Urbanus…

Urbanus…

In het ons als Mokummers omringende Amstelland kom je op korte afstand een viertal katholieke kerkgebouwen tegen met dezelfde naam.

St. Urbanus! En dat is opmerkelijk want een echt bekende figuur in de katholieke (vaderlandse) geschiedenis is dat nu ook weer niet. Zou je zo denken. Kijk, Antonius, Marcus, Petrus, Paulus, allemaal lieden die een belangrijke rol speelden in het oergeloof der Christenen, maar Urbanus? Nou dat ligt toch gevoelig. Urbanus 1 was een Paus uit de Roomse geschiedenis en stuurde de kerk van Christus aan tussen 222-230 na de dood van de naamgever. Echt veel is er over hem niet bekend, meestal gaat het dan om legendes. Hij wordt wel als martelaar voor het geloof vereerd. En in het jaar 700 door een bisschop in de omgeving van Trier heilig verklaard. En daar in die hoek van Europa is hij een belangrijke figuur geworden.

Hij werd er de patroonheilige van de boeren, wijngaarden en de wijn. Op 25 mei viert men in delen van Duitsland nog steeds Urbanstag inclusief processies en zo meer. Een meer bekende figuur dus dan we op het eerste gezicht zouden kunnen bedenken. Terug naar Amstelland. Opmerkelijk dat juist deze kerkelijke figuur zo belangrijk leek dat men er vier kerken naar benoemde. Het zou iets te maken hebben met het feit dat de vroegere Heren van Amstel via allerlei connecties die liepen naar Trier in contact kwamen met het verhaal rond de oude heilige en ergens rond het jaar 1000 Urbanus aannamen tot een soort van patroonheilige. Overigens tot grote afkeer van de Bisschop van Utrecht die toen nog gold als een zeer belangrijke figuur in onze streken. Die had meer op met de bekende St.Maarten (Martinus) die door zijn weggeven van een deel van zijn mantel aan een bedelaar werd gezien als prachtig voorbeeld voor devote christenen. De constante wrevel in Amstelland rond het beleid van die Utrechtse kerkaanvoerder maakte dat men vol devotie achter Urbanus aansjouwde en op enig moment dus die kerken bouwde met diens naam.

De oudste daarvan staat in Ouderkerk aan de Amstel en werd gebouwd door de bekende kerkenbouwer Pierre Cuypers. De grootste kerk met deze naam staat echter in Bovenkerk (Amstelveen), het vroegere Nieuwer-Amstel, en werd onlangs door een enorme brand zeer beschadigd. Gaat het om de kerk met de grootste en meest markante toren, moet je langs de Amstel stroomopwaarts even naar Nes aan de Amstel reizen. Daar staat een voor zo’n dorpje enorm gezichtsbepalend kerkgebouw aan de Amstel die duidelijk maakt dat men die Urbanus veel goeds toedichtte. De vierde kerk in deze regio met die naam (al is die onlangs veranderd in Stationskerk vanwege het nabij gelegen knooppunt van spoor- en metronetwerk) vindt je in Duivendrecht. Die kerk kreeg ook als bijnaam de Dom van Duivendrecht. Twee torens, mooi oud gebouw maar door de opsplitsing van deze woongemeente in de jaren 70/80 ontdaan van veel gelovigen. De kerk in Nes is ook van Cuypers overigens en dat is aan de bouwstijl goed te zien. In het zuiden van ons land is overigens ook nog een kerk met de naam van Urbanus te vinden.

In Belfeld namelijk, niet ver van Venlo, vallend onder het bisdom Roermond. Maar dat Limburg ligt natuurlijk ook 2 uur rijden dichter bij Trier, dus lijkt een logischer keuze… In de kerk van Ouderkerk zouden volgens de verhalen onderdelen van het geraamte van Urbanus zijn bewaard. Maar belangrijker is dat deze oud-katholieke bolwerken intussen beeldbepalend zijn geweest voor de woonomgeving waar ze staan. Alle kerken die typische uitstraling die de katholieke kerken zo eigen is, al was het maar door die befaamde bouwmeesters. Herstel van die zo ernstig beschadigde kerk in Bovenkerk gaat intussen langzaam maar gestaag. Ellendig genoeg was de brandoorzaak terug te voeren naar herstelwerkzaamheden die men daar had uitgevoerd om de kerk weer helemaal bij de tijd te brengen en het unieke orgel te restaureren. Al dat werk werd in een enkele rampzalige avond teniet gedaan. Gelukkig zorgen crowd-funding-acties en geld van het bisdom, opgeteld bij wat subsidies van de gemeente dat de kerk weer in alle ere wordt hersteld. De toren was onbeschadigd en kan nu zelfs weer worden beklommen. Een toren die nog een extra functie bekleedde in het verleden, het was voor sportvliegers die naar/van Schiphol vlogen namelijk een markant meldingspunt, aangeduid met de kreet ‘Point Bravo’ die ook bij de verkeersleiding herkenbaar was en leidde tot verdere instructies. Ik ben er in die soort kistjes vaak overheen gevlogen. En inderdaad ontdekt dat hij zeer herkenbaar was, van grote afstand. Urbanus als baken. Zo zagen die oude katholieken dat graag. (beelden: Archief)

Naamgevende rivier…

Voor Amsterdam is de Amstel niet zomaar een watertje dat ergens in het zuidoosten de stad binnenkomt, nee het is de naamgevende rivier van de stad. Immers het was de Amstel die in zijn oervorm de omgeving vormde tot wat het nu is maar ook verbindingen mogelijk maakte met het achterland van de stad. De Amstel die bovenstrooms aansloot op de (Oude)Rijn, en uitmondde in het IJgebied en de Zuiderzee. De veengebieden rond de stad werden deels afgegraven en voorzien van dwarsvaarten en boerensloten, het poldergebied naast de rivier met molens droog gemaakt. In de oertijd was dat gebied rond Amsterdam vooral nat. Erg nat. Je had er grote meren, stromen, sloten en zo meer.

Bij slecht weer overstroomde het spaarzame land ook nog eens. Inpolderen de boodschap. Het gebied rond de Amstel werd ook naar de rivier genoemd. Ouder-Amstel was er daar een van, een gemeente die ouder is dan Amsterdam zelf. Vooral bewoond door boeren en vissers. Volgens de overlevering gingen heel wat vroegere vissers via het water van de Amstel stroomafwaarts om dan in het Amsterdamse gebied te blijven hangen en daar de nederzetting te stichten die als Amstel’radam furore zou maken. Nieuwer-Amstel was het tweede gebied, aan de andere kant van het stromende water gelegen dat uiteindelijk zou gaan zorgen voor expansie van het Amsterdamse grondgebied. De Amstel werd uiteindelijk ingedamd, beheerst, gekanaliseerd, in haar meest zuidelijke stroomgebied ‘Amstel-Drecht-kanaal’ genoemd en aan de stedelijk kant gedempt om via de grachten van de stad alsnog uit te monden in IJ.

De Amstel werd een recreatieve stroom. Vol pleziervaart en roeiboten. In de jaren achter ons nog wel bevaren door veel beroepsvaart, die met name de industrie van Uithoorn moest bevoorraden. Je had daar een asfaltfabriek maar ook de chemische industrie Cindu. Doordat veel van die industrie er niet meer is, verdween ook het grootste deel van de beroepsvaart al komt er af en toe echt nog wel een diep beladen schip de Amstel door. De rivier is ten zuiden van Amsterdam en tot pak weg Uithoorn op haar mooist. Slingerend, soms breed, prachtige huizen er langs.

De Waver een zijrivier en die weer verbonden met de Vecht. In de stad zelf via de Weespertrekvaart vertbonden met het Amsterdam-Rijnkanaal. Via de grote vaarten in Amsterdam Zuid en West ook weer verbonden met de Nieuwe Meer en de Ringvaart rond Schiphol of het Spaarne. Water als verbindingsweg maar zeker ook als aanjager van prachtige natuur. Gelukkig is er nog steeds een afspraak tussen Amsterdam en omringende gemeenten om bepaalde gebieden groen te houden.

Al zie je wel steeds meer dure huizen verschijnen tegen de Amsteldijken aan, the rich and famous willen er graag wonen. Zeker aan Amstelveense kant kom je nog wel wat opstallen tegen van BN-ers. De Amstel, ik ben er mee opgegroeid. Nooit heel ver van die rivier weg gewoond. Herinneringen vermengd met de moderne tijd. Van vroegere bootverbindingen tussen Amsterdam en Ouderkerk of zelfs Uithoorn, tot een dicht gevroren rivier begin jaren zestig. Van kolenboten aan de kade in Amsterdam Zuid tot de vele roeiverenigingen die door de jaren heen hun domicilie aan en op de Amstel vonden. Amsterdam zonder Amstel is ondenkbaar. Net als Rotterdam zonder Rotte of Maastricht zonder Maas. En wie er van wil genieten moet er eens langs gaan lopen. Zo prachtig, dat je als je enig talent bezit al snel staat te schilderen of fotograferen op zeer fraaie plekken. Ik doe dat regelmatig…. Aan te bevelen….(Beelden: Eigen archief)