Cadeautjes van de Sint…

Cadeautjes van de Sint…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: sinterbram.jpg

Als die oude bisschop (ook toen al zo oud..) langs kwam was het voor ons kinderen uiteraard een spannende gelegenheid. Immers, door het jaar heen was het veelal schraalhans keukenmeester naar gelang het wat wisselende inkomen of het succes van de autohandel bij de ouders. Met Sinterklaas werd de verwachting gewekt dat er nu eindelijk weer eens iets leuks zou worden uitgedeeld. We wisten als kinderen (ik denk dat mijn broer Rob er meer weet van had dan ik..) dat die Sint en zijn Pieten op een of andere manier altijd die oude wasteil uit de gangkast op de overloop te pakken wisten te krijgen en dan vol stopten met leuk verpakte cadeautjes, waarop hij/zij die dan weer voor de deur wisten te zetten waartoe ze eerst toch de trap naar onze etage moesten beklimmen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: sinterklaas-pakjesboot-12.jpg

Hoe dan ook, op die bewuste avond zaten we dan met rode wangen te wachten op dat hard gebons op de buitendeur die nog wel eens van plek wisselde. Ons huis kende een overloop met een deur naar de huiskamer of via een van de slaapkamers en naar gelang de stemming van Ma werden die ingangen nog wel eens op andere plekken gesitueerd. Kennelijk wisten Sint en Piet dat zelf ook heel goed want de teil stond altijd voor de goede deur.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: kidsbanner.jpg

En verdraaid nog toe, telkens als Leasepa dan net voor het grote moment even naar de sigarenman een paar huizen verderop moest om nieuwe pakjes Caballero te scoren stond die Piet op de deur te bonzen. Ons hart sloeg dan altijd over. Grappig genoeg had Ma daar geen last van. Terwijl ze normaal nog wel eens erg emotioneel kon zijn had ze daar op die avond nooit last van. Achteraf weet ik nu wel waarom natuurlijk. ‘Ze zat in het complot’…. Hoe dan ook de teil was altijd tot de rand gevuld met pakjes. Groot en klein en voor ons kinderen zat er het meeste in. Niet dat je nu meteen halve speelgoedwinkels vol spullen tegenkwam bij het openmaken hoor. Wel kreeg je nieuwe sokken, een pyjama, een boot waar je niet om had gevraagd, en nog wat andere kleine zaken. Ook altijd wel iets te smikkelen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: epb-3.jpg

Een chocolade muis of kleine letter, een taaitaaipop en dergelijke. De oogst viel nooit echt tegen, maar om nu te zeggen dat je over de dingen van je verlanglijstje struikelde….nee! Kwam ook omdat ik een maand later jarig was en nog ben en men het grote geld opspaarde tot dan. Want een Dinky Toy truck of zo was altijd een grote droom en die moest en zou er komen. Het geld kon maar een keer worden uitgegeven…. Als we dan aan de warme chocoladedrank zaten en een stukje snoepgoed van de Sint zaten te verorberberen kwam de jongere zus van Ma zoals elk jaar even langs. Die wilde iedere keer graag weten of wij als kinderen hetzelfde (liever minder) cadeautjes hadden gekregen als haar eigen (4)kinderen. Die concurrentie was altijd aanwezig tussen die twee zussen. En vaak won zij qua volume en gewenste cadeau’s. Wij hadden daarentegen dan altijd wel weer een betere auto voor de deur staan. Maar dat was niet gek gezien de bron van inkomen van leasepa. Hoe dan ook, na het vertrek van de Sint was het altijd even rust in huize Meninggever. De Kerst kwam er aan maar dat was toch meer een geloofsgebonden feestje. Geen cadeautjes….Dat was iets van veel later. Het kon niet altijd kaviaar zijn….. (beelden: prive/internet)

Oorlog en vrede…

Oorlog en vrede…

O.o. wat is deze tijd gevaarlijk….. De Russen staan bijna aan onze oostgrens……de islam wil werelddominatie…..terreur…..klimaat…..immigratie…. Zie daar een paar items die je tegenwoordig vaak voorbij ziet komen als zijnde onderbouwing voor het idee dat de wereld zoals wij die nu kennen gevaarlijker is dan die van vroeger. Nou, hoe zeer ik de bedreigingen van sommige genoemde stellingen zelf nog wel zie, er zit ook een hoop flauwekul bij. Alsof wij vroeger geen oorlogsdreigingen kenden.

Neem nou eens de Koreaanse oorlog. De eerste strijd tussen goed en kwaad als je het communisme als dat laatste wilt zien. De invallen van de Russen in Oost-Duitsland, Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Dat was echt dichterbij dan wat we nu meemaken. Gold ook voor de rakettencrisis rond Cuba. Wederom opgestookt door de Sovjet-Unie. Maar de Amerikanen schaalden indertijd hun oorlogsmacht op naar het op een na hoogste niveau. Dus ook hun atoommacht!

En wij sidderden hier in Nederland van angst. En voor de goede orde, onze strijdkrachten stonden toen ook paraat en waren bereid om de vijand met alle middelen tegemoet te treden. En die Nederlandse krijgsmacht van toen was best groot. We kenden als mensheid de diverse oorlogen rond en in Israel die vanaf 1948 door de buurlanden (wat is nieuw?) werden aangegaan. We zagen de Muur bouwen in Berlijn (het IJzeren gordijn werd echt neergelaten) en ook toen stonden wij in het Westen paraat voor een nieuwe oorlog. We maakten de Vietnamoorlog mee en de vreselijke gevolgen die dat had voor de regio. Begonnen door de Fransen tegen de Vietmin, later door de Amerikanen uitgevochten tegen de communisten van de Vietkong. Die zelfde Fransen hadden te maken met opstanden in hun Noord-Afrikaanse kolonien, en die trachtten ook zij met militair geweld te onderdrukken. Datzelfde deden de Britten en ook wij als Nederland. Vergeet niet hoeveel duizenden Nederlanders daarbij het leven lieten. Kennelijk snel vergeten! Of die Golfoorlogen, de Balkanoorlog, zo vlakbij onze grenzen!

En dan die terreur, als ik de namen noem van New York, Londen, Madrid, Brussel, Parijs, Nice, Berlijn, Amsterdam etcetcetc doe ik tekort aan het feit dat met name islam-gerelateerde terroristen dood en verderf zaaien in onze steden en landen maar dat ook dit al van alle tijden is. Vergeet ook niet hoe bloedig de zgn. linkse revoluties van Mao en soortgelijke types zijn geweest. Of de bloedige machtsovername door militairen in Chili of Argentinie. En dan was er nog die Falkland-oorlog tussen Engeland en Argentinie of die bloedige strijd tussen katholieken en protestanten in Noord-Ierland. Het had allemaal wel fikse effecten op onze samenleving. Veel van die conflicten werden deels ook bij ons uitgevochten. Maar daartoe moet je de geschiedenisboeken maar eens openslaan. En als je dat dan ziet, weet je dat het anno nu nog best meevalt. Al moet je nooit de duvel verzoeken natuurlijk….. Leeftijd maakt wijs, maar je moet wel open staan voor de feiten. Indoctrinatie is toch iets anders. Laten we samen genieten van de vrede. Zolang het nog kan…. (Beelden: archief/internet)

Een eeuw KLM…

Een eeuw KLM…

Is die Meninggever nou in de war of niet?? KLM bestaat intussen toch al 105 jaar jaar? Jazeker, maar het onderwerp van dit blogverhaal op zondag is weliswaar die nationale carrier die onze vlag in die dikke eeuw zo vaak en goed naar het verre buitenland wist te vervoeren, het is vooral een boek dat aanleiding vormde tot… En nou is dit in mijn bieb bepaald niet het enige boek over deze prachtige airline waarop we gewoon trots moeten zijn en niet steeds moeten wensen dat hij verdwijnt opdat we kunnen terugkeren naar de Middeleeuwen met haar zeilschepen en postkoetsen. Het boek is geschreven door Ron Wunderink, voorlichter bij KLM, oudgediende en ervaring opgedaan met 12 president-directeuren die hij al werkend meemaakte.

Dat maakt het boek over de geschiedenis van onze ‘Koninklijke..’ net even anders dan de boeken die ik door andere schrijvers over KLM voorbij heb zien komen. Het verhaal komt wat dichter bij types als Albert Plesman, Orlandini, de Soet of Leo van Wijk. Als purist zag ik wel de nodige feitjes die niet helemaal juist waren of zijn, maar het algemene verhaal is vermakelijk en informatief genoeg om te lezen. Zo gaat hij diep in op de chaos en ellende die ontstond toen een Boeing 747 van KLM betrokken raakte bij een ongeluk dat nog altijd als grootste crash uit de geschiedenis van de luchtvaart in de statistieken kwam. Maar zeker ook de pogingen van KLM om al vrij snel in de jaren achter ons te zoeken naar strategische samenwerking met andere partners om zo het bedrijf voor de toekomst te bewaren en zeker ook uit te bouwen.

Dat uiteindelijk Leo van Wijk met Air France in zee ging mag ons als liefhebber van die Nederlandse maatschappij pijn doen, andere partners waren om de ene of de andere reden niet acceptabel. Juist die overname (want zo was het..) zorgt er voor dat we dat eeuwfeest (en meer) van KLM nog steeds kunnen vieren. Het boek van uitgeverij Balans (ISBN 9789460039478) kent 285 pagina’s en lijkt een uitgave van Balans samen met de auteur zelf te zijn. Het werd in 2019 uitgegeven, precies in het jaar van dat eeuwfeest. (beelden: Prive/collectie)

Hollands trots…DAF!

Hollands trots…DAF!

Ik heb al eens (100520)aandacht gegeven aan DAF als fabrikant van personenwagens, maar dat onderdeel van haar geschiedenis is maar een klein stukje van het geheel. DAF startte ooit als een aanhangwagenfabriek in Eindhoven en werd daar aangestuurd door de familie van Doorne die al snel doorhad dat in het naoorlogse Nederland een grote behoefte was ontstaan aan stevige trucks en uiteraard opleggers en aanhangers. Al snel was de eerste DAF-truck een feit. Frontbestuurd, met een voor dit merk zo kenmerkend uiterlijk. Motorisch en technisch winkelde men bij het Britse Leyland of Perkins die in die periode een grote naam hadden in truck/busland.

De eerste DAF’s waren zgn. 5-tonners waarmee je een beste truck in huis haalde die in ons eigen land al snel aardig wat successen boekte. Al snel werden de DAF’s ook benut om bussen op te bouwen, terwijl de truckfamilie wagens kende die aanhangers trokken of opleggers, en soms ook als kiepauto dienst deden. De catalogus van DAF verbreedde zich al snel, de trucks werden groter en zwaarder en de basisversies kregen gezelschap van grotere types die jarenlang een vaste waarde werden en bleven op de Europese wegen. Want ook in het buitenland boekte DAF aardige successen.

Niet in de laatste plaats doordat men o.a. aan het Spaanse Pegaso licentierechten verleende voor deze trucks. Ook onze krijgsmacht werd een trouwe klant van DAF. Veel oudere dienstplichtigen reden met DAF’s in de rondte en ook die wagens hadden een zekere naam en faam. Later modellen verloren hun ronde vormen, en werden hoekig, straalden kracht uit, maar boden ook meer leefruimte voor de chauffeurs en/of hun bijrijders. De serie 2600 kwam op de markt, gevolgd door de 2800 en zo ging dat door. DAF werd een grote naam in truckland maar het bedrijf kreeg ook steeds meer concurrentie van buitenlandse merken als Volvo, Scania, Mercedes of MAN. Door de jaren heen moest DAF soms de financiering op orde zien te krijgen, men verkocht aandelen aan International Harvester in de VS.

Dat laatste had tot gevolg dat men ook componenten uit de VS in de DAF’s ging toepassen. Later zou ook Terex uit de VS een belangrijke rol gaan spelen. DAF zelf ging op enig moment nauw samenwerken met Leyland in het Verenigd Koninkrijk. Daar ontstonden hierdoor wagens die als LDV (Leyland DAF Vehicles) door het leven gingen en DAF zo in haar portfolio van modellen nu ook bestelwagens en lichte trucks kon aanbieden. Lucratieve handel. Met al die internationale contacten en fusies bestaat DAF nog steeds en is net als voorheen een grote naam. Aardig is te vermelden dat veel DAF-techniek te vinden is in de Tsjechische Tatra trucks die tegenwoordig ook in ons land weer worden verkocht. Deze voldoet aan de strengste Europese regelgeving op gebied van milieu en uitstoot. DAF bewijst door haar geschiedenis en handel waar een klein land groot in kan zijn. En Eindhoven kent uiteraard als bakermat van dit geheel een erg aardig museum dat voor liefhebbers echt een aanrader is. (Beelden: Archief)

Monumenten…

Monumenten…

Maak eens een stedentrip door eigen land en je komt hier links en rechts monumenten tegen. Soms zijn het beelden die passen bij de omgeving. In visserijgebieden kom je vaak in steen verbeelde vissers tegen, ik zag in agrarische omgevingen versteende boeren in allerlei vormen en maten, en als je wat historische gebieden binnen stapt zie je de zgn. ‘helden’ van toen of de bekende vorsten die zich in steen tot in de eeuwigheid laten bekijken. Nu is Nederland niet zo van de herdenkingen of heldenvereringen. Voor je het weet is er weer een of andere actie/pressiegroep die meent dat er op die of die figuur die in de geschiedschrijving van een land een grote rol speelde, best een smetje of meer rust.

Linkse types mekkeren altijd over slavernij of koloniale overheersing. Maar zelfs mensen die in ons eigen land belangrijk waren voor sectoren waar men in die actiekringen een hekel aan heeft worden meteen aangevallen op hun daden. Dat men in de landen waar men graag de eigen inspiratie vandaan haalt veel beelden en monumenten koestert waarmee je goed kunt zien hoe heftig die te keer gingen tegen de eigen bevolking of andere landen knechtten, doet er in de linkse kring niet zo toe. Lenin, Stalin, Mao, allemaal gekoesterd, want tenminste extreemlinks. Dat mag wel, maar figuren uit onze 500-jaar oude geschiedenis van de VOC of zo zijn reden tot actie en protest. Vaten boter op het hoofd die linkse lui.

Zelf zag ik in heel wat landen beelden, monumenten en andere uitingen waarbij lieden werden gekoesterd waar zelfs ik van wist of weet dat ze niet zo fijn in de eigen geschiedenis actief waren. In eigen stad ken ik natuurlijk het beeld van groot schilder Rembrandt op het naar hem genoemde plein. Maar ook dat van Generaal van Heutsz dat tegenwoordig als Monument Indie-Nederland door het leven moet. Dat laatste beeld is wel een voorbeeld van hoe de tijdgeest kan veranderen. Na de officiele onthulling van dat monument in 1934 noemde toenmalig Premier Colijn van Heutsz een man die je mocht vergelijken met Julius Caesar of Alexander de Grote. Hij had namelijk met zijn KNIL een einde gemaakt aan de islamitische opstand in het altijd al als lastig bekend staande Atjeh. Toen het linkse volk daar in de jaren 70 weet van kreeg waren de rapen gaar.

Van protest tot vernieling, van aanslagen op het beeld en allerlei acties werden gehouden om deze moslimhater (..) zijn eerbetoon te ontnemen. Uiteindelijk besloot het linkse college van B en W dat de naam van Heutsz van het beeld moest verdwijnen en een meer neutrale naam aan het overigens fraaie monument gehangen. In veel culturen is een beeld een soort Gouden Kalf. Het past niet bij het geloof daar of de cultuur. Maar zoals al aangegeven, heel wat uitingen van grootheidswaanzin zijn in met name dictatoriaal bestuurde landen te vinden. Zou men daar net zo te keer gaan tegen die uitingen is de kans groot dat men er het leven bij zal inschieten. Niet in ons land. Want Vrijheid van Meningsuiting….Jaja…maar nooit twee kanten van de zaak bekeken. Geldt ook voor van Heutsz. In zijn optreden van toen zat gewoon de opdracht van de regering. Opstand moest onderdrukt. Veiligheid voor de Nederlanders daar vastgelegd. En dat deed hij. Net als de jongens die er later hun dienstplicht moesten verrichten. Wil men wel eens vergeten. Zeker in groepen die wel roepen maar niet wensen te worden opgeroepen. Die krijgen nooit een beeld. Die maken liever selfies…(Beelden: Prive archief)

Bodemloos….

Bodemloos….

In de oude tijden sprong men nog wel eens wat zorgeloos om met alles wat met hygiene van doen had. Anders dan de oude Romeinen voor wie naaktheid en reinheid eigenlijk met elkaar verweven waren bleken de volken die daarna onze Europese gebieden bevolkten bijna barbaars als je ziet hoe men met dat thema van wassen, scheren en reinigen om ging. Zo ontdekte ik onlangs nog eens dat vrouwen tot ver in de jaren van de 18e eeuw onder hun kleding geen ondergoed droegen zoals wij dat nu normaal vinden.

Men had hooguit een soort onderrok aan om bij spontane ontlading van blaas en darmen geen vervuilde bovenkleding te veroorzaken, maar echt aan afdekken van die bodem bij het eigen lijf deed men niet. Ook de boezem werd nog wel eens half ontbloot tentoongesteld, maar bij gebrek aan deodorant was het in die contreien van het vrouwenlichaam ook niet altijd geurend als een kamerroos wat de klok sloeg. Nee, men nam het ruim en smeerde de nodige poeders en parfums over zich heen om al die onvermijdelijke geuren te bedekken.

Later kwam de (laat ik het maar zo noemen) kruisloze onderbroek in zwang. Onder de veelal wijde en zeer lange rokken (een blote enkel was een toppunt van sensualiteit) droeg men kruisloze lange onderbroeken. Praktisch. In het paleis van Versailles kon je de sporen van urine op de trappen nog herkennen, men liet het zo lopen als het zo uitkwam en dan was dat kruisloze wel handig. Pas aan het einde van de 18e en begin 19e eeuw gingen vrouwen dragen wat wij nu de ‘slip’ zouden noemen. Zo kon je van alles opvangen wat anders maar wegliep en ongemak veroorzaakte. En die slips hadden allerlei formaten.

Soms met strikjes, dan wel met andere versierselen. In onze tijd zien we vooral dat het formaat (van omatype tot string) nogal eens verschilt per model of trend al zijn er een paar wel blijven hangen in het heden. Maar het doel is los van het verleidelijk zijn voor mannen (of vrouwen die vallen op hetzelfde geslacht wellicht) hetzelfde als al die lappen en andere todden die men vroeger onder de kleding aantrok. Toch als je de geschiedenis bekijkt zie je dat we ver zijn gekomen op dit gebied. Ook al zakken we nu weer wat terug door de vertrutting en verandering van de maatschappij naar vooral duurzaam en wat minder sexy, we wassen ons meer dan ooit, scheren wat overdadig of overbodig is en smeren of spuiten deo op plekken die anders anderen de adem benemen. En met dit weetje tijdens deze zomermaand sluit ik dit blog vandaag weer af. Vergeet niet te genieten en denk maar eens terug aan die dames in hun hoepeljurken, hun bodemloze bestaan, hun geur en hun kleur…. En prijs de dag dat je dat niet meer hoeft te dragen als vrouw. Overigens waren de mannenkleren ook niet meteen toonbeelden van gemak of hygiene, maar dat is een ander verhaal…..(Beeld: Internet)

Fraai Museum…

Fraai Museum…

Onlangs was ik voor de derde keer te gast in het buitengewoon fraaie Nationaal Militair Museum op de oude Vliegbasis Soesterberg. Een uiterst ruim en modern gebouw biedt onderdak aan een best uitgebreide collectie vliegtuigen, voertuigen, wapens en allerlei historische uitstallingen die een goed beeld geven van hoe onze krijgsmacht ooit ontwikkelde tot wat het nu is en diens uitrusting door de jaren heen.

Voor mij zijn de vliegtuigen in en buiten het museum uiteraard het meest interessant maar ik deed voor de volledigheid van mijn verslag ook het nodige aan bekijken van wat er verder wordt geboden hoor. Wat die vliegtuigen betreft, met wisselt hier het een en ander af. Zo stond de vroeger buiten staande North American Super Sabre van de USAF nu binnen, was de Lockheed Neptune (MLD)buiten op een verre positie neergezet en waren de F-102 Delta Dagger en F4 Phantom die ik bij een eerder bezoek wel zag nu verdwenen.

In het buitenterrein stond nog wel een Mig 21, maar die verdient een stevige opknapbeurt. Naast het comfortabele restaurant (begane vloer, aan het platform) staan zowel een Fokker F-27 Troopship als de onderzeebootbestrijder Brequet Atlantique. Dat zijn relatief grote vliegtuigen die zoveel ruimte vragen dat ze zelfs in dit museum maar lastig echt onder dak te zetten zijn.

Het uitgebouwde deel van het dak houdt ze in ieder geval droog. Binnen zag ik een Koolhoven trainer boven de ook al enorme Dornier Do24 marine-vliegboot die met name in het vroegere Nederlands-Indie zo’n belangrijke rol vervulde. Als je de collectie zo bekijkt valt op dat men er gewoon veel aandacht voor heeft, dat er voldoende vrijwilligers actief zijn (en zeer servicegericht en aardig qua uitleg en voorlichting) maar dat de verwijzingen naar deelcollecties of andere activiteiten net even te bescheiden zijn uitgevoerd.

Dat zelfde miste ik ook bij alle voertuigen, tanks en geschut dat hier wordt getoond. Het is (te)beknopt, en ik zoek als meer geinteresseerde toch naar wat uitgebreider uitleg of beschrijving. Neemt niet weg dat dit een geweldig museum is. Het is ruim opgezet, warm, vaak rustig, informatief en redelijk betaalbaar. Je betaalt geen twee tientjes voor de entree en daarvoor mag je de hele dag in dit best grote gebouw en de omgeving verblijven. Parkeren is er ook nog eens gratis. Museumkaarthouders zijn hier ook van harte welkom. Het aantal voorzieningen is ruim, de toiletten schoon en het restaurant (wel in/uitchecken) van goede kwaliteit en de bediening aardig. Ben je met kinderen? Dan is er veel te doen en te zien.

Er is zelfs een soort speelhal waar de kleintjes naar hartenlust kunnen rondbanjeren tussen een houten onderzeeboot, tank of helikopter en alles van binnen te bekijken als een soort speeltuig. Ook de diverse videopresentaties zijn informatief genoeg om de jeugd te leren dat oorlog op zijn minst akelig is, maar dat we ons altijd moeten blijven prepareren op wat van buiten op ons afkomt en waartegen we ons letterlijk en figuurlijk moeten wapenen. De huidige situatie in de wereld vertelt ons meteen waarom. En als je dan als jong mens meent jouw bijdrage te moeten leveren kan dat wellicht via de informatie die je hier krijgt de eventuele beslissingen versterken. Zijn er ook nog wat persoonlijke aanmerkingen? Nou, ik vond de museumshop wel wat karig en vooral op de erg jeugdigen ingericht. Dat moet beter kunnen. Een leuke fotohoek waar je de uitgestalde museale stukken op terug vindt had ik wel aardig gevonden. Of wat meer schaalmodellen voor de liefhebber….Nu is het wat vrijblijvend allemaal. Maar…..voor een leuke en informatieve dag uit…een aanrader! (Beelden: Prive-archief)

Na 60+ jaren…

Na 60+ jaren…

Als geboren en getogen hoofdstedeling erken ik meteen dat ik een paar van de door buitenlanders en mensen uit de provincie regelmatig bezochte aantrekkelijkheden van onze stad graag mijd als de pest. Reden, de enorme drukte in en rond die vaak cultureel vol gepakte plekken. Zo ben ik nog nooit in het Achterhuis geweest waar ooit Anne Frank ondergedoken zat en meed ik het Rijksmuseum alleen al omwille van de vele files van mensen voor de ingangen. Maar een aantal weken terug waren we er alsnog te gast.

Aanleiding, een expositie over Frans Hals. Daarover later meer in deel 2 van mijn bloemlezing over de kunst en die schilder. Het Rijks is een paar jaar terug enorm verbouwd. Dat verbeterde de lichtval was het nieuwe verhaal en ook de in/uitgangen waren aangepast aan de veranderde situatie waar bezoekers dagelijks bij de duizenden passeren. Wij hadden gereserveerd, de museumkaart in de knuisten, maar mochten alsnog toch in een rij plaatsnemen die zich schuifelend naar de ingang begaf.

Eenmaal daar binnen moet je door een veiligheidscontrole (logisch in de huidige tijden met dat extreemlinkse nulmensenvolk dat kunst beklad..) en kunt dan je jas en tassen kwijt in de ruime maar drukke garderobe. Ook daar weer een rij mensen voor ons. Ik was al bijna weggelopen als al die mensen van het Rijks niet zo aardig waren en behulpzaam. Daarna gingen we met een soort landkaartje van het museum aan de slag om e.e.a. te verkennen. Dat we daarbij een belangrijke spelregel over het hoofd zagen vermeld ik later nog een keer. In ieder geval zagen we de kunstwerken die het Rijksmuseum maken tot wat het is. De schatkamer van onze kunstzinnige geschiedenis.

Meteen ook de plek waar je de vaderlandse geschiedenis voorbij ziet komen. Vastgelegd door schilders, beeldhouwers en meubelmakers uit afgelopen eeuwen die soms een wel erg hoog innovatief en kunstzinnig karakter bezaten. Rembrandt natuurlijk een favoriet en dat was ook te zien. Het ziet er zwart van de mensen bij de Nachtwacht. Helaas is die om dezelfde veiligheidsredenen omringd met plastic schermen (gevolg reflectie van achterliggende ramen bij foto’s maken) en staan er zoveel mensen voor dat je op enige afstand moet constateren dat dit in feite een aardig schilderij is, maar dat de heer van Rijn wel betere dingen heeft geschilderd tijdens zijn carriere.

Je ziet onze zeehelden in dat museum, maar ook oude bestuurders als de Gebroeders de Witt. Ga je van de ene periode naar de andere moet je vooral trappen gebruiken want liften zijn niet te vinden of buiten gebruik. Daar hadden wij geen last van hoor, maar voor hen die lastig ter been zijn best een dingetje. Opvallend is ook als je al die kunst bekijkt dat de afgebeelde mensen vaak heel vrolijk in beeld zijn gebracht. Vertrutting kwam pas later aan de orde en men hield wel van een blote borst of meer. Zet ik dat anno nu op mijn blog en andere sociale media krijg ik meteen de zedenpolitie van die organisaties achter me aan, ik heb me dus maar ingehouden. Na een paar uur lopen langs al dat fraais (kijk ook naar de werkelijk schitterende architectuur van het museum zelf en de gebrandschilderde ramen..) gingen we op weg naar de uitgang. Jassen en tassen opgehaald, en dan zoeken. Bordjes Exit zijn niet te vinden. Wel een informatiebalie, waar een aardige dame ons de weg wees.

Daarbij constateerden we dat we wederom trappen op moesten. Nogmaals voor ons geen probleem, maar toch… Na dik 60 jaar was ik er dus weer eens. En dat viel niet tegen. Ik blijf het een erg drukke toestand vinden. Maar eenmaal aan het genieten van al dat fraais vergeet je snel de nadelen. Wie geen museumjaarkaart heeft betaalt 23 euro p.p. voor de entree. Dat is best geld, maar in vergelijking met andere musea met bepaald minder te bieden valt het nog wel mee. In een volgend verhaal ga ik even in op de expositie van Frans Hals…

(Beelden: Prive)

Sterren….

Sterren….

Anders dan veel autohaters menen is er in de afgelopen 135 jaar dat de auto nu bestaat heel veel veranderd. Van een door een benzine/stoommotor aangedreven koets zonder enige vorm van comfort naar een vervoermiddel dat naar gelang jouw persoonlijke budget het toestaat een paar miljoen Euri kan kosten en je weet te katapulteren van 0-100km/u in minder dan 2 seconden. Daar tussen zat de ultieme ontwikkeling van de aandrijfbronnen. En dat zijn er een paar geweest. Want bedenk maar dat ook auto’s met accu’s als voortstuwing intussen al dik een eeuw oud zijn, dat we zijn gegaan van een benzineverbruik dat eerst iets van 1:5 gemiddeld was naar 1:20 en diesels daar nog eens 10km gemiddeld bij doen per liter.

Er zijn fabrikanten geweest de werkten aan straalmotoraandrijving (Chrysler en Rover), Duitse uitvinders vonden een raket wel aardig om vooruit te komen, en er was ooit een man die hete lucht benutte om een automotor op te laten draaien. Intussen was er ook de veiligheid. En echt, beste lezers van dit zondagse blogverhaal, die werd jarenlang niet van groot belang geacht door fabrikanten en consumenten tot de jaren van de massa-motorisering aanbraken en de meest vreselijke ongelukken duidelijk maakten dat juist hier echt iets aan moest gebeuren.

Nu is dat eenvoudiger gezegd dan gedaan. Alles wat je namelijk versterkt in het kader van de bescherming van inzittenden zorgt ook voor meer gewicht. En dus werden auto’s steeds vleziger. Niet erg als je in de VS woont maar in ons land met haar op gewicht gebaseerd autobelastingsysteem een kleine ramp. De eerste veiligheidsgordels werden in 1971 verplicht ingebouwd. Kooiconstructies volgden later. Je had merken waar de motor bij een frontale aanrijding niet naar binnen werd gedrukt maar werd gekatapulteerd naar buiten de schadeauto.

Brandstoftanks kwamen in geval van een frontale aanrijding niet meer op je schoot terecht zoals vroeger, met alle gevolgen van dien, maar werden binnen de veiligheidskooi van het voertuig, vaak boven of voor de achteras gesitueerd. En we gingen testen…. Overal met eigen veiligheidstandaards. In Europa kennen we het strenge instituut EuroNCAP dat elk jaar haar normen aanscherpt. Men vergeeft sterren aan de betreffende en tot gort gereden nieuwe automodellen. Maar door de hierbij oplopende eisen kan het zo zijn dat een auto die pakweg in 2015 5 sterren (maximale score) scoorde er anno 2024 nog geen drie weet binnen te halen.

Vaak zit dat in de levering van hulpsystemen die tegenwoordig van de elektronische soort zijn. Zitten die standaard in een autotype krijgt men eerder de benodigde sterren dan wanneer dat niet zo is. En dan zie je dat sommige wagens en merken eindigen met 0 of 1 ster. Dat is anno nu best verbazingwekkend. Vaak auto’s met een laag prijskaartje. Want dat blijft wringen. Veel voor weinig bestaat niet meer. Dus stoppen de meeste fabrikanten met hun goedkopere modellen. Die kunnen voor een betaalbare prijs niet meer voldoen aan onze moderne veiligheidsnormen.

Om het over die voor uitstoot helemaal niet te hebben. En o ja, ook elektrische auto’s vallen soms bij die botsproeven door de mand. Waarbij ook nog eens het brandgevaar een rol speelt en het feit dat accu’s die als ze eenmaal branden vrijwel niet te doven zijn. Kortom…wie in een oudere auto rijdt moet zich bewust zijn dat die jaar na jaar steeds verder af komt te staan van de veiligheidseisen van de moderne tijd. Maar ja, doe die maar eens weg als hij (of zij) nog goed functioneert en zo lekker rijdt. Ik snap dat wel hoor. Als geen ander. Ik heb op professionele basis heel wat stevige crashes en de gevolgen gezien. En ook hoe de daarbij betrokkenen er uit waren gekomen. Dan wordt het toch spannend. Nog een reden om vast te houden aan de norm dat onder de 4 meter lengte weinig auto’s veilig zijn. Een Amerikaanse stelregel…Maar ja, daar is 5 meter al compact en tel je bij 2 meter breedte pas een beetje mee…..(Beelden: archief)

Armoedemuseum…

Armoedemuseum…

Toen ik onlangs vernam dat de extreemlinks bestuurde Gemeente Amsterdam voor vele miljoenen een ‘Slavernijmuseum’ gaat neerzetten op de kop van het plaatselijke Java-eiland werd ik vervangend boos. Want hoe zeer die slavernij in onze geschiedenis wellicht geen hoogtepunt mag zijn geweest van de christelijke traditie, het is wel al honderden jaren geleden. En excuses of zo meer worden aan de ontvangende kant minzaam geaccepteerd maar men krijgt liever de zelfbedachte en gewenste schadevergoedingen. Gratis Doekoe en zo kunnen hebzucht bij sommigen aardig doen opstijgen in de geest. Ik ben daar dan ook fel tegen.

Want wanneer je al een museum wilt oprichten met een historisch verantwoord doel moet je dat ook zeker doen voor 85% van onze eigen bevolking die tot ver na WO2 vaak in erbarmelijke omstandigheden moest zien rond te komen. Onbekend en daarom kennelijk verzwegen de verhalen over turfstekers in Drenthe, textielarbeiders in Oost-Nederland, mijnwerkers in Limburg en zo meer. Mensen die 6 dagen per week keihard werkten in de meest vreselijke omstandigheden. Voor een hongerloon.

En die turfstekers dan ook nog in de status van ‘lijfeigenen’ onder bewind van rijke herenboeren uit de omgeving. Maar ja, wie zijn geschiedenis niet kent heeft in de toekomst niets te zoeken. En neem van mij maar aan dat die geschiedenis onze jeugd wordt onthouden door zgn. progressieve leerkrachten die liever de historie aanpassen bij het niveau van de leerlingen of diens demografische herkomst. Wat er toe leidt dat als men al een echt vak onderwijst dit wordt gedaan met vele mitsen en maren. Over de arme joodse bevolking in deze grootste stad en de omstandigheden waaronder die werden gehuisvest dan wel kort gehouden door het toen ook al hoog verheven voelende stadsbestuur, wordt, zeker anno nu, niets verteld.

En krijg je daardoor alleen al de kriebels. Sommige panden in onze stad vroeger aangeduid als ‘vlooienpaleizen’ en de Waterloopleinmarkt niet voor niets de ‘vlooienmarkt’ van de stad. Ook dat wordt ver weg gehouden van de leerlingen die een cultuur bij zich dragen die het jodendom op zijn zachtst gezegd niet welgevallig beoordeelt. Waardoor die armoede en ellende maar zeker ook de daaropvolgende holocaust door de Duitse bezetter zijn beklemmende betekenis vrijwel verliest.

In de huidige media en politiek zie ik veel voorbeelden van hoe polcor-water in de biologische wijn worden geschonken. Zelfs totale ontkenning van de Holocaust is tegenwoordig mogelijk. Als dat zo is lijkt het logisch dat we over die armoede van echte Nederlanders helemaal niet meer praten. En dat is bijna volksvijandig. Armoede kleeft aan mensen als een besmettelijke ziekte. En veel van die armoede staat de meeste mensen van mijn generatie nog aardig in de herinnering gegrift. En kijk even in oude fotoboeken die een beeld scheppen van pak weg 50-70 jaar geleden en je weet dat die armoede echt niet zo lang geleden is verdwenen. Waarbij we anno nu trouwens nog steeds honderdduizenden mensen kennen die nog steeds elke Euro moeten omdraaien om te zien waarmee ze vandaag of morgen de kinderen nog wat eten kunnen geven.

Die armoede is wellicht anders van vorm, maar dat gevoel blijft. Net als bij die vermeende slachtoffers van de slavernij die in grote aantallen na 1975 gesubsidieerd naar ons land kwamen en sindsdien netjes opgevangen, toch die slachtofferrol ontwikkelden. Dit samen met een linkse lobby die het geld graag weggeeft aan ‘derden’ in plaats van aan de eigen bevolking. Want ja, als je zo blijft handelen ontstaat van zelf het ‘wij’ en ‘ zij’ gevoel. Immers het lijkt nooit genoeg. Dus kom maar op met dat armoedemuseum. Liefst in Amsterdam op de Dam! Opdat we elk jaar de echte sloebers in dit land kunnen gedenken….Net als links graag doet in dat slavernijmuseum. (beelden; Archief/internet)