‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.
Polenese…
Posted on by meninggever
Geplaatst in Verhalen
Getagd aantrekkingskracht, Amsterdam, huwelijk, jong, liefde, man, oud, relatie, seks, verzorging, vrouw, ziekte
10 reacties










Dat huwelijk en de relatie er voor van ons dateren al van zo lang geleden dat je bijna op de eeuwkalender moet kijken om terug te rekenen hoe ver we al samen terug gaan in de tijd. En dat is al heel lang. Vandaag weer gevierd. Op bescheiden wijze. Zoals wij in elkaar steken. Niet zo uitbunding, nooit in het middelpunt van de belangstelling. Wij deden samen deze fusie der geesten, wij consumeerden, wij zorgden voor elkaar en het nageslacht. Wij beheren de veestapel (nou ja, drie katten..), werkten hard voor het eigen thuis en lieten geen schulden toe die verontrustten. Samen deelden we lief en leed, soms in warmte en enkele maal in onmin. Twee sterke karakters. Maar wel vol gehouden. En neem van mij aan dat de voorspellingen vanuit zgn. ‘experts’ aan het begin van deze reis niet positief waren. Men wist vrijwel zeker dat het voor ons vanaf de geplande start tot mislukken gedoemd was.
Mijn achtergrond, gebroken huwelijken in de familie meer regel dan uitzondering, bij vrouwlief zo links en rechts ook wat verbroken of lastige relaties als decor. Waar wij elkaar vonden was in de oprechte gedachte dat wij het anders zouden doen. Wij praatten veel met elkaar. Kilometers lang wandelend door onze stad. Met grote dromen voor waar we heen zouden willen, maar vooral ook samen. Het leidde tot een heel vroege breuk met ons beider verledens, tot een wens (ingewilligd door mijn toen nog levende schoonvader met groot inzicht en veel naastenliefde..) samen onafhankelijk in een piepklein onderkomen onze herstart te maken. Wat prima lukte. Hard werken, veel sparen, soms een uitstapje. Maar wel bouwend aan een toekomst die uiteraard nooit helemaal over rozen ging maar wel samen werd gevonden.
Schouder aan schouder, soms wel meer dan dat. Diepe dalen overstekend met een zelf gebouwde brug, hoge bergen nemend of die niet bestonden. Het huwelijk als houvast. ‘Kon niks worden, zo jong’ was de gedachte van anderen, maar wij dachten dan ‘ach’. Samen sterk en wat de een niet wist daar had de ander wel een antwoord. Mijn discipline was leren en werken. In het zweet des aanschijns. Vrouwlief deed de extra zaken als haar eigen werk, en de huishoudelijke taken die ik vermoedelijk nooit zou leren. Had zij een klusser gewild, was ze beter aan mij voorbij gelopen. Maar ik zorgde voor de gesprekken, overleg, diepgang bij zaken die er toe deden. Samen naar luchtvaartshows, auto-tentoonstellingen, zelfs de kleine jongen die er intussen was meenemend op die trips. Intussen zijn we weer zoveel jaar verder. We vieren het dus bescheiden. Zoals we dat meestal doen en deden. Morgen is er weer een dag. Gaat de toekomst gewoon weer verder. Nog steeds samen, in warmte gekoesterd. Maar vandaag even een hapje en drankje. Dank u voor de belangstelling. Vanaf morgen is dit theater weer als vanouds geopend….
Tuurlijk hield ze van hem. Ze was toch niet voor niets met hem getrouwd? Ze kregen kinderen en waren beiden gelukkig. Alleen maakte ze de fout hem af en toe tegen te spreken. Dat moest ze niet doen. Dan werd hij kwaad en haalde uit. Ook als de kinderen erbij waren. En dan schaamde ze zich niet alleen voor die kleintjes ook voelde ze zich schuldig. Omdat zij het zo ver had laten komen. Dat hij boos moest worden op haar en zich niet kon beheersen. Ze snapte ook wel dat hij dan naar de buurtkroeg ging en zijn boosheid weg dronk. En als hij dan terugkwam dat er dan wel eens wat sneuvelde in huis of zij een corrigerende tik kreeg. Dan moest ze een tijdje lang thuisblijven. Vervelend, want dan had ze geen boodschappen in huis en werd hij weer boos op haar. Logisch! Haar schuld…Moest ze maar niet zo dom zijn. Hij werkte zo hard en dan wilde een man wel graag lekker eten. Ze trachtte het dan goed te maken in bed. Door hem met alles van wille te zijn. Dat werkte vaak goed en dan sliep hij al snel in, wat voor haar ook plezierig was. Dan had ze haar taken verricht. Nee, hun leven was echt altijd goed op orde geweest. Alleen was het vervelend dat haar moeder haar een keer had opgezocht toen ze net ruzie hadden gehad en ze met een gekleurd oog en een gekneusde rib rondscharrelde in huis. Haar moeder werd boos en leek ook verdrietig. Maar ze legde het haar uit. ‘Mijn schuld’! Moeder vond dat niet. Hij was een rare vent en een vrouw slaan deed je niet. Haar moeder snapte het gewoon niet. Zij moest als echtgenote gewoon dienbaarder zijn, minder tegenwind veroorzaken en haar man niet boos maken. Deed ze echt haar best voor. Maar ja, hij had het zo druk. Later was er die vriendin die haar ook eens zag in een staat die niet helemaal goed was. Ook die werd woest. Hoe ze dit kon laten gebeuren, waarom zij de schuld op zich nam en zo meer. Ook die vriendin snapte het niet. Maar na een tijdje, toen haar man haar minstens een keer per week steeds harder sloeg, begon ze toch te twijfelen. Want ze deed echt haar best en ondanks dat…. Tot die avond in juni. Het was warm. Ze liep in haar topje en dat leuke korte broekje dat haar nog steeds goed paste en haar benen zo fraai deed uitkomen. Het eten was klaar, iets lekkers, de kinderen speelden in de tuin, hadden al gegeten. Ze wachtte hem op en daar was hij. Zodra hij naar haar keek betrok zijn gezicht. ‘Hoer…’ Was het eerste wat hij zei…. ‘Moet je alle mannen weer verleiden met je dikke kont en je decolleté?’ en hij greep haar vast. Sloeg met zijn volle vuist in haar gezicht. Haar neus kraakte, het bloed spoot er uit. Paniek maakte zich van haar meester. Op een moment dat hij de andere kant op keek of de kinderen het niet zouden zien, en hij zich klaarmaakte voor de volgende klap pakte zij die scherpe twee-vingerige vleesvork en stak van zich af. Zijn gezicht veranderde. Van boosheid in verbazing. Hij greep naar zijn borst. Daar stak de vleesvork tot de handgreep in zijn hartstreek. Toen zakte hij als een zoutzak ineen. Het was over. En zij voelde zich uiteraard heel schuldig. Maar ook zo enorm opgelucht….
Zo af en toe krijg ik ineens een soort brain wave en moet dan zomaar ineens denken aan intussen vergeten filmsterren. Vaak vrouwen, die maken nu eenmaal meer indruk op me dan mannen, u wilt me wel vergeven in deze gender neutrale wereld anno 2019. De naam die me onlangs te binnen schoot was die van Angie Dickinson. Een in haar hoogtijdagen erg interessante en knappe verschijning die heel wat films met haar persoonlijkheid vulde en ook in series de nodige rollen mocht spelen. Geboren in 1931 is ze nog steeds levend en wel en dus intussen 88 jaar oud. Dickinson dankt haar achternaam aan haar eerste echtgenoot. Dat was een American Footballspeler. Ook in die periode nam ze acteerlessen en startte haar carrière. Als je ziet in welke series en films ze allemaal speelde duizelt het zowat. Ongekend. Ze was opvallend omdat ze ondanks haar uiterlijk weigerde om typische blondevrouwenmetweinighersens te spelen. Ze had een afkeer van het type Marilyn Monroe of Jayne Mansfield. Niet zo gek als je weet dat Dickinson in haar jonge jaren een graad in ‘handelswetenschappen’ behaalde. Inhoud wilde ze, charisma had ze.
Haar doorbraak voor de TV behaalde ze in de serie ‘Police Story’ die later een spin-off kreeg met haar in de hoofdrol. Vier jaar lang was ze in die reeks (Police Woman) te zien. En ze bleef actief als actrice tot het begin van deze eeuw. Later deed ze nog mee in een soort liveshow waarin mensen tegen elkaar pokerden. Als goede pokeraarster voelde ze zich daarin prima op het gemak. Dickinson was tussen 1965 en 1980 getrouwd met Burt Bacharach waarmee ze een dochter kreeg die helaas leed aan allerlei aandoeningen en zichzelf in 2007 van het leven beroofde. Haar echt allerlaatste rol speelde ze op 76-jarige leeftijd in Mending Fences, een Tv-film. Daarna werd het stil om haar persoon. Je kunt je voorstellen dat ze na het overlijden van haar kind ook geen zin meer had. Daarbij zijn oudere actrices ook niet meer zo gevraagd in het moderne mediawereldje. Angie Dickinson, wie in de jaren zeventig tv keek zal haar wellicht nog kennen als Leann ‘Pepper’ Anderson. Een ook in ons land uitgezonden serie met haar in de hoofdrol. Of ze daarna nog bij de gemiddelde Nederlander in de herinnering is gebleven is de vraag. Een vraag die ik met dit verhaaltje even trachtte in te vullen of beantwoorden. (Beelden: Internet/Wiki)
Weet ik zelf hoe het voelt?? Zeker wel, want deze kroonleeftijd bereikte ik helemaal aan het begin van dit jaar ook! Deed dat zeer? Fysiek niet echt, wel een stukje geestelijk. Immers je bent ineens niet meer ‘jong’ maar wordt gezien als ‘belegen’. En dat terwijl je fysiek nog aardig van de fitte soort bent en elke dag de trappen nog met twee treetjes tegelijk beklimt. Je sjouwt nog steeds zonder morren en rijdt de halve wereld (…nou ja..) door op zoek naar leuke of interessante oorden of mensen. En toch zegt die leeftijd iets over het ouder worden. Iedereen wil dat bereiken, maar zelden wil men het ook zijn. Zeker als die leeftijd gekoppeld is aan kwalen of ernstige tekenen van verloedering. Ook al weten we allemaal dat het vanaf je 30e allemaal slechts minder wordt, de gemiddelden voor mannen en vrouwen laten zien dat 50 het nieuwe 40 is en zo meer. Maar die spiegel….die anderen…. Nu weiger ik op veel momenten domweg te accepteren dat de kalender bepaalt of zou moeten vertellen hoe ik me moet voelen, en dat helpt veel. De geest blijf jong, ook al tonen de kloven in het gezicht aan dat die jeugd lang geleden is verdwenen. Weg gewaaid in de jaren van werken en genieten. Vandaag wordt vrouwlief even oud als ik. Dan haalt ze me weer voor even in. Komt in de leeftijd der wijzen. Ik hoop uiteraard dat het ook de leeftijd der gezonden of gelukkigen wordt of blijft. Zeer gegund. En verder…gewoon van harte proficiat lieve schat! En nog vele jaren – liefst nog wat samen. En ja, u mag haar feliciteren, op de bekende sociale media of hier. Ik geef het haar door……Dank bij voorbaat….:)
Het aantal jaren dat wij intussen getrouwd zijn is, zo bleek vorig jaar, reden voor de burgemeester of een van de wethouders om ons een bosje bloemen te komen brengen. Niet omdat wij nu echt zo oud zijn, al is het kuikendons intussen wel verdwenen, nee, we waren er gewoon vroeg bij. Indertijd een schokkend besluit, maar voor ons beiden toch het beste. Het gaf ons gelegenheid de eigen vleugels eens te benutten zonder dat we beknot werden in de richting waarheen we wilden fladderen. Jong, relatief onbedorven, maar met een grote mate van zelfstandigheid in de genen gingen we het avontuur aan. Met als geluk dat we een piepklein appartementje mochten inrichten in het vrij grote toenmalige woonhuis van de ouders van mijn echtgenote. Zo’n appartement zou nu al snel iets van een ton of drie-en-een-half kosten, indertijd was het voor ons min of meer gratis maar konden we ons via een luik afzonderen van de rest van het huis. Toch wel handig als je zo jong bent.
Het leven kende haar hobbels. Op en neer hoort er bij. Praten ook. Samen verving ieder voor zich en god voor ons allen. We werkten hard, kregen veel steun van de schoonouders, genoten toch van die vrijheid en ontwikkelden een samenlevingsvorm die ons paste. Een huwelijk is niet alleen maar een zaak van jouw wensen en verlangens er door duwen ten koste van de ander. Nee, het overleg- of poldermodel werkte behoorlijk goed in ons geval. En wij waren ook ooit getrouwd omdat we nooit om gesprekken verlegen zaten. Veel interesses deelden we en waar we verschilden maakte dat het juist weer interessant. Mijn liefhebberijen verhuisden mee, de hare werden verder ontwikkeld. Na een paar jaar verhuisden we. Naar de nieuwe woonwijk waar zoveel Amsterdammers hun zinnen op hadden gezet. De splinternieuwe Bijlmermeer! Met haar comfortabele flatwoningen die eigenlijk best aan de prijs waren. Maar ook nieuw en goed verwarmd. Ook daar ging ons leven door zoals we dat kenden. Al ondergingen we emotioneel ook daar grote dieptepunten. Het leven is nu eenmaal niet alleen maar lol maken en dromen. De neus moest soms stevig op de feiten van dat leven.
Een zoon bekroonde ons leven van toen in die wijk vol grote flats en jonge gezinnen. En zo ging dat maar door. Verhuizen van hier naar daar en van daar weer naar hier. Mensen verdwenen uit ons leven, soms door verhuizing, in andere gevallen doordat ze het tijdelijke voor het eeuwige verwisselden. Van de mensen die op onze trouwfoto’s staan zijn er heel wat intussen gaan hemelen. Anderen zijn net als wij een dagje ouder geworden. Want jong blijf je niet. Dat is een illusie! Jong van geest wellicht, dat wel. Ondanks dat kraakt en piept en wel eens iets. De ‘onkwetsbaarheid’ en glans van de jeugd verdwijnen. Dat gevoel voor mekaar niet. Dat maakt ook sterk, dat is de basis. Vandaag vieren we weer een keer dat we heel lang geleden precies op Dierendag ‘ja’ zeiden tegen elkaar en er voor gingen. Nu eens zien dat we daar nog eens een paar tientallen jaren aan toe kunnen voegen. Zou mooi zijn als we niet zozeer de burgemeester als wel de premier van dit land langs krijgen met een bosje tulpen. Of Maxima….Maar dat leidt vermoedelijk tot ellende. En dat is niet handig na al die jaren…..En o ja, vieren doen we het zelf ook natuurlijk….:)