Reunie…

Reunie…

Halverwege vorige maand was het dan zover. Een reunie van een oude werkkring waar ik tussen 1992-2000 mijn boterham met beleg verdiende en waar ik hier in mijn verhalen rond ‘Leven met de vliegende pijl’ al eens het nodige over (be)schreef. Die reunie was bedoeld om de mensen van toen bij elkaar te brengen die zo hard werkten om dat Tsjechische merk weer op de kaart te zetten na een lange periode van wat mindere tijden. Met name een jongere generatie medewerkers zag die samenkomst wel zitten en zette zich stevig in.

Men deed ook diverse pogingen om mijn weerstand tegen het evenement weg te halen. Ik moest er bij zijn, want speelde een belangrijke rol in dat verleden. Nu had ik persoonlijk wel wat bezwaren. Niet in de laatste plaats door wat me een jaar of 12 geleden overkwam bij een soortgelijke bijeenkomst met vroegere Schiphol-medewerkers uit de jaren 60/70. Een van de oudere heren in dat nu van toen, was niet blij met mijn komst om iets wat ik hem zou hebben geflikt een halve eeuw geleden. Tot op de dag van vandaag weer ik nog niet wat hij bedoelde, maar bevorderlijk voor de sfeer was het allemaal niet.

Ik heb toen na dat debacle besloten dat ik dit soort gelegenheden aan me voorbij zou laten gaan. Er is altijd wel iets, en soms kunnen mensen dingen niet verwerken die ze (mogelijk)zijn geflikt. Ik heb dat zelf ook hoor, niks menselijks is me vreemd, maar ach. Tijd heelt veel wonden en soms moet je ook beseffen dat het leven niet oneindig is waardoor de kans op een reunie als deze wellicht nooit meer komt. Enfin…ik trok dus naar Leusden waar het evenement werd gehouden in het kantoorgebouw/showroom dat wij ooit zagen bouwen en een paar jaar mochten bezetten. Goed om te zien hoe het na een jaar of 20 elkaar niet meer zien met de meesten ging. Sommigen net als ik duidelijk op leeftijd gekomen, anderen nog even knap en pittig als toen. Maar vooral hoe men de carriere na die Pon-tijd vorm had gegeven. De meest bijzondere keuzes kwamen voorbij. Een deel van die aardige lieden volgde ik al via de diverse sociale media en dat doe ik dan men een soort vervangende trots. Wat er toen al inzat is nu naar buiten gekomen. Van de oude garde was er een heel stel niet. Hemelen was hen kennelijk ook niet vreemd, zelfs hard werkende mensen blijven zichzelf. Maar wat er wel bij was bleek plezierig in gezelschap tijdens deze bijeenkomst en de diverse presentaties (ik mocht zelf veel te kort.. ook iets vertellen over vroeger..) meer dan interessant. Afsluitend lekker eten en nog meer bijkletsen. Drempels verdwenen, de verhalen sterk, net als de drank. Ik aan de thee (‘op dat punt niks veranderd jij’)maar kwekte lekker mee. Kortom een meer dan leuke bijeenkomst, die nog lang wordt gekoesterd… Met dank aan de jongelui die dit organiseerden. De digitale beelden vertellen voor de aanwezigen het verhaal. Zo ook voor mij. En deze bijeenkomst door mij in het hart gesloten…. (beelden: Diverse aanwezigen)

Nabrander…

Nabrander…

Zij die maar een beetje hebben meegelezen in de afgelopen pakweg 20 jaren bij uw meninggever zullen nu meteen na het lezen van de kop denken aan een straaljager met een soortgelijk stukje techniek in de staart. Immers met zo’n naverbrander gaat een dergelijke jet sneller vooruit. Maar in het geval van dit verhaaltje betreft het een stofzuiger die mij al vele jaren diende na een even lange trouwe periode in dienst van schoonmama. Een Philips van de oude soort. Sterk, veel zuigkracht maar voor haar intussen wat te zwaar in gebruik. Ouderdom komt soms met wat gebreken. Dus een jaar of 10-15 geleden maar meegenomen nadat zij een lichtere variant op het schoonmaakthema had aangekocht. Bij mij ging die zuiger naar boven. Mijn mancave vraagt af en toe aandacht en naar mate vrouwlief ontdekte dat ik toch een soort talent heb om de boel goed schoon te maken deed de oude Philips al snel dienst op twee etages in ons huis en waren we samen best tevreden over het resultaat.

Ik sjouwde het ding ook vaak helemaal naar beneden als ik de auto weer eens voor de deur kwijt kon en wilde reinigen. Met wat verlengsnoeren en veel goede wil maakte ik de blauwe Tsjech (en haar voorgangers) keurig van binnen schoon met 2000watt zuigvermogen. Maar onlangs ging het ineens allemaal anders. Ik had weer even last van het schoonmaakvirus en begon dus met dat stof zuigen. Met vier katten in huis die soms zo maar op de vloerbedekking rond mijn mancave hun domicilie zoeken is dat achtergelaten haar opzuigen geen overbodige luxe. Maar ik hoorde wel dat er een rare fluittoon uit de trouwe zuiggenoot kwam. ‘Vast een volle stofzak’ was mijn amateuristische conclusie. En inderdaad, die zak bleek voor 50% gevuld, dus maar even schoonmaken dan. Ook de filters meteen even reinigen. Even hielp dat. Maar op enig moment kwam de fluit weer terug. Gevolgd door wat hortend zuigen. Je hoorde het toerental op en neer gaan als bij een mens met bronchitis of astma. Vreemd. Uit en weer aanzetten verhielp dat euvel voor even. Tot ik ineens een rare brandlucht rook. Omkijkend naar de aan de slang hangende rijdende elektromotor zag ik een soort nabrander uit dat ding komen. Overal vlogen vonken heen. Uit de achterkant van de oude Eindhovenaar. De stank was ook heftig. Maar duidelijk was me wel dat de trouwe Philips ter plekke was overleden. Met pijn in het hart deed ik er afstand van. Bij de grofvuilstort. Inclusief die geweldige stang met borstel waaraan ik zo gewend was. De nieuwe is veel lichter, zuigt minder krachtig met dank aan de EU in Brussel, maar hij zal zijn taak ook wel aan kunnen denk ik. Maar af en toe denk ik nog wel terug aan die trouwe kameraad. Weinig mis met een echte Philips….Zou hij in de elektrohemel een plekje hebben bemachtigd?? (Beelden: Prive/internet)

Hollands trots…DAF!

Hollands trots…DAF!

Ik heb al eens (100520)aandacht gegeven aan DAF als fabrikant van personenwagens, maar dat onderdeel van haar geschiedenis is maar een klein stukje van het geheel. DAF startte ooit als een aanhangwagenfabriek in Eindhoven en werd daar aangestuurd door de familie van Doorne die al snel doorhad dat in het naoorlogse Nederland een grote behoefte was ontstaan aan stevige trucks en uiteraard opleggers en aanhangers. Al snel was de eerste DAF-truck een feit. Frontbestuurd, met een voor dit merk zo kenmerkend uiterlijk. Motorisch en technisch winkelde men bij het Britse Leyland of Perkins die in die periode een grote naam hadden in truck/busland.

De eerste DAF’s waren zgn. 5-tonners waarmee je een beste truck in huis haalde die in ons eigen land al snel aardig wat successen boekte. Al snel werden de DAF’s ook benut om bussen op te bouwen, terwijl de truckfamilie wagens kende die aanhangers trokken of opleggers, en soms ook als kiepauto dienst deden. De catalogus van DAF verbreedde zich al snel, de trucks werden groter en zwaarder en de basisversies kregen gezelschap van grotere types die jarenlang een vaste waarde werden en bleven op de Europese wegen. Want ook in het buitenland boekte DAF aardige successen.

Niet in de laatste plaats doordat men o.a. aan het Spaanse Pegaso licentierechten verleende voor deze trucks. Ook onze krijgsmacht werd een trouwe klant van DAF. Veel oudere dienstplichtigen reden met DAF’s in de rondte en ook die wagens hadden een zekere naam en faam. Later modellen verloren hun ronde vormen, en werden hoekig, straalden kracht uit, maar boden ook meer leefruimte voor de chauffeurs en/of hun bijrijders. De serie 2600 kwam op de markt, gevolgd door de 2800 en zo ging dat door. DAF werd een grote naam in truckland maar het bedrijf kreeg ook steeds meer concurrentie van buitenlandse merken als Volvo, Scania, Mercedes of MAN. Door de jaren heen moest DAF soms de financiering op orde zien te krijgen, men verkocht aandelen aan International Harvester in de VS.

Dat laatste had tot gevolg dat men ook componenten uit de VS in de DAF’s ging toepassen. Later zou ook Terex uit de VS een belangrijke rol gaan spelen. DAF zelf ging op enig moment nauw samenwerken met Leyland in het Verenigd Koninkrijk. Daar ontstonden hierdoor wagens die als LDV (Leyland DAF Vehicles) door het leven gingen en DAF zo in haar portfolio van modellen nu ook bestelwagens en lichte trucks kon aanbieden. Lucratieve handel. Met al die internationale contacten en fusies bestaat DAF nog steeds en is net als voorheen een grote naam. Aardig is te vermelden dat veel DAF-techniek te vinden is in de Tsjechische Tatra trucks die tegenwoordig ook in ons land weer worden verkocht. Deze voldoet aan de strengste Europese regelgeving op gebied van milieu en uitstoot. DAF bewijst door haar geschiedenis en handel waar een klein land groot in kan zijn. En Eindhoven kent uiteraard als bakermat van dit geheel een erg aardig museum dat voor liefhebbers echt een aanrader is. (Beelden: Archief)

Marktplaats…

Marktplaats…

Jaren deed ik er niks meer op. Te veel malloten en te weinig daadwerkelijke verkopen. Mijn conclusie was dus al snel ‘laat maar zitten’. Maar dan krijg je te maken met een collectie zoals ik die al eerder beschreef van mijn overleden vriend Cees. Op 13 augustus maakte ik de lezer hier al deelgenoot van wat je aan moet of kunt met een omvangrijke collectie van een gepassioneerd verzamelaar. Hoe dan ook, de afwikkeling vroeg de nodige tijd, aandacht en een herintreden op Marktplaats. De resultaten vielen me niet tegen.

De goede en soms zeer waardevolle modellen van Cees vonden hun weg naar even grote liefhebbers en die betaalden beste prijzen. Zijn maatje voor het leven tot tranen geroerd door de onverwachte opbrengst. Zij had zelfs niks met die collectie maar was wel blij dat het niet in de vuilnisbak verdween of net als zijn grote archief moest worden geschonken aan het Aviodrome. Niks daarvan. En het is soms heel leuk hoe dingen gaan. Zo was er die koper uit Zuid-Holland die meteen een hele serie vliegtuigmodellen kocht, waardoor ik met hem een deal sloot om het spul in zijn buurt af te leveren. Toevallig woont ex-blogster Thamara, met wie wij een zeer grote vriendschapsband voelen, in die omgeving en konden we zo het nuttige met het aangename verenigen.

Bleek dat de koper (beroepsfotograaf) het door Thamara bewoonde huis ooit voor een makelaar in beeld had gebracht. Cirkeltje rond. Kon nog gekker, want een andere koper bleek bij bezoek aan de plek waar de echt grote modellen nog stonden, al eens eerder bij Cees zelf wat te hebben gekocht en afgehaald. Gold ook voor een derde koper…en dan blijkt het cirkeltje wederom rond en de verzamelaarskring relatief overzichtelijk. Bij goedkopere modellen is het nog steeds klooien. Dan blijkt de meer dan redelijke vraagprijs vaak toch reden om nog eens lekker aan die prijs te knabbelen. Anderen komen liever langs om het spul op te pikken en dat is handig en goedkoper. Maar dan moet je wel komen natuurlijk. En als ik uit het verleden ken, je spreekt af, je wacht, ziet de klok voorbij het tijdstip lopen van de afspraak en dan krijg je een appje dat de koper toch maar afziet van dat langskomen. Grrrrr. Hoe dan ook…het blijft een avontuur. En ik leer er van….Want uit de eigen collectie kunnen we zo ook wat zaken op dat digitale marktplaatsje neerzetten. In de hoop dat. Overigens blijven er ook modellen (prachtig, en niet te hoog geprijsd..) onverkocht. En dat valt dan weer tegen. Net zoals we een werkelijk schitterend boek (nieuwprijs 159 euro) voor 50 euro in meer dan goede staat plaatsten en dan als hoogste bod 15 euro voorbij zagen komen… Dat is niet alleen vreemd, het is gewoon beledigend…. (beelden: Prive)

Later…..

Later…..

Veel jonge mensen denken nogal eens in termen als ‘later als ik groot of volwassen ben dan….’. Ze bedoelen daarmee dan dat ze later in hun leven dit of dat nog zouden willen bereiken. Rijk of beroemd worden komen dan al snel als te behalen begrippen of doelstelling boven. Soms willen ze domweg gelukkig worden, vader of moeder zijn, reizen maken, een sportwagen bezitten dan wel pakweg piloot of chirurg als beroep uitoefenen. Later, het leven heeft zijn loop genomen, dromen mensen nogal eens van allerlei andere zaken, al zitten er tussen die vaak vasthouden aan die oorspronkelijke dromerij. Maar wat als dat later er ineens sneller is dan je dacht? Dat je zo maar op een leeftijd zit die de kansen op het bereiken van al die doelen niet bepaald gaat helpen.

Dat je ontdekt dat je fysieke of geestelijke vermogens je niet in staat stellen om te komen tot het leven als je ooit had bedacht. Wat doe je dan? Kniezen? Bij de pakken neerzitten en accepteren?? Ik heb genoeg mensen leren kennen die vooral dat laatste doen. Dat geeft ze rust, minder stress. Maar er zijn er ook die koste wat het kost tot doelen willen komen die ze ook eerder in hun leven stelden. Parachute springen of een heel verre reis maken, met haaien zwemmen of met iemand van het eigen geslacht het avontuur zoeken. Ik geef maar wat voorbeelden.

Daarbij is het handig om ook even mee te nemen wat dat ‘later’ dan precies is. Want het kan ook leiden tot uitstelgedrag. ‘Nee, dit jaar niet, maar over een paar jaar wil ik echt……’. Vul maar in. Helaas zitten we als mensen zo niet in mekaar. Slechts communisten geloven in de geleide economie en vijfjarenplannen. Normale mensen niet. Althans zouden dat niet moeten doen. Want morgen kan het licht wel uit gaan, of ontstaat er een wereld die je nu niet wilt bedenken maar je als volk en individu in het ongeluk stort. Je hoeft maar een blik op die wereld om ons heen te werpen en te zien dat de bedreiging van ons veilige geregelde leventje door extremisme, fanatici of gewone moordenaars ineens kan eindigen. Om het over akelige ziekten maar niet eens te hebben. Dan is later ineens heel relatief. Als kind moet je daar niet mee bezig zijn natuurlijk. En blijven dromen, vooral dat. Over prinsen op het witte paard (mag ook een prinses op een roze pony zijn uiteraard), de rijkdom van Dagobert Duck of het talent van een operazanger(es). Want als er niks te dromen valt is het leven van kinderen net zo triest als van de lieden onder hen die juist onder de kneveling van een of andere doctrine worden verplicht tot doen van zaken die wij hier als barbaars ervaren. Kortom, leef en droom nu en stel niet uit. Echt, je leven wordt er een stuk leuker door. Ik deed veel van die dingen en de in mijn jeugd gestelde doelen werden of zijn aardig bereikt. Maakt een mens zeer gelukkig. Maar je moet dan nog wel zelf de slingers ophangen uiteraard…..Jullie mogen zelf dromen over welke….(beelden: archief/internet)

Doorrijden….

Doorrijden….

De gemiddelde leeftijd van auto’s die via via uitkomen bij sloperijen is tegenwoordig een krappe 20 jaar. Elk jaar stijgt die leeftijd. Niet in de laatste plaats omdat de gemiddelde auto beter werd of wordt gebouwd, maar zeker ook af fabriek meer bescherming meekreeg/krijgt tegen de bekende roestduivel. Ik heb heel wat notoire roestbakken voorbij zien komen in mijn professionele leven en elk vooroordeel over herkomst landen of merken klopte. Er waren ooit merken die zeker wisten dat hun auto’s al na 7 jaar de bruine hemel in gingen, doorgerot, uitgediend. Dat is tegenwoordig echt voorbij.

Het gebruik van hoogwaardiger materialen, beter onderhoud, en veel dito bouwkwaliteit dreven niet alleen de prijzen op maar ook de leeftijd waarop een auto uitgediend raakt. Rond de eeuwwisseling werden veel auto’s voorzien van een volledig verzinkte carrosserie en werd elke holle ruimte ingespoten met hete was die vocht en roest buiten de deur hielden. Resultaat, auto’s gaan langer mee en omdat ze ook meer kosten worden ze langer op de weg gehouden. De afschrijving is ook anders dan vroeger. Sommige zuinige wagens schrijven domweg heel anders af dan een auto die er nog steeds brandstof of stroom doorheen jaagt als een Tempelier. Daarbij komt dat die tweedehands auto dus vaak ook profiteert van de roestbescherming en die veel betere kwaliteit maar zeker ook de enorme prijzen die worden gevraagd voor nieuwe exemplaren.

Jammer voor de slopers, tegenwoordig autorecycling-bedrijven genaamd. Dat laatste helpt ook om onder bepaalde regelgeving hoogwaardige materialen als zitten in accu’s zodanig te verwerken dat ze later opnieuw kunnen worden gebruikt. Van die accu’s kunnen bedrijven soms ruim 70% her gebruiken. Dat scheelt toch weer een slok op de slavernijborrel. Want veel van dat spul wordt normaal gevonden in mijnen waar kinderen, vrouwen en gevangenen onder dwang werken. Hoor je zelden iets over want past niet in het linkse verhaal over klimaatvriendelijkheid en zo meer. Maar dit terzijde. Recycling is dus een realiteit binnen de autobranche. Een compliment waard want in veel andere industriele sectoren is men nog lang niet zo ver. (RAI/ARN) (Beelden: archief)

Ratten en kakkerlakken…

Ratten en kakkerlakken…

Ons land heeft al een tijdje last van ratten en kakkerlakken. In eerste instantie vooral in de zin van types die niet schromen om oudjes op te lichten door zich voor te doen als bankmedewerkers of als politiemensen die alle cash en juwelen van ouderen graag even meenemen. Een broertje dood aan werken zal de basis vormen voor het denken bij deze types maar ik hoop altijd dat ze door veredeling van hun genen tot inkeer komen.

Geldt ook voor de figuren die in roedels of bendes ketens als de Kruidvat leegroven om elders (op de Balkan) de buit te verdelen of te verpatsen. Lastig aan te pakken. Geldt ook voor de lafbekken die vooral in groepsverband enkele mensen het licht uit de ogen slaan of schoppen om allerlei onduidelijke redenen. Woest makend gedrag en als ik dan vaak lees wat ze n a oppakken en berechting voor straffen krijgen snap ik wel dat een belangrijk deel van ons land niet staat te trappelen om achter lieden als Timmermans of Klaver aan te hobbelen.

Ongedierte moet je bestrijden, niet koesteren. Kom ik nu tot de letterlijke vormen van ongedierten. Of het nu rent, kruipt of vliegt. Ratten, muizen, kakkerlakken en zo meer. Tegenwoordig in aantal flink groter dan de mensheid. En als je kijkt naar wat er in onze stad zoal op straat loopt of rent weet je dat het met de bestrijding van ratten of muizen net zo is gesteld als met die overd(ve)rachtelijke types die ik eerder beschreef. Men pakt het met veel te zachte hand aan.

En dus verspreidt het knaagdierenvolkje zich met grote snelheid en moet je niet vreemd opkijken als je van de GGD hoort dat in elk Amsterdams huis van voor de jaren 80 muizen vrijpostig hun aanwezigheid claimen. In vrijwel alle parken of voor natuur doorgaand groen lopen ratten rond. Logisch, want vuilnisbakken puilen uit, de gemeente geeft het geld liever uit aan andere zaken dan de vroeger zo actieve ambtenaren bij de Reinigingsdiensten, dus mee leren leven is het credo. Diervriendelijkheid wordt aangeroerd als argument, geldgebrek als tweede. Want de gemeentebestuurders onderhouden liever goede banden met andere reactionaire types dan met de volksgezondheid. Ik stam nog uit de tijd dat ratten echt werden bestreden. En dat je ze in die periode langs de boorden van de Amstel ook al zag lopen, maar zeker wist dat de stoere kerels op de kolenschuiten die daar toen nog lagen er wel raad mee wisten en ze met grote schoppen dood sloegen. Harde aanpak, effectief beleid, niet koesteren maar in het geval van die viervoeters uitroeien. Het gaat op voor het een en het ander. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden en de zwarte pest is niet overgebracht door engelen of de duivel maar gewoon door ratten. Geldt ook voor andere ziekten….. Dus doe eens wat gemeente Amsterdam en andere overheden die het probleem kennen maar net doen of het niet bestaat! (beelden: internet/prive)

Klantvriendelijk en gericht huizen kopen…

Klantvriendelijk en gericht huizen kopen…

Onlangs ging ik mee met een familielid om eens te kijken naar wat huizen die voor haar en partner kunnen zorgen voor wat meer rust en leefruimte. Van het westen van het land naar het oosten. Daar, in dat oosten, op het eerste gezicht nog betaalbare huizen van goede kwaliteit vinden is een mindere uitdaging dan in de oververhitte woningmarkt in onze streken. Bedenk maar eens dat een beetje etage (50-70m2)in onze stad tegenwoordig weg gaat voor 6-9 ton in een gemiddelde buurt, iets luxer gaan we het miljoen rap voorbij.

Dat is dus ook zo voor eengezinshuizen in keurige straatjes van een randgemeente. Je valt ondersteboven van de prijzen die daarvoor worden gevraagd en gekregen. Want kennelijk klotst het geld tegen de plinten bij veel huizenkopers. Een beetje overbieden is geen thema meer en zelfs in Almere, ooit toch het stiefkind van de markt in deze hoek van het land kom je niet weg voor de vraagprijs maar moet er stevig worden overboden. Nou dat zal elders wel anders gaan. Dus op een zonnig augustusdag reden we naar het oosten.

Een leuk stadje waar b.w.v.s. de grasvelden nog met een nagelschaartje worden bijgeknipt, fatsoen nog met hoofdletters geschreven wordt en de mensen op straat voldoen aan het beeld van Barbie en Ken. Het eerste huis wat op de lijst stond bleek een keurig nette middenwoning aan een stille straat. Mooie voortuin. Binnen wachtte ons een soort personal trainer. Overhemdje, buikje, net even te popi jopie en met de stopwatch in de hand werden we langs alle belangrijke kamers en zaken van het (duidelijk opgeruimde) huis gejaagd. Vrouwlief ontdekte dat de boel binnen niet fris rook. Rare lucht, maar we hadden het letterlijk snel gezien, 17 mnt later stonden we buiten. Tot over 4 dagen mocht er geboden worden……Een militaire sergeant had ons niet sneller door een dagmars kunnen leiden…

Nou dan maar even een bakkie koffie met iets lekkers, tijd zat. Tweede huis bekeken we in de middag. Meer dan netjes, onlangs fraai gerestaureerd, strak in de lak, nette prijs. Heel aardige makelaar. Commercieel ingesteld, we hadden al snel allemaal haar werkadres, want je wist maar nooit… Ook daar liepen we zowat in de file, zoveel belangstelling. Hoe dan ook…eenmaal thuis, dat tweede huis werd de optie voor een bieding. Weet je wat, we doen een stevig bod. Flink boven de vraagprijs! Dan weten we zeker dat….. Nou mooi niet. Kort na de gestelde deadline voor die biedingen kwam er een mailtje, ‘sorry uw bod was te laag, met vriendelijke groet’…. Ook daar is men dus stapelkrankzinnig. En als ik dan alles optel en zie waarvoor die huizen ook daar in de regio dan weggaan weet ik wel dat die woningmarkt op alle fronten vast zit en het voor instappers compleet onmogelijk is om iets aardigs en betaalbaars te vinden. Kennelijk hebben die kopers heel veel extra geld achter de hand om die biedingen te kunnen doen. Of ouders met een pot geld die ze graag uitdelen. Binnenkort gaan we weer neuzen. Op een andere plek, eens zien wat dat brengt. Maar na die recente ervaringen ben ik best een beetje terughoudend over het te verwachten resultaat. Slechts echte ‘klushuizen’ zijn te betalen….de rest…? Gewoon vergeten…… (Beelden: Archief)

Veiligheid..

Veiligheid..

Ooit, in een wereld van pakweg 50 jaar geleden, waren we gewend aan een aantal verkeersdoden dat we nu zouden toeschrijven aan terreur, gekte, rampen en zo meer. Meer dan 3000 mensen per jaar verloren jaarlijks het leven, nog veel meer raakten gewond in ons dagelijkse verkeer. Hoe dat kwam? Er reden veel minder auto’s rond, wel veel meer brommers, fietsers etc. Als het mis ging was het meteen ook goed fout. Een beetje auto van toen had vrijwel nul veiligheidsvoorzieningen, de gordel draagplicht kwam pas in 1971 in de wetgeving te staan en ook toen waren er heel wat tegenstanders met de wonderlijkste gedachten over wat je kon overkomen met die dingen om.

Dat je bij een crash zonder gordel dwars door de voorruit werd gelanceerd met alle gevolgen van dien, of gespietst werd op het onbeschermde stuurwiel, men had geen idee. Tegenwoordig zitten auto’s helemaal vol met die veiligheidssystemen en het worden er elk jaar meer. Airbags op alle plekken, ABS, noodremsystemen voor in de stad, kooiconstructies die ook voetgangers beschermen, digitale sensoren die voor van alles en nog wat waarschuwen, ook als je van je baan afraakt of in slaap dreigt te vallen. Dat zijn er nog maar een paar.

Bij fietsers zie je nu pas eigenlijk het besef dat heel hard rijden op een elektrische fiets (fatbike) zonder enige bescherming wellicht niet zo handig is. Bedenk maar dat men in Duitsland al heel lang de helmplicht kent voor fietsers. Hier vrijwel onbekend. Jonge types zonder enige kennis van de regels raggen op hun trendy fietsjes overal dwars doorheen en worden geschept omdat ze de snelheid van het overige verkeer niet kunnen inschatten. Onlangs in Amsterdam (een van de door extreem links bestuurde steden) waar je met de auto nog maar 30km/u mag rijden werden we links en rechts ingehaald door die tweewielers. Zonder besef van richting aangeven knalt men je voorbij, vliegt de stoepen op en af en kijkt je boos aan als je voorrang neemt omdat men ook die basis regels niet kent. Niet zo gek om dan te zien dat juist deze groep verkeersdeelnemers ook afgelopen jaar weer aan de top stond van de ongeval statistieken met een dodelijke afloop. Gelukkig daalde het aantal verkeersdoden in ons land wel stevig, met een procent of tien, waarbij het aantal mensen dat het leven laat als inzittende van een auto steeds verder afneemt. Bij de overleden mensen op een tweewieler reden er 40% van op een elektrische fiets. In de statistieken (in totaal 684 doden) zien we dat het aantal voetgangers op 71 staat en dat ook 53 mensen in of op een scootmobiel het leven lieten. Confronterende gegevens. En voor de goede orde, van alle fietsende slachtoffers kwam maar liefst 32% om het leven zonder ook maar in contact te zijn geweest met andere verkeersdeelnemers, men viel gewoon ongelukkig…. Cijfers liegen niet. Feiten zijn keihard. Ik pleit voor een helmplicht voor hen die op een elektrische fiets rijden of op een racefiets. Gaat vast schelen. Net zoals die gordels in auto’s….(beelden: Archief)(Bron:CBS)

De Pijp….

De Pijp….

Wie mij al wat langer volgt en echt leest weet dat ik als Amsterdammer af en toe even terug grijp naar een jeugd die zich voor een deel afspeelde in Oud-Zuid. De scheiding tussen onze wijk en die andere die als De Pijp bekend stond werd gevormd door de chique Ceintuurbaan die de Concertgebouwbuurt verbindt met Oost. Langs die lange straat lagen dus diverse wijken die vooral in de 19e eeuw waren ontstaan en als schillen door de tijd heen waren gebouwd langs de lijnen van voormalige vaarten en sloten van het meer agrarische Nieuwer-Amstel. Onze wijk sloot in zuidelijke richting weer aan op de buurt van Berlage die begin 20e eeuw was neergezet. Het maakte vaak nogal uit waar je vandaan kwam.

De ene buurt toch meer volks dan de andere, het nieuwere Zuid ooit het domein van beter gesitueerde Joodse mensen die helaas tijdens WO2 door de Duitse bezetter op de bekende gruwelijke wijze werden afgevoerd. Hoe dan ook, ons Oud-Zuid was een soort tussenbuurt waarin het middenstandersleven zich combineerde met veel bedrijvigheid en de nodige arbeidersfamilies die zich veelal verwant voelden met elkaar. Latere stadsbesturen besloten om al die wijken op een hoop te vegen en ze onder te brengen in nieuwe ‘stadsdelen’ waardoor het kon gebeuren dat ook onze oude woonwijk werd ingedeeld bij ‘De Pijp’ en stukken Oud-West werden toegevoegd aan ‘Zuid’.

Je kunt maar bezig zijn als ambtenaar. Hoe dan ook, over die levendige buurten die later 1 werden vond ik onlangs in Lelystad (..) een aardig boekje dat beschrijft hoe mensen indertijd grote of kleine gebeurtenissen beleefden. Het is een uitgave van Bas Lubberhuizen uit Amsterdam en is deel 6 uit de Bibliotheek van Amsterdamse Herinneringen. De uitgave uit 2005 (105 pagina’s) staat vol anekdotes die je als lezer best een glimlach op de lippen weten te toveren vanwege de herkenbaarheid. Ook het katholicisme en de grote rol die dat speelde in juist deze buurten van de Hoofdstad werd aangehaald. Ik genoot er van. Maar ja, ik ben dan ook een Amsterdammer…. Een echte! Geen import-dorpeling zoals veel van de huidige stadsbestuurders met hun linkse signatuur. Die zouden het liefst de hele geschiedenis van de stad en haar specifieke cultuur uitgummen. (ISBN 90 5937 081 3) (Beelden: Archief/prive)