Zondagse herinneringen…

Zondagse herinneringen…

Zomerse zondagen…. In de jeugd vaak het domein van de tripjes naar de Veluwe of zo. Met vrienden van de ouders. De Posbank op of bij familie van die vrienden op bezoek die daar overal en nergens bleken te wonen. Wolven waren er nog niet, maar wilde zwijnen wel en ook herten. Maar erger waren de zondagen als we nergens heen gingen en ons als kinderen thuis moesten zien te vermaken. Veel van de jeugdvrienden van toen verkeerden dan wel elders, ze zaten op de camping of waren weg getrokken naar het Amsterdamse Bos. Dat zat je echt met je ziel onder je arm als naar vrijheid snakkend kind wat ik toch wel was. De hele week was het al een en al verplichting waaraan je moest voldoen en de drukte van de woonstraat was dan ook afleidend.

Op zondag deed de verhuurafdeling van dat grote garagebedrijf in de straat nog wel wat zaken. Met name de aangeboden VW-busjes gingen dan grif weg. Huisvaders van grote gezinnen hadden daar wel iets mee want dan kon de hele kinderschare met limonade en broodjes worden ingeladen voor een avontuurlijke rit naar de heide van Bussum of zo. Gingen wij zelf niet onderweg dan keken we met belangstelling wat er allemaal voor types in die wagens stapten. Sommige van die chauffeurs reden alleen op zondag eens in de maand wat rond met vrouw en kroost.

En dat ging vaak niet te soepel. Voyeurisme van de bovenste plank. Later kon je dan in de om de hoek gelegen Van Woustraat kijken naar alle dagjesmensen die per auto naar onze stad kwamen om daar vertier te zoeken en vinden. Soms helemaal uit Duitsland vandaan en nog wel eens via de Bollenstreek naar Amsterdam gereden want dan hadden zo een bloemenslinger op de motorkap vastgebonden zitten. Vreemde gewoonte. Maar omdat je indertijd geen 24uurs economie kende en de lokale middenstand vaak nog sloot op zondag was een ijsje kopen of zo er voor ons niet bij. Best vervelend. Bij slecht weer binnen blijven, nou ja, je kon ook naar een of ander (katholiek) filmzaaltje waar ze vaak ‘Koiboifilms’ (..) draaiden voor de jeugd en dat kostte een kwartje of zo. Thuis was het vaak niet leuk want dan stond daar een of andere klassieke zender op en moest je ‘je kop houden’ i v m de fraaie muziek. Nou dat vonden wij als kinderen niks. Dus hoopte je op zonnig weer. Zodra je ontdekte dat er nog wat straatvriendjes met hun ziel onder de arm liepen was je blij. Zelfs de minder populaire goden waren beter dan je zelf moeten zien te vermaken. Als ik er aan terugdenk voel ik slechts grote leegten. Zondag was dus pas leuk als we ergens heen reden. Nu is mijn voorkeur juist omgekeerd. Ik vind het pas fijn als ik op die dag nergens heen hoef. Omdat ik me altijd weet te vermaken met iets of niets…. Kortom….er is veel veranderd in al die jaren….En bij jullie??? Ook herinneringen aan speciale zondagen??? (Beelden: archief)

Dromers…

Dromers…

In bepaalde kringen kom je de nodige (wereldvreemde) dromers tegen. Zo heb je mensen die het liefst teruggaan naar de Middeleeuwen. Anderen willen nog verder terug om zo een bepaalde religieuze orde dominant te maken en ons terug te voeren naar de tijden waarin toenmalige Nederlanders nog in dierenhuiden leefden en huizen bouwden van leem en boomstammen. Die huiden bijvoorbeeld afkomstig van wolven. Elk nadeel heb so ze voordeel. En die specifieke groep heeft het nu al zo ver geschopt dat die wolf opnieuw in Nederland is binnengehaald als een verworvenheid voor de natuur en onze samenleving.

Die dieren vallen in steeds grotere aantallen vee aan, kleine paarden, honden en als ze de kans krijgen ook mensen. Maar die ‘moeten dan maar niet in de weg lopen’ volgens de veelal uit de Grachtengordel van de grote steden stammende ‘experts’. Boeren en mensen met bospercelen onder hun beheer zaten en zitten helemaal niet op die wolven te wachten. Die hebben al last van een reeks andere (semi)roofdieren als de vos of het wilde zwijn. Die wolven hebben blijkbaar hun voortplanting aardig voor mekaar en zo lopen er nu al roedels van die dieren rond op de Veluwe.

Wie ze niet wil tegenkomen moet daar dan maar niet naartoe gaan om te wandelen, fietsen, kamperen of zelfs wonen. Zo het advies van de ‘experts’ die bijna jubelen over het succes van die dieren t.o.v. ons mensen en die verrekte boeren. Want een linkse afkeer van agrariers is die experts niet vreemd. Gaan we zelf terug in de tijd en bedenken we hoe ons land er uitzag in pakweg het jaar 100 na Christus moeten we dus binnenkort ook de wilde bruine beer verwelkomen, de krokodil en uit een nog wat verder verleden de dinosaurissen. Immers niets is die ‘experts’ te gek om ons land om te vormen tot het paradijs van hun dromen.

Dat er ook nog eens 18 miljoen mensen wonen, deels doordat geloofsgenoten van die grachtengordeltypes de massa-immigratie omarmen, is hen een gruwel.. Nee, een leeg land, een toendra, jungle of oerbos/heide zonder mensen, maar met al die grote rovers, een meer dan orgastische droom…. Maar voor ons als normale mensen uiteraard een nachtmerrie. Let dus op uw (klein)vee, huisdieren en kinderen. Voor je het weet is het hier een en al wildernis, een bloederige zelfs…. (beelden: Internet/Wiki)

Kamperen…

Kamperen…

Een van de andere gruwelen die ik me kan voorstellen (ik ben even in een wat ironische stemming) is vakantie moeten vieren in een tent of te kleine caravan. Niks voor mij. Nu heb ik dat zeker meegekregen vanuit mijn jeugd toen wij dat als kleine kinderen nog eens moesten ondergaan. De familie hield intens van Zuid-Limburg en op een goede (slechte) dag besloten ze om in een tent bij een boer te gaan overnachten en zo de kosten van een hotel te besparen. Na een hoop geworstel om die tent ter plekke er als zodanig uit te laten zien en ons allen een slaapplek te bezorgen gingen we in de ondergoedjes en pyjama op een opblaasbed (stonk naar rubber) onder een dun dekentje trachten te slapen.

Midden in de nacht ineens heftig onweer met typisch Limburgse regens (ook toen al), dus wakker, nat, koud. Volgende dag pakte leasepa alles in en trokken we in bij een nabij gelegen herberg. Vakantie gered, de tent niet. Een paar jaar later, ik berichtte er al eens eerder over, moesten wij oudere broer Rob redden die met pech in datzelfde Limburg was gestrand op zijn tweedehands brommer. Hij moest dus opgehaald worden. Logeerde met wat vrienden in een tentje aan de rand van een mergelgrot of zoiets. Een en al blubber. Wij waren met een IFA stationcar, een ruime Oost-Duitse pruttelaar en besloten omwille van de tijd maar in die auto te overnachten. Het was afzien. Want weer regen en zo meer. Opgeteld maakten die ervaringen dat ik mij voor heb genomen nooit meer in een oncomfortabele situatie nachten buitenshuis door te brengen.

Een ruime kamer met bad, koffie/thee op de kamer, zithoek, airco, TV, WIFI, alles er op en aan. Dat komt eerst. Anders doe of ga ik niet mee. Ging altijd vrij goed. En natuurlijk weet ik dat er mensen zijn die het ontbreken van juist die comfort verhogende zaken geweldig vinden. Het is ze gegund. Ik kijk soms wel eens naar tv-programma’s over mensen die in caravans of campers de vakantie doorbrengen en zie dan wel dat er qua comfort in die dingen veel is veranderd. Maar dat zal vast ook gelden voor de aanschafprijzen van die rijdende vakantiewoningen. Een ton is zo in zicht als je een beetje leuke wilt benutten. Geldt ook voor boten. In de familie van mijn leasepa zat ook een opa met een botenvoorkeur. Een redelijk ruim jacht was indertijd diens varend onderkomen tijdens tripjes over de Amstel. Wij mochten dan wel eens mee. Niet tot genoegen van mijn moeder en ons kinderen, maar ach….Voor de goede vrede. Het geschommel in die boot als je lag te slapen, het geklots van het water, de ontberingen tijdens het ochtendritueel, allemaal niks voor ons. Nee, het komt nooit meer goed tussen mij en ontberingen tijdens het kamperen….. Maar ik wens iedereen die het masochisme bezit om er van te genieten in de komende weken en maanden alle plezier van de wereld. Het wordt vast weer leuk en de omgeving maakt zeker veel goed. En als ik in het nieuws hoor of zie over hagelbuien, onweer, overdadige regenval, kou, en zo meer hoop ik dat het u als liefhebber niet treft. Fijne vakantie alvast…..(Beelden: archief/internet)

Kamperen…

Nu geen middel onbeproefd lijkt om ons met zijn allen in eigen land vakantie te laten vieren en we bepaalde buitenlanden niet meer mogen of kunnen bezoeken, lijkt het er op dat veel mensen de tent weer in ere doen herstellen en daarmee op stap gaan. Je kwakt zo’n ding zo achterin je auto of op het dak, dan wel in de overhaast aangeschafte aanhanger, en hup…op weg naar Texel of Vaals. Ter plaatse lekker uitpakken, je tentje opzetten (uuuuuren werk) en dan maar hopen dat het niet gaat regenen of dat je net die ene plek uitzocht waar ook een op grasniveau gebouwde wereldstad te vinden is vol bosmieren of steekmuggen. Dan ga je koken op een gasstelletje, of je neemt je Action-bbq en doet je best om dat aan het branden te krijgen. Elke keer dat je moet toiletteren loop je langs tientallen andere tentbewoners naar het vaak centraal gelegen sanitaire gebouwtje waar het natuurlijk altijd stinkt en plakt. Ook het eventuele douchen mag je daar doen. De uitzonderingen daargelaten is dat het beeld wat ik zelf kreeg van campings of wat daar voor doorgaat.

En ik heb het niet van een vreemde. Ooit, in mijn vroege jeugd, besloten mijn ouders dat een kampeervakantie wellicht een leuk (en betaalbaar) idee was met de kinderen samen. Nou, die kinderen waren klein, maar zagen er weinig in. Toch werd met een geleende tent het plan doorgezet en stonden we na een paar uur (door)rijden in het Limburgse Berg & Terblijt in een boomgaard tussen andere tenten te genieten van de kwetterende vogels en het lekkere weer. Ik ruik nog het spiritusstelletje waarop werd gekookt en de vriendelijke glimlach van mijn moeder die vond dat het eigenlijk wel meeviel met dat gevreesde gebrek aan comfort. We hadden nog niet geslapen natuurlijk. En dat kwam er ook niet van want midden in de nacht brak een onweer los dat het midden hield tussen een wolkbreuk en het einde der tijden. Omdat mijn leasepa ook niet meteen een kampeerder was had hij geen gleuven gegraven rond de tent, dus stond binnen de kortste keren het water op het grondzeil.

Drijfnat werden we. En wij kinderen mopperen. Gelukkig mochten wij in de auto slapen, wat we graag deden. Die was tenminste droog en veilig. Mijn ouders hielden het nog even hozend en gravend vol. Maar ‘gek genoeg’ werd de volgende dag, het was opnieuw prachtig zomerweer geworden en de tent weer snel gedroogd, besloten dat de kampeeroefening voorbij was en checkten we in bij een fraai maar best prijzig hotel in Valkenburg. Nu werd de glimlach van ma toch een stuk groter en mijn leasepa vond alles best als hij maar niet weer in die tent hoefde. Sindsdien was kamperen geen enkele optie meer. Altijd in hotels of logementen waar je comfort kreeg en lekkere ontbijten. Er werd een jaar lang voor gespaard, maar dan had je ook wat. En ik nam die gewoonte over. Meer dan mijn oudere broer die altijd iets is blijven houden met dat avontuurlijke van kamperen. Met de tent of caravan, hij smult er van. Ik niet, voor mij is het een gruwelijk idee als er geen bunkerachtige betonlaag zit tussen mij en de buitenlucht tijdens een verblijf in een ander dan mijn eigen bed. Nu ben ik op dat punt een lastige slaper, maar veel hotels bieden me voldoende comfortabele bedden en rust dat het alsnog na een tijdje lukt. Kortom, zoals ik al aangaf in mijn blogverhaal over tripjes (19-6-20), ik ga voor de steden en de hotels. Kort maar krachtig, en vol comfort. Het mag iets kosten, maar dan denk ik er ook vaak met meer plezier aan terug dan rond dat kamperen. Niks voor mij. Wie er wel van houdt moet het maar zeggen. Ik lees met plezier…of afschuw….Net hoe de pet staat….(Beelden: Internet/Archief)

Bijzondere reis in een IFA stationwagen…

Toen ik een paar weken terug het Oostduitse merk IFA even onder de aandacht bracht van de lezers hier, vermeldde ik al dat daar nog een aardig persoonlijk verhaal over te schrijven viel. Dat werd al een keer aangetipt in mijn vervolgverhaal over dat leven met de Vliegende Pijl. Maar hier dus nu wat uitgebreider. In die jaren waarover ik spreek deed mijn leasepa in auto’s. Altijd wel een paar verschillende merken voor de deur die moesten worden verkocht, en voor eigen gebruik dan even een paar weken een auto die op naam werd gezet voor uitstapjes en korte vakanties. Mijn wat oudere broer was toen in de leeftijd dat hij al brommer mocht rijden en die had een exemplaar gekocht bij de ooit hier ook al eens gepasseerde ‘Ome Leo’, een goede vriend van de ouders met een eigen fietsen- en brommerzaak naast een investeringsbedrijf voor panden in hartje centrum Amsterdam.

De brommer van mijn broer was overtuigend van lijn en kleur, leek het meest op een TT-racer met 50cc blokje en was voor normaal gebruik uitgevoerd met een bagagedrager achter de buddy-seat. Broerlief, helemaal 16 jaar oud, besloot om op dit ding samen met een aantal vrienden met soortgelijke vehikels naar Limburg af te reizen voor een feestelijke vakantie. Best avontuurlijk natuurlijk. De diverse ouders waren niet al te enthousiast maar broerlief had een karakter dat nog eens extra eigenwijs was door de situatie thuis, dus uiteindelijk mocht en vertrok hij. Leasepa richtte intussen zijn pijlen op de handel. En kocht zich een IFA Stationwagen in een muisgrijze kleur die in meer dan goede staat van dienst verkeerde, maar qua banden wel een opknapbeurt verdiende. Maar ja, handel….dus dan was dat niet het eerste wat je verving.

Na een dag of wat kwam er een telefoontje. Broerlief was gestrand. De brommer had het opgegeven. Deed niets meer. En hij zat in een tentje ergens te kleumen in de toen ook al veel vallende zomerse buien en matige zomers. Hij wenste ‘Ome Leo’ een enkele reis Timboektoe, want die had het tweewielertje toch echt nog nagekeken voor broerlief was vertrokken. Kortom, nood maakte deugd. Ons gezin pakte noodzakelijke dingen in de IFA die werd omgetoverd tot auto van dienst en we vertrokken met de pruttelende DDR-tweetakt naar het zuiden van Limburg. Na een verder ongestoorde reis kwamen we tegen de avond aan in Valkenburg en zochten broerlief op. Die kampeerde in de constante regen ergens op een modderig stukje land bij een boer in Bergh-Terblijt. Was blij ons te zien.

Maar ja, terug naar huis om dit uur was ook niks. Dus we sliepen als gezin in de IFA (ruimte zat) en hij in zijn tentje. Volgende ochtend werd de brommer met behulp van de vrienden die waren gebleven om broerlief te helpen naar het station gesleept om met de NS naar Amsterdam te worden afgevoerd. En wij stapten in de IFA en reden richting huis. Maar dat duurde niet lang. De IFA hing na een paar kilometers wel erg scheef naar rechtsachter. Onder de last van vier personen en de extra bagage was een van de banden lek geraakt.

Geen nood, reserve-exemplaar er onder. Die hield het uit tot net onder Roermond. Toen was het ook met die band over en uit. En omdat nergens hulp te halen viel en de Wegenwacht nog lang niet zo georganiseerd was als nu, zaten we opgescheept met twee lekke banden en een IFA die dus eigenlijk niet meer kon rijden. Leasepa was niet vrolijk maar loste het praktisch op. Van een van de velgen haalde hij de band weg en zette de velg weer onder de auto. Zo reden we richting een benzinestation een paar kilometers verderop. Onderweg een spoor in het asfalt achter latend. Maar we kwamen er wel. De velg ging er weer af, de andere band geplakt en met de vingers over elkaar reden we verder. Thuis was het avontuur iets wat we nog jaren vertelden tijdens verjaardagen. De IFA maakte het niet meer mee, die was een paar dagen later verkocht. Zonder nieuwe banden, dat spreekt. Maar wel met een nieuwe reservevelg. Want die was wel erg scherp geworden van dat rijden over de Limburgse straten. En de relatie met ‘Ome Leo’ was nooit meer helemaal dezelfde….althans wat mijn broer betrof.(Beelden: Internet/Yellowbird)