Eigen naam is goud waard…

182400881_e47df934ca_mAls je net als ik een beeldarchief bezit dat in de duizenden afbeelden loopt zit er best wel eens iets tussen dat door een ander is gemaakt. Al is het dan in de grijze oudheid. Nu is het voor mij als publicist door de jaren heen logisch dat je iedereen de credits geeft die zij verdienen als je gebruik maakt van beeld dat (kennelijk) door een ander is gemaakt. Ook al is dat dan lang geleden gebeurd. Met een simpel @-teken geef je dan aan dat je snapt dat niet jij maar een ander die foto heeft gemaakt. Tot zover de theorie. Maar nu de weerbarstige praktijk. Het internet wemelt van de afbeeldingen en vaak staat daar nergens iets bij van wie de afzender of maker is. Dat moet simpel oplosbaar zijn zou je denken, maar ook ik stapte in de val van de onwetendheid toen ik onlangs in een groep enthousiasten voor de vliegende vrienden een plaatje uit ongeveer 1965/6 plaatste van een oud vliegtuig. Opgepikt op het internet, nostalgie, persoonlijke herinneringen en een betere kwaliteit dan ik indertijd met mijn klikklak-camera kon bereiken. De reactie liet niet lang op zich wachten. De vermeende fotograaf zette me en-plain-publique te kakker als een beelddief.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was ‘zijn foto en ik had dat moeten vermelden’. Dat HAD ik graag gedaan, ware het niet dat er niets bij die foto te vinden was over herkomst of maker. En het vliegtuig waar het om ging fotografeerde ongeveer iedereen indertijd. Ook ik zelf. Maar zoals gezegd, met die klikklakcamera. De ophef die de man maakte, hij bleef maar doorgaan, ook na aanbieden excuses en weghalen foto, zorgde voor een wrevelige sfeer. Immers, ik plaatste daar al tijden ook mijn gedigitaliseerde dia’s uit de oude doos en nergens mijn naam er bij, zullen vast wel eens gekopieerd zijn. De betrokken man bromde me per mail toe dat ik dan maar mijn @ op die beelden moest zetten ter bescherming. Opmerkelijk, hij deed het zelf ook niet. Maar dit terzijde. Ik was zo boos en beledigd dat ik meteen zo ver terug als het kon mijn eigen gedigitaliseerde dia’s verwijderde en op zoek ging naar software om die copyright-vermelding nu eens en voor altijd te regelen. Nou, dat lukte me dus niet. De software had ik zo, maar de werking bij al die programma’s bleek onbegrijpelijk.

altAj0cRHTudTP9O6D3arEBqteW_H773FamXHs7UK7rh5MrWat ik ook deed of doe, dat in beeld brengen van de naam van de fotograaf, ik dus, lukte me niet. Dus plaats ik niks meer op plekken waar men mij net zo kan kopieren als ik anderen..Toch moet het mogelijk zijn om je naam op een beeld neer te zetten toch? Of moet je daarvoor naar de fotovakschool? Voorlopig houd ik het er maar op dat ik er te stom voor ben. En doe ik maar net of het ook wel veel werk is om…..Overigens, veel van de beelden die ik hier gebruik komen uit eigen kring en anders van het internet. In 99% van de gevallen zonder dat ik weet wie ze maakte. U wilt mij wet vergeven?! Dank u!

Opruimen

Boekenkasten YB Ktr.04 maart 2007 010 (2)Verzamelen en passies voor leuke dingen maken samen een combinatie die niet meteen zorgt voor lege zalen van kamers in ons toch niet al te kleine huis. Integendeel. Boeken die ‘nog eens gelezen’ moeten worden, vitrines vol spullen die leuk zijn om te laten zien en het delen van al die genoegens met vrienden die daar ‘ook iets mee hebben’ maken dat ons huis toch een aardige last aan opgestapelde collecties te bieden heeft. Een deel daarvan stamt uit een ander tijdperk van ons leven. Zoals onze boekencollectie. Ik geef toe wat leesverslaafd te zijn, zo maar drie boeken tegelijk lezen is soms geen uitzondering, vrouwlief kan er op dat punt ook wat van. Wij stammen nog uit die periode dat alles wat op schrift werd gesteld verslonden moest worden en veel dommer werd of wordt je er niet van, dus… Ik beschreef die liefde voor boeken al eerder hier.

FRI-412078 - Journaaljaren HPIM7280_editedToch komt er een moment dat je moet constateren dat de boekenkasten en kamers waar je deze opstelt, toch wat al te druk bevolkt zijn geworden en dat je bij nadere beschouwing ook moet vaststellen dat bepaalde boeken meer als decor dan als leesvoer dienen. Vrouwlief trok onlangs de stoute schoenen aan en begon de grootste boekenkast qua inhoud te ontmantelen. Ongekend welke ‘schatten’ je daarbij tegenkwam, maar ook wat je eigenlijk zeker weet nooit meer te zullen inkijken. De Winkler Prins van 1975 is bepaald niet meer actueel, een science-fiction reeks uit de jaren zestig is bijna bespottelijk in de voorspellingen van de wereld waarin wij nu zouden leven. Kortom, weg er mee. En de waarde is meestal nihil tot laag, zo slecht gaat het intussen met de leescultuur in dit land.

WP_006071De Kringlopers zijn er goed voor. Waar je, als je goed oplet, hele bibliotheken  van anderen kunt kopen voor een prikkie. Thrillers en chicklit’s liggen er bij stapels op je te wachten als je dat zoekt. Een fotoboek met prachtige plaatjes uit de jaren zestig deed ik overigens niet weg. Te veel nostalgie. Prachtig om te zien hoe vrouwen zich indertijd bloot gaven, krachtig, revolutionair, ongebonden of geschoren. Nee, dat boek blijft nog even. Maar voor de rest? Negen grote banenendozen vol leeswerk bracht ik intussen al weg. De grootste boekenkast heringericht. En nog steeds vol. Alleen staat het nu wat netter allemaal.  Nog drie kamers te gaan…….(de foto’s zijn niet waarheidsgetrouw voor de huidige collectie trouwens…)

Veelvraat

8)Leo voor SPL - Loco 1 1965 Scan10011Ik geef direct toe een veelvraat te zijn. Dat geldt vooral bij zaken die mijn interesse weg dragen, maar ik ben al snel enthousiast als ik iets tegen kom dat me kan boeien. Toch lijd ik (..) naast verbreding van alle kennis ook aan verdieping hoor. Veel van die input blijft ergens in de grijze cellen steken, maar duwt dan kennelijk wel wat andere zaken weg. Ik schreef in het verleden al eens over mijn buitengewoon matige herinnering aan bepaalde mensen en hun namen. Ik kan me dan gebeurtenissen of auto’s en vliegtuigen nog goed herinneren,  de zgn. ‘hoofdrolspelers’ niet. Als jong joch was ik er al van overtuigd ‘veel te weten over vliegtuigen’. Zoveel zelfs dat ik er een ‘Bureau voor Burgerluchtvaartkennis’ voor opzette en altijd betrokken was bij bladen en clubs die met die luchtvaartkennis iets deden. Zo had je indertijd groepen lieden die zich specialiseerden in het betere spotterswerk. Spotters zijn lui die al dan niet met een notitieblokje of camera vliegvelden af lopen om de registraties of beschilderingen van vliegtuigen vast te leggen. Ik behoorde indertijd tot die categorie, al kon ik me op mijn jeugdige leeftijd echt geen goede camera veroorloven. Dan waren er nog de vliegtuigkenners. Lieden die een Spitfire Mk. 2 van een 5 konden onderscheiden en daar een hele toestand omheen bouwden. Zo had je in die jaren kampioenschappen vliegtuigen herkennen waaraan deze lieden graag deelnamen om te zien wie eigenlijk de beste van Nederland was in hun kringen. Mijn vriend Fons, altijd overtuigd dat ik alles wist over vliegtuigen zoals hij over auto’s, schreef ons op enig moment in voor zo’n competitie.

HPIM7861_editedWerd gehouden in een school in het midden van het chique Amsterdam-Zuid en we zaten op de bewuste dag met een man of 30 in een klas en kregen in hoog tempo beelden te zien van vliegtuigen die we dan op moesten schrijven. Dat was best lastig want er zaten er ook bij die ik van mijn leven nog nooit had gezien of uit militaire kring afkomstig waren, niet mijn specialisatie op dat moment. Als 17-jarige vulde ik alles met grote zelfverzekerheid in. Laatste kon ik niet worden, eerste zeker ook niet. Want bij sommige plaatjes zat ik echt even te kijken naar al die uitvoeringen die van bepaalde vliegtuigen zijn verschenen en die voor de punten bepalend waren. Toen de competitie klaar was en de thee en cola werden geserveerd begon het grote wachten. De punten werden geteld, dat duurde een uurtje. De dertig deelnemers klonterden samen en trachtten bepaalde antwoorden bij elkaar af te checken op al dan niet juist zijn. Fons en ik keken rond, dronken wat en wisten een ding zeker, tot de top zouden wij nooit behoren. Maar we hadden het vast aardig gedaan. Van onder tot boven werden de namen op enig moment opgevoerd.

15541 - Leo en Wim duwen PH-MIT op zijn plek EHAM 270383 Scan10059 Fons zat, als meer oppervlakkig in vliegtuigen geinteresseerde deelnemer, bij de lieden die tussen de 20e en 30e plaats hadden gescoord. Mijn naam was nog niet genoemd, dat gaf hoop. Maar ook tussen 20 en 10 zat ik niet, dat gaf opwinding. Laten we wel zijn, tussen al die experts…… Uiteindelijk bleek ik derde van de dertig. Had ik dus toch best wel het e.e.a. in huis op kennisgebied en dat hielp me aan een sterker zelfverzekerdheid. Ik ging nog meer rond neuzen, fotograferen (intussen een simpele camera) en ben er van overtuigd dat ik na al die jaren best veel weet over voer- en vliegtuigen. Als men me maar niet vraagt wat het verschil is tussen een ‘B’ of ‘J’ versie. Dat moet ik nog steeds even opzoeken. Maar gelukkig weet ik wel waar dat te vinden is. Ook dat heb ik in die jaren geleerd. Plus het feit dat je maar beter bescheiden kunt blijven. Omdat je altijd een keer je kop stoot. Als je weer eens naast een specialist komt te zitten. Blijft voor mij altijd een lastig mensentype om mee om te gaan……

Spottersgeluk…

Oud Schiphol in tje 60-s - 211520Het was denk ik ergens in 1960 dat ik voor het eerst besloot om op Schiphol eens over de heg te kijken naar de toenmalige vliegtuigen. Ik was een jong ventje, had net een eigen fiets en ontdekte dat als je bij het toenmalige Schiphol je fiets tegen het hek zette en dan op de stang van die tweewieler ging staan, je het platform en de startbaan kon zien en de vliegtuigen uit die tijd kon waarnemen. Ik deed er nog niets mee, schreef niets op en had nog geen camera. Dat kwam pas later. De brommer was mijn vervoermiddel en daarmee bewoog ik me minstens twee keer per week naar de promenade aan het platform van Schiphol. En keek naar alle vliegtuigen, maakte af en toe een kiekje met mijn klikklak-camera en schreef de registraties van die toestellen indertijd op.

16245 - EHAM - 030184 - Vrachtplatform Scan10064Het begin van een passie die ik vele jaren lang zou koesteren. Vele foto’s volgden, duizenden dia’s. Ergens in 2000 of zo ging het mis. De interesse daalde, taande ook doordat Schiphol expandeerde en de mij bekende spottersplekken verdwenen. Daarbij waren de vliegtuigen steeds minder interessant geworden. En dat bleef hel lang zo. Toen ik mijn digitale SLR kocht en wilde testen of dat ding het goed zou doen langs de startbaan, ging ik nog eens kijken. Het beviel prima, de plaatjes waren aardig geslaagd. Toch kwam het er niet meer van. Als ik een keer per jaar nog eens langs die baan te vinden was, dan was het veel.

??????????????????????????????????????????????? De passie leek verdwenen, ik kon zelf maar moeilijk een verklaring vinden waardoor. Maar onlangs pakte ik de handschoen (en de camera plus alle toebehoren) weer eens op en bracht een belangrijk deel van de dag door langs de diverse landingsbanen van de nationale luchthaven. En het was weer ouderwets leuk. Gesprekken met andere spotters, net als ik van de jongere oude generatie, leuke nieuwe dingen ‘platen’ en weer eens wat registraties opschrijven. Ik voelde me weer jong, en dat warme bad ga ik toch weer eens wat meer op de agenda zetten. Zien hoe lang het nu weer duurt…

Naar een museum dat dit eigenlijk niet is; EYE Amsterdam!

WP_005183Als ik niet actief ben op het www wil ik nog wel eens iets cultureels doen. Dat houdt de geest jong en je zet nog eens wat. Zo ook op de half zonnige dag in Mei dat we besloten dat bijzondere gebouw ‘over het IJ’ te bezoeken dat hier al een paar jaar aan de oevers van het water staat te stralen. EYE heet dat ding en het is het Filmmuseum. Nu zou ik de naam museum meteen overboord mikken. Als je zoekt naar oude films met veel uitleg, filmsterren, foto’s of wat ook kan je beter alleen de museumshop bezoeken,  de expositieruimten zijn verre van museaal namelijk. Je vermaakt je er overigens prima hoor, daar niet van, en het uitzicht vanuit het pand over het IJ en op de oude stad, is fenomenaal. Tijdens je rondgang door de expositie is het mogelijk om wat films te bekijken, maar wil je naar aansprekende titels moet je daar net als in een bioscoop extra voor betalen. Je bent zo tien euro per persoon verder.

WP_005184Best veel geld. Maar goed, men draait redelijk actuele films in een aantal theaters. Op de laagste etage van dit opmerkelijke gebouw vindt je een paar zaken die de moeite van het gebruik waard zijn. Een groene wand waar je dan zelf een hoofdrol kunt spelen in (erg) kort filmfragment. Dat fragment wordt je na invullen van je mailadres (zeer eenvoudig menu) toegestuurd voor het familie-album. Er zijn cabines waar je bepaalde films of fragmenten kunt bekijken, al dan niet met koptelefoons op de bol. Allemaal grappig, maar houdt het je aandacht voldoende vast? Bij mij was dat niet het geval. Ik vond vooral de architectuur prachtig, de shop erg aardig en de foto’s van een van mijn helden op dit gebied; Gregory Crewdson, overweldigend. Maar of dat iets van doen heeft met een filmmuseum?

WP_005191Nee, wie hier heen gaat met de hoop het nodige op te steken over oude films, filmsterren of dat soort zaken raakt teleurgesteld. Wie gewoon een paar uurtjes plezier wil hebben zal zich er prima vermaken. Het EYE heeft ook een horecagelegenheid. We keken eens naar de prijzen en het aanbod en dat viel ook niet mee. Ik vind een broodje kaas voor E.4,50 of daaromtrent best veel geld. Maar goed, je kunt aan de overkant van het water prima terecht in de stad Amsterdam zelf. Wil je dus iets bijzonders meemaken, zeker een keertje bezoeken. De veerpont achter het Centraal Station vaart je gratis naar de overkant en dan is het vijf minuten wandelen naar het EYE, naast de vroegere Shell-toren.