Leven met de vliegende pijl – 25 – Filialen

Om aan de vraag, of beter gesteld, de dwingende eis van Daihatsu te voldoen werd door ons alsnog actief gezocht naar expansiemogelijkheden elders in de stad. Op onze zoektocht keken we zelfs naar het aloude pand van J.Leonard Lang in buurgemeente Duivendrecht. Dat was de vroegere Fiat-importeur, die door de Italiaanse fabrikant aan de kant was gezet en nu zat opgescheept met een enorm complex aan gebouwen, waar zelfs spoorbanen naartoe liepen en men indertijd jaarlijks gewend was om na haar importeursrol als dealer een zeshonderd tot meer dan duizend nieuwe wagens te verkopen. Het was als filiaal een schaal of wat te groot voor ons bedrijf, maar we hielden aan dat bezoek wel een container vol dynamo’s en startmotoren en wat oude kantoormeubelen over. De dealerdirecteur was en bleef nu eenmaal ook een handelaar.. Uiteindelijk vonden we na wat speurwerk in het Autogebied van Amsterdam Z.O. toch een pand dat geschikt leek voor het gestelde doel. Een oude Peugeotdealer was daar door de Franse fabrikant in dat Zuidoost opgezegd en moest het pand met zijn merk verlaten. Maar hij bleef wel eigenaar van het toen leegstaande gebouw. Het was een keurig, ooit als nieuwbouw, neergezet pandje met een styling die leek op ons nieuwe pand elders in de stad. Waar je met enige moeite een mooie showroom kon verwezenlijken, wat kantoorruimte en een redelijk beperkte werkplaats. Het bleek te huur met optie op eerste kooprecht en dat leek ons als MT wel iets. In overleg met Daihatsu werd het pand uiteindelijk verkozen tot tweede vestiging van ons dealerschap. Waarmee wij de altijd gretige concullega v.d.Weide uit onze buurt konden houden. De toenmalige werkplaatschef van ons dealerbedrijf, tevens ‘bedrijfsleider techniek‘, en naaste vertrouweling van de directeur/aandeelhouder, werd de nieuwe man in het te huren nieuwe pand. Dat paste ook meer bij hem, hij was altijd al tegen Skoda als merk geweest, vond Daihatsu meer passen bij zijn persoonlijke imago, zeker toen hij daarbij ook nog eens in een ‘dikke’ Daihatsu Rocky-demo mocht gaan rijden. Met Skoda konden we overigens toch niks in dat nieuwe pand, 50 meter verderop in die straat zat daar de concullegadealer die zich er als een van de eerste autobedrijven ooit in het toen nog lege gebied had gevestigd. Hij was ooit, lang geleden, een pionier in de omgeving geweest toen niemand er nog wilde zitten.

Maar zijn aandeel in de Skoda-verkopen was op dat moment ook nog zodanig dat De Binckhorst ons niet zag als vervanger. Een totaal andere doelgroep dan onze eigen Skoda-klantenkring voelde zich er senang. De structuur van onze zaak werd nu zo dat het ‘oude’ filiaal aan de doorgaande weg in Zuid mijn volle verantwoordelijkheid zou worden qua activiteiten, en dat de zoon van de baas dus aan mij zou moeten rapporteren. Maar die constructie werkte op papier prima, in de praktijk vrijwel niet. De jonge telg was namelijk ook erfgenaam en toekomstig aandeelhouder van het bedrijf, zag mij als sta-in-de-weg en had net als zijn nu verhuisde collega in Zuid-Oost weinig meer op met Skoda als merk. Dat hield in dat ik zowat elke maandag na een weekenddienst van hem ontdekte dat de showroom vol stond met Japans spul en de Tsjechen ergens bij of in de werkplaats waren uitgestald. En dan ruimde ik het spul weer om door de week. Je moest de importeurs allebei te vriend houden. Viel niet mee in zo’n bijna onwerkbare situatie. En het was op den duur wel erg vermoeiend allemaal.

Met twee panden die volop draaiden qua nieuwverkopen kwamen we er wel achter dat het tweedehands spul bleef ‘hangen’. We hadden er domweg de tijd niet voor om er veel werk aan te doen. Dus stond binnen de kortste keren een rij van 25 occasions om elk van de panden heen in allerlei staten van dienst. Daar moesten we ook iets aan zien te gaan doen. En dus werd ook daarvoor een oplossing gezocht en na ruim een jaar zoeken ook gevonden. In Amstelveen kwam een pandje leeg met een redelijk ruime parkeerplaats waar ooit een vrij bijzondere en tamelijk onbetrouwbare autohandelaar had gezeten. Met de eigenaar van het pand, een in deze omgeving bekende en financieel gevulde banketbakker die er lokaal flink wat onroerend goed op na hield, kwamen we al snel overeen dat we het toch leegstaande spulletje zouden huren. We zetten er een man in uit onze organisatie die met tweedehands prima uit de voeten kon, en zo was een nieuwe, vierde, poot aan het bedrijf toegevoegd. We waren gegroeid naar een bedrijf met drie vestigingen en ook nog een als een speer apart van de dealerbedrijven draaiende gespecialiseerde elektrische afdeling. Al snel werden de ingeruilde auto’s van de twee dealerbedrijven naar Amstelveen gebracht voor evt. opknap en verkoop, maar een echt groot succes werd dat toch niet. Vooral niet omdat er tussen de verschillende vertegenwoordigers in de eigen vestigingen weinig overleg bleek te bestaan rond de inruil van aangeboden wagens. Expertise op dat punt was ook niet zo heel groot en zo kon het dus voorkomen dat de dealerbedrijven winst maakten op de Verkoop nieuw, maar het occasionbedrijf zwaar in de rode cijfers terecht kwam door de veel te hoge intern doorberekende prijzen. Een verkeerde structuur die in mijn dagen daar, ook door de steeds gebrekkiger wordende samenwerking binnen het managementteam, niet op te lossen was. Het zou ons nog opbreken. – Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird Photo archief)

1 april – verandering op til!

FRI-6058 - anc23 - Skoda Favorit YB 190591 Scan10021Vandaag, precies 24 jaar geleden, zette ik bij de KvK in Lelystad de eerste stappen voor mijn latere zelfstandigheid. Ik was er indertijd al aan toe, was het gedoe van en bij of met werkgevers zat. Die snapten vaak niet wat ik zoal ‘in de bol had of in de mars’. Zelfstandigheid zou dat kunnen oplossen was mijn gedachtegang indertijd. Maar omdat er een heel andere ontwikkeling tussendoor kwam, soms krijg je meer erkenning voor kwaliteiten dan je zelf kunt bevroeden, liet ik het fulltime zelfstandigenbestaan na het behandelen van een paar eerste klanten, even voor wat het was. Al stond de molen na die 1e april 1991 nooit meer echt helemaal stil. Altijd was er wel een schrijfklusje te vinden of een opdracht voor communicatieadvies. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik die adviezen indertijd met een stuk minder onderbouwing kon geven dan pakweg tien jaar later.

leo op hci kantoorScholing in theorie en praktijk hadden daarbij een opvallende waardevermeerdering. Neemt niet weg dat ik toch overtuigd was van de juistheid van die adviezen aan het begin van de jaren negentig. En dat ik met mijn achtergrond ook zeker wist ‘gevoel’ te hebben voor wat in de communicatiewereld zoal leefde. Het is in de praktijk ook gebleken, maar dat is een ander verhaal. Hoe dan ook, die stap richting KvK in april 1991 was er een die grote gevolgen zou hebben later. Want, als ik nu even terug kijk ben ik zelf mijn langst durende werkgever geworden. Nergens hield ik het zo lang vol als bij mij zelf. En toen ik dan een jaar of tien later echt de eigen broek moest gaan ophouden voelde ik me na enige gewenning wellicht het meest gelukkig ooit. Al blijft het lastig jezelf te moeten verkopen. Bij mij strijdt ‘zeker weten’ vrijwel altijd met ‘wie zit er nu echt op mij te wachten?’.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAGeen handige combinatie. Maar waar ik wel vanaf kwam was de file-ellende elke dag. Heen en weer rijden naar een werkplek die altijd achter een of meer van de beruchte fileplekken in dit land gelegen bleek. Nu lach ik daar om. Ga echt niet meer weg als er een file dreigt, spreek niet eerder af dan rond de koffie (half 11 of zo) en zorg ook dat ik voor de middag-ellende weer min of meer op honk ben als het kan. Dat alleen al geeft rust. Opvallend was ook dat ik in die eerste periode van mijn fulltime-zelfstandigen-bestaan ineens 80% minder last had van de daarvoor zo venijnig optredende migraineaanvallen. Zegt toch ook wel iets. We nemen er dus maar een taartje op vandaag en vieren dat ik al bijna een kwart eeuw als zzp-er pur sang sta ingeschreven. Voor mij een belangrijke datum. De rest van de wereld zal het verder worst zijn en dat snap ik uiteraard ook nog.