
En dan heb ik het niet over Zweedse auto’s met die merknaam die vooral bij doktoren en juristen een magische klang bezaten. Nee, ik heb het over een straaljager die met een meer dan indrukwekkend uiterlijk en zeer goede prestaties normen stelde die bij andere ontwerpen maar lastig waren in te vullen. Saab was(is) van oorsprong een vliegtuigbouwer en was al voor en zeker tijdens de Tweede W O actief. Omdat Zweden een neutraal land was (tegenwoordig onderdeel van de NATO) bouwde men een sterke defensie macht op aan die grenzen die dat nodig hadden en voor haar luchtverdediging viel men vrijwel zonder enige twijfel of onderbreking terug op alles wat het eigen Saab op dit gebied ontwikkelde.

De Viggen was daarvan een voorbeeld. Het toestel met zijn dubbele deltavleugels en Volvo Flygmotor turbofan maakte veel indruk omdat het allerlei kwaliteiten bezat die concurrenten indertijd niet konden bieden. Zo kon de Viggen na de landing afremmen op zijn eigen straalmotor via een omdraaisysteem dat je ook vaak op burgervliegtuigen treft. Het onderstel was ingericht op gebruikmaking van onregelmatige terreinen of snelwegen, wat in de praktijk ook vaak is geoefend door de Zweden.

De Viggen vloog voor het eerst in 1965 en paste in een rijtje soortgenoten uit andere landen waarvoor ook binnen de NATO belangstelling bestond omdat men indertijd studeerde op een vliegtuig dat zo’n beetje alle taken kon overnemen van voorgaande en toen nog actuele straalvliegtuigen die moesten worden vervangen in de jaren 70. Ook in Nederland kwam de Saab op het verlanglijstje van de Luchtmacht te staan, en werd ook uitgebreid onderzocht en getest. Uiteindelijk koos men na jaren nadenken en testen voor de General Dynamics F16 en eindigde de Saab op de tweede plaats. De Zweden zelf bestelden er zelf wel allerlei versies van die jarenlang dienst deden tot ook zij werden vervangen door een nog modernere straaljager (Gripen), die wederom bij Saab was ontwikkeld. Aardig is ook dat het ooit zo actieve Aviodrome luchtvaartmuseum op Lelystad na wat onderhandelingen een fraaie Viggen cadeau kreeg van de Zweedse Luchtmacht.

Dat toestel werd naar Lelystad overgevlogen en daar als museumstuk opgesteld. Past nu mooi in hun expositie over straaljagers en de ontwikkeling daarvan. Wie dus een echte Viggen wil aanschouwen moet daarvoor dat museum maar eens bezoeken. Is uberhaupt de moeite meer dan waard. En ik ben blij dat ik tijdens diverse luchtvaartshows en exposities die Viggen ook vliegend heb mogen aanschouwen. Zowel op de grond als in de lucht een imponerend ding. Een machine die bewees/wijst dat Saab in Zweden een behoorlijke naam en faam heeft opgebouwd ook al wilde dat met die personenwagens dan niet zo lukken… (beelden: Archief)




























Als het gaat om de smaak van automobilisten in ons land, laten we wel zijn, die wordt maar voor een deel bepaald door de particulier, zeker ook door leaserijders, blijkt dat men gek is op Made in Germany. Niet onterecht natuurlijk. Want de meeste merken die daaronder vallen zitten op veel terreinen op de eerste rij qua kwaliteit, comfort, luxe en veiligheid. We zijn er gek op, en dit al jaren. Van alle verkochte nieuwe auto’s in ons land was vorig jaar 37% Duits. Mercedes, Audi, BMW, Volkswagen, Opel, we zijn er gek op. En dat was eigenlijk al vrij snel na de oorlog zo. Want die Duitsers snappen veel van wat de gemiddelde automobilist zoal zoekt in zijn vervoermiddel. Maar vooral de betrouwbaarheid die spreekwoordelijk is voor een Duitse auto, sprak aan. Plus de relatief hoge inruilprijzen nog steeds.

Op plek drie, Japan. Vrijwel constant rond de 15% marktaandeel voor alle merken. En die merken hebben tegenwoordig veelal een wat grillige modelpolitiek en een breed gamma. Japanse auto’s zijn ook niet meer per definitie goedkoop. Je valt nu voor uiterlijk, uitrusting, techniek of baseert je keuze op ervaringen in de praktijk.
Een soortgelijke situatie zien we bij de Koreanen. In principe kent men uit die hoek twee grote merken, Hyundai en haar dochter KIA, een enkeling zal ook Ssangyong nog kunnen noemen. Koreaanse merken doen na wat de Japanners 50 jaar eerder deden. Op prijs en uitrusting trachten te scoren, maar sinds de invoering van EuroNCAP-botsproeven en de wens om op fatsoenlijke stoelen te kunnen zitten in zulke auto’s, zijn de prijzen bepaald niet meer laag te noemen. Fatsoenlijke auto’s zijn het veelal wel en de kwaliteit begint aardig op te lopen. Maar veel merkgevoel stralen die merken nog steeds niet uit. Je koopt er vaak een die je leuk vindt of aantrekkelijk lijkt qua uitrusting, dan wel om de nieuwe milieuvriendelijke aandrijftechniek. Enorm gegroeid is het aandeel Amerikanen in ons land. Vorig jaar steeg dat van 2,2% naar 7,2. En waar kwam dat door? Tesla! Fiscale voordelen op hun Model 3 zorgen voor flinke aantallen registraties. Of dat zo blijft? Ik betwijfel het.
Waaronder dan ook nog Alfa-Romeo moet worden geteld. Niks meer van over. De ware liefhebber zal er voor blijven gaan en al het andere maar saai noemen, maar het zegt toch wel iets over de veranderend markt. Lancia totaal verdwenen, Ferrari alleen voor de echt rijken, net als Lamborghini of Maserati. Liefhebbersauto’s. En dat is best kniezen. Zeker als je ziet dat een vroeger submerk van Fiat, SEAT nu in haar eentje bij ons twee keer zoveel auto’s verkoopt als het vroegere moederbedrijf. Het kan dus verkeren. Zeker in de marges….(Beelden: Yellowbird archief)
Saga Noren heet ze in de serie The Bridge. Een detectivereeks uit Denemarken en Zweden met een hoog spanningsgehalte. Niet in de laatste plaats door het geweldige spel van de acteurs als die uit het team van dit fenomeen. De Scandinaviërs zijn meesters op dit gebied. Saga valt op omdat ze kennelijk een geestelijk defect heeft. Ze kent namelijk geen min of meer normale menselijke gevoelens. Ze reageert soms als een robot en ziet affectie als zonde van de tijd. Als ze al behoefte heeft aan wat menselijke aandacht stapt ze op een man af en vraagt op die seks met haar wil hebben. Hilarische omkering van feiten als we ons normale leven nemen als leidraad. Saga wordt fantastisch gespeeld door de in Zweden bekende actrice Sofia Helin(43), die een soort kwetsbare schoonheid combineert met een mooi figuur.
Ze is blond, zoals je van een Zweedse verwacht, en geeft Saga een heel eigen karakter. Kwetsbaar ook, omdat haar jeugd haar op enig moment in de serie achtervolgt. En die jeugd is niet fijn geweest. Dat Saga zo vreemd reageert en praat komt daaruit voort. De actrice Sofia Helin heeft een heel andere achtergrond. Is getrouwd, heeft kinderen, werd bekend met vrolijke rollen, maar brak internationaal door met deze rol in The Bridge die sinds 2012 draait. Onlangs zagen wij de derde reeks al. Geweldig spannend. En dat spel van Sofia Helin van een ongekende schoonheid in talent. Bij interviews die Helin geeft over de rol van Saga beschrijft ze ook hoe dit bijzondere karakter in haar eigen mens zijn doordringt.
Saga is in alles anders dan zij zelf, oogt stoer, scheurt in een Porsche rond, terwijl zij zelf helemaal geen auto bezit. Haar man is ooit acteur geweest, werd later priester in de Zweedse kerk. Kan kennelijk daar. Maar dat leven is duidelijk minder avontuurlijk dat dat van Saga die van probleem naar probleem beweegt. En altijd eenzaam thuiskomt. Behalve als ze een man meeneemt voor ‘seks’ en hem dan voor de wekker afloopt de deur uitwerkt. Want haar werk is belangrijker dan wat ook. Als de Bridge niet wordt voortgezet, de kans daarop is aanwezig, gaat Helin aan de slag in een Duits TV-familie drama, onder de titel The Shared Sky, dat zich afspeelt in het Berlijn van voor de Wende. Ze laat het verder op zich af komen. Maar een ding is zeker, als ze weer in de huid en de leren broek van Sage kruipt, doet ze dat weer op de wijze die we van haar kennen. Met de volle inzet die past bij een goed actrice. En dat is Sofia Helin. Een heel goede!