
..kaarsjes blies ze in haar lange leven uit. 97! Dat is niet iedereen gegeven zou ik me voor kunnen stellen en als je bedenkt dat ze al die tijd min of meer zelfstandig woonde en leefde is het bereiken van die leeftijd een bewonderingswaardige prestatie. Ook al zeiden wij telkens schertsend dat zij ‘wel 102’ zou worden in deze conditie. Nou was die conditie de laatste tijd aardig fragiel geworden en liet haar geheugen haar vaker in de steek dan dat ze zelf wenselijk achtte. Maar over een andere inrichting van dat leventje in haar ruime flat met metgezel Lucky, de rode kater, was niet te praten. Schoonmama, Jo, Johanna, Jopie, moeke Jo, ze is er niet meer en dat is ondanks het gaan der dingen zoals ze deden in deze laatste maanden, toch best even wennen. Fysiek en geestelijk leek ze eigenlijk ineens niet meer op die krachtige, mooie, vrolijke en zeker reislustige dame die ze zovele jaren was geweest. Want reizen deed ze tot op hoge leeftijd graag. In ons eigen land, Europa, maar ook naar de VS, Egypte of Hong Kong. Alles beter dan thuis zitten kniezen en bedenken dat ze ‘zo graag nog hier en daar heen had gegaan, maar het omwille van dit of dat niet deed’. Dus hup, met een of meer van haar kinderen in het vliegtuig of de auto en iets nieuws bekijken. Ze hield er ook van om verwend te worden. Lekker eten, naar een goede kapper, shoppen, en dan het liefst in winkeltjes waar andere mensen aan voorbij liepen. Je wist immers maar nooit… Haar inmiddels leeg geruimde huis was een verzamelplek voor al die uit den vreemde meegenomen schatten (..). Ik kende haar vanaf mijn jeugd, kwam er voor het eerst thuis in 1964. Best lang dus, en we maakten ook samen veel mee. Van hoge toppen tot diepe dalen. Maar altijd bleef ze overeind, sterk, en het liefst zonder al te veel poespas om zich heen van andere, voor haar vreemde mensen. Zeker in de laatste jaren was haar familie meer dan genoeg. En zo namen we een paar dagen terug ook afscheid van haar. Definitief, maar wel in die kleine en vertrouwde kring die haar zo dierbaar was. Kater Lucky kreeg binnen de familie een nieuwe stek, die werd zijn naam waardig liefdevol opgevangen. Maar Jo is niet meer. Uiteraard uit het oog, niet uit het hart….Daartoe was ze te lang en te stevig aanwezig.











Vanaf mijn vroegste jeugd schreef ik al verhalen. Al dan niet verzonnen, maar op enig moment toch wel wat toegespitst op de luchtvaart. Soms ging het over modelbouw, in andere gevallen volgde ik mijn grote voorbeeld Hugo Hooftman qua stijl en onderwerpen. Het bleef niet onopgemerkt. Enthousiasme voor de luchtvaart en ook voor de sector waar ik uiteindelijk was gaan werken was zelfs voor Ruud Breems aanleiding om er promotie voor te maken. Hij vond mij op dat gebied een beetje een ‘gekkie’. Immers, je werkte er midden in, ging daarnaast ook nog verder me je hobby op dit gebied en bouwde ook nog vliegtuigmodellen. En dan ook nog er over schrijven. Belachelijk! Maar ook met dat wonderlijke dubbele gevoel dat hij er toch ook reclame voor maakte. En zo kreeg ik een opdracht voor een maandelijkse column in het blad van de douane op Schiphol, met de fantasievolle naam ‘Schiphol Fiscus’ uitgebracht en vol wetenswaardigheden over het douaneleven op en rond de luchthaven. Mijn aandeel ging daar niet over.
Wel over vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. En na een tijdje viel dat op bij anderen. Een nieuwe uitgever meldde zich. Die ging landelijk een blad maken voor de luchtvrachtsector. ‘Luchtvrachtnieuws’ was geboren. Een aardig soort magazine dat regelmatig verscheen en met vrolijke opmaak promotionele verhalen publiceerde over ons vakgebied. Het werd goed opgenomen in die wereld en de advertenties stroomden binnen. Daar wilden zij mij wel als ad-hoc schrijver toevoegen. En ik deed dat schrijven met plezier. Je naam opbouwen als kenner is nooit weg. En toen we een tijdje onderweg waren daarmee, kwam een derde ‘kaper op de kust’. Uitgeverij Discque uit Amersfoort zocht expansie in de luchtvrachtsector nadat het al enige tijd een stevige positie bekleedde in de wereld van de passage met haar titel ‘Zakenreis’. Een chique magazine dat nu een zusterblad kreeg in de vorm van ‘Luchtvracht’. Daarin advertenties, maar ook interviews met vooraanstaande lieden uit de wereld van de expeditie en luchtvaart. Want ook maatschappijen als KLM of Lufthansa lieten graag weten dat ze sterk waren in luchtvervoer.
Zakenreis pakte al snel de markt in en nam op enig moment haar oudere concurrent over. Inclusief mijn schrijverij. Waardoor ik nog meer in aanzien steeg. Al was het maar omdat ik dat zelf vond. Maar het bracht ook wat kleine bedragen als extra inkomen naast het gevoel dat ik mijn creatieve kanten nog meer kon tonen dan door middel van de ook geschreven en uitgedachte tarieven/vluchtboekjes voor onze klantenkring. Ik maakte heel wat mee in die schrijverij overigens. Zelfs een keer ruzie met Prins Bernhard die me betichtte van negatieve berichtgeving over Fokker. Was niet zo overigens, maar omdat de hoofdredacteur van Luchtvracht weer een kennis was van de Prins, moest ik mijn eerdere verhaal bijstellen. Dat deed ik, maar stopte ook met die schrijverij voor dat blad. Voelde me toch op de vingers getikt terwijl ik de waarheid had neergezet. En dus ontstond het idee dat ik voor de mensen in de luchtvracht op Schiphol beter een eigen orgaan kon uitbrengen. Vol roddels en wetenswaardigheden. ‘Information’ heette dat en neem van mij maar aan, het werd gevreten. Als ik het rond bracht bij de lezers in hun kantoren zorgde dat altijd weer voor hilariteit en soms wrevel. Want ik had intussen mijn anti’s en simpies en dat was in de verhalen wel terug te vinden. Ruud Breems vond dat maar niks. Maar ja, jong en eigenwijs. Dus ging ik nog even door met dat blad…(Beelden: Archief Yellowbird)




