Minitest: Skoda Scala 1.0

Minitest: Skoda Scala 1.0

Kijk, als je met de eigen Tsjech voor een servicebeurt naar de bekende dealeradressen afreist staat er volgens afspraak altijd een leuk alternatief klaar als ‘leenauto’. Dit keer was ik de gelukkige door met een Skoda Scala 1.0 mijn reis te kunnen vervolgen. En als ik dan toch rijd in zo’n nieuwer model Skoda maak ik er maar gebruik van om een minitestje op het digitale blogwereldje te krabbelen.

De Scala zit bij Skoda een beetje in tussen de Fabia en de Octavia in en dankt zijn ontwikkeling aan de Rapid van een aantal jaren terug die werd ontwikkeld om nieuwe markten voor Skoda open te breken. De auto biedt je de ruimte van een stationcar maar oogt net even anders. Qua styling een keurig nette wagen en dat geldt ook voor de uitrusting. In het leenexemplaar kwam ik niets te kort. Het was een soort rijdende computer met een groot digitaal scherm in het midden van het dashboard, de nodige informatie in het bekende scherm voor je en het een en ander aan bedieningselementen op het stuur zelf. De zit is prima, maar dat ben ik van de Tsjechen bekend.

Geldt ook voor de zit achterin. Ik kan goed achter mijzelf zitten en dan blijft er nog eens ruim 460 liter bagageruimte in de kofferbak over. Met neergeklapte achterleuningen krijg je die stationcarruimte die veel concurrenten absoluut niet kunnen bieden. Starten van de 1 liter motor (110PK) gaat via een startknop, niet met de sleutel, en de zuinige motor laat zich dan nauwelijks horen. Het is een genoegen om dan alle informatie op te zien lichten voor je. Een beetje modern sportvliegtuig geeft dezelfde waarden door.

De vijfbak laat zich gemakkelijk inleggen, de auto sprint vlot vooruit en de besturing is licht doch precies. Geen enkele verrassing dus bij deze Scala. In het stadsverkeer liet de auto zich vlot door de drukte heen laveren, nooit kom je iets te kort aan vermogen of overzicht. En het is behoorlijk stil aan boord. Volgens opgave zit een 200km/u er wel in als je doortrekt…ik ben zover niet gegaan. Had er de tijd ook niet voor. Wat ik wel zag was dat het verbruik zich op die korte ritten die ik maakte rond de 5.0ltr/100km bewoog wat voor een auto die leeg 1144kilo weegt meer dan fraai is. Bij een tankinhoud van 50 liter kom je dan toch al snel 900-1000km ver. En dat is twee keer meer dan de meeste elektrische alternatieven kunnen bieden. Skoda heeft met die Scala een verrekte aardig model in handen. De kopers hebben hooguit het dilemma dat ze met een paar euro’s meer (..) ook een Octavia kunnen kopen en met een berg minder geld ook een Fabia. Wellicht dat we de Scala daarom wat minder zien rondrijden. Maar technisch is er niks mis met deze net geen 28 mille kostende tussenklasser….. De Scala voldoet aan de Euro 6 norm en is nog steeds volop te koop bij de officiele Skoda-dealers. (Beelden: Yellowbird)

Badhuis….

Badhuis….

In mijn prilste jeugd was ons huis van toen nog niet voorzien van een doucheruimte. Dat gold voor 98% van alle huizen in onze woonstraten die nog stamden uit de hoofdstedelijke stadsvernieuwing van de 19e eeuw. Toen bouwde men vooral snel, goedkoop en was een doucheruimte iets uit een andere wereld. Bedenk maar dat men in die periode zelfs nog huizenblokken neerzette voor de nieuwe arbeiders van toen zonder toiletten. Die stonden soms in de binnentuinen en waren voor iedereen uit een buurt of straat. Gelukkig was dat bij ons anders.

Maar die douche was echt bijna utopische luxe. Als kleine kinderen ging je nog in de wasteil, ik had het geluk dat ik maar e e n oudere broer boven mij had die voor mij in die teil met warm water werd gewassen. Scheelde toch een hoop vuil en zeepresten. Er waren kinderen op school en in de vriendenkring waar men als lijdend voorwerp nummer 4 tot 6 was in de rij. Dan rook het water toch anders. Hoe dan ook, om het voor latere pubers als wij uiteindelijk toch werden dragelijk te maken ons eens per week fiks te reinigen (..) bestonden er de Gemeentelijke Badhuizen.

Die waren door het verlichte stadsbestuur van toen neergezet in alle buurten na 1911. Veel werden er gebouwd in de bij de omgeving passende stijl van architectuur. Het badhuis waarop wij waren aangewezen stond in de zgn. Diamantbuurt een paar straten verderop en was een centraal punt in een hofje waaraan je aan de ene kant een schoolgebouw had staan en aan de andere een stel huizen. Beetje chique tussenbuurt tussen het Plan Zuid waar wij woonden en het plan Berlage dat uit de 20e eeuw stamde. De gedachte was dat je met je schone ondergoedjes naar binnen stapte, een handdoek en zeep betaalde en dan wachtte op je beurt om naar binnen te mogen in een van de toen beschikbare doucheruimtes voor mannen die daar werden aangeboden. In een andere ruimte deden de meiden en vrouwen hun poedeltje. Had ik geweten dat die bestond had ik wellicht…. maar ja, dat kon niet natuurlijk en de ambtenaren die hier de boel bestierden waren streng.

Te lang badderen was dan ook niet de bedoeling. Dus je moest efficient schrobben, je haar doen, afdrogen, je spullen keurig opbergen, de natte handdoek inleveren en naar buiten bewegen. Een hele strak geregelde reinigingsindustrie. Maar ook een die door de ontwikkelingen i n de buurt werd achterhaald. Veel van die badhuizen werden begin jaren 60 gesloten. Huurders kregen van hun huurbazen (net als wij) vaak een doucheruimte ingebouwd en hoefden dan niet meer wekelijks naar die gemeente-badhuizen. Tijdens de bouw van die prive-badruimte (veelal in de keukens van toen) en het gesloten worden van de bekende adressen, moest je dan op zoek naar een alternatief. Voor ons was dat dan de in de Pijp gelegen Albert Cuypstraat. Heel anders van inrichting, wel dezelfde opzet. Maar ook die faciliteit werd uiteindelijk gesloten. Gelukkig hadden wij toen die douche in huis. Welk een luxe. Met een geiser werd koud water in een boiler verwarmd, en dan kon je douchen. Maar ook weer niet te lang want dat vat bevatte naar ik meen 120 liter water en als je er dus te lang onder stond had de volgende bader geen warm water mee. Dat was op enig moment wel even zoeken naar de juiste verhoudingen. Letterlijk en figuurlijk. De Gemeentelijke Badhuizen werden intussen allemaal omgebouwd tot een ruimte met een volledig andere functie. Sommige zijn nu atelier, er zitten soms restaurants in, winkels en zo meer. De gebouwen en opschriften bestaan nog, de functie anno 2024 totaal anders. Maar de luxe van dat warme water en die zeep van toen staan me nog altijd bij. Net als die vrij grove handdoeken. Maar ja wat wilde je, kostte toen een kwartje of zo. Omgerekend naar nu nog geen 15 eurocenten. Daar valt tegenwoordig niet meer voor te douchen….Slechts de waterbesparing bleef. Passend bij de tijd dat wij als we niet te lang onder die douche staan de planeet zullen redden…. (Beelden: Internet/Amsterdam op de Kaart)

Lekker en Leuk in Noorden…

Lekker en Leuk in Noorden…

Dat een soort bruine kroeg langs een doorgaande weg in de buurt van Nieuwkoop maar zelf echt gelegen in het plaatsje Noorden veel te bieden kan hebben is ons op die fraaie bijna lente-achtige dag aan het einde van de kalenderwinter duidelijk geworden. Op doortocht naar onze woonstede van een bezoek aan wat plaatsen in het Groene Hart van ons land streken we neer bij De Klinker in dat Noorden. We kenden deze gelegenheid al van een eerder bezoek en wat jaren geleden maar gek genoeg hebben we er toen niet zo veel over nagedacht en al helemaal niet beschreven. Nu was het lunchtijd. De parkeerplaats voor de deur al aardig gevuld, maar de blauwe Tsjech kreeg toch nog een aardig plekje. Binnen was deze horecazaak half gevuld, lunchers, al dan niet zakelijk. De plek die wij vonden had uitzicht op de Vliet buiten voor de deur, maar ook op de met smaak etende medegasten. Dat gaf de burger moed. We werden snel en uiterst vriendelijk geholpen door een (naar later bleek) knappe Vlaamse jonge dame die ons van de lunchkaart voorzag. Wij kiezen meestal voor iets niet al te zwaars, dus brood met lekkere kroketten werden het. Thee voor beiden (nee, geen zwart maar Earl Grey, want dat was wat men in huis had..).

Het moet gezegd, smakelijk eten en flink warm opgediend met wat salade als illustratie en een potje (zelf gemaakte?) grove mosterd. Zeer plezierig. Zoals de hele ambiance. Men praatte op zachte toon met elkaar en de bediening was ingetogen voorkomend. Natuurlijk ontbrak een toiletbezoek niet. Zoals je in een soort van bruine kroeg mag verwachten was de observatie van die voorziening. Kon er mee door…. De kaarten voor lunch en diner doen vermoeden dat De Klinker een aardige clientele kent. Zowel zakelijk als passanten zoals wij. Alles opgeteld aten we voor nog geen 19 euro lekker en smakelijk, in een gezellige zaak met prima bediening. Een plekje om te onthouden als we hier weer eens in de buurt zijn. Alles meenemend geef ik een 9 als rapportcijfer. (beelden: prive)

Vreemde bediening…

Vreemde bediening…

Elke keer wanneer we als familie even een gedenkmomentje beleven op de Amsterdamse begraafplaats waar oudere broer Rob zijn plek veel te vroeg moest innemen, lopen we even door naar een of andere horecagelegenheid om op zijn persoon bij leven te proosten. Met koffie of thee hoor, niks heftigs. Dit keer deden we dat bij het niet ver van de fraaie Oosterbegraafplaats gelegen bekende Grand Cafe/restaurant Frankendael aan de Middenweg in Amsterdam-Oost. Op zich weinig mis mee, normaal worden we daar met alle egards ontvangen, maar dit keer was dat merkbaar anders. Een kennelijk al wat langer meelopende ober ontving ons op een wat ‘bijzondere manier’. Legde omstandig uit waar we wel of niet mochten gaan zitten omdat een deel van zijn etablissement was gereserveerd voor een wat grotere groep. Maar we vonden toch een tafel aan het raam. Prima geregeld. De jassen waren nog niet uit of hij drong aan op het gebruik van de lunchkaart. Maar wij wilden eerst even wat drinken. Koffie en thee, daarna even kijken voor iets er bij. Hij slofte weg en maakte de drankjes klaar.

Nou ja, de koffie dan.. Toen hij die kwam brengen vroeg hij wat we in de lunchkaart hadden gevonden. Tja, twee keer tosti (met iets verschillends als beleg naar gelang de smaak van de dames) en een appelpunt met slagroom. Kwam die thee ook nog door? Zuchtend haalde hij de lunchkaarten weg en begon aan de thee. Die kwam er….dus even rust. Als ik op de man lette, ik kon het niet laten, zag ik een uitgeblust type in een werkbroek op gympies…. Hij was moe van dit vak, het was hem aan te zien. De tosti’s kwamen en bleken lekker, maar ja, die taart. Vergeten.. Na vragen alsnog. Bleek smakelijk. Net als de tweede ronde drinken…Die we alleen mochten bestellen ‘als we de mondjes hadden leeggegeten’…. Humor?

Het zal, maar voelde vooral bijzonder. Toen we onze gesprekken hadden afgerond (altijd goed om emoties even weg te werken..) stelde hij namens ons vast dat nog een rondje drinken niet goed was, want ‘ging maar klotsen’. Je weet soms niet wat je hoort… Intussen deed hij ook een van de aangekondigde gezelschappen. Man of tien, zelfde behandeling. Je moet maar durven. Wellicht zien sommigen er wel de humor van in hoor. Het was in ieder geval apart en dat vergeet je niet zo snel. En op de kwaliteit van het gebodene uiteindelijk niks aan te merken. Interieur van deze zaak een beetje oubollig, versleten zelfs, maar dat hoort bij de ambiance. Maar met dit soort wat versleten service kom ik niet veel hoger dan een 7-tje. En dat is echt niet nodig. Bij vorige bezoeken zat dat cijfer flink hoger. Apart is niet altijd fijn….(beelden: Internet/Frankendael)

Enthousiast….

Enthousiast….

Als ik denk aan sportverslaggevers zijn er wel een paar die ik graag hoorde. Zeker als een wedstrijd of sport spannend was van karakter dan wel gemaakt moest worden voor een wat groter publiek. Een van die lieden die zijn vak op dat punt meer dan goed verstond was Frans Henrichs. Een naam die wellicht anno 2024 weinig bellen meer doet rinkelen maar bij mij altijd zal worden verbonden met zaken als ijshockey of motorsport. Frans Henrichs wist zelfs van een saaie wedstrijd nog iets fraais te maken. De man was geboren in 1922 in het toenmalige Nederlands-Indie en kwam in 1949 na zijn ‘thuisreis’ terecht bij de Telegraaf als sportjournalist. Meteen daarop ook bij de radio en dat kon het medium wel gebruiken. Later werd hij chef-sport bij het Utrechts Nieuwsblad.

Toen de Televisie in ons land net was uitgevonden ging hij ook werken bij de NTS. Zeker op onderwerpen als zijn geliefde motorsport en ijshockey een man die alles wist van die werelden en er over kon vertellen als niemand anders. Ik heb hem meegemaakt als stadion-speaker in het Olympisch van Amsterdam tijdens speedway-wedstrijden. Een deel van zulke feesten kwam door zijn commentaren. Voor iedere individuele wedstrijd een persoonlijk verhaal en dat maakte de coureurs tot helden. Maar ook tot echt levende en aansprekende mensen. Zeker als die speedwayrijders met allerlei botbreuken opgenomen waren na een zware val en ze binnen een paar weken alweer op de motor zaten was dat voor Henrichs reden om zo’n figuur de hemel in te prijzen. Aan aanstellerij had hij een hekel. Vandaar zijn keuze voor echte mannensporten, watjes indertijd niet welkom.

Frans Henrichs bemoeide zich later ook met het in ons land in de kinderschoenen staande bobslee-avontuur. Maar ook rugby trok hem zeer en zijn verhalen daarover waren even enthousiast als die van de speedwayrijders. In 1987 werd een bokaal naar hem genoemd die wordt uitgereikt aan de meest enthousiaste of waardevolle ijshockeyspelers. En die lui waren daar maar wat trots mee. Zijn laatste jaren sleet Henrichs bij Eurosport. Helaas overleed hij al in 1999, een hartaanval velde hem. Als eerbetoon kreeg hij in Nieuwegein een straat naar zich genoemd. Meer dan terecht. Net als mijn blogverhaal over hem. Want dit was een leukerd. En mede dankzij hem was ik zo’n speedwayfan… (beelden: Internet)

Vliegtuigjes…

Vliegtuigjes…

Zo omschrijven veel mensen van volwassen leeftijd zonder al te veel eigen liefhebberijen de gedachte dat je met een doosje plastic onderdelen en een tekening iets in elkaar gaat zetten dat moet gaan lijken op een vliegtuig, maar dan op schaal. En vul voor dat woord vliegtuigje maar in; autootje, treintje, bootje, huisje of wat ook. Want de plastic modelbouw wereld is veel groter dan sommigen zich realiseren.

En voor de goede orde, was dit ooit een meer dan betaalbare hobby, tegenwoordig moet je flink diep in de eigen zakken of budgetten tasten om je een aardig model te veroorloven. Kijk maar eens in het eldorado voor grote en kleine liefhebbers van het vliegende spul, de Aviation Megastore in de Zuidwesthoek van Schiphol, aan de rand van de Ringvaart en de oude N201. Wat je daar aantreft aan keuze en schalen is onvoorstelbaar, maar dat geldt ook voor het geld dat op de kassa achterblijft als je iets van de gading hebt gevonden.

Die modelbouwindustrie bestaat niet alleen meer in Engeland of Amerika. Tegenwoordig zijn Chinese, Japanse, Tsjechische of Poolse bedrijven wereldwijd dominant en wat zij aan detaillering en potentiele bouwkwaliteit bieden is ongekend. Je betaalt iets, maar dan krijg je ook wat. Een beetje modelbouwer bedient zich ook van het juiste referentiemateriaal, verf, lijm, gereedschap en zo meer. Alles bij elkaar best een kostbare geschiedenis.

Hoe anders was dit toen ik nog een klein ventje was en met zeer weinig zakgeld mijn eerste modellen aankocht. Dat waren in de meeste gevallen kits van Airfix. Een Brits bedrijf dat al sinds 1939 bestond en na een paar jaar andere speelgoederen te hebben geproduceerd in 1949 kwam met de plastic kits die het zo beroemd zouden maken. Met veel pijn en moeite en geleend geld kreeg men de productie van deze simpel te bouwen kits voor mekaar en deed men de slimme zet door die kits te verpakken in plastic zakjes die werden afgesloten via een omgevouwen papieren bouwtekening met aan de buitenkant een fraai getekend actiebeeld van het te bouwen vliegtuig.

Voor weinig geld te koop en elk jaar weer een paar nieuwe. Via de lokale speelgoedwinkels te vinden. Later voegde men auto’s, tanks, boten en zo meer toe aan het gamma. En door het toen recente verleden, de twee wereldoorlogen waren maar relatief kort geleden afgelopen, had men geen enkele moeite met voorbeelden vinden die jonge bouwvakkers van deze kits konden aanspreken.

Latere kits groeiden in omvang, kregen kartonnen verpakkingen, hogere prijzen maar ook een sterk verbeterde vormgeving en kwaliteit. Burgervliegtuigen werden toegevoegd en zo kon een jeugdige modelbouwer doorgroeien naar een aardige expert op dit gebied. Ik werd er daar een van. Heel wat Airfixkits sier(d)en mijn collectie. Helaas had mijn moeder vroeger de ellendige gewoonte om nu net in mijn uitgestalde collectie te gaan stoffen…Heel wat schade was het gevolg. Airfix bracht later ook dozen vol ‘soldaatjes’ die je kon inzetten bij zelf gebouwde kopie-veldslagen. Je kon er het ‘Wilde Westen’ mee invullen of een of andere Brits koningshuis met gevolg van eeuwen her in het zonnetje zetten.

Alle bijbehorende mannetjes schilderen was best een dingetje. Voor mij zelf waren de grote bommenwerpers uit WO2 meer van de gading. Grote kits, veel werkende onderdelen, de beschilderingen, en als ze dan klaar waren een parkeerplek vinden. Het was een ware uitdaging. En terwijl ik me netjes hield aan de bekende schaalgrootte 1:72 ging Airfix ook over naar 1:48 of zelfs 1:24 en dan kreeg je enorme kits voor je handen waarin men zelfs een elektromotor verwerkte waarmee je propellers kon laten draaien…. Intussen is die modelbouw toch iets meer voor de specialist geworden. Jongelui willen dat niet meer, die zitten op hun kamer met digitale games en hun smartphone. De ware liefhebber toch een slag ouder en professioneler. Maar wat heb ik er nog mooie herinneringen aan. Airfix bestaat nog steeds. Net als ik. Soms vergrijp ik me nog wel eens aan een opgeslagen kit van de bergzolder. En heb weer net zo veel plezier als vroeger….. Kinderhanden zijn snel gevuld…en als je jong van geest bent geldt dat ook nog steeds….. (beelden: Yellowbird archief)

Smullen bij de Witte Bergen..

Smullen bij de Witte Bergen..

Ik neem de lezer graag even terug naar de Dierendag van vorige maand. Die dag vieren wij meestal buiten de deur, zonder de dieren thuis verder iets te kort te doen. Op die datum namelijk, lang geleden alweer, trouwden wij en dat vieren we samen veelal in alle bescheidenheid. Grote feesten zijn aan ons niet besteed, we doen dat graag even samen. Dus reden we die dag begin oktober rond in het Gooi. Wandelden over de hei, rommelden wat in onderweg tegenkomende winkels, bekeken leuke plaatsjes en besloten een lekkere lunch te nemen in Hotel-Restaurant de Witte Bergen. Een onderdeel van de Van der Valkketen, wat inhoudt dat wat je eet vaak lekker is en redelijk betaalbaar. Dit filiaal van de Toekanfamilie ligt sinds jaar en dag aan de snelweg A1 bij Hilversum.

Het was er bij ons bezoek als altijd druk, zakenmensen ontmoeten elkaar hier, er wordt door de mediawereld nog wel eens wat vergaderd en mensen met een goede band op welk terrein ook vinden elkaar in de anonimiteit van de drukte. Druk is het vooral ook op het parkeerterrein naast het spulletje. Maar eenmaal de auto veilig weg gezet is het binnenshuis redelijk goed mogelijk om een tafel te scoren die voldoet aan de verwachtingen. Wij zaten aan het raam, de A1 loopt er vlak langs en dat is best een aardig verzetje als je elkaar niks meer te vertellen hebt. Nu komt dat bij ons vrijwel nooit voor hoor, wij kakelen ons wel door de dag heen, maar toch…. De bediening werd verzorgd door een stevige dame op enige leeftijd, maar die deed dat met verve en humor. Bij zo’n gelegenheid net de juiste toon voor ons. We kozen een Twaalfuurtje, lekker drankje er bij, niet te veel, maar net vet genoeg om er extra van te genieten.

De wachttijd op het bestelde eten was niet te lang, we luisterden intussen deels mee met de gesprekken om ons heen. Van de miljoenendeals die over tafel vlogen bij de twee zakenmannen links van ons tot de verhalen over Tante Jo en haar nieuwe lover achter ons. Blijft leuk bij Van der Valk die diversiteit. Grappig genoeg was duidelijk dat toen wij eenmaal waren uitgegeten het restaurant intussen half leeg was gelopen. De lunchgasten verdwenen. Rust weergekeerd. Dus nog maar een bakkie…. De dame bracht het met een glimlach en veel snelheid. Zij kon er wat van. Na afrekenen nog even de toiletten bezocht. Die bevinden zich in een onder-etage naast de lobby van dit bekende hotel. Keurig netjes, zoals je verwacht. Niks mis mee. Kortom, een plezierig bezoek aan een van oudsher bekend adres. Het was voldoende voor onze stemming van die dag. Groots vieren gaat aan ons voorbij zoals gezegd en samen is een blijft toch wel overeind. Van der Valk krijgt van ons een prima 9 voor wat we hier hebben ervaren. Prijs/kwaliteit klopt, ambiance druk maar eigenlijk ook wel gezellig. Alleen dat parkeerterrein, dat is wel een dingetje. Want als ik geen parkeerplek had kunnen vinden was ik hier wel doorgereden. Maar goed… (Beelden: Internet/prive)

Botte marketing-les…

Botte marketing-les…

Kijk, een van de lessen die ik leerde in mijn professionele carriere is dat je moet doen wat je zelf predikt. Dus als je meent dat jouw merk auto, drank, brood of pakweg je geloof het beste is wat de mensheid kon of kan voortbrengen dat je dit dan ook door eigen gedrag uitdraagt. Is bij die geloven of religies al erg lastig, maar in het geval van marketing en verkoop en zeker ook de politiek is het kennelijk buitengewoon ingewikkeld. Een volkspartij die zegt te staan voor de gewone man, de arbeidersklasse of zoiets, moet geen voorman/vrouw kiezen van het type Kaag, want dan ben je meteen ongeloofwaardig. Ben je voor het welzijn van de dieren moet je niet allerlei bbq’s organiseren, want dan val je direct door de mand. Een dikke kapitalistische voorman van de PvdA/Groenlinks is dus voor mij meteen ongeloofwaardig en ik snap dan ook niet dat er zoveel linksige types achteraan lopen. Net zo min als ik snap dat je achter de dame van de SP aanloopt met haar prachtige mantelpakjes en jurkjes. Die hoort vanuit haar achtergrond in Mao-pakken rond te lopen. Nou zo is het dus ook op andere terreinen van toepassing.

Ik snapte nooit dat wij indertijd dealers in de organisatie hadden die bij een meeting of training op kwamen dagen in een Mercedes of BMW. Je gaat naar het sportveld, de familie of de kerk met de auto die je verkoopt. Ik zelf was daarbij aardig zuiver in de leer, maar ja, dat kwam ook pas na een paar jaar natuurlijk. Al doende leert men. Dus vind ik ook dat winkels die staan voor goede kwaliteit of veel voor weinig, dan wel (voorbeeld) betaalbaar eten, in het eigen restaurant geen bestek moeten verstrekken dat absoluut niet is opgewassen tegen de te stellen taken voor dat spul. Ik heb het als voorbeeld maar even over de Hema. Een bedrijf waar men jarenlang goede kwaliteit voor betaalbare prijzen predikt te verkopen. Nou dat geldt niet voor dat bestek in hun restaurants. Al enige tijd erger ik me gek aan het feit dat je met de verstrekte messen de (verder heerlijke en dik belegde broodjes) niet kunt doorsnijden. Toch een kerntaak voor dat soort gereedschap. Dat moet toch beter kunnen zou je denken. Geldt ook voor hun stoelen. Die maken een krasgeluid van heb ik jou daar op de veelal stenen vloer van die winkel. Kwestie van een paar vilten glijertjes en hup opgelost. Maar nee hoor, in zowat elk filiaal is het een gekras en gekleppen van jewelste. Ik snap dat niet. Zal wel een oekaze vanuit het hoofdkantoor achter zitten, maar het klopt niet bij het best vriendelijke imago van deze zaken.

Ook enkele vorken van dat bestek krijg je soms zo krom in handen dat kennelijk iemand anders er voordien ook mee heeft getracht de etenswaar in bedwang te houden en daarbij Uri Geller-achtige krachten uitoefende op het dunne materiaal waaruit die vork is gemaakt. Dat moet beter kunnen Hema! Nu leidt het tot ergernis. Terwijl er met die broodjes helemaal niks mis is. Leg vijf cent op de prijs van elk aangeboden gerecht of versnapering en je kunt jezelf duurder en beter (vooral scherper) bestek veroorloven. Maakt mij in ieder geval gelukkig(er). (Beelden: prive)

Action-plezier…

Action-plezier…

Ik geef toe dat ik in de jaren dat deze Noord-Hollandse retailketen bestaat regelmatig een van hun filialen ben binnengelopen om te zien of er nog iets van de gading te vinden was of is. Niet dat ik nou meteen het hele gamma artikelen naloop hoor, nee, ik kijk meer specifiek. Want in de speelgoedhoek waren en zijn soms zeer interessante artikelen te kopen die mijn collectie aardig hebben verrijkt zonder dat ik als koper er door werd verarmd.

Want los van het veelal Chinese spul dat je elders bij hen aantreft, kiest men soms ook voor een slimme inkoopstrategie waarbij restpartijen die wellicht naar andere landen moesten worden verkocht maar ergens in een pakhuis of stapel containers zijn blijven hangen, over te nemen en tegen spotprijzen in de markt te zetten. In mijn hobbyterrein leverde dat heel wat bijzonder vliegtuigen of auto’s op die ik net zo koester als veel duurdere exemplaren van elders. Niks mis met het principe en ik deel deze Actionpassie met heel wat andere normaal uitziende of denkende dames en heren.

Nog even los van wat ik hiervoor beschreef biedt die Action natuurlijk ook de huisklusser de nodige zaken die van goede kwaliteit zijn voor weinig geld. Maar ook als je de auto of fiets een beetje wilt vertroetelen hebben zij alles in huis om dat goed te kunnen doen. Het zal niet verbazen dat ik als regelmatige bezoeker soms de verleiding niet kon weerstaan en meer mee nam dan ik van plan was te doen. Ooit, lang geleden alweer, kwam ik op aanraden van een toenmalige werkcollega voor het eerst in een vestiging van de Action in Zaandam. Gevestigd in een wat achteraf straatje en binnen in die zaak een aardige puinhoop door over de vloer heen gegooide spullen en gevuld met heel wat klanten van een bepaalde statuur.

Ik vond het toen niet veel. Maar dat veranderde in de jaren daarna toch al snel. Intussen kom je filialen van hen ook tegen in Duitsland en Belgie. De expansie ging snel en in Nederland moet je wel een heel kleine gemeente of woongemeenschap om je heen weten wil er geen winkel van Action te vinden zijn. Dat zorgt ook voor herkenning. Veel voor weinig, de door hoge lasten geplaagde gemiddelde Nederlandse burger is er gek op. En bedenk ook maar dat dit flink helpt bij het imago van de keten. Tuurlijk zijn er mensen die bezwaren hebben tegen de overmatige consumptie van al die goederen die op een of andere manier toch hier zijn beland. Maar dat zijn de types met boter op het hoofd. Die kiezen voor zelf gebreid ondergoed of wonen in hutten gemaakt van takkenbossen, maar de normale mens laat zich graag verwennen bij de Action. En terecht. Net als ik. Intussen poets ik even mijn daar gekochte deel van de collectie wat op…. En bedenk me dat een schaalmodel dat nog geen euro kostte een jaar of tien geleden intussen met dank aan de Kaag-inflatie al snel 2 euro waard is geworden. Probeer dat maar eens met andere spullen…. (beelden: prive)

Leuke winkel in Buren…

Leuke winkel in Buren…

Halverwege de afgelopen maand juni was ik te gast in het Gelderse Buren. Plaatsje van de Oranjes, maar ook van het aardige Marechaussee-museum en een geweldig pannenkoekenrestaurant. Maar sinds kort is er voor mij nog een aantrekkelijke reden om er eens heen te gaan bij gekomen, het prima gesorteerde automodellenwinkeltje van Joke Koppen daar. Een verzamelaar als ik heeft het soms best lastig als hij aan bepaalde leuke aanwinsten wil komen, maar bij Joke kan je daarvoor prima terecht. En wat ze in haar smaakvolle winkel voor specialisten niet heeft staan, bestelt ze eventueel direct voor je. Omdat er op die hete zaterdag in juni ook nog een ruilbeursje werd gehouden van een stel lieden die ik van heinde en verre komend in eerdere sessies heb leren kennen, plus een stel meer, toog ik dus in de blauwe Tsjech richting dat mij toch wel bekende Buren.

Immers, ooit woonden hier een paar leuke en lieve blogsters in de buurt en hielden we daar zelfs wel eens een blogmeeting met grote mate van gezelligheid. Maar dat was in het verleden. In het heden is daar dus die winkel van Joke Koppen. Die ons ontving met koffie, thee, limonade, koekjes etc. En waar ik als liefhebber van het ware Tsjechische spul op schaal net zo slaagde als bijvoorbeeld die enorme specialist die alleen maar VW-bussen in zijn vitrines heeft staan. Joke heeft voor iedereen wat. Van kleine HO-modellen tot grote joepers voor de mensen met de dikke beurs. Zij is gezellig in de omgang, heeft voor iedereen een praatje en weet waarover ze het heeft. Neem van mij maar aan dat dit zeker niet geldt voor heel wat mensen die zich ook geroepen voelen in deze handel een boterham te gaan verdienen. Velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. Hoe dan ook, voor de liefhebber is dit een aanrader. En ik zal er bij leven en welzijn nog wel eens binnenwippen. De ruilbeurs lijkt een jaarlijkse traditie te worden. Ik kijk alleen daar al naar uit. En nu maar weer sparen voor al dat fraais dat op me wacht in Buren… (Beelden: prive)