer is er een bazige vrouw die graag ‘uitdeelt’. Toch een toonbeeld van zwakte. Want elk dispuut, elk conflict, elk verschil van mening of inzicht moet uit te praten zijn. Of desnoods uitgezwegen. Maar je slaat nooit! Ik kom uit een periode waarin slaan nog een meer normale praktijk was. Ouders gaven hun kinderen nog fikse pakken slaag, de leraren op school waren ook niet te beroerd om aanvullend ook uit te delen. Het werd gezien als disciplinair gedrag. Als extra ondersteuning voor de opvoeding. Ik maakte het gek genoeg thuis zelden of nooit mee, maar op school des te meer. Niet zelf hoor, ik was vermoedelijk te ‘populair’, zie een van de vorige blogs over dat onderwerp maar….

thuisgeweld-2Maar op de toenmalige katholieke scholen waren lijfstraffen heel normaal. Klappen met de blote hand, een liniaal of zelfs een aanwijsstok….het was gewoon! Maar thuis slaan was toch meer iets voor mannen die teveel dronken en vrouwen die als viswijven te keer konden gaan en hun mannen het leven zuur maakten met hun geklaag, gezeur en allerlei verwijten. In de buurt waar ik opgroeide wilde het weleens tot een handgemeen komen. Veel werd dan met de mantel der liefde bedekt, hoewel die mantel natuurlijk besmeurd raakte met heel wat verdriet. In de moderne tijd zijn mannen en vrouwen in de meeste gevallen min of meer elkaars gelijken. Het onevenwicht van toen is verdwenen. Zou je denken. Het blijkt echter dat er in sommige groepen nog steeds heel wat wordt afgevochten tussen partners. Je snapt dat niet. Ik ben zelf een prater, een discussie ga ik zeker niet uit de weg, maar tot slaan of ander fysiek geweld komt het niet zo gauw.

thuisgeweld-1Omdat je onder je eventuele (loeiende)boosheid toch altijd dat gevoel van respect en liefde voor elkaar hebt waardoor de rem er altijd op tijd op kan worden gezet. Waar dat niet lukt betreur ik de slachtoffers. En dan heb ik het nog slechts over de situaties waarin het geweld eenmalig of zo is. En niet structureel. Als dat laatste het geval is of wordt lijkt mij vertrek van slachtoffer en/of dader het meest logisch. Scheiding de volgende stap. Niemand hoeft zich te laten aftuigen. Of je moet vanuit je persoonlijke seksuele interesse houden van een pak slaag op zijn tijd. Zelfs dat is niet zo mijn ding. Ik ben er te veel een dominant ventje voor. Maar zelfs dan zou ik vermoedelijk aan ander niet echt pijn kunnen doen. Dan is er toch weer dat watje dat de kop op steekt. En gek genoeg ben ik daar nog trots op ook. Omdat geweld t.o.v. de partner in mijn besef gewoon een zwaktebod is. Niet van het slachtoffer, maar van de dader.

Popi cijfers…

populair-1Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.

populair-2De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt.   Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.

loser-at-13Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.

63-jaar-oude-dame-die-er-nog-goed-uit-zietHet heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)

Gerommel op internet…

aircargo-distri-hkgNiets zo gemakkelijk als bestellen per internet. Zo wordt mij telkens verteld door vaak jongeren die daar de hele dag mee bezig zijn. Men Markplaatst, Bol.comt, of Amazont wat af in dit land. De omzetten van die tenten groeit de pan uit. Niet dat ik er geen ervaring mee heb hoor. Ook ik viel voor de verleiding van het internetkopen. In veel gevallen naar grote tevredenheid. Een nieuwe tv, een wasmachine, maar zeker ook boeken en modellen kwamen deze kant op. Opvallend was wel dat de keer dat ik vrijwel gelijktijdig iets kocht in Duitsland en ook in ons land, de beide organisaties totaal verschillend hun logistieke systeem aan mij voorlegden. Bij de Duitsers kreeg ik van stap tot stap een berichtje. Ik wist bij wijze van spreken dat de pakjescoureur die mijn bestelling deze kant op zou brengen bij de lokale Mac even een broodje stond te eten. Maar stipt op tijd, binnen twee dagen, was het pakje bij me binnen. Prachtig verpakt, niets op aan te merken. Het Nederlandse pakketje bevatte ook een cadeautje.

pannenset‘Vandaag besteld, voor de feestdagen in huis’, was de claim. Omdat ik een cadeautje voor vrouwlief had gevonden dat echt net uit was en zij graag wilde hebben, besloot ik die stap te zetten. We hadden tenslotte nog vijf dagen te gaan. Alles was op voorraad volgens de internetaanbieder, dus ook dat kon geen problemen geven. Tot ik had besteld. Het eerste bericht wat ik kreeg was dat men twee van de artikelen niet op voorraad had. Ging even duren. Maar men deed zijn best om voor de feestdagen…… Nou…dat lukte dus niet. Het pakje kwam na de feestdagen binnen. Jammer, maar helaas. OK, kan gebeuren. Een jaar later bij dezelfde organisatie, een van de grootste van ons land, nog maar eens geprobeerd. Paar modellen, die men naar eigen opgave op voorraad had. Opnieuw volgens procedure besteld, alles klaar.

calculatingEn ja hoor, weer twee items niet op voorraad. Het eerste item, wat men wel had, was er binnen een dag. De rest liet 8 dagen op zich wachten. En die rest zou volgens opgave op de leverdatum voor halfzes ’s-middags worden afgeleverd. Ook dat lukte niet, de chauffeur kwam om halfnegen in de avond. Tja, daar moet ik dan enthousiast over worden. Het doel heiligt de middelen, maar ik ga toch maar eens kijken of mijn Duitse vrienden het voortaan wel goed voor elkaar brengen. Internet moet echt op kunnen tegen fysieke winkels. Wat er niet is mag je niet verkopen. Dan weet ik dat. Maar me pas informeren als de order binnen is blijft me storen. Nou ja, u snapt me wel. Er moet nog wat worden geoefend. Of bestel ik nu net de verkeerde artikelen? Kan hoor, want ik hoor ook vaak dat andere mensen hun hele hebben en houden op Marktplaats verhandelen waar ik in de afgelopen drie jaar geen enkel artikel voor een redelijke prijs kon verkopen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Loopkunsten

leo-schaduw-voor-kruidvat-weesp-wp_004695Mensen onderscheiden zich van de gemiddelde hond, aap, kat of mier door een paar extra vermogens die maken dat wij ons zelf als superieure wezens in de ‘schepping’ of evolutie beschouwen. Zo denken wij (in veel gevallen) na over wat we doen, maken muziek, bouwen hele steden of landen, voeren oorlogen en zijn in veel gevallen tevreden met slechts een enkele partner. Maar wat ons ook onderscheidt van de dieren om ons heen, wij kunnen lopen. Op twee benen wel te verstaan. Een kind wordt al beoordeeld op het vermogen zo snel mogelijk op die twee pootjes te kunnen rond hobbelen en als het wat groter en halfvolwassen is op denkbeeldige exemplaren zelfstandig het leven in te gaan. Dat lopen lijkt dus vanzelfsprekend maar is het bepaald niet. Om te zien hoe bijzonder dat vermogen is moet je eens op een terrasje gaan zitten kijken naar wat er zoal voorbijloopt. En dan vooral naar het hoe!

wp_000084Elk mens heeft zijn eigen stijl. Je ziet schuifelaars, wijdbeners, x-beners, heupwiegers, mensen met een kromme rug, anderen met een rechte en de nodige zwaaiende armen. Er lopen er tussen met een vorm van chimpanseegedrag, armen wijd en een soort opvanghouding voor alles wat om hen heen beweegt. Mensen hobbelen, hinken, rennen of wat voor vorm van voortbeweging je ook maar wilt bedenken. Het is het gevolg van de evolutie. Want wij stammen allemaal af van een naakte aap of oermens die op handen en voeten liepen. We klommen in bomen, we deden allerlei zaken die we nu als primitief beschouwen. En de vrouwtjes showden met dat wat hun mannetjes kon aantrekken. De billen en later borsten, showen, pronken, dus aantrekken maar. Wie nu in het rond kijkt ziet dat gedrag nog steeds. De billen worden geaccentueerd door de vrouwtjesmensen die op zoek zijn naar erkenning, de borsten pront vooruit, de lipjes getuit. Kleding daarop aangepast.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar het grootste wonder blijft toch dat wij mensen op die twee benen rondlopen. Best een kunstje en als je er lang naar kijkt soms gênant. Als je ziet dat er exemplaren tussen zitten die dat lopen min of meer bij toeval hebben geleerd en niet verfijnd. Waar de schoenzolen telkens snel versleten zijn omdat ze de voeten verkeerd neer zetten. Of waar de gewrichten door overbelasting stuk gaan en op termijn aan vervanging toe. Lopende mensen, het blijft bijzonder. En toch is het onderdeel van de evolutie. Waarin geleerden theorie na theorie bedachten waaruit zou moeten blijken dat wij mensen voortkomen uit een dolfijnensoort die ooit in de oersoep die de Aarde bedekte lekker rond robberde, en met elke tegenvoeter van het andere geslacht de voortplanting regelde. Tot we uit het water kwamen en gingen kruipen en later lopen. Toen werd het pas echt saai in de wereld. Behalve voor hen die op dat terras zitten en observeren. Die hebben de grootste lol. Nou ja, tot we zelf weer in de benen komen natuurlijk. (Beelden: Archief)