
In mijn ooit zo fraaie en vrije stad heerst al jaren de anarchie. Het activisme loopt hand in hand met antisemitisme over vervuilde straten vol opbrekingen en laveert tussen 50km/u voorbij snellende fatbikes en elkaar berovende ratten en kakkerlakken. Het Politbureau aan de Amstel zet zich in om haar eigen vijandsbeeld overeind te houden en met restricties en vele verboden de sfeer in de stad verder negatief te beinvloeden. Een van de vijandsbeelden die Halsema en co steeds groter maken en via maatregelen trachten te bestrijden is het indammen, ja zelfs verbieden, van autoverkeer. Immers in een stad vol linkse luchtfietsers is een auto niet alleen vervuilend maar ook gevaarlijk voor de types die dwars over trottoirs hun bakfietsen besturen vol kinderen en boodschappen. Een van de maatregelen die de groene socialisten toepassen is hele, voorheen doorgaande wegen, opbreken, aanpassen, omvormen en als ze klaar zijn opleveren in een vormgeving die vooral bedoeld is om de auto te weren en de fiets te bevoordelen.

Nu is dat op zich nog wel een aardige gedachte. Immers ook in bijvoorbeeld veel Duitse steden paste men hetzelfde principe toe. Sluit het centrum af voor auto’s en maak er aantrekkelijke voetgangersgebieden van. Dat doet men daar door o.a. parkeergarages aan de rand van die centra neer te zetten waar jouw vervoermiddel droog en veilig kan worden geparkeerd tegen zeer betaalbare tarieven. Maar daar begint extreemlinks in onze hoofdstad niet aan. Niks parkeren. Of je nou uit Maastricht of Aalsmeer komt, je neemt maar mooi het OV of de fiets. En als je al een parkeergarage weet te vinden is het goed om vooraf even je bank te bellen, want een tweede hypotheek is geen overbodige luxe.

De tarieven van 7.50-8 euro per uur ontnemen je snel de lol om te gaan winkelen in onze stad. Daarbij blijkt ook dat als die linkse lummels de diverse voorheen doorgaande straten maandenlang hebben laten opbreken, er na oplevering altijd hele stukken niet af zijn. Dus krijg je een lappendeken van asfalt, stenen, puin, borden en zo meer. Een chaotisch beeld het gevolg. Havana aan de Amstel. En de zaagselkoppen van de linkse garde kijken vanuit hun Stopera-gebouw tevreden toe hoe de oorspronkelijke bevolking vertrekt, illegalen de straten bevolken, de stad autoluw is gemaakt en men geld overhoudt door vuilnis en afval niet op te halen.

Nu nog even alle toeristen van de straten weren, de Wallen afsluiten voor sekswerkers en hun klandizie, plezierbootjes uit de grachten vissen en cafe’s verplichten om 10 uur ‘s-avonds te sluiten. De import-bewoners worden er almaar vrolijker door. Geen geluiden meer, behalve angstkreten van meiden die worden aangerand, maar dat is minder erg dan het slaan van de Westertoren of het piepen van trams over de vele rails in de stad. Men overweegt een uitgaansverbod voor meiden in de avond en die Wester kan ook worden ingericht als moskee. Uiteraard ben ik daarom geen voorstander van linkse bestuurders. Ik zie mijn stad afglijden naar een bedenkelijk niveau. De derde wereld wordt omarmd en de vrijheid, blijheid mentaliteit de nek omgedraaid. Links is een ramp. Zeker in onze stad. Opdat u het weet….. (beelden: Archief)








Ach, u bent al zolang gewend dat het op zondag bij mij gaat over auto’s en alles wat daarmee te maken heeft dat ik maar eens een aardige reeks automerken en modellen laat passeren die wellicht de een of de ander meer past dan mijn geliefde merk uit dat prachtige Tsjechische land. Immers, voor veel lezers was dat Skoda een merk waaraan men lang niet dacht. Nee het moest iets anders zijn! Frans, Duits, Engels, Italiaans wellicht. En om aan die laatste lieden even tegemoet te komen een verhaaltje over Alfa Romeo. Een merk dat tegenwoordig nauwelijks meer zichtbaar is op de Nederlandse markt, maar in vroeger jaren heel wat liefhebbers trok. Mensen die hielden van dat sportieve karakter van die wagens en het idee dat je als berijder toch bij een wat exclusieve club behoorde. De Alfisten! Dat Alfa Romeo was voor en tijdens de oorlog al aardig actief.
Het bouwde o.a. motoren voor de diverse oorlogsvliegtuigen van het Mussolini-bewind en ook prachtige auto’s voor de lui die in dat bewind de dienst uitmaakten. Na de oorlog koos men wederom voor sportiviteit. Auto’s met net dat beetje meer. Kostte ook wat meer, maar dan kreeg je ook iets. Baserend op de tradities die terug gingen naar 1910 toen het merk al haar eerste auto’s bouwde. Daarnaast scoorde men aardig op de circuits van Europa waar men deelnam aan Formule-1 races waarbij Alfa bepaald goed scoorde. Het aantal modellen dat ook in ons land goed verkocht beperkte zich wat tot minimale aantallen tot men o.a. de fraaie Giulietta Sprint uitbracht.
Een heel fraaie sportcoupe die met een bescheiden 1300cc motor in 1954 al goed was voor 155km/u. Kijk, daarmee kon je voor de deur komen. Een auto die later grotere aantallen ook zakelijke rijders aan zich wist te binden was de Giulia uit 1962 die het in al dan niet gewijzigde vorm volhield tot en met 1978. Auto’s met relatief kleine motoren die enorm goed presteerden en een Alfrijder toch het gevoel gaf een coureur te zijn in een auto die vooral was afgestemd op familiegebruik.
Wagens die ook bij de Italiaanse politiediensten graag werden gebruikt. Het gaat te ver om alle modellen van het merk te noemen die min of meer succesvol waren in onze streken. Wel was duidelijk dat je een wat vettere beurs moest bezitten om met zo’n Alfa te kunnen rijden. Niet alleen door de aanschafprijs, ook het onderhoud was intensief en duur. Daarbij leden ook deze Italiaanse sportieve bolides aan overmatige roestvorming. Een euvel dat niet hielp aan een degelijk imago. Dat werd nog erger bij het uitkomen van de leuk rijdende maar o zo matig in elkaaar gestoken Sud modellen. Voorwielaandrijving gaf de wagens vooral in bochten vleugels, maar o wee wat was de degelijkheid ver te zoeken. De uit Brazilie geimporteerde grote Rio hielp dat imago helemaal niet. Maar voor de Alfisten maakte het niks uit. Tuurlijk stonden ze wel eens stil met hun Italiaanse raspaardjes, maar als het reed…dan! Rijmachines! Het laatste grote wapenfeit was de 156 die begin deze eeuw op de markt werd gebracht. Een fijn rijdende zakelijke sedan met verzonken handgrepen achter, flink wat ruimte en aansprekende prestaties.
In de lease goed te doen voor de zichzelf hoog achtende vertegenwoordiger. Maar ook hier speelde kwaliteit nog wel eens eenn negatieve rol. Sindsdien kwamen er wel leuke Alfa’s voorbij als de nieuwe Giulietta en Mio, tegenwoordig vooral klonen van modellen die Fiat uitbrengt en dan voorzien van Alfa-styling en wegligging. Maar de aantallen mankeren. De rol van het merk vrijwel uitgespeeld. Jammer, want voor de puristen natuurlijk een merk om te koesteren. Wat men doet met tweedehands wagens en klassiekers. Soms duur, een andere keer een ware opknapper. Maar wel een merk dat aandacht verdiende. Vandaar……(Foto’s: Yellowbird archief)
Waar ik het in het hier eerder gepubliceerde blogverhaal nog had over dat witte werkpaleis van Herman van Veen, ga ik nu even iets beschrijven van de omgeving waarin dat fraaie pand gelegen is. De Paltz heet het gebied waar die ambiance van dat paleis volledig tot zijn recht komt. Een omvangrijk natuurgebied dat veelal door menselijk ingrijpen zijn specifieke vorm heeft gekregen en zijn bijna Limburgse glooiende karakter. Prachtige bospercelen, heuvels, dalen. Ontstaan door afgraven van zand en kiezels in een gebied dat vooral uit zandduinen bestond. Veel terug te voeren naar de vroegste tijden na de IJstijd. De Paltz kent een erg fraaie oprijlaan (rijden zelden of nooit auto’s..) met fraai gelegde stenen in boogpatroon.
Afgeleide paden brengen je dan in de echte bossen van dit gebied of die open vlakten met al die glooiingen. Zeldzaam waren tijdens ons bezoek de mede-bezoekers. Je kunt ze echt tellen op de vingers van een hand. Wel handig om als je geen gids bij je hebt (wij hadden die wel in de vorm van onze Soester vriend Hans, die de weg op zijn duimpje kent) even een app te gebruiken waarop te zien is waar je loopt en waar die hoofdweg te vinden is. Erg aardig is een oude van stenen gemaakte hut waar ooit een kluizenaar heeft geleefd. Die man komt af en toe nog even kijken en neemt dan plaats in die hut.
Voor wie echt geluk heeft ziet hem dan in zijn uitmonstering van Kruisvader lezen in de heilige geschriften van zijn tijd. Voor je die hut met (praktische redenen)gebogen hoofd binnen kunt lopen moet je overigens wel even een doolhof betreden. Ben je wel even mee bezig. Niks voor uw mening gever, die ramde gewoon dwars door die in de weg staande struiken heen en zat al een tijdje bij de Kluisvader (..) voor de rest van het gezelschap de ingang had gevonden. Maar dit terzijde. Hoe dan ook, dit is een prachtig gebied dat je bij gelegenheid echt eens moet bezoeken. Zoals gesteld in het vorige blogje, het gebied grenst aan het vroegere stuk grond waar de Vliegbasis Soesterberg was gelegen en je nu het Militair Museum kunt vinden. Maar het is daar ook met een stevig hek van gescheiden. Voor wandelaars een eldorado, maar je moet wel aardig klimmen en afdalen soms. Stevige schoenen meenemen en oefenen wellicht een goed advies….:) Maar dan heb je ook wat…(Beelden: Yellowbird photo)




