
De periode waar wij momenteel doorheen gaan is best gevuld met mixed emotions. Daarover later nog eens meer. Maar op enig moment kwam daar nog eens bij dat onze enige poes in huis, de fraaie witte Prebbles, blaasontsteking bleek te hebben. Nu waren wij er van overtuigd dat dit vooral bij gesteriliseerde katers soms een dingetje is, wij hebben het met heel wat katachtigen meegemaakt, maar niets bleek minder waar. Dus de witte godin moest naar de D.A. voor controle en dus opname. Nu heeft dit diertje vanaf haar kittenjaren de bijnaam en faam van een ‘pittige tante’ te zijn, wat zij soms ook goed waarmaakt. 1 op 1 is ze een schatje, ze kroelt, knort als een bezetene en ligt graag bij je, maar o wee als er iets met/voor haar moet gebeuren waardoor je haar lijf met aanraken met een kam of schaar.

Dan verandert ze in een feeks van de zuiverste orde. En is mij al vaker overkomen dat ik als ‘vasthouder’ de nodige krabwonden opliep. Het diertje heeft een dusdanige haargroei dat ze in de zomer last krijgt van plakkende klitvorming. Niet fijn en dus weg te knippen of te scheren. Met gevaar voor eigen lijf en leden doen we dat dan toch maar regelmatig, maar ik trek er vaak dikke handschoenen bij aan. Hoe dan ook, dit karakterbeeld vertelden we de DA op die bewuste dag van haar opname en de term ‘pittige tante’ werd genoteerd op haar CV. Na enige uren werden we gebeld, ze kon worden opgehaald, diagnose was vastgesteld, blaasontsteking, dus medicatie etc.

We haalden het diertje op en dat reageerde gelaten op het transport naar huis. De assistente van de kliniek waar zij te gast was stelde wel dat ‘ze hartstikke lief was geweest en dat ze toen ze toch bezig waren meteen maar even wat klitten op haar buikje hadden weg geschoren…’. Een lichte verbijstering was ons deel. Huh…?? Hoe dan ook, eenmaal thuis moesten we de volgende dag tussen alle drukte door haar eerste medicatie toedienen. No problemo bij de andere katten hier in huis, maar nu ging het even anders. Het ‘lieve poesje’ had er geen enkele zin in en haalde mij in een angstsprong compleet open. Ik overdrijf niet, maar het bloed spoot alle kanten op en ik keek half wankelend op de benen naar een fiks opengescheurde pols. Een stevig verband (‘je moet naar de eerste hulp….’) deed op dat gebied wonderen en ik ging vanwege het effect van bloed op mijn watjes observatievermogen even een half uurtje zitten. Wat was er met dat dier bij de DA gebeurd dat ze als meegaand en lief werd betiteld? Onder de indruk van die opname, dat ze in haar eigen transportkooitje had moeten verblijven etc? Ze hadden haar daar niet verdoofd of zo, want niet nodig geweest. Hoe dan ook, op het moment dat ik dit schrijf is de wond aan het genezen. Een litteken zal denk ik nog lang zichtbaar blijven. Knorrend en half op haar rug liggend kijkt Pebbles me aan. Heel tevreden, lief als altijd, maar onbetwist nog steeds een ‘pittige tante’…. ( Beelden: Prive)






Als je echt op zoek gaat (of moet) naar een spoedkliniek voor dieren kom je zonder het te willen letterlijk en figuurlijk in een wat andere wereld terecht. Een wereld waarin je maar weinig van die voorzieningen zult vinden. Wij mogen blij zijn dat in onze omgeving een tweetal van deze klinieken te vinden is. Een daarvan benutten we net aan het begin van de corona-ellende voor een probleem met onze grote en trotse maar nog zo jonge kater Presley. Doorgestuurd door de dierenarts die er geen heil in zag zelf echt onderzoek te doen. Het kostte ons uiteindelijk 700 Euro om het diertje te kunnen laten behandelen, maar de uitkomst was dat men eigenlijk niet wist wat er loos was. Dier knapte op, we namen ons verlies en gingen verder met ons leven. Gelukkig deed Presley dat ook. Een andere kliniek zit in Amsterdam-Sloterdijk. Zat vroeger aan de Weesperzijde in onze stad en heeft een aantal ‘experts’ in huis op diverse terreinen.


Met drie katten in huis zoek je natuurlijk naar mogelijkheden om de beste zorg in geval van nood te koppelen aan een betaalbare prijs. En dat laatste speelt best een rol als je ziet hoeveel de normale dierenartsen tegenwoordig vragen voor een simpel consult. Nu speelde voor ons ook mee dat we in de afgelopen jaren niet alleen kapitalen brachten naar het professionele adres om de hoek (relatief dichtbij) maar ons meteen ook koppelde aan kort na elkaar voorkomend leed en verdriet. De oplettende lezer zal het niet ontgaan zijn wat ik daarmee bedoel. Kortom, toen we onze veestapel dus weer wat opbouwden met kittens zochten we naar een betaalbaar alternatief. Nou dat was er. Los van elkaar kregen we van de lieve mensen die ons deze kittens leverden het advies om toch vooral te gaan voor de dierenklinieken die zijn gevestigd in een tuincentrumketen die in ons deel van Nederland te vinden is.
Slordig. Dat vervolg gaven we daarom niet aan het verzoek. Eerst weten wat die uitval had veroorzaakt. Snapte men niet. Vond ons wat vreemd. Onlangs kreeg onze grote grijze vriend (net 1,4 jaar oud) last van zijn blaas. Leek op blaasgruis, maar daar was hij wel erg jong voor. Wij brachten hem dus weer voor onderzoek naar dat tuincentrum. Waar men liefdevol keek, voelde, en foto’s maakte. Maar niet echt wist wat te doen. Dezelfde dag tegen de avond bleek het probleem niet opgelost en belden we opnieuw. ‘Wat moeten we nou???’ ‘Helaas is de dierenarts er nu niet dus ik verwijs u door naar de spoedkliniek’. En die zat dus in een plaats op 20 minuten rijden. Gedaan…natuurlijk. Maar zonder echt resultaat. Men vond niks bijzonders. Maar het dier had wel last van spasmen. En de rekening voor dat consult was best pittig. Volgende dag weer naar de dierenarts in het tuincentrum. Die nam de kat op. Wilde zelf wel eens na een dag zien wat er loos was. Bij ophalen na die hele dag kliniek was er weinig goeds te melden. Men had nl. eigenlijk niets te melden.
Niets gevonden. Maar de kat had ook slechts een drupje geplast. Niet goed, maar ja , wat moet je er mee… Dat was definitief het einde v.w.b. ons vertrouwen in die lui.. We brachten wat urine van de kat naar onze oude dierenarts om de hoek. Onderzoek daar leerde dat hij geen gruis of bacteriele infectie had. Maar als advies voor de compleetheid nog even naar dezelfde kliniek buiten de stad waar we eerder waren voor nog een zekerheidscheck. Deden we. De rekening was intussen opgelopen tot een aardig bedrag. Maar je wilt het beste voor je diertje. Trauma’s uit het verleden geven garanties voor heel wat ellendige frustraties in het heden. Met een pilletje en de zekerheid dat het vermoedelijk geen fysieke oorzaken had wat de kat meemaakte, wachtten we het af. Twee dagen later was het dier weer monter en gezond. Het lijkt uiteindelijk iets stressachtigs te zijn. Kan komen door geluiden uit de omgeving, maar ook door de andere katten. Hoe dan ook, daar houden we rekening mee. En voor de rest hebben we toch het kaf van het koren kunnen scheiden. Geld maakt niet gelukkig. Verkeerd besparen ook niet. Dan maar over die trauma’s heen zien te komen en de kliniek om de hoek onze dieren in geval van nood toevertrouwen…Scheelt ook veel rijden..En de liefde voor die dieren gaat toch boven veel, zo niet alles..(Beelden: Yellowbird)
Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht. Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.
Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden. Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.
Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.
Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.

