Verdwenen namen…

Verdwenen namen…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-425013-unvergessen-voorkant-img_4772.jpg

Als ik de naam Schreiner Airways noem zegt dat de meeste lezers niets denk ik. Of Air Holland dan? Air Exel? Fairways Rotterdam? Zijn een paar Nederlandse luchtvaartbedrijven die het in tegenstelling tot KLM, Martinair of Transavia niet hebben gered. Blijft jammer, maar Nederland is natuurlijk ook een klein landje, ook al is de luchtvaartgeschiedenis groot. In een groot land als Duitsland heb je naast Lufthansa vele, zeer vele luchtvaartbedrijven gehad die uiteindelijk ten onder gingen aan wanbeheer of hun eigen succes. Veel van die bedrijven in ons land vrijwel onbekend. Mij als luchtvaartkenner is een stel van die bedrijven wel beter bekend, al was het maar omdat ik ze tijdens hun bestaansjaren nog wel eens tegenkwam op een of ander vliegveld hier of daar.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-425013-unvergessen-air-berlin-img_4773.jpg

Zoals LTU, Hapag-Lloyd, Bavaria, Germanair en het bijzonder General Air. Dat laatste bedrijf kocht in de jaren zestig zelfs een reeks Russische Yakovlev Yak 40 jets waarmee ze binnen Duitsland routes vlogen. Veel van dit soort verhalen las ik in een bij de oosterburen gekocht boek met de titel ‘Unvergessen Legendare Deutsche Airlines’, een uitgave van Motor Buch Verlag. Andreas Spaeth de auteur en die beschrijft in dit 190 pagina dikke hardcover boek de geschiedenis van tientallen van die Duitse airlines die het uiteindelijk niet hebben gered. Rijk geillustreerd, mooi in kleur, verhalen van oude managementleden, terugblikken op zaken die vaak de nekslag gaven aan een op zich gezond bedrijf. Maar ook hoe de invloed van Lufthansa op vergunningen van concurrenten zorgde voor veel narigheid. Ook dat kennen we wel uit ons eigen landje waar men ook altijd vreesde te veel potentiele concurrentie. En dan werden nieuwkomers aardig dwars gezeten, het verhaal van Transavia wat ik op 21 oktober voor jullie publiceerde vertelt een verhaal op dat punt.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-425013-unvergessen-achterkant-img_4771.jpg

Maar in Duitsland ging dat er nog wat heftiger aan toe. Kwam bij dat veel van die bedrijven die het soms maar kort, anderen weer vrij lang in het luchtruim vertoefden, nogal eens een gat in de markt ontdekten waar zij gaarne insprongen. Duitsland kent vele Bondsstaten en dito hoofdsteden en voor een Beier is een vlucht vanaf Frankfurt of Berlijn minder logisch gezien de best lange binnenlandse reisafstanden. Daarbij kwam dat de honger naar vooral vakantievluchten door heel de Bondsrepubliek groot werd na de ellendige oorlogsjaren. En met alles wat kon vliegen zetten die nieuwe ‘jongens’ zich graag in om een deel van die enorme groeimarkt te pakken. Opvallend vaak vlogen er ook Fokker-toestellen voor de maatschappijen, het boek vertelt er veel over in woord en beeld. Hoe dan ook, ik kocht dit boek splinternieuw in Duitsland voor E. 32,00 en het is meer dan de moeite waard. Ik las het met veel plezier uit en ben er een stuk wijzer door geworden. Maar dat is met veel boeken zo. (ISBN 978-3-613-04501-9)Gekocht bij de Maijerische Buchhandling….(Beelden: Prive)

60 jaar Transavia…

60 jaar Transavia…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: dc6b-transavia.jpg

Vandaag precies 60 jaar geleden startte een nieuwe luchtvaartmaatschappij in ons land. Via allerlei slimme omwegen zette toenmalig luchtvaartpionier John Block zijn eigen bedrijf op. Hij was ooit samen met Martin Schroder aan de slag gegaan voor diens Martin’s Air Charter, maar de karakters van beide heren waren zo verschillend dat Block op enig moment opstapte en zijn eigen weg zocht. Met een stel oude propliners, financiers van her en der, startte hij zijn Transavia Holland en stortte zich eerst nog wat bescheiden op de steeds maar groeiende chartermarkt richting zuidelijke oorden.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: aerospatiale-caravelle-h075.jpg

Maar als de groen geschilderde kisten stilstonden bedacht Block een nieuw plan en verhuurde zijn machines aan andere bedrijven of ging gewoon ‘wilde’ vracht vliegen. Zijn felste concurrent was zijn oude partner Schroder die in ons land geen concurrentie duldde. Die wilde ook Bob Schreiner (Schreiner Airways) van de markt duwen dus nam en-passant Transavia mee in zijn pogingen de lucratieve vakantievliegerij voor zichzelf te behouden.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: aerospatiale-caravelles-hv-sloop-spl-winter76-211018-scan10366.jpg

Maar Block gaf niet toe. Sterker nog, die breidde zijn vloot uit. Sloot deals met allerlei (tour)bedrijven. Kocht op enig moment een serie tweedehands Franse Caravelle straalvliegtuigen die in die jaren voor een kleine prijs te koop waren maar precies het doel dienden dat paste bij zijn visie. Hij ging ook vliegen voor de TROS, kreeg toegang tot typische doelgroepen van normale mensen die voor een lekker prijsje naar het zuiden wilden. Intussen verhuurde hij zijn oude DC-6 vloot aan allerlei instellingen die o.a. in Afrika actief waren. Een deel van de vloot van die machines zou daar ook eindigen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 15408-boeing-737-2-ph-tvh-hv-landt-eham-sum-82-scan10086.jpg

Een grotere Boeing 707 werd aangekocht, een tweede gehuurd, het bedrijf kreeg steeds meer body en een behoorlijke naam en faam. Op enig moment vond Block dat hij moderne straalvliegtuigen moest kopen om de toch wat dorstige en niet meteen geluidsarme Caravelles te vervangen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 34144-boeing-737-3-hv-phtsu-cucumber-c.s.-scan10419.jpg

Hij koos voor de toen nieuwe Boeing 737-200Advanced die al snel de ruggengraat voor zijn vloot vormden. De Caravelles werden afgevoerd en deels op Schiphol-Oost gesloopt. Op enig moment verdween Block uit het management van zijn eigen bedrijf. Later zou hij weer opduiken met zijn nieuwe maatschappij Air Holland. Transavia leunde intussen steeds meer aan tegen KLM. De vloot ging ook op bescheiden schaal lijnvluchten uitvoeren. Naar Londen-Gatwick, Spanje, en dat legde Transavia geen windeieren.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: b707-hv-landing.jpg

De vloot groeide en groeide en zodra er weer een nieuwe variant was op de 737 ruilde men de oudere kisten in op de allernieuwste. Transavia werd een groot-gebruiker van die Boeings. Ook de wat grotere 757 kwam in gebruik, de 707’s verdwenen. KLM werd grootaandeelhouder. En het lijnennet groeide zodanig dat men besloot om als prijsvechter te gaan vliegen en het vakantieverkeer wat af te bouwen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: a321neo-hv-in-retro-kleuren.jpg

Na de fusie van KLM met Air France kreeg Transavia onder Franse druk ook een Franse zuster, zelfs een Deense, maar die laatste kreeg in Denemarken geen voet aan de grond. In Frankrijk ging dat beter. Intussen heeft men i.s.m. de moedermaatschappij AF/KLM besloten om alle Boeings op te ruimen en Europese Airbussen A320/21NEO’s in de vloot op te nemen, die intussen in hoog tempo de laatste 737’s vervangen. Door de jaren heen werden ook de beschilderingen op de vliegtuigen afgewisseld door nieuwe ontwerpen. Binnenkort komt met de viering van het verjaardagsjaar de nieuwste variant op de nieuwste A321NEO te staan en zal door de jaren heen dat schema ook op de rest van de vloot worden ingevoerd. De meest recente 321 kreeg intussen een retro-beschildering die teruggrijpt naar de jaren van John Block. Een mooi eerbetoon aan een man die van zijn frustratie een levenswerk wist te maken en zijn groene maatschappij vanuit een hemelse positie toch met trots zal bekijken. Sigaretje en een goed glas er bij…Transavia werd vandaag 60! Van harte proficiat…..(beelden: Archief/internet)

De turboprop…

De turboprop…

Ooit hadden vliegtuigen allemaal een zuigermotor. In lijn, stervorm, of wat ook, ze draaiden op hoog-octaan-benzine en dreven een propeller aan die trek- of duwkracht leverde waardoor het betreffende toestel kon opstijgen, vliegen en veilig landen. De basistechniek was niet veel anders als die voor automobielen. Een zuigermotor met propeller was betrouwbaar, maar vroeg ook veel onderhoud, en met name de grote soorten motoren waren mateloos ingewikkeld van constructie.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 212719-aero-spacelines-super-guppy-f-bbpa-spl-0280-scan10159.jpg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond op enig moment de eerste generatie straalturbines. Een heel ander soort techniek. Waarbij lucht werd aangezogen via een open inlaat aan de voorkant, een verbrandingskamer zorgde voor energie en schoepen in de motor die de kracht van de lucht versterkten waardoor hete uitlaatgassen de aandrijving van de eerste machines verzorgden. Voordeel, geen trillingen, minder gecompliceerde techniek, maar wel meer geluid (hoge toon en gebrul bij volgas) en hoger brandstofverbruik.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: atp-euro-direct-g-oede-spl-170894-pict0238.jpg

Al snel werd met name in Engeland gewerkt aan een totaal nieuw concept. De vermenging van die nieuwe straalmotor met een propeller. Via een tandwielbak en reductie kwam de turbopropmotor tot leven. Rolls Royce een pionier, maar ook andere Britse fabrikanten grepen naar deze techniek. De Turboprop was zuiniger, stiller en ook efficienter dan de toenmalige pure jets. Dus goed geschikt voor vliegtuigen die over kortere afstanden moesten opereren.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217515-eham-090986-bae-viscount-bma-g-azna-landing-scan10547.jpg

Befaamd werd in dit segment de Britse Vickers Viscount met zijn vier motoren, maar ook de Friendship van Fokker benutte het principe. In de VS bouwde men intussen zwaardere turboprops die werden ingezet voor militaire transportvliegtuigen maar ook in de burgerluchtvaart vele jaren dienst zouden doen en waarvan vele duizenden exemplaren werden gefabriceerd. Allison, Pratt & Whitney, allemaal grote namen in dit verband.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: antonov-an-22_3.jpg

De zwaarste exemplaren kwamen overigens uit de Sovjet-Unie waar men hele generaties verkeersvliegtuigen en militaire transporttoestellen ontwikkelde die motoren benutten die feitelijk voor de Rode Luchtmacht waren bedoeld. Zo was er de motor voor de Tu-20 bommenwerper die ook geschikt bleek voor de civiele Tu-114 en de latere An-22. Op iets lager niveau acteerde de Ivchenko AI20 die in aangepaste vorm o.a. de Il-18, An-10/12 en latere An-24-familie zou voortstuwen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 216526-fairchild-metroliner-sn-taxying-scan10189.jpg

Turboprops zijn nog steeds overal te vinden in de luchtvaart. Nieuwe generaties vliegtuigen vroegen om bijpassende motoren en die zijn dan ook qua evolutie meegegaan naar de 21e eeuw. Ze zijn flink stiller dan de gemiddelde straalmotor (ook al zijn die op zichzelf nu zelf al 50% stiller dan vroeger bij een stuwkracht die 10-20 keer groter werd), maar zeker ook nog zuiniger. Het is altijd mooi om te zien hoe evolutie binnen de luchtvaart vaak revolutionaire productlijnen veroorzaakte. En dat in alle landen over de hele wereld het geluid van turboprops hoorbaar is. Van klein tot groot. Met dank aan ingenieurs en uitvinders van dik 80 jaar geleden. Die zagen geen beren in het bos, maar gingen gewoon helemaal los. (beelden: archief)

Spottersproblemen…

Spottersproblemen…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: a220-yl-csg-air-baltic-eham-200525-p1015015-c.jpg

Een paar keer per jaar ruk ik uit met de fototas, VHF-radio en zo meer in mijn nabijheid en rijd dan naar een van de bekende spottersplekken rond of op Schiphol. Ik kan me daar een paar uur lekker vermaken al zeg (schrijf) ik het zelf, zeker als er weer wat voor mij nieuwe vliegtuigen of maatschappijen voorbij komen. Toch is er voor mij wel een verschil met vroeger jaren, de meeste van die keurig netjes ingerichte spottersplekken hebben allemaal de pech dat ze tegen de zon in zijn gesitueerd. Resultaat, eigenlijk is mooi weer voor mijn liefhebberij geen optie. Want fotograferen tegen de zon in is geen pretje en maakt de kwaliteit van de geschoten plaatjes er niet beter op.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 218027-eham-280588-fokker-f-27-uk-g-blgw-t.o.-scan10631.jpg

Gelukkig valt er veel te corrigeren op de laptop, maar toch. Vroeger, (opa vertelt)waren er diverse plekken rond Schiphol waar je keurig met de zon in de rug al je platen kon schieten. Maar dat waren geen officiele plekken. Veel collega-spotters stonden daar dan ook. Brood mee, thermoskan koffie of thee en je hield het wel even vol. De lokale greppel was er voor de sanitaire stop. Allemaal opgedoekt, van die oude plekken is niks meer terug te vinden. Expansie van de luchthaven zorgde voor al dat geregel. De spottersplekken kennen tegenwoordig van die openbare plasbakken, er staat een frietkraam of ijstent of er is zelfs een McDonalds te vinden. Voor ieder wat wils dus. En toch geeft het allemaal een zekere weerstand om wat ik vroeger meerdere malen per jaar deed nu op enig frequenter wijze opnieuw te doen. Terwijl ik er echt van geniet. Steeds weer. Maar die beelden…dat vele werk thuis… Nou ja, het moet maar…niet zo klagen. Het is maar een hobby….Binnenkort ga ik weer een rondje maken… (Beelden: archief)

Hoogdekkers…

Hoogdekkers…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 15414-fokker-f27-uk-g-bdvt-landt-eham-sum82-scan10090.jpg

Ik had het al eerder beloofd, ik zou ook over een ontwerpfenomeen wat binnen de luchtvaartsector gretig aftrek heeft gevonden iets oreren. Namelijk over de zgn. hoogdekker. Daarmee wordt bedoeld dat een vliegtuig zijn vleugels niet aan de onderkant van de romp gemonteerd kreeg of krijgt maar juist bovenop die romp. Groot voordeel, de propellers blijven vrij van de grond, en als de motoren van het betreffende toestel krachtig zijn, kunnen die propellers ook wat groter uitvallen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 212610-fokker-f-vii-h-nacc-klm-scan10031.jpg

Daarbij is de lift van een hoog geplaatste vleugel vaak wat beter waardoor starten en landen op plekken waar de start/landingsbanen minder verzorgd dan wel korter van lengte zijn, op efficienter wijze zal verlopen. Ver voor de oorlog was Fokker al een pionier op dit gebied. Diens F2, het eerste eigen verkeersvliegtuig van de fabrikant maar ook voor KLM, kende deze constructie en Fokker hield hier aan vast tot en met de F27 Friendship die tot ver na WO2 werd geproduceerd.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: hp-herald-air-uk.jpg

Het Britse Handley Page had na de oorlog een soortgelijk toestel in de aanbieding, de Dart Herald, die zelfs wat leek op onze Friendship. Maar ook het Russische/Oekrainse Antonov Design Bureau bracht een soortgelijk toestel op de markt dat uiteindelijk een hele familie vliegtuigen zou opleveren. Antonov bleek overigens een groot fan van deze constructie, want naast de An-24/6/8/32 waren er de An8/10/12, de gigantische An22 en de nog veel grotere An124/225.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: an-24-518347543_1ab9773b75_m.jpg

Bij Lockheed zagen we de C130 Hercules die vele decennia lang de standaard was op het gebied van militaire transportvliegtuigen. Maar ook hun C5A/B Galaxy had die vleugels hoog zitten.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 213206-lockheed-c-5a-usaf-spl-1080-scan10104.jpg

In het VK brachten ze het moderne straalverkeersvliegtuig BAe 146 op de markt, dat wereldwijd aardig succesvol werd verkocht. De Russen hadden ook nog de Ilyushin Il-76 transportkist die behoort tot de grote jongens. Binnen Europa zagen/zien we de ART42/72 familie die tegenwoordig door Airbus wordt vermarkt. En dan heb ik het nog niet eens over de vele concepten voor elektrisch vliegende verkeerskisten die weer met propellers uitgerust over (ultra)korte afstanden moeten gaan vliegen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217103-eham-090785-bae-146-da-g-bkht-t.o.-scan10445.jpg

Daarbij zit die vleugel ook weer hoog op de romp. Als het langzaam mag dan maar weer met deze veilige constructie. Bij de kleine luchtvaart is het aantal toestellen met die hoge vleugels talloos. Cessna maakte er veel, maar ook andere fabrikanten waren of zijn er druk mee bezig. Kortom, variatie genoeg. En dat is voor ons passagiers of liefhebbers eigenlijk best plezierig. Onderscheid geeft afwisseling, en dat laatste weer meer plezier. Ik heb diverse van de genoemde types van binnen gezien of heb er mee gevlogen. Altijd aardig. De plaatjes die ik er bij zet komen uit mijn archief en zijn slechts een bescheiden selectie om het principe te bewijzen…..(Beelden: archief)

Alles achter….

Alles achter….

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 16308-eham-030184-aerospatiale-caravelle-10b-aero-lloyd-t.o.-scan10071.jpg

Schreef ik op 11 mei jl nog over automobielen die decennia lang de aandrijfbron achterin de carrosserie gezet kregen, in de luchtvaart kenden we dit fenomeen ook. Voor veel passagiers zal het weinig hebben uitgemaakt waar die aandrijfbronnen zaten, maar voor de techniek en efficiency van veel verkeersvliegtuigen was dit een wezenlijke keuze. Bij de propellervliegtuigen speelde dit niet tot nauwelijks. Immers door de propellers was montage in of op de vleugels de meest logische keuze.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: tu-104-cccp-42412-at-spl.jpg

Bij het straalvliegtuig lag dit totaal anders. Bij de eerste vliegtuigen van dit type, de Britse Comet en de Russische Tupolev Tu-104, werden de motoren ingebouwd in de vleugelwortels dicht tegen de romp. Dat zorgde voor een goede luchtstroom rond en in die motoren, maar de nadelen waren dat er trillingen en geluid werden doorgegeven aan de passagiers aan boord.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 16018-boeing-707-321c-banglasdesh-cleans-up-eham-250783-scan10138.jpg

De eerste Amerikaanse verkeersvliegtuigen als de Boeing 707, DC-8 van Douglas of Convair 880/990 serie hadden hun vier straalmotoren in zgn. pods onder de pijlvleugels zitten. Men leerde die manier van ophangen door ervaringen met militaire bommenwerpers als de B-47 en B-52. Maar het waren de Fransen die voor het eerste een verkeersvliegtuig bouwden met de (2) straalmotoren aan de staart.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 15438-boeing-727-2-ib-landt-eham-221282-ec-cba-scan10104.jpg

Voordeel, je kreeg een lichtere vleugel, meer lift, het geluid zat achteraan dus voorin de cabine was het fluisterstil en je kon de constructie lager op zijn wielen zetten als de machine op de grond moest worden afgehandeld. De Caravelle van Sud-Aviation was dan ook een sensatie en werd een grote hit.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 213347-bae-trident-three-ba-g-awzn-t.o.-spl-0681-scan10143.jpg

Veel fabrikanten spiegelden zich aan dit succes. Boeing bijvoorbeeld met zijn 727 waar drie motoren achteraan de romp werden gemonteerd. Gold ook voor de Britse Trident van De Havilland of de BAC 111 die twee motoren aan de staart kende. Ook de DC-9 van Douglas had deze constructie, net als de Fokker F-28 uit ons eigen land.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 15938-bac-111-5-bcal-landt-eham-250783-scan10098.jpg

Het Russische Tupolev nam voor haar 134 en latere 154 ook deze constructie over en zo kreeg je een paar decennia lang heel wat vliegtuigen te zien waarbij die motoren achteraan waren vastgeplakt aan de romp.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 16110-ehtx-130883-fokker-f-28-ph-jhg-almost-on-the-ground.scan10022.jpg

Nog groter werd die constructie bij toestellen voor de lange afstanden als de Vickers VC-10 uit het VK die maar liefst vier in paren gemonteerde straalmotoren van Rolls Royce naast zijn imponerende staart liet zien.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: il-62-ikv-aeroflot-first-production-img_1605.jpg

De Russen deden er nog een schepje bovenop met hun Ilyushin Il-62 die in een klap lange afstanden kon afleggen met meer dan 150 passagiers aan boord en zelfs nog economisch kon vliegen, wat indertijd bij Russische toestellen zeldzaam was. Toch wonnen uiteindelijk de vliegtuigen met de motoren aan en onder de vleugels het pleit. De staartdragers (..) verdwenen langzaam aan uit de commerciele luchtvaart.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: gulfstream-g500-n711vt-spl-180924-img_7748.jpg

En als je nu op luchthavens kijkt zijn ze vrijwel verdwenen en wat nog vliegt is veelal van de wat kleinere soort. Want bij zakenvliegtuigen is het juist weer wel een trend om die motoren achteraan te monteren. En zo zie je dat evolutie soms leidt tot revolutie en dat golfbewegingen heel normaal zijn binnen de wereld van de techniek. En volgende keer zal ik het nog eens hebben over het verschil tussen laag – en hooggeplaatste vleugels of staartvlakken. Maar dat is toekomstmuziek…. (Beelden: Yellowbird archief)

Storm…

Storm…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217650-ehtx-160587-dove-g-blrn-taxies-in-scan10427.jpg

Wellicht kwam het doordat ik mijn tweede vlucht ooit maakte in een kleine tweemotorige De Havilland Dove van Martin’s Air Charter boven Amsterdam tijdens een fikse onweersbui… Ik heb daarna heel wat vluchten in storm en regen meegemaakt en was nooit echt bang of zo. Ik weet nog dat mijn ouders op die bewuste dag in 1963 aardig van de leg waren toen ik als dapper jong vliegmens na de landing uit de Dove stapte in de plensregen en met een glimlach die tot thuis duurde uitlegde dat het ‘boven’ wel meeviel.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217826-eham-160787-bae-146-da-g-bkmn-t.o.-scan10526.jpg

Dat deed het ook bij die andere vluchten. Zoals met die eerste vlucht van DanAir met de BAe146 die me meevoerde van Schiphol naar Cardiff, Bristol, Guernsey en Jersey terwijl daar een beste storm met regen en nul zicht voorbij raasde over dat specifieke deel van het VK. Elke landing met de viermotorige jet was een avontuur en ik hoorde medepassagiers soms kreten slaken als de kist weer een ‘beuk’ kreeg van de wind. De crew (ik zat op de jumpseat in de cockpit) gaf geen krimp en vloog de machine alsof er niks aan de hand was. Dat gaf me wederom rust. Paniek (je ziet het wel eens in rampenfilms) was nergens te bekennen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217119-eham-090785-tupolev-tu-134a-ok-ok-efk-v-r-scan10456.jpg

Tijdens een vlucht terug vanuit Praag met de Tupolev 134 van de Tsjechische CSA vlogen we opnieuw in een onweersbui met veel regen, lichtflitsen, storm richting Schiphol vanaf pakweg Zwolle omdat de luchtroute zo was uitgelegd door de verkeersleiding. De Tupolev gilde het uit, mijn medereiziger van toen werd nogal stil, ik genoot. De landing was als een eitje. Wind of geen wind, de profi’s voorin deden hun job. Later maakte ik windkracht 8-10 mee aan boord van toestellen van Transavia en KLM.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217315-ehle-140486-piper-super-cub-ph-nlg-met-leo-scan10566.jpg

Nul problemen, al was het in de cabine wel net of we in een rollercoaster-ride terecht waren gekomen die Disney niet zou misstaan. Altijd kwamen die machines keurig op hun rubberen pootjes terecht en ik genoot. Dat was anders in kleine kistjes waarmee mijn toenmalige vliegvriend John nog wel eens wat stunts wilde uithalen. Hij vond ‘wegvallen’ van zo’n kistje om te gieren. Ik niet! Wat aerobatics….hij vond het schitterend, ik niet. Zo heeft iedereen zijn voorkeuren. Was het wantrouwen over zijn vliegkunsten?? Nee niet echt. John was best een profi. Maar ook een beetje gek. En dat zie je bij beroepsvliegers zelden of nooit. En dus is vliegen domweg de veiligste vervoersvorm by far. Dus wie gaat vliegen, nooit bang zijn, die lui daar voorin willen ook graag veilig naar huis. De Kamikaze-gedachte is zelfs in Japan wel uitgestorven. Dus wie gaat, geniet er van en vertel je verhalen als het kan. Ook als je in storm en regen vloog…. (Beelden: Yellowbird Archief)

Pechvogels…

Pechvogels…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-425006-pechvogels-img_9653.jpg

Binnen de industriele wereld zijn tal van voorbeelden te vinden van mislukte ontwerpen of producten. Vaak totaal vergeten en soms iconisch omdat er veel geld achteraan ging om er iets van te maken maar de omstandigheden waaronder het ontwerp werd gemaakt tijdens ontwikkeling van de hardware, veranderden. Dat zie je dus ook in de luchtvaart-industrie. Miljarden gingen er soms doorheen aan de ontwikkeling van toestellen die er uiteindelijk helemaal niet kwamen of komen. Terwijl de potentie voor succes er zeker was. Vaak werd de opgedane ervaring of opgestapelde techniek weer benut voor andere ontwerpen die wel succesvol bleken. Een boek over precies dat onderwerp kocht ik mij begin januari j.l. en ik heb het intussen uitgelezen. Onder de titel ‘Pechvogels – straaljagers zonder toekomst’ schreef auteur Pieto van Buysen, die ik verder niet kende maar kennelijk wel een Nederlandse schrijfgeschiedenis lijkt te hebben, een verhaal over heel wat mislukte ontwerpen. Goed leesbaar, maar soms qua keuze onnavolgbaar.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-425006-pechvogels-achterkant-img_1827.jpg

Dat is ook de keuze van de coverfoto, want daarop zien we ook bommenwerpers die niet veel verder kwamen dan het stadium van een prototype, maar in het boek niet voorbij komen. Neemt niet weg dat het interessant is om te zien en te lezen hoe diverse landen bezig waren en zijn met ontwerpen van straaljagers die er uiteindelijk niet kwamen of zullen komen. Ook om te zien hoe overheden soms opdrachten gaven aan diverse vliegtuigfabrikanten om te komen met voorstellen die een gouden toekomst zouden beloven aan de afnemers en gebruikers, maar door steeds bijgestelde eisen of regels nauwelijks tot niet invulbaar. Verspilling van budgetten het gevolg, afschrijving van vele miljoenen dollars of welke geldsoort ook, kennelijk normaal. Tuurlijk kende ik veel van de beschreven voorbeelden uit mijn eigen bieb en fotoalbums, maar neemt niet weg dat ik dit boekwerk met plezier doorlas en met evenveel lol in die biek opneem. Het boek (folioformaat – 228 pagina’s – Hardcover ) kocht ik bij Scheltema in Amsterdam en kostte me daar E. 39.99. Stevige prijs maar dan heb je ook iets. Achterin dit boek de aankondiging van een tweede deel, en dat gaat dan over die mislukte bommenwerpers. Ik kijk er naar uit…(beelden: Prive) (ISBN 978-90-8616-238-3)

Twee vleugels of meer?

Twee vleugels of meer?

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: untitled-4.bmp

Komende uit een tijdperk waarin vliegen was voorbehouden aan vogels of mensen in een luchtballon was het niet zo gek dat veel eerste ontwerpers en avonturiers allerlei ‘vliegmachines’ ontwikkelden die optisch leken op een vogel of pakweg een libelle en die dan voorzagen van een motor die draaide op autobenzine of zelfs stoom. Fragiel van opzet, want men had bedacht dat je zo licht mogelijk moest zijn om de wetten van de zwaartekracht te overwinnen en ook nog eens vooruit te kunnen komen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 182400881_e47df934ca_m.jpg

Daarbij gokte men op zoveel mogelijk draagkracht. Een beetje vogel of insect kent meer spanwijdte dan lichaamslengte dus zo werden die eerste fragiele toestellen ook ontworpen. Veel ging mis, heel wat vroege aviateurs lieten het leven. Door WO1 ontwikkelde het vliegtuig zich tot een serieus te nemen wapensysteem. De eerste toestellen uitgerust met een los pistool of geweer voor de ‘boordschutter’. Later kregen deze toestellen een vast opgestelde mitrailleur meegeleverd, weer later wist men die wapens zodanig te automatiseren dat ze dwars door de propeller heen konden schieten waardoor het echte ‘jachtvliegtuig’ ontstond.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: aob04-praag-281098-ansaldo-tweedekker-scan10824.jpg

Fabrikanten als Nieuport, Albatros, Fokker, AVRO, Vickers, allemaal groot geworden door goede vliegtuigen voor deze nooit aflatende honger te bouwen en af te leveren. En vergis je niet, duizenden werden er in een paar jaar tijd van gemaakt. De piloten ware kunstenaars die met de duizelingwekkende snelheid van wel 150 kilometer per uur gevechten voerden met soortgelijke types aan de andere kant van de demarcatielijn.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fokker-driedekker-0186.jpg

Het gemiddelde oorlogsvliegtuig had twee boven elkaar geplaatste vleugels. Het draagvlak was dan groter, de stabiliteit ook. Fokker was de eerste die afweek van deze norm door de Fokker E-serie ‘Scheermes’ uit te brengen. Indertijd een revolutie, maar al gauw nagebootst door andere fabrikanten. Aan de andere kant zag je dat een fabrikant als Sopwith toestellen ging brengen met drie vleugels boven elkaar wat de stabiliteit en het draaivermogen weer vergrootte. Fokker deed dit overigens tijdens WO1 vrolijk na.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: antonov-an-2-aviodrome.0197.jpg

Dat toestel, de Dr-1, uitgebracht door de Nederlandse ontwerper waarmee de Duitse vliegers van toen dood en verderf zaaiden onder de Britten en Fransen. Manfred von Richthofen een zeer beruchte piloot uit die tijd. Tweedekkers werden echter alsnog de norm en bleven dat tot ver in de jaren dertig van de vorige eeuw. Nu bekijken we die toestellen als vliegende museumstukken al heeft men in de Russische Federatie nog steeds een Oekrains toestel in gebruik dat nog altijd passagiers en vracht vervoert. De Antonov An2. De grootste vliegende tweedekker uit de ‘moderne’ geschiedenis. Met een 1000pk motor in de neus en te vliegen door bijna simpele piloten is het ding niet alleen sterk, het kan ook toe met weinig onderhoud en matige brandstoffen. Maar wij zijn inmiddels toch meer gewend aan de eendekkers. Al dan niet in pijlvorm naar achteren gericht waardoor de snelheid kon worden verhoogd. Tweedekkers nu nog slechts voor van acrobatische toeren genietend publiek. Mooi spul, maar toch afkomstig uit een verre vorige eeuw. (beelden: Yellowbird archief)

Soesterberg…

Soesterberg…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: northam-f100-en-b25-in-nmm-260324-img_4047.jpg

Hoewel ik in mijn hart meer op heb met de civiele luchtvaart zoals die bijvoorbeeld op Schiphol plaatsvindt kan en kon ik af en toe best genieten van het vaak wat grovere geweld van militaire toestellen. En dus was ik in vroeger jaren als jong ventje nog wel eens te vinden op of rond de vliegbasis Soesterberg. Naast wat squadrons van de Koninklijke Luchtmacht opereerde daar een speciaal squadron van de Amerikaanse Luchtmacht (Het 32e Fighter Interceptor Squadron) en die lui hielpen toen nog ons luchtruim vrij houden van eventuele Russische indringers.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 216520-mdc-f4-lw-3587-1978-scan10183.jpg

Daartoe zetten die Yanks dan heel bijzondere toestellen in die ik graag observeerde. Zo hadden zij in die periode de Convair F-102 Delta Dagger in gebruik, een driehoekig toestel met prachtige beschilderingen die met een naverbrander was uitgerust wat n a een doffe klap op de startbaan meteen ook een vlam uit de uitlaat deed komen en de machine liet versnellen op een wijze die je bij die relatief ‘bedaagde’ Hunters van onze luchtmacht niet zag.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217914-ehgh-290887-mdc-f-15a-usaf-79065-demo-scan10558.jpg

Later kwamen er ook McDonnell-Douglass F4 Phantoms in gebruik bij die Yanks en ook die mochten er qua indruk maken best wezen. De laatste vliegtuigen die ik op Soesterberg ooit zag in dienst van de USAF waren de McDonnell-Douglas F15 Eagles. Geweldige jachtvliegtuigen die bijna verticaal de lucht in stoven als men oefende of voor een of ander alarm even moesten bijspringen. Dat Amerikaanse contingent had trouwens veel invloed op de omgeving van de vliegbasis. Hele gezinnen woonden in deze buurt en die lui waren toch wat afgezonderd van de meer normale bevolking hier.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-1107-f-102-pb030651_edited.jpg

Omdat de overheid niet wilde weten (of laten zien) wat de bewapening van die Amerikaanse toestellen zoal inhield werd alles aardig afgeschermd door zowel eigen Amerikaanse MP’s als de Nederlandse Koninklijke Marechaussee. Die basis op komen was dus best een dingetje. Toch ben ik er wel eens geweest. Ik werkte toen nog op Schiphol en wij benutten dan vaak een Amerikaanse vrachtmaatschappij die met haar grote toestellen van alles en nog wat vervoerde dat ook haar weg vond richting het 32e FIS. De baas van dat spul op Schiphol was een Amerikaan en die nam me eens mee naar Soesterberg voor een bezoekje.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: hawker-hunter-en-thunderstreak-in-nmm-260324-img_4039.jpg

Zijn pasje (geen idee waar hij voor werkte, maar men sprong in de houding aan de toegangspoort) deed wonderen en al snel zaten we ergens in de kantine een lekkere steak te eten. Zelfs al door de wol geverfde jong volwassen manager van een Schiphols bedrijf was ik daar best van onder de indruk. En keek de ogen uit. Al die Top-Gun achtige piloten en hun technische staf liepen er rond en dat waren toch andere figuren dan die civiele piloten van pakweg KLM of zo. Soesterberg is tegenwoordig definitief gesloten als militaire basis. Het prachtige Militair Museum wat er sinds een paar jaar staat laat nog wat zien van dat rijke verleden, toen de Amerikanen ook bij ons de vliegende kastanjes uit het eventuele dreigingsvuur kwamen halen. Wat is het dan toch jammer dat we nu een politiek van afstand nemen en Europa negeren zien vanuit Washington. Verdienden we dat? Volgens mij niet. Aan de andere kant, laten we nooit vergeten dat heel wat Amerikaanse jongens in de afgelopen Tweede W.O. het leven lieten om ons weer eens te bevrijden van een dictator. Een deel van hen ligt nog begraven op prachtig onderhouden begraafplaatsen. En wie de machines wil zien waarmee ze ons decennia lang hielpen om de vijand buiten de deur te houden moet dat museum maar eens gaan bezoeken. Meer dan de moeite waard. En je kunt ook in de omgeving wandelen langs vroegere opslagplaatsen en bunkers die volledig in het groen verborgen te vinden zijn hier. Het laat zien hoe we vroeger naar de wereld keken, en ook hoe dat nu gaat. De ogen zijn weer open….Vraag is voor hoe lang…(Beelden: archief willekeurig)